Brief aan zijn broer — Voor de kust van Arran, 27 juli 1878

BRIEF 29
Voor de kust van Arran, zaterdag 27 juli 1878.
Beste broer,
Ik heb zo zwaar geleden… dat ik nauwelijks kan zeggen of deze verandering mij goeddoet of niet. Toch zou zij een grote weldaad voor mij moeten zijn, want frisse lucht, een prachtig landschap en opgewekt gezelschap vormen samen een krachtig geneesmiddel. M. zal je wel verteld hebben hoe het ons is vergaan.
Vier preken houden draagt niet bij tot rust; toch zijn de mensen zo begerig om te horen, dat het mij een vreugde zou moeten zijn.
Ik vertrouw erop dat ik bij mijn terugkeer een groot aantal mensen in de gemeente zal kunnen opnemen. Het is wonderlijk hoe lang de groei al aanhoudt. Ik durf nauwelijks te hopen dat hij op zijn hoogste peil blijft, en toch zou ik erom treuren als hij afnam.
Ik hoop dat het met je lieve vrouw beter blijft gaan, en dat op je beproeving in dat opzicht grote vreugde mag volgen. Moge je nog lang sterk en gezond blijven. Met mijn arme, krakende machine, die nog maar met moeite bij elkaar blijft, was het goed van onze Heere dat Hij mij een broer schonk die in alle opzichten zo krachtig is.
De jouwe, met hartelijke liefde,
Charles.
© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas