Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalmH4210 van DavidH1732, voor den opperzangmeesterH5329, overH5921 JeduthunH3038.
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.
KJV
[[To the chief Musician,1
to Jeduthun,3
A Psalm4
of David.]]5
Truly my soul
waiteth
upon God:
from him cometh my salvation.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Immers is mijn zielH5315 stilH1747 totH413 GodH430; vanH4480 Hem is mijn heilH3444.
Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.
KJV
He only is my rock
and my salvation;7
he is my defence;
I shall not be greatly
moved.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Immers is HijH1931 mijn RotssteenH6697 en mijn HeilH3444, mijn Hoog Vertrek, ik zal nietH3808 grotelijks wankelenH4131.
Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek, ik zal niet grotelijks wankelen.
Ook in dit vers
Hoog VertrekH4869
KJV
How long will ye imagine mischief
against a man?
ye shall be slain
all of you: as a bowing
wall
shall ye be, and as a tottering
fence.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Hoe lang zult gijlieden kwaad aanstichtenH2050 tegenH5921 een manH376? Gij allenH3605 zult gedoodH7523 worden; gij zult zijn als een ingebogen wandH7023, een aangestotenH1760 muur.
Hoe lang zult gijlieden kwaad aanstichten tegen een man? Gij allen zult gedood worden; gij zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur.
Ook in dit vers
muurH1447
ingebogenH5186
KJV
They only consult
to cast him down
from his excellency:
they delight
in lies:
they bless
with their mouth,
but they curse
inwardly.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Zij raadslagen slechts, om hem van zijn hoogheidH7613 te verstotenH5080; zij hebben behagenH7521 in leugenH3577; met hun mondH6310 zegenenH1288 zij; maar met hun binnensteH7130 vloekenH7043 zij. SelaH5542.
Zij raadslagen slechts, om hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met hun mond zegenen zij; maar met hun binnenste vloeken zij. Sela.
Ook in dit vers
raadslagenH3289
KJV
My soul,
wait
thou only upon God;
for my expectation
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Doch gij, o mijn zielH5315! zwijgH1826 GodeH430; want vanH4480 Hem is mijn verwachtingH8615.
Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.
KJV
He only is my rock
and my salvation:
he is my defence;
I shall not be moved.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
HijH1931 is immers mijn RotssteenH6697 en mijn HeilH3468, mijn Hoog Vertrek; ik zal nietH3808 wankelenH4131.
Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen.
Ook in dit vers
HeilH3444
Hoog VertrekH4869
KJV
In God
is my salvation
and my glory:
the rock3
of my strength,
and my refuge,
is in God.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
In GodH430 is mijn HeilH3468 en mijn EerH3519; de RotssteenH6697 mijner sterkteH5797, mijn ToevluchtH4268 is in God.
In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God.
Ook in dit vers
GodeH430
KJV
Trust
in him at all times;
ye people,
pour out
your heart
before
him: God2
is a refuge7
for us. Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
VertrouwH982 op Hem te allerH3605 tijdH6256, o gij volkH5971! StortH8210 ulieder hartH3824 uit voor Zijn aangezicht; GodH430 is ons een ToevluchtH4268. SelaH5542.
Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.
Ook in dit vers
aangezichtH6440
KJV
Surely men
of low degree are vanity,
and men
of high degree are a lie:
to be laid
in the balance,
they are altogether
lighter than vanity.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugenH3577; in de weegschaalH3976 opgewogen, zouden zijH1992 samen lichter zijn dan de ijdelheid.
Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid.
Ook in dit vers
liedenH120
liedenH376
gemeneH1121
ijdelheidH1892
ijdelheidH1892
samenH3162
opgewogenH5927
KJV
Trust
not in oppression,
and become not vain
in robbery:
if riches
increase,
set
not your heart
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
VertrouwtH982 niet op onderdrukkingH6233, noch op roverijH1498; wordt niet ijdelH1891, alsH3588 het vermogenH2428 overvloedig aanwastH5107, en zetH7896 er het hartH3820 niet op.
Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op.
KJV
God
hath spoken
once;
twice
have I heard
this;
that power
belongeth unto God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
God heeft een ding gesprokenH1696, ik heb dit tweemaalH8147 gehoordH8085: dat de sterkteH5797 Godes is.
God heeft een ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is.
Ook in dit vers
GodH430
GodesH430
KJV
Also unto thee, O Lord,
belongeth mercy:
for thou renderest
to every man
according to his work.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
En de goedertierenheidH2617, o HeereH136! is Uwe; wantH3588 GijH859 zult een iegelijkH376 vergeldenH7999 naar zijn werkH4639.
En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk.
Jedúthun
Dat is, het geslacht en de orde van Jeduthun, of aan Jeduthun, als zijnde een opperzangmeester, gelijk Ps. 39:1 . Zie aldaar.
Hertaald:
Jedúthun
Dat is: het geslacht en de orde van Jeduthun, of: aan Jeduthun, die een opperzangmeester was, zoals Ps. 39:1. Zie daar.
Immers
Of, nochtans, evenwel is mijne ziel zwijgende, of, mijne ziel zwijgt Gode, voor God; alsof hij zeide: Het ga hoe het gaat, ik zal niet laten in gebeden, geduld en vertrouwen Gods heil en hulp te verwachten; niettegenstaande Hij mij schijnt te verlaten, dewijl mijne vijanden mij zo bitterlijk steeds vervolgen. Verg. Ps. 37:7 , en onder vs.6; aldus breekt David uit met woorden van vertrouwen, nadat hij in zijn gemoed een groten strijd gehad had. Verg. Ps. 73:1 , enz.
Hertaald:
Immers
Of: toch, evenwel is mijn ziel zwijgend; of: mijn ziel zwijgt voor God. Alsof hij zei: het ga zoals het gaat, ik zal niet ophouden in gebeden, geduld en vertrouwen Gods heil en hulp te verwachten, ook al lijkt Hij mij te verlaten omdat mijn vijanden mij zo bitter blijven vervolgen. Vergelijk Ps. 37:7, en hieronder vers 6. Zo breekt David uit in woorden van vertrouwen, nadat hij innerlijk een grote strijd gehad had. Vergelijk Ps. 73:1, enzovoort.
grotelijks
Niet alzo, dat ik ten enemale zou vervallen en verloren gaan. Zie Ps. 15:5 , en voorts 1 Kor. 10:13 , en 2 Kor. 4:9 .
Hertaald:
grotelijks
Niet zo, dat ik geheel zou vervallen en verloren gaan. Zie Ps. 15:5, en verder 1 Kor. 10:13, en 2 Kor. 4:9.
Hoe lang
Hier spreekt hij zijne vervolgers aan.
Hertaald:
Hoe lang
Hier spreekt hij zijn vervolgers aan.
kwaad
Het Hebr. woord [dat alleenlijk hier gevonden wordt] betekent allerlei kwade praktijken tot iemands verdriet en verderf te bedenken en in het werk te stellen.
Hertaald:
kwaad
Het Hebreeuwse woord, dat alleen hier voorkomt, betekent allerlei kwade praktijken bedenken en uitvoeren tot iemands verdriet en verderf.
man?
Te weten, mij, alsof hij zeide: tegen een enigen man, den onschuldigen en goeden David, die u niets heeft misdaan, ja zich als een man en held voor Saul en Gods volk gekweten heeft. Verg. Jer. 5:1 .
Hertaald:
man?
Namelijk: mij. Alsof hij zei: tegen één enkele man, de onschuldige en goede David, die u niets misdaan heeft, ja die zich als een man en held gedragen heeft voor Saul en voor Gods volk. Vergelijk Jer. 5:1.
gedood
De vervulling hiervan kan men afnemen uit de slag, waarin Saul met de zijnen gebleven is; 1Sa 31 ;.
Hertaald:
gedood
De vervulling hiervan kan men afleiden uit de slag waarin Saul met de zijnen omkwam; 1 Sam. 31.
ingebogen
Die zich neigt tot den val.
Hertaald:
ingebogen
Die overhelt naar de val.
muur
Versta, die van losse stenen tot een heining [als om wijngaarden en anderzins tot een scheiding, zie Num. 22:24 ; Spr. 24:31 ,] is opgehoopt, en aangestoten zijnde, lichtelijk wordt omgestort. Deze gelijkenis beduidt een haastigen en zwaren val. Zie Jes. 30:13 ; Ezech. 13:13-14 .
Hertaald:
muur
Versta: een muur die van losse stenen tot een omheining is opgestapeld [zoals om wijngaarden en verder als afscheiding, zie Num. 22:24; Spr. 24:31] en die bij een aanstoot gemakkelijk omvalt. Deze vergelijking duidt op een plotselinge en zware val. Zie Jes. 30:13; Ezech. 13:13-14.
hem
Mij, David, dien God tot de koninklijke hoogheid verkoren en gezalfd heeft.
Hertaald:
hem
Mij, David, die God tot de koninklijke waardigheid verkoren en gezalfd heeft.
hun
Hebr. zijnen; dat is, elkeen van hen doet zo.
Hertaald:
hun
Hebreeuws: zijn; dat is: ieder van hen doet zo.
zegenen
Verg. Ps. 5:10 , en zie 2 Sam. 8:10 , en Job 31:20 .
Hertaald:
zegenen
Vergelijk Ps. 5:10, en zie 2 Sam. 8:10, en Job 31:20.
binnenste
Dat is hun hart.
Hertaald:
binnenste
Dat is: hun hart.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
zwijg
Zie boven vs.2.
Hertaald:
zwijg
Zie hierboven vers 2.
verwachting
Dat is, ik verwacht van Hem mijn heil, gelijk vs.2.
Hertaald:
verwachting
Dat is: ik verwacht van Hem mijn heil, zoals vers 2.
rotssteen
Dat is, mijn sterke rotssteen.
Hertaald:
rotssteen
Dat is: mijn sterke rotssteen.
volk
Te weten, des Heeren, namelijk Israël.
Hertaald:
volk
Namelijk: van de Heere, te weten Israël.
hart
Dat is, de begeerten uws harten, gebeden met tranen. Verg. 1 Sam. 1:15 ; Klaagl. 2:19 , en Ps. 42:5 .
Hertaald:
hart
Dat is: de begeerten van uw hart, uw gebeden met tranen. Vergelijk 1 Sam. 1:15; Klaagl. 2:19, en Ps. 42:5.
gemene
Hebr. de zonen of kinderen des mensen, en daarna, zonen of kinderen des mans. Zie hiervan Ps. 4:3 .
Hertaald:
gemene
Hebreeuws: de zonen of kinderen van de mens, en daarna: zonen of kinderen van de man. Zie hierover Ps. 4:3.
leugen;
Dat is, beiden, kleinen en groten, zijn een gans nietig en bedriegelijk ding. Zie Job 15:31 .
Hertaald:
leugen;
Dat is: beiden, kleinen en groten, zijn een volstrekt nietig en bedrieglijk ding. Zie Job 15:31.
in de
Of, in de weegschaal zouden zij tezamen opgaan boven, of meer dan ijdelheid; dat is, de ijdelheid zou overwegen, zij zouden minder wegen dan ijdelheid.
Hertaald:
in de
Of: in de weegschaal zouden zij samen omhooggaan boven de ijdelheid, of: meer dan ijdelheid; dat is: de ijdelheid zou zwaarder wegen, zij zouden minder wegen dan ijdelheid.
onderdrukking
Dat gij iemand met list of geweld zoudt verdrukken en pogen te verwoesten. Zie Jes. 30:12 .
Hertaald:
onderdrukking
Dat u iemand met list of geweld zou verdrukken en proberen te verwoesten. Zie Jes. 30:12.
ijdel
Uzelven bedriegende en bij anderen voor dwaas geacht, omdat gij u op ijdele dingen verlaat. Verg. Ps. 31:7 .
Hertaald:
ijdel
Terwijl u uzelf bedriegt en door anderen voor dwaas gehouden wordt, omdat u op ijdele dingen vertrouwt. Vergelijk Ps. 31:7.
het vermogen
Rijkdom en macht.
Hertaald:
het vermogen
Rijkdom en macht.
overvloedig
Als een kruid, dat in menigte opkomt en voorspruit. Verg. Ps. 92:15 ; Spr. 10:31 .
Hertaald:
overvloedig
Als een kruid dat in menigte opkomt en uitspruit. Vergelijk Ps. 92:15; Spr. 10:31.
een ding
Of, eenmaal; als een zeker ongetwijfeld woord, eens vooral, waarvan alle profeten hetzelfde betuigen, te weten dat God alleen almachtig is, en daarentegen de macht der groten op aarde [gelijk gezegd] maar ijdelheid is.
Hertaald:
een ding
Of: eenmaal; als een zeker en ontwijfelbaar woord, eens en voorgoed, waarvan alle profeten hetzelfde getuigen: dat God alleen almachtig is, en dat daartegenover de macht van de groten op aarde, zoals gezegd, maar ijdelheid is.
tweemaal
Dat is, menigmaal, een zeker getal voor het onzekere, naar het gebruik der Schrift.
Hertaald:
tweemaal
Dat is: vele malen; een bepaald getal voor een onbepaald, naar het gebruik van de Schrift.
Godes is
Of, God toekomt, toebehoort; dat Hij sterkte heeft, te weten, om bozen te bedwingen en te straffen; gelijk Hij ook goedertierenheid heeft met sterkte [gelijk volgt] om den zijnen wel te geven.
Hertaald:
Godes is
Of: God toekomt, toebehoort; dat Hij sterkte heeft, namelijk om de bozen te bedwingen en te straffen; zoals Hij ook goedertierenheid heeft met sterkte, zoals hierna volgt, om de Zijnen goed te doen.
is uwe;
Of, komt U toe, Gij hebt haar.
Hertaald:
is uwe;
Of: komt U toe, U hebt haar.
want
Of, zekerlijk, voorwaar.
Hertaald:
want
Of: zeker, werkelijk. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil" (Ps. 62:2). Het woord immers staat in deze psalm zesmaal, telkens als een streep onder wat gezegd wordt. Zo ook in het volgende vers: "Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek" (Ps. 62:3). Halverwege spreekt de dichter zichzelf toe: "Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting" (Ps. 62:6). Daarna wendt hij zich tot anderen: "Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht" (Ps. 62:9). En dan wordt gewogen wat mensen waard zijn: "in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid" (Ps. 62:10). Ook bezit krijgt zijn plaats: "wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op" (Ps. 62:11). Het slot: "God heeft een ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is" (Ps. 62:12). Bijbelse betekenis: De stilte in Ps. 62:2 is geen zwijgen uit gelatenheid maar uit verwachting; het is het stilvallen van iemand die weet dat een ander handelt. Merk op dat hij zichzelf daartoe moet aansporen (Ps. 62:6). De rust komt dus niet vanzelf, ook niet bij hem. Let ook op de weegschaal in Ps. 62:10. Geringe en aanzienlijke mensen worden samen gewogen en blijken lichter dan een ademtocht; wie op mensen bouwt, bouwt op wat geen gewicht heeft. En let op Ps. 62:11. Het bezit wordt niet verboden maar het hart mag er niet op gezet worden; dat onderscheid loopt door heel de Schrift. Typologie: Petrus geeft dezelfde raad als Ps. 62:9 aan de gemeente: "Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u" (1 Petr. 5:7). Ps. 62:2-12; 1 Petr. 5:7 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het is een gezegende zaak alleen op God te wachten. In deze preek over Psalm 62:6 roept Spurgeon gelovigen op om met heel hun hart op God alleen te vertrouwen: om Hem tot het doel van hun leven,… Vertrouw op Hem te allen tijde. Psalm 62: Geloof is net zo belangrijk in ons dagelijks leven als in ons geestelijk leven; we moeten op God vertrouwen voor… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Want van Hem is mijn verwachting… Psalm 62 vers 6 Wat is het een voorrecht voor de gelovige dat hij deze… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Vertrouw op Hem te allen tijd. Psalm 62:9 Geloof is de leidraad voor zowel ons tijdelijke als ons geestelijke leven; wij… 6 Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting. 7 Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet… 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, over Jeduthun. 2 Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil. 3 Immers is Hij mijn Rotssteen en… Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil. Psalmen 62: 1 Wat een gezegende houding is het als je echt en alleen op de… Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn hoog Vertrek, ik zal niet grotelijks wankelen. Psalm 62:2 Het hart kan overstelpt zijn door teleurstellingen en hartzeer. Dan schijnt… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 62
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Spurgeon Citaten
Verdiepende artikelen
Wacht op God
Afhankelijk van God
Want van Hem is mijn verwachting
Vertrouw op Hem te allen tijd
Psalm 62:6-13
Psalm 62:1-5
Wachten en niet rennen
Een onwankelbare Rots


Psalmen 62
In deze psalm werpt de koninklijke zanger zich geheel op God. Hier zien wij de grondslag van zijn verwachting blootgelegd: hij heeft nergens vertrouwen dan in God. De psalm begint in de grondtekst met het woord “alleen”. Ik noem hem altijd de “alleen”-psalm, omdat hij op dat woord blijft hameren. David had geen gemengd vertrouwen; hij had niet gebouwd op een grondslag deels van ijzer en deels van leem — het was door en door in overeenstemming met zichzelf. Zijn vertrouwen was in den HEERE alleen.
Psalmen 62:2.KruisverwijzingenPsalmen 18:2→Psalmen 59:17→2 Korinthe 4:8→Psalmen 62:6→1 Korinthe 10:13→Psalmen 73:25→Psalmen 59:9→Psalmen 89:26→
— Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.
Of, zoals de kanttekening het geeft: alleen. Het is een gezegende zaak waarlijk en alleen op God te wachten. U hebt al het andere als een mislukking ondervonden, en nu hangt u aan den blote arm van God alleen. Daar is voorzeker genoeg om op te leunen.
De meeste mensen willen iets om te zíen, iets dat voor de zinnen tastbaar is, om het voorwerp van hun vertrouwen te zijn; maar David zegt: alleen mijn ziel is stil tot God, van Hem is mijn heil. Het is al op weg; het komt nu; het is een heil van de tegenwoordige moeite en van de tegenwoordige verzoeking. Een volkomen heil is op weg voor allen wier ziel alleen op God wacht.
Psalmen 62:3.KruisverwijzingenSpreuken 1:22→Psalmen 38:12→Psalmen 140:2→Jeremia 4:14→Psalmen 21:11→Exodus 16:28→Psalmen 4:2→Psalmen 82:2→
— Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek, ik zal niet grotelijks wankelen.
“Al heb ik geen andere schuilplaats”, zegt hij, “toch is God, en God alleen, mijn rotsburcht. Al heb ik geen anderen verlosser, Híj is mijn heil; en al zoeken duizenden mij te schaden en al staat niemand voor mij op, toch is Hij mijn schild en mijn verdediging.” En dan voegt hij eraan toe: ik zal niet grotelijks wankelen. Ik zal zijn als een schip dat goed geankerd ligt; ik mag wat geslingerd worden, maar ik kan niet ver afdrijven, want de genade houdt mij vast.
Psalmen 62:4.KruisverwijzingenPsalmen 28:3→Psalmen 55:21→Psalmen 5:9→Spreuken 13:5→Psalmen 52:3→Mattheüs 26:3→Mattheüs 22:23→Johannes 8:44→
— Hoe lang zult gijlieden kwaad aanstichten tegen een man? Gij allen zult gedood worden; gij zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur.
Zie hoe hij zijn vijanden belacht. Hij zegt hun dat zij als een muur zijn die overhelt, uitbuigt, schudt en waggelt: met één duw gaat hij om. “U denkt dat u míj zult verwoesten”, zegt hij, “maar uzelf zult verwoest worden.”
Psalmen 62:5.KruisverwijzingenPsalmen 27:13→Micha 7:7→Psalmen 146:1→Psalmen 104:1→Psalmen 71:5→Filippenzen 1:20→Psalmen 103:1→Psalmen 62:1→
— Zij raadslagen slechts, om hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met hun mond zegenen zij; maar met hun binnenste vloeken zij. Sela.
Het is een zeker bewijs dat zij behagen hebben in leugens, dat zij zich er schuldig aan maken ze te vertellen. Zij kunnen zachte, gladde woorden spreken terwijl zij al dien tijd vervloekingen in hun hart koesteren. God beware ons ervoor een tong te hebben die anders spreekt dan ons hart gevoelt!
Maar zij die behagen hebben in leugens zijn nooit beter in hun schik dan wanneer zij een man van God kunnen vinden op wien zij hun venijn kunnen spuwen; en van alle wrede dingen is de laster het ergste, en die verdient de zwaarste straf. Terecht vroeg de psalmist: “Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen? Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.” Zo’n straf verdient een lasteraarstong wel te voelen.
Psalmen 62:6.KruisverwijzingenPsalmen 62:2→Psalmen 16:8→Psalmen 112:6→Jesaja 45:17→Psalmen 18:31→Spreuken 10:30→Spreuken 12:7→Hosea 1:7→
— Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.
Eerst zei hij dat zijn heil van den HEERE kwam, en nu zegt hij dat zijn verwachting van Hem komt. Alles wat hij nodig heeft en alles wat hij wenst, krijgt hij van zijn God. “Laten mijn vijanden mij belasteren”, schijnt hij te zeggen, “maar, o mijn ziel, wees gij stil tot God! Laat hun tongen hun duivelse leugens blijven verzinnen; maar, o mijn ziel, neem er geen kennis van! Zit neder aan Jehovas voeten en wacht geduldig; dan zal Hij uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.”
Psalmen 62:7.KruisverwijzingenJeremia 3:23→Psalmen 85:9→Jesaja 45:25→Psalmen 94:22→Jeremia 9:23→Psalmen 3:3→1 Korinthe 1:30→Psalmen 18:46→
— Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen.
Merk op hoe Davids geloof groeit. In het tweede vers zei hij: ik zal niet grotelijks wankelen; maar nu zegt hij: ik zal niet wankelen. Wat een sterkte geeft het geloof aan een mens, en wat een sterkte geeft het gebed! Wij mogen onze smeking bevende beginnen, maar naarmate wij tot God naderen worden wij vertrouwend in Hem en met heilige vrijmoedigheid vervuld.
Psalmen 62:8-9.KruisverwijzingenKlaagliederen 2:19→Filippenzen 4:6→1 Samuël 1:15→Psalmen 142:2→Psalmen 42:4→Jesaja 26:4→Psalmen 39:5→Psalmen 18:2→
— In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God. Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.
Ik kan niet zeggen door welke tijden u op dit ogenblik heengaat, maar ik kan Davids opwekking wel herhalen: vertrouw op Hem te aller tijd. In uw donkerste uren, in de verschrikkelijkste tijden die u ooit hebt, wanneer alles verloren schijnt, wanneer het dierbaarste voorwerp van uw hartelijke liefde u ontnomen wordt, of wanneer u zelf tot de zwellingen van de Jordaan komt — vertrouw dan nog op den HEERE.
Psalmen 62:9.KruisverwijzingenPsalmen 39:5→Jesaja 40:15→Jesaja 40:17→Psalmen 39:11→2 Samuël 15:6→1 Samuël 18:5→Psalmen 116:11→Mattheüs 21:9→
— Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.
Dat is de weg om van al uw moeiten af te komen: neem uw hart, keer het om, en giet alles eruit wat erin zit. Bewaar geen druppel en geen bezinksel; tracht niet één verborgen droefheid voor uw God te verbergen, en ook geen kleine kommer die in een hoekje van uw geest genesteld ligt. “Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht.” Het zal niet wijs zijn het voor uw medemensen uit te storten, want zij zullen u misverstaan en verkeerd weergeven; maar stort uw hart uit voor Hém.
Psalmen 62:10.KruisverwijzingenPsalmen 52:7→Jesaja 30:12→Deuteronomium 8:12→Markus 10:23→Jesaja 47:10→Job 20:29→Psalmen 49:6→Job 31:24→
— Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid.
In hen is niets; zij zijn niets dan het wezen zelf van de ijdelheid. En de mensen van hoge staat, die zullen toch zeker beter zijn? Neen, zij zijn zelfs erger. Hun schijn van beter te zijn omdat zij van hoge staat zijn, is louter schijn.
Maar goed, kunnen wij dan niet, wanneer wij ze door elkaar mengen en wat armen en wat rijken nemen, wat boeren en wat edelen, iets stevigs uit dat mengsel maken? O nee. De mensen van lage staat waren op zichzelf al ijdelheid; maar wanneer de mensen van hoge staat erbij gezet worden, worden zij lichter dan ijdelheid. Er schijnt dus in de mensen van hoge staat een neiging te zijn om hen van lage staat nog lichter te maken dan zij van nature al zijn; en of mensen hoog of laag zijn: vertrouwen wij op hen, dan zullen wij bedrogen uitkomen.
Wie zijn geluk tracht te bouwen op de goede mening van zijn buren, wie zijn geluk laat afhangen van menselijke achting, bouwt niet op zand maar op louter lucht, dat niet vaster is dan de zeepbel die onze kinderen blazen.
Psalmen 62:11.KruisverwijzingenOpenbaring 19:1→Job 33:14→Jesaja 26:4→Psalmen 68:34→Mattheüs 28:18→Johannes 19:11→Job 40:5→Psalmen 59:17→
— Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op.
Een goddeloos mens zegt: nu, kan ik niet op anderen vertrouwen, dan zal ik op mijzelf vertrouwen; mijn eigen sterke arm zal mij de overwinning bezorgen, en anderen zal ik onder mijn voeten vertreden. “Ik zal geld verwerven”, zegt een ander, “op de een of andere wijze zal ik geld verwerven.” Tot beide zegt David: vertrouwt niet op onderdrukking.
En zet uw hart niet op de rijkdom. Doet u dat, dan zal die óf van uw hart wegvliegen, óf met uw hart wegvliegen — en dat laatste zou het grootste kwaad van de twee zijn; want wanneer de rijkdom iemands hart van God wegvoert, zijn zijn grootste winsten zijn zwaarste verliezen. Hij is waarlijk arm die zijn goud hoger schat dan zijn God.
Psalmen 62:12.KruisverwijzingenJob 34:11→Psalmen 103:8→Mattheüs 16:27→Romeinen 2:6→Daniël 9:9→1 Korinthe 3:8→Psalmen 86:15→Psalmen 103:17→
— God heeft een ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is.
Waar behoren wij ons vertrouwen te stellen? Wel, daar waar de ware macht is. Was er ergens anders macht, dan zouden wij daar een mate van vertrouwen mogen stellen; maar wanneer de hemelse boodschap tweemaal verklaart dat de sterkte Godes is, dan zal onze wijsheid blijken in het stellen van ons vertrouwen op God.
Almachtige macht zou schrikwekkend zijn als zij van oneindige barmhartigheid gescheiden was; maar zo is het niet. U geeft hem genoeg kracht om zijn werk te doen. U zendt hem niet om een werk te doen dat zijn krachten te boven gaat en laat hem dan falen; maar aan al Uw kinderen brengt Uw barmhartigheid Uw macht om te helpen in elken tijd van nood. Uw getrouwe belofte is: “uw sterkte gelijk uw dagen!”
Kom, mijn broeders en zusters in Christus, laten wij van dezelfde gezindheid zijn als David was toen hij het eerste vers van deze psalm schreef, en laat ieder van ons zeggen: “Mijn ziel is immers stil tot God; van Hem is mijn heil.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm van, voor den opperzangmeester (Psalm 4: 1) over Jedûthun, het hoofd van een der Levitische zangkoren (1 Kronieken 25: 30 ). Zagen wij, hoe David in Psalm 39, dien hij eveneens voor Jedûthun bestemde, bij het begin van het door Absalom’s opstand hem overgekomen lijden (2 Samuel 16: 23 ) van fatalistische resignatie (onderwerping aan het noodlot) tot ene van God verwerkte stille overgave kwam, zo openbaart hij hier aanstonds een hart, dat in God rust vond, hij bevestigt zich in die gemoedsstemming en nodigt ook anderen zich vol vertrouwen aan den enigen Helper over te geven. Terwijl hij nu tegelijk waarschuwt tegen alle vals vertrouwen, wordt het thema van den Psalm: “God is ons ene toevlucht. -De mens is lichter dan ijdelheid.” Het is gelijk iemand opmerkt: “Daar de profeet zich bijzonder gezegend gevoelde met dat gedeelte der godzaligheid, dat in plerophorie (gerustheid des geloofs) bestaat, wilde hij een gedenkteken van zijne gemoedsstemming stichten om de lezers door zijn voorbeeld tot dezelfde deugd op te wekken.
Waarom deze Psalm niet dadelijk aan Psalm 39 aangesloten is, tot welken hij toch in zo nauwe betrekking staat, op die vraag antwoorden wij reeds in de inleiding tot dien Psalm. Nu hem zijne plaats in het tweede Psalmboek was aangewezen, kon hij geen beteren voorganger vinden dan den 61sten Psalm. Is het daar (Vs. 4): Gij zijt mij ene toevlucht geweest, een sterke toren voor den. vijand; ” zo horen wij hier (vs. 8 en 9): “God is de rotssteen mijner sterkte, mijne toevlucht is in, God. God is ene toevlucht.” Was daar sprake van het betalen der geloften, door de gelovigen (Vs. 9), ook hier wordt van God gezegd, dat ook Hij betaalt (Vs.
: “Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk.” 2.
I. Vs. 2-5.KruisverwijzingenPsalmen 27:13→Micha 7:7→Psalmen 18:2→Psalmen 28:3→Psalmen 59:17→Psalmen 55:21→2 Korinthe 4:8→Psalmen 62:6→
— Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil. Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek, ik zal niet grotelijks wankelen. Hoe lang zult gijlieden kwaad aanstichten tegen een man? Gij allen zult gedood worden; gij zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur. Zij raadslagen slechts, om hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met hun mond zegenen zij; maar met hun binnenste vloeken zij. Sela.
Duidelijk aan het begin openbaart David zijne stille aan God overgegevene gemoedsstemming tegenover de vele vijanden, die allen op hem, één enkel man instormen, en zijn volledigen ondergang bedoelen. In die stilte tot God, weet hij echter ook, welk een machtigen Helper hij in Hem heeft, en houdt hij zich verzekerd, dat, zo het al bij hem tot vallen zou komen, God hem toch niet zou laten liggen.
Immers 1) is mijne ziel stil 2) tot God; zij heeft zich stil overgegeven aan Gods leiding, zonder eigen willen en werken; van Hem is mijn heil 3).
Tot de eigenaardigheden van dezen Psalm behoort het zes malen wederkeren van het woord, Ka (vs. 2,3,5,6,7,10), bij ons vertaald door: “immers,” de Wette door “ja en; ” bij anderen door: waarlijk; ” (G). ook in Ps 39 vindt men het vier malen (vs. 6,7,7,12). In de Duitse vertaling is het geheel onvertaald gebleven.
Stil tot God. Hoe geheel anders klinkt dit stil zijn als in Psalm 39. Hier is het het stil zijn des geloofs, het zich gelovig toevertrouwen aan zijn Verbonds-God, het stil berusten in Zijn beleid en het gelovig kinderlijk verwachten van Hem, van al Zijn heil.
Gods besturen is dikwijls verborgen, maar gelijk Hij in stilte werkt, zo moeten wij in de stilte op Hem wachten. Deze stilheid der ziel bevordert het werk Gods voor ons. (Jes. 30: 15).
Immers is Hij (Ja, Hij is) mijn Rotssteen en mijn Heil (Psalm 28: 1 ), mijn hoog Vertrek 1), mijn burg (Psalm 18: 3); ik zal niet grotelijks wankelen, zodat ik voor een gehelen val zou te vrezen hebben; een klein onheil moge mij treffen, ik zal niet geheel te gronde gaan.
De reden waarom hij God met zovele bijnamen noemt, is deze, dat hij met even zovele schilden de aanvallen van den satan wil ontvangen en terugdrijven.
In ons vers en in het vorige ziet men duidelijk, waarom Elohiem en niet Jahwe genoemd is, de Psalmist stelt God tegenover al het aardse en menselijke (vs. 10 en 11), zodat de meest algemene naam van God de meest gepaste is.
Hoelang zult gijlieden, mijne zo talrijke tegenstanders,kwaad aanstichten tegen een man? Gij allen zult gedood worden; gij zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur 1). Het kwaad tegen mij gedacht zal op uw eigen hoofd wederkeren, hoewel gij in ere zijt, zijt gij gelijk een wankelende muur, die straks nedervalt. (Jes. 30: 13).
Anderen vertalen: Hoelang zult gij aanstormen op een man. Afbreken gij allen als ene gebogen wand, een omgestoten wand? David vraagt dit op enigszins sarcastische wijze, hoelang zij zullen voortgaan met hem, dien zij dan toch als een omgebogen wand beschouwen, te vervolgen en te benauwen. Houdt men de gewone vertaling, dan voorspelt David hier, dat al hun pogen niets zal baten, dewijl zij straks zullen merken, dat zij zelf zullen vergaan. In elk geval zegt David hen hier, dat al hun drijven een vruchteloos drijven zal zijn5. Zij, deze zo talrijk aanstormende vijanden, raadslagen slechts zoals Achitófel, om hem van zijne hoogheid, van zijnen troon, te verstoten (2 Samuel 15: 14); Zij hebben behagen in leugen (Psalm 4: 3), zo diep zijn zij gezonken, dat de zonde reeds hun vreugde geworden is; met hunnen mond zegenen zij, maar met hun binnenste vloeken zij. Sela (Psalm 3: 3). 6.
II. Vs. 6-9.KruisverwijzingenKlaagliederen 2:19→Filippenzen 4:6→1 Samuël 1:15→Psalmen 142:2→Psalmen 42:4→Jesaja 26:4→Psalmen 39:5→Jeremia 3:23→
— Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting. Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen. In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God. Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.
David verdiept zich niet te zeer in de beschouwing van hetgeen de vijanden tegen hem voornemens zijn, en van wat zij hem aandoen, opdat zij hem niet, gelijk uit zijn koninkrijk, ook uit zijnen stillen vrede verdrijven; integendeel bevestigt hij zich daarin, hij spreekt zijne eigene ziel aan, en zegt tot haar, wat hij te voren van haar gezegd heeft; hij wendt zich vervolgens tot degenen, die hem getrouw gebleven zijn, om hun kleingeloof te beschermen, roept hen op, om zich in de aan God, als den enigen Helper, met Hem te verenigen.
Doch of immers, om niet lang bij mijne vijanden, hun bedoelingen en listen te blijven staan, maar liever terug te keren tot hetgeen, van waar ik uitgegaan ben (vs. 2 vv.), herhaal ik: gij, o mijne ziel, zwijg Gode 1), want van Hem is mijne verwachting.
De dichter vermaant hier zijne ziel tot die stilheid, die hij in vv. 2 reeds haar eigendom genoemd heeft. Al het geestelijke blijft slechts levend door een voortdurend worden, door gedurige zich zelf bewuste vernieuwing. Doch of immers. Dit woord, zoals reeds bij vs. 2 is aangetekend. In dezen Psalm zesmaal voorkomende, is de uiting van het ongeschokt vertrouwen en staat in waarheid tegenover het “maar,” wat zo dikwijls in ongeloof wordt geuit. Daarom volgt ook in de volgende verzen de uiting van dit geloofsvertrouwen, opdat alle bedrukten en ter neergeslagen zielen uit zijne liefelijke ervaring moed en hope zou scheppen.
Hij is immers mijn rotssteen en mijn heil, mijn hoog vertrek, ik zal niet wankelen, hoezeer ook mijne tegenpartijen zich inspannen, om mij ten onder te brengen.
In God is mijne heil en mijn eer; de rotssteen mijner sterkte (Psalm 7: 11), mijne toevlucht is in God, in Zijn persoon 1).
De lofspraken, die David aan God, met betrekking tot Zijne macht tot onderhouding der Zijnen geeft, zijn even zo vele steunsels, waardoor hij zijne standvastigheid bevestigt, even zo vele teugels, waarmee hij de lichtzinnigheid van zijn vlees in toom houdt, opdat hij in niets anders zijn heil zoeke, dan in God.
Vertrouw op Hem te aller tijd, ook in de allermoeielijkste toestanden, in welke, gelijk nu, alles schijnt verloren te zijn, o gij volk des Heren, die in Hem aan mij verbonden zijt; stort ulieder hart, wanneer angst en zorgen vervullen, uit voor Zijn aangezicht, even als men een vat ledigt, zodat het niets meer bevat (1 Samuel 1: 15. Psalm 142: 3. Klaagt. 2: 19. 1 Petrus 5:
; God is ons ene toevlucht, en zal u en uwen koning weten te beschermen en te redden. Sela. (Psalm 3: 3 ). Zo ras het hart door droefheid beklemd is, kunnen de gebeden den vrijen loop niet hebben. Opdat ons dus de last der verzoeking niet te zeer beknelle, zullen wij ons daardoor verlichten, dat wij bedenken, dat God onze ziekte zal te hulp komen, wanneer wij maar niet aflaten, ons leed uitgestorten in Zijn hart. Voorts, dewijl ene eigenzinnige terughouding, die schier het gemoed van allen eigen is, ten laatste zelfs tot wanhoop kan brengen, zo is deze herinnering des te heilzamer. Want al zijn allen in het nasporen van reddingsmiddelen in hun lijden ook nog zo wijs en bedrijvig, steeds dolen zij weer af op een nieuw dwaalspoor, omdat zij met voordacht het aangezicht Gods ontwijken. Zo wil dus David ons van de ons aangeborene dwaling genezen, dat wij liever onze smart verhogen en inwendig op onzen keten knagen, dan ons het hart verlichten in klacht en bede tot God.
Vergelijk (Genesis 15: 3). 10.
III. Vs. 10-13.KruisverwijzingenOpenbaring 19:1→Job 34:11→Psalmen 103:8→Mattheüs 16:27→Psalmen 52:7→Jesaja 30:12→Job 33:14→Jesaja 26:4→
— Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid. Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op. God heeft een ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk.
Bedekt op Absalom’s aanhang wijzende, als een waarschuwend voorbeeld, vermaant David hierom de zijnen, zich vol hoop tot God te wenden, en zich van alle valse voorwerpen van vertrouwen af te keren, van mensen en hun macht, van goederen en het rechtof onrechtvaardig bezit van deze. Dat alles is ijdel en maakt hem, die zich daaraan overgeeft, ijdel: dat verblindt en bederft hem. Daarentegen, zo betuigt David uit zijne levenservaring en uit Gods openbaring, is bij God alleen alle macht, en gelijk Hij almachtig is, zo wil Hij hem ook genadig; gelijk Hij de zijnen helpen kan, zo wil Hij hen ook helpen. Hiermede geeft de dichter aan het einde van den Psalm den sleutel op zijn zalig begin: “Mijne ziel is immers stil tot God, van Hem is mijn heil.”
Immers zijn de gemene lieden, de geringen 1) ijdelheid (Psalm 39: 6); ijdelheid is de gunst des volks; de grote lieden a), de voornamen, de rijken (Psalm 4: 3 ) zijn leugen, hun gunst is bedrog; zij mogen met valse hoop vleien, zij houden hun beloften niet (Psalm 40: 5); in de weegschaal opgewogen zouden zij zamen lichter zijn dan de ijdelheid; in de weegschaal gaan zij te zamen naar boven, zij veel meer nog dan enkel damp.
Onder de gemene lieden zijn de geringste verstaan, onder de grote lieden de voornamen. David wil hier dus zeggen, dat op den mens, wie hij ook zijn moge, gering of aanzienlijk, niet te steunen valt. Hij is dan ook van de mensen afgebracht, om alleen op den Heere God te vertrouwen. En waar hij nu van den mens is afgebracht, daar heeft hij behoefte, om ook anderen te waarschuwen, gelijk hij doet in het volgende vers. Want toch, zijne tegenstanders Absalom en Achitófel en wie het met hen hielden, hadden hun toevlucht genomen tot roverij. Zij waren door onderdrukking voor een ogenblik sterk geworden. Maar ziet, God had in al hun plannen geblazenen, zij hadden het ervaren, dat het vertrouwen op onderdrukking en roverij van geen waarde was geweest.
Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; dat gij menen zoudt daardoor uw geluk te kunnen bevorderen; wordt niet ijdel, niet opgeblazen, als het vermogen overvloedig aanwast; en zet er het hart niet op, want het is onzeker (1 Tim. 6: 17), als een water, dat spoedig toeschiet, maar ook spoedig weer wegvloeit. Hoe minder een mens weet, wat de Almachtige betekent, des te meer wegen Hem de mensen. David weet echter dat de geringen en de groten, van de bron van alle goed losgemaakt, niets betekenen en minder dan niets zijn. Ook goederen zijn niets, het allerminst die, welke met onrecht verworven zijn. Maar bovendien de mens mag zich niet verheffen, wanneer zijn rijkdom toeneemt. Zo echter is des werelds loop, dat hoe rijkelijker God geeft, de mensen des te meer op de gaven in plaats van op den rijken Gever vertrouwen,.
God heeft, van Zijne zijde, door inwendige openbaring Zijns Geestes, één ding, een woord tot mij gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord, God heeft het mij bevestigd (Job 33: 14 vv.),dat de sterkte Godes is 1), dat Hij alleen de macht bezit over alles, wat op aarde is en alzo alles, wat zich tegen Hem stelt, vroeger of later moet te niet gaan.
Dergelijke waarheden zijn op zich zelf niet nieuw, maar zij worden voor ieder nieuw door ervaring. Het lijden, de droefheid stelt achter alle waarden, die wij ons verworven hebben, een vraagteken: wij bevinden, dat haar bezit slechts iets uitwendigs voor ons was, de droefheid schijnt ons alle vastheid te ontrukken. Maar te midden van haar openbaren zich de eeuwige waarheden bij een gelovig vertrouwen weer als ene inwendige bezitting en worden nu eerst door strijd verkregen, en door nieuwe, inwendige openbaring Gods bevestigd tot een onverliesbaar goed voor de gelovigen.
Of, en beter: deze twee heb ik gehoord. De dichter spreekt toch van twee dingen, nl. van de sterkte Godes en van de goedertierenheid des Heren. Deze zijn voor David de vaste en hechtste steunpilaren van zijn geloofsvertrouwen. Hij weet het, God bezit de macht over alles wat bestaat, zodat ten slotte hij zal wegdoen, die tegen Hem zich stelt en de Zijnen ter hulpe snellen, maar hij weet het ook, dat Hij niet alleen kan, maar ook wil helpen, dat de genade bij Hem, den Heere over alle dingen, is, die Zijne Almacht wil bewijzen ten gunste der Zijnen.
En bij dit ene woord voeg ik het tweede de goedertierenheid, o Heere! is Uwe, Gij Almachtige, zijt Uw volk genadig a); want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk, zodat de goddeloze de Uwen niet altijd verdrukken kan.
Job 34: 11. Spreuken 24: 12. Jer. 32: 19. Ezechiël. 7: 27; 33: 20. MATTHEUS. 16: 27. Rom. 2: 6. 2 Kor. 5: 10. Efeze 6: 8. Kol. 3: 25. 1 Petrus 1: 17. Openbaring 22: 12. Aan het woord van Gods macht voegt David nog deze voor de Zijnen zo troostvolle bijzondere bepaling. Hij wendt Zijne macht daartoe aan, om de Zijnen te belonen voor hun trouw, Zijne liefde en genade is hier niet zozeer die goedheid, die Hij den onwaardigen bewijst, als het welbehagen, dat Hij den getrouwen toont.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel