Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Lukas 7

1 Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapernaum.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 NadatG1893 Hij nuG1161 alG3956 Zijn woordenG4487 voleindigdG4137 had, ten aanhoreG189 des volksG2992, ging Hij inG1519 te KapernaumG2584. Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapernaum.

KJV Now2 when1 he had ended3 all4 his7 sayings6 in8 the audience10 of the people,12 he entered13 into14 Capernaum.

1 επει G1893 anderszins, Anders, overmits because, else, for that (then, -asmuch as), otherwise, seeing that, since, when 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επληρωσεν G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 4 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ρηματα G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ακοας G189 gehoor, prediking, gerucht audience, ear, fame, which ye heard, hearing, preached, report, rumor 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 λαου G2992 volk, volks, volke people 13 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En een dienstknecht van een zeker hoofdman over honderd, die hem zeer waard was, krank zijnde, lag op zijn sterven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG1161 een dienstknechtG1401 van een zekerG5100 hoofdmanG1543 over honderd, dieG3739 hemG846 zeer waardG1784 was, krankG2560 zijnde, lagG3195 op zijn stervenG5053. En een dienstknecht van een zeker hoofdman over honderd, die hem zeer waard was, krank zijnde, lag op zijn sterven.

KJV And2 a certain3 centurion's1 servant,4 who9 was dear12 unto him,11 was6 sick,5 and ready7 to die.

1 εκατονταρχου G1543 hoofdman honderd, hoofdman, hoofdmannen honderd centurion 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 δουλος G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 5 κακως G2560 kwalijk, ziek, deerlijk amiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore 6 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 ημελλεν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 8 τελευταν G5053 gestorven, sterft, sterven be dead, decease, die 9 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εντιμος G1784 dierbaar, waard, waarde dear, more honourable, precious, in reputation
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En van Jezus gehoord hebbende, zond hij tot Hem de ouderlingen der Joden, Hem biddende, dat Hij wilde komen, en zijn dienstknecht gezond maken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG1161 vanG4012 JezusG2424 gehoordG191 hebbende, zondG649 hij totG4314 HemG846 de ouderlingenG4245 der JodenG2453, Hem biddendeG2065, dat HijG846 wilde komenG2064, en zijn dienstknechtG1401 gezondG1295 maken. En van Jezus gehoord hebbende, zond hij tot Hem de ouderlingen der Joden, Hem biddende, dat Hij wilde komen, en zijn dienstknecht gezond maken.

KJV And2 when he heard1 of3 Jesus,5 he sent6 unto7 him8 the elders9 of the Jews,11 beseeching12 him13 that14 he would come15 and heal16 his19 servant.

1 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 πρεσβυτερους G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 12 ερωτων G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 15 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 διασωση G1295 behouden, gezond, ontkomen bring safe, escape (safe), heal, make perfectly whole, save 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Dezen nu, tot Jezus gekomen zijnde, baden Hem ernstelijk, zeggende: Hij is waardig, dat Gij hem dat doet;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 DezenG1161 nu, totG4314 JezusG2424 gekomen zijnde, badenG3870 HemG846 ernstelijkG4709, zeggendeG3004: Hij isG1510 waardigG514, dat Gij hem dat doet; Dezen nu, tot Jezus gekomen zijnde, baden Hem ernstelijk, zeggende: Hij is waardig, dat Gij hem dat doet;

KJV And2 when they came3 to4 Jesus,6 they besought7 him8 instantly,9 saying,10 That11 he was worthy12 for whom14 he should do15 this:

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παραγενομενοι G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 παρεκαλουν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 σπουδαιως G4709 ernstelijk, zorgvuldiglijk diligently, instantly 10 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 αξιος G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 παρεξει G3930 Betoon, bewezen, biedt bring, do, give, keep, minister, offer, shew, + trouble 16 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want hij heeft ons volk lief, en heeft zelf ons de synagoge gebouwd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantG1063 hij heeft ons volkG1484 liefG25, enG2532 heeft zelfG846 ons de synagogeG4864 gebouwdG3618. Want hij heeft ons volk lief, en heeft zelf ons de synagoge gebouwd.

KJV For2 he loveth1 our nation,4 and6 he9 hath built10 us a synagogue.

1 αγαπα G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εθνος G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 ημων G1473 mij, ik I, me 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 συναγωγην G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 9 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ωκοδομησεν G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 11 ημιν G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Jezus ging met hen. En als Hij nu niet verre van het huis was, zond de hoofdman over honderd tot Hem enige vrienden, en zeide tot Hem: Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 EnG1161 JezusG2424 ging met henG846. En als HijG846 nu niet verreG3112 van het huisG3614 was, zondG3992 de hoofdmanG1543 over honderd totG4314 HemG846 enige vriendenG5384, en zeideG3004 tot HemG846: HeereG2962, neem de moeite niet; wantG1063 ikG1473 benG1510 niet waardigG2425, datG2443 Gij onderG5259 mijn dakG4721 zoudt inkomenG1525. En Jezus ging met hen. En als Hij nu niet verre van het huis was, zond de hoofdman over honderd tot Hem enige vrienden, en zeide tot Hem: Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen.

Ook in dit vers neem moeiteG4660

KJV Then2 Jesus3 went4 with5 them.6 And8 when he9 was12 now7 not10 far11 from13 the house,15 the centurion20 sent16 friends21 to17 him,18 saying22 unto him,23 Lord,24 trouble26 not25 thyself: for28 I am29 not27 worthy30 that31 thou shouldest enter36 under32 my roof:

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 επορευετο G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 5 συν G4862 met, samen met beside, with 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 μακραν G3112 verre, ver (a-)far (off), good (great) way off 12 απεχοντος G568 weg, houdt, ontvangen be, have, receive 13 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 16 επεμψεν G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 17 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 εκατονταρχος G1543 hoofdman honderd, hoofdman, hoofdmannen honderd centurion 21 φιλους G5384 vrienden, vriend, Vriend friend 22 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 23 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 25 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 26 σκυλλου G4660 moeielijk, moeilijk, neem moeite trouble(self) 27 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 28 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 29 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 30 ικανος G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 31 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 32 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 33 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 34 στεγην G4721 dak roof 35 μου G1473 mij, ik I, me 36 εισελθης G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarom heb ikG1473 ook mijzelven niet waardig geachtG515, om totG4314 UG4771 te komenG2064; maarG235 zegG2036 het met een woordG3056, enG2532 mijn knechtG3816 zal genezenG2390 worden. Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden.

KJV Wherefore1 neither2 thought I4 myself3 worthy to come7 unto5 thee: but8 say in a word,10 and11 my servant14 shall be healed.

1 διο G1352 daarom, weshalve for which cause, therefore, wherefore 2 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 3 εμαυτον G1683 mijzelf, mij me, mine own (self), myself 4 ηξιωσα G515 waardig geacht, begeren, billijk desire, think good, count (think) worthy 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 9 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 λογω G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ιαθησεται G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 παις G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 15 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want ik ben ook een mens, onder de macht van anderen gesteld, hebbende krijgsknechten onder mij, en ik zeg tot dezen: Ga, en hij gaat; en tot den anderen: Kom en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WantG1063 ikG1473 benG1510 ookG2532 een mensG444, onder de machtG1849 van anderen gesteldG5021, hebbendeG2192 krijgsknechtenG4757 onder mij, enG2532 ik zegG3004 tot dezenG5129: Ga, en hij gaat; enG2532 tot den anderen: KomG2064 enG2532 hij komtG2064; enG2532 tot mijn dienstknechtG1401: Doe datG3778! enG2532 hij doet het. Want ik ben ook een mens, onder de macht van anderen gesteld, hebbende krijgsknechten onder mij, en ik zeg tot dezen: Ga, en hij gaat; en tot den anderen: Kom en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.

KJV For2 I3 also1 am5 a man4 set8 under6 authority,7 having9 under10 me11 soldiers,12 and13 I say14 unto one, Go,16 and17 he goeth;18 and19 to another,20 Come,21 and22 he cometh;23 and24 to my servant,26 Do28 this, and30 he doeth

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εγω G1473 mij, ik I, me 4 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 7 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 8 τασσομενος G5021 geordineerd, gesteld, bescheiden addict, appoint, determine, ordain, set 9 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 11 εμαυτον G1683 mijzelf, mij me, mine own (self), myself 12 στρατιωτας G4757 krijgsknechten, krijgsknecht, krijgslieden soldier 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 πορευθητι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 πορευεται G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 αλλω G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 21 ερχου G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 δουλω G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 27 μου G1473 mij, ik I, me 28 ποιησον G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 29 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 30 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 31 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Jezus, dit horende, verwonderde Zich over hem; en Zich omkerende, zeide tot de schare, die Hem volgde: Ik zeg ulieden: Ik heb zo groot een geloof zelfs in Israel niet gevonden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En JezusG2424, ditG3778 horendeG191, verwonderdeG2296 Zich over hemG846; en Zich omkerendeG4762, zeideG2036 tot de schareG3793, die HemG846 volgdeG190: Ik zegG3004 ulieden: Ik heb zo groot een geloofG4102 zelfsG3761 inG1722 IsraelG2474 niet gevondenG2147. En Jezus, dit horende, verwonderde Zich over hem; en Zich omkerende, zeide tot de schare, die Hem volgde: Ik zeg ulieden: Ik heb zo groot een geloof zelfs in Israel niet gevonden.

KJV When2 Jesus5 heard1 these things, he marvelled6 at him,7 and8 turned him about,9 and said unto the people13 that followed11 him,12 I say14 unto you, I have not found23 so great21 faith,22 no, not17 in18 Israel.

1 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 εθαυμασεν G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 στραφεις G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ακολουθουντι G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 οχλω G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 21 τοσαυτην G5118 zoveel, zovele, langen as large, so great (long, many, much), these many 22 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 23 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En die gezonden waren, wedergekeerd zijnde in het huis, vonden den kranken dienstknecht gezond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 die gezondenG3992 waren, wedergekeerdG5290 zijnde inG1519 het huisG3624, vondenG2147 den krankenG770 dienstknechtG1401 gezondG5198. En die gezonden waren, wedergekeerd zijnde in het huis, vonden den kranken dienstknecht gezond.

KJV And1 they that were sent,4 returning2 to5 the house,7 found8 the servant11 whole12 that had been sick.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 υποστρεψαντες G5290 wedergekeerd, keerden wederom, keerden come again, return (again, back again), turn back (again) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πεμφθεντες G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 8 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ασθενουντα G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak 11 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 12 υγιαινοντα G5198 gezond, gezonde be in health, (be safe and) sound, (be) whole(-some)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En het geschiedde op den volgenden dag, dat Hij ging naar een stad, genaamd Nain, en met Hem gingen velen van Zijn discipelen, en een grote schare.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En het geschieddeG1096 op den volgendenG1836 dag, dat HijG846 ging naarG1519 een stadG4172, genaamdG2564 NainG3484, enG2532 metG1722 HemG846 gingenG4848 velenG2425 van Zijn discipelenG3101, enG2532 een grote schareG3793. En het geschiedde op den volgenden dag, dat Hij ging naar een stad, genaamd Nain, en met Hem gingen velen van Zijn discipelen, en een grote schare.

KJV And1 it came to pass2 the day after,5 that he went6 into7 a city8 called9 Nain;10 and11 many17 of his13 disciples15 went with12 him,16 and18 much20 people.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εξης G1836 daags, volgende, volgenden after, following, X morrow, next 6 επορευετο G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 πολιν G4172 stad, steden city 9 καλουμενην G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 10 ναιν G3484 Nain Nain 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 συνεπορευοντο G4848 gingen, samen go with, resort 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ικανοι G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 20 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En als Hij de poort der stad genaakte, zie daar, een dode werd uitgedragen, die een eniggeboren zoon zijner moeder was, en zij was weduwe en een grote schare van de stad was met haar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En alsG5613 Hij de poortG4439 der stadG4172 genaakteG1448, zieG2400 daar, een dodeG2348 werd uitgedragenG1580, dieG3778 een eniggeborenG3439 zoonG5207 zijner moederG3384 was, en zij wasG1510 weduweG5503 en een grote schareG3793 van de stadG4172 wasG1510 met haarG846. En als Hij de poort der stad genaakte, zie daar, een dode werd uitgedragen, die een eniggeboren zoon zijner moeder was, en zij was weduwe en een grote schare van de stad was met haar.

KJV Now2 when1 he came nigh3 to the gate5 of the city,7 behold,8 there was10 a dead man11 carried out, the only13 son12 of his16 mother,15 and17 she31 was a widow:20 and21 much25 people22 of the city24 was with30 her.

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηγγισεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πυλη G4439 poort, poorten gate 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πολεως G4172 stad, steden city 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 εξεκομιζετο G1580 uitgedragen carry out 11 τεθνηκως G2348 gestorven, gestorvene, dode be dead, die 12 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 13 μονογενης G3439 eniggeboren, eniggeborene, Eniggeborenen only (begotten, child) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μητρι G3384 moeder, moeders mother 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 χηρα G5503 weduwen, weduwe, zekere weduwe widow 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 23 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 πολεως G4172 stad, steden city 25 ικανος G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 28 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 30 συν G4862 met, samen met beside, with 31 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 de HeereG2962, haarG846 ziendeG1492, werd innerlijk met ontfermingG4697 overG1909 haarG846 bewogenG4697, enG2532 zeideG2036 tot haarG846: WeenG2799 nietG3361. En de Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet.

KJV And1 when the Lord5 saw her,3 he had compassion6 on7 her,8 and9 said unto her,11 Weep13 not.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 εσπλαγχνισθη G4697 ontferming bewogen, barmhartigheid, bewogen have (be moved with) compassion 7 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 κλαιε G2799 weent, wenende, weende bewail, weep

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Hij ging toe, en raakte de baar aan; (de dragers nu stonden stil) en Hij zeide: Jongeling, Ik zeg u, sta op!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En Hij ging toe, en raakteG680 de baarG4673 aan; (de dragers nuG1161 stonden stilG2476) en Hij zeideG2036: JongelingG3495, Ik zegG3004 uG4771, staG1453 op! En Hij ging toe, en raakte de baar aan; (de dragers nu stonden stil) en Hij zeide: Jongeling, Ik zeg u, sta op!

KJV And1 he came2 and touched3 the bier:5 and7 they that bare8 him stood still.9 And10 he said, Young man,12 I say11 unto thee, Arise.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 ηψατο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σορου G4673 baar bier 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 βασταζοντες G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up 9 εστησαν G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 νεανισκε G3495 jongeling, jongelingen, Jongeling young man 13 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 14 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 εγερθητι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de dode zat overeind, en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En de dodeG3498 zat overeindG339, en begonG756 te sprekenG2980. EnG2532 HijG846 gafG1325 hemG846 aan zijn moederG3384. En de dode zat overeind, en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder.

KJV And1 he that was dead4 sat up,2 and5 began6 to speak.7 And8 he delivered9 him10 to his13 mother.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ανεκαθισεν G339 einde, overeind sit up 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 νεκρος G3498 doden, dood, dode dead 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 7 λαλειν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μητρι G3384 moeder, moeders mother 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En vreze beving hen allen, en zij verheerlijkten God, zeggende: Een groot Profeet is onder ons opgestaan, en God heeft Zijn volk bezocht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En vrezeG5401 bevingG2983 hen allen, en zij verheerlijktenG1392 GodG2316, zeggendeG3004: Een grootG3173 ProfeetG4396 is onderG1722 ons opgestaanG1453, en GodG2316 heeft Zijn volkG2992 bezochtG1980. En vreze beving hen allen, en zij verheerlijkten God, zeggende: Een groot Profeet is onder ons opgestaan, en God heeft Zijn volk bezocht.

KJV And2 there came1 a fear3 on all:4 and5 they glorified6 God,8 saying,9 That10 a great12 prophet11 is risen up13 among14 us; and,16 That17 God20 hath visited18 his23 people.

1 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 φοβος G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 4 απαντας G537 alles all (things), every (one), whole 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εδοξαζον G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 12 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 13 εγηγερται G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 ημιν G1473 mij, ik I, me 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 18 επεσκεψατο G1980 bezocht, bezoeken, bezoekt look out, visit 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 λαον G2992 volk, volks, volke people 23 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En dit gerucht van Hem ging uit in geheel Judea, en in al het omliggende land.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 ditG3778 geruchtG3056 vanG4012 HemG846 ging uit inG1722 geheelG3650 JudeaG2449, enG2532 inG1722 alG3956 het omliggende landG4066. En dit gerucht van Hem ging uit in geheel Judea, en in al het omliggende land.

KJV And1 this5 rumour4 of10 him11 went forth2 throughout6 all7 Judaea,9 and12 throughout13 all14 the region round about.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 5 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 ολη G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιουδαια G2449 Judea Judæa 10 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 παση G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 περιχωρω G4066 omliggende land, land rondom, omliggenden lands country (round) about, region (that lieth) round about
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de discipelen van Johannes boodschapten hem van al deze dingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG2532 de discipelenG3101 vanG4012 JohannesG2491 boodschaptenG518 hemG846 van alG3956 dezeG3778 dingen. En de discipelen van Johannes boodschapten hem van al deze dingen.

KJV And1 the disciples5 of John3 shewed2 him6 of7 all8 these things.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απηγγειλαν G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 3 ιωαννη G2491 Johannes John 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 8 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Johannes, zekere twee van zijn discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hen tot Jezus, zeggende: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EnG2532 JohannesG2491, zekereG5100 tweeG1417 van zijn discipelenG3101 totG4314 zich geroepenG4341 hebbende, zondG3992 henG846 tot JezusG2424, zeggendeG3004: ZijtG1510 GijG4771 Degene, Die komenG2064 zou, ofG2228 verwachtenG4328 wij een anderen? En Johannes, zekere twee van zijn discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hen tot Jezus, zeggende: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?

KJV And1 John9 calling2 unto him two3 of his7 disciples6 sent10 them to11 Jesus,13 saying,14 Art thou15 he that should come?18 or19 look we for21 another?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 4 τινας G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιωαννης G2491 Johannes John 10 επεμψεν G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 14 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 16 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 19 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 20 αλλον G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 21 προσδοκωμεν G4328 verwachten, verwachtende, verwacht (be in) expect(-ation), look (for), when looked, tarry, wait for
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En als de mannen tot Hem gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot U afgezonden, zeggende: Zijt Gij, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG1161 als de mannenG435 totG4314 HemG846 gekomen waren, zeidenG2036 zij: JohannesG2491 de DoperG910 heeft ons totG4314 UG4771 afgezondenG649, zeggendeG3004: ZijtG1510 GijG4771, Die komenG2064 zou, ofG2228 verwachtenG4328 wij een anderen? En als de mannen tot Hem gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot U afgezonden, zeggende: Zijt Gij, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?

KJV When2 the men6 were come1 unto3 him,4 they said, John8 Baptist10 hath sent11 us unto13 thee, saying,7 Art thou14 he that should come?19 or20 look we for22 another?

1 παραγενομενοι G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 7 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ιωαννης G2491 Johannes John 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 βαπτιστης G910 Doper Baptist 11 απεσταλκεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 12 ημας G1473 mij, ik I, me 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 15 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 20 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 21 αλλον G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 22 προσδοκωμεν G4328 verwachten, verwachtende, verwacht (be in) expect(-ation), look (for), when looked, tarry, wait for

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En in dezelfde ure genas Hij er velen van ziekten en kwalen, en boze geesten; en velen blinden gaf Hij het gezicht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En inG1722 dezelfde ureG5610 genasG2323 HijG846 er velenG4183 vanG575 ziektenG3554 en kwalenG3148, en bozeG4190 geestenG4151; en velenG4183 blindenG5185 gaf Hij het gezichtG991. En in dezelfde ure genas Hij er velen van ziekten en kwalen, en boze geesten; en velen blinden gaf Hij het gezicht.

KJV And3 in1 that same2 hour5 he cured6 many7 of8 their infirmities9 and10 plagues,11 and12 of evil14 spirits;13 and15 unto many17 that were blind16 he gave18 sight.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 6 εθεραπευσεν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 7 πολλους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 8 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 νοσων G3554 ziekten, ziekte disease, infirmity, sickness 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 μαστιγων G3148 geselen, kwaal, kwalen plague, scourging 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 πνευματων G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 14 πονηρων G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 τυφλοις G5185 blinden, blind, blinde blind 17 πολλοις G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 18 εχαρισατο G5483 vergeven, geschonken, vergevende deliver, (frankly) forgive, (freely) give, grant 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βλεπειν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Gaat heen, en boodschapt Johannes weder de dingen, die gij gezien en gehoord hebt, namelijk dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, den armen het Evangelie verkondigd wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: Gaat heen, en boodschaptG518 JohannesG2491 weder de dingen, dieG3739 gij gezienG3708 enG2532 gehoordG191 hebt, namelijk dat de blindenG5185 ziendeG308 worden, de kreupelenG5560 wandelenG4043, de melaatsenG3015 gereinigdG2511 worden, de dovenG2974 horenG191, de dodenG3498 opgewektG1453 worden, den armenG4434 het EvangelieG2097 verkondigd wordt. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Gaat heen, en boodschapt Johannes weder de dingen, die gij gezien en gehoord hebt, namelijk dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, den armen het Evangelie verkondigd wordt.

KJV Then1 Jesus4 answering2 said unto them,6 Go your way,7 and tell8 John9 what things10 ye have seen and12 heard;13 how14 that the blind15 see,16 the lame17 walk,18 the lepers19 are cleansed,20 the deaf21 hear,22 the dead23 are raised,24 to the poor25 the gospel is preached.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 πορευθεντες G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 8 απαγγειλατε G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 9 ιωαννη G2491 Johannes John 10 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 ειδετε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ηκουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 τυφλοι G5185 blinden, blind, blinde blind 16 αναβλεπουσιν G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 17 χωλοι G5560 kreupelen, kreupel, kreupele cripple, halt, lame 18 περιπατουσιν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 19 λεπροι G3015 melaatse, melaatsen leper 20 καθαριζονται G2511 gereinigd, reinigen, reinigt (make) clean(-se), purge, purify 21 κωφοι G2974 stom, doven, stomme deaf, dumb, speechless 22 ακουουσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 23 νεκροι G3498 doden, dood, dode dead 24 εγειρονται G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 25 πτωχοι G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 26 ευαγγελιζονται G2097 Evangelie, verkondigd, verkondigen declare, bring (declare, show) glad (good) tidings, preach (the gospel)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 zaligG3107 isG1510 hij, dieG3739 aan MijG1473 nietG3361 zal geergerdG4624 worden. En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.

KJV And1 blessed2 is he, whosoever4 shall7 not be offended in8 me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μακαριος G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 σκανδαλισθη G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 εμοι G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Als nu de boden van Johannes weggegaan waren, begon Hij tot de scharen van Johannes te zeggen: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Als nuG1161 de bodenG32 van JohannesG2491 weggegaanG565 waren, begonG756 Hij totG4314 de scharenG3793 van JohannesG2491 te zeggenG3004: WatG5101 zijt gij uitgegaanG1831 inG1519 de woestijnG2048 te aanschouwenG2300? Een rietG2563, dat van den windG417 ginds en weder bewogenG4531 wordt? Als nu de boden van Johannes weggegaan waren, begon Hij tot de scharen van Johannes te zeggen: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?

KJV And2 when the messengers4 of John5 were departed,1 he began6 to speak7 unto8 the people10 concerning11 John,12 What13 went ye out14 into15 the wilderness17 for to see?18 A reed19 shaken22 with20 the wind?

1 απελθοντων G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 5 ιωαννου G2491 Johannes John 6 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 7 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οχλους G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 11 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 12 ιωαννου G2491 Johannes John 13 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 14 εξεληλυθατε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ερημον G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 18 θεασασθαι G2300 aanschouwd, zien, ziende behold, look (upon), see 19 καλαμον G2563 rietstok, riet, pen pen, reed 20 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 21 ανεμου G417 wind, winden wind 22 σαλευομενον G4531 bewogen, bewegelijk, bewegelijke move, shake (together), which can(-not) be shaken, stir up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die in heerlijke kleding en wellust zijn, die zijn in de koninklijke hoven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 MaarG235 watG5101 zijt gij uitgegaanG1831 te zienG1492? Een mensG444, metG1722 zachteG3120 klederenG2440 bekleedG294? ZietG3708, die inG1722 heerlijkeG1741 kledingG2441 enG2532 wellustG5172 zijn, die zijn inG1722 de koninklijke hovenG933. Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die in heerlijke kleding en wellust zijn, die zijn in de koninklijke hoven.

KJV But1 what2 went ye out3 for to see? A man5 clothed9 in6 soft7 raiment?8 Behold, they which are12 gorgeously14 apparelled,13 and15 live17 delicately,16 are in18 kings' courts.

1 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 εξεληλυθατε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 μαλακοις G3120 zachte, ontuchtigen effeminate, soft 8 ιματιοις G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 9 ημφιεσμενον G294 bekleed, bekleedt clothe 10 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 ιματισμω G2441 kleding apparel (X -led), array, raiment, vesture 14 ενδοξω G1741 heerlijke, heerlijk, heerlijken glorious, gorgeous(-ly), honourable 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 τρυφη G5172 weelde, wellust delicately, riot 17 υπαρχοντες G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βασιλειοις G934 koninklijk royal 21 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 MaarG235 watG5101 zijt gij uitgegaanG1831 te zienG1492? Een profeetG4396? Ja, Ik zegG3004 uG4771, ookG2532 veelG4055 meer dan een profeetG4396. Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet.

KJV But1 what2 went ye out3 for to see? A prophet?5 Yea,6 I say7 unto you, and9 much more than a prophet.

1 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 εξεληλυθατε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 προφητην G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 6 ναι G3483 ja even so, surely, truth, verily, yea, yes 7 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 περισσοτερον G4053 onnodig, overvloed, voordeel exceeding abundantly above, more abundantly, advantage, exceedingly, very highly, beyond measure, more, superfluous, vehement(-ly) 11 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Deze is het, van welken geschreven is: Ziet, Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 DezeG3778 is het, vanG4012 welkenG3739 geschrevenG1125 isG1510: ZietG3708, IkG1473 zendeG649 Mijn engelG32 voor Uw aangezichtG4383, die Uw wegG3598 voor UG4771 heen bereidenG2680 zal. Deze is het, van welken geschreven is: Ziet, Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.

KJV This1 is he, of3 whom4 it is written,5 Behold, I7 send8 my messenger10 before12 thy face,13 which15 shall prepare16 thy way18 before20 thee.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 4 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 6 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 εγω G1473 mij, ik I, me 8 αποστελλω G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αγγελον G32 engel, engelen, engels angel, messenger 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 13 προσωπου G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 κατασκευασει G2680 toebereid, bereiden, gebouwd build, make, ordain, prepare 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 19 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 20 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 21 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Want Ik zeg ulieden: Onder die van vrouwen geboren zijn, is niemand meerder profeet, dan Johannes de Doper; maar de minste in het Koninkrijk Gods is meerder dan hij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 WantG1063 Ik zegG3004 ulieden: OnderG1722 die van vrouwenG1135 geborenG1084 zijn, is niemandG3762 meerderG3187 profeetG4396, dan JohannesG2491 de DoperG910; maarG1161 de minsteG3398 inG1722 het KoninkrijkG932 GodsG2316 isG1510 meerderG3187 dan hijG846. Want Ik zeg ulieden: Onder die van vrouwen geboren zijn, is niemand meerder profeet, dan Johannes de Doper; maar de minste in het Koninkrijk Gods is meerder dan hij.

KJV For2 I say1 unto you, Among5 those that are born6 of women7 there is not12 a greater prophet8 than John9 the Baptist:11 but15 he that is least16 in17 the kingdom19 of God21 is greater than he.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 γεννητοις G1084 geboren they that are born 7 γυναικων G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 8 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 9 ιωαννου G2491 Johannes John 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 βαπτιστου G910 Doper Baptist 12 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 μικροτερος G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 22 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 23 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En al het volk, Hem horende, en de tollenaars, die met den doop van Johannes gedoopt waren, rechtvaardigden God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En alG3956 het volkG2992, Hem horendeG191, enG2532 de tollenaarsG5057, die met den doopG908 van JohannesG2491 gedooptG907 waren, rechtvaardigdenG1344 GodG2316. En al het volk, Hem horende, en de tollenaars, die met den doop van Johannes gedoopt waren, rechtvaardigden God.

KJV And1 all2 the people4 that heard5 him, and6 the publicans,8 justified9 God,11 being baptized12 with the baptism14 of John.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λαος G2992 volk, volks, volke people 5 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 τελωναι G5057 tollenaars, tollenaren, tollenaar publican 9 εδικαιωσαν G1344 gerechtvaardigd, rechtvaardigen, rechtvaardigt free, justify(-ier), be righteous 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 βαπτισθεντες G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 βαπτισμα G908 doop baptism 15 ιωαννου G2491 Johannes John
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Maar de Farizeen en de wetgeleerden hebben den raad Gods tegen zichzelven verworpen, van hem niet gedoopt zijnde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 MaarG1161 de FarizeenG5330 en de wetgeleerdenG3544 hebben den raadG1012 GodsG2316 tegen zichzelvenG1438 verworpenG114, vanG5259 hemG846 nietG3361 gedooptG907 zijnde. Maar de Farizeen en de wetgeleerden hebben den raad Gods tegen zichzelven verworpen, van hem niet gedoopt zijnde.

KJV But2 the Pharisees3 and4 lawyers6 rejected11 the counsel8 of God10 against12 themselves,13 being15 not14 baptized of16 him.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 νομικοι G3544 wetgeleerden, wetgeleerde, wet about the law, lawyer 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 βουλην G1012 raad, geraden, raadslag + advise, counsel, will 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 11 ηθετησαν G114 verwerpt, afslaan, verwerpen cast off, despise, disannul, frustrate, bring to nought, reject 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 βαπτισθεντες G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 16 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En de Heere zeide: Bij wien zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken, en wien zijn zij gelijk?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En de HeereG2962 zeideG2036: Bij wien zal Ik dan de mensenG444 van ditG3778 geslachtG1074 vergelijkenG3666, en wien zijn zij gelijk? En de Heere zeide: Bij wien zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken, en wien zijn zij gelijk?

KJV And2 the Lord4 said, Whereunto5 then6 shall I liken7 the men9 of this generation?11 and13 to what14 are they like?

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 7 ομοιωσω G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 8 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ανθρωπους G444 mensen, mens, Mens certain, man 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γενεας G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 12 ταυτης G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 ομοιοι G3664 hoornen, gelijke like, + manner

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Zij zijn gelijk aan de kinderen, die op de markt zitten, en elkander toeroepen, en zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en gij hebt niet geweend.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Zij zijn gelijk aan de kinderenG3813, die opG1722 de marktG58 zittenG2521, enG2532 elkanderG240 toeroepenG4377, enG2532 zeggenG3004: Wij hebben u op de fluitG832 gespeeld, enG2532 gij hebt nietG3756 gedanstG3738; wij hebben u klaagliederen gezongenG2354, enG2532 gij hebt nietG3756 geweendG2799. Zij zijn gelijk aan de kinderen, die op de markt zitten, en elkander toeroepen, en zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en gij hebt niet geweend.

KJV They are like1 unto children3 sitting7 in5 the marketplace,6 and8 calling9 one to another,10 and11 saying,12 We have piped13 unto you, and15 ye have17 not16 danced; we have mourned18 to you, and20 ye have22 not21 wept.

1 ομοιοι G3664 hoornen, gelijke like, + manner 2 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 παιδιοις G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 αγορα G58 markten, markt market(-place), street 7 καθημενοις G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 προσφωνουσιν G4377 riep, toeroepen, aansprak call unto, speak (un-)to 10 αλληλοις G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 ηυλησαμεν G832 fluit pipe 14 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 ωρχησασθε G3738 danste, gedanst dance 18 εθρηνησαμεν G2354 klaagliederen gezongen, beklaagden, klagelijk wenen lament, mourn 19 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 εκλαυσατε G2799 weent, wenende, weende bewail, weep
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Want Johannes de Doper is gekomen, noch brood etende, noch wijn drinkende; en gij zegt: Hij heeft den duivel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 WantG1063 JohannesG2491 de DoperG910 is gekomenG2064, noch broodG740 etendeG2068, noch wijnG3631 drinkendeG4095; enG2532 gij zegtG3004: Hij heeftG2192 den duivelG1140. Want Johannes de Doper is gekomen, noch brood etende, noch wijn drinkende; en gij zegt: Hij heeft den duivel.

KJV For2 John3 the Baptist5 came1 neither6 eating8 bread7 nor9 drinking11 wine;10 and12 ye say,13 He hath15 a devil.

1 εληλυθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ιωαννης G2491 Johannes John 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βαπτιστης G910 Doper Baptist 6 μητε G3383 noch, en niet neither, (n-)or, so as much 7 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 8 εσθιων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 9 μητε G3383 noch, en niet neither, (n-)or, so as much 10 οινον G3631 wijn, wijns wine 11 πινων G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 δαιμονιον G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 15 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en gij zegt: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 De ZoonG5207 des mensenG444 is gekomenG2064, etendeG2068 enG2532 drinkendeG4095, enG2532 gij zegtG3004: ZietG3708 daar, een MensG444, Die een vraatG5314 enG2532 wijnzuiperG3630 is, een VriendG5384 van tollenarenG5057 enG2532 zondarenG268. De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en gij zegt: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren.

KJV The Son3 of man5 is come1 eating6 and7 drinking;8 and9 ye say,10 Behold a gluttonous13 man,12 and14 a winebibber,15 a friend17 of publicans16 and18 sinners!

1 εληλυθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 εσθιων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 πινων G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 12 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 13 φαγος G5314 vraat gluttonous 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οινοποτης G3630 wijnzuiper winebibber 16 τελωνων G5057 tollenaars, tollenaren, tollenaar publican 17 φιλος G5384 vrienden, vriend, Vriend friend 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 αμαρτωλων G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Doch de wijsheid is gerechtvaardigd geworden van al haar kinderen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Doch de wijsheidG4678 is gerechtvaardigdG1344 geworden vanG575 alG3956 haarG846 kinderenG5043. Doch de wijsheid is gerechtvaardigd geworden van al haar kinderen.

KJV But1 wisdom4 is justified2 of5 all9 her8 children.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εδικαιωθη G1344 gerechtvaardigd, rechtvaardigen, rechtvaardigt free, justify(-ier), be righteous 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σοφια G4678 wijsheid, Wijsheid wisdom 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 τεκνων G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 8 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En een der Farizeen bad Hem, dat Hij met hem ate; en ingegaan zijnde in des Farizeers huis, zat Hij aan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En een der FarizeenG5330 badG2065 Hem, datG2443 Hij metG3326 hem ateG5315; en ingegaanG1525 zijnde inG1519 des FarizeersG5330 huisG3614, zat Hij aan. En een der Farizeen bad Hem, dat Hij met hem ate; en ingegaan zijnde in des Farizeers huis, zat Hij aan.

KJV And2 one3 of the Pharisees6 desired1 him4 that7 he would eat8 with9 him.10 And11 he went12 into13 the Pharisee's17 house,15 and sat down to meat.

1 ηρωτα G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 φαγη G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 9 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 φαρισαιου G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 18 ανεκλιθη G347 aanzitten, nederzitten, leide lay, (make) sit down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En ziet, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande, dat Hij in des Farizeers huis aanzat, bracht een albasten fles met zalf.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 EnG2532 zietG3708, een vrouwG1135 inG1722 de stadG4172, welke een zondaresG268 wasG1510, verstaandeG1921, datG3754 Hij in des FarizeersG5330 huisG3614 aanzatG345, brachtG2865 een albasten flesG211 met zalfG3464. En ziet, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande, dat Hij in des Farizeers huis aanzat, bracht een albasten fles met zalf.

KJV And,1 behold, a woman3 in4 the city,6 which7 was a sinner,9 when she knew10 that11 Jesus sat at meat12 in13 the Pharisee's17 house,15 brought18 an alabaster box19 of ointment,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πολει G4172 stad, steden city 7 ητις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 8 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 αμαρτωλος G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 10 επιγνουσα G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 ανακειται G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 φαρισαιου G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 18 κομισασα G2865 Verkrijgende, behalen, bracht bring, receive 19 αλαβαστρον G211 albasten fles (alabaster) box 20 μυρου G3464 zalf, zalven ointment
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En staande achter aan Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 EnG2532 staandeG2476 achterG3844 aan Zijn voetenG4228, wenendeG2799, begonG756 zijG846 Zijn voetenG4228 natG1026 te maken met tranenG1144, enG2532 zij droogdeG1591 ze af met het haarG846 van haar hoofdG2776, en kusteG2705 Zijn voetenG4228, enG2532 zalfdeG218 ze met de zalfG3464. En staande achter aan Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.

KJV And1 stood2 at3 his6 feet5 behind7 him weeping,8 and began9 to wash10 his13 feet12 with tears,15 and16 did wipe22 them with the hairs18 of her21 head,20 and23 kissed24 his27 feet,26 and28 anointed29 them with the ointment.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 στασα G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 3 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 8 κλαιουσα G2799 weent, wenende, weende bewail, weep 9 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 10 βρεχειν G1026 nat, regende, regen regene (send) rain, wash 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δακρυσιν G1144 tranen tear 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θριξιν G2359 haren, haars hair 19 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κεφαλης G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 21 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 εξεμασσεν G1591 afgedroogd, drogen, droogde wipe 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 κατεφιλει G2705 kuste, kussen, kusten kiss 25 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 27 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 ηλειφεν G218 gezalfd, zalfden, zalfde anoint 30 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 μυρω G3464 zalf, zalven ointment
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En de Farizeer, die Hem genood had, zulks ziende, sprak bij zichzelven, zeggende: Deze, indien Hij een profeet ware, zou wel weten, wat en hoedanige vrouw deze is, die Hem aanraakt; want zij is een zondares.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En de FarizeerG5330, die Hem genoodG2564 had, zulks ziendeG1492, sprakG2036 bijG1722 zichzelvenG1438, zeggendeG3004: DezeG3778, indienG1487 Hij een profeetG4396 wareG2258, zou wel wetenG1097, watG5101 en hoedanigeG4217 vrouwG1135 deze is, die HemG846 aanraaktG680; wantG3754 zij isG1510 een zondaresG268. En de Farizeer, die Hem genood had, zulks ziende, sprak bij zichzelven, zeggende: Deze, indien Hij een profeet ware, zou wel weten, wat en hoedanige vrouw deze is, die Hem aanraakt; want zij is een zondares.

KJV Now2 when the Pharisee4 which3 had bidden6 him7 saw it, he spake within9 himself,10 saying,8 This man,12 if13 he were a prophet,15 would have known16 who18 and19 what manner20 of woman22 this is that23 toucheth24 him:25 for26 she is a sinner.

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαρισαιος G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 καλεσας G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 εαυτω G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 11 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 14 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 16 εγινωσκεν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 17 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 18 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ποταπη G4217 hoedanige, Hoedanig, hoe what (manner of) 21 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 23 ητις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 24 απτεται G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 25 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 27 αμαρτωλος G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 28 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En Jezus antwoordende, zeide tot hem: Simon! Ik heb u wat te zeggen. En hij sprak: Meester! zeg het.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En JezusG2424 antwoordendeG611, zeideG2036 totG4314 hemG846: SimonG4613! Ik hebG2192 uG4771 wat te zeggenG2036. En hij sprakG5346: MeesterG1320! zegG2036 het. En Jezus antwoordende, zeide tot hem: Simon! Ik heb u wat te zeggen. En hij sprak: Meester! zeg het.

KJV And1 Jesus4 answering2 said unto6 him,7 Simon,8 I have9 somewhat11 to say unto thee. And14 he saith,15 Master,16 say on.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 9 εχω G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 11 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 12 ειπειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 φησιν G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 16 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 17 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Jezus zeide: Een zeker schuldheer had twee schuldenaars; de een was schuldig vijfhonderd penningen, en de andere vijftig;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Jezus zeide: Een zekerG5100 schuldheerG1157 had tweeG1417 schuldenaarsG5533; de eenG1520 wasG1510 schuldigG3784 vijfhonderdG4001 penningenG1220, enG1161 de andere vijftigG4004; Jezus zeide: Een zeker schuldheer had twee schuldenaars; de een was schuldig vijfhonderd penningen, en de andere vijftig;

KJV There was a certain5 creditor4 which had two1 debtors:2 the one7 owed8 five hundred10 pence,9 and12 the other13 fifty.

1 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 2 χρεωφειλεται G5533 schuldenaars debtor 3 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 δανειστη G1157 schuldheer creditor 5 τινι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 ωφειλεν G3784 schuldig, moet, moeten behove, be bound, (be) debt(-or), (be) due(-ty), be guilty (indebted), (must) need(-s), ought, owe, should 9 δηναρια G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 10 πεντακοσια G4001 vijfhonderd five hundred 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 ετερος G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 14 πεντηκοντα G4004 vijftig fifty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En als zij niet hadden om te betalen, schold hij het hun beiden kwijt. Zeg dan, wie van deze zal hem meer liefhebben?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 EnG1161 als zijG846 nietG3361 haddenG2192 om te betalenG591, scholdG5483 hij het hun beidenG297 kwijtG5483. ZegG2036 dan, wieG5101 van deze zal hem meer liefhebbenG25? En als zij niet hadden om te betalen, schold hij het hun beiden kwijt. Zeg dan, wie van deze zal hem meer liefhebben?

KJV And3 when they4 had2 nothing1 to pay,5 he frankly forgave7 them both.6 Tell me therefore,9 which8 of them10 will love14 him13 most?

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 εχοντων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 αποδουναι G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 6 αμφοτεροις G297 beiden, beide, zamen both 7 εχαρισατο G5483 vergeven, geschonken, vergevende deliver, (frankly) forgive, (freely) give, grant 8 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 10 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 πλειον G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 αγαπησει G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En Simon, antwoordende, zeide: Ik acht, dat hij het is, dien hij het meeste kwijtgescholden heeft. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geoordeeld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG1161 SimonG4613, antwoordendeG611, zeideG2036: Ik achtG5274, dat hij het is, dienG3739 hij het meesteG4119 kwijtgescholdenG5483 heeft. EnG1161 Hij zeideG2036 tot hemG846: Gij hebt rechtG3723 geoordeeldG2919. En Simon, antwoordende, zeide: Ik acht, dat hij het is, dien hij het meeste kwijtgescholden heeft. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geoordeeld.

KJV Simon4 answered1 and2 said, I suppose6 that7 he, to whom8 he forgave11 most. And13 he said unto him,15 Thou hast17 rightly16 judged.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 υπολαμβανω G5274 acht, antwoordende, nam answer, receive, suppose 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πλειον G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 11 εχαρισατο G5483 vergeven, geschonken, vergevende deliver, (frankly) forgive, (freely) give, grant 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ορθως G3723 recht plain, right(-ly) 17 εκρινας G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En Hij, Zich omkerende naar de vrouw, zeide tot Simon: Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; maar deze heeft Mijn voeten met tranen nat gemaakt, en met het haar van haar hoofd afgedroogd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En Hij, Zich omkerendeG4762 naar de vrouwG1135, zeideG5346 totG4314 SimonG4613: Ziet gij dezeG3778 vrouwG1135? IkG1473 ben inG1519 uw huisG3614 gekomen; waterG5204 hebt gij nietG3756 tot Mijn voetenG4228 gegevenG1325; maarG1161 dezeG3778 heeft Mijn voetenG4228 met tranenG1144 natG1026 gemaakt, en met het haar van haar hoofdG2776 afgedroogdG1591. En Hij, Zich omkerende naar de vrouw, zeide tot Simon: Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; maar deze heeft Mijn voeten met tranen nat gemaakt, en met het haar van haar hoofd afgedroogd.

KJV And1 he turned2 to3 the woman,5 and said8 unto Simon,7 Seest thou9 this woman?12 I entered13 into15 thine house,17 thou gavest me24 no23 water18 for19 my feet:21 but26 she10 hath washed29 my feet32 with tears,28 and33 wiped39 them with the hairs35 of her38 head.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 στραφεις G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 σιμωνι G4613 Simon, Simons Simon 8 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 9 βλεπεις G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 10 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 13 εισηλθον G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 18 υδωρ G5204 water, wateren, waters water 19 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 22 μου G1473 mij, ik I, me 23 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 24 εδωκας G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 25 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 26 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 27 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 δακρυσιν G1144 tranen tear 29 εβρεξεν G1026 nat, regende, regen regene (send) rain, wash 30 μου G1473 mij, ik I, me 31 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 33 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 34 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 θριξιν G2359 haren, haars hair 36 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 37 κεφαλης G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 38 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 39 εξεμαξεν G1591 afgedroogd, drogen, droogde wipe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Gij hebt Mij geen kus gegeven; maar deze, van dat zij ingekomen is, heeft niet afgelaten Mijn voeten te kussen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 Gij hebt MijG1473 geenG3756 kusG5370 gegevenG1325; maarG1161 dezeG3778, vanG575 dat zij ingekomenG1525 is, heeft nietG3756 afgelatenG1257 Mijn voetenG4228 te kussenG2705. Gij hebt Mij geen kus gegeven; maar deze, van dat zij ingekomen is, heeft niet afgelaten Mijn voeten te kussen.

KJV Thou gavest4 me no3 kiss:1 but6 this woman5 since7 the time8 I came in9 hath11 not10 ceased to kiss12 my feet.

1 φιλημα G5370 kus kiss 2 μοι G1473 mij, ik I, me 3 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 εδωκας G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 5 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 αφ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 ης G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 εισηλθον G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 διελιπεν G1257 afgelaten cease 12 καταφιλουσα G2705 kuste, kussen, kusten kiss 13 μου G1473 mij, ik I, me 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd; maar deze heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 Met olieG1637 hebt gij Mijn hoofdG2776 nietG3756 gezalfdG218; maarG1161 dezeG3778 heeft Mijn voetenG4228 met zalfG3464 gezalfdG218. Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd; maar deze heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.

KJV My head3 with oil1 thou didst6 not5 anoint:10 but8 this woman7 hath anointed my feet13 with ointment.

1 ελαιω G1637 olie oil 2 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 4 μου G1473 mij, ik I, me 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 ηλειψας G218 gezalfd, zalfden, zalfde anoint 7 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 μυρω G3464 zalf, zalven ointment 10 ηλειψεν G218 gezalfd, zalfden, zalfde anoint 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 Daarom zegG3004 Ik uG4771: Haar zondenG266 zijn haarG846 vergevenG863, die veleG4183 waren; wantG3754 zij heeft veelG4183 liefgehadG25; maarG1161 dienG3739 weinigG3641 vergevenG863 wordt, die heeft weinigG3641 liefG25. Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.

KJV Wherefore1 I say3 unto thee, Her8 sins,7 which6 are many,10 are forgiven;5 for11 she loved12 much:13 but15 to whom14 little16 is forgiven,17 the same loveth19 little.

1 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 χαριν G5484 oorzaak be-(for) cause of, for sake of, +…fore, X reproachfully 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 5 αφεωνται G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 6 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αμαρτιαι G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 8 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πολλαι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 ηγαπησεν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 13 πολυ G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 14 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 ολιγον G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 17 αφιεται G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 18 ολιγον G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 19 αγαπα G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 EnG1161 Hij zeideG2036 tot haar: Uw zondenG266 zijn uG4771 vergevenG863. En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.

KJV And2 he said unto her,3 Thy sins7 are forgiven.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 αφεωνται G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αμαρτιαι G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 En die mede aanzaten, begonnen te zeggen bij zichzelven: Wie is Deze, Die ook de zonden vergeeft?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 En die mede aanzatenG4873, begonnenG756 te zeggenG3004 bijG1722 zichzelvenG1438: Wie isG1510 DezeG3778, Die ookG2532 de zondenG266 vergeeftG863? En die mede aanzaten, begonnen te zeggen bij zichzelven: Wie is Deze, Die ook de zonden vergeeft?

KJV And1 they that sat at meat with him4 began2 to say5 within6 themselves,7 Who8 is this9 that11 forgiveth14 sins13 also?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 συνανακειμενοι G4873 mede aanzaten, aanzaten, aanzitten sit (down, at the table, together) with (at meat) 5 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 8 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 14 αφιησιν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Maar Hij zeide tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 MaarG1161 Hij zeideG2036 totG4314 de vrouwG1135: Uw geloofG4102 heeft uG4771 behoudenG4982; ga heen inG1519 vredeG1515. Maar Hij zeide tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.

KJV And2 he said to3 the woman,5 Thy faith7 hath saved9 thee; go11 in12 peace.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 σεσωκεν G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 10 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 11 πορευου G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 7:1 Mattheüs 8:5 Lukas 7:1 Mattheüs 7:28
Lukas 7:2 Handelingen 27:3 Johannes 11:2 Handelingen 27:1 Genesis 35:8 Kolossenzen 3:22 Job 31:5 Genesis 24:2 Handelingen 10:1
Lukas 7:3 Mattheüs 8:5 Lukas 9:38 Johannes 4:47 Lukas 8:41 Filemon 1:10
Lukas 7:4 Openbaring 3:4 Mattheüs 10:13 Mattheüs 10:37 Lukas 7:6 Mattheüs 10:11 Lukas 20:35
Lukas 7:5 1 Koningen 5:1 1 Kronieken 29:3 1 Johannes 3:18 1 Johannes 3:14 Ezra 7:27 Galaten 5:6 2 Kronieken 2:11 1 Johannes 5:1
Lukas 7:6 Lukas 8:49 Markus 5:24 Genesis 32:10 Lukas 15:19 Lukas 5:8 Mattheüs 20:28 Jakobus 4:10 Mattheüs 5:26
Lukas 7:7 Psalmen 107:20 Lukas 5:13 Deuteronomium 32:39 Markus 1:27 Exodus 15:26 Lukas 4:36 1 Samuël 2:6 Psalmen 33:9
Lukas 7:8 Handelingen 10:7 Handelingen 25:26 Handelingen 23:17 Handelingen 23:23 Handelingen 23:26 Handelingen 24:23 Handelingen 22:25 1 Timotheüs 6:1
Lukas 7:9 Mattheüs 8:10 Mattheüs 15:28 Romeinen 9:4 Romeinen 3:1 Mattheüs 9:33 Psalmen 147:19
Lukas 7:10 Mattheüs 8:13 Markus 9:23 Johannes 4:50 Mattheüs 15:28
Lukas 7:12 Lukas 8:42 Job 29:13 Johannes 11:19 Jakobus 1:27 2 Koningen 4:16 1 Koningen 17:18 Lukas 8:52 2 Koningen 4:20
Lukas 7:13 Hebreeën 4:15 Richteren 10:16 Lukas 8:52 Jeremia 31:20 Jeremia 31:15 Markus 8:2 Lukas 7:19 Johannes 11:2
Lukas 7:14 Johannes 5:25 Johannes 11:43 Lukas 8:54 Johannes 11:25 Handelingen 9:40 Jesaja 26:19 Romeinen 4:17 Job 14:14
Lukas 7:15 1 Koningen 17:23 2 Koningen 13:21 2 Koningen 4:32
Lukas 7:16 Lukas 7:39 Mattheüs 9:8 Lukas 1:68 Psalmen 106:4 Mattheüs 21:11 Exodus 4:31 Jeremia 33:9 Psalmen 65:9
Lukas 7:17 Mattheüs 9:31 Markus 6:14 Lukas 7:14 Markus 1:28 Mattheüs 9:26 Mattheüs 4:24
Lukas 7:18 Mattheüs 11:2 Johannes 3:26
Lukas 7:19 Johannes 4:25 Lukas 10:1 Handelingen 10:7 Daniël 9:24 Jesaja 40:10 Jeremia 23:5 Genesis 49:10 Jesaja 59:20
Lukas 7:20 Lukas 7:19
Lukas 7:21 Markus 3:10 1 Koningen 8:37 Mattheüs 4:23 Markus 5:34 1 Korinthe 11:30 Markus 5:29 Jakobus 5:14 Hebreeën 12:6
Lukas 7:22 Jesaja 35:5 Jesaja 29:18 Lukas 4:18 Jesaja 61:1 Jakobus 2:5 Job 29:15 Handelingen 3:2 Jeremia 31:8
Lukas 7:23 Jesaja 8:14 Lukas 2:34 Johannes 6:60 1 Petrus 2:7 1 Korinthe 1:21 1 Korinthe 2:14 Mattheüs 11:6 Romeinen 9:32
Lukas 7:24 Efeze 4:14 Lukas 1:80 Lukas 3:2 2 Petrus 3:17 Jakobus 1:6 2 Korinthe 1:17 Mattheüs 3:1 2 Petrus 2:17
Lukas 7:25 Esther 1:3 Esther 1:11 1 Petrus 3:3 Esther 5:1 Mattheüs 6:29 Jesaja 59:17 Mattheüs 3:4 Esther 8:15
Lukas 7:26 Lukas 1:76 Lukas 20:6 Mattheüs 11:9 Johannes 3:26 Lukas 16:16 Johannes 5:35
Lukas 7:27 Maleachi 3:1 Lukas 1:76 Markus 1:2 Lukas 1:15 Jesaja 40:3 Johannes 1:23 Maleachi 4:5 Mattheüs 11:10
Lukas 7:28 Mattheüs 11:11 Lukas 1:14 Lukas 10:23 Mattheüs 13:16 1 Petrus 1:10 Lukas 3:16 Lukas 9:48 Efeze 3:8
Lukas 7:29 Lukas 3:12 Lukas 7:35 Psalmen 51:4 Openbaring 15:3 Romeinen 10:3 Mattheüs 3:5 Handelingen 19:3 Romeinen 3:4
Lukas 7:30 Lukas 13:34 Mattheüs 22:35 Romeinen 10:21 2 Korinthe 6:1 Galaten 2:21 Efeze 1:11 Jeremia 8:8 Handelingen 20:27
Lukas 7:31 Mattheüs 11:16 Klaagliederen 2:13 Markus 4:30
Lukas 7:32 Mattheüs 11:16 Zacharia 8:5 Jeremia 5:3 Jesaja 29:11 Jesaja 28:9 Spreuken 17:16
Lukas 7:33 Lukas 1:15 Markus 1:6 Johannes 8:52 Mattheüs 3:4 Johannes 10:20 Mattheüs 10:25 Jeremia 16:8 Handelingen 2:13
Lukas 7:34 Lukas 15:2 Lukas 14:1 Johannes 12:2 Mattheüs 9:11 Lukas 19:7 Lukas 7:36 Lukas 5:29 Lukas 11:37
Lukas 7:35 Spreuken 17:16 Mattheüs 11:19 Lukas 7:29 Spreuken 8:32 Hosea 14:9 1 Korinthe 2:14
Lukas 7:36 Markus 14:3 Lukas 14:1 Mattheüs 26:5 Lukas 11:37 Lukas 7:34 Johannes 11:2
Lukas 7:37 1 Petrus 4:18 1 Timotheüs 1:9 Johannes 12:1 Mattheüs 21:31 Lukas 5:30 Lukas 7:37 1 Timotheüs 1:15 Romeinen 5:8
Lukas 7:38 Prediker 9:8 Psalmen 126:5 Psalmen 6:6 Ezra 10:1 Jesaja 61:3 Psalmen 51:17 Jesaja 57:9 Hooglied 1:3
Lukas 7:39 Lukas 7:16 Lukas 15:2 Markus 7:21 Lukas 3:8 Markus 2:6 Mattheüs 9:12 Jesaja 65:5 Lukas 15:28
Lukas 7:40 Lukas 20:20 Mattheüs 7:22 Johannes 16:30 Lukas 6:8 Mattheüs 26:49 Lukas 18:18 Maleachi 1:6 Johannes 13:13
Lukas 7:41 Mattheüs 18:28 Lukas 7:47 1 Johannes 1:8 Lukas 11:4 Lukas 12:48 Romeinen 5:20 Lukas 13:4 Romeinen 3:23
Lukas 7:42 Mattheüs 18:25 Efeze 1:7 Romeinen 3:24 Mattheüs 6:12 Jeremia 31:33 Psalmen 32:1 Psalmen 103:3 Jesaja 44:22
Lukas 7:43 1 Korinthe 15:9 Markus 12:34 1 Timotheüs 1:13 2 Korinthe 5:14 Lukas 10:38 Lukas 7:47 Psalmen 116:16
Lukas 7:44 1 Timotheüs 5:10 Richteren 19:21 Genesis 19:2 Genesis 18:4 Genesis 43:24 1 Samuël 25:41 Jakobus 2:6
Lukas 7:45 2 Samuël 15:5 Romeinen 16:16 2 Samuël 19:39 1 Korinthe 16:20 1 Thessalonicenzen 5:26 Genesis 33:4 Mattheüs 26:48 Genesis 29:11
Lukas 7:46 Psalmen 23:5 Prediker 9:8 Daniël 10:3 Mattheüs 6:17 2 Samuël 14:2 Ruth 3:3 Psalmen 104:15 Amos 6:6
Lukas 7:47 1 Johannes 4:19 Jesaja 1:18 Johannes 21:15 Jesaja 55:7 1 Korinthe 6:9 1 Johannes 5:3 1 Johannes 3:18 Lukas 5:20
Lukas 7:48 Mattheüs 9:2 Markus 2:5 Lukas 5:20
Lukas 7:49 Mattheüs 9:3 Lukas 5:20 Markus 2:7
Lukas 7:50 Markus 5:34 Mattheüs 9:22 Lukas 8:48 Lukas 18:42 Markus 10:52 Efeze 2:8 Romeinen 5:1 Jakobus 2:14
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 7 vers 1

voleindigd had, Grieks vervuld.

Hertaald: voleindigd had, Grieks: vervuld.

ten aanhore des volks, Grieks in het gehoor.

Hertaald: ten aanhore des volks, Grieks: in het gehoor.

Lukas 7 vers 2

waard was, Grieks dierbaar; namelijk vanwege zijn getrouwe diensten.

Hertaald: waard was, Grieks: dierbaar; namelijk vanwege zijn trouwe diensten.

Lukas 7 vers 3

ouderlingen der Joden, Deze ouderlingen waren de aanzienlijksten van het volk, die in dien tijd gebruikt werden in elke stad om het burgerlijke of de kerk te regeren. Zie Matt. 26:3 .

Hertaald: ouderlingen der Joden, Deze oudsten waren de aanzienlijksten van het volk, die in die tijd in elke stad gebruikt werden voor het bestuur van de burgerlijke zaken of van de gemeente. Zie Matth. 26:3.

gezond maken Grieks behouden; namelijk bij het leven.

Hertaald: gezond maken Grieks: behouden; namelijk in het leven.

Lukas 7 vers 4

ernstelijk, Grieks vlijtiglijk, naarstiglijk.

Hertaald: ernstelijk, Grieks: vlijtig, nauwgezet.

dat Gij hem dat doet; Of, dien Gij dat doen zult. Anders, dien men dat doen zou.

Hertaald: dat Gij hem dat doet; Of: aan wie U dat doen zult. Anders: aan wie men dat doen zou.

Lukas 7 vers 5

ons volk lief, Namelijk de Joden, waaruit blijkt dat hij een heiden was, alsook uit vs.9.

Hertaald: ons volk lief, Namelijk de Joden. Daaruit blijkt dat hij een heiden was, evenals uit vers 9.

synagoge gebouwd Van de synagogen, zie Matt. 4:23 .

Hertaald: synagoge gebouwd Zie over de synagogen Matth. 4:23.

Lukas 7 vers 6

zeide tot Hem Dat is, liet zeggen door deze zijne vrienden. Alzo kan ook verstaan worden hetgeen gezegd wordt bij Matt. 8:6 , enz., dat hij zelf heeft gedaan hetgeen hij door zijne vrienden heeft laten doen.

Hertaald: zeide tot Hem Dat is: liet zeggen door deze vrienden van hem. Zo kan ook opgevat worden wat gezegd wordt in Matth. 8:6, enzovoort: dat hij zelf gedaan heeft wat hij door zijn vrienden heeft laten doen.

Lukas 7 vers 7

zeg het met een woord, Dat is, gebied of beveel alleen met een woord, dat mijn knecht gezond worde. Zie Matt. 8:8 .

Hertaald: zeg het met een woord, Dat is: gebied of beveel alleen met een woord dat mijn knecht gezond wordt. Zie Matth. 8:8.

Lukas 7 vers 8

onder de macht van anderen gesteld, Wat hij hiermede wil zeggen, zie de aantekeningen Matt. 8:9 .

Hertaald: onder de macht van anderen gesteld, Zie wat hij hiermee wil zeggen in de aantekeningen bij Matth. 8:9.

Lukas 7 vers 9

in Israël niet gevonden Dat is, onder de Israëlieten.

Hertaald: in Israël niet gevonden Dat is: onder de Israëlieten.

Lukas 7 vers 11

Naïn, Dit was ene stad in Galilea, gelegen aan den voet van den berg Hermon, bij de beek Kison, die in de Galilese zee uitloopt.

Hertaald: Naïn, Dit was een stad in Galilea, die aan de voet van de berg Hermon lag, bij de beek Kison die in de zee van Galilea uitmondt.

Lukas 7 vers 12

poort der stad genaakte, Eertijds werden de doden, zo bij de Joden als andere volken, buiten de steden begraven, gelijk ook Christus in een hof buiten de stad begraven is geweest, Joh. 19:41 , en gelijk nog op sommigen plaatsen geschiedt. Zie ook Gen. 23:19 , en Gen. 50:13 .

Hertaald: poort der stad genaakte, Vroeger werden de doden zowel bij de Joden als bij andere volken buiten de steden begraven, zoals ook Christus in een hof buiten de stad begraven is, Joh. 19:41, en zoals op sommige plaatsen nog steeds gebeurt. Zie ook Gen. 23:19 en Gen. 50:13.

Lukas 7 vers 13

Ween niet Daarmede wil Christus niet verbieden allerlei wenen over de doden, 1 Thess. 4:13 , maar te kennen geven dat Hij de oorzaak van hun wenen wilde wegnemen.

Hertaald: Ween niet Daarmee wil Christus niet elk wenen over de doden verbieden, 1 Thess. 4:13, maar te kennen geven dat Hij de oorzaak van hun wenen wilde wegnemen.

Lukas 7 vers 14

de baar aan; Of, doodkist.

Hertaald: de baar aan; Of: doodkist.

Lukas 7 vers 16

verheerlijkten God, Dat is, prezen, loofden.

Hertaald: verheerlijkten God, Dat is: prezen, loofden.

bezocht Namelijk ten goede om het te verlossen; Ex. 4:31 .

Hertaald: bezocht Namelijk ten goede, om het te verlossen; Ex. 4:31.

Lukas 7 vers 17

gerucht van Hem ging uit Grieks dit woord.

Hertaald: gerucht van Hem ging uit Grieks: dit woord.

Lukas 7 vers 18

hem van al deze dingen Grieks en Johannes boodschapten zijne discipelen.

Hertaald: hem van al deze dingen Grieks: en zijn discipelen boodschapten Johannes.

Lukas 7 vers 19

Die komen zou, Dat is, de Messias. De oorzaak van deze vraag, zie Matt. 11:3 .

Hertaald: Die komen zou, Dat is: de Messias. Zie de reden van deze vraag bij Matth. 11:3.

Lukas 7 vers 20

zeggende Dat is, om u te laten zeggen en vragen.

Hertaald: zeggende Dat is: om door u te laten zeggen en vragen.

Lukas 7 vers 21

kwalen, Grieks gesels. Zie Marc. 3:10 .

Hertaald: kwalen, Grieks: gesels. Zie Mark. 3:10.

gaf Hij het gezicht Grieks schonk hij genadiglijk het zien.

Hertaald: gaf Hij het gezicht Grieks: schonk Hij genadig het zien.

Lukas 7 vers 23

aan Mij niet zal geërgerd worden Grieks in mij. Zie Matt. 11:6 .

Hertaald: aan Mij niet zal geërgerd worden Grieks: in Mij. Zie Matth. 11:6.

Lukas 7 vers 24

de boden van Johannes Of, gezondenen. Van deze gehele getuigenis van Christus aangaande Johannes den Doper, zie de aantekeningen Matt. 11:7 , en vervolgens.

Hertaald: de boden van Johannes Of: gezondenen. Zie over dit hele getuigenis van Christus over Johannes de Doper de aantekeningen bij Matth. 11:7 en volgende.

Lukas 7 vers 28

minste in het Koninkrijk Gods Grieks de mindere.

Hertaald: minste in het Koninkrijk Gods Grieks: de mindere.

Lukas 7 vers 29

rechtvaardigden God Dat is, erkenden en prezen zijne rechtvaardigheid, goedigheid, trouw en waarheid, gelijk vs.35.

Hertaald: rechtvaardigden God Dat is: erkenden en prezen Zijn rechtvaardigheid, goedheid, trouw en waarheid, zoals vers 35.

Lukas 7 vers 30

den raad Gods Dat is, de middelen, die God naar zijn wijzen raad verordineerd heeft in het nieuwe verbond, om daardoor de mensen ter zaligheid te brengen. Zie Spr. 1:25 , Spr. 1:30 ; Hand. 20:27 ; Hebr. 12:25 . Anderszins blijft altijd vast de raad, dat is het besluit Gods over de zaligheid zijner uitverkorenen, Matt. 24:24 ; Rom. 8:28-29 ; Hebr. 6:13 , enz.

Hertaald: den raad Gods Dat is: de middelen die God naar Zijn wijze raad in het nieuwe verbond verordend heeft om de mensen daardoor tot de zaligheid te brengen. Zie Spr. 1:25, Spr. 1:30; Hand. 20:27; Hebr. 12:25. Overigens blijft de raad — dat is: het besluit van God over de zaligheid van Zijn uitverkorenen — altijd vast, Matth. 24:24; Rom. 8:28-29; Hebr. 6:13, enzovoort.

tegen zichzelven Dat is tot hun eigen schade en verderf.

Hertaald: tegen zichzelven Dat is: tot hun eigen schade en verderf.

verworpen, Of, teniet gedaan. Of, krachteloos gemaakt; namelijk door het moedwillig verachten van de middelen, die God tot zaligheid der mensen heeft geordineerd.

Hertaald: verworpen, Of: tenietgedaan, of: krachteloos gemaakt; namelijk door het moedwillig verachten van de middelen die God tot zaligheid van de mensen verordend heeft.

Lukas 7 vers 32

gelijk aan de kinderen, De verklaring van deze gelijkenis zie in de aantekeningen Matt. 11:16 .

Hertaald: gelijk aan de kinderen, Zie de verklaring van deze gelijkenis in de aantekeningen bij Matth. 11:16.

Lukas 7 vers 33

noch brood etende, Dat is, geen gewone spijs en drank als andere mensen gebruikende; want hij at sprinkhanen en wilden honig, Matt. 3:4 .

Hertaald: noch brood etende, Dat is: hij gebruikte geen gewone spijs en drank zoals andere mensen; want hij at sprinkhanen en wilde honing, Matth. 3:4.

Lukas 7 vers 34

een vraat en wijnzuiper is, Grieks eter en wijndrinker.

Hertaald: een vraat en wijnzuiper is, Grieks: eter en wijndrinker.

Lukas 7 vers 35

gerechtvaardigd geworden Zie Matt. 11:19 .

Hertaald: gerechtvaardigd geworden Zie Matth. 11:19.

Lukas 7 vers 37

een zondares was, Dat is, een grote zondares, van een oneerlijk leven, en in de stad daarvoor bekend.

Hertaald: een zondares was, Dat is: een grote zondares, van een oneerbaar leven, en in de stad daarom bekend.

een albasten fles met zalf Zie dergelijke Matt. 26:7 ; Marc. 14:3 .

Hertaald: een albasten fles met zalf Zie iets dergelijks in Matth. 26:7; Mark. 14:3.

Lukas 7 vers 38

wenende, Namelijk bedroefd zijnde over hare zonden, gelijk Petrus; Luc. 22:62 .

Hertaald: wenende, Namelijk terwijl zij bedroefd was over haar zonden, zoals Petrus; Luk. 22:62.

voeten nat te maken met tranen, Dit zijn tekenen van hare boetvaardigheid en liefde tot Christus spruitende uit het gevoel van hare zonden en der vergeving derzelve, gelijk blijkt uit vs.47.

Hertaald: voeten nat te maken met tranen, Dit zijn tekenen van haar boetvaardigheid en van haar liefde tot Christus, die voortkwamen uit het besef van haar zonden en van de vergeving daarvan, zoals blijkt uit vers 47.

Lukas 7 vers 41

Een zeker Wat het oogmerk van Christus in deze gelijkenis is, toont Hijzelf als Hij die toepast op deze vrouw, vs.47.

Hertaald: Een zeker Wat Christus met deze gelijkenis beoogt, laat Hij Zelf zien wanneer Hij die op deze vrouw toepast, vers 47.

schuldheer had twee schuldenaars; Of, uitlener, bankhouder.

Hertaald: schuldheer had twee schuldenaars; Of: geldschieter, bankhouder.

penningen, Grieks denariën. Zie de waarde daarvan Matt. 18:28 .

Hertaald: penningen, Grieks: denarii. Zie de waarde daarvan bij Matth. 18:28.

Lukas 7 vers 44

water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; Met deze drie betoningen van vriendschap ontvingen de ouden in die landen hun vreemde gasten en vrienden, gelijk te zien is Gen. 18:4 , en Gen. 19:2 ; Ex. 4:27 , en Ex. 18:7 ; Pred. 9:8 ; Ps. 23:5 ; Rom. 16:16 , en elders.

Hertaald: water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; Met deze drie blijken van vriendschap ontvingen de ouden in die landen hun vreemde gasten en vrienden, zoals te zien is in Gen. 18:4 en Gen. 19:2; Ex. 4:27 en Ex. 18:7; Pred. 9:8; Ps. 23:5; Rom. 16:16, en elders.

Lukas 7 vers 45

van dat zij ingekomen is, Anders, van dat ik ingekomen ben.

Hertaald: van dat zij ingekomen is, Anders: sinds Ik binnengekomen ben.

Lukas 7 vers 47

want zij heeft veel liefgehad; Hiermede wordt niet aangewezen dat deze haar grote liefde de oorzaak was van de vergeving van hare zonden, maar dat ze een vrucht, bewijs en teken was, dat haar vele zonden vergeven waren, en dat zij daarom nu niet meer voor zulk een zondares was te houden, gelijk blijkt uit de naastvolgende woorden en het gehele oogmerk van deze gelijkenis. Waaruit klaarlijk kan gezien worden dat de vergeving der zonden gesteld wordt als de oorzaak van de liefde, en niet de liefde de oorzaak van de vergeving der zonden, gelijk ook in vs.50 gezegd wordt, dat het geloof en niet de liefde haar behouden heeft.

Hertaald: want zij heeft veel liefgehad; Hiermee wordt niet aangewezen dat haar grote liefde de oorzaak was van de vergeving van haar zonden, maar dat die liefde een vrucht, bewijs en teken was dat haar vele zonden vergeven waren, en dat zij daarom niet langer voor zo'n zondares gehouden moest worden — zoals blijkt uit de woorden die er meteen op volgen en uit het hele doel van deze gelijkenis. Daaruit kan men duidelijk zien dat de vergeving van de zonden gesteld wordt als de oorzaak van de liefde, en niet de liefde als de oorzaak van de vergeving. Zo wordt ook in vers 50 gezegd dat het geloof en niet de liefde haar behouden heeft.

Lukas 7 vers 49

bij zichzelven Of, onder elkander.

Hertaald: bij zichzelven Of: onder elkaar.

Lukas 7 vers 50

geloof heeft u behouden; Dat is, door uw geloof in mij hebt gij deze weldaad der vergeving uwer zonden ontvangen, waardoor gij behouden wordt ter zaligheid. Zie Hand. 26:18 .

Hertaald: geloof heeft u behouden; Dat is: door uw geloof in Mij hebt u deze weldaad van de vergeving van uw zonden ontvangen, waardoor u behouden wordt tot de zaligheid. Zie Hand. 26:18.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Tollenaar  — Grieks: telones, "inner van tol of belasting" — pachters die voor de Romeinse overheid heffingen inden en daarom als verraders en afpersers golden

Lukas noemt hen vaker dan de andere Evangelisten en altijd in verband met de vraag wie bij Christus mag komen. Hij roept de tollenaar Levi rechtstreeks uit het tolhuis (Luk. 5:27-28), en op de maaltijd bij hem morren de Schriftgeleerden en Farizeeën: waarom eet en drinkt gij met tollenaren en zondaren? Het antwoord is het beginsel van het hele Evangelie: die gezond zijn hebben de geneesmeester niet nodig, maar die ziek zijn — "Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering" (Luk. 5:29-32). Tollenaren komen tot Johannes' doop en krijgen een concreet gebod: eist niet meer dan u gezet is (Luk. 3:12-13). Zij hoorden Hem graag (Luk. 15:1), een tollenaar is de gerechtvaardigde in de gelijkenis (Luk. 18:9-14), en de oppertollenaar Zacheüs geeft de helft van zijn goederen aan de armen (Luk. 19:1-10).

Bijbelse betekenis: Het gaat hier niet om medelijden met een miskende beroepsgroep. De verwijten waren doorgaans waar: het beroep leefde van afpersing, en juist daarom is de bekering in Lukas telkens concreet in geld. Wat het Evangelie ondersteboven keert, is niet het oordeel over de zonde maar de veronderstelling dat de nette mens dichter bij het Koninkrijk staat. Vandaar dat Christus de scheiding niet tussen fatsoenlijk en onfatsoenlijk legt, maar tussen wie zich ziek weten en wie zich gezond wanen.

Typologie: Christus vat de aanklacht tegen Hem Zelf samen als een erenaam: de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was (Luk. 19:10). Paulus maakt daar de belijdenis van de gemeente van: dit is een getrouw woord, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben (1 Tim. 1:15). En hij zegt van de gemeente te Korinthe dat zij zulke mensen waren, maar afgewassen, geheiligd en gerechtvaardigd zijn in de Naam van de Heere Jezus (1 Kor. 6:11).

Luk. 3:12-13; Luk. 5:27-32; Luk. 15:1; Luk. 18:9-14; Luk. 19:1-10; 1 Kor. 6:11; 1 Tim. 1:15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God heeft Zijn volk bezocht — 7:11-17

Profeet, priester en koning niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

Hij komt bij de poort van een klein stadje aan, met een grote schare achter Zich. Uit de poort komt een andere stoet naar buiten: een begrafenis. De twee komen elkaar tegen op de smalste plaats van de stad.

Een weduwe verliest haar enige zoon, en de stoet wordt tegengehouden door Iemand Die de baar aanraakt.

Lukas vermeldt drie dingen die samen de zwaarte van het geval uitmaken. De dode was een zoon. Hij was de enige. En zijn moeder was weduwe. Wie dat alle drie tegelijk kwijt is, houdt niets over, ook geen brood voor morgen.

Er wordt niet om hulp gevraagd. Er is geen vader die komt smeken zoals bij Jaïrus, en geen vriend die er iets van zegt. Er staat alleen: “En de Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet.”

Dan raakt Hij de baar aan. Voor een Israëliet is dat geen vanzelfsprekend gebaar; wie een dode of een doodsbaar aanraakte, was zeven dagen onrein. Hier gaat het andersom: wat Hij aanraakt, wordt niet dood — de dood wijkt.

En dan drie woorden: “Jongeling, Ik zeg u, sta op!”

Daar zit het hele punt van deze post. Israël had eerder twee opwekkingen meegemaakt, en beide keren ging het zo. Elia strekte zich driemaal uit over het kind van de weduwe van Zarfath, en riep de HEERE aan: laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen. Elisa strekte zich over het kind van de Sunamitische uit, mond tegen mond, ogen tegen ogen, handen tegen handen. En het duurde lang.

Hier is er geen gebed en geen uitstrekken. Er is een bevel.

En er is nog een overeenkomst die te mooi is om over het hoofd te zien. Van Elia staat er, toen het kind leefde: en hij gaf het aan zijn moeder. Van Hem staat hier precies dezelfde zin: “En Hij gaf hem aan zijn moeder.”

De schare zegt dan wat zij ziet, en zij zegt het in de taal van de ambten: “Een groot Profeet is onder ons opgestaan, en God heeft Zijn volk bezocht.”

Beide helften van die zin komen ergens vandaan. Mozes had een Profeet beloofd, uit het midden van hun broederen, naar Wie zij horen moesten. En dat bezoeken is het woord dat in Exodus gebruikt wordt toen het volk hoorde dat de HEERE de kinderen Israëls bezocht had en hun verdrukking gezien — de kanttekening zegt hier: bezocht ten goede, om te verlossen.

Zij hebben dus meer gezegd dan zij wisten. Er was een profeet opgestaan, en God had Zijn volk bezocht, en dat was niet twee dingen maar één.

  1. 1 Koningen 17:21 — Elia strekt zich driemaal uit en roept de HEERE aan.
  2. 2 Koningen 4:34 — Elisa legt zich op het kind, en het duurt lang.
  3. Lukas 7:14 — Hier raakt Hij de baar aan en spreekt één bevel.
  4. 1 Koningen 17:23 — En hij gaf het aan zijn moeder — dezelfde zin als in Lukas 7:15.
  5. Deuteronomium 18:15 — Er was een Profeet beloofd, naar Wie men horen moest.
  6. Exodus 4:31 — En bezoeken is het woord van de uittocht: bezocht om te verlossen.

In het Nieuwe Testament: 1 Koningen 17:22-23; 2 Koningen 4:34-35; Deuteronomium 18:15; Exodus 4:31; Lukas 1:68; Numeri 19:11

Hoever dit reikt: De overeenkomst met Elia en Elisa ligt in het verloop en in de zin over het teruggeven aan de moeder; Lukas noemt hen hier niet. Wat de schare zegt, is naar de vorm juist en naar de omvang te klein: Hij is meer dan een profeet, maar de mensen zeggen wat zij zien. Dat het aanraken van de baar verontreinigde, staat in Numeri 19 en wordt hier niet ter sprake gebracht.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Lukas 7

Lukas 7:6-8.KruisverwijzingenPsalmen 107:20Lukas 8:49Markus 5:24Genesis 32:10Lukas 15:19Lukas 5:8Mattheüs 20:28Jakobus 4:10
— En Jezus ging met hen. En als Hij nu niet verre van het huis was, zond de hoofdman over honderd tot Hem enige vrienden, en zeide tot Hem: Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen. Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden. Want ik ben ook een mens, onder de macht van anderen gesteld, hebbende krijgsknechten onder mij, en ik zeg tot dezen: Ga, en hij gaat; en tot den anderen: Kom en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.
“En Jezus ging met hen. En als Hij nu niet verre van het huis was, zond de hoofdman over honderd tot Hem enige vrienden, en zeide tot Hem: Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen. Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden. Want ik ben ook een mens, onder de macht van anderen gesteld, hebbende krijgsknechten onder mij, en ik zeg tot dezen: Ga, en hij gaat; en tot den anderen: Kom en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.”

Het grootste licht kan de donkerste plaatsen binnenkomen. Wij vinden de uitgelezenste bloemen soms in bloei waar wij ze het minst verwachtten.

Hier was een heiden, een Romein, een soldaat, bekleed met volstrekte macht — en toch een teder meester, een bedachtzaam burger, en iemand die God liefhad. Laat dus niemand veracht worden om zijn beroep. De beste parels zijn in de donkerste holen van de oceaan gevonden.

Wij hadden misschien nooit van hem gehoord, al had hij zijn knecht lief. Wij hadden zijn naam misschien nooit gelezen, al verpleegde hij zijn slaaf met tederheid. Hij had misschien geen plaats in het ingegeven verslag gekregen, al had hij het Joodse volk lief en bouwde hij hun een synagoge.

Het éne dat hem een plaats op deze heilige bladzijden geeft is dit: hij geloofde in de Messias. Hij was zo’n gelovige in de Zoon van God dat Jezus over hem zei dat Hij zelfs in Israel zo’n groot geloof niet gevonden had.

Maar het opmerkelijke is dat dit grootste geloof met de diepste ootmoed gepaard ging.

Lukas 7:18-19.KruisverwijzingenJohannes 4:25Lukas 10:1Mattheüs 11:2Johannes 3:26Handelingen 10:7Daniël 9:24Jesaja 40:10Jeremia 23:5
— En de discipelen van Johannes boodschapten hem van al deze dingen. En Johannes, zekere twee van zijn discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hen tot Jezus, zeggende: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?
“En de discipelen van Johannes boodschapten hem van al deze dingen. En Johannes, zekere twee van zijn discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hen tot Jezus, zeggende: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?”

Johannes zat in de gevangenis, en mogelijk was hij ook in zijn geest verontrust.

Twijfelde Johannes dan? Misschien niet. Het kan zijn dat hij zag dat zijn discipelen twijfelden en dat hij hun vrees weggenomen wilde hebben. Maar het is ook mogelijk dat hij zelf twijfels had.

Het is niets ongewoons dat de dapperste harten aan vlagen van twijfel onderhevig zijn. U herinnert zich dat Elia in de woestijn onder een jeneverboom zat en voor zichzelf de dood begeerde, terwijl hij juist de man was die nooit sterven zou. En Johannes, de Elia van de christelijke bedeling, was wel een man van ijzer maar toch niet meer dan een mens.

Lukas 7:20-23.KruisverwijzingenJesaja 35:5Jesaja 29:18Lukas 4:18Jesaja 61:1Markus 3:10Jakobus 2:5Jesaja 8:14Lukas 7:19
— En als de mannen tot Hem gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot U afgezonden, zeggende: Zijt Gij, Die komen zou, of verwachten wij een anderen? En in dezelfde ure genas Hij er velen van ziekten en kwalen, en boze geesten; en velen blinden gaf Hij het gezicht. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Gaat heen, en boodschapt Johannes weder de dingen, die gij gezien en gehoord hebt, namelijk dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, den armen het Evangelie verkondigd wordt. En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.
“En als de mannen tot Hem gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot U afgezonden, zeggende: Zijt Gij, Die komen zou, of verwachten wij een anderen? En in dezelfde ure genas Hij er velen van ziekten en kwalen, en boze geesten; en velen blinden gaf Hij het gezicht. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Gaat heen, en boodschapt Johannes weder de dingen, die gij gezien en gehoord hebt, namelijk dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, den armen het Evangelie verkondigd wordt. En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.”

Ons oude spreekwoord zegt dat daden luider spreken dan woorden. Een antwoord in Zijn daden zou voor deze vragers dus welsprekender zijn dan zelfs een antwoord in de eigen woorden van onze Heere.

Hij liet hen kijken naar de bewijzen van Zijn Messiasschap die Hij hun in Zijn wonderlijke genezingen gaf. En toen zei Hij: “Gaat heen, en boodschapt Johannes weder de dingen, die gij gezien en gehoord hebt.”

Het zou goed zijn als ons leven zó was. Dan hoefden wij op de vraag wat wij waren alleen te zeggen: beoordeel ons naar wat u in onze dagelijkse omgang gezien en gehoord hebt.

Naar het getuigenis van onze Heere is de prediking van het evangelie aan de armen een even groot bewijs van Zijn Messiasschap als het opwekken van de doden. Hoe hoog behoorden zij het dan te achten, en hoe blij mogen zij zijn die het evangelie nu vrij in hun oren horen prediken!

Lukas 7:24.KruisverwijzingenEfeze 4:14Lukas 1:80Lukas 3:22 Petrus 3:17Jakobus 1:62 Korinthe 1:17Mattheüs 3:12 Petrus 2:17
— Als nu de boden van Johannes weggegaan waren, begon Hij tot de scharen van Johannes te zeggen: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?
“Als nu de boden van Johannes weggegaan waren, begon Hij tot de scharen van Johannes te zeggen: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?”

Een riet dat van de wind ginds en weder bewogen wordt: dat groeit in overvloed aan de oevers van de Jordaan. Hebt u daar een man gezien die voor elke ademtocht van volksgunst of volkstoorn zou buigen? Was Johannes de Doper zo iemand?

Zeker niet. Johannes was nooit met een riet te vergelijken, want hij was sterk, stoer, vast en standvastig. Hij was niet als zovele predikers van tegenwoordig, die heen en weer bewogen worden door de altijd wisselende mening van hun tijd, en die zich daarmee als riet doen kennen.

Lukas 7:25.KruisverwijzingenEsther 1:3Esther 1:111 Petrus 3:3Esther 5:1Mattheüs 6:29Jesaja 59:17Mattheüs 3:4Esther 8:15
— Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die in heerlijke kleding en wellust zijn, die zijn in de koninklijke hoven.
“Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die in heerlijke kleding en wellust zijn, die zijn in de koninklijke hoven.”

Zulke mensen prediken de bekering niet. Zoals hun kleding is, zo is hun leer. Zij proberen een koninklijke weg naar de hemel te tonen, een gladde en gemakkelijke weg. Maar was Johannes de Doper een prediker van dat slag? Nee, dat was hij niet.

Johannes had in de woestijn gepredikt en met al zijn kracht zondaars gewaarschuwd te vlieden van de toekomende toorn. Hij was geen hofprediker maar een dienaar van de menigte, die zijn van de hemel ingegeven boodschap in zijn eigen rechtstreekse en ernstige stijl bracht.

Lukas 7:26-28.KruisverwijzingenMaleachi 3:1Lukas 1:76Lukas 20:6Markus 1:2Mattheüs 11:11Mattheüs 11:9Johannes 3:26Lukas 16:16
— Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet. Deze is het, van welken geschreven is: Ziet, Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal. Want Ik zeg ulieden: Onder die van vrouwen geboren zijn, is niemand meerder profeet, dan Johannes de Doper; maar de minste in het Koninkrijk Gods is meerder dan hij.
“Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet. Deze is het, van welken geschreven is: Ziet, Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal. Want Ik zeg ulieden: Onder die van vrouwen geboren zijn, is niemand meerder profeet, dan Johannes de Doper; maar de minste in het Koninkrijk Gods is meerder dan hij.”

Johannes was de morgenster, en Christus de heerlijke Zon. Johannes was de heraut die de komst van Christus afkondigde, en Christus volgde hem op de hielen. Zijn ambt was het hoogste van alle: onmiddellijk aan de Messias Zelf vooraf te gaan.

En toch is wie de minste is onder de gelovigen van het evangelie van Jezus in zeker opzicht groter dan deze man. Wij zijn immers overgegaan in de bedeling van het helderder licht, terwijl hij alleen de bekering prediken kon en op een komende Zaligmaker wijzen.

Wij hebben een voller evangelie te prediken dan Johannes had, en wij mogen van de prediking daarvan groter uitkomsten verwachten dan Johannes hopen kon te zien.

Lukas 7:29-32.KruisverwijzingenLukas 3:12Lukas 7:35Lukas 13:34Mattheüs 22:35Mattheüs 11:16Psalmen 51:4Openbaring 15:3Romeinen 10:3
— En al het volk, Hem horende, en de tollenaars, die met den doop van Johannes gedoopt waren, rechtvaardigden God. Maar de Farizeen en de wetgeleerden hebben den raad Gods tegen zichzelven verworpen, van hem niet gedoopt zijnde. En de Heere zeide: Bij wien zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken, en wien zijn zij gelijk? Zij zijn gelijk aan de kinderen, die op de markt zitten, en elkander toeroepen, en zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en gij hebt niet geweend.
“En al het volk, Hem horende, en de tollenaars, die met den doop van Johannes gedoopt waren, rechtvaardigden God. Maar de Farizeen en de wetgeleerden hebben den raad Gods tegen zichzelven verworpen, van hem niet gedoopt zijnde. En de Heere zeide: Bij wien zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken, en wien zijn zij gelijk? Zij zijn gelijk aan de kinderen, die op de markt zitten, en elkander toeroepen, en zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en gij hebt niet geweend.”

Zij zijn de kinderen gelijk die op de markt zitten te spelen. Het spel van kinderen gaat dikwijls naar de gewoonten en gebruiken van volwassen mensen.

Deze kinderen konden het niet eens worden over het spel dat zij spelen zouden. Kom, zeiden zij, laten wij een bruiloft nadoen; wij zullen op de fluit spelen en u kunt dansen. Maar de anderen wilden niet dansen. Welnu, zeiden zij, laten wij dan iets anders spelen. Laten wij een begrafenis nadoen; wij zullen de klagers zijn. Maar toen wilden de anderen niet wenen.

Zij wilden met niets instemmen wat voorgesteld werd, en juist daarin zit de vergelijking van de Zaligmaker. Er zijn menigten mensen die altijd ruzie zoeken met welke bediening God hun ook zendt.

De stijl van deze man is veel te bloemrijk; hij heeft een overvloed van de bloemen van de welsprekendheid. Die andere man is veel te saai; er is niets boeiends aan zijn redevoeringen. Deze man is te grof; hij is zo ruw dat hij bijna plat wordt. Die andere man is te verfijnd en gebruikt taal die over de hoofden van de mensen heen schiet.

Het is gemakkelijk aanmerkingen te vinden wanneer u dat wilt. Elke stok is goed genoeg om een hond mee te slaan, en elke uitvlucht is goed genoeg om uw geweten aan de boodschap van een ernstige bediening te laten ontsnappen. Onze Heere zei het volk dat zij zo tegenover Hemzelf en tegenover Johannes de Doper gehandeld hadden.

Lukas 7:33-34.KruisverwijzingenLukas 1:15Lukas 15:2Markus 1:6Lukas 14:1Johannes 12:2Mattheüs 9:11Lukas 19:7Lukas 7:36
— Want Johannes de Doper is gekomen, noch brood etende, noch wijn drinkende; en gij zegt: Hij heeft den duivel. De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en gij zegt: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren.
“Want Johannes de Doper is gekomen, noch brood etende, noch wijn drinkende; en gij zegt: Hij heeft den duivel. De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en gij zegt: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren.”

Het is alsof Hij zegt: hij kwam onder u als een asceet. Hij ontzegde zich niet alleen de weelde van het leven maar zelfs de gewone gemakken die anderen genoten — en u zegt dat hij de duivel heeft. Hij is helemaal buiten zichzelf, van de duivel bezeten.

En dan de Zoon des mensen. Hij geeft Zich niet voor een asceet uit; Hij komt integendeel om te tonen dat spijs noch drank een mens zalig maken kan. Hij komt als een mens onder de mensen, zit met u aan uw maaltijden en leidt het leven van een asceet niet. En wat zegt u dan van Déze?

Er was met hen geen land te bezeilen. Welke soort prediker de HEERE ook zond, een asceet of iemand zoals zijzelf, zij vonden er aanmerkingen op.

Lukas 7:35.KruisverwijzingenSpreuken 17:16Mattheüs 11:19Lukas 7:29Spreuken 8:32Hosea 14:91 Korinthe 2:14
— Doch de wijsheid is gerechtvaardigd geworden van al haar kinderen.
“Doch de wijsheid is gerechtvaardigd geworden van al haar kinderen.”

De wereld veracht alle kinderen van de wijsheid, welke weg zij ook gaan, en is met hun manieren niet ingenomen, welke manieren zij ook hebben. En toch zal het blijken, wanneer de wijsheid van God ten volle ontvouwd is: de ruwheid van Johannes en de zachtheid van Jezus waren beide op hun eigen plaats goed.

Worden er in de evangelievisserij geen vissen gevangen, dan kan dat soms de schuld van de visser zijn. Maar veel vaker is het de schuld van de vissen zelf. Hier hebben wij twee heel verschillende soorten vissers, en toch trekt geen van beiden allen aan, al trekt ieder van hen sommigen.

Er zal een dag komen waarop blijken zal dat God ten slotte het beste wist wat voor soort prediker Hij zenden moest. Hij had voor ieder mens werk te doen, en Hij paste de man aan bij het werk dat Hij hem toevertrouwd had.

Lukas 7:36.KruisverwijzingenMarkus 14:3Lukas 14:1Mattheüs 26:5Lukas 11:37Lukas 7:34Johannes 11:2
— En een der Farizeen bad Hem, dat Hij met hem ate; en ingegaan zijnde in des Farizeers huis, zat Hij aan.
“En een der Farizeen bad Hem, dat Hij met hem ate; en ingegaan zijnde in des Farizeers huis, zat Hij aan.”

Uitnodigingen van farizeeën waren tamelijk zeldzaam; zij vroegen Christus niet vaak bij zich aan huis. En het was gewoonlijk een verdacht teken wanneer een farizeeër vertrouwelijk met Christus wilde omgaan; men mocht dan meestal vermoeden dat hij Hem in de val wilde lokken.

Toch was er bij deze gelegenheid, als er al geen werkelijke vriendelijkheid tegenover Christus was, ten minste de schijn ervan.

Zie wat onze Zaligmaker deed toen de farizeeër Hem uitnodigde: Hij ging in het huis van de farizeeër en zat aan. De Heere zag daar een gelegenheid om nuttig te zijn. Hij wist dat Hij een goede reden zou hebben om deze farizeeër persoonlijk aan te spreken.

Hoe dan ook, onze Heere voelde dat het goed was dat Hij dat huis binnenging, ook al sloegen zij Hem gade en probeerden zij Hem in Zijn woorden te vangen. Was daar huichelarij, dan was Zijn tegenwoordigheid des te meer nodig. Hij zei immers zelf over Zijn eten met tollenaars en zondaars: die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.

Zij lagen aan naar de oosterse gewoonte, die meer een uitgestrekt liggen was, met de voeten ver naar buiten op de rustbank.

Lukas 7:37-38.Kruisverwijzingen1 Petrus 4:181 Timotheüs 1:9Johannes 12:1Prediker 9:8Psalmen 126:5Psalmen 6:6Mattheüs 21:31Lukas 5:30
— En ziet, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande, dat Hij in des Farizeers huis aanzat, bracht een albasten fles met zalf. En staande achter aan Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.
“En ziet, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande, dat Hij in des Farizeers huis aanzat, bracht een albasten fles met zalf. En staande achter aan Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.”

Zij was geen zondares in de gewone zin van het woord; zij was een zondares van beroep, iemand wier hele bedrijf de zonde was.

Haar naam wordt niet genoemd, en daar zijn goede redenen voor. Zij was zeker niet Maria de zuster van Lazarus, en Maria Magdalena evenmin; daarvan mogen wij heel zeker zijn.

Onze Zaligmaker laat haar naamloos. En het is meestal het beste dat bekeerlingen van dit slag niet tentoongesteld worden en dat hun naam niet bekend gemaakt wordt. Ik geloof dat er aan teruggebrachte zondaars veel wreed onrecht gedaan is wanneer men hen naar voren geschoven heeft.

In deze beschrijving van haar is elk woord nadrukkelijk. Onze Heere lag aan Zijn maaltijd, en Zijn voeten waren naar de deur gekeerd, zodat zij niet ver het huis in hoefde te komen om Zijn voeten te bereiken. En daar stond zij: aan Zijn voeten.

Dat zijn gezegende woorden: aan Zijn voeten. Daar zouden ook wij willen staan en wenen. Daar zouden wij willen zitten en leren. Daar zouden wij willen wachten en dienen. Daar hopen wij voor eeuwig te leven en te heersen.

Deze vrouw stond aan Zijn voeten achter Hem, alsof zij niet waardig was door Hem aangezien te worden. Zij vond het eer genoeg achter Hem te zijn, zolang zij maar dicht bij Hem was. Zij stond er wenend: met droefheid over haar zonde, met blijdschap over haar vergeving, met verrukking in de tegenwoordigheid van haar Heere. En misschien met verdriet over wat Hem nog wachtte.

En zij begon Zijn voeten nat te maken met tranen. O zoete bekering, die de schaal beter vult dan de zuiverste stromen van de aarde ooit doen konden!

Toen maakte zij haar vlechten los, die netten waarin zij misschien menig man gevangen had toen zij op de kostbare ziel joeg naar haar vroegere zondige wijze. Maar nu gebruikt zij die vlechten voor iets beters: zij maakt er een doek van. Wat haar trots geweest was zal nu dat nederige ambt vervullen, en er zelfs door geëerd worden.

En zij kuste Zijn voeten. Och, de tederheid van haar liefde en de kracht van haar hartstocht voor die dierbare Heere van haar! Het was een gewijde hartstocht, in het geheel niet uit de aarde geboren. En toen goot zij op Zijn voeten de kostbare, welriekende zalf uit die zoveel gekost had.

Wat een gezegende samenvoeging van ootmoed, boetvaardigheid, dankbaarheid en liefde!

Lukas 7:39-40.KruisverwijzingenLukas 7:16Lukas 15:2Markus 7:21Lukas 3:8Markus 2:6Mattheüs 9:12Jesaja 65:5Lukas 15:28
— En de Farizeer, die Hem genood had, zulks ziende, sprak bij zichzelven, zeggende: Deze, indien Hij een profeet ware, zou wel weten, wat en hoedanige vrouw deze is, die Hem aanraakt; want zij is een zondares. En Jezus antwoordende, zeide tot hem: Simon! Ik heb u wat te zeggen. En hij sprak: Meester! zeg het.
“En de Farizeer, die Hem genood had, zulks ziende, sprak bij zichzelven, zeggende: Deze, indien Hij een profeet ware, zou wel weten, wat en hoedanige vrouw deze is, die Hem aanraakt; want zij is een zondares. En Jezus antwoordende, zeide tot hem: Simon! Ik heb u wat te zeggen. En hij sprak: Meester! zeg het.”

Het is een wonder van genade. Ziet, staat er — en dat woord vraagt om onze aandacht.

Lukas 7:41-43.KruisverwijzingenMattheüs 18:28Lukas 7:471 Johannes 1:8Lukas 11:4Lukas 12:48Romeinen 5:20Lukas 13:4Romeinen 3:23
— Jezus zeide: Een zeker schuldheer had twee schuldenaars; de een was schuldig vijfhonderd penningen, en de andere vijftig; En als zij niet hadden om te betalen, schold hij het hun beiden kwijt. Zeg dan, wie van deze zal hem meer liefhebben? En Simon, antwoordende, zeide: Ik acht, dat hij het is, dien hij het meeste kwijtgescholden heeft. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geoordeeld.
“Jezus zeide: Een zeker schuldheer had twee schuldenaars; de een was schuldig vijfhonderd penningen, en de andere vijftig; En als zij niet hadden om te betalen, schold hij het hun beiden kwijt. Zeg dan, wie van deze zal hem meer liefhebben? En Simon, antwoordende, zeide: Ik acht, dat hij het is, dien hij het meeste kwijtgescholden heeft. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geoordeeld.”

Het zou onjuist zijn te zeggen dat alle mensen even zondig zijn. Dat zij allen schuldig zijn is waar, maar dat zij allen even schuldig zijn is niet waar.

Wij geven ook toe dat niet alle zonden even verwoestend zijn. Er zijn ondeugden, vooral die het lichaam bezoedelen, die de mens duidelijk tot het peil van de dieren verlagen.

Bovendien zijn wij ervan overtuigd dat de straffen van de zonde zullen verschillen. Al zullen alle goddelozen in de hel geworpen worden, toch zullen er in de benauwdheid van die verloren staat trappen zijn. Onze Meester heeft ons dat zelf gezegd.

Er zijn grote misdadigers wier straf ondraaglijker zal zijn dan die van anderen. En er zijn anderen die niet in dezelfde mate gezondigd hebben. Zij worden weliswaar rechtvaardig met de toorn van God gestraft, maar zij zullen hem niet in dezelfde mate verduren als zij die dieper in de ongerechtigheid weggezonken zijn.

Toch wil ik enkele eenvoudige vragen stellen aan wie menen dat zij tot de schuldenaars van vijftig penningen behoren. Zij zien met enige minachting neer op wie er vijfhonderd schuldig zijn.

Ten eerste: bent u er zeker van dat u de mindere zondaar bent? Weet u zeker dat u onder de schuldenaars van vijftig penningen gerekend moet worden?

Bedenk dat wij de zonde nooit enkel naar haar uiterlijke gedaante mogen beoordelen. Wij moeten zien op de beweegredenen en het karakter van wie haar bedrijft, en op de omstandigheden waaronder zij bedreven werd.

Een zonde die tegen licht en kennis in bedreven wordt is veel erger dan een zonde uit onwetendheid. Het kan zijn dat sommigen op wie wij neergezien hebben als schuldenaars van vijfhonderd penningen het licht gemist hebben dat wíj gehad hebben.

Hebben onze godvruchtige moeders niet van onze geboorte af over ons gebeden? Hebben onze bezorgde vaders ons niet nauwgezet in de weg van de zaligheid onderwezen?

Iemand kan de Bijbel gelezen hebben en een tamelijk helder besef hebben van wat goed en wat kwaad is. Hij heeft dan in het lícht gezondigd, wetende dat het zonde was. Anderen hebben schijnbaar grotere zonden bedreven, maar zonder dezelfde mate van licht en kennis. Zouden onze kleine zonden, zoals wij ze noemen, in de ogen van God dan niet werkelijk gruwelijker kunnen zijn?

Lukas 7:44-46.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 5:10Psalmen 23:5Prediker 9:8Richteren 19:21Genesis 19:22 Samuël 15:5Genesis 18:4Romeinen 16:16
— En Hij, Zich omkerende naar de vrouw, zeide tot Simon: Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; maar deze heeft Mijn voeten met tranen nat gemaakt, en met het haar van haar hoofd afgedroogd. Gij hebt Mij geen kus gegeven; maar deze, van dat zij ingekomen is, heeft niet afgelaten Mijn voeten te kussen. Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd; maar deze heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.
“En Hij, Zich omkerende naar de vrouw, zeide tot Simon: Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; maar deze heeft Mijn voeten met tranen nat gemaakt, en met het haar van haar hoofd afgedroogd. Gij hebt Mij geen kus gegeven; maar deze, van dat zij ingekomen is, heeft niet afgelaten Mijn voeten te kussen. Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd; maar deze heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.”

Het geven van water voor de voeten was slechts een gewone daad van hoffelijkheid, die een gast altijd bewezen behoorde te worden. En die had Simon nagelaten.

De kus was toen de gebruikelijke begroeting voor gasten. Simon had Jezus de eer niet bewezen die Hem toekwam; die zou geweest zijn Hem op het voorhoofd te kussen.

Het is alsof Hij zegt: u zei in uw hart dat Ik, als Ik een profeet was, zou hebben geweten wie en wat voor vrouw dit was. Ik wéét het, en Ik zeg het u. Had u Mij een kus gegeven, dan zou u Mij enkel koeltjes op het voorhoofd gekust hebben. Maar zij heeft het in haar hart gevonden Mij te eren door Mijn voeten te kussen. Sinds Ik binnenkwam heeft zij niet opgehouden ze te kussen, ongewassen als zij waren. En zij heeft ze niet alleen gekust, maar ze ook met haar tranen gewassen.

Elk woord is nadrukkelijk, om te tonen hoever zij Simon voorbijgestreefd was, die zichzelf zoveel beter achtte dan zij. Zij heeft gedaan wat u had behoren te doen, en zij heeft het beter gedaan dan u het had kunnen doen. En zij deed het terwijl er op haar geen enkele aanspraak lag, behalve deze: dat haar veel vergeven was en dat zij daarom veel liefhad.

Het zalven van het hoofd met olie was eveneens een gewone gewoonte bij een gast die de gastheer eren wilde. Maar u hebt dat niet in acht genomen, terwijl deze vrouw op Mijn voeten het kostbaarste reukwerk uitgegoten heeft dat ergens te krijgen was.

Zo ziet u hier opnieuw hoe de eersten de laatsten zijn, en de laatsten de eersten.

Lukas 7:47-48.Kruisverwijzingen1 Johannes 4:19Mattheüs 9:2Jesaja 1:18Johannes 21:15Jesaja 55:71 Korinthe 6:9Markus 2:51 Johannes 5:3
— Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief. En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.
“Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief. En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.”

Het is alsof Hij zegt: u weet dat haar zonden vele waren, en Ik zeg u dat zij vergeven zijn. En u kunt aan haar daden zien dat zij veel liefheeft.

Niet omdat zij dit gedaan heeft, maar dit is een bewijs dat haar zonden vergeven zijn. Deze daad van grotere liefde is het bewijs dat zij zich van de grotere vergeving bewust moet zijn.

Zo gaat het altijd. Uw bekeerde farizeeën moeten gebracht worden tot het gevoel dat deze vrouw had, voordat zij liefde als de hare zullen bewijzen. Wordt Simon ooit gebracht tot het gevoel dat zijn zonde in zeker licht even groot is als die van deze gevallen vrouw? Dan zal hij liefhebben zoals zij deed, maar eerder niet.

Wat een muziek moet die zin voor haar geweest zijn: uw zonden zijn u vergeven! Stel dat ik uit alle taal de uitgelezenste zin moest kiezen die mijn oor horen kon onder een besef van zonde. Dan zouden het deze woorden zijn die de Meester tot deze openbare zondares sprak.

Iemand zegt misschien: die zin zou ik ook graag horen. Boven alles ter wereld zou ik begeren dat Jezus tot mij zei: uw zonden zijn u vergeven. Welnu, ga dan staan op de plaats waar deze vrouw stond.

Toen Joab zich aan de hoornen van het altaar vastklemde, moest hij daar sterven. Maar deze vrouw was gevlucht tot de voeten van Jezus, en daar stierf zij niet; en u zult daar ook niet sterven. Aan die gezegende voeten, wenend over de zonde en de grote Zondedrager vertrouwend, zult u de verzekering van vergeving ontvangen.

Ik vrees dat er veel belijdende christenen zijn die heel weinig vergeven gekregen moeten hebben, want zij hebben Christus heel weinig lief. Dit schijnt de eeuw van de kleine liefde tot Christus te zijn. Er zijn er enkelen die de Meester innig liefhebben, maar och, hoe weinigen zijn dat!

Men vertelt ons tegenwoordig wat een klein ding de zonde is, en wat een kleine plaats de hel, en hoe kort de straf van de zonde duren zal. Alles gaat naar verhouding, en zo moet het ook in de godsdienst gaan. Verkleint u de schuld van de zonde en de straf van de zonde, dan verkleint u ook het besef van verplichting om van de zonde verlost te zijn. En daarmee verkleint u onze liefde tot Christus.

Lukas 7:49-50.KruisverwijzingenMarkus 5:34Mattheüs 9:22Lukas 8:48Lukas 18:42Markus 10:52Efeze 2:8Romeinen 5:1Jakobus 2:14
— En die mede aanzaten, begonnen te zeggen bij zichzelven: Wie is Deze, Die ook de zonden vergeeft? Maar Hij zeide tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.
“En die mede aanzaten, begonnen te zeggen bij zichzelven: Wie is Deze, Die ook de zonden vergeeft? Maar Hij zeide tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.”

Nu beginnen zij te mompelen en te vitten. Wat moet deze arme vrouw doen? Waarschijnlijk voelde zij zich gereed voor haar Meester op te komen. Maar soms gebeurt het dat de Heere Jezus Christus zelfs sommigen van Zijn vergevenen niet toestaat op de voorgrond te treden.

Hij wilde niet dat deze jonge bekeerlinge, deze beginnelinge in het christelijke leven, het gekibbel en de twisten van deze ruwe geesten zou horen. Daarom zei Hij tot haar: ga heen in vrede.

Het is alsof Hij eraan toevoegt: lieve ziel, hebt u ontdekt dat er zelfs in de christelijke gemeente over veel dingen veel meningen zijn? Maak u daar dan niet druk over. Dit is voor u genoeg: uw geloof heeft u behouden.

Er mogen sommigen geroepen zijn om voor dit of dat punt van het geloof te strijden. Maar hebt u, arm kind, met uw gebroken hart de Zaligmaker gevonden? Hebt u Hem lief met een innige, warme en hartelijke liefde? Bederf die liefde dan niet door in een twistgeest te vervallen.

Zij was het best uit de weg van alle twist. Zij zou Hem het meest eren door naar huis te gaan en daar liefelijk tot Zijn lof te zingen en diepe teugen van Zijn liefde te drinken.

Bent u een bekeerling en ontmoet u mensen die op u vitten? Blijf dan niet waar zij zijn, maar ga aan uw werk. Neem deze zoete woorden van uw Meester mee in uw oren: uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Arme failliete zondaren

Diversen

Want zij heeft veel liefgehad; maar die weinig vergeven wordt, die heef weinig lief. Lukas 7:47 Het is een geweldige zaak een bekeerde farizeeër te zien, maar een…

De vergeving van God

Hij Verkwikt Mijn Ziel

En Hij zei tegen haar: Uw zonden zijn u vergeven. Lukas 7:48 Stel je eens voor hoe die woorden als frisse dauw neerdaalden op haar gebroken ziel. Wat…

Een volmaakte vrede

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Maar Hij zei tegen de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede! Lukas 7:50 Toen de tranen rijkelijk uit haar ogen op Jezus' voeten stroomden,…

De kracht van zondebesef en geloof

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Op de een of andere manier lukt het satan bijna altijd om ons zover te krijgen dat wanneer wij een beetje hoop krijgen, het over het algemeen een…

De vrouw, die een zondares was

Preken

Een preek gehouden op zondagmorgen 22 maart 1868, door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington. En ziet, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande,…

De schuld kwijtgescholden

Preken

Een preek uitgesproken op zondagmorgen 16 september 1883, door C.H. Spurgeon, in The Metropolitan Tabernacle, Newington. En als ze niet hadden om te betalen, schold hij het hun…

Het zaligmakend geloof

Preken

Uw geloof heeft u behouden. Lukas 7:50 en 18:42 D eze uitdrukking wordt in het evangelie van Lukas viermaal aangetroffen. Behalve op de twee plaatsen die hierboven zijn aangegeven,…

Jongeling, is dit voor u?

Preken

En het geschiedde op de volgende dag, dat Hij ging naar een stad, genaamd Naïn, en met Hem gingen velen van Zijn discipelen, en een grote schare. En…

De hoofdman over honderd

Preken

Dezen nu, tot Jezus gekomen zijnde, baden Hem ernstiglijk, zeggende: Hij is waardig, dat Gij hem dat doet; want hij heeft ons volk lief, en heeft zelf ons…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content