“En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.”—Lukas 15:20
Lees verder: Markus 10:17-22.
U verlangt naar God; u zou het eeuwige leven grijpen als dat kon. Maar u voelt u te ver weg om nog echt hoop te hebben die rust geeft. Ik moet u bekennen dat ik in deze toestand voor u vrees. Ik ben bang dat u, nadat u zo ver gekomen bent, toch weer teruggaat. Ik ken er veel die zo ver gekomen zijn en uiteindelijk toch teruggegaan zijn. Vergeet niet dat een verlangen naar God u niet redt. U moet Christus vinden. Zeggen: “Ik zal opstaan” is niet genoeg; zelfs opstaan is niet genoeg. U mag nooit rusten voordat de Vader u gekust heeft en u “het beste kleed” heeft omgedaan. Ik ben bang dat u tevreden zult rusten en zult zeggen: “Ik verkeer in een slechte toestand. De dominee vertelde me dat veel gelovigen in zo’n toestand terechtkomen voordat ze gered werden. Hier zal ik rusten.” Mijn beste vrienden, het is een goede toestand om doorheen te gaan, maar een slechte toestand om in te rusten! Ik bid dat u nooit tevreden zult zijn met een gevoel van zondigheid en nooit tevreden zult zijn met het besef dat u niet bent zoals u zou moeten zijn. Nog nooit is iemand genezen doordat hij wist dat hij ziek was. Dat besef is tot op zekere hoogte een goed teken, want het bewijst dat hij nog niet waanzinnig is. Maar weten dat u ziek bent, maakt u niet gezond. Het is goed dat u het weet, want nu kunt u een dokter roepen. Doet u dat niet, dan zult u sterven, of u zich nu ziek voelt of niet.
Ter overdenking
Gebruikt u het excuus dat u te ver bij God vandaan bent? Dat zal u niet vrijpleiten, want God is maar één geloofsroep van u verwijderd (Romeinen 10:6-9). De tollenaar in de gelijkenis was ver bij God vandaan geraakt, maar dat weerhield hem er niet van om God om genade te smeken en die te ontvangen (Lukas 18:13-14). Preek 588, 4 september 1864

