Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 13

1 En te dien dage Jezus, uit het huis gegaan zijnde, zat bij de zee.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG1161 te dienG1565 dageG2250 JezusG2424, uitG575 het huisG3614 gegaanG1831 zijnde, zat bijG1722 de zeeG2281. En te dien dage Jezus, uit het huis gegaan zijnde, zat bij de zee.

KJV The same1 day4 went6 Jesus8 out of9 the house,11 and sat12 by13 the sea side.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 12 εκαθητο G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 13 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θαλασσαν G2281 zee sea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En tot Hem vergaderden vele scharen, zodat Hij in een schip ging en nederzat, en al de schare stond op den oever.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 totG4314 Hem vergaderdenG4863 veleG4183 scharenG3793, zodat HijG846 inG1519 een schipG4143 ging en nederzatG2521, enG2532 alG3956 de schareG3793 stondG2476 op den oeverG123. En tot Hem vergaderden vele scharen, zodat Hij in een schip ging en nederzat, en al de schare stond op den oever.

KJV And1 great6 multitudes5 were gathered together2 unto3 him,4 so that7 he8 went12 into9 a ship,11 and sat;13 and14 the whole15 multitude17 stood21 on18 the shore.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συνηχθησαν G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 6 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 12 εμβαντα G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 13 καθησθαι G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 18 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αιγιαλον G123 oever shore 21 ειστηκει G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Hij sprak tot hen vele dingen door gelijkenissen, zeggende: Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 Hij sprakG2980 tot henG846 veleG4183 dingen doorG1722 gelijkenissenG3850, zeggendeG3004: ZietG3708, een zaaierG4687 ging uit om te zaaienG4687. En Hij sprak tot hen vele dingen door gelijkenissen, zeggende: Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.

KJV And1 he spake2 many things4 unto them3 in5 parables,6 saying,7 Behold, a sower11 went forth9 to sow;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 7 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 9 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 σπειρων G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 σπειρειν G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En als hij zaaide, viel een deel van het zaad bij den weg; en de vogelen kwamen en aten datzelve op.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 als hijG846 zaaideG4687, vielG4098 een deelG3739 van het zaad bij den wegG3598; enG2532 de vogelenG4071 kwamenG2064 enG2532 atenG2719 datzelve op. En als hij zaaide, viel een deel van het zaad bij den weg; en de vogelen kwamen en aten datzelve op.

Ook in dit vers [zaad]G3844

KJV And1 when2 he5 sowed,4 some6 seeds fell8 by9 the way side,11 and12 the fowls15 came13 and16 devoured17 them18 up:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σπειρειν G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 8 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 9 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πετεινα G4071 vogelen, dieren vogelen, gevogelte bird, fowl 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 κατεφαγεν G2719 aten, eet, opeten devour 18 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En een anderG243 deel vielG4098 opG1909 steenachtigeG4075 plaatsen, waar het niet veelG4183 aardeG1093 hadG2192; en het ging terstondG2112 op, omdat het geen diepteG899 van aardeG1093 hadG2192. En een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had.

KJV Some2 fell3 upon4 stony places,6 where7 they had9 not8 much11 earth:10 and12 forthwith13 they sprung up,14 because15 they had18 no17 deepness19 of earth:

1 αλλα G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πετρωδη G4075 steenachtige stony 7 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 11 πολλην G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 14 εξανετειλεν G1816 spring up 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 18 εχειν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 19 βαθος G899 diepte, diepten deep(-ness, things), depth 20 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden; en omdat het geen wortel had, is het verdord.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 als de zonG2246 opgegaanG393 was, zo is het verbrandG2739 geworden; en omdat het geenG3361 wortelG4491 hadG2192, is het verdordG3583. Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden; en omdat het geen wortel had, is het verdord.

KJV And2 when the sun1 was up,3 they were scorched;4 and5 because6 they had9 no8 root,10 they withered away.

1 ηλιου G2246 zon + east, sun 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ανατειλαντος G393 opgegaan, opgaan, gesproten (a-, make to) rise, at the rising of, spring (up), be up 4 εκαυματισθη G2739 verbrand, verhit, verhitten scorch 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 εχειν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 ριζαν G4491 wortel, Wortel, wortelen root 11 εξηρανθη G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En een ander deel viel in de doornen; en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En een anderG243 deel vielG4098 in de doornenG173; en de doornenG173 wiesenG305 opG1909, en verstiktenG638 hetzelveG846. En een ander deel viel in de doornen; en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve.

KJV And2 some1 fell3 among4 thorns;6 and7 the thorns10 sprung up,8 and11 choked12 them:

1 αλλα G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ακανθας G173 doornen thorn 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ανεβησαν G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 9 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ακανθαι G173 doornen thorn 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 απεπνιξαν G638 verstikten, versmoorde choke 13 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En een ander deel viel in de goede aarde, en gaf vrucht, het een honderd-, het ander zestig-, en het ander dertig voud.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En een anderG243 deel vielG4098 in de goedeG2570 aardeG1093, enG2532 gafG1325 vruchtG2590, het een honderd-G1540, het ander zestig-G1835, en het ander dertigG5144 voud. En een ander deel viel in de goede aarde, en gaf vrucht, het een honderd-, het ander zestig-, en het ander dertig voud.

Ook in dit vers anderG1161 anderG1161

KJV But2 other1 fell3 into4 good8 ground,6 and9 brought forth10 fruit,11 some12 an hundredfold,14 some15 sixtyfold,17 some18 thirtyfold.

1 αλλα G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 καλην G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εδιδου G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 11 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 12 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 14 εκατον G1540 honderd, Honderd, honderd- hundred 15 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 εξηκοντα G1835 zestig, zestig- sixty(-fold), threescore 18 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 20 τριακοντα G5144 dertig thirty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Wie oren heeft om te horen, die hore.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Wie orenG3775 heeftG2192 om te horenG191, die horeG191. Wie oren heeft om te horen, die hore.

KJV Who1 hath2 ears3 to hear,4 let him hear.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 ωτα G3775 oren, oor ear 4 ακουειν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 ακουετω G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 de discipelenG3101 tot Hem komendeG4334, zeidenG2036 tot Hem: WaaromG5101 spreektG2980 Gij tot hen door gelijkenissenG3850? En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?

KJV And1 the disciples4 came,2 and said unto him,6 Why speakest thou11 unto them12 in9 parables?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 11 λαλεις G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG1161 Hij, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: OmdatG3754 het uG4771 gegevenG1325 is, de verborgenhedenG3466 van het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 te wetenG1097, maarG1161 dienG1565 is het nietG3756 gegevenG1325. En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.

KJV He answered3 and2 said unto them,5 Because6 it is given8 unto you to know9 the mysteries11 of the kingdom13 of heaven,15 but17 to them16 it is19 not18 given.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 8 δεδοται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 9 γνωναι G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 10 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μυστηρια G3466 verborgenheid, verborgenheden, Verborgenheid mystery 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 16 εκεινοις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 δεδοται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloediglijk hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 WantG1063 wie heeft, dien zal gegevenG1325 worden, en hijG846 zal overvloediglijkG4052 hebben; maarG1161 wie nietG3756 heeft, vanG575 dienG3739 zal genomenG142 worden, ookG2532 dat hijG846 heeft. Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloediglijk hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.

KJV For2 whosoever1 hath,3 to him5 shall be given,4 and6 he shall have more abundance:7 but9 whosoever8 hath11 not,10 from16 him17 shall be taken away15 even12 that13 he hath.

1 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 4 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 περισσευθησεται G4052 overvloedig, overvloed, overgeschoten (make, more) abound, (have, have more) abundance (be more) abundant, be the better, enough and to spare, exceed, excel, increase, be left, redound, remain (over and above) 8 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 15 αρθησεται G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 16 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Daarom spreekG2980 Ik tot henG846 door gelijkenissenG3850, omdatG3754 zij ziendeG991 nietG3756 zienG991, enG2532 horendeG191 nietG3756 horenG191, noch ook verstaanG4920. Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan.

KJV Therefore1 speak I6 to them5 in3 parables:4 because7 they seeing8 see10 not;9 and11 hearing12 they hear14 not,13 neither15 do they understand.

1 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 2 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 λαλω G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 βλεποντες G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 βλεπουσιν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ακουοντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 ακουουσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 15 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 16 συνιουσιν G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En in henG846 wordt de profetieG4394 van JesajaG2268 vervuldG378, die zegtG3004: Met het gehoorG189 zult gij horenG191, enG2532 geenszinsG3364 verstaanG4920; enG2532 ziendeG991 zult gij zienG991, enG2532 geenszinsG3364 bemerkenG1492. En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken.

KJV And1 in3 them4 is fulfilled2 the prophecy6 of Esaias,7 which5 saith,9 By hearing10 ye shall hear,11 and12 shall15 not understand; and16 seeing17 ye shall see,18 and19 shall not perceive:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναπληρουται G378 vervuld, vervullen, vervult fill up, fulfill, occupy, supply 3 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 προφητεια G4394 profetie, profetieen, profetering prophecy, prophesying 7 ησαιου G2268 Jesaja Esaias 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λεγουσα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ακοη G189 gehoor, prediking, gerucht audience, ear, fame, which ye heard, hearing, preached, report, rumor 11 ακουσετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 συνητε G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 βλεποντες G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 18 βλεψετε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 22 ιδητε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 WantG1063 het hartG2588 dezes volksG2992 is dikG3975 geworden, enG2532 zij hebben met de orenG3775 zwaarlijkG917 gehoordG191, enG2532 hun ogenG3788 hebben zijG846 toegedaanG2576; opdat zij niet te eniger tijdG3379 met de ogenG3788 zouden zienG1492, enG2532 met de orenG3775 horenG191, enG2532 met het hartG2588 verstaanG4920, enG2532 zich bekerenG1994, enG2532 Ik henG846 genezeG2390. Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.

KJV For2 this people's6 heart4 is waxed gross,1 and8 their ears10 are dull11 of hearing,12 and13 their16 eyes15 they have closed;17 lest at any time18 they should see with their eyes,21 and22 hear25 with their ears,24 and26 should understand29 with their heart,28 and30 should be converted,31 and32 I should heal33 them.

1 επαχυνθη G3975 dik wax gross 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λαου G2992 volk, volks, volke people 7 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ωσιν G3775 oren, oor ear 11 βαρεως G917 zwaarlijk dull 12 ηκουσαν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 16 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 εκαμμυσαν G2576 toegedaan close 18 μηποτε G3379 tijd, Geenszins, mogelijk if peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not 19 ιδωσιν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 20 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 οφθαλμοις G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 ωσιν G3775 oren, oor ear 25 ακουσωσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 29 συνωσιν G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 30 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 31 επιστρεψωσιν G1994 bekeren, bekeerd, keerde come (go) again, convert, (re-)turn (about, again) 32 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 33 ιασωμαι G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 34 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 DochG1161 uw ogenG3788 zijn zaligG3107, omdatG3754 zij zienG991, en uw orenG3775, omdatG3754 zij horenG191. Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen.

KJV But2 blessed3 are your eyes,5 for6 they see:7 and8 your ears,10 for12 they hear.

1 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μακαριοι G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οφθαλμοι G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 βλεπουσιν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ωτα G3775 oren, oor ear 11 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 ακουει G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want voorwaar zeg Ik u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien de dingen, die gij ziet, en hebben ze niet gezien; en te horen de dingen, die gij hoort, en hebben ze niet gehoord.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Want voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771, dat veleG4183 profetenG4396 enG2532 rechtvaardigenG1342 hebben begeerdG1937 te zienG1492 de dingen, dieG3739 gij ziet, enG2532 hebben ze nietG3756 gezienG3708; enG2532 te horenG191 de dingen, dieG3739 gij hoortG191, enG2532 hebben ze nietG3756 gehoordG191. Want voorwaar zeg Ik u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien de dingen, die gij ziet, en hebben ze niet gezien; en te horen de dingen, die gij hoort, en hebben ze niet gehoord.

KJV For2 verily1 I say3 unto you, That5 many6 prophets7 and8 righteous9 men have desired10 to see those things which12 ye see,13 and14 have not15 seen them; and17 to hear18 those things which19 ye hear,20 and21 have23 not22 heard

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 προφηται G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 δικαιοι G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 10 επεθυμησαν G1937 begeren, begeerd, begeert covet, desire, would fain, lust (after) 11 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 12 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 βλεπετε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ακουσαι G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 19 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 ακουετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 23 ηκουσαν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Gij dan, hoort de gelijkenis van den zaaier.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 GijG4771 danG3767, hoortG191 de gelijkenisG3850 van den zaaierG4687. Gij dan, hoort de gelijkenis van den zaaier.

KJV Hear3 ye therefore2 the parable5 of the sower.

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ακουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 σπειροντος G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg, hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij den weg bezaaid is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Als iemandG3956 dat WoordG3056 des KoninkrijksG932 hoortG191, enG2532 nietG3361 verstaatG4920, zo komtG2064 de bozeG4190, enG2532 rukt wegG726, hetgeen in zijn hartG2588 gezaaidG4687 was; dezeG3778 is degene, die bij den wegG3598 bezaaidG4687 is. Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg, hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij den weg bezaaid is.

KJV When any1 one heareth2 the word4 of the kingdom,6 and7 understandeth9 it not,8 then cometh10 the wicked12 one, and13 catcheth away14 that which3 was sown16 in17 his20 heart.19 This21 is he which received seed27 by24 the way side.

1 παντος G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 ακουοντος G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 συνιεντος G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 10 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πονηρος G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 αρπαζει G726 geweld, grijpt, opgetrokken catch (away, up), pluck, pull, take (by force) 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εσπαρμενον G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 23 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 25 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 27 σπαρεις G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 MaarG1161 die in steenachtigeG4075 plaatsen bezaaidG4687 is, dezeG3778 isG1510 degene, die het WoordG3056 hoortG191, en dat terstondG2117 metG3326 vreugdeG5479 ontvangtG2983; Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt;

KJV But2 he that received the seed6 into3 stony places,5 the same7 is he that heareth12 the word,11 and13 anon with15 joy16 receiveth17 it;

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πετρωδη G4075 steenachtige stony 6 σπαρεις G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 7 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 12 ακουων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ευθυς G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 15 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 16 χαρας G5479 blijdschap, vreugde gladness, X greatly, (X be exceeding) joy(-ful, -fully, -fulness, -ous) 17 λαμβανων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, om des Woords wil, zo wordt hij terstond geergerd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Doch hij heeftG2192 geenG3756 wortelG4491 inG1722 zichzelvenG1438, maar isG1510 voor een tijdG4340; enG1161 als verdrukkingG2347 ofG2228 vervolgingG1375 komtG1096, omG1223 des WoordsG3056 wil, zo wordt hij terstondG2117 geergerdG4624. Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, om des Woords wil, zo wordt hij terstond geergerd.

KJV Yet3 hath he2 not1 root4 in5 himself,6 but7 dureth for a while:8 for11 when tribulation12 or13 persecution14 ariseth10 because15 of the word,17 by and by he is offended.

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 ριζαν G4491 wortel, Wortel, wortelen root 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 εαυτω G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 προσκαιρος G4340 tijd, tijdelijk dur-(eth) for awhile, endure for a time, for a season, temporal 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 θλιψεως G2347 verdrukking, verdrukkingen, Verdrukking afflicted(-tion), anguish, burdened, persecution, tribulation, trouble 13 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 14 διωγμου G1375 vervolging, vervolgingen persecution 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 18 ευθυς G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 19 σκανδαλιζεται G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En die in de doornen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort; en de zorgvuldigheid dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord, en het wordt onvruchtbaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En die inG1519 de doornenG173 bezaaidG4687 is, dezeG3778 isG1510 degene, die het WoordG3056 hoortG191; en de zorgvuldigheidG3308 dezer wereldG165, en de verleidingG539 des rijkdomsG4149 verstiktG4846 het WoordG3056, en het wordtG1096 onvruchtbaarG175. En die in de doornen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort; en de zorgvuldigheid dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord, en het wordt onvruchtbaar.

KJV He also2 that received seed6 among3 the thorns5 is he that7 heareth12 the word;11 and13 the care15 of this world,17 and19 the deceitfulness21 of riches,23 choke24 the word,26 and27 he becometh29 unfruitful.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ακανθας G173 doornen thorn 6 σπαρεις G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 7 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 12 ακουων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μεριμνα G3308 zorgvuldigheden, bekommernis, zorg care 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 18 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 απατη G539 verleiding, bedriegerijen deceit(-ful, -fulness), deceivableness(-ving) 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πλουτου G4149 rijkdom, rijkdoms riches 24 συμπνιγει G4846 verstikt, verdrongen, verstikken choke, throng 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 ακαρπος G175 onvruchtbaar, onvruchtbare, vruchteloos without fruit, unfruitful 29 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertig voud.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Die nu in de goedeG2570 aardeG1093 bezaaidG4687 is, dezeG3778 isG1510 degene, die het WoordG3056 hoortG191 enG2532 verstaatG4920, die ook vrucht draagtG2592 enG2532 voortbrengtG4160, de een honderdG1540-, de anderG1161 zestigG1835-, en de anderG1161 dertigG5144 voud. Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertig voud.

KJV But2 he that received seed8 into3 the good7 ground5 is he9 that heareth14 the word,13 and15 understandeth16 it; which17 also18 beareth fruit,19 and20 bringeth forth,21 some23 an hundredfold,24 some sixty,27 some thirty.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 καλην G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 8 σπαρεις G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 9 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 14 ακουων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 συνιων G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 17 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 δη G1211 toch, nu, waarlijk also, and, doubtless, now, therefore 19 καρποφορει G2592 vruchten dragen, brengt, vrucht draagt be (bear, bring forth) fruit(-ful) 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 22 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 24 εκατον G1540 honderd, Honderd, honderd- hundred 25 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 27 εξηκοντα G1835 zestig, zestig- sixty(-fold), threescore 28 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 30 τριακοντα G5144 dertig thirty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Een andere gelijkenisG3850 heeft Hij hun voorgesteldG3908, zeggendeG3004: Het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 is gelijk aan een mensG444, die goedG2570 zaadG4690 zaaideG4687 inG1722 zijn akkerG68. Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker.

KJV Another1 parable2 put he forth3 unto them,4 saying,5 The kingdom8 of heaven10 is likened6 unto a man11 which sowed13 good17 seed18 in19 his22 field:

1 αλλην G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 3 παρεθηκεν G3908 voorgesteld, voorleggen, beveel allege, commend, commit (the keeping of), put forth, set before 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ωμοιωθη G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 11 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 13 σπειροντι G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 15 σπειραντι G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 17 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 18 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αγρω G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En als de mensenG444 sliepenG2518, kwamG2064 zijn vijandG2190, en zaaideG4687 onkruidG2215 middenG303 inG1722 de tarweG4621, en ging wegG565. En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg.

KJV But2 while1 men6 slept,4 his8 enemy10 came7 and11 sowed12 tares13 among14 the wheat,17 and18 went his way.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 καθευδειν G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανθρωπους G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εχθρος G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εσπειρεν G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 13 ζιζανια G2215 onkruid tares 14 ανα G303 twee, geschiede, midden and, apiece, by, each, every (man), in, through 15 μεσον G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σιτου G4621 tarwe, koren corn, wheat 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Toen het nu tot kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich ook het onkruid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Toen het nuG1161 tot kruidG5528 opgeschotenG985 was, en vruchtG2590 voortbrachtG4160, toen openbaardeG5316 zich ookG2532 het onkruidG2215. Toen het nu tot kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich ook het onkruid.

KJV But2 when1 the blade5 was sprung up,3 and6 brought forth8 fruit,7 then9 appeared10 the tares13 also.

1 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εβλαστησεν G985 bracht, gebloeid, opgeschoten bring forth, bud, spring (up) 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 χορτος G5528 gras, kruid, hooi blade, grass, hay 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 8 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 10 εφανη G5316 schijnt, schijnen, mogen appear, seem, be seen, shine, X think 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ζιζανια G2215 onkruid tares
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En de dienstknechten van den heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En de dienstknechtenG1401 van den heer des huizesG3617 gingenG4334 en zeidenG2036 tot hemG846: HeereG2962! hebt gij niet goedG2570 zaadG4690 inG1722 uw akkerG68 gezaaidG4687? Van waar heeftG2192 hij dan dit onkruidG2215? En de dienstknechten van den heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid?

KJV So2 the servants4 of the householder6 came1 and said unto him,8 Sir,9 didst13 not10 thou sow good11 seed12 in14 thy16 field?17 from whence18 then19 hath it20 tares?

1 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δουλοι G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικοδεσποτου G3617 heer huizes, huizes, Heer huizes goodman (of the house), householder, master of the house 7 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 10 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 11 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 12 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 13 εσπειρας G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 σω G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 17 αγρω G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 18 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 19 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 20 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 21 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ζιζανια G2215 onkruid tares

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En hij zeide tot hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. En de dienstknechten zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij heengaan en datzelve vergaderen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG1161 hijG846 zeideG5346 tot henG846: Een vijandigG2190 mensG444 heeft datG3778 gedaanG4160. EnG1161 de dienstknechtenG1401 zeidenG2036 tot hemG846: WiltG2309 gij dan, dat wij heengaanG565 en datzelve vergaderenG4816? En hij zeide tot hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. En de dienstknechten zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij heengaan en datzelve vergaderen?

KJV He said3 unto them,4 An enemy5 hath done8 this.2 The servants11 said unto him,13 Wilt thou14 then15 that we go16 and gather17 them18 up?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εχθρος G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 6 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 δουλοι G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 12 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 15 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 16 απελθοντες G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 17 συλλεξωμεν G4816 vergaderen, Leest, Vergadert gather (together, up) 18 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Maar hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 MaarG1161 hij zeideG5346: NeenG3756, opdat gij, het onkruidG2215 vergaderendeG4816, ook mogelijkG260 met hetzelveG846 de tarweG4621 niet uittrektG1610. Maar hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt.

KJV But2 he said,3 Nay;4 lest5 while ye gather up6 the tares,8 ye root up9 also the wheat13 with10 them.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 4 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 μηποτε G3379 tijd, Geenszins, mogelijk if peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not 6 συλλεγοντες G4816 vergaderen, Leest, Vergadert gather (together, up) 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ζιζανια G2215 onkruid tares 9 εκριζωσητε G1610 ontworteld, uitgeroeid, uittrekt pluck up by the root, root up 10 αμα G260 meteen, zamen, tegelijk also, and, together, with(-al) 11 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 σιτον G4621 tarwe, koren corn, wheat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Laat ze beidenG297 te zamen opwassen totG4314 den oogstG2326, en in den tijdG2540 des oogstesG2326 zal ikG1473 totG1519 de maaiersG2327 zeggenG2046: VergadertG4816 eerstG4412 dat onkruidG2215, en bindtG1210 het in busselenG1197, omG1519 hetzelveG846 te verbrandenG2618; maarG1161 brengtG4863 de tarweG4621 samenG4863 in mijn schuurG596. Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.

Ook in dit vers tezamen opwassenG4885

KJV Let1 both3 grow together2 until4 the harvest:6 and7 in8 the time10 of harvest12 I will say13 to the reapers,15 Gather ye together16 first17 the tares,19 and20 bind21 them22 in23 bundles24 to25 burn27 them:28 but30 gather32 the wheat31 into33 my barn.

1 αφετε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 2 συναυξανεσθαι G4885 tezamen opwassen grow together 3 αμφοτερα G297 beiden, beide, zamen both 4 μεχρι G3360 tot, totdat till, (un-)to, until 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θερισμου G2326 oogst, oogstes, oogsten harvest 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 καιρω G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θερισμου G2326 oogst, oogstes, oogsten harvest 13 ερω G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 14 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θερισταις G2327 maaiers reaper 16 συλλεξατε G4816 vergaderen, Leest, Vergadert gather (together, up) 17 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 18 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ζιζανια G2215 onkruid tares 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 δησατε G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 22 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 24 δεσμας G1197 busselen bundle 25 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 26 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 κατακαυσαι G2618 verbrand, verbranden, verbrandden burn (up, utterly) 28 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 29 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 31 σιτον G4621 tarwe, koren corn, wheat 32 συναγαγετε G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 33 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 34 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 αποθηκην G596 schuur, schuren barn, garner 36 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Een andere gelijkenisG3850 heeft Hij hun voorgesteldG3908, zeggendeG3004: Het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 isG1510 gelijk aan het mosterdzaadG2848, hetwelkG3739 een mensG444 heeft genomenG2983 en inG1722 zijn akkerG68 gezaaidG4687; Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid;

KJV Another1 parable2 put he forth3 unto them,4 saying,5 The kingdom9 of heaven11 is like6 to a grain12 of mustard seed,13 which14 a man16 took,15 and sowed17 in18 his21 field:

1 αλλην G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 3 παρεθηκεν G3908 voorgesteld, voorleggen, beveel allege, commend, commit (the keeping of), put forth, set before 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 12 κοκκω G2848 mosterdzaad, mostaardzaad, graan corn, grain 13 σιναπεως G4615 mustard 14 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 16 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 17 εσπειρεν G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αγρω G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is 't het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 HetwelkG3739 wel het minsteG3398 isG1510 onder alG3956 de zadenG4690, maar wanneer het opgewassenG837 is, dan is 't het meesteG3187 van de moeskruidenG3001, en het wordtG1096 een boomG1186, alzo dat de vogelenG4071 des hemelsG3772 komenG2064 en nestelenG2681 inG1722 zijn takkenG2798. Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is 't het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken.

KJV Which1 indeed3 is the least2 of all5 seeds:7 but9 when8 it is grown,10 it is the greatest among herbs,13 and15 becometh16 a tree,17 so that18 the birds21 of the air23 come19 and24 lodge25 in26 the branches28 thereof.

1 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 μικροτερον G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 3 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 4 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 σπερματων G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 8 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 αυξηθη G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase 11 μειζον G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 λαχανων G3001 moeskruiden, moeskruid herb 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 17 δενδρον G1186 boom, bomen tree 18 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 19 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πετεινα G4071 vogelen, dieren vogelen, gevogelte bird, fowl 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 κατασκηνουν G2681 nestelen, nestelden, rusten lodge, rest 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 κλαδοις G2798 takken, tak branch 29 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Een andere gelijkenisG3850 sprakG2980 Hij tot hen, zeggende: Het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 isG1510 gelijk aan een zuurdesemG2219, welkenG3739 een vrouwG1135 namG2983 en verborgG1470 inG1519 drieG5140 matenG4568 meelsG224, totdat het geheelG3650 gezuurdG2220 was. Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.

KJV Another1 parable2 spake he3 unto them;4 The kingdom8 of heaven10 is like5 unto leaven,11 which12 a woman14 took,13 and hid15 in16 three19 measures18 of meal,17 till20 the whole23 was21 leavened.

1 αλλην G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 3 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 11 ζυμη G2219 zuurdesem leaven 12 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 λαβουσα G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 14 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 15 ενεκρυψεν G1470 verborg hid in 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 αλευρου G224 meels meal 18 σατα G4568 maten measure 19 τρια G5140 drie, Drie three 20 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 21 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 22 εζυμωθη G2220 gezuurd, verzuurt, zuur maakt leaven 23 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 AlG3956 dezeG3778 dingen heeft JezusG2424 tot de scharenG3793 gesprokenG2980 doorG1722 gelijkenissenG3850, enG2532 zonder gelijkenisG3850 sprakG2980 Hij tot hen nietG3756. Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet.

KJV All2 these things spake3 Jesus5 unto the multitude9 in6 parables;7 and10 without11 a parable12 spake he14 not13 unto them:

1 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 8 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οχλοις G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 12 παραβολης G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 13 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 ελαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Opdat vervuldG4137 zou worden, wat gesprokenG4483 is door den profeetG4396, zeggendeG3004: Ik zal Mijn mondG4750 opendoenG455 door gelijkenissenG3850; IkG1473 zal voortbrengenG2044 dingen, die verborgenG2928 waren vanG575 de grondleggingG2602 der wereldG2889. Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.

KJV That1 it might be fulfilled2 which3 was spoken by5 the prophet,7 saying,8 I will open9 my mouth13 in10 parables;11 I will utter15 things which have been kept secret16 from17 the foundation18 of the world.

1 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 2 πληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ρηθεν G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 5 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 8 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ανοιξω G455 geopend, open, openen open 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 στομα G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 14 μου G1473 mij, ik I, me 15 ερευξομαι G2044 voortbrengen utter 16 κεκρυμμενα G2928 verborgen, verborg, bedekt hide (self), keep secret, secret(-ly) 17 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 18 καταβολης G2602 grondlegging conceive, foundation 19 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Toen nu Jezus de scharen van Zich gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Toen nu JezusG2424 de scharenG3793 van Zich gelatenG863 had, ging HijG846 naarG1519 huisG3614. EnG2532 Zijn discipelenG3101 kwamenG2064 tot HemG846, zeggendeG3004: VerklaarG5419 ons de gelijkenisG3850 van het onkruidG2215 des akkersG68. Toen nu Jezus de scharen van Zich gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers.

KJV Then1 Jesus10 sent2 the multitude4 away, and went5 into6 the house:8 and11 his13 disciples15 came12 unto him,16 saying,17 Declare18 unto us the parable21 of the tares23 of the field.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 αφεις G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλους G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 προσηλθον G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 φρασον G5419 Verklaar declare 19 ημιν G1473 mij, ik I, me 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ζιζανιων G2215 onkruid tares 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 αγρου G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 EnG1161 Hij, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: Die het goedeG2570 zaadG4690 zaaitG4687, isG1510 de ZoonG5207 des mensenG444; En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen;

KJV He answered3 and2 said unto them,5 He that soweth7 the good9 seed10 is the Son13 of man;

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 σπειρων G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 10 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen des Koninkrijks; en het onkruid zijn de kinderen des bozen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En de akkerG68 isG1510 de wereldG2889; enG1161 het goedeG2570 zaadG4690 zijnG1510 de kinderenG5207 des KoninkrijksG932; enG1161 het onkruidG2215 zijnG1510 de kinderenG5207 des bozenG4190; En de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen des Koninkrijks; en het onkruid zijn de kinderen des bozen;

KJV The field3 is the world;6 the good9 seed10 are11 the children14 of the kingdom;16 but2 the tares19 are the children22 of the wicked

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αγρος G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 4 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κοσμος G2889 wereld, versiersel adorning, world 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 10 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 11 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 19 ζιζανια G2215 onkruid tares 20 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 πονηρου G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En de vijand, die hetzelve gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG1161 de vijandG2190, die hetzelveG846 gezaaidG4687 heeft, isG1510 de duivelG1228; enG1161 de oogstG2326 is de voleindingG4930 der wereldG165; enG1161 de maaiersG2327 zijnG1510 de engelenG32. En de vijand, die hetzelve gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen.

KJV The enemy3 that sowed5 them6 is the devil;9 the harvest12 is the end13 of the world;15 and2 the reapers19 are the angels.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εχθρος G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σπειρας G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed 6 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 διαβολος G1228 duivel, duivels, lasteressen false accuser, devil, slanderer 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 θερισμος G2326 oogst, oogstes, oogsten harvest 13 συντελεια G4930 voleinding end 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 19 θερισται G2327 maaiers reaper 20 αγγελοι G32 engel, engelen, engels angel, messenger 21 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Gelijkerwijs dan het onkruid vergaderd, en met vuur verbrand wordt, alzo zal het ook zijn in de voleinding dezer wereld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 GelijkerwijsG5618 danG3767 het onkruidG2215 vergaderdG4816, enG2532 met vuurG4442 verbrandG2618 wordt, alzoG3779 zal het ook zijnG1510 inG1722 de voleindingG4930 dezer wereldG165. Gelijkerwijs dan het onkruid vergaderd, en met vuur verbrand wordt, alzo zal het ook zijn in de voleinding dezer wereld.

KJV As1 therefore2 the tares5 are gathered3 and6 burned8 in the fire;7 so9 shall it be in11 the end13 of this world.

1 ωσπερ G5618 gelijkerwijs, geschiedt (even, like) as 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 συλλεγεται G4816 vergaderen, Leest, Vergadert gather (together, up) 4 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ζιζανια G2215 onkruid tares 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 πυρι G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 8 κατακαιεται G2618 verbrand, verbranden, verbrandden burn (up, utterly) 9 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 10 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 συντελεια G4930 voleinding end 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 16 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk vergaderen al de ergernissen, en degenen, die de ongerechtigheid doen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 De ZoonG5207 des mensenG444 zal Zijn engelenG32 uitzendenG649, en zijG846 zullen uitG1537 Zijn KoninkrijkG932 vergaderenG4816 alG3956 de ergernissenG4625, enG2532 degenen, die de ongerechtigheidG458 doenG4160; De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk vergaderen al de ergernissen, en degenen, die de ongerechtigheid doen;

KJV The Son3 of man5 shall send forth1 his8 angels,7 and9 they shall gather10 out of11 his14 kingdom13 all things15 that offend,17 and18 them which do20 iniquity;

1 αποστελει G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αγγελους G32 engel, engelen, engels angel, messenger 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 συλλεξουσιν G4816 vergaderen, Leest, Vergadert gather (together, up) 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σκανδαλα G4625 ergernis, ergernissen, aanstoot occasion to fall (of stumbling), offence, thing that offends, stumblingblock 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ποιουντας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 21 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ανομιαν G458 ongerechtigheid, ongerechtigheden, overtredingen iniquity, X transgress(-ion of) the law, unrighteousness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 En zullen dezelveG846 inG1519 den vurigenG4442 ovenG2575 werpenG906; daar zal weningG2805 zijnG1510 enG2532 knersingG1030 der tandenG3599. En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

KJV And1 shall cast2 them3 into4 a furnace6 of fire:8 there9 shall be wailing12 and13 gnashing15 of teeth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 βαλουσιν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 καμινον G2575 oven, ovens furnace 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πυρος G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 9 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 10 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κλαυθμος G2805 wening, geween wailing, weeping, X wept 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 βρυγμος G1030 knersing gnashing 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 οδοντων G3599 tanden, tand tooth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders. Die oren heeft om te horen, die hore.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Dan zullen de rechtvaardigenG1342 blinkenG1584, gelijkG5613 de zonG2246, inG1722 het KoninkrijkG932 huns VadersG3962. Die orenG3775 heeftG2192 om te horenG191, die horeG191. Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk huns Vaders. Die oren heeft om te horen, die hore.

KJV Then1 shall the righteous3 shine forth4 as5 the sun7 in8 the kingdom10 of their13 Father.12 Who2 hath15 ears16 to hear,17 let him hear.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 δικαιοι G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 4 εκλαμψουσιν G1584 blinken shine forth 5 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ηλιος G2246 zon + east, sun 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 13 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 16 ωτα G3775 oren, oor ear 17 ακουειν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 18 ακουετω G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven, gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 WederomG3825 isG1510 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 gelijk aan een schatG2344, inG1722 den akkerG68 verborgenG2928, welkenG3739 een mensG444 gevondenG2147 hebbende, verborgG2928 dien, enG2532 vanG575 blijdschapG5479 over denzelven, gaat hij heen en verkooptG4453 alG3956 wat hij heeft, en kooptG59 dienzelven akkerG68. Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven, gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.

KJV Again,1 the kingdom5 of heaven7 is like2 unto treasure8 hid9 in10 a field;12 the which13 when a man15 hath found,14 he hideth,16 and17 for18 joy20 thereof21 goeth22 and23 selleth27 all24 that25 he hath,26 and28 buyeth29 that32 field.

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 8 θησαυρω G2344 schat, schatten treasure 9 κεκρυμμενω G2928 verborgen, verborg, bedekt hide (self), keep secret, secret(-ly) 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αγρω G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 13 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 ευρων G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 15 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 16 εκρυψεν G2928 verborgen, verborg, bedekt hide (self), keep secret, secret(-ly) 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 19 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 χαρας G5479 blijdschap, vreugde gladness, X greatly, (X be exceeding) joy(-ful, -fully, -fulness, -ous) 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 υπαγει G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 25 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 26 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 27 πωλει G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 αγοραζει G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 30 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 αγρον G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 32 εκεινον G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zoekt;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 WederomG3825 isG1510 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 gelijk aan een koopmanG444, die schoneG2570 parelen zoektG2212; Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zoekt;

Ook in dit vers paarlenG3135

KJV Again,1 the kingdom5 of heaven7 is like2 unto a merchant9 man,8 seeking10 goodly11 pearls:

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 8 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 εμπορω G1713 kooplieden merchant 10 ζητουντι G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 11 καλους G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 12 μαργαριτας G3135 paarlen, paarl, parel pearl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 Dewelke, hebbende eenG1520 parelG3135 van grote waardeG4186 gevondenG2147, ging heen en verkochtG4097 alG3956 watG3739 hij hadG2192, enG2532 kochtG59 dezelve. Dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.

KJV Who,1 when he had found2 one3 pearl5 of great price,4 went6 and sold7 all8 that9 he had,10 and11 bought12 it.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 ευρων G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 3 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 πολυτιμον G4186 kostelijken, waarde very costly, of great price 5 μαργαριτην G3135 paarlen, paarl, parel pearl 6 απελθων G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 7 πεπρακεν G4097 verkocht, verkochte, verkochten sell 8 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 10 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ηγορασεν G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 WederomG3825 isG1510 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 gelijk aan een netG4522, geworpenG906 inG1519 de zeeG2281, enG2532 dat allerleiG1537 soortenG1085 van vissen samenbrengtG4863; Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt;

KJV Again,1 the kingdom5 of heaven7 is like2 unto a net,8 that was cast9 into10 the sea,12 and13 gathered17 of14 every15 kind:

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 8 σαγηνη G4522 net net 9 βληθειση G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θαλασσαν G2281 zee sea 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 παντος G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 γενους G1085 geslacht, geboorte, menigerlei born, country(-man), diversity, generation, kind(-red), nation, offspring, stock 17 συναγαγουση G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers aan den oever optrekken, en nederzittende, lezen het goede uit in hun vaten, maar het kwade werpen zij weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 HetwelkG3739, wanneer het volG4137 geworden is, de vissers aanG1909 den oeverG123 optrekkenG307, en nederzittendeG2523, lezenG4816 het goedeG2570 uit inG1519 hun vatenG30, maarG1161 het kwadeG4550 werpenG906 zij wegG1854. Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers aan den oever optrekken, en nederzittende, lezen het goede uit in hun vaten, maar het kwade werpen zij weg.

KJV Which,1 when2 it was full,3 they drew4 to5 shore,7 and8 sat down,9 and gathered10 the good12 into13 vessels,14 but16 cast19 the bad17 away.

1 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 επληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 4 αναβιβασαντες G307 optrekken draw 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αιγιαλον G123 oever shore 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 καθισαντες G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 10 συνελεξαν G4816 vergaderen, Leest, Vergadert gather (together, up) 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 καλα G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 αγγεια G30 vaten vessel 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 σαπρα G4550 kwade, kwaad, vuile bad, corrupt 18 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 19 εβαλον G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen; de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 AlzoG3779 zal het inG1722 de voleindingG4930 der eeuwenG165 wezenG1510; de engelenG32 zullen uitgaanG1831, enG2532 de bozenG4190 uitG1537 het middenG3319 der rechtvaardigenG1342 afscheidenG873; Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen; de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden;

KJV So1 shall it be at3 the end5 of the world:7 the angels10 shall come forth,8 and11 sever12 the wicked14 from15 among16 the just,

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 συντελεια G4930 voleinding end 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αιωνος G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 8 εξελευσονται G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αγγελοι G32 engel, engelen, engels angel, messenger 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 αφοριουσιν G873 afgezonderd, afscheiden, scheidde divide, separate, sever 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πονηρους G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 μεσου G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δικαιων G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal zijn wening en knersing der tanden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 En zullen dezelveG846 inG1519 den vurigenG4442 ovenG2575 werpenG906; daar zal zijnG1510 weningG2805 enG2532 knersingG1030 der tandenG3599. En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal zijn wening en knersing der tanden.

KJV And1 shall cast2 them3 into4 the furnace6 of fire:8 there9 shall be wailing12 and13 gnashing15 of teeth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 βαλουσιν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 καμινον G2575 oven, ovens furnace 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πυρος G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 9 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 10 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κλαυθμος G2805 wening, geween wailing, weeping, X wept 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 βρυγμος G1030 knersing gnashing 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 οδοντων G3599 tanden, tand tooth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 En Jezus zeide tot hen: Hebt gij dit alles verstaan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 En JezusG2424 zeideG3004 tot henG846: Hebt gij ditG3778 allesG3956 verstaanG4920? Zij zeidenG3004 tot HemG846: Ja, HeereG2962! En Jezus zeide tot hen: Hebt gij dit alles verstaan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!

KJV Jesus4 saith1 unto them,2 Have ye understood5 all7 these things? They say8 unto him,9 Yea,10 Lord.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 συνηκατε G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 6 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ναι G3483 ja even so, surely, truth, verily, yea, yes 11 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 En Hij zeide tot hen: Daarom, een iegelijk Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 En Hij zeideG2036 tot hen: Daarom, een iegelijkG3956 SchriftgeleerdeG1122, in het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 onderwezenG3100, isG1510 gelijk aan een heerG444 des huizesG3617, dieG3778 uitG1537 zijn schatG2344 nieuweG2537 en oudeG3820 dingen voortbrengtG1544. En Hij zeide tot hen: Daarom, een iegelijk Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.

KJV Then2 said he unto them,4 Therefore5 every7 scribe8 which is instructed9 unto10 the kingdom12 of heaven14 is like15 unto a man17 that is an householder,18 which19 bringeth forth20 out of21 his24 treasure23 things new25 and26 old.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 6 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 γραμματευς G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 9 μαθητευθεις G3100 discipel, discipelen, onderwezen be disciple, instruct, teach 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 15 ομοιος G3664 hoornen, gelijke like, + manner 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 οικοδεσποτη G3617 heer huizes, huizes, Heer huizes goodman (of the house), householder, master of the house 19 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 20 εκβαλλει G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 21 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θησαυρου G2344 schat, schatten treasure 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 καινα G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 παλαια G3820 oude, oud, ouden old

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 En het is geschied, als Jezus deze gelijkenissen geeindigd had, vertrok Hij van daar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 EnG2532 het is geschiedG1096, als JezusG2424 dezeG3778 gelijkenissenG3850 geeindigdG5055 had, vertrokG3332 Hij van daar. En het is geschied, als Jezus deze gelijkenissen geeindigd had, vertrok Hij van daar.

KJV And1 it came to pass,2 that when3 Jesus6 had finished4 these parables,8 he departed10 thence.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 4 ετελεσεν G5055 geeindigd, volbracht, volbrengt accomplish, make an end, expire, fill up, finish, go over, pay, perform 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 παραβολας G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 9 ταυτας G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 μετηρεν G3332 vertrok depart 11 εκειθεν G1564 vandaar, van die plaats from that place, (from) thence, there
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 En gekomen zijnde in Zijn vaderland, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij zich ontzetten, en zeiden: Van waar komt Dezen die wijsheid en die krachten?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 En gekomenG2064 zijnde in Zijn vaderlandG3968, leerdeG1321 HijG846 hen in hun synagogeG4864, zodat zijG846 zich ontzettenG1605, enG2532 zeidenG3004: Van waar komt DezenG5129 die wijsheidG4678 enG2532 die krachtenG1411? En gekomen zijnde in Zijn vaderland, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij zich ontzetten, en zeiden: Van waar komt Dezen die wijsheid en die krachten?

KJV And1 when he was come2 into3 his own6 country,5 he taught7 them8 in9 their12 synagogue,11 insomuch that13 they15 were astonished,14 and16 said,17 Whence18 hath this man this19 wisdom,21 and23 these mighty works?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πατριδα G3968 vaderland (own) country 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εδιδασκεν G1321 lerende, leerde, leren teach 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 συναγωγη G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 14 εκπληττεσθαι G1605 verslagen, ontzetten, versloegen amaze, astonish 15 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 19 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 σοφια G4678 wijsheid, Wijsheid wisdom 22 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 δυναμεις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
55 Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

55 Is DezeG3778 niet de ZoonG5207 des timmermansG5045? en is Zijn moederG3384 niet genaamdG3004 MariaG3137, enG2532 Zijn broedersG80 JakobusG2385 enG2532 JosesG2500, enG2532 SimonG4613 enG2532 JudasG2455? Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas?

KJV Is not1 this2 the carpenter's6 son?7 is12 not8 his11 mother10 called Mary?13 and14 his17 brethren,16 James,18 and19 Joses,20 and21 Simon,22 and23 Judas?

1 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 τεκτονος G5045 timmerman, timmermans carpenter 7 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 8 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μητηρ G3384 moeder, moeders mother 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 λεγεται G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 μαριαμ G3137 Maria Mary 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 ιακωβος G2385 Jakobus, Jakobi James 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ιωσης G2500 Joses Joses 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
56 En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

56 EnG2532 Zijn zustersG79, zijn zij niet allen bijG4314 ons? Van waar komt danG3767 DezenG5129 ditG3778 allesG3956? En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles?

KJV And1 his4 sisters,3 are they not5 all6 with7 us? Whence10 then11 hath this man all14 these things?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αδελφαι G79 zuster, zusters sister 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 6 πασαι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 ημας G1473 mij, ik I, me 9 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 11 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 12 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
57 En zij werden aan Hem geergerd. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

57 En zij werden aan HemG846 geergerdG4624. MaarG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot henG846: Een profeetG4396 isG1510 niet ongeeerdG820, dan inG1722 zijn vaderlandG3968, en inG1722 zijn huisG3614. En zij werden aan Hem geergerd. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis.

KJV And1 they were offended2 in3 him.4 But6 Jesus7 said unto them,9 A prophet12 is not10 without honour,13 save in16 his own19 country,18 and20 in21 his own24 house.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εσκανδαλιζοντο G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 13 ατιμος G820 ongeeerd, minst eerlijke, verachten despised, without honour, less honourable (comparative degree) 14 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πατριδι G3968 vaderland (own) country 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
58 En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

58 EnG2532 Hij heeft aldaar nietG3756 veleG4183 krachtenG1411 gedaanG4160, vanwegeG1223 hunG846 ongeloofG570. En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.

KJV And1 he did3 not2 many6 mighty works5 there4 because7 of their10 unbelief.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 4 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 5 δυναμεις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 6 πολλας G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 απιστιαν G570 ongeloof, ongelovigheid, ongeloofs unbelief 10 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 13:1 Mattheüs 13:1 Lukas 8:4 Markus 2:13 Markus 4:1 Mattheüs 13:36 Mattheüs 9:28
Mattheüs 13:2 Lukas 5:3 Genesis 49:10 Mattheüs 15:30 Markus 4:1 Lukas 8:4 Mattheüs 4:25
Mattheüs 13:3 Markus 4:13 Markus 4:33 Markus 4:2 Mattheüs 13:53 Mattheüs 13:34 Mattheüs 13:10 Johannes 16:25 2 Samuël 12:1
Mattheüs 13:4 Mattheüs 13:18
Mattheüs 13:5 Mattheüs 13:20 Ezechiël 11:19 Zacharia 7:12 Ezechiël 36:26 Amos 6:12
Mattheüs 13:6 Mattheüs 13:21 Jakobus 1:11 Jesaja 49:10 Mattheüs 7:26 Kolossenzen 1:23 Openbaring 7:16 Efeze 3:17 Lukas 8:13
Mattheüs 13:7 Jeremia 4:3 Mattheüs 13:22 Markus 4:18 Genesis 3:18
Mattheüs 13:8 Mattheüs 13:23 Genesis 26:12 Galaten 5:22 Johannes 15:8 Lukas 8:15 Romeinen 7:18 Filippenzen 1:11
Mattheüs 13:9 Mattheüs 11:15 Openbaring 3:13 Openbaring 3:6 Openbaring 2:11 Openbaring 2:7 Openbaring 2:29 Openbaring 3:22 Openbaring 2:17
Mattheüs 13:10 Markus 4:33 Markus 4:10
Mattheüs 13:11 1 Korinthe 2:9 Mattheüs 19:11 1 Korinthe 2:14 1 Johannes 2:27 Mattheüs 16:17 Romeinen 16:25 Kolossenzen 1:26 Lukas 8:10
Mattheüs 13:12 Mattheüs 25:29 Lukas 8:18 Openbaring 2:5 Lukas 9:26 Johannes 15:2 Openbaring 3:15 Lukas 16:25 Lukas 10:42
Mattheüs 13:13 Jeremia 5:21 Ezechiël 12:2 Mattheüs 13:16 Jesaja 44:18 Markus 8:17 2 Korinthe 4:3 Deuteronomium 29:3 Johannes 9:39
Mattheüs 13:14 Jesaja 6:9 Lukas 8:10 Handelingen 28:25 2 Korinthe 3:14 Johannes 12:39 Ezechiël 12:2 Romeinen 11:8 Markus 4:12
Mattheüs 13:15 Hebreeën 5:11 Johannes 8:43 Zacharia 7:11 2 Timotheüs 4:4 Jesaja 6:10 Psalmen 119:70 Jeremia 33:6 Openbaring 22:2
Mattheüs 13:16 Lukas 10:23 Mattheüs 16:17 Efeze 1:17 2 Korinthe 4:6 Handelingen 26:18 Johannes 20:29 Mattheüs 5:3 Lukas 2:29
Mattheüs 13:17 1 Petrus 1:10 Hebreeën 11:13 Johannes 8:56 Lukas 10:24 Efeze 3:5 Hebreeën 11:39
Mattheüs 13:18 Lukas 8:11 Mattheüs 13:11 Markus 4:13
Mattheüs 13:19 Lukas 8:11 Mattheüs 13:38 Mattheüs 4:23 Hebreeën 2:1 Markus 4:15 Romeinen 2:8 1 Johannes 3:12 Johannes 18:38
Mattheüs 13:20 Psalmen 106:12 Ezechiël 33:31 Johannes 5:35 Markus 6:20 Jesaja 58:2 1 Samuël 11:13 2 Kronieken 24:14 2 Kronieken 24:6
Mattheüs 13:21 Mattheüs 11:6 Hosea 6:4 2 Timotheüs 1:15 Galaten 6:12 2 Timotheüs 4:10 Mattheüs 24:9 Mattheüs 13:6 Handelingen 8:21
Mattheüs 13:22 1 Timotheüs 6:9 2 Timotheüs 4:10 1 Timotheüs 6:17 Lukas 8:14 Mattheüs 6:24 Psalmen 52:7 Lukas 12:15 1 Johannes 2:15
Mattheüs 13:23 Mattheüs 13:8 Mattheüs 12:33 Johannes 15:16 Filippenzen 1:11 Galaten 5:22 Kolossenzen 1:6 Hebreeën 4:2 Ezechiël 18:31
Mattheüs 13:24 Mattheüs 13:47 Lukas 13:20 Mattheüs 25:1 Mattheüs 13:33 Mattheüs 22:2 Mattheüs 20:1 Lukas 13:18 Mattheüs 13:31
Mattheüs 13:25 1 Petrus 5:8 Openbaring 12:9 Hebreeën 12:15 Handelingen 20:30 2 Petrus 2:1 Galaten 2:4 2 Timotheüs 4:3 Jesaja 56:9
Mattheüs 13:26 Markus 4:26
Mattheüs 13:27 2 Korinthe 5:18 Romeinen 16:17 Efeze 4:11 1 Korinthe 15:12 Galaten 3:1 1 Korinthe 3:5 Jakobus 3:15 Jakobus 4:4
Mattheüs 13:28 1 Korinthe 5:3 1 Thessalonicenzen 5:14 Judas 1:22 Lukas 9:49 2 Korinthe 2:6
Mattheüs 13:30 Mattheüs 3:12 1 Korinthe 4:5 Maleachi 3:18 1 Timotheüs 5:24 Mattheüs 25:32 Johannes 15:6 Lukas 3:17 Mattheüs 22:10
Mattheüs 13:31 Markus 4:30 Lukas 13:18 Mattheüs 17:20 Mattheüs 13:24 Lukas 17:6 Lukas 20:9 Lukas 19:11
Mattheüs 13:32 Daniël 4:12 Ezechiël 31:6 Handelingen 21:20 Daniël 2:44 Romeinen 15:18 Daniël 2:34 Zacharia 14:7 Psalmen 104:12
Mattheüs 13:33 Lukas 13:21 Galaten 5:9 Spreuken 4:18 Genesis 18:6 1 Korinthe 5:6 Mattheüs 13:24 1 Thessalonicenzen 5:23 Filippenzen 2:13
Mattheüs 13:34 Markus 4:33 Johannes 16:25 Mattheüs 13:13
Mattheüs 13:35 Psalmen 78:2 Efeze 3:9 1 Petrus 1:20 Romeinen 16:25 1 Korinthe 2:7 Johannes 17:24 Mattheüs 25:34 Amos 3:7
Mattheüs 13:36 Mattheüs 13:1 Mattheüs 15:15 Mattheüs 13:11 Mattheüs 15:39 Mattheüs 14:22 Markus 4:34 Markus 7:17 Markus 8:9
Mattheüs 13:37 Handelingen 1:8 Johannes 20:21 1 Korinthe 3:5 Mattheüs 10:40 Mattheüs 8:20 Lukas 10:16 Mattheüs 13:24 Hebreeën 2:3
Mattheüs 13:38 Johannes 8:44 Handelingen 13:10 1 Johannes 3:8 Mattheüs 13:19 Openbaring 14:6 1 Johannes 3:2 Hosea 2:23 Filippenzen 3:18
Mattheüs 13:39 Mattheüs 24:3 Mattheüs 13:49 Joël 3:13 Mattheüs 25:31 2 Korinthe 11:3 Efeze 6:11 2 Thessalonicenzen 2:8 Hebreeën 9:26
Mattheüs 13:40 Mattheüs 13:39
Mattheüs 13:41 Mattheüs 24:31 Mattheüs 18:7 Sefanja 1:3 Romeinen 16:17 Openbaring 21:27 Openbaring 5:11 2 Petrus 2:1 Mattheüs 7:22
Mattheüs 13:42 Mattheüs 13:50 Mattheüs 8:12 Openbaring 20:10 Openbaring 20:14 Lukas 16:23 Openbaring 14:10 Openbaring 19:20 Daniël 3:6
Mattheüs 13:43 Daniël 12:3 Lukas 12:32 Mattheüs 11:15 Openbaring 21:3 Mattheüs 25:34 1 Korinthe 15:41 Mattheüs 26:29 Jakobus 2:5
Mattheüs 13:44 Spreuken 2:2 Kolossenzen 2:3 Spreuken 16:16 Hebreeën 11:24 Lukas 14:33 Filippenzen 3:7 Jesaja 55:1 Spreuken 23:23
Mattheüs 13:45 Spreuken 8:18 Spreuken 8:10 Prediker 12:8 Spreuken 3:13 Psalmen 4:6 Psalmen 39:6 Mattheüs 16:26 Job 28:18
Mattheüs 13:46 Handelingen 20:24 Lukas 18:28 Efeze 3:8 Spreuken 2:4 Markus 10:28 Kolossenzen 2:3 1 Korinthe 3:21 Galaten 6:14
Mattheüs 13:47 Mattheüs 4:19 1 Johannes 4:1 2 Petrus 2:13 Handelingen 8:18 2 Timotheüs 4:3 1 Korinthe 5:1 1 Korinthe 10:1 Markus 1:17
Mattheüs 13:48 Mattheüs 13:40 Mattheüs 13:30 Mattheüs 3:12
Mattheüs 13:49 Openbaring 20:12 2 Thessalonicenzen 1:7 Mattheüs 13:39 Mattheüs 25:19 Mattheüs 22:12 Mattheüs 25:5 Mattheüs 24:31
Mattheüs 13:50 Mattheüs 8:12 Openbaring 14:10 Mattheüs 13:42 Openbaring 16:10 Lukas 13:27 Mattheüs 24:50
Mattheüs 13:51 Mattheüs 13:11 Markus 4:34 Mattheüs 15:17 Mattheüs 13:19 1 Johannes 5:20 Mattheüs 24:15 Mattheüs 16:11 Markus 8:17
Mattheüs 13:52 Spreuken 15:7 1 Timotheüs 3:15 Titus 2:6 Mattheüs 23:34 Titus 1:9 Spreuken 18:4 1 Johannes 2:7 Mattheüs 12:35
Mattheüs 13:53 Mattheüs 7:28 Markus 4:33
Mattheüs 13:54 Mattheüs 7:28 Mattheüs 2:23 Lukas 4:16 Mattheüs 4:23 Handelingen 4:13 Psalmen 22:22 Handelingen 28:17 Johannes 1:11
Mattheüs 13:55 Johannes 6:42 Markus 6:3 Lukas 3:23 Lukas 4:22 Markus 15:40 Mattheüs 27:56 Galaten 1:19 Johannes 19:25
Mattheüs 13:57 Mattheüs 11:6 Lukas 4:24 Johannes 4:44 Johannes 6:61 Lukas 2:34 Handelingen 3:22 Jesaja 8:14 Handelingen 7:37
Mattheüs 13:58 Markus 6:5 Romeinen 11:20 Hebreeën 4:6 Lukas 4:25 Hebreeën 3:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 13 vers 1

zee Namelijk de Galilese zee bij Kapernaüm.

Hertaald: zee Namelijk het meer van Galilea, bij Kapernaüm.

Mattheüs 13 vers 3

gelijkenissen, Grieks, parabolen; welke zijn zodanige gelijkenissen wanneer enige zaken op historische wijze, alsof zij onder de mensen geschied waren, verhaals worden, en iets anders, dat geestelijk is, er door verstaan wordt. Doch worden ook wel somwijlen breder genomen voor allerlei gelijkenissen, leringen en voortreffelijke spreuken. Zie vs.35.

Hertaald: gelijkenissen, Grieks: parabelen. Dat zijn zulke vergelijkingen waarin bepaalde zaken op verhalende wijze verteld worden, alsof zij onder de mensen gebeurd waren, terwijl er iets anders, geestelijks, mee bedoeld wordt. Maar het woord wordt soms ook ruimer opgevat voor allerlei vergelijkingen, leringen en treffende spreuken. Zie vers 35.

Mattheüs 13 vers 5

ging terstond op Dat is, wies of sproot op.

Hertaald: ging terstond op Dat is: groeide of schoot op.

Mattheüs 13 vers 7

wiesen op Grieks, klommen op.

Hertaald: wiesen op Grieks: klommen op.

Mattheüs 13 vers 9

Wie oren heeft Dat is, die van God de geest des verstands ontvangen heeft, lette hierop met aandacht; 2 Kor. 3:5 .

Hertaald: Wie oren heeft Dat is: wie van God de geest van het verstand ontvangen heeft, moet hier met aandacht op letten; 2 Kor. 3:5.

Mattheüs 13 vers 11

gegeven is Namelijk van God, uit genade, maar zijn welbehagen; Gal. 1:15 ; Matt. 16:17 .

Hertaald: gegeven is Namelijk door God, uit genade, naar Zijn welbehagen; Gal. 1:15; Matth. 16:17.

niet gegeven Want het Evangelie is bedekt degenen, die verloren gaan: 2 Kor. 4:3 .

Hertaald: niet gegeven Want het Evangelie is bedekt voor hen die verloren gaan: 2 Kor. 4:3.

Mattheüs 13 vers 12

heeft, Namelijk de beginselen van het zaligmakend geloof, en dezelve door de kracht des Heiligen Geestes waarneemt.

Hertaald: heeft, Namelijk de beginselen van het zaligmakend geloof, die hij door de kracht van de Heilige Geest ook in acht neemt.

dat hij heeft Dat is, hetgeen hij meent of schijnt te hebben. Gelijk verklaart Luc. 8:18 zie ook Matt. 25:29 .

Hertaald: dat hij heeft Dat is: wat hij meent of schijnt te hebben, zoals verklaard wordt in Luk. 8:18; zie ook Matth. 25:29.

Mattheüs 13 vers 14

vervuld, Of, weder vervuld; daar hetgeen Jesaja eertijds gezegd heeft tot de hardnekkige Joden van zijnen tijd, wederom in deze hardnekkige Joden nog eens vervuld wordt.

Hertaald: vervuld, Of: opnieuw vervuld, aangezien wat Jesaja vroeger tegen de hardnekkige Joden van zijn tijd gezegd heeft, in deze hardnekkige Joden nog eens vervuld wordt.

Met het gehoor Hetgeen hier op de wijze van voorzeggen gezegd wordt, is bij Jesaja op gebiedende wijze gesteld, om Gods oordeel over dit hardnekkig volk beter uit te drukken, gelijk het hier ook zou kunnen genomen worden. Zie verder de verklaring van dit alles Jes. 6:9 .

Hertaald: Met het gehoor Wat hier als een voorzegging gezegd wordt, staat bij Jesaja in de gebiedende wijs, om Gods oordeel over dit hardnekkige volk beter uit te drukken — zoals het hier ook opgevat zou kunnen worden. Zie de verklaring hiervan bij Jes. 6:9.

Mattheüs 13 vers 15

dik geworden, Namelijk van vettigheid: Hand. 28:27 .

Hertaald: dik geworden, Namelijk van vettigheid: Hand. 28:27.

Mattheüs 13 vers 16

zalig Of, gelukkig.

Hertaald: zalig Of: gelukkig.

Mattheüs 13 vers 17

die gij ziet, Namelijk de Messias in het vlees gekomen en zijn ambt uitvoerende. Zie Joh. 8:56 ; Hand. 26:6-7 .

Hertaald: die gij ziet, Namelijk de Messias, in het vlees gekomen en Zijn ambt uitoefenend. Zie Joh. 8:56; Hand. 26:6-7.

Mattheüs 13 vers 19

het woord Dat is, de leer des Evangelies, waardoor Christus zijn rijk opricht; Matt. 9:35 .

Hertaald: het woord Dat is: de leer van het Evangelie, waardoor Christus Zijn rijk opricht; Matth. 9:35.

de boze, Dat is, de duivel.

Hertaald: de boze, Dat is: de duivel.

is degene, Dat is, wordt bedoeld door degenen, enz.

Hertaald: is degene, Dat is: daarmee wordt bedoeld degene, enzovoort.

bezaaid is Dat is, het zaad ontvangen heeft.

Hertaald: bezaaid is Dat is: het zaad ontvangen heeft.

Mattheüs 13 vers 20

vreugde ontvangt; Deze vreugde onstaat uit de kennis der Evangelische leer, en de aangenaamheid van de beloften derzelve: hoewel hun hart nog steenachtig blijft, dat is, dat de hardigheid deszelven door den Geest Gods nog niet is weggenomen.

Hertaald: vreugde ontvangt; Deze vreugde ontstaat uit de kennis van de evangelische leer en uit het aangename van haar beloften — hoewel hun hart nog steenachtig blijft, dat is: de hardheid daarvan is door de Geest van God nog niet weggenomen.

Mattheüs 13 vers 21

geen wortel in zichzelven, Dat is, geen recht en vast vertrouwen op Christus, waardoor wij met Christus als met een vasten grond onzer zaligheid verenigd worden, Hebr. 3:14 , en van Hem het sap des levens trekken; Rom. 11:17 , Rom. 11:20 .

Hertaald: geen wortel in zichzelven, Dat is: geen recht en vast vertrouwen op Christus, waardoor wij met Hem als met een vast fundament van onze zaligheid verenigd worden, Hebr. 3:14, en uit Hem het levenssap trekken; Rom. 11:17, Rom. 11:20.

Mattheüs 13 vers 22

verstikt het woord, Dat is, verhindert den voortgang van de kracht des Woords.

Hertaald: verstikt het woord, Dat is: verhindert de voortgang van de kracht van het Woord.

wordt onvruchtbaar Of, brengt geen vrucht.

Hertaald: wordt onvruchtbaar Of: brengt geen vrucht voort.

Mattheüs 13 vers 23

goede aarde bezaaid is, Dat is, die het in een goed en fijn hart ontvangen, Luc. 8:15 , hetwelk een mens van zichzelven niet heeft maar door de kracht van de Geest Gods ontvangt; Hand. 16:14 .

Hertaald: goede aarde bezaaid is, Dat is: zij die het in een goed en oprecht hart ontvangen, Luk. 8:15 — wat een mens niet uit zichzelf heeft, maar door de kracht van de Geest van God ontvangt; Hand. 16:14.

vrucht draagt en voortbrengt, Namelijk het ware geloof en oprechte liefde; Matt. 21:43 .

Hertaald: vrucht draagt en voortbrengt, Namelijk het ware geloof en de oprechte liefde; Matth. 21:43.

Mattheüs 13 vers 25

onkruid midden in de tarwe Grieks, Zizania; hetwelk sommigen menen dat een Arabisch woord is, betekende voornamelijk een zeker soort van onkruid, dat men brandkoren noemt, hetwelk zonder schade van de tarwe niet wel kan uitgewied worden.

Hertaald: onkruid midden in de tarwe Grieks: zizania. Sommigen menen dat dit een Arabisch woord is dat vooral een bepaald soort onkruid aanduidt, dat men brandkoren noemt en dat niet goed gewied kan worden zonder de tarwe te beschadigen.

Mattheüs 13 vers 29

uittrekt Grieks, uitwortelt.

Hertaald: uittrekt Grieks: uitwortelt.

Mattheüs 13 vers 30

Laat ze beide tezamen opwassen tot den oogst, Hiermede wil Christus niet wegnemen het ambt der overheid in het straffen der boze, Rom. 13:4 ; noch der kerk in oefenen der tucht, 1 Kor. 5:7 , maar geeft te kennen dat men daarin voorzichtigheid moet gebruiken, en dat de huichelaars en de boze niet geheel kunnen geweerd worden, overmits zij van de ware gelovigen somwijlen niet wel kunnen onderscheiden worden, gelijk het brandkoren van het goede koren, als het eerst opkomt, kwalijk kan onderscheiden worden.

Hertaald: Laat ze beide tezamen opwassen tot den oogst, Christus wil hiermee niet het ambt van de overheid in het straffen van de bozen wegnemen, Rom. 13:4, en evenmin dat van de kerk in het oefenen van de tucht, 1 Kor. 5:7. Maar Hij geeft te kennen dat men daarin voorzichtigheid moet betrachten en dat de huichelaars en de bozen niet helemaal geweerd kunnen worden, omdat zij soms niet goed van de ware gelovigen te onderscheiden zijn — zoals het brandkoren, wanneer het pas opkomt, moeilijk van het goede koren te onderscheiden is.

Mattheüs 13 vers 31

Een andere gelijkenis Met deze twee gelijkenissen wijst Christus aan de kracht van zijn woord, hetwelk, hoewel het in het begin klein en veracht scheen, nochtans daarna zich wijd zou uitbrieden en de gehele wereld doordringen; Rom. 10:18 .

Hertaald: Een andere gelijkenis Met deze twee vergelijkingen wijst Christus op de kracht van Zijn Woord, dat weliswaar in het begin klein en veracht leek, maar zich daarna wijd en zijd zou uitbreiden en de hele wereld zou doordringen; Rom. 10:18.

Mattheüs 13 vers 33

maten meels, Grieks, Sata. Zie daarvan Gen. 18:6 .

Hertaald: maten meels, Grieks: sata. Zie daarover Gen. 18:6.

Mattheüs 13 vers 34

zonder gelijkenis Namelijk op dien tijd en in deze en andere predikatiën.

Hertaald: zonder gelijkenis Namelijk op dat moment en in deze en andere preken.

Mattheüs 13 vers 35

voortbrengen Of, overvloediglijk voortbrengen. Grieks, uitwellen, gelijk een fontein haar water doet.

Hertaald: voortbrengen Of: overvloedig voortbrengen. Grieks: opwellen, zoals een bron haar water doet.

verborgen waren Dat is, zulke leringen, die altijd in zichzelven verborgenheden zijn geweest, maar evenwel in Gods Woord voorzegd en geopenbaard; gelijk het alzo ook Ps. 78:2 , genomen wordt.

Hertaald: verborgen waren Dat is: zulke leringen die op zichzelf altijd verborgenheden geweest zijn, maar toch in Gods Woord voorzegd en geopenbaard — zoals het ook in Ps. 78:2 opgevat wordt.

Mattheüs 13 vers 37

de Zoon des mensen; Namelijk zo door zichzelven, als door zijn apostelen en getrouwe leraars, Ef. 4:11-12 .

Hertaald: de Zoon des mensen; Namelijk zowel door Hemzelf als door Zijn apostelen en trouwe leraars, Ef. 4:11-12.

Mattheüs 13 vers 38

de kinderen des koninkrijks; Dat is, die niet alleen uiterlijke leden zijn van Christus' rijk, gelijk Matt. 3:12 , maar ook ware en levende leden.

Hertaald: de kinderen des koninkrijks; Dat is: zij die niet alleen uiterlijke leden van Christus' rijk zijn, zoals Matth. 3:12, maar ook ware en levende leden.

Mattheüs 13 vers 41

de ergernissen Dat zijn mensen, die een ergerlijk leven geleid hebben.

Hertaald: de ergernissen Dat zijn de mensen die een aanstootgevend leven geleid hebben.

Mattheüs 13 vers 42

vurigen oven werpen; Grieks, oven des vuurs; dat is, de hel. Het schijnt dat in deze wijze van spreken gezien wordt op de gruwelijke straffen des vuurs, die eertijds gebruikelijk waren. Zie Dan. 3:6 .

Hertaald: vurigen oven werpen; Grieks: oven van het vuur; dat is: de hel. Het lijkt erop dat deze manier van spreken ziet op de gruwelijke vuurstraffen die vroeger gebruikelijk waren. Zie Dan. 3:6.

Mattheüs 13 vers 44

Wederom is het koninkrijk der hemelen Met deze twee gelijkenissen wijst Christus aan de uitnemende waardigheid van de leer en de beloften des Evangelies, mitsgaders den ijver en de naarstigheid, die men behoort aan te wenden om dezelve te verkrijgen, al ware het ook met schade en verlies van alle tijdelijke dingen.

Hertaald: Wederom is het koninkrijk der hemelen Met deze twee vergelijkingen wijst Christus op de uitnemende waarde van de leer en de beloften van het Evangelie. Ook wijst Hij op de ijver en toewijding die men behoort aan te wenden om die te verkrijgen, al zou het met schade en verlies van alle tijdelijke dingen zijn.

Mattheüs 13 vers 49

uitgaan Namelijk door Christus uitgezonden zijnde, gelijk vs.41.

Hertaald: uitgaan Namelijk nadat zij door Christus uitgezonden zijn, zoals vers 41.

Mattheüs 13 vers 50

vurigen oven Grieks, oven des vuurs gelijk vs.42.

Hertaald: vurigen oven Grieks: oven van het vuur, zoals vers 42.

Mattheüs 13 vers 52

in het koninkrijk der hemelen Of, tot; dat is, een verstandig en geoefend man in de schriftuur, een leraar gelijk Ezra was. Zie Ezra 7:6 , Ezra 7:11 .

Hertaald: in het koninkrijk der hemelen Of: tot; dat is: een verstandig en geoefend man in de Schrift, een leraar zoals Ezra was. Zie Ezra 7:6, Ezra 7:11.

schat Of, voorraad.

Hertaald: schat Of: voorraad.

Mattheüs 13 vers 54

vaderland, Namelijk Nazareth, waar Hij opgevoed was en zijne vrienden woonden. Zie Luc. 4:16 .

Hertaald: vaderland, Namelijk Nazareth, waar Hij opgevoed was en waar Zijn verwanten woonden. Zie Luk. 4:16.

Mattheüs 13 vers 55

timmermans? Namelijk Jozef, dien zij meenden dat zijn vader was. Zie Luc. 3:23 ; Joh. 6:42 .

Hertaald: timmermans? Namelijk Jozef, van wie zij dachten dat hij Zijn vader was. Zie Luk. 3:23; Joh. 6:42.

broeders Dat is, bloedverwanten; want Jakobus en Joses waren zonen van de zuster van Christus' moeder, gelijk men kan zien Joh. 19:25 , verg. met Matt. 27:56 , en Marc. 15:40 .

Hertaald: broeders Dat is: bloedverwanten. Want Jakobus en Joses waren zonen van de zuster van Christus' moeder, zoals men kan zien in Joh. 19:25, vergeleken met Matth. 27:56 en Mark. 15:40.

Mattheüs 13 vers 58

vanwege hun ongeloof Omdat zij, vanwege hun ongeloof, hem de kranken niet toebrachten.

Hertaald: vanwege hun ongeloof Omdat zij vanwege hun ongeloof de zieken niet bij Hem brachten.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Simon (de Kananiet)  — hij heeft gehoord

Een van de twaalf apostelen van Jezus, aangeduid als "de Kananiet" (of Zeloot); niet dezelfde persoon als Simon Petrus (Matth. 10:4).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Koninkrijk der hemelen  — Grieks: basileia ton ouranon; bij de andere Evangelisten "Koninkrijk Gods" — Mattheüs vermijdt uit eerbied de Godsnaam

Het is de uitdrukking waarmee zowel Johannes de Doper als Christus Zelf begint: "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen" (Matt. 3:2; 4:17). Mattheüs gebruikt haar meer dan dertig maal. Zij duidt niet een gebied aan maar een heerschappij: God die regeert, en mensen die zich onder die regering stellen. De Bergrede opent en sluit met dat Koninkrijk (Matt. 5:3,10). Het staat ook in het middelpunt van het gebed dat de Heere Zijn discipelen leert — "Uw Koninkrijk kome" (Matt. 6:10) — en het is de zaak die men eerst zoeken moet (Matt. 6:33). In hoofdstuk 13 legt Christus met zeven gelijkenissen uit hoe het zich in deze wereld gedraagt. Het begint klein als een mosterdzaad, het werkt verborgen als zuurdeeg, en het groeit op tussen onkruid dat pas bij de oogst gescheiden wordt (Matt. 13:24-33,47-50).

Bijbelse betekenis: Het Koninkrijk is in Mattheüs tegelijk nabij en nog niet voleindigd, en die spanning is geen onduidelijkheid maar de zaak zelf. Het is nabij gekomen in de Koning die er staat, het wordt ingegaan door bekering en niet door afkomst of prestatie, en het wordt pas bij de oogst van alle vermenging gezuiverd. Vandaar dat het geweld aangedaan wordt (Matt. 11:12) en tegelijk gegeven wordt aan wie als een kind wordt (Matt. 18:3; 19:14). En vandaar dat de eis om het eerst te zoeken niet zwaar valt: wie het zoekt, ontvangt de rest toe.

Typologie: Daniël zag reeds dat de God des hemels een Koninkrijk zou oprichten dat in eeuwigheid niet verstoord zal worden (Dan. 2:44). Hij zag ook dat de Zoon des mensen heerschappij, eer en het koninkrijk ontving (Dan. 7:13-14) — de woorden waarmee Christus Zich voor de hogepriester bekende (Matt. 26:64). Paulus zegt dat de Zoon het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgeven wanneer Hij alle vijanden onder Zijn voeten gesteld heeft (1 Kor. 15:24-25). En Openbaring bezingt dat de koninkrijken der wereld de koninkrijken van onze Heere geworden zijn (Op. 11:15).

Matt. 3:2; Matt. 4:17; Matt. 5:3,10; Matt. 6:10,33; Matt. 13:24-33,47-50; Matt. 18:3; Matt. 26:64; Dan. 2:44; Dan. 7:13-14; 1 Kor. 15:24-25; Op. 11:15

Gelijkenis  — Grieks: parabole, van paraballo, "naast elkaar leggen" — een verhaal uit het gewone leven naast een hemelse zaak gelegd; in het Hebreeuws masjal

Mattheüs 13 bundelt zeven gelijkenissen over het Koninkrijk der hemelen: de zaaier, het onkruid onder de tarwe, het mosterdzaad, het zuurdeeg, de verborgen schat, de kostelijke perel en het net (Matt. 13:1-50). Christus spreekt tot de scharen "vele dingen door gelijkenissen" (Matt. 13:3), en op de vraag van de discipelen waarom, antwoordt Hij dat het hun gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk te weten, maar aan de scharen niet. Daarbij haalt Hij Jesaja aan over horen zonder verstaan (Matt. 13:10-15; Jes. 6:9-10). Van de eerste twee geeft Hij Zelf de uitlegging (Matt. 13:18-23,36-43). Het hoofdstuk merkt op dat Hij zonder gelijkenis niet tot hen sprak, opdat vervuld zou worden wat door de profeet gezegd is (Matt. 13:34-35; Ps. 78:2).

Bijbelse betekenis: Een gelijkenis is geen versiering en ook geen vereenvoudiging. Zij werkt twee kanten uit: voor wie hoort ontsluit zij, voor wie niet wil horen sluit zij toe — precies wat Christus in Matt. 13:10-15 zegt. Daarom is het beeld altijd eenvoudig en de zaak nooit: iedereen in Galilea kende zaad, onkruid en netten, en juist daardoor kan niemand zeggen dat de zaak te hoog was. En de gelijkenis vraagt om een beslissing in plaats van om een verklaring: de schat en de perel worden gekocht, met alles wat men heeft.

Typologie: Christus Zelf noemt de reden dat Hij zo spreekt een vervulling: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen, Ik zal voortbrengen dingen die verborgen waren van de grondlegging der wereld (Matt. 13:35, uit Ps. 78:2). Dat de verborgenheid nu geopend is, is in het Nieuwe Testament de kern van de zaak. God, Die gebood dat het licht uit de duisternis zou schijnen, heeft geschenen in onze harten tot verlichting van de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus (2 Kor. 4:6). De natuurlijke mens begrijpt intussen de dingen die des Geestes Gods zijn niet (1 Kor. 2:14). De gelijkenis legt daarmee bloot wat een mens is voordat God hem opent.

Matt. 13:1-52; Jes. 6:9-10; Ps. 78:2; 1 Kor. 2:14; 2 Kor. 4:6

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Dingen die verborgen waren van de grondlegging der wereld — 13:1-3, 34-46

Hij zit in een schip aan de oever en de schare staat op het land. Wat Hij die dag doet, doet Hij van dan af voortdurend: Hij onderwijst in gelijkenissen, en Mattheüs merkt op dat Hij tot de scharen niet anders sprak.

Mattheüs noemt de manier van spreken zelf een vervulling: er was voorzegd dat Hij Zijn mond in gelijkenissen zou opendoen.

Van de gelijkenissen in dit hoofdstuk is er één die vaak vergeten wordt, en dat is de opmerking die Mattheüs er zelf tussen zet: “Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet.”

En dan schrijft hij er iets bij dat men niet verwacht. Niet de inhoud van een gelijkenis wordt een vervulling genoemd, maar de vórm ervan: “Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.”

Dat komt uit de psalm van Asaf, die daar begint aan een lang overzicht van wat God met Israël gedaan heeft. Het woord dat de Statenvertaling daar met spreuken weergeeft, is hetzelfde soort woord: een spreekwijze die iets zegt door iets anders. En de kanttekening verklaart wat er met die verborgen dingen bedoeld wordt: leringen die in zichzelf altijd verborgenheden geweest zijn, maar die in Gods Woord toch voorzegd en geopenbaard zijn.

Daar ligt het profetenambt van dit hoofdstuk. Een profeet is iemand die niet zijn eigen woord spreekt maar Gods woord doorgeeft. Wat hier gebeurt, gaat een stap verder: Hij zegt dingen die vanaf de grondlegging der wereld niemand gehoord had. Het gaat niet om nieuws over de toekomst, maar om wat er altijd al was en nooit uitgesproken werd.

En de manier waarop Hij het zegt hoort erbij. Een gelijkenis legt iets open en dekt tegelijk iets toe. Wie meeluistert hoort een verhaal over zaad, over onkruid, over een net vol vissen — gewone dingen van het land en het meer waar Hij bij zit. Wie doorvraagt, krijgt de uitleg.

Twee van de kortste gelijkenissen staan midden in het hoofdstuk en zeggen samen genoeg. Een man vindt een schat in een akker, en van blijdschap daarover verkoopt hij alles wat hij heeft en koopt die akker. En een koopman zoekt schone parels, vindt er één van grote waarde, en doet hetzelfde. In beide gevallen wordt alles verkocht; in het ene geval was de vinder niet aan het zoeken en in het andere geval wel.

Dat is wat een gelijkenis doet. Zij is in twee zinnen verteld, en men denkt er dagen over na.

Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van de ambten. Mozes had gezegd dat God een Profeet zou verwekken als hij, naar Wie men horen moest. Bij deze Profeet is de vorm zelf al voorzegd — tot in de manier waarop Hij Zijn mond opendoet.

  1. Deuteronomium 18:18 — Er wordt een Profeet beloofd Die Gods woorden in Zijn mond krijgt.
  2. Psalm 78:2 — En er is voorzegd dat Hij Zijn mond in spreuken zou opendoen.
  3. Mattheüs 13:34 — Tot de scharen sprak Hij niet anders dan in gelijkenissen.
  4. Mattheüs 13:35 — Mattheüs noemt juist die manier van spreken een vervulling.
  5. Mattheüs 13:44 — Een schat in de akker: twee zinnen, en dagen om over na te denken.
  6. Kolossenzen 1:26 — De verborgenheid die van alle eeuwen verborgen was, is nu geopenbaard.

In het Nieuwe Testament: Psalm 78:2; Deuteronomium 18:15; Romeinen 16:25; Kolossenzen 1:26; 1 Korinthiers 2:7

Hoever dit reikt: Mattheüs noemt de profeet niet bij name; de aanhaling komt uit Psalm 78, en de kanttekening zegt dat ook. Dat de psalm daar in de eerste plaats over Israëls eigen geschiedenis gaat, is duidelijk; Mattheüs leest die woorden als vervuld in de wijze waarop Christus onderwijst. Waarom Hij tot de scharen niet anders dan in gelijkenissen sprak, wordt in dit hoofdstuk zelf beantwoord, en dat antwoord is niet in één zin samen te vatten.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 13

Mattheüs 13:1-2.KruisverwijzingenLukas 5:3Mattheüs 13:1Lukas 8:4Markus 2:13Markus 4:1Mattheüs 13:36Genesis 49:10Mattheüs 15:30
— En te dien dage Jezus, uit het huis gegaan zijnde, zat bij de zee. En tot Hem vergaderden vele scharen, zodat Hij in een schip ging en nederzat, en al de schare stond op den oever.
Ik meen het scheepje te zien, op een geschikte afstand van de oever om de menigten op afstand te houden, zodat de Zaligmaker vrijer spreken kon. Daar zit Hij, met een boot als preekstoel. Er was aan de Heere Jezus niets van vormelijkheid toen Hij op aarde was; Hij wilde overal tot het volk spreken, vanaf welke preekstoel dan ook.

Mattheüs 13:3.KruisverwijzingenMarkus 4:13Markus 4:33Markus 4:2Mattheüs 13:53Mattheüs 13:34Mattheüs 13:10Johannes 16:252 Samuël 12:1
— En Hij sprak tot hen vele dingen door gelijkenissen, zeggende: Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.
“En Hij sprak tot hen vele dingen door gelijkenissen, zeggende: Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.”

Het was waarschijnlijk in die tijd van het jaar waarin de zaaiers uitgingen om hun zaad te zaaien. Jezus wees dus naar hen als naar een levende tekst. Hij was er altijd wakker op om alles te gebruiken wat er om Hem heen gebeurde.

Een zaaier ging uit om te zaaien. Waarvoor anders zou hij uitgaan? En toch ken ik zaaiers die niet uitgaan om te záaien, maar om zichzelf te vertonen en te laten zien hoe goed zij hun werk kunnen doen. Deze man mikte op zaaien en op niets anders. Och, of alle predikers hetzelfde deden!

Hij had veel te onderwijzen, en Hij koos ervoor het in gelijkenissen over te brengen. Wat een wonderlijke schilderijen waren dat! Wat een wereld van betekenis hebben zij voor ons, zoals ook voor hen die ze hoorden. Deze gelijkenis van de zaaier is een mijn van onderwijs over het Koninkrijk, want het zaad was het Woord van het Koninkrijk.

Lees hier gerust: dé Zaaier. Jezus, onze Heere, heeft dit bedrijf van de Zaaier op Zich genomen op bevel van Zijn Vader. De zaaier ging uit. Zie Hem het huis van Zijn Vader verlaten, met dit ene voornemen op Zijn hart: te zaaien.

Mattheüs 13:4.KruisverwijzingenMattheüs 13:18
— En als hij zaaide, viel een deel van het zaad bij den weg; en de vogelen kwamen en aten datzelve op.
“En als hij zaaide, viel een deel van het zaad bij den weg; en de vogelen kwamen en aten datzelve op.”

Daar kon hij niets aan doen; hij was niet gezonden om de grond uit te zoeken. Dat zou een te grote verantwoordelijkheid voor hem zijn. Moesten wij alleen tot bepaalde karakters prediken, dan zouden wij al onze tijd besteden aan het uitzoeken van die karakters, en waarschijnlijk zouden wij daarbij veel misgrepen doen.

Onze zaak is het goede zaad wijd uit te strooien. Wij moeten het Woord niet met een pootstok in de grond zetten; wij moeten het zo ver werpen als wij kunnen, en het laten vallen waar het God behaagt.

Die vogels staan altijd gereed om het goede zaad op te eten. Waar er een gemeente bijeen is om het Woord te horen, zijn er altijd duivelen genoeg gereed om hun boze werk te doen. De vogels kennen een zaaier al aan zijn voorkomen, dus haasten zij zich en komen zij overal waar het zaad geworpen wordt, om het op te eten. HEERE, houd de vogels weg — of beter nog: breek de grond open, zodat het zaad erin kan en niet aan de oppervlakte blijft liggen!

Zelfs wanneer de opperste Zaaier aan het werk is, mislukt een deel van het zaad. Wij weten dat Hij het beste zaad zaait, en op de beste manier. Maar een deel valt op het platgetreden pad, en zo blijft het onbedekt liggen en wordt het door de grond niet aangenomen. Valt de waarheid het hart niet binnen, dan nemen boze invloeden haar spoedig weg.

Mattheüs 13:5-6.KruisverwijzingenMattheüs 13:21Jakobus 1:11Mattheüs 13:20Ezechiël 11:19Zacharia 7:12Ezechiël 36:26Jesaja 49:10Mattheüs 7:26
— En een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had. Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden; en omdat het geen wortel had, is het verdord.
“En een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had; en het ging terstond op, omdat het geen diepte van aarde had. Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden; en omdat het geen wortel had, is het verdord.”

Er lag een laag ongebroken kalksteen een paar duim onder de grond, maar er was geen diepte van aarde waarin het zaad groeien kon.

Zij leken bekeerlingen, maar zij bleken waardeloos. Zij waren geestdriftig en door opwinding meegesleept, maar het was spoedig met hen gedaan, omdat zij geen diepte van aarde hadden. Alles was oppervlakkig; er was geen diepte van karakter, van gevoel of van aandoening. Zij leken vanboven levend, maar vanonder waren zij werkelijk dood.

Wat voor mensen zijn dat, die ondiepe grond? Het zijn de mensen die als een kudde schapen altijd gereed staan om de voorganger te volgen. Maar hun volgen is maar tijdelijk, en hun genegenheid is enkel aanstellerij. Zij belijden christenen te zijn, maar zij zullen die belijdenis binnen niet al te lange tijd opgeven.

Voor zover zij het kunnen zijn, zijn zij oprecht — met dat weinige dat er van hen is. Maar hun oprechtheid is uiteindelijk een arm, zwak en wispelturig ding. Zij zullen spoedig even oprecht verkeerd zijn als zij op dit ogenblik oprecht goed zijn.

In die steenachtige plaatsen kwam het zaad snel op, want de rots gaf het alle hitte die erop viel en verhaastte zo de ontkieming. Maar wat snel boven is, is snel beneden. Toen de tijd kwam dat de zon haar kracht uitoefende, kwijnden de wortelloze plantjes meteen weg en stierven zij. Alles ging bij hen haastig; het zaad had geen tijd om te wortelen, en dus ontmoette de snelle groei in grote haast een snelle dood.

Mattheüs 13:7.KruisverwijzingenJeremia 4:3Mattheüs 13:22Markus 4:18Genesis 3:18
— En een ander deel viel in de doornen; en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve.
De grond was oorspronkelijk een doornbos geweest en was ontgonnen doordat de doornen afgekapt waren. Maar de oude wortels schoten spoedig nieuwe scheuten uit, en er kwam ander onkruid mee op. En de verwarde bedden van distels, doornen en netels verstikten het zwakke opschieten van de tarwe.

De inheemse planten verstikten de arme vreemdeling. Zij wilden de indringende tarwe niet toestaan het veld met hen te delen: het kwaad eist een alleenrecht op onze natuur op. Zo hebben wij drie soorten zaad een ontijdig einde zien vinden.

Mattheüs 13:8.KruisverwijzingenMattheüs 13:23Genesis 26:12Galaten 5:22Johannes 15:8Lukas 8:15Romeinen 7:18Filippenzen 1:11
— En een ander deel viel in de goede aarde, en gaf vrucht, het een honderd-, het ander zestig-, en het ander dertig voud.
“En een ander deel viel in de goede aarde, en gaf vrucht, het een honderd-, het ander zestig-, en het ander dertig voud.”

God zij dank, wij verliezen niet al onze moeite. Slaagt één van de vier, dan is dat veel waarvoor wij de HEERE mogen prijzen. Zaai dus ‘s morgens uw zaad en trek ‘s avonds uw hand niet terug; geef aan twijfel en vrees geen gehoor, maar strooi het wijd over het land uit.

Er zijn zelfs in de vruchtbaarheid graden; christenen zijn niet allemaal gelijk. Och, of wij overal honderdvoudige opbrengst hadden voor ons zaaien! Wij krijgen die niet en kunnen die nauwelijks verwachten. Laten wij God danken als het honderdvoud, zestigvoud of dertigvoud is.

Dit zou alle verliezen vergoeden, zeker tegen de hoogste opbrengst die hier genoemd wordt. Aan de vogel, het weer en het onkruid zijn drie soorten zaad verloren gegaan. Maar gelukkig blijft er één over om te vermeerderen en de schuur te vullen. Het zaaien van goed zaad kan nooit een volslagen mislukking zijn.

Niet alle goede grond is even goed, en bovendien kan de ligging verschillen. Oogsten zijn niet overal gelijk op dezelfde boerderij, in hetzelfde seizoen, onder dezelfde boer — en toch kan elke akker een redelijk goede oogst geven. HEERE, kan ik het honderdvoud niet halen, laat mij dan ten minste goede grond blijken door dertigvoud te dragen.

Mattheüs 13:9-12.Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:9Mattheüs 25:29Lukas 8:18Mattheüs 11:15Mattheüs 19:111 Korinthe 2:141 Johannes 2:27Openbaring 3:13
— Wie oren heeft om te horen, die hore. En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen? En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven. Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloediglijk hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.
“Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloediglijk hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.”

Zo is het zelfs in gewone dingen. De verstandige mens, die een goede grondslag van onderwijs heeft, pikt overal iets op. Maar de onwetende leert nergens iets; hij ontdekt alleen meer en meer van zijn eigen onwetendheid, totdat ook wat hij had van hem weggenomen wordt. Och, of de HEERE ons een goede grondslag van zaligmakende kennis wilde geven, zodat wij onder het onderwijs van de Heilige Geest meer en meer mochten leren!

U kunt deze waarheid begrijpen als u een verzameling binnengaat. Stel dat u niets weet van de vergelijkende ontleedkunde en dat u een verzameling daarvan binnenstapt. Verstaat u iets van die wetenschap, dan zult u er veel meer bij leren.

Maar weet u van het onderwerp niets, dan zult u zeggen: dit is de saaiste tentoonstelling die ik ooit gezien heb. En u komt eruit met het gevoel dat u niets weet. Wat u wél wist, is verdwenen bij het zien van al die beenderen in die buitengewone vormen. Zo is het ook in de dingen van God. Verstaat u de grondbeginselen van de ware godsvrucht, dan zult u spoedig meer verstaan. Maar begrijpt u zelfs zoveel niet, dan zal zelfs het lezen van de Schriften u maar weinig leren.

Mattheüs 13:13-16.KruisverwijzingenJesaja 6:9Lukas 10:23Mattheüs 16:17Efeze 1:17Jeremia 5:21Ezechiël 12:2Lukas 8:10Handelingen 28:25
— Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan. En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken. Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze. Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen.
“Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen.”

Het is een verschrikkelijke zaak wanneer God mensen aan geestelijke blindheid, botheid en hardheid overgeeft. Maar het gebeurt. Hoort u het Woord en weigert u het aan te nemen, dan verhardt u in zoverre uw hart. En blijft u dat doen, dan zult u gaandeweg het vermogen verliezen om het Woord te verstaan. Let dus op wat u hoort.

Ik ben bang dat velen zich niet bewust zijn van de plechtige verantwoordelijkheid van het horen van het evangelie. En ook niet van het verschrikkelijke gevaar dat hun oren bot en hun hart hard gemaakt worden. Ik ben verantwoordelijk om u getrouw te prediken, maar u bent even verantwoordelijk voor het hóren van wat er gepredikt wordt.

Stel dat het hoofddoel van de Zaligmaker met de gelijkenissen geweest was dat de mensen Hem niet zouden verstaan. Dan had Hij dat doel beter bereikt door helemaal niet te spreken. Maar zie hoe de barmhartigheid zich met het recht vermengt en hun nog een gelegenheid geeft om het Woord te horen. Zij hadden tot Jezus kunnen komen zoals Zijn discipelen deden en Hem vragen kunnen stellen, en dan zou Hij hun de waarheid uitgelegd hebben.

Hoort iemand van u vandaag iets dat hij niet verstaat, ga er dan in het verborgen gebed mee tot de HEERE, en Hij zal het u uitleggen. Ik beef ervoor dat iemand van u het Woord hoort en het niet aanneemt, en er toch tevreden mee is. Dat is de allerergste staat waarin iemand zijn kan; God beware u ervoor!

Maar u die de HEERE kent: zalig zijn uw ogen, want zij zien. Het is niets dan de genade van God die onze oren geestelijk horen kan doen. Hij Die het oor gemaakt heeft, kan alleen een open weg maken van het oor naar het hart. Hebt u die zegen ontvangen, wees er dan zeer dankbaar voor.

Mattheüs 13:17.Kruisverwijzingen1 Petrus 1:10Hebreeën 11:13Johannes 8:56Lukas 10:24Efeze 3:5Hebreeën 11:39
— Want voorwaar zeg Ik u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien de dingen, die gij ziet, en hebben ze niet gezien; en te horen de dingen, die gij hoort, en hebben ze niet gehoord.
Aan u, christenen, is een zeer volle openbaring van de waarheid van God gegeven. U leeft in de middagglans van het evangelie, maar de profeten en de rechtvaardigen van ouds leefden in de morgenschemering. Wees des te dankbaarder, en prijs de HEERE met heel uw hart.

Mattheüs 13:18-19.KruisverwijzingenLukas 8:11Mattheüs 13:38Mattheüs 13:11Markus 4:13Mattheüs 4:23Hebreeën 2:1Markus 4:15Romeinen 2:8
— Gij dan, hoort de gelijkenis van den zaaier. Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg, hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij den weg bezaaid is.
“Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg, hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij den weg bezaaid is.”

U ziet achter het gordijn, en u hebt genade gekregen om door het uiterlijke beeld heen de innerlijke betekenis te onderscheiden. Kom dus de uitlegging van de gelijkenis van de zaaier horen.

Er zijn veel van zulke hoorders: zij horen het Woord alleen maar, en daar blijft het bij. Zij lijken op de plattelander die zei dat hij van de zondag hield, omdat het zo’n gemakkelijke dag was. Hij hoefde niets anders te doen dan naar de kerk gaan, zijn benen omhoog leggen en nergens aan denken. Er zijn veel te veel hoorders van dat slag die nergens aan denken, en die daarom geen goed halen uit wat zij horen.

Het evangelie is het Woord van het Koninkrijk: er zit koninklijk gezag in. Het roept Koning Jezus uit en openbaart Hem, en het leidt mensen tot gehoorzaamheid aan Zijn weg. Horen maar niet verstaan is het goede zaad aan de buitenkant van uw natuur laten liggen en het niet in uzelf opnemen.

De satan waakt er altijd op om het Woord te verhinderen. Er staat: dan komt de boze — en dat op het ogenblik zelf waarop het zaad viel. Hij is altijd bang de waarheid ook maar in hard en droog contact met een gemoed te laten, en dus rukt hij haar meteen weg. Dan is zij vergeten of zelfs niet geloofd; hoe dan ook, zij is weg.

Deze man was geen tegenstander; er staat dat hij zaad ontving. Maar hij ontving de waarheid zoals hij was, zonder dat de grond van zijn natuur veranderd werd. En het zaad bleef zoals het was, totdat de vuile vogel van de hel het van die plaats wegnam en het gedaan was. HEERE, laat niemand van ons ondoordringbaar zijn voor Uw koninklijke woord.

Mattheüs 13:20-21.KruisverwijzingenMattheüs 11:6Psalmen 106:12Ezechiël 33:31Johannes 5:35Markus 6:20Jesaja 58:2Hosea 6:41 Samuël 11:13
— Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt; Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, om des Woords wil, zo wordt hij terstond geergerd.
“Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt; Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, om des Woords wil, zo wordt hij terstond geergerd.”

Hij houdt spoedig zelfs op te belijden dat hij christen is; hij sprong het geloof in en hij springt er weer uit. Opwekkingen brengen altijd een groot aantal van zulke mensen voort. En toch is een opwekking, als er één ziel werkelijk behouden wordt, in zoverre geslaagd.

Hier was het zaad hetzelfde en de zaaier dezelfde, maar de uitkomst enigszins anders. In dit geval was er aarde genoeg om het zaad te bedekken en hitte genoeg om het snel te doen groeien. De bekeerling was aandachtig en gemakkelijk te overreden. Hij scheen blij het evangelie meteen aan te nemen; hij was zelfs begerig en geestdriftig, blij en uitbundig.

Dat zag er zeker veelbelovend uit! Maar de grond was in wezen slecht, hard, onvruchtbaar en oppervlakkig. De man had geen levende toegang tot de verborgenheid van het evangelie, geen wortel in zichzelf, geen beginsel, geen greep op de waarheid met een vernieuwd hart.

Het staat er bondig: hij is voor een tijd. Die tijd kan langer of korter zijn naar de omstandigheden. Soms worden de zaken heet voor christenen, hetzij door beproeving van de HEERE hetzij door vervolging van de wereld. Dan is de tijdelijke gelovige zo saploos, zo wortelloos en zo arm aan het vocht van de genade, dat hij uitdroogt en zijn belijdenis verwelkt.

Wij ontmoeten er velen die snel heet zijn en even snel koud. Zij nemen het evangelie meteen aan en laten het na een tijdje weer los. Alles is aan de oppervlakte, en daarom is alles haastig en onecht. Mochten wij allen een verbroken hart en een toebereid gemoed hebben, opdat de waarheid, wanneer zij tot ons komt, in ons wortel schiet en blijft.

Mattheüs 13:22.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 6:92 Timotheüs 4:101 Timotheüs 6:17Lukas 8:14Mattheüs 6:24Psalmen 52:7Lukas 12:151 Johannes 2:15
— En die in de doornen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort; en de zorgvuldigheid dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord, en het wordt onvruchtbaar.
“En die in de doornen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort; en de zorgvuldigheid dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord, en het wordt onvruchtbaar.”

Dit slag hoorders kennen wij in deze drukke eeuw persoonlijk. Zij horen het Woord, zij worden door het evangelie geraakt, zij nemen het als zaad in hun gemoed op, en het groeit een tijd goed. Maar het hart kan niet tegelijk aan twee alles opeisende voorwerpen toebehoren, en daarom kunnen deze mensen zich niet lang aan de wereld én aan Christus overgeven.

Denk aan de zorg om geld te krijgen, aan de hebzucht, het bedrog en de zonden die voortkomen uit het haasten om rijk te worden. Of anders aan de hoogmoed, de weelde, de verdrukking en de andere zonden die voortkomen uit het verkregen hébben van rijkdom. Die verhinderen de man om in godsdienstige zaken nuttig te zijn, of zelfs maar oprecht tegenover zichzelf.

Hij wordt onvruchtbaar. Hij houdt zijn belijdenis; hij bezet zijn plaats. Maar zijn godsdienst groeit niet; sterker nog, hij vertoont droevige tekenen dat hij door de wereldsgezindheid verstikt en tegengehouden wordt. Het blad van de uiterlijke godsdienstigheid is er, maar er ligt geen dauw op. De aar van de beloofde vrucht is er, maar er zitten geen korrels in.

Wij kunnen niet tegelijk doorn en koren telen; die poging is dodelijk voor een oogst voor Jezus. Zie hoe de rijkdom hier verbonden wordt met zorg, bedrieglijkheid en onvruchtbaarheid. Het is iets om voorzichtig mee om te gaan. Waarom zijn mensen zo begerig om hun doornbos nog dichter met braamstruiken te maken? Zou een goede landman de doornen en de braambossen niet uitroeien?

Mattheüs 13:23.KruisverwijzingenMattheüs 13:8Mattheüs 12:33Johannes 15:16Filippenzen 1:11Galaten 5:22Kolossenzen 1:6Hebreeën 4:2Ezechiël 18:31
— Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertig voud.
“Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertig voud.”

Hij weet wat het betekent, hij denkt het door, hij neemt het in zoals de goede grond het zaad opneemt, en hij houdt het vast. Dit vierde stuk land vergoedt alle kosten.

Natuurlijk leert geen enkele gelijkenis alle waarheid, en daarom wordt hier het ploegen niet genoemd dat altijd aan een vruchtbare oogst voorafgaat. Geen mensenhart is van nature goed; de goede HEERE had dit stuk tot goede grond gemáákt. Hier zijn zowel het denken als het hart met de hemelse boodschap bezig: de man hoort het Woord en verstaat het.

Doordat de waarheid liefdevol verstaan wordt, komt zij de mens binnen. En dan wortelt zij, groeit zij, draagt zij vrucht en beloont zij de zaaier. Wij moeten mikken op het innerlijk vatten en begrijpen van Gods Woord, want alleen zo kunnen wij erdoor vruchtbaar gemaakt worden.

Mattheüs 13:24-25.KruisverwijzingenMattheüs 13:47Lukas 13:20Mattheüs 25:1Mattheüs 13:33Mattheüs 22:2Mattheüs 20:11 Petrus 5:8Lukas 13:18
— Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker. En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg.
“Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker. En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg.”

Hij wist dat het goed was. Het was beproefd, het was onvermengd, het was door en door goed. Jezus heeft nooit een ander soort zaad gezaaid. De waarheid die Hij leerde is zuiver en onvervalst.

Het was een zeer boosaardige daad, en zij is vele malen gedaan: nagemaakte tarwe werd tussen de echte tarwe gezaaid om de oogst te bederven. Waar Christus werkzaam is, is de vijand zeker ook werkzaam. Hebt u een slapende gemeente, dan hebt u misschien een slapende duivel. Maar zodra Christus in de gemeente het goede zaad zaait, wordt de duivel wakker. En bij nacht, wanneer de mensen niet op hun hoede zijn, wordt het slechte zaad onder de echte tarwe gezaaid.

Mattheüs 13:26-27.Kruisverwijzingen2 Korinthe 5:18Romeinen 16:17Markus 4:26Efeze 4:111 Korinthe 15:12Galaten 3:11 Korinthe 3:5Jakobus 3:15
— Toen het nu tot kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich ook het onkruid. En de dienstknechten van den heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid?
“En de dienstknechten van den heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid?”

Die vraag moeten wij vaak stellen. Hoe komt dit? Er werd een waar evangelie gepredikt; vanwaar komen deze huichelaars dan — deze mensen die op de tarwe lijken maar geen tarwe zijn? Want het is niet het onkruid dat wij bij ons zo noemen dat hier bedoeld wordt, maar een námaaktarwe: zeer op tarwe gelijkend, maar geen tarwe.

De valse tarwe kwam met de echte op. Misschien leek het zaad in het ene geval zelfs op dat van het andere. Zo is er ook nu nog een ander evangelie dat geen ander evangelie is, en waarmee men ons lastigvalt. De enige ware toets is: aan hun vruchten zult u hen kennen. Toen het zaad dus opgekomen was, was daar de halm van de echte tarwe, en toen openbaarde zich het onkruid ook.

Hoe vaak hebben wij die vraag gesteld! Wij hebben kinderen gezien die door de godvruchtigste ouders opgevoed waren, en toch hebben zij een droevige neiging tot de zonde ontwikkeld. Wij hebben een bediening gezien die gezond en getrouw was, en toch zijn er in de gemeente allerlei dwalingen opgekomen die een wereld van onheil aangericht hebben.

Mattheüs 13:28-30.KruisverwijzingenMattheüs 3:121 Korinthe 4:5Maleachi 3:181 Korinthe 5:31 Timotheüs 5:24Mattheüs 25:32Johannes 15:6Lukas 3:17
— En hij zeide tot hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. En de dienstknechten zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij heengaan en datzelve vergaderen? Maar hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt. Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.
“Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.”

De vijand kon niets ergers doen dan de gemeente van God vervalsen. Pretendenten buiten doen weinig kwaad; binnen de schaapskooi richten zij veel onheil aan.

Wij zijn zo feilbaar en wij maken zoveel misgrepen, dat men ons dit uittrekken niet toevertrouwen kan; wij zouden tarwe kunnen uittrekken zowel als onkruid. Waren er braamstruiken of doornen in dat veld gegroeid, dan hadden die knechten die zonder schade voor het koren kunnen uittrekken. Zo kan iemand die openlijk goddeloos leeft en Gods wetten openlijk overtreedt, zonder schade uit de gemeente afgesneden worden. Maar dit onkruid moet voorlopig blijven staan.

De scheiding zal beter van pas komen en gemakkelijker en nauwkeuriger gedaan worden wanneer beide ten volle uitgegroeid zijn. Dat is wanneer de tarwe tot haar volheid gekomen is en de nagemaakte tarwe rijp geworden. Er zal te zijner tijd een einde aan deze vermenging komen; de huichelaar zal niet altijd in de vergadering van de rechtvaardigen staan.

Mattheüs 13:31-32.KruisverwijzingenDaniël 4:12Markus 4:30Lukas 13:18Ezechiël 31:6Mattheüs 17:20Mattheüs 13:24Handelingen 21:20Lukas 17:6
— Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid; Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is 't het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken.
“Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid; Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is ‘t het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken.”

Het Koninkrijk der hemelen is in deze wereld net zo: waar het komt, komt het om te groeien. En in ons hart is het net zo. Och, hoe klein is het eerste teken van genade in de ziel! Misschien is het maar één gedachte.

Het goddelijke leven kan met niet meer beginnen dan een wens, of met één pijnlijke overtuiging van dwaling. Maar is het het ware en levende zaad van God, dan zal het groeien. En er valt niet te zeggen hoe groot die groei worden zal. In die ziel waar alles duisternis was, komen ten slotte veel genadegaven als zoete zangvogels zingen en vreugde en blijdschap maken.

Mattheüs 13:33.KruisverwijzingenLukas 13:21Galaten 5:9Spreuken 4:18Genesis 18:61 Korinthe 5:6Mattheüs 13:241 Thessalonicenzen 5:23Filippenzen 2:13
— Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.
“Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.”

Al is de zuurdesem gewoonlijk het zinnebeeld van het kwaad, hier kan hij toch een goede afbeelding van het Koninkrijk der hemelen zelf zijn. Want hij werkt verborgen en in het geheim, en toch krachtig, totdat hij de hele natuur van de mens doortrekt. En het evangelie zal zijn weg blijven winnen, totdat de hele wereld erdoor doorzuurd is. Het breidt zich meer en meer uit en groeit, en het is altijd machtig om de overhand te krijgen.

Mattheüs 13:34-36.KruisverwijzingenPsalmen 78:2Efeze 3:91 Petrus 1:20Romeinen 16:251 Korinthe 2:7Johannes 17:24Mattheüs 25:34Amos 3:7
— Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet. Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld. Toen nu Jezus de scharen van Zich gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid des akkers.
Ik herinner u er nogmaals aan: waar er iets is dat u niet verstaat, is het het beste de Meester erover te raadplegen. Lees ik een boek waarin een duistere plaats staat, en kan ik de schrijver schrijven om te vragen wat hij ermee bedoelt, dan zal ik het hoogstwaarschijnlijk gaan begrijpen.

Zo is de beste Uitlegger van het Woord van God de Geest van God. Doe dus een beroep op Hem wanneer u met iets in de Schrift verlegen zit. Zeg tot Hem: gezegende Geest, wilt U mij deze gelijkenis, dit leerstuk, deze ervaring genadig uitleggen? En Hij zal het doen, en zo zult u wijs worden tot zaligheid.

Die gesprekken in huis, die uitleggingen van de grote openbare preken en gelijkenissen, waren zoete voorrechten die Hij bewaarde voor wie hun volle vertrouwen aan Hem gegeven hadden.

Mattheüs 13:44.KruisverwijzingenSpreuken 2:2Kolossenzen 2:3Spreuken 16:16Hebreeën 11:24Lukas 14:33Filippenzen 3:7Jesaja 55:1Spreuken 23:23
— Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven, gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.
“Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven, gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.”

Hij stuitte er misschien op toen hij aan het ploegen was en de oude laag omkeerde waarin de schat verborgen lag. Sommige mensen stuiten inderdaad op het evangelie wanneer zij er niet naar zoeken. “Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden” is een heerlijke tekst over de vrije genade.

Sommigen van hen die het ernstigst in het Koninkrijk der hemelen geweest zijn, waren eens het onverschilligst en het zorgeloost. Maar God legde de schat in Zijn oneindige vrijmacht op hun weg, gaf hun het hart om haar te waarderen, en zij verkregen haar tot hun eigen blijdschap.

Mattheüs 13:45-46.KruisverwijzingenSpreuken 8:18Handelingen 20:24Lukas 18:28Efeze 3:8Spreuken 2:4Markus 10:28Kolossenzen 2:3Spreuken 8:10
— Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zoekt; Dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.
Deze man stuit er niet op; hij is párels aan het zoeken. Het zou voor ieder een goede koop zijn alles wat hij heeft weg te geven in ruil voor het Koninkrijk der hemelen. En toch is die grote schat voor niets te krijgen door ieder die de Heere Jezus Christus vertrouwt.

Mattheüs 13:47-50.KruisverwijzingenMattheüs 4:19Openbaring 20:122 Thessalonicenzen 1:7Mattheüs 13:391 Johannes 4:1Mattheüs 25:19Mattheüs 8:12Openbaring 14:10
— Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt; Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers aan den oever optrekken, en nederzittende, lezen het goede uit in hun vaten, maar het kwade werpen zij weg. Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen; de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden; En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal zijn wening en knersing der tanden.
“Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt; Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers aan den oever optrekken, en nederzittende, lezen het goede uit in hun vaten, maar het kwade werpen zij weg.”

Slechte vis en goede vis, en kruipend gedierte en gebroken schelpen, en stukken zeewier en brokken van een oud wrak. Hebt u ooit zo’n zonderling allegaartje gezien als er op het dek van een vissersschip ligt wanneer zij de inhoud van een sleepnet uitstorten? Zo werkt de bediening: zij sleept allerlei soorten mensen bij elkaar.

Wij moeten het grote sleepnet van het evangelie in de zee van de mensheid werpen, maar wij moeten niet verwachten dat alles wat wij vangen goed zal blijken. Er komt een tijd van scheiding, waarin “de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden”.

Nu kunnen wij het ene niet van het andere sorteren, maar wanneer het net aan land komt, dan zal de hoop uitgezocht worden. Er zullen geen misgrepen gemaakt worden. Het goede zal in vaten gaan, en het kwade — en niets dan het kwade — zal weggeworpen worden. Het is dus geen vuur dat vernietigt, maar vuur dat in pijn achterlaat en wening en knersing der tanden veroorzaakt.

Mattheüs 13:51-52.KruisverwijzingenSpreuken 15:7Mattheüs 13:111 Timotheüs 3:15Titus 2:6Mattheüs 23:34Titus 1:9Spreuken 18:41 Johannes 2:7
— En Jezus zeide tot hen: Hebt gij dit alles verstaan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere! En Hij zeide tot hen: Daarom, een iegelijk Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.
“En Jezus zeide tot hen: Hebt gij dit alles verstaan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!”

Dat is een vraag die aan alle hoorders en lezers van het Woord telkens gesteld moet worden. Alleen hoorder of alleen lezer zijn baat niets. Het Woord moet verstaan, aangenomen en opgenomen worden, en dan zal het ons wijs maken tot zaligheid.

Zij antwoordden zeer vlot, en toch verstond waarschijnlijk niet één van hen de zeven gelijkenissen in dit hoofdstuk ten volle. Wie ze wél verstond, zou zijn als de onderwezen schriftgeleerde uit het volgende vers. Wie iets over het Koninkrijk der hemelen geleerd heeft, behoort het anderen te leren. Hij moet de waarheid in een aangename verscheidenheid voortbrengen, nieuwe dingen en oude, om al zijn hoorders te stichten.

Mattheüs 13:53-58.KruisverwijzingenJohannes 6:42Markus 6:3Lukas 3:23Mattheüs 11:6Lukas 4:24Johannes 4:44Mattheüs 2:23Lukas 4:16
— En het is geschied, als Jezus deze gelijkenissen geeindigd had, vertrok Hij van daar. En gekomen zijnde in Zijn vaderland, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij zich ontzetten, en zeiden: Van waar komt Dezen die wijsheid en die krachten? Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas? En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles? En zij werden aan Hem geergerd. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis. En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.
“En zij werden aan Hem geergerd. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis. En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.”

Zij waren hoog bevoorrecht doordat zij Jezus weer in hun midden hadden, en toch wisten zij Zijn onderwijs niet te waarderen. Zij stonden verbaasd over Zijn wijsheid, maar zij konden de goddelijke bron waaruit die opsprong niet ontdekken.

Dit was een treffende verduidelijking van de woorden van Johannes over Christus: Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Laten wij ons wachten voor het ongeloof, opdat het de handen van Christus niet bindt zoals het daar in Zijn eigen vaderland deed.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Wie wil daar zijn?

Voor Iedere Dag

Neem mijn ziel niet weg met de zondaars. (Psalm 26:9) Lees verder Openbaring 16:1—21. Als verharde zondaren verzameld worden in de hel is in ieder geval hun karakter…

Aandacht voor één ding

Nabij De Zon

Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone paarlen zoekt; dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat…

Gevangen in het grote net

Aan De Voeten Van De Meester

Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt; Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers…

Uitverkiezing of oordeel?

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan. Mattheus 13:13 Het is een vreselijke zaak als God…

De tarwe in de schuur

Preken

Maar brengt de tarwe samen in Mijn schuur. Mattheus 13:30 Brengt de tarwe samen in mijn schuur.” Wanneer de Zoon des mensen dit bevelgeven zal, is Zijn werk…

Het verkrijgen van kennis

Korte Overdenkingen

Wederom is bet Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman die schone parelen zoekt. Mattheüs 13:45 Een koopman die handelt in graan of in parels, legt er zich…

De parel van grote waarde

Preken

Wederom is het koninkrijk der hemelen gelijk een koopman, die schone paarlen zoekt; dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen, en verkocht al wat hij…

Gezaaid onder de doornen

Preken

En een ander deel viel in de doornen; en de doornen wiesen op, en verstikten hetzelve. Mattheus 13:7 En die in de doornen bezaaid is, deze is degene…

In Christus is alles

Korte Overdenkingen

Dewelke hebbende één parel van grote waarde gevonden... Mattheüs 13:46a De koopman vond geen kostbare parels, maar de ene parel dié hij vond had oneindig veel meer waarde…

Niet alleen Belijden maar ook bezitten

Bank Des Geloofs

Want wie heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, van hem zal afgenomen worden zelfs wat hij heeft. Mattheüs 13:12…

Voor wie leeft u?

Korte Overdenkingen

Wederom is bet Koninkrijk der hemelen gelijk een koopman... Mattheüs 13:45 De koopman uit onze tekst had één groot levensdoel, namelijk het zoeken van schone parels. Als u…

Zoeken in de schriften

Korte Overdenkingen

Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen. Johannes 5:39 De koopman die kostbare parels…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content