Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Romeinen 10

1 Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israel doe, is tot hun zaligheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 BroedersG80, de toegenegenheidG2107 mijns hartenG2588, enG2532 het gebedG1162, dat ik totG4314 GodG2316 voor IsraelG2474 doe, isG1510 totG1519 hun zaligheidG4991. Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israel doe, is tot hun zaligheid.

KJV Brethren,1 my6 heart's7 desire4 and8 prayer10 to12 God14 for15 Israel17 is, that3 they might be saved.

1 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 2 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 4 ευδοκια G2107 welbehagen, goedwilligheid, toegenegenheid desire, good pleasure (will), X seem good 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εμης G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 7 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δεησις G1162 gebed, gebeden, smeken prayer, request, supplication 11 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 σωτηριαν G4991 zaligheid, verlossing, behoudenis deliver, health, salvation, save, saving
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Want ik geefG3140 hun getuigenisG3140, datG3754 zij een ijverG2205 tot GodG2316 hebbenG2192, maarG235 nietG3756 met verstandG1922. Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.

KJV For2 I bear1 them3 record that4 they have7 a zeal5 of God,6 but8 not9 according10 to knowledge.

1 μαρτυρω G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ζηλον G2205 ijver, nijd, nijdigheid emulation, envy(-ing), fervent mind, indignation, jealousy, zeal 6 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 11 επιγνωσιν G1922 kennis, erkentenis, bekendmaking (ac-)knowledge(-ing, - ment)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantG1063 alzo zij de rechtvaardigheidG1343 GodsG2316 niet kennenG50, enG2532 hun eigenG2398 gerechtigheidG1343 zoekenG2212 op te richtenG2476, zo zijn zij der rechtvaardigheidG1343 GodsG2316 nietG3756 onderworpenG5293. Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.

KJV For2 they being ignorant1 of God's5 righteousness,6 and7 going about11 to establish12 their own9 righteousness,10 have18 not17 submitted themselves unto the righteousness14 of God.

1 αγνοουντες G50 onwetende, onbekend, kennende (be) ignorant(-ly), not know, not understand, unknown 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 10 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 11 ζητουντες G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 12 στησαι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δικαιοσυνη G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 υπεταγησαν G5293 onderworpen, onderdanig, onderwerpt be under obedience (obedient), put under, subdue unto, (be, make) subject (to, unto), be (put) in subjection (to, under), submit self unto
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantG1063 het eindeG5056 der wetG3551 is ChristusG5547, totG1519 rechtvaardigheidG1343 een iegelijkG3956, die gelooftG4100. Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.

KJV For2 Christ4 is the end1 of the law3 for5 righteousness6 to every one7 that believeth.

1 τελος G5056 einde, Einde, tol + continual, custom, end(-ing), finally, uttermost 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 4 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 7 παντι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πιστευοντι G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantG1063 MozesG3475 beschrijftG1125 de rechtvaardigheidG1343, die uitG1537 de wetG3551 is, zeggende: De mensG444, die deze dingen doetG4160, zal doorG1722 dezelveG846 levenG2198. Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.

Ook in dit vers [zeggende]G3754

KJV For2 Moses1 describeth3 the righteousness5 which4 is of7 the law,9 That10 the man14 which doeth12 those things13 shall live15 by16 them.

1 μωσης G3475 Mozes Moses 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 γραφει G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 15 ζησεται G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? Hetzelve is Christus van boven afbrengen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 de rechtvaardigheidG1343, dieG3778 uitG1537 het geloofG4102 is, spreektG3004 aldusG3779: ZegG2036 nietG3361 in uw hartG2588: WieG5101 zal in den hemelG3772 opklimmenG305? Hetzelve isG1510 ChristusG5547 van boven afbrengenG2609. Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? Hetzelve is Christus van boven afbrengen.

KJV But2 the righteousness5 which is of3 faith4 speaketh7 on this wise,6 Say not8 in10 thine heart,12 Who14 shall ascend15 into16 heaven?18 (that is, to bring22 Christ21 down

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 πιστεως G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 5 δικαιοσυνη G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 6 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 7 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 ειπης G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 13 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 14 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 αναβησεται G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 19 τουτ G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 22 καταγαγειν G2609 afbrengen, daags, aangekomen bring (down, forth), (bring to) land, touch

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Of, wie zal in den afgrond nederdalen? Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 OfG2228, wieG5101 zal inG1519 den afgrondG12 nederdalenG2597? Hetzelve isG1510 ChristusG5547 uitG1537 de dodenG3498 opbrengenG321. Of, wie zal in den afgrond nederdalen? Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen.

KJV Or,1 Who2 shall descend3 into4 the deep?6 (that is, to bring up12 Christ9 again from10 the dead.)

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 καταβησεται G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αβυσσον G12 afgrond, afgronds deep, (bottomless) pit 7 τουτ G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 12 αναγαγειν G321 afgevaren, voeren, brachten bring (again, forth, up again), depart, launch (forth), lead (up), loose, offer, sail, set forth, take up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 MaarG235 wat zegtG3004 zij? NabijG1451 uG4771 is het WoordG4487, inG1722 uw mondG4750 enG2532 inG1722 uw hartG2588. DitG3778 isG1510 het WoordG4487 des geloofsG4102, hetwelkG3739 wij predikenG2784. Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken.

KJV But1 what2 saith it?3 The word7 is nigh4 thee, even in9 thy mouth,11 and13 in14 thy heart:16 that is, the word21 of faith,23 which24 we preach;

1 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ρημα G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 στοματι G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 τουτ G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ρημα G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πιστεως G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 24 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 25 κηρυσσομεν G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Namelijk, indienG1437 gijG4771 met uw mondG4750 zult belijdenG3670 den HeereG2962 JezusG2424, enG2532 metG1722 uw hartG2588 gelovenG4100, datG3754 GodG2316 HemG846 uitG1537 de dodenG3498 opgewektG1453 heeft, zo zult gijG4771 zaligG4982 worden. Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.

KJV That1 if2 thou shalt confess3 with4 thy mouth6 the Lord8 Jesus,9 and10 shalt believe11 in12 thine heart14 that16 God18 hath raised20 him19 from21 the dead,22 thou shalt be saved.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 ομολογησης G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 στοματι G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 πιστευσης G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 15 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 ηγειρεν G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 21 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 22 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 23 σωθηση G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantG1063 met het hartG2588 gelooftG4100 men ter rechtvaardigheidG1343 enG1161 met den mondG4750 belijdtG3670 men ter zaligheidG4991. Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.

KJV For2 with the heart1 man believeth3 unto4 righteousness;5 and7 with the mouth6 confession is made8 unto9 salvation.

1 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 πιστευεται G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 6 στοματι G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 ομολογειται G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 σωτηριαν G4991 zaligheid, verlossing, behoudenis deliver, health, salvation, save, saving
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantG1063 de SchriftG1124 zegtG3004: Een iegelijkG3956, die in HemG846 gelooftG4100, die zal nietG3756 beschaamdG2617 worden. Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden.

KJV For2 the scripture4 saith,1 Whosoever5 believeth7 on8 him9 shall11 not10 be ashamed.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γραφη G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 5 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 8 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 καταισχυνθησεται G2617 beschaamd, beschaamt, beschamen confound, dishonour, (be a-, make a-)shame(-d)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Want er isG1510 geenG3756 onderscheidG1293, noch van JoodG2453 noch van GriekG1672; wantG1063 eenzelfdeG846 is HeereG2962 van allenG3956, rijkG4147 zijnde over allenG3956, die Hem aanroepenG1941. Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen.

KJV For2 there is no1 difference4 between6 the Jew5 and7 the Greek:8 for10 the same11 Lord12 over all13 is rich14 unto15 all16 that call upon18 him.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 διαστολη G1293 onderscheid difference, distinction 5 ιουδαιου G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 6 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ελληνος G1672 Grieken, Griek, Grieksen Gentile, Greek 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 πλουτων G4147 rijk, rijken, verrijkt be increased with goods, (be made, wax) rich 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 17 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 επικαλουμενους G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WantG1063 een iegelijkG3956, dieG3739 den NaamG3686 des HeerenG2962 zal aanroepenG302, zal zaligG4982 worden. Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.

KJV For1 whosoever3 shall call upon5 the name7 of the Lord8 shall be saved.

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 4 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 5 επικαλεσηται G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 8 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 σωθησεται G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 HoeG4459 zullen zij dan Hem aanroepenG1941, inG1519 WelkenG3739 zij nietG3756 geloofdG4100 hebben? EnG1161 hoeG4459 zullen zij in Hem gelovenG4100, van WelkenG3739 zij nietG3756 gehoordG191 hebben? EnG1161 hoeG4459 zullen zij horenG191, zonder die hun prediktG2784? Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?

KJV How1 then2 shall they call on3 him in4 whom5 they have7 not6 believed?10 and9 how8 shall they believe in him of whom11 they have13 not12 heard?16 and15 how14 shall they hear without17 a preacher?

1 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 επικαλεσονται G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 επιστευσαν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 8 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 πιστευσουσιν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 11 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 ηκουσαν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 14 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 ακουσουσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 17 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 18 κηρυσσοντος G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG1161 hoe zullen zij predikenG2784, indienG1437 zij nietG3361 gezondenG649 worden? Gelijk geschrevenG1125 is: Hoe liefelijkG5611 zijn de voetenG4228 dergenen, die vredeG1515 verkondigenG2097, dergenen, die het goedeG18 verkondigenG2097! En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!

Ook in dit vers hoeG4459 HoeG5613

KJV And2 how1 shall they preach,3 except they be sent?6 as7 it is written,8 How9 beautiful10 are the feet of them12 that preach the gospel14 of peace,15 and bring glad tidings17 of good things!

1 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 κηρυξουσιν G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 4 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 αποσταλωσιν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 7 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 8 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 ωραιοι G5611 Schone, liefelijk, schoon beautiful 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ποδες G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ευαγγελιζομενων G2097 Evangelie, verkondigd, verkondigen declare, bring (declare, show) glad (good) tidings, preach (the gospel) 15 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ευαγγελιζομενων G2097 Evangelie, verkondigd, verkondigen declare, bring (declare, show) glad (good) tidings, preach (the gospel) 18 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αγαθα G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 DochG235 zij zijn nietG3756 allenG3956 het EvangelieG2098 gehoorzaamG5219 geweest; wantG1063 JesajaG2268 zegtG3004: HeereG2962, wieG5101 heeft onze predikingG189 geloofdG4100? Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd?

KJV But1 they have4 not2 all3 obeyed the gospel.6 For8 Esaias7 saith,9 Lord,10 who11 hath believed12 our report?

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 υπηκουσαν G5219 gehoorzaam, gehoorzaamt, gehoorzamen hearken, be obedient to, obey 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ευαγγελιω G2098 Evangelie, Evangelies gospel 7 ησαιας G2268 Jesaja Esaias 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 11 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 επιστευσεν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ακοη G189 gehoor, prediking, gerucht audience, ear, fame, which ye heard, hearing, preached, report, rumor 15 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zo is dan het geloofG4102 uitG1537 het gehoorG189, enG1161 het gehoorG189 doorG1223 het WoordG4487 GodsG2316. Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.

KJV So then1 faith3 cometh by4 hearing,5 and7 hearing8 by9 the word10 of God.

1 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 2 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 4 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 ακοης G189 gehoor, prediking, gerucht audience, ear, fame, which ye heard, hearing, preached, report, rumor 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 ακοη G189 gehoor, prediking, gerucht audience, ear, fame, which ye heard, hearing, preached, report, rumor 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 ρηματος G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 MaarG235 ik zegG3004: Hebben zij het niet gehoordG191? Ja toch, hun geluidG5353 is over de geheleG3956 aardeG1093 uitgegaanG1831, enG2532 hunG846 woordenG4487 totG1519 de eindenG4009 der wereldG3625. Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld.

KJV But1 I say,2 Have5 they not heard? Yes verily,6 their14 sound13 went11 into7 all8 the earth,10 and15 their23 words22 unto16 the ends18 of the world.

1 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 ηκουσαν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 μενουνγε G3304 ja zeker, veeleer nay but, yea doubtless (rather, verily) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 11 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 φθογγος G5353 geluid, klank sound 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 περατα G4009 einde, einden end, ut-(ter-)most participle 19 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 οικουμενης G3625 wereld, aardbodem, aardrijk earth, world 21 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ρηματα G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 23 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Maar ik zeg: Heeft Israel het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenen, die geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 MaarG235 ik zegG3004: Heeft IsraelG2474 het niet verstaanG1097? MozesG3475 zegtG3004 eerstG4413: IkG1473 zal ulieden tot jaloersheid verwekkenG3863 door degenen, die geen volkG1484 zijn; door een onverstandigG801 volkG1484 zal ik uG4771 tot toorn verwekkenG3949. Maar ik zeg: Heeft Israel het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenen, die geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken.

KJV But1 I say,2 Did5 not Israel6 know? First7 Moses8 saith,9 I10 will provoke11 you to jealousy by13 them that are no4 people,15 and by16 a foolish18 nation17 I will anger19 you.

1 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 εγνω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 6 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 7 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 8 μωσης G3475 Mozes Moses 9 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 εγω G1473 mij, ik I, me 11 παραζηλωσω G3863 jaloersheid verwekken, tergen provoke to emulation (jealousy) 12 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 13 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 εθνει G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 16 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 εθνει G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 18 ασυνετω G801 onverstandig, onwetende, Onverstandigen foolish, without understanding 19 παροργιω G3949 toorn, toorn verwekken, verwekt anger, provoke to wrath 20 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Jesaja verstout zich, en zegt: Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En JesajaG2268 verstoutG662 zich, en zegtG3004: Ik ben gevondenG2147 van degenen, die MijG1473 nietG3361 zochtenG2212; Ik ben openbaarG1717 gewordenG1096 dengenen, die naar MijG1473 nietG3361 vraagdenG1905. En Jesaja verstout zich, en zegt: Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden.

KJV But2 Esaias1 is very bold,3 and4 saith,5 I was found6 of them that sought10 me not;9 I was made12 manifest11 unto them that asked16 not15 after me.

1 ησαιας G2268 Jesaja Esaias 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποτολμα G662 verstout be very bold 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ευρεθην G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εμε G1473 mij, ik I, me 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 ζητουσιν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 11 εμφανης G1717 openbaar manifest, openly 12 εγενομην G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 13 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εμε G1473 mij, ik I, me 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 επερωτωσιν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Maar tegen Israel zegt Hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 MaarG1161 tegen IsraelG2474 zegtG3004 Hij: Den gehelen dagG2250 heb IkG1473 Mijn handenG5495 uitgestrektG1600 totG4314 een ongehoorzaamG544 en tegensprekendG483 volkG2992. Maar tegen Israel zegt Hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.

Ook in dit vers totG4314

KJV But2 to1 Israel4 he saith,5 All6 day long8 I have stretched forth9 my hands11 unto13 a disobedient15 and16 gainsaying17 people.

1 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ολην G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 9 εξεπετασα G1600 uitgestrekt stretch forth 10 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 χειρας G5495 handen, hand hand 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 λαον G2992 volk, volks, volke people 15 απειθουντα G544 ongehoorzaam, ongehoorzamen not believe, disobedient, obey not, unbelieving 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αντιλεγοντα G483 tegensprekende, tegengesproken, tegenspraken answer again, contradict, deny, gainsay(-er), speak against
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Romeinen 10:1 1 Korinthe 9:20 Romeinen 9:1 Johannes 5:34 1 Samuël 15:11 Lukas 13:34 Jeremia 17:16 Jeremia 18:20 1 Samuël 12:23
Romeinen 10:2 Handelingen 21:20 Filippenzen 1:9 Filippenzen 3:6 Romeinen 9:31 Kolossenzen 4:13 Handelingen 26:9 Galaten 1:14 2 Korinthe 4:6
Romeinen 10:3 Lukas 16:15 Romeinen 1:17 Openbaring 3:17 Filippenzen 3:9 Romeinen 3:22 Psalmen 71:19 Lukas 10:29 2 Korinthe 5:21
Romeinen 10:4 Galaten 3:24 Romeinen 8:3 Hebreeën 9:7 Romeinen 7:1 Mattheüs 5:17 Jesaja 53:11 Mattheüs 3:15 Handelingen 13:38
Romeinen 10:5 Leviticus 18:5 Ezechiël 20:13 Nehemia 9:29 Ezechiël 20:21 Romeinen 7:10 Galaten 3:12 Ezechiël 20:11 Lukas 10:27
Romeinen 10:6 Deuteronomium 30:11 Efeze 4:8 Johannes 6:33 Filippenzen 3:9 Johannes 6:38 Hebreeën 11:7 Johannes 3:12 Romeinen 4:13
Romeinen 10:7 Hebreeën 13:20 Romeinen 4:25 1 Petrus 3:18 1 Petrus 3:22 Openbaring 1:18
Romeinen 10:8 Deuteronomium 30:14 Romeinen 1:16 1 Timotheüs 4:6 1 Petrus 1:25 Handelingen 16:31 Romeinen 10:17 Handelingen 10:43 1 Petrus 1:23
Romeinen 10:9 Lukas 12:8 Filippenzen 2:11 1 Johannes 4:2 Handelingen 16:31 1 Korinthe 15:14 1 Petrus 1:21 Romeinen 14:11 1 Korinthe 12:3
Romeinen 10:10 Filippenzen 3:9 Hebreeën 3:12 Johannes 1:12 Openbaring 2:13 Johannes 3:19 Romeinen 10:9 Hebreeën 10:22 Galaten 2:16
Romeinen 10:11 Jesaja 28:16 Romeinen 9:33 1 Petrus 2:6 Jesaja 49:23 Jeremia 17:7
Romeinen 10:12 Romeinen 3:22 Galaten 3:28 Psalmen 145:18 Romeinen 2:4 Psalmen 86:5 Romeinen 14:9 Filippenzen 4:19 Efeze 2:7
Romeinen 10:13 Handelingen 2:21 Joël 2:32
Romeinen 10:14 Markus 16:15 Titus 1:3 Lukas 24:46 Efeze 4:21 Jona 3:5 Jona 1:16 Romeinen 16:25 Hebreeën 11:6
Romeinen 10:15 Jesaja 52:7 Nahum 1:15 Efeze 6:15 Jesaja 61:1 Efeze 2:17 Mattheüs 28:18 Efeze 4:11 1 Petrus 1:12
Romeinen 10:16 Jesaja 53:1 Romeinen 3:3 Hebreeën 4:2 1 Petrus 2:8 Johannes 12:38 Romeinen 2:8 Jesaja 50:10 Romeinen 16:26
Romeinen 10:17 Galaten 3:2 Galaten 3:5 Romeinen 1:16 Markus 4:24 Jakobus 1:18 1 Thessalonicenzen 2:13 Kolossenzen 3:16 2 Thessalonicenzen 2:13
Romeinen 10:18 Psalmen 19:4 Romeinen 1:8 Kolossenzen 1:6 Kolossenzen 1:23 Mattheüs 24:14 Mattheüs 28:19 1 Thessalonicenzen 1:8 Markus 16:15
Romeinen 10:19 Deuteronomium 32:21 Romeinen 11:11 Titus 3:3 Romeinen 11:14 1 Korinthe 12:2 1 Korinthe 10:19 Hosea 2:23 1 Petrus 2:10
Romeinen 10:20 Romeinen 9:30 Jesaja 65:1 Mattheüs 22:9 Jesaja 55:4 Jesaja 49:6 Lukas 14:23 Mattheüs 20:16 Jesaja 58:1
Romeinen 10:21 Jesaja 65:2 Jeremia 35:15 Jeremia 44:4 Mattheüs 22:3 1 Samuël 8:7 Handelingen 13:46 Deuteronomium 9:13 Jeremia 25:4
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Romeinen 10 vers 1

tot hun zaligheid Dat is, opdat zij bekeerd en alzo zalig mochten worden; hetwelk verstaan wordt van degenen, die uit onwetendheid dwaalden, gelijk uit vs.2 blijkt, niet van degenen, die in den Heiligen Geest zondigden, van welke Christus spreekt Matt. 12:31 .

Hertaald: tot hun zaligheid Dat is: opdat zij bekeerd zouden worden en zo zalig zouden worden. Dat wordt gezegd van hen die uit onwetendheid dwaalden, zoals uit vers 2 blijkt, en niet van hen die tegen de Heilige Geest zondigden, over wie Christus spreekt in Matth. 12:31.

Romeinen 10 vers 2

een ijver tot God hebben, Grieks, ijver Gods; dat is een vurige begeerte hebben om de wet Gods en den godsdienst, door Mozes ingesteld, voor te staan; en tegen te staan degenen, welke die schenen te willen veranderen.

Hertaald: een ijver tot God hebben, Grieks: ijver van God; dat is: een vurige begeerte hebben om de wet van God en de eredienst die door Mozes ingesteld is te verdedigen, en zich te verzetten tegen hen die daarin verandering schenen te willen brengen.

niet met verstand Grieks, niet naar kennis; dat is, niet met rechte kennis, waartoe de wet en de godsdienst in het Oude Testament was ingesteld, gelijk vs.3 ook medebrengt.

Hertaald: niet met verstand Grieks: niet naar kennis; dat is: niet met de juiste kennis van het doel waartoe de wet en de eredienst in het Oude Testament ingesteld waren, zoals vers 3 ook meebrengt.

Romeinen 10 vers 3

de rechtvaardigheid Gods Dat is, die God in het Evangelie geopenbaard heeft, en die ons God door Christus schenkt; 2 Kor. 5:21 ; Fil. 3:9 .

Hertaald: de rechtvaardigheid Gods Dat is: de gerechtigheid die God in het Evangelie geopenbaard heeft en die God ons door Christus schenkt; 2 Kor. 5:21; Filipp. 3:9.

hun eigen gerechtigheid Namelijk door hun eigen werken, of door de gehoorzaamheid der wet; waarin zij nochtans verre tekortkomen, gelijk bewezen is van alle mensen, Rom 3 , en van Abraham en David, Rom 4 .

Hertaald: hun eigen gerechtigheid Namelijk door hun eigen werken, of door de gehoorzaamheid aan de wet — waarin zij toch ver tekortschieten, zoals bewezen is van alle mensen in hoofdstuk 3 en van Abraham en David in hoofdstuk 4.

op te richten, Grieks, te stellen. Hier wordt de vermetelheid van het menselijk gemoed betekend, dat zijn eigen gerechtigheid voor God staande wil houden, gelijk de Farizeën; Luc. 18:11-12 .

Hertaald: op te richten, Grieks: te stellen. Hiermee wordt de vermetelheid van het menselijke gemoed aangeduid, dat zijn eigen gerechtigheid voor God staande wil houden, zoals de Farizeeën; Luk. 18:11-12.

niet onderworpen Dat is, willen zichzelven die niet onderwerpen; en daarom kunnen zij tot de gerechtigheid, die voor God bestaat, niet komen; gelijk Rom. 8:7 .

Hertaald: niet onderworpen Dat is: zij willen zich daaraan niet onderwerpen, en daarom kunnen zij niet komen tot de gerechtigheid die voor God standhoudt, zoals Rom. 8:7.

Romeinen 10 vers 4

het einde der wet is Christus, Dat is het oogmerk, waarom de wet door Mozes is gegeven, is opdat de mensen daardoor tot kennis hunner zonden gebracht zijnde, tot Christus en zijne rechtvaardigheid hunne toevlucht zouden nemen, als die de wet voor ons volkomen volbracht heeft. Zie Gal. 3:19 , enz.

Hertaald: het einde der wet is Christus, Dat is: het doel waarom de wet door Mozes gegeven is, is dat de mensen daardoor tot kennis van hun zonden gebracht zouden worden en zo hun toevlucht zouden nemen tot Christus en Zijn gerechtigheid, aangezien Hij de wet voor ons volkomen volbracht heeft. Zie Gal. 3:19, enzovoort.

Romeinen 10 vers 5

Want Mozes In deze navolgende zeven verzen stelt de apostel een klaar onderscheid tussen de rechtvaardigheid der wet en des geloofs; en bewijst zowel de ene als de andere met de woorden van Mozes zelven.

Hertaald: Want Mozes In de volgende zeven verzen stelt de apostel een duidelijk onderscheid tussen de gerechtigheid van de wet en die van het geloof, en hij bewijst beide met de woorden van Mozes zelf.

die deze dingen doet, Namelijk volmaakt en zonder iets na te laten; Deut. 27:26 ; Gal. 3:10 ; Jak. 2:10 .

Hertaald: die deze dingen doet, Namelijk volmaakt en zonder iets na te laten; Deut. 27:26; Gal. 3:10; Jak. 2:10.

Romeinen 10 vers 6

spreekt aldus Dat is, luidt aldus; of van dezelve wordt aldus gesproken; Deut. 30:11-12 .

Hertaald: spreekt aldus Dat is: luidt aldus, of: daarover wordt aldus gesproken; Deut. 30:11-12.

Zeg niet Sommigen menen dat deze woorden eigenlijk van de bevelen des geloofs door Mozes gesproken zijn, alzo hij even tevoren gehandeld had van de besnijdenis des harten en ware bekering, welke eigenlijk beloften zijn des Evangelies en niet der wet. Anderen menen omdat Paulus niet zegt: Mozes spreekt aldus, maar: de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus, dat deze drie verzen van Paulus bij toepassing op het geloof toegepast worden, alzo hij ook enige woorden uitlaat en enige daarbij doet; in dezen zin: Indien Mozes van de geboden der wet dit gezegd heeft, veel meer mag het gezegd worden van de beloften en bevelen des Evangelies, die niet alleen licht zijn om te verstaan, gelijk de wet, maar ook lichter zijn om na te komen, door de kracht van Gods Geest, die door het Evangelie het geloof in ons werkt; Gal. 3:2 .

Hertaald: Zeg niet Sommigen menen dat deze woorden door Mozes eigenlijk over de bevelen van het geloof gesproken zijn, aangezien hij vlak daarvoor gehandeld had over de besnijdenis van het hart en de ware bekering, wat eigenlijk beloften van het Evangelie zijn en niet van de wet. Anderen menen, omdat Paulus niet zegt: Mozes spreekt aldus, maar: de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus, dat deze drie verzen door Paulus bij wijze van toepassing op het geloof betrokken worden — aangezien hij ook enkele woorden weglaat en enkele toevoegt. De betekenis is dan: als Mozes dit over de geboden van de wet gezegd heeft, mag het des te meer gezegd worden van de beloften en bevelen van het Evangelie, die niet alleen gemakkelijk te begrijpen zijn zoals de wet, maar ook gemakkelijker na te komen, door de kracht van Gods Geest, Die door het Evangelie het geloof in ons werkt; Gal. 3:2.

in uw hart Namelijk als twijfelende, waar gij den weg der zaligheid zult zoeken en vinden.

Hertaald: in uw hart Namelijk terwijl u twijfelt waar u de weg van de zaligheid zult zoeken en vinden.

Wie zal in den hemel opklimmen? Namelijk om ons vandaar te halen den wil van God van onze gerechtigheid en zaligheid.

Hertaald: Wie zal in den hemel opklimmen? Namelijk om vandaar Gods wil over onze gerechtigheid en zaligheid te halen.

Hetzelve is Christus Namelijk bij ons, Christenen, zoveel alsof wij ontkenden dat Christus eens van den hemel nedergedaald is om ons dien weg te openbaren en de gerechtigheid te verwerven; en dat Hij nog eens daartoe moest afdalen.

Hertaald: Hetzelve is Christus Namelijk voor ons, christenen, evenveel alsof wij zouden ontkennen dat Christus eenmaal uit de hemel neergedaald is om ons die weg te openbaren en de gerechtigheid te verwerven, en alsof Hij daartoe nog eens zou moeten afdalen.

Romeinen 10 vers 7

in den afgrond nederdalen? Namelijk om daar te zien hoe wij uit den hel zouden kunnen verlost worden en die kennis daarvan halen.

Hertaald: in den afgrond nederdalen? Namelijk om daar te zien hoe wij uit de hel verlost zouden kunnen worden, en die kennis daarvandaan te halen.

Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen Dat is, even zoveel alsof men wilde dat Christus, om ons te verlossen, de smarten des doods en der hel nog eenmaal zou moeten lijden, en alzo daaruit opstaan; hetwelk hij nu eens gedaan heeft, en ons genoeg geopenbaard is.

Hertaald: Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen Dat is: evenveel alsof men zou willen dat Christus, om ons te verlossen, de smarten van de dood en de hel nog eens zou moeten lijden en zo daaruit zou moeten opstaan — terwijl Hij dat nu eenmaal gedaan heeft en het ons voldoende geopenbaard is.

Romeinen 10 vers 8

wat zegt zij? Namelijk de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, gelijk voren, vs.6, daar hij maar geantwoord heeft wat zij niet zegt, maar nu antwoordt hij wat zij zegt.

Hertaald: wat zegt zij? Namelijk de gerechtigheid die uit het geloof is, zoals hiervoor in vers 6. Daar heeft hij alleen geantwoord wat zij niet zegt; nu antwoordt hij wat zij wél zegt.

Dit is het Woord des geloofs, Dat is, des Evangelies, door hetwelk wij tot het geloof worden vermaand en gebracht; Rom. 1:16 .

Hertaald: Dit is het Woord des geloofs, Dat is: van het Evangelie, waardoor wij tot het geloof vermaand en gebracht worden; Rom. 1:16.

wij prediken Namelijk apostelen, als getuigen en boodschappers van Christus in Zijnen naam; 2 Kor. 5:20 .

Hertaald: wij prediken Namelijk de apostelen, als getuigen en boodschappers van Christus in Zijn naam; 2 Kor. 5:20.

Romeinen 10 vers 9

zult belijden Namelijk oprecht naar het geloof uws harten; en de apostel stelt hier de belijdenis voor, omdat die van anderen eerst wordt bekend.

Hertaald: zult belijden Namelijk oprecht, overeenkomstig het geloof van uw hart. De apostel noemt de belijdenis het eerst, omdat die door anderen het eerst opgemerkt wordt.

den Heere Jezus, Namelijk uw Heere en Zaligmaker te zijn naar het voorbeeld van Paulus; Gal. 2:20 ; 1 Tim. 1:15-16 .

Hertaald: den Heere Jezus, Namelijk dat Hij uw Heere en Zaligmaker is, naar het voorbeeld van Paulus; Gal. 2:20; 1 Tim. 1:15-16.

uit de doden opgewekt heeft, Namelijk nadat Hij tot verzoening uwer zonden was gestorven; Rom. 4:25 .

Hertaald: uit de doden opgewekt heeft, Namelijk nadat Hij tot verzoening van uw zonden gestorven was; Rom. 4:25.

Romeinen 10 vers 10

gelooft men ter rechtvaardigheid Namelijk als zijnde een middel, waardoor de rechtvaardigheid van Christus aangenomen, ons toegerekend en geschonken wordt; Rom. 3:24-25 , en Rom. 4:5 .

Hertaald: gelooft men ter rechtvaardigheid Namelijk als een middel waardoor de gerechtigheid van Christus aangenomen, ons toegerekend en geschonken wordt; Rom. 3:24-25 en Rom. 4:5.

belijdt men ter zaligheid De ware belijdenis wordt hier gesteld als een weg, waardoor wij tot de zaligheid, die ons door Christus' gerechtigheid verworven is, moeten komen, Matt. 10:32 , en als een kenteken van het ware geloof, dat in het hart verborgen is; 1 Joh. 4:15 .

Hertaald: belijdt men ter zaligheid De ware belijdenis wordt hier gesteld als een weg waarlangs wij moeten komen tot de zaligheid die ons door de gerechtigheid van Christus verworven is, Matth. 10:32, en als een kenteken van het ware geloof dat in het hart verborgen is; 1 Joh. 4:15.

Romeinen 10 vers 11

in Hem gelooft, Namelijk Christus, van wien bij Jes. 28:16 , geprofeteerd wordt.

Hertaald: in Hem gelooft, Namelijk Christus, over Wie in Jes. 28:16 geprofeteerd wordt.

zal niet beschaamd worden Het Hebreeuwse woord Jes. 28:16 betekent eigenlijk en zal zich niet verhaasten, doch wordt in de Griekse overzetting vertaald en zal niet beschaamd, dat is in zijne mening bedrogen worden; omdat degenen, die zich zeer haast, zonder te weten waarheen hij zijne toevlucht zal nemen, lichtelijk beschaamd of bedrogen wordt.

Hertaald: zal niet beschaamd worden Het Hebreeuwse woord in Jes. 28:16 betekent eigenlijk: en hij zal zich niet haasten. Maar in de Griekse vertaling is het weergegeven met: en hij zal niet beschaamd worden, dat is: in zijn verwachting bedrogen uitkomen. Want wie zich zeer haast zonder te weten waarheen hij zijn toevlucht zal nemen, komt gemakkelijk beschaamd of bedrogen uit.

Romeinen 10 vers 12

geen onderscheid, Namelijk nu in de tijden des Nieuwen Testaments; Ef. 2:13 .

Hertaald: geen onderscheid, Namelijk nu, in de tijd van het Nieuwe Testament; Ef. 2:13.

eenzelfde is Heere van allen, Namelijk God in Christus, of dezelfde Heere van allen is rijk over allen, enz.

Hertaald: eenzelfde is Heere van allen, Namelijk God in Christus. Of: dezelfde Heere van allen is rijk over allen, enzovoort.

rijk zijnde over allen, Dat is, overvloedig genadig, òf goedertieren.

Hertaald: rijk zijnde over allen, Dat is: overvloedig genadig, of goedertieren.

die Hem aanroepen Namelijk door het ware geloof, gelijk volgt. En hieruit blijkt dat het woord belijden, vs.9,10, ook de ware aanroeping begrijpt, die een voornaam deel is van onze belijdenis voor God en de mensen; Dan. 6:11 .

Hertaald: die Hem aanroepen Namelijk door het ware geloof, zoals volgt. Hieruit blijkt dat het woord belijden in vers 9 en 10 ook de ware aanroeping omvat, die een voornaam deel is van onze belijdenis voor God en de mensen; Dan. 6:11.

Romeinen 10 vers 14

Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, In de rest van dit hfdst. verklaart de apostel het middel, waardoor het ware geloof in Christus wordt verkregen; namelijk door de predikatie des Evangelies, gepredikt van degenen, die daartoe wettelijk gezonden zijn, hoewel deze in allen hare behoorlijke vrucht niet heeft.

Hertaald: Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, In de rest van dit hoofdstuk verklaart de apostel het middel waardoor het ware geloof in Christus verkregen wordt: namelijk door de prediking van het Evangelie, verkondigd door hen die daartoe wettig gezonden zijn — hoewel die prediking niet bij allen haar behoorlijke vrucht draagt.

niet gehoord hebben? Dat is, geen wetenschap hebben, daar zij door het gehoor van Gods Woord toe gebracht worden; dewijl de kennis noodzakelijk tot het geloof vereist wordt; Joh. 17:3 .

Hertaald: niet gehoord hebben? Dat is: geen kennis hebben, terwijl zij daartoe gebracht worden door het horen van Gods Woord; want de kennis is noodzakelijk voor het geloof; Joh. 17:3.

die hun predikt? Namelijk het Woord Gods. Het Griekse woord Keryssein betekent eigenlijk ene uitroeping, of publieke verkondiging doen, die door de stadsboden vanwege de overheid aan de burgers geschiedt, en wordt alhier, gelijk ook doorgaans in de Heilige Schrift, genomen voor de verkondiging des Evangelies, die door de apostelen en andere leraars van Christus' wege aan de mensen gedaan wordt. Zie Matt. 3:1 , en Matt. 4:17 , Matt. 4:23 ; Marc. 1:4 , Marc. 1:7 , en Marc. 16:15 ; 2 Kor. 5:19-20 .

Hertaald: die hun predikt? Namelijk het Woord van God. Het Griekse woord keryssein betekent eigenlijk: een afkondiging of openbare verkondiging doen, zoals die door de stadsomroepers namens de overheid aan de burgers gedaan wordt. Hier wordt het, zoals overal in de Heilige Schrift, gebruikt voor de verkondiging van het Evangelie, die door de apostelen en andere leraars namens Christus aan de mensen gedaan wordt. Zie Matth. 3:1 en Matth. 4:17, Matth. 4:23; Mark. 1:4, Mark. 1:7 en Mark. 16:15; 2 Kor. 5:19-20.

Romeinen 10 vers 15

hoe zullen zij prediken, Namelijk recht en behoorlijk, van Christus' wege en in Christus' naam, als voren. Want er zijn er anderszins ook geweest, die liepen en profeteerden eer zij gezonden waren; Jer. 23:21 .

Hertaald: hoe zullen zij prediken, Namelijk op de juiste en behoorlijke wijze, namens Christus en in Zijn naam, zoals hierboven. Want er zijn er ook geweest die liepen en profeteerden voordat zij gezonden waren; Jer. 23:21.

gezonden worden? Namelijk van degenen, wiens woord zij verkondigen; hetzij nu zulks buitengewoon van God en Christus zelven, hetzij het gewoon door de gemeente en hare opzieners, die daartoe van God gelast zijn, geschiedde.

Hertaald: gezonden worden? Namelijk door Hem Wiens woord zij verkondigen — hetzij buitengewoon, door God en Christus Zelf, hetzij op de gewone wijze, door de gemeente en haar opzieners, die daartoe door God gemachtigd zijn.

liefelijk zijn de voeten Dat is, aangenaam. Deze woorden zijn genomen uit Jes. 52:7 , waarvan de verlossing en verbreiding van Gods gemeente door Christus, en van de verkondiging derzelfde verlossing gehandeld wordt.

Hertaald: liefelijk zijn de voeten Dat is: aangenaam. Deze woorden zijn ontleend aan Jes. 52:7, waar gehandeld wordt over de verlossing en de uitbreiding van Gods gemeente door Christus, en over de verkondiging van diezelfde verlossing.

vrede verkondigen, Namelijk met God door Christus. Zie Rom. 5:1 ; Ef. 2:14 .

Hertaald: vrede verkondigen, Namelijk vrede met God door Christus. Zie Rom. 5:1; Ef. 2:14.

Romeinen 10 vers 16

allen het Evangelie gehoorzaam geweest; Namelijk wien het Evangelie is gepredikt.

Hertaald: allen het Evangelie gehoorzaam geweest; Namelijk zij aan wie het Evangelie gepredikt is.

prediking geloofd? Grieks, gehoor; waarvan zie Joh. 12:38 .

Hertaald: prediking geloofd? Grieks: gehoor; zie daarover Joh. 12:38.

Romeinen 10 vers 17

door het Woord Gods Namelijk dat gepredikt is; of door het bevel Gods, die hen tot het prediken heeft gezonden.

Hertaald: door het Woord Gods Namelijk het Woord dat gepredikt is. Of: door het bevel van God, Die hen tot het prediken gezonden heeft.

Romeinen 10 vers 18

zij het niet gehoord? Namelijk Joden en heidenen; want van beiden spreekt hij daarna verscheidenlijk.

Hertaald: zij het niet gehoord? Namelijk Joden en heidenen; want over beide spreekt hij daarna afzonderlijk.

Ja toch, Namelijk zij hebben het allen waarlijk gehoord.

Hertaald: Ja toch, Namelijk: zij hebben het allen werkelijk gehoord.

hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, Deze plaats, genomen uit Psa 19 , die eigenlijk spreekt van de kennis van God, die alle mensen hebben kunnen uit het aanschouwen van den hemel en van de schepselen, die daarin zijn, menen sommigen dat ook een profetie in zich begrijpt van hetgeen ten tijde der apostelen geschieden zou. Doch alzo de apostel dit eigenlijk niet bijbrengt als van David voorzegd, gelijk hij elders wel doet, zo kan dit zeer bekwamelijk genomen worden voor een heilige toepassing van deze woorden tot het voornemen van den apostel, gelijk hierboven vs.6, dergelijk in de plaats Deut. 30:11 gezien is. En daarom verandert hij ook een woord of twee daarin, dat op zijn voornemen niet paste.

Hertaald: hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, Deze plaats, ontleend aan Ps. 19, spreekt eigenlijk over de kennis van God die alle mensen kunnen hebben uit het aanschouwen van de hemel en van de schepselen die daarin zijn. Sommigen menen dat zij ook een profetie inhoudt van wat in de tijd van de apostelen zou gebeuren. Maar aangezien de apostel dit niet uitdrukkelijk aanvoert als een voorzegging van David, zoals hij elders wel doet, kan het heel goed opgevat worden als een heilige toepassing van deze woorden op het doel van de apostel — zoals hierboven bij vers 6 iets dergelijks gebeurde met de plaats Deut. 30:11. Daarom verandert hij er ook een enkel woord in dat niet bij zijn doel paste.

tot de einden der wereld Namelijk door de apostelen en evangelisten onder alle volken der wereld, ook onder de heidenen, naar het bevel van Christus, Matt. 28:19 ; Marc. 16:15 , waarvan de vervulling alsdan alrede geschiedde; Rom. 1:8 , en Rom. 15:19 ; Kol. 1:6 .

Hertaald: tot de einden der wereld Namelijk door de apostelen en evangelisten onder alle volken van de wereld, ook onder de heidenen, naar het bevel van Christus, Matth. 28:19; Mark. 16:15. De vervulling daarvan gebeurde toen al; Rom. 1:8 en Rom. 15:19; Kol. 1:6.

Romeinen 10 vers 19

Heeft Israël Hier bewijst de apostel met drie verscheidene plaatsen der Schrift van het Oude Testament, dat de Joden het ook gehoord hebben zowel als de heidenen, maar dat de heidenen het hebben aangenomen en de Joden ten merendeel verworpen. En legt alzo den grond van hetgeen hij in Rom 11 belangende de aanneming der heidenen en de verwerping der Joden, voorgenomen had te verhandelen.

Hertaald: Heeft Israël Hier bewijst de apostel met drie verschillende plaatsen uit het Oude Testament dat ook de Joden het gehoord hebben, evengoed als de heidenen, maar dat de heidenen het aangenomen hebben en de Joden het grotendeels verworpen hebben. Zo legt hij de grondslag voor wat hij zich voorgenomen had in hoofdstuk 11 te behandelen over de aanneming van de heidenen en de verwerping van de Joden.

het niet verstaan? Dat is niet gehoord? Namelijk het woord des Evangelies, of der rechtvaardigheid des geloofs.

Hertaald: het niet verstaan? Dat is: niet gehoord? Namelijk het woord van het Evangelie, of van de gerechtigheid van het geloof.

zegt eerst Namelijk tot Israël, dat is tot het Joodse volk.

Hertaald: zegt eerst Namelijk tot Israël, dat is: tot het Joodse volk.

tot jaloersheid verwekken Namelijk omdat gij zult zien dat Ik de heidenen, die nu mijn volik niet zijn, ten tijde van den Messias meer voordeel zal doen in het aannemen van het Evangelie, dan u, Joden, die nu mijn volk zijt; en dat om uwe ondankbaarheid te straffen en u daardoor tot bekering te roepen en te verwekken. Want jaloersheid is eigenlijk een ongenoegen, dat iemand hierover heeft, dat hij ziet een ander meer deel te hebben aan iemands liefde of weldaad, dat hij zelf heeft, als hij meent dat het hem meer toekomt. Zie hierna Rom. 11:11 .

Hertaald: tot jaloersheid verwekken Namelijk omdat u zult zien dat Ik in de tijd van de Messias de heidenen, die nu Mijn volk niet zijn, meer goed zal doen in het aannemen van het Evangelie dan u, Joden, die nu Mijn volk bent — en dat om uw ondankbaarheid te straffen en u daardoor tot bekering te roepen en op te wekken. Want jaloersheid is eigenlijk het ongenoegen dat iemand erover heeft dat hij ziet hoe een ander meer deel heeft aan iemands liefde of weldaad dan hijzelf, terwijl hij meent dat het hem meer toekomt. Zie hierna Rom. 11:11.

geen volk zijn ; Namelijk Gods, gelijk toen de heidenen waren.

Hertaald: geen volk zijn ; Namelijk geen volk van God, zoals de heidenen toen waren.

een onverstandig volk Zo noemt hij de heidenen, omdat zij de rechte kennis van God en Zijne rechten niet hadden; Ps. 147:19-20 .

Hertaald: een onverstandig volk Zo noemt hij de heidenen, omdat zij de juiste kennis van God en Zijn rechten niet hadden; Ps. 147:19-20.

Romeinen 10 vers 20

verstout zich, Dat is, spreekt nog vrijmoediger van de bekering der heidenen en van hunne roeping, niettegenstaande den ondank der Joden.

Hertaald: verstout zich, Dat is: hij spreekt nog vrijmoediger over de bekering van de heidenen en over hun roeping, ondanks de ondankbaarheid van de Joden.

gevonden van degenen, Namelijk door de verkondiging van mijn Evangelie en krachtige werking mijns Geestes aan de heidenen, die God niet zochten, maar hun eigene wegen ingingen ten verderve. Zie Hand. 14:16 , en Hand. 17:30 .

Hertaald: gevonden van degenen, Namelijk door de verkondiging van Mijn Evangelie en de krachtige werking van Mijn Geest onder de heidenen, die God niet zochten maar hun eigen wegen gingen, het verderf tegemoet. Zie Hand. 14:16 en Hand. 17:30.

die naar Mij niet vraagden Dat is, die zorgeloos hunne onwetendheid en wereldse lusten navolgden. Zie Ef. 2:1 , enz. Tit. 3:3-5 .

Hertaald: die naar Mij niet vraagden Dat is: die zorgeloos hun onwetendheid en wereldse lusten volgden. Zie Ef. 2:1, enzovoort; Tit. 3:3-5.

Romeinen 10 vers 21

Mijn handen uitgestrekt Namelijk om hun tot mij en mijne rechtvaardigheid te roepen en te noden. Zie dergelijke wijze van spreken Spr. 1:20 , enz.

Hertaald: Mijn handen uitgestrekt Namelijk om hen tot Mij en tot Mijn gerechtigheid te roepen en te nodigen. Zie een soortgelijke manier van spreken in Spr. 1:20, enzovoort.

tegensprekend volk Dat is, wederspannig, moedwillig. Zie een voorbeeld Jer. 44:16 ; Ezech. 3:7 .

Hertaald: tegensprekend volk Dat is: weerspannig, moedwillig. Zie een voorbeeld in Jer. 44:16; Ezech. 3:7.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Het einde der wet is Christus — 10:1-17

Paulus schrijft over zijn eigen volk, en hij begint met wat hem daarin bezighoudt: mijn hartelijke begeerte en gebed tot God voor hen is tot zaligheid. Wat hij daarna zegt is geen verwijt over onverschilligheid maar over iets anders.

Zij hebben ijver, zegt Paulus, maar niet met verstand — en juist die ijver liep de verkeerde kant op.

De diagnose is genadeloos precies: ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. Het gaat dus niet om luiheid. En dan zegt hij wat er misging: dewijl zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.

Iemand die zijn eigen huis bouwt, gaat niet in het huis wonen dat hem gegeven wordt.

Dan volgt de zin waarom dit gedeelte bekend staat: want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.

Dat woord einde kan tweeërlei betekenen, en de kanttekening kiest onomwonden. Zij schrijft dat het gaat om het doel waarom de wet door Mozes gegeven is. Namelijk dat de mensen daardoor tot kennis van hun zonden gebracht zouden worden. En dat zij zo hun toevlucht zouden nemen tot Christus en Zijn gerechtigheid, aangezien Hij de wet voor ons volkomen volbracht heeft.

Einde betekent hier dus niet dat de wet ophoudt maar waar zij op mikt. Een weg eindigt bij een bestemming, en dat is niet hetzelfde als een weg die wordt opgebroken.

Paulus laat vervolgens Mozes zelf aan het woord om te bewijzen dat dit geen nieuwe leer is. Hij haalt Deuteronomium 30 aan. Daar staat dat het woord niet in de hemel is en niet aan de andere zijde der zee, maar zeer nabij: in uw mond en in uw hart. En hij past dat toe: “Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken.”

Wat daarna volgt is een reeks vragen die als een trap terugloopt. Hoe zullen zij Hem aanroepen in Welken zij niet geloofd hebben? Hoe zullen zij geloven van Welken zij niet gehoord hebben? “Hoe zullen zij horen zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken indien zij niet gezonden worden?”

De gevolgtrekking staat in vers 17: zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods. De kanttekening voegt eraan toe: namelijk het Woord dat gepredikt is — of: door het bevel van God, Die hen tot het prediken gezonden heeft.

  1. Romeinen 10:2 — Zij hebben wel een ijver tot God, maar niet met verstand.
  2. Romeinen 10:3 — Zij zoeken hun eigen gerechtigheid op te richten.
  3. Romeinen 10:4 — Het einde der wet is Christus — dus het doel waarop zij mikt.
  4. Deuteronomium 30:14 — Het woord is zeer nabij: in uw mond en in uw hart.
  5. Romeinen 10:9 — Belijden met den mond, geloven met het hart.
  6. Romeinen 10:17 — Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.

In het Nieuwe Testament: Deuteronomium 30:11-14; Galaten 3:24; Filippenzen 3:9; Mattheüs 5:17

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Romeinen 10

Romeinen 10:1-3

KruisverwijzingenHandelingen 21:20Lukas 16:15Romeinen 1:17Openbaring 3:17Filippenzen 3:91 Korinthe 9:20Filippenzen 1:9Romeinen 3:22
— Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israel doe, is tot hun zaligheid. Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.

Laat dit onze hartelijke wens en ons gebed tot God voor Israël zijn. Smarten op smarten zijn over Gods oude volk gekomen, tot op deze dag; en zij zijn verstrooid en geplunderd, verscheurd en verdeeld, in bijna elk land. Wie heeft geen medelijden met hun verdriet en ellende? Laat het onze hartelijke wens en ons dagelijks gebed voor Israël zijn, dat zij behouden mogen worden door het geloof in de Messias, Die zij zo lang verworpen hebben.

Deze mensen hadden de apostel vervolgd. Overal waar hij ging, hadden zij hem achtervolgd. Zij hadden zijn werk belemmerd; zij hadden hem naar het leven gestaan. Toch was dit het enige wat hij hun teruggaf: te wensen en te bidden dat zij behouden mochten worden. Laten wij ons nooit afkeren van dat liefdevolle verlangen naar hen onder wie wij wonen. Wij wensen hun niets ergers, wij kunnen hun niets beters wensen, dan dat zij behouden mogen worden. Laten wij het niet alleen wensen, maar er ook voor bidden.

Verlangen is de moeder en de ziel van het gebed. Deze Israëlieten hadden Paulus opgejaagd, en hem naar het leven gestaan. Zij waren zijn doodsvijanden; maar het enige wat hij hun teruggaf, was te bidden dat zij behouden mochten worden. Ik hoop dat u nooit een slechtere wens voor uw ergste vijand zult hebben.

Het is een betreurenswaardige, droevige fout, dat mensen ernstig en zeer ijverig kunnen zijn, en er toch niets van terechtkomt, omdat zij die ijver in de verkeerde richting besteden. Mensen willen zichzelf rechtvaardig maken. Zij willen voor God verschijnen in het gewaad van hun eigen werken, terwijl God al een gerechtigheid gemaakt heeft, die Hij vrijelijk schenkt. Voor ons om te proberen een andere te maken, is in wedijver te treden met God: Zijn Zoon te beledigen, en oneer aan Zijn Naam te doen.

Romeinen 10:2-3

KruisverwijzingenHandelingen 21:20Lukas 16:15Romeinen 1:17Openbaring 3:17Filippenzen 3:9Filippenzen 1:9Romeinen 3:22Psalmen 71:19
— Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.

In Paulus’ dagen waren zij zeer ijverig in het onderhouden van elke vorm van uiterlijke godsdienst. Velen van hen verlangden oprecht om goed te staan met God; maar zij wisten niet hoe zij het gewenste doel moesten bereiken.

Houd altijd rekening met alles wat goed is in hen die nog niet bekeerd zijn. Wij mogen niet onrechtvaardig tegen hen zijn, alleen omdat wij eerlijk tegen hen willen zijn.

Zie altijd al het goede dat er te zien is; en, moet u vermanen en bestraffen, begin dan met te erkennen wat goed is: “zij hebben een ijver tot God, maar niet met verstand.”

Misschien spreek ik hier tot sommigen die zeer bezorgd zijn om goed te staan met God; zij zijn geen huichelaars, maar zijn werkelijk ontwaakt tot een besef van hun gevaar, en toch kunnen zij geen vrede van gemoed vinden. De reden is dat zij, evenals de Israëlieten, hun eigen gerechtigheid trachten op te richten. Zij strijden, worstelen, zoeken, matten zich af om een eigen gerechtigheid te verkrijgen die zij nooit zullen bereiken. Zij kennen de rechtvaardigheid Gods niet, die in Christus volbracht is, en die vrijelijk geschonken wordt aan allen die in Hem geloven. Helaas, zij hebben zich niet onderworpen aan deze gerechtigheid Gods. Zij zijn zo hoogmoedig, dat zij zich niet willen onderwerpen om behouden te worden door de gerechtigheid van een Ander, ook al is die Ander de Heere Jezus Christus Zelf. Toch is dit het hoofdpunt: de onderwerping van onze hoogmoedige wil aan de gerechtigheid Gods.

Dat is het grote kwaad bij mensen die niet behouden zijn. Zij zijn zeer oprecht, zeer ernstig, maar zij willen zich niet onderwerpen aan de gerechtigheid Gods. Zij willen niet toestemmen om rechtvaardig gemaakt te worden door de genade van God door Jezus Christus; maar zij trachten hun eigen gerechtigheid op te richten. Het drukt heel treffend uit hoeveel energie mensen erin steken, en tot welke uitvluchten zij hun toevlucht nemen, om een eigen gerechtigheid tot stand te brengen. Zij zullen ernaar streven, ja, tot aan de poorten van de hel; zij zullen proberen omhoog te klimmen met gebeden, tot aan de poorten van de hemel toe. Zij trachten hun eigen gerechtigheid op te richten, maar zij kennen de gerechtigheid Gods niet, en weigeren zich eraan te onderwerpen.

Zij waren zeer ijverig; maar het was blinde ijver. Zij waren zeer energiek; maar zij gebruikten hun energie om de verkeerde weg te gaan. God heeft een gerechtigheid, en onze wijste weg is ons eraan te onderwerpen. Onze eigen gerechtigheid, stellen wij haar tegenover Gods weg van zaligheid, zal onze zonde alleen maar vermeerderen. U kunt evengoed door uw gerechtigheid te gronde gaan als door uw ongerechtigheid, stelt u haar in de plaats van de zaligheid door genade door het geloof in Jezus Christus.

Romeinen 10:4

KruisverwijzingenGalaten 3:24Romeinen 8:3Hebreeën 9:7Romeinen 7:1Mattheüs 5:17Jesaja 53:11Mattheüs 3:15Handelingen 13:38
— Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.

Christus is het einddoel van de wet; en gaan wij tot de wet, aangenomen en beschermd door Hem, dan bieden wij aan de wet alles wat zij ooit van ons zou kunnen eisen. Christus heeft de wet vervuld namens allen die in Hem geloven, zodat haar vloek voor ons allen, die door Christus tot haar naderen, is afgeschaft.

Wie in Christus gelooft, is even rechtvaardig als de wet hem ooit gemaakt zou kunnen hebben, had hij haar volmaakt gehouden. Het einde van de wet is gerechtigheid; dat wil zeggen, haar vervulling; en wie Christus heeft, zal de wet in Christus vervuld zien, en de gerechtigheid van Christus op zichzelf toegepast.

Krijgen wij Christus door het geloof, dan hebben wij de gerechtigheid van de wet. Alles wat ooit door de hoogste en volmaaktste gehoorzaamheid aan de wet tot ons had kunnen komen, ontvangen wij door het geloof in Christus Jezus. Wij staan nu niet meer onder dat verbond der werken. Wij zullen nooit op die manier tot gerechtigheid komen.

Romeinen 10:5-9

KruisverwijzingenDeuteronomium 30:14Lukas 12:8Filippenzen 2:11Leviticus 18:51 Johannes 4:2Ezechiël 20:13Nehemia 9:29Ezechiël 20:21
— Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven. Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? Hetzelve is Christus van boven afbrengen. Of, wie zal in den afgrond nederdalen? Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen. Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken. Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.

“De rechtvaardigheid, die uit het geloof is,” is iets heel anders dan de rechtvaardigheid die uit de wet is. Het is geen zaak van doen, en leven door te doen, maar van vertrouwen, en voor altijd leven door te vertrouwen. Waar bent u mee bezig, u die naar de sterren zou willen klimmen, of u die in de afgrond zou willen storten? Er is niets wat u hoeft te doen, niets wat u hoeft te voelen, niets wat u hoeft te zijn, om door God aangenomen te worden. Maar, zoals u bent, als u Christus in uw hart wilt ontvangen, en Hem met uw mond belijden, zult u behouden worden. Och, deze heerlijke weg van de zaligheid van de zondaren! Zo eenvoudig, en toch zo veilig; zo duidelijk, en toch zo verheven: dat ik mijn eigen gerechtigheid mag afleggen, en gewoon de gerechtigheid van Christus mag aannemen, en ermee bedekt worden van hoofd tot voeten! Ik mag wel bereid zijn mijn eigen gerechtigheid af te leggen, want zij is een hoop vuile lompen, alleen geschikt om verbrand te worden.

Ach, dat is iets heel anders. Het spreekt niet over doen en leven, “maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus.”

Als Degene door Wie de wet gegeven werd, wist Mozes hoe hij haar moest beschrijven; en wij mogen er zeker van zijn dat hij zich niet vergiste. Dit is zijn beschrijving van de wettische gerechtigheid: “De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.” Dat is het: doe en leef. Dat is de wet, en een zeer rechtvaardige wet ook. Laat iets ongedaan, of breek het gebod op enig punt, en u sterft; dat is de wet.

Hoe eenvoudig! Geen klimmen, geen duiken, geen inbeelden, geen langdurig verstandelijk redeneren, geen worsteling van het denkvermogen. Het is eenvoudig: geloof Gods getuigenis aangaande Zijn Zoon, en u zult behouden worden.

Daar hebt u het Evangelie in een notendop. Wat een eenvoudige weg is het, deze grote feiten over de Heere Jezus Christus te geloven, ze werkelijk zo te geloven, dat zij praktische krachten in uw leven worden. Dit is de hele weg van de zaligheid. Christus hoeft niet neergehaald te worden. Hij is gekomen. Hij hoeft niet opgehaald te worden. Hij is uit de doden opgestaan. Het werk is volbracht. Wat u hebt te doen, is dat volbrachte werk te geloven, en het als het uwe aan te nemen, en u zult behouden worden.

Gods weg van de zaligheid is dus: geloof en leef. Geloof in Christus; Christus, Die stierf, Christus, uit de doden opgewekt. Gelooft u zo, dan bent u behouden. U hoeft niet in vervoering ten hemel op te stijgen, en ook niet in wroeging naar de hel af te dalen. Zoals u bent, geloof en leef. Dit is de weg van de gerechtigheid Gods.

Dit is heel iets anders. Ook hier is het Mozes die spreekt, als in het vorige vers. Dit is wat de gerechtigheid van het geloof zegt.

Romeinen 10:10-14

KruisverwijzingenJesaja 28:16Handelingen 2:21Joël 2:32Romeinen 9:331 Petrus 2:6Romeinen 3:22Jesaja 49:23Markus 16:15
— Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid. Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden. Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen. Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?

Hoe kan er waar gebed zijn, zonder geloof? Hoe zal ik waarlijk tot God kunnen bidden, als ik niet werkelijk in Hem geloof? “Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.”

Hoe verschilt dit alles van dat trachten om onze eigen gerechtigheid op te richten, dat opstellen van gebeden, en tranen, en kerkgang, en goede werken, en ik weet niet wat nog meer! In plaats daarvan wordt hier Christus voorgesteld. Neemt u Hem aan als de uwe, dan bent u begenadigd in de Geliefde en, gerechtvaardigd uit het geloof, hebt u vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Och, wat een zegen is dit!

Waar geloof moet vergezeld gaan van een openlijke belijdenis. Kom naar voren, en beken uiterlijk wat u innerlijk gelooft. Denk aan die woorden van de Heere Jezus: “die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden.” Ook hier komt de belijdenis na het geloof, zoals het ook moet zijn. Eerst de werkelijkheid, de zaak zelf, het geloof; daarna het uiterlijke, zichtbare teken in de belijdenis van dat geloof.

Al deed hij veel waarvoor hij zich zou moeten schamen: bracht de wet hem zo tot het geloven in Jezus Christus tot gerechtigheid, dan is hij rechtvaardig. En zo rechtvaardig, dat hij zich nooit zal hoeven te schamen over zijn gerechtigheid, of over zijn geloof in Christus. Wilde God dat sommigen van hen die hun eigen gerechtigheid trachten op te richten, geleid werden om deze weg te proberen, en in Jezus Christus te geloven.

Hij hoeft zich nooit te schamen over zijn geloof. Het zal hem dragen; het zal hem er doorheen dragen; het zal hem ten hemel dragen.

Dit was de oude profetie van Joël. De Joden kenden haar. Het is de nieuwe leer van het Evangelie. De heidenen kennen haar. Och, wie zou niet willen zijn in dat brede “een iegelijk,” opdat hij zaligheid mocht vinden?

Dat is een wonderlijke zin; grijp haar aan. Twijfelende, verontruste zielen, grijp haar aan, geloof haar, beoefen haar; en u zult haar waar bevinden.

Wat een gezegend woord is dat: er is geen onderscheid tussen de Jood en de Griek! Er zijn er die dat onderscheid willen handhaven. Zij zeggen dat wij Israël zijn, of iets dergelijks. Het kan mij niet schelen wat wij zijn. Er is geen onderscheid tussen de Jood en de Griek.

Iemand zei tegen mij: “ik denk dat de Roomse Kerk niet de Kerk van Christus kan zijn. Ik denk niet dat de Kerk van Engeland de Kerk van Christus is. Denkt u dat de Baptisten de Kerk van Christus zijn?” En mijn antwoord was: de Kerk van Christus is te vinden, verspreid door alle kerken, en door geen enkele kerk. Het is een volk dat God uit de mensen heeft uitgekozen. Zij zijn hier en daar en overal te vinden, een geestelijk zaad dat God als het Zijne heeft afgezonderd. Zij zijn hieraan te herkennen, dat zij de Naam van de Heere aanroepen, en “eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen.”

Wij roepen die Naam aan door er vertrouwen in te stellen; door tot God te spreken in het gebed, met gebruik van die Naam; door de majesteit en de Naam van God te aanbidden en eerbiedig te verkondigen. Een iegelijk die die grote Naam zal aanroepen of inroepen, zal zalig worden.

Romeinen 10:14-15

KruisverwijzingenJesaja 52:7Nahum 1:15Markus 16:15Titus 1:3Lukas 24:46Efeze 6:15Jesaja 61:1Efeze 2:17
— Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!

Wij moeten weten wát wij moeten geloven; en kennen wij het, dan zullen wij door de Heilige Geest geholpen worden om het te geloven. Bereikt het Woord van de Heere een mens niet, hetzij door de levende stem, hetzij door de drukpers, die vaak de plaats van de prediker inneemt, hoe zal hij het dan kunnen geloven? U ziet hier wat ik dikwijls “het hele werktuig der zaligheid” genoemd heb. Eerst komt de prediker die het Evangelie verkondigt, dan komt de zondaar die luistert, dan komt de hoorder die het gelooft. Als gevolg daarvan roept hij de Naam van de Heere aan, als iemand die met een eeuwige zaligheid behouden is.

Aan de wortel van de zaligmakende aanroeping of oproep moet werkelijk geloof liggen. Er kan geen ware aanbidding van God zijn, tenzij zij gegrond en gefundeerd is op geloof in God.

Er kan niet zoiets zijn als het geloven van wat nooit in ons gehoor gesproken is, en ons nooit bekend gemaakt is. Lezen doet natuurlijk vaak hetzelfde als horen. Het is een soort horen van het Woord; maar een mens moet het weten, anders kan hij het niet geloven.

Ziet u het werktuig van het Evangelie? Daar is het aanroepen van de Naam. Dat komt uit het geloof voort. Daar is het geloof, dat uit het horen komt; maar daar is het horen, dat uit de prediking komt.

Zo goed beschouwd, staat de nederigste prediker van het Evangelie in de meest plechtige verhouding tot de mensheid. Zijn Meester zendt hem. Hij brengt zijn boodschap. Mensen horen haar, geloven haar, en worden erdoor behouden. Gelukkig de boodschapper. Wel mag zijn hart zich verblijden, ook al is zijn ziel bezwaard, omdat hij zulk werk mag doen in de Naam van zijn Meester.

Zie hier het hele werktuig van de zaligheid. God verschaft de zaligheid in Christus Jezus, Hij zendt de prediker om ervan te vertellen, mensen horen, zij geloven, en de zaligheid is de hunne. U hoeft haar niet zelf te bewerken, u hoeft alleen aan te nemen wat voor u gemaakt is. Het is niet wat u zult doen, dat u zal redden; het is wat Christus gedaan heeft. U moet uit zelfvertrouwen komen, tot vertrouwen op Hem; en zodra u dat doet, bent u behouden.

Romeinen 10:15

KruisverwijzingenJesaja 52:7Nahum 1:15Efeze 6:15Jesaja 61:1Efeze 2:17Mattheüs 28:18Efeze 4:111 Petrus 1:12
— En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!

Hier is de grote motor achter heel het werktuig: God, Die de prediker zendt; God, Die het Woord zegent; God, Die het geloof in het hart van de hoorders werkt.

Slechte prediking zal niet het soort prediking zijn dat gelovig gehoor voortbrengt, tenzij zij gezonden zijn. Zendt God de man niet, dan had hij beter thuis kunnen blijven. Alleen zoals God hem zendt, zal God hem zegenen. Hij is verplicht Zijn eigen boodschapper te steunen, wanneer die Gods eigen boodschap overbrengt. “Hoe zullen zij dan prediken, indien zij niet gezonden worden?”

Zij zijn zo mooi, omdat, ziet u, God ze aan de wortel van alles heeft gelegd. God maakt de prediker die Hij zendt, tot de bron van zoveel goeds. Door zijn prediking komt het horen, door het horen komt het geloven, en uit het geloven komt het aanroepen van de Naam, en de zaligheid.

Romeinen 10:16

KruisverwijzingenJesaja 53:1Romeinen 3:3Hebreeën 4:21 Petrus 2:8Johannes 12:38Romeinen 2:8Jesaja 50:10Romeinen 16:26
— Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd?

Wat Jesaja zegt, hebben menig prediker sindsdien moeten herhalen: “wee, wee ons hierover.”

“Doch.” Een droevig “doch” is dit. Och, dit is het kwade ervan. Het Evangelie heeft dus een gezag over zich; anders zou de apostel niet spreken van het Evangelie gehoorzamen. Mensen zijn verplicht te geloven wat God hun verklaart, en hun ongeloof is een ongehoorzaamheid.

Alsof er zo weinigen waren die het geloofden, dat hij moest vragen wie zij waren.

Och nee; allen die het gehoord hebben, hebben het niet gehoorzaamd! Er zijn hier velen die het van kindsbeen af gehoord hebben, en toch hebben zij het niet gehoorzaamd. Let op het woord “gehoorzaam,” want het Evangelie komt tot u met de kracht van een gebod. Verwerpt u het, dan zondigt u ertegen, want het is uw plicht het aan te nemen.

Zo weinigen waren gehoorzaam, dat hij vroeg waar zij waren.

Romeinen 10:17-19

KruisverwijzingenGalaten 3:2Deuteronomium 32:21Galaten 3:5Psalmen 19:4Romeinen 1:16Markus 4:24Romeinen 11:11Jakobus 1:18
— Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods. Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld. Maar ik zeg: Heeft Israel het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenen, die geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken.

Had het Joodse volk niet een tijd van horen en onderricht gehad? Zeker wisten zij het, en zij wisten ook dat het Evangelie niet tot hen beperkt zou blijven. Zij hadden een waarschuwing dat het zelfs van hen weggenomen en naar andere volken gezonden zou worden.

U bent dus wijs, dierbare vriend, zoekt u de zaligheid, om een hoorder van het Woord te zijn. Maar zorg ervoor dat het het Woord van God is dat u hoort, want het woord van mensen kan u niet redden. Het kan u misleiden. Het kan u een valse vrede geven; maar het horen dat redt, is het horen dat komt door het Woord van God. Och, wees dan voorzichtig dat u niet heen en weer loopt, alleen vanwege de gevatheid van bepaalde sprekers; maar blijf bij het Woord van God, wie het ook predikt, want “zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”

Och, mochten zij inderdaad horen!

Deze zelfde mensen voor wie de apostel bad, hebben zij niet gehoord?

De prediking van het Evangelie ging uit onder die Israëlieten, die het verwierpen. Waar zij ook gingen, het Evangelie scheen hen te volgen als hun schaduw. Zij konden er niet aan ontkomen, maar zij geloofden het niet.

Heeft Hij het niet gedaan? Israël wordt verworpen, en blijft zonder Christus, terwijl velen uit een dwaas volk van heidenen, die afgodendienaars waren, Christus hebben aangenomen. Mensen die door Gods uitverkoren volk Israël als honden werden beschouwd, zijn het huis van de Heere binnengekomen, en toch weigert Israël te komen.

Werkelijk, Israël wist het wel, maar geloofde het niet.

Mozes vertelde hun dat het zo zou gaan, als zij Christus verwierpen. Christus zou aan de heidenen gepredikt worden, en zij die zij als dwazen beschouwden, zouden ingaan en aannemen wat zij verworpen hadden.

Romeinen 10:20-21

KruisverwijzingenRomeinen 9:30Jesaja 65:1Mattheüs 22:9Jesaja 55:4Jesaja 49:6Lukas 14:23Mattheüs 20:16Jesaja 65:2
— En Jesaja verstout zich, en zegt: Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden. Maar tegen Israel zegt Hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.

Hij vertelde hun dus, dat God een volk zou redden dat tot dan toe nooit naar God gezocht had. Hij zou het Evangelie zenden aan een volk dat dood was in de zonde, en nooit gevraagd had om het licht en leven van God te ontvangen.

Hoor dan, u die nooit enige godsdienst gehad hebt; u die zelden naar het huis van God gaat. Ook u kunt behouden worden, want er staat geschreven: “Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten.”

Hier is de openbaring van soevereine genade, God die kiest en zaligmaakt wie Hij wil, ongeacht hun toestand; die de soevereiniteit van Zijn barmhartigheid uitoefent, door de meest onwaardigen te redden.

In de houding van uitnodiging en smeking, en bereidheid om te ontvangen —

En dat heeft Hij ú gedaan, o zorgeloos kind van vrome ouders, o onbekeerde hoorder van het Woord! De hele dag heeft Hij gestaan, en Zijn handen uitgestrekt naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk. De Heere vergeve dat alles, om Jezus’ wil! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Een eenvoudige preek voor zoekende zielen

Preken

Spurgeon legt eenvoudig uit hoe mensen gered worden: door de Naam van de Heere aan te roepen (Rom. 10:13), wat aanbidding, bidden, vertrouwen in Christus en belijdenis betekent.…

Wat moet ik prediken?

Voor kinderen

Spurgeon vergat zijn preek, maar God gebruikte een onweersbui om twee mannen tot geloof te brengen.

God heeft gesproken

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. Romeinen 10:17 Merk op dat de vreugde van het geloof geworteld is…

Christus of werk

Voor kinderen

Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt. Romeinen 10:9 Er was eens een man die manager was van een grote brouwerij. Dat is een plek waar…

Rom. 10:16‭ - Ongehoorzaamheid aan het evangelie

Preekaantekeningen

Doch zij zijn niet allen het evangelie gehoorzaam geweest, want Jesaja zegt: Heere: wie heeft onze prediking geloofd? Rom. 10:16 De mens is onder alle bedelingen hetzelfde ongehoorzame…

Rust niet eerder dan om Zijn hals

Voor Iedere Dag

En hij stond op en ging naar zijn vader. En toen hij nog ver van hem verwijderd was, zag zijn vader hem en deze was met innerlijke ontferming…

Belijden

Aan De Voeten Van De Meester

Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid. Romeinen 10:10 De jonge Jozef verliest zijn mantel aan zijn wellustige meesteres,…

Niet uitgesloten

Aan De Voeten Van De Meester

Die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden Romeinen 10: 13 Twijfelen aan uw recht om tot Jezus te komen is een droevige zaak. Het bederft…

Hoor je de roeping?

Aan De Voeten Van De Meester

Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen…

Een gedenkteken voor de doden en een stem voor de levenden

Preken

Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: de mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven. Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof…

Vrije genade

Preken

En Jesaja verstout zich en zegt: Ik ben gevonden van degenen die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen die naar Mij niet vraagden. Maar tegen Israël…

Ben ik wel uitverkoren?

Preken

Laten wij in de eerste plaats letten op Gods soevereiniteit zoals we daarvan lezen in Rom. 10:20-21: “Ik ben gevonden van degenen die Mij niet zochten; Ik ben…

Want het einde der wet is Christus

Preken

Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft. Romeinen 10:4 Onlangs spraken we samen over de dagen van de Zoon des mensen. O, dat…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content