“want van Hem is mijn verwachting”—Psalm 62:6
Het is het voorrecht van de gelovige om deze woorden te gebruiken. Als hij iets van de wereld verwacht, is het een armzalige “verwachting”. Maar als hij van God de vervulling van zijn behoeften verwacht, in tijdelijke of in geestelijke zegeningen, dan zal zijn “verwachting” niet ijdel zijn. Voortdurend mag hij opnemen bij de bank van het geloof en uit de rijkdom van Gods goedertierenheid krijgt hij wat hij nodig heeft. Dit weet ik: ik heb liever God als mijn bankier dan alle Rothschilds. Mijn Heere komt Zijn beloften altijd na. En als wij ze naar Zijn troon brengen, stuurt Hij ze nooit onbeantwoord terug. Daarom wil ik alleen bij Zijn deur wachten, want Hij doet die altijd open met de hand van royale genade. Op dit uur ga ik het opnieuw bij Hem proberen. Maar we hebben ook “verwachtingen” voorbij dit leven. We zullen binnenkort sterven. Dan komt onze “verwachting” van Hem. Verwachten we niet dat Hij engelen zal sturen om ons naar Zijn borst te dragen als we op het ziekbed liggen? Wij geloven dat een engelenbode naast ons zal staan en ons met liefdevolle ogen zal aankijken als de pols zwak wordt en het hart zwaar bonst. Hij zal fluisteren: “Zustergeest, kom mee!” Als we de hemelpoort naderen, verwachten we de welkome uitnodiging te horen: “Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.” We verwachten harpen van goud en kronen van heerlijkheid. We hopen binnenkort bij de menigte stralende wezens voor de troon te zijn. We kijken uit naar de tijd dat wij onze heerlijke Heere gelijk zullen zijn, want “wij zullen Hem zien, gelijk Hij is”. Als dit jouw “verwachtingen” zijn, o mijn ziel, leef dan voor God. Leef met het verlangen en het besluit om Hem te verheerlijken, van Wie je alles ontvangt wat je nodig hebt. Aan Zijn genade in jouw uitverkiezing, verlossing en roeping heb je het te danken dat je enige “verwachting” van komende heerlijkheid hebt.

