Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
De HEEREH3068 regeertH4427, de aardeH776 verheugeH1523 zich; dat veelH7227 eilandenH339 zich verblijdenH8055.
De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden.
KJV
The LORD1
reigneth;2
let the earth4
rejoice;3
let the multitude7
of isles6
be glad
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
RondomH5439 Hem zijn wolkenH6051 en donkerheidH6205, gerechtigheidH6664 en gerichtH4941 zijn de vastigheidH4349 Zijns troonsH3678.
Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons.
KJV
Clouds1
and darkness2
are round about3
him: righteousness4
and judgment5
are the habitation6
of his throne.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Een vuurH784 gaatH3212 voor Zijn aangezichtH6440 heen, en het steektH3857 Zijn wederpartijenH6862 rondomH5439 aan brandH3857.
Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijn wederpartijen rondom aan brand.
KJV
A fire1
goeth3
before2
him, and burneth up4
his enemies6
round about.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Zijn bliksemenH1300 verlichtenH215 de wereldH8398; het aardrijkH776 zietH7200 ze en het beeftH2342.
Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft.
KJV
His lightnings2
enlightened1
the world:3
the earth6
saw,4
and trembled.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
De bergenH2022 smeltenH4549 als was voor het aanschijnH6440 des HEERENH113, voor het aanschijnH6440 des HEERENH3068 der ganseH3605 aardeH776.
De bergen smelten als was voor het aanschijn des HEEREN, voor het aanschijn des HEEREN der ganse aarde.
KJV
The hills1
melted3
like wax2
at the presence4
of the LORD,5
at the presence6
of the Lord7
of the whole earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
De hemelenH8064 verkondigenH5046 Zijn gerechtigheidH6664, en alleH3605 volkenH5971 zienH7200 Zijn eerH3519.
De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.
KJV
The heavens2
declare1
his righteousness,3
and all the people6
see4
his glory.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
BeschaamdH954 moeten wezen allenH3605, die de beeldenH6459 dienenH5647, die zich op afgodenH457 beroemenH1984; buigtH7812 u neder voor Hem, alleH3605 gij godenH430!
Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!
KJV
Confounded1
be all they that serve3
graven images,4
that boast5
themselves of idols:6
worship7
him, all ye gods.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
SionH6726 heeft gehoordH8085, en het heeft zich verblijdH8055, en de dochterenH1323 van JudaH3063 hebben zich verheugdH1523 vanwege Uw oordelenH4941, o HEEREH3068!
Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen, o HEERE!
KJV
Zion3
heard,1
and was glad;2
and the daughters5
of Judah6
rejoiced4
because of thy judgments,8
O LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
WantH3588 GijH859, HEEREH3068! zijt de AllerhoogsteH5945 overH5921 de geheleH3605 aardeH776; Gij zijt zeer hoogH3966 verhevenH5927 bovenH5921 alleH3605 godenH430.
Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.
KJV
For thou, LORD,3
art high above4
all the earth:7
thou art exalted9
far above8
all gods.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Gij liefhebbersH157 des HEERENH3068! haatH8130 het kwadeH7451; Hij bewaartH8104 de zielenH5315 Zijner gunstgenotenH2623; Hij redtH5337 hen uit der goddelozenH7563 handH3027.
Gij liefhebbers des HEEREN! haat het kwade; Hij bewaart de zielen Zijner gunstgenoten; Hij redt hen uit der goddelozen hand.
KJV
Ye that love1
the LORD,2
hate3
evil:4
he preserveth5
the souls6
of his saints;7
he delivereth10
them out of the hand8
of the wicked.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Het lichtH216 is voor den rechtvaardigeH6662 gezaaidH2232, en vrolijkheidH8057 voor de oprechtenH3477 van hartH3820.
Het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart.
KJV
Light1
is sown2
for the righteous,3
and gladness6
for the upright4
in heart.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Gij rechtvaardigenH6662! verblijdtH8055 u in den HEEREH3068, en spreekt lofH3034 ter gedachtenisH2143 Zijner heiligheidH6944.
Gij rechtvaardigen! verblijdt u in den HEERE, en spreekt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.
KJV
Rejoice1
in the LORD,3
ye righteous;2
and give thanks4
at the remembrance5
of his holiness.
regeert, de
Dat is, Hij bewijst metterdaad dat Hij Koning is, niet alleen van het volk Israël, maar van de ganse wereld.
Hertaald:
regeert, de
Dat is: Hij bewijst metterdaad dat Hij Koning is, niet alleen van het volk Israël, maar van de hele wereld.
eilanden zich
Dat is, volken en natiën op de eilanden wonende, gelijk Jes. 42:4 , en Jes. 60:9 .
Hertaald:
eilanden zich
Dat is: de volken en naties die op de eilanden wonen, zoals Jes. 42:4, en Jes. 60:9.
Rondom Hem
Zie dergelijke beschrijving van de macht en majesteit Gods; Ps. 18:8-9 , enz.
Hertaald:
Rondom Hem
Zie een dergelijke beschrijving van Gods macht en majesteit in Ps. 18:8-9, enzovoort.
wolken en
Hebr. ene wolk.
Hertaald:
wolken en
Hebreeuws: een wolk.
gerechtigheid
Zie de aantekening bij Gen. 18:19 .
Hertaald:
gerechtigheid
Zie de aantekening bij Gen. 18:19.
vastigheid
Of, het steunsel, of het fondament.
Hertaald:
vastigheid
Of: het steunsel, of het fundament.
Een vuur
Versta door het vuur de gestrenge wraak en straf Gods.
Hertaald:
Een vuur
Versta onder het vuur de strenge wraak en straf van God.
ziet ze en
Te weten, de bliksems.
Hertaald:
ziet ze en
Namelijk: de bliksemschichten.
het beeft
Of, het werd angstig; te weten, gelijk ene vrouw, die het wee van het baren overkomt.
Hertaald:
het beeft
Of: het werd angstig, namelijk zoals een vrouw die de weeën van de geboorte overvallen.
hemelen
Versta, de hemelse creaturen of schepselen, als donder, bliksem hagel, sneeuw, stormen, enz., of de engelen.
Hertaald:
hemelen
Versta: de hemelse schepselen, zoals donder, bliksem, hagel, sneeuw, stormen, enzovoort; of de engelen.
de beelden
Hebr. het gesneden, of gegraven beeld.
Hertaald:
de beelden
Hebreeuws: het gesneden of gegraven beeld.
afgoden beroemen;
Zie Lev. 19:4 , en 1 Sam. 12:21 .
Hertaald:
afgoden beroemen;
Zie Lev. 19:4, en 1 Sam. 12:21.
gij goden
Dat is, engelen. Zie Ps. 8:6 ; Hebr. 1:6 . En zie de vervulling dezer woorden in Christus; Marc. 1:13 ; Luc. 2:13-14 ; Openb. 5:11-12 ; Hebr. 1:7 .
Hertaald:
gij goden
Dat is: engelen. Zie Ps. 8:6; Hebr. 1:6. En zie de vervulling van deze woorden in Christus; Mark. 1:13; Luk. 2:13-14; Openb. 5:11-12; Hebr. 1:7.
Sion
Dat is, de kerk Gods, zo der Joden als der heidenen.
Hertaald:
Sion
Dat is: de kerk van God, zowel uit de Joden als uit de heidenen.
heeft gehoord
Te weten, de oordelen en straffen Gods over zijne vijanden, gelijk blijkt uit het einde van dit vers.
Hertaald:
heeft gehoord
Namelijk: de oordelen en straffen van God over Zijn vijanden, zoals blijkt uit het slot van dit vers.
de dochteren
Versta, de inwoners van het Joodse land, gelijk Ps. 48:12 ; en voorts de ganselijke kerk.
Hertaald:
de dochteren
Versta: de inwoners van het Joodse land, zoals Ps. 48:12; en verder de hele kerk.
goden
Gelijk vs.7.
Hertaald:
goden
Zoals vers 7.
Het licht
Dat is, voorspoed en geluk, vreugde en blijdschap, gelijk Est. 8:16 . Zie Job 18:6 .
Hertaald:
Het licht
Dat is: voorspoed en geluk, vreugde en blijdschap, zoals Esth. 8:16. Zie Job 18:6.
gezaaid
Het gaat met den troost, die den vromen bereid is, gelijk met het zaad, dat in de aarde geworpen wordt, hetwelk zo straks niet opgaat, maar het blijft dikwijls lang in de aarde liggen eer het voortkomt; doch het brengt daarna schone vruchten voort. De rechte vreugde en vrucht der kinderen Gods is hun in den hemel bereid, maar nu verborgen.
Hertaald:
gezaaid
Met de troost die voor de vromen bereid is, gaat het als met het zaad dat in de aarde geworpen wordt: dat komt niet meteen op, maar blijft vaak lang in de aarde liggen voordat het uitkomt; daarna brengt het echter mooie vruchten voort. De echte vreugde en vrucht van Gods kinderen is voor hen in de hemel bereid, maar nu nog verborgen.
ter gedachtenis
Dat is, dat zijne heiligheid in gedachtenis moge gehouden worden, gelijk Ps. 30:5 .
Hertaald:
ter gedachtenis
Dat is: opdat Zijn heiligheid in gedachtenis gehouden wordt, zoals Ps. 30:5. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen" (Ps. 93:1). Met deze woorden begint een reeks psalmen die alle over hetzelfde gaan (Ps. 95 tot Ps. 100). Daarna komt het beeld van het water: "De rivieren verheffen, o HEERE! de rivieren verheffen haar bruisen" (Ps. 93:3), en dan het antwoord: "Doch de HEERE in de hoogte is geweldiger dan het bruisen van grote wateren, dan de geweldige baren der zee" (Ps. 93:4). Dezelfde belijdenis klinkt verderop: "Zegt onder de heidenen: De HEERE regeert" (Ps. 96:10). En bij die koning hoort heiligheid: "Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!" (Ps. 99:5). Ook wordt er iets van de onderdanen gevraagd: "Gij liefhebbers des HEEREN! haat het kwade" (Ps. 97:10). Bijbelse betekenis: Het bruisende water is in de Schrift vaker het beeld van de volken die tekeergaan. De psalm ontkent dat rumoer niet; er staat driemaal dat de rivieren zich verheffen. Wat ertegenover gezet wordt, is één woord: de HEERE is geweldiger. Merk op dat het koningschap in Ps. 93:1 met kleding beschreven wordt. Hoogheid en sterkte zijn wat Hij aanheeft, en Hij heeft Zich omgord als iemand die aan het werk gaat. Let ten slotte op Ps. 97:10. Wie belijdt dat de HEERE regeert, wordt daarmee niet toeschouwer; het haten van het kwade hoort erbij. Typologie: Openbaring laat bij de zevende bazuin dezelfde belijdenis klinken: "dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst" (Op. 11:17). Ps. 93:1-5; Ps. 96:10; Ps. 97:10; Ps. 99:5; Op. 11:17 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het koninkrijk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking Een korte psalm die begint met twee woorden waarin alles zit, en die vervolgens niet bij Israël blijft staan maar meteen de eilanden en de hele aarde erbij haalt. Er is geen aanleiding genoemd; er wordt alleen vastgesteld hoe het is. De aarde wordt opgeroepen zich te verheugen omdat de HEERE regeert, en de engelen worden opgeroepen zich neer te buigen — een vers dat de Hebreeënbrief op de Zoon toepast. De psalm opent met een mededeling en niet met een gebed: “De HEERE regeert, de aarde verheuge zich.” De kanttekening scherpt aan wat dat regeren inhoudt: Hij bewijst metterdaad dat Hij Koning is, niet alleen van het volk Israël maar van de hele wereld. En daarom worden de eilanden erbij geroepen, dat wil zeggen de volken die daar wonen. Wat er dan van die Koning gezegd wordt, is niet vriendelijk bedoeld maar ontzagwekkend. Rondom Hem zijn wolken en donkerheid; gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid van Zijn troon. Vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, de bergen smelten als was, de hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid. Het is dezelfde beeldtaal als bij de Sinaï: waar Hij nadert, is het donker en warm tegelijk. En dan komt het vers waarom deze psalm hier staat: “Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!” Wie die goden zijn, laat de kanttekening niet in het midden: dat zijn de engelen. En zij doet meteen iets dat men in een kanttekening niet vaak zo rond ziet staan — zij verwijst naar Hebreeën 1 en zegt er dan bij: zie de vervulling van deze woorden in Christus. De plaatsen die zij daarvoor noemt zijn de moeite van het nalopen waard, want zij lopen door het hele Evangelie heen. In de woestijn, na de verzoeking, dienden de engelen Hem. In de velden van Efratha stond opeens een menigte van het hemelse heirleger. En in de Openbaring hoort Johannes tienduizend maal tienduizenden rondom de troon zeggen dat het Lam waardig is. Het bevel van dit vers is dus niet onbeantwoord gebleven. De Hebreeënbrief gebruikt het om iets te bewijzen dat hij aan het begin van zijn brief moet vaststellen: dat de Zoon hoger is dan de engelen. Wanneer Hij de Eerstgeborene in de wereld inbrengt, zegt hij, staat er: en dat alle engelen Gods Hem aanbidden. Een gebod dat aan engelen gegeven wordt om zich neer te buigen, kan alleen gelden voor Iemand Die zij mógen aanbidden — en dat is God alleen. Het slot van de psalm gaat over wie er blij mag zijn met deze Koning, en de toon wordt daar opeens huiselijk. Sion heeft het gehoord en zich verblijd. De kanttekening leest daaronder de kerk van God, vergaderd zowel uit de Joden als uit de heidenen. En er staat een belofte bij die klein en concreet is: Hij bewaart de zielen Zijner gunstgenoten, Hij redt hen uit der goddelozen hand. In het Nieuwe Testament: Hebreeën 1:6; Lukas 2:13-14; Mattheüs 4:11; Openbaring 5:11-12; Filippenzen 2:10
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Spurgeon roept christenen op alle kwaad te haten, eerst in zichzelf en dan in anderen, en toont hoe deze haat samengaat met liefde tot de zondaar, met vele… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" De Heere regeert, laat de aarde zich verheugen. Psalm 97 vers 1 Er zijn geen redenen om ongerust te zijn zolang… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" U die de HEERE liefhebt, haat het kwade. Psalm 97 vers 10 Je hebt genoeg reden om het kwade te haten.… 7 Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden! 8 Sion heeft gehoord, en het heeft… 1 De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden. 2 Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons. 3 Een… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 97
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De HEERE regeert — 97:1-12
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Rechtvaardige haat
De Heere regeert, laat de aarde zich verheugen.
U die de HEERE liefhebt, haat het kwade
Psalm 97:7-12
Psalm 97:1-6


Psalmen 97
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Evenals in het jaar 615 vóór Christus aan de inwijding van den tempel van Zerubbabel, enige weken daarna, zich de viering van het Paasfeest aansloot, zo volgt nu hier in het vierde boek der Psalmen, op de beide Psalmen ter inwijding 95 en 96 de voor ons liggende Psalm bestemd voor de viering van het Paasfeest (Ezra 6: 19-22).
I. Vs. 1-7.KruisverwijzingenPsalmen 89:14→Psalmen 96:10→Psalmen 50:6→Hebreeën 1:6→Psalmen 93:1→Exodus 19:9→Psalmen 50:3→Habakuk 3:5→
— De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden. Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons. Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijn wederpartijen rondom aan brand. Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft. De bergen smelten als was voor het aanschijn des HEEREN, voor het aanschijn des HEEREN der ganse aarde. De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer. Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!
Was er bij het begin der Chaldeeuwse catastrofe een geloof, dat niet zag en toch geloofde, krachtens hetwelk Gods volk roemde: “De Heere regeert” (Psalm 93: 1), -want in steeds sterker tegenspraak tegen zulk een woord des geloofs, stelde zich voortaan de uitwendige gedaante der tijdsomstandigheden, en scheen daarentegen het geschreeuw van de macht der wereld te volharden: “Bel en Nebo, de goden van Babel, hebben het bestuur” -zo heeft nu, nadat intussen ongeveer 85 jaren verlopen zijn, het geloof toch recht verkregen, en kan dat zijn woord onder vrolijk gejuich herhalen, om zich te bevestigen. Toch is en blijft het daarbij een geloof, dat niet twijfelt aan datgene, dat men niet ziet, omdat het nog steeds over het tegenwoordige heen naar ene verdere toekomst, ja naar het einde van den tegenwoordigen tijd der wereld moet zien (vs. 1). Terwijl nu de Heere ons voor de ogen wordt geschilderd, gelijk Hij in vreselijke majesteit ten gerichte verschijnt en de afgodendienaars te schande maakt (vs. 2-7) zien wij de vervulling van de bede van den 94sten Psalm voor ons, maar ook de vervulling van het profetische gezicht in Jes. 46: 1 vv. “Bel is gekromd, Nebo wordt nedergebogen.”
De a) HEERE regeert, heeft de regering aanvaard (2 Samuel 15: 10. 1 Koningen 1: 11. 2 Koningen 9: 13 de aarde verheuge zich, want voor haar breekt nu met des Heeren heerschappij een nieuwe heerlijke tijd aan; dat vele eilanden, vele heidense volken, die aan de zee wonen, zich verblijden 1) (Jes. 42: 10-12; 51: 5).
Psalm 93: 1; 96: 10.
Als hij de mensen tot vreugde bedrijven uitnodigt, verklaart hij daarmee genoeg, dat God nooit regeert of tegelijk schittert de redding en het volle geluk. Als Hij nu een algemene vreugde aan de gehele wereld verschaft en wel in het bijzonder aan de Overzeese volken, dan wijst hij aan dat het rijk (Gods, wat toen binnen de enge grenzen van Judea was opgesloten, veel uitgebreider zou zijn, dewijl het tot de volken zich zou uitstrekken. In de vier volgende verzen, de hemelse glorie Gods, met Zijne waardigheden versierende, wil de Profeet alle stervelingen dringen, om Hem te vrezen. Want tot dit doel wordt de te vrezen majesteit Gods voorgesteld, opdat Hij het trotse en zondige vertrouwen op het vlees wegwerpen en met voeten vertrede. Want wij weten, dat er meer vrees verwekt wordt door het gezicht van de hemelse wolk, dan door het heldere licht, dewijl duisternis onze zinnen beklemt. Alzo twijfel ik ook niet, of de Profeet heeft door dit symbool vrees willen instorten, opdat de wereld te meer eerbied voor God zou ontvangen.
Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, wanneer Hij in Zijne heerlijkheid als Rechter verschijnt, waardoor Hij tot Zijne heerschappij komt (Psalm 18: 10, 12); gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons 1), de onwankelbare grond, waarop Zijn troon rust (Psalm 89: 15).
Houdt zich Gods heerschappij op het gebied van recht en gerechtigheid, zo moeten de heidenen sidderen, die recht en gerechtigheid in hun handelingen met Israël met voeten hebben getreden; een rechtvaardig gericht is voor hen verterende.
De dichter schijnt te zinspelen op de duistere wolk, waarin God oudtijds Zijne tegenwoordigheid zo dikwijls had geopenbaard tot troost Zijner gunstgenoten en tot schrik en straf der boosdoeners. Het doel dezer woorden is aan te tonen, de diepte en ondoorgrondelijkheid van Gods oordelen.
De beeldspraak is ontleend aan de verschijning des Heeren op Sinaï, maar de wijze, waarop de Heere zich aldaar openbaarde, wordt nu toegepast op de openbaring voor de toekomst. De Heere verschijnt in Zijne rechterlijke majesteit, en het vuur, waarvan in vs. 3 sprake is, is Zijn heilig toornvuur, wat vreselijk, ja, verterend zal zijn voor al Zijne wederpartijders.
Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, een vuur der wrake tegen Zijne vijanden (Psalm 50: 3), en het steekt Zijne wederpartijen rondom aan brand, zodra het deze bereikt (Jes.42:
.
Zijne bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft (Psalm 77: 11, 19. Nah. 1: 5. Openb. 4: 5).
De bergen smelten als was voor het aanschijn des HEEREN, voor het aanschijn des Heeren der ganse aarde (Micha 1: 4; 4: 13). Ook de bergen der menselijke hoogte en van den hoogmoed, de hoogten van menselijk verstand en ijdelheid en ook de koninkrijken der wereld. Neemt men de tekening, vs. 2-5 als ene poëtische schilderij in den Oostersen smaak, dan wordt hier in het algemeen aangewezen, dat de verhoogde Messias wel raad zou weten, om alle pogingen Zijner vijanden te verijdelen. -Er schijnen hier echter enige bijzonderheden bedoeld te worden. -Er is iets, waarin de tekening vs. 3 met die vs. 4 en 5 overeenkomt, namelijk dat de Heere Zijne regering met het vuur van wraak aanvaarden zou. Maar aan den anderen kant is er een verschil; in vs. 3 wordt een vuur beschreven, hetwelk onmiddellijk van ‘s Heeren troon zou afdalen, en al Zijne wederpartijders op eenmaal verteren; daar het oordeel, vs. 4 en 5 getekend, zulk een is, hetwelk meer algemeen de wereld treffen zou door gewone wegen der Voorzienigheid. De bliksemen toch, hoe ontzaglijk, behoren tot Gods gewoon bestuur, evenwel zouden de uitwerksels zo verbazend zijn, dat de bergen versmolten. Wanneer men nu dit onderscheid in het oog houdt, zal men het niet vreemd kunnen oordelen, dat hier verschillende handhavingen van Messias’ Koninkrijk tegen Joden en heidenen bedoeld worden. Beiden waren zij bittere vijanden van Christus’ koninkrijk, maar zij handelden uit zeer verschillende beginselen. Vs. 3 schijnt ons daarom te zien op de Joden, die zich uit haat en nijd tegen den Messias aankanten, al de vonken van onenigheid zouden door het geduchte vuur der Goddelijke wraak ontstoken worden tot ene volkomene verwoesting, zodat er geen ontvlieden aan zou wezen. Maar vs. 4 en 5 vinden wij hoe de Heere ten opzichte der heidenen zou werken door gewone wegen van Zijne Voorzienigheid door binnen- en buitenlandse oorlogen. Het een en ander heeft ook de vervulling bevestigd. Ten aanzien der Joden heeft men het duidelijk gezien in de gehele en allerschromelijkste verwoesting van hunnen kerk- en burgerstaat. Ook weten wij, hoe zich het Romeinse keizerrijk, hetwelk zich de heerschappij over de gehele wereld aanmatigde, verzet heeft tegen den Messias en Zijn koninkrijk, alsmede hoe het, van het begin des tegenstands af, door beroeringen en oorlogen ontwaakt is, en hoe, langs dezen weg het koninkrijk van den Messias is uitgebreid en de vervolgingen beteugeld zijn. Ja, dat menigmaal de opperhoofden te midden van hun woede als was versmolten voor het aangezicht des Heeren.
In dit vers wordt de schrikkelijke werking aangegeven van dat verschijnen des Heeren. Ongetwijfeld dienen hier de bergen, om daarmee aan te geven, dat al wat hoog en verheven is, en zich tegen God verzet, nooit voor Zijn aangezicht kan bestaan.
De hemelen verkondigen Zijne gerechtigheid (Psalm 19: 2; 50: 6), en alle volken zien, aanschouwen met vreze en diep ontzag, Zijne eer (Jes. 35: 2; 40: 5; 66: 18), welke zij door hun afdwaling zo snood hebben geschonden.
Beschaamd moeten wezen, wanneer alzo de heerlijkheid Gods verschijnt, en Hij zich in ontzettende gerichten bij de volken op aarde openbaart, allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen, want zij zullen met schrik hun verblinding gewaar worden (Jes. 42: 17. (Jer. 10: 14). Buigt u neer voor Hem, zo zal het dan heten, als de beelden en afgoden der heidenen in hun nietigheid openbaar zijn geworden, alle gij goden 1)!
Wanneer hij zegt: Buigt u neer voor hem alle goden, ofschoon hij dit eigenlijk van de Engelen zegt, waarin enig deel van Godheid schittert, kan het echter ook oneigenlijk op de valse goden betrekking hebben. Al wat voor God wordt gehouden, moet wijken en zich onderwerpen, opdat God alleen uitblinke.
De laatste volzin: “buigt u neer, alle gij goden!” zou, wanneer er geen helder licht uit het Nieuwe Testament op viel, inderdaad onverstaanbaar zijn; want moesten, gelijk vele uitleggers willen, onder “de goden” de afgoden worden verstaan, of de achter deze figurerende machten van demonischen aard, zo zou de aansporing tot aanbidding des Heeren niet op hare plaats zijn; zijn onder “de goden” de afgodendienaars gemeend, zo zijn deze even zo min in staat om te aanbidden, waartoe toch de ervaring der zaligmakende genade behoort; de gehele zamenhang wijst integendeel op de vijanden des Heeren die door het oordeel Gods, maar niet door de genade de ere des Heeren moeten erkennen. Na zegt de Heilige Geest in Hebr. 1: 6, dat onder “goden”, de heilige engelen moeten worden verstaan, die den eerstgeborene Gods even als bij de eerste, zo ook bij de tweede toekomst in de wereld vol aanbidding vergezellen.
Het woord in den grondtekst “Elohim” is door LXX vertaald door “engelen” en in navolging daarvan door de Syriër en de Vulgata. Nu verklaren enkelen (zie hierboven) in navolging daarvan “goden” door “engelen,” naar aanleiding van Hebr. 1: 6. In laatstgenoemde plaats is echter niet deze Schriftuur aangehaald, maar Deuteronomium 32: 43. De dichter wil hier er op wijzen, dat al wat zich voor “god” uitgeeft, maar niet God is, moet buigen voor Hem, die alleen de ware God is. Alle afgoderij moet verdwijnen, om plaats te maken voor de aanbidding van den God van Israël. 8.
II. Vs. 8-12.KruisverwijzingenSpreuken 8:13→Romeinen 12:9→Psalmen 30:4→Psalmen 48:11→Psalmen 83:18→Psalmen 95:3→Psalmen 34:14→Amos 5:15→
— Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen, o HEERE! Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden. Gij liefhebbers des HEEREN! haat het kwade; Hij bewaart de zielen Zijner gunstgenoten; Hij redt hen uit der goddelozen hand. Het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart. Gij rechtvaardigen! verblijdt u in den HEERE, en spreekt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.
Met de openbaring van ‘s Heeren rechterlijke heerlijkheid, is, om de heilzame gevolgen, die zij van wege de erkenning Zijner eer op aarde ten gevolge heeft, voor de hemelse gemeente der heilige engelen een grote voortgang van hun aanbidding verbonden (Ef. 3: 10). Aan de andere zijde is zij voor de aardse gemeente van het volk van God, de oorzaak van grote vreugde, omdat nu God Zich openbaart als de God der ganse aarde, als oneindig verheven boven de goden, welke de wereld tot hiertoe gediend heeft (vs. 8 en 9 97.8,9). Ten opzichte dezer heerlijke toekomst, wordt tot de beminnaars des Heeren de vermaning gericht, om van alle soort van ongerechtigheid afstand te doen, om zich te kunnen troosten met het blijde vertrouwen op zijne bescherming en de verlossing van alle kwaad, die ten laatste nog in dezen tegenwoordigen, door zo groten nood en geloofsbestrijding gedrukten, tijd komen zal.
Zion, het ware volk Gods, heeft gehoord, wat Gij gedaan hebt, en het heeft zich verblijd, dat Gij door gerichten aan Uw koninkrijk op aarde vergelding verschaft, en de dochters van Juda, de provinciale hoofdsteden in het land, bijzondere gemeenten, leden van Zion, hebben zich verheugd 1) van wege Uwe oordelen over Uwe vijanden, O HEERE!
Zion heeft zich niet verheugd, omdat, zoals de wereld het uitdrukt, de wraak zoet is, niet dus uit onheilige wraakzucht of wraakgenot, maar dewijl de Heidenen hebben leren verstaan, dat alleen God, Israël’s God, groot is, en de nietigheid der afgoden is gebleken.
Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste 1) over de gehele aarde (Psalm 83: 19; 92: 9); Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden (Psalm 47: 10).
De vergelijking is op te merken, die er gemaakt wordt tussen God en de Engelen en wat verder uit blinkt. Want alle hoogten dringt hij zo naar beneden, dat bij God alleen alle majesteit berust. Doch toen is zij voller geopenbaard, toen God in Zijn eniggeboren Zoon verscheen, die Zijn levend Beeld is. Want zoals zijn kennis vroeger donkerder was, zo ook was Zijn Hoogheid minder zichtbaar.
Gij liefhebbers des HEREN, gij allen, die in het geloof Hem aanbidt en bemint! haat het kwade (Amos. 5: 14 vv. Rom. 12: 9), en laat uw leven een leven in ware godsvrucht zijn, zo hebt gij geen kwaad te vrezen, want Hij bewaart de zielen Zijner gunstgenoten; Hij redt hen uit der goddelozen hand. (Psalm 37: 28; 34: 21).
Het licht, voorspoed en vreugde, is voor den rechtvaardige gezaaid op zijnen levensweg; moge het dan een tijdlang donker zijn, het zaad des lichts ontkiemt en openbaart zich heerlijk op Zijnen tijd, en vrolijkheid is weggelegd voor de oprechten van harte 1). (Psalm 18: 29; 112: 4).
Het tweede lid verklaart het eerste. Donkerheid brengt droefheid met zich en licht daarentegen vrolijkheid. Rechtvaardigen en oprechten van harte duiden de gelovigen aan. Dewijl hij recht en gerechtigheid wil, is ook zijn karakter oprecht. Waar in waarheid door Gods genade dit het doel is, daar is blijdschap en vrolijkheid. Stap voor stap gaat hij voort in het licht.
Gij rechtvaardigen! verblijdt u in den HEERE, en spreekt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid, die zich zo duidelijk in Zijne oordelen openbaart (Psalm 32: 11; 30: 5). In het woord des koninklijks ligt het zaad tot alle duurzame vreugde, en men leert daarbij Gods heiligheid prijzen, volgens welke Hij de zaak van Zijn rijk zo verre boven alle gedachten bestuurt, onder alles zo geheel overeenkomstig Zijne goddelijke lankmoedigheid en gerechtigheid en met zoveel wijsheid handelt, dat, hoe langzaam het ook ga, toch nergens stilstand is, en het onkruid, de ergernissen zó uit Zijn rijk zal verbannen, dat aan de tarwe daardoor gene schade geschiedt. Dankt Hem, prijst Zijne heiligheid.
In het laatste vers worden de gelovigen vermaand tot dankbaarheid, opdat zij er van overtuigd zijn, dat God hun bevrijder is, en hun leven als genade van Hem ontvangen, en wat er ook gebeurt, tevreden zijn met Zijne bescherming.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel