“Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.”—Psalm 62:2
Gezegende houding: echt en alleen op de Heere wachten. Laat dit onze houding zijn, vandaag en elke dag. Wachten tot het Hem schikt, wachten in Zijn dienst, wachten in blijde verwachting, wachten in gebed en wachten in tevredenheid. Wanneer de ziel zo wacht, is ze in de beste en meest juiste toestand: als een schepsel tegenover zijn Schepper, als een dienaar tegenover zijn Meester, als een kind tegenover zijn Vader. Wij schrijven God niets voor en klagen niet over Hem; wij laten geen ongeduld en geen wantrouwen toe. Tegelijk lopen wij niet voor de wolk uit en zoeken wij geen hulp bij anderen: geen van beide is wachten op God. God, en God alleen, is de verwachting van ons hart.
Gezegende zekerheid! Van Hem komt de verlossing; ze is al onderweg. Ze komt van Hem en van niemand anders. Hij krijgt er alle eer voor, want Hij alleen kan en zal haar geven. En Hij zal haar zeker geven, op Zijn eigen tijd en op Zijn eigen manier. Hij zal redden van twijfel, van lijden, van laster en van benauwdheid. Al zien wij er nog niets van, wij wachten tevreden af wat de Heere wil, want wij twijfelen er niet aan dat Hij van ons houdt en trouw is. Hij zal er binnenkort zeker werk van maken, en wij prijzen Hem nu al voor de barmhartigheid die komt.

