De preek benadrukt dat Gods barmhartigheid in Christus groot is, maar waarschuwt tegelijk ernstig voor het oordeel over onboetvaardige zondaars. Spurgeon betoogt dat de leer van Gods toorn, de toekomstige straf en de noodzaak van bekering niet afgezwakt, maar juist trouw en liefdevol moet worden verkondigd.

