Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Lukas 22

1 En het feest der ongehevelde broden, genaamd pascha, was nabij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG1161 het feestG1859 der ongeheveldeG106 broden, genaamdG3004 paschaG3957, was nabijG1448. En het feest der ongehevelde broden, genaamd pascha, was nabij.

KJV Now2 the feast4 of unleavened bread6 drew nigh,1 which is called8 the Passover.

1 ηγγιζεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εορτη G1859 feest, feestdag feast, holyday 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αζυμων G106 ongehevelde, ongezuurd, ongezuurde unleavened (bread) 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λεγομενη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem ombrengen zouden; want zij vreesden het volk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En de overpriestersG749 enG2532 de SchriftgeleerdenG1122 zochtenG2212, hoeG4459 zij Hem ombrengenG337 zouden; wantG1063 zijG846 vreesdenG5399 het volkG2992. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem ombrengen zouden; want zij vreesden het volk.

KJV And1 the chief priests4 and5 scribes7 sought2 how9 they might kill10 him;11 for13 they feared12 the people.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 10 ανελωσιν G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εφοβουντο G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 13 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λαον G2992 volk, volks, volke people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de satan voer in Judas, die toegenaamd was Iskariot, zijnde uit het getal der twaalven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG1161 de satanG4567 voerG1525 inG1519 JudasG2455, die toegenaamdG1941 wasG1510 IskariotG2469, zijnde uitG1537 het getalG706 der twaalvenG1427. En de satan voer in Judas, die toegenaamd was Iskariot, zijnde uit het getal der twaalven.

KJV Then2 entered1 Satan4 into5 Judas6 surnamed8 Iscariot,9 being of11 the number13 of the twelve.

1 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σατανας G4567 satan, satanas, satans Satan 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 ιουδαν G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 επικαλουμενον G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 9 ισκαριωτην G2469 Iskariot Iscariot 10 οντα G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αριθμου G706 getal number 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En hij ging heen en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij Hem hun zou overleveren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En hij ging heen enG2532 sprakG4814 met de overpriestersG749 enG2532 de hoofdmannenG4755, hoeG4459 hij Hem hunG846 zou overleverenG3860. En hij ging heen en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij Hem hun zou overleveren.

KJV And1 he went his way,2 and communed with3 the chief priests5 and6 captains,8 how10 he might betray12 him11 unto them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απελθων G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 3 συνελαλησεν G4814 gesproken, samensprekende, sprak commune (confer, talk) with, speak among 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αρχιερευσιν G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 στρατηγοις G4755 hoofdmannen, hoofdman captain, magistrate 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 παραδω G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 13 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En zij waren verblijd, en zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En zij waren verblijdG5463, enG2532 zijn het eens geworden, dat zij hem geldG694 gevenG1325 zouden. En zij waren verblijd, en zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden.

KJV And1 they were glad,2 and3 covenanted4 to give7 him5 money.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εχαρησαν G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 συνεθεντο G4934 overeengekomen, stemden, tezamen besluit agree, assent, covenant 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 αργυριον G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece) 7 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij beloofde het, en zocht gelegenheid, om Hem hun over te leveren, zonder oproer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij beloofdeG1843 het, enG2532 zochtG2212 gelegenheidG2120, om Hem hun over te leverenG3860, zonder oproerG3793. En hij beloofde het, en zocht gelegenheid, om Hem hun over te leveren, zonder oproer.

KJV And1 he promised,2 and3 sought4 opportunity5 to betray7 him8 unto them9 in the absence10 of the multitude.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξωμολογησεν G1843 belijden, belijdende, dank confess, profess, promise 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 εζητει G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 5 ευκαιριαν G2120 gelegenheid opportunity 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παραδουναι G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ατερ G817 in the absence of, without 11 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG1161 de dagG2250 der ongeheveldeG106 broden kwamG2064, opG1722 denwelken het paschaG3957 moestG1163 geslachtG2380 worden. En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden.

KJV Then2 came1 the day4 of unleavened bread,6 when7 the passover12 must9 be killed.

1 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αζυμων G106 ongehevelde, ongezuurd, ongezuurde unleavened (bread) 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 η G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 εδει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 10 θυεσθαι G2380 geslacht, offeren, slacht kill, (do) sacrifice, slay 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En Hij zondG649 PetrusG4074 enG2532 JohannesG2491 uit, zeggendeG2036: Gaat heen, en bereidtG2090 ons het paschaG3957, opdatG2443 wij het etenG5315 mogen. En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen.

KJV And1 he sent2 Peter3 and4 John,5 saying, Go7 and prepare8 us the passover,11 that12 we may eat.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 3 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ιωαννην G2491 Johannes John 6 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 πορευθεντες G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 8 ετοιμασατε G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 9 ημιν G1473 mij, ik I, me 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 φαγωμεν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG1161 zij zeidenG2036 tot Hem: Waar wiltG2309 Gij, dat wij het bereidenG2090? En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden?

KJV And2 they said unto him,4 Where5 wilt thou6 that we prepare?

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 που G4226 waar where, whither 6 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 7 ετοιμασωμεν G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG1161 Hij zeideG2036 tot hen: ZietG3708, als gij inG1519 de stadG4172 zult gekomen zijn, zo zal uG4771 een mensG444 ontmoetenG4876, dragendeG941 een kruikG2765 watersG5204; volgtG190 hemG846 inG1519 het huisG3614, daar hij ingaatG1531. En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat.

KJV And2 he said unto them,4 Behold, when ye are entered6 into8 the city,10 there shall11 a man13 meet you, bearing16 a pitcher14 of water;15 follow17 him18 into19 the house21 where22 he entereth in.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 εισελθοντων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 7 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πολιν G4172 stad, steden city 11 συναντησει G4876 tegemoet, ontmoeten, gemoet befall, meet 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 14 κεραμιον G2765 kruik pitcher 15 υδατος G5204 water, wateren, waters water 16 βασταζων G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up 17 ακολουθησατε G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 22 ου G3757 waar where(-in), whither(-soever) 23 εισπορευεται G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG2532 gij zult zeggenG2046 tot den huisvaderG3617 van dat huisG3614: De MeesterG1320 zegtG3004 uG4771: Waar isG1510 de eetzaalG2646, daar IkG1473 het paschaG3957 metG3326 Mijn discipelenG3101 etenG5315 zal? En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?

KJV And1 ye shall say2 unto the goodman4 of the house,6 The Master10 saith7 unto thee, Where11 is the guestchamber,14 where15 I shall eat22 the passover17 with18 my disciples?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερειτε G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οικοδεσποτη G3617 heer huizes, huizes, Heer huizes goodman (of the house), householder, master of the house 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 7 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 διδασκαλος G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 11 που G4226 waar where, whither 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 καταλυμα G2646 eetzaal, herberg guestchamber, inn 15 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 18 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 21 μου G1473 mij, ik I, me 22 φαγω G5315 eten, gegeten, eet eat, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En hij zal uG4771 een groteG3173 toegerusteG4766 opperzaalG508 wijzenG1166, bereidtG2090 het aldaar. En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar.

KJV And1 he shall shew3 you a large5 upper room4 furnished:6 there7 make ready.

1 κακεινος G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 δειξει G1166 tonen, toonde, getoond shew 4 ανωγεον G508 opperzaal upper room 5 μεγα G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 6 εστρωμενον G4766 spreidden, spreid, toegerust make bed, furnish, spread, strew 7 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 8 ετοιμασατε G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En zij, heengaandeG565, vondenG2147 het, gelijk Hij hun gezegdG2046 had, en bereiddenG2090 het paschaG3957. En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.

KJV And2 they went,1 and found3 as4 he had said5 unto them:6 and7 they made ready8 the passover.

1 απελθοντες G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 4 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 5 ειρηκεν G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ητοιμασαν G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En als de ureG5610 gekomen wasG1096, zat Hij aan, en de twaalfG1427 apostelenG652 met Hem. En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem.

KJV And1 when2 the hour5 was come,3 he sat down,6 and7 the twelve9 apostles10 with11 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 6 ανεπεσεν G377 neder zitten, gevallen, nederzitten lean, sit down (to meat) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 10 αποστολοι G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 11 συν G4862 met, samen met beside, with 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 Hij zeideG2036 totG4314 henG846: Ik heb grotelijks begeerdG1937, ditG3778 paschaG3957 metG3326 uG4771 te etenG5315, eerG4253 dat IkG1473 lijdeG3958; En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;

KJV And1 he said unto3 them,4 With desire5 I have desired6 to eat10 this passover9 with11 you before13 I suffer:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 επιθυμια G1939 begeerlijkheden, begeerlijkheid, begeerte concupiscence, desire, lust (after) 6 επεθυμησα G1937 begeren, begeerd, begeert covet, desire, would fain, lust (after) 7 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 10 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 11 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 13 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 με G1473 mij, ik I, me 16 παθειν G3958 lijden, geleden, lijdt feel, passion, suffer, vex

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Want Ik zegG3004 uG4771, datG3754 Ik niet meer daarvan etenG5315 zal, totdat het vervuldG4137 zal zijn inG1722 het KoninkrijkG932 GodsG2316. Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV For2 I say1 unto you,4 I will8 not5 any more eat thereof,10 until11 it be fulfilled13 in14 the kingdom16 of God.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 6 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 φαγω G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 9 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 12 οτου G3755 totdat whiles 13 πληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En als Hij een drinkbekerG4221 genomenG1209 had, en gedanktG2168 had, zeideG2036 Hij: NeemtG2983 dezenG5124, enG2532 deeltG1266 hem onder ulieden. En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden.

KJV And1 he took2 the cup,3 and gave thanks,4 and said, Take6 this, and8 divide9 it among yourselves:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 δεξαμενος G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 3 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 4 ευχαριστησας G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 λαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 7 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 διαμερισατε G1266 verdeeld, verdeelden, deelt cloven, divide, part 10 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Want Ik zegG3004 uG4771, datG3754 Ik niet drinkenG4095 zal vanG575 de vruchtG1081 des wijnstoksG288, totdat het KoninkrijkG932 GodsG2316 zal gekomenG2064 zijn. Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.

KJV For2 I say1 unto you,4 I will7 not drink of8 the fruit10 of the vine,12 until13 the kingdom16 of God18 shall come.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 πιω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 8 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γεννηματος G1081 adderengebroedsels, vrucht, gewas fruit, generation 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αμπελου G288 wijnstoks, Wijnstok, wijnstok vine 13 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 14 οτου G3755 totdat whiles 15 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 19 ελθη G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En Hij namG2983 broodG740, en als Hij gedanktG2168 had, brakG2806 Hij het, en gaf het hun, zeggendeG3004: DatG3778 isG1510 Mijn lichaamG4983, hetwelk voor uG4771 gegevenG1325 wordt; doetG4160 datG3778 totG1519 MijnG1699 gedachtenisG364. En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.

KJV And1 he took2 bread,3 and gave thanks,4 and brake5 it, and6 gave7 unto them,8 saying,9 This is my body13 which12 is given18 for16 you: this do20 in remembrance24 of21 me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 4 ευχαριστησας G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 5 εκλασεν G2806 brak, gebroken, breken break 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 14 μου G1473 mij, ik I, me 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 17 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 18 διδομενον G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 19 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 21 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 22 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 εμην G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 24 αναμνησιν G364 gedachtenis remembrance (again)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Desgelijks ookG2532 den drinkbekerG4221 naG3326 het avondmaalG1172, zeggendeG3004: DezeG3778 drinkbekerG4221 is het nieuweG2537 testamentG1242 inG1722 Mijn bloedG129, hetwelk voor uG4771 vergotenG1632 wordt. Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.

KJV Likewise1 also2 the cup4 after5 supper,7 saying,8 This cup11 is the new13 testament14 in15 my blood,17 which3 is shed22 for20 you.

1 ωσαυτως G5615 insgelijks even so, likewise, after the same (in like) manner 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 5 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δειπνησαι G1172 avondmaal, avond eten, avondmaals sup (X -er) 8 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 12 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 καινη G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 14 διαθηκη G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αιματι G129 bloed, bloeds, bloede blood 18 μου G1473 mij, ik I, me 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 21 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 22 εκχυνομενον G1632 goot, uitgestort, vergoten gush (pour) out, run greedily (out), shed (abroad, forth), spill
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Doch zietG3708, de handG5495 desgenen, die Mij verraadtG3860, is metG3326 MijG1473 aanG1909 de tafelG5132. Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.

KJV But,1 behold, the hand4 of him that betrayeth6 me is with8 me on10 the table.

1 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χειρ G5495 handen, hand hand 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 παραδιδοντος G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 7 με G1473 mij, ik I, me 8 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 9 εμου G1473 mij, ik I, me 10 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 τραπεζης G5132 tafel, tafelen, bank bank, meat, table
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 de ZoonG5207 des mensenG444 gaat wel heen, gelijk beslotenG3724 is; doch weeG3759 dien mensG444, door welkenG3739 Hij verradenG3860 wordt! En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt!

KJV And1 truly3 the Son4 of man6 goeth,7 as8 it was determined:10 but11 woe12 unto that15 man14 by16 whom17 he is betrayed!

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 4 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 πορευεται G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 8 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ωρισμενον G3724 bepaalden, bepaalt, bescheiden declare, determine, limit, ordain 11 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 12 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 15 εκεινω G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 16 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 17 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 παραδιδοται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 zij begonnenG756 onder elkander te vragenG4802, wieG5101 van henG846 het toch mochtG1498 zijnG1510, die dat doen zou. En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou.

Ook in dit vers uit/metG1537 totG4314

KJV And1 they2 began3 to enquire4 among5 themselves,6 which8 of11 them12 it was that should15 do16 this thing.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 4 συζητειν G4802 handelde, ondervraagden, tezamen woorden dispute (with), enquire, question (with), reason (together) 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 αρα G687 of soms therefore 10 ειη G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 μελλων G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 16 πρασσειν G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En er werdG1096 ookG2532 twistingG5379 onderG1722 henG846, wieG5101 van henG846 scheenG1380 de meesteG3187 te zijnG1510. En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn.

KJV And2 there was1 also3 a strife4 among5 them,6 which8 of them9 should be accounted10 the greatest.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 φιλονεικια G5379 twisting strife 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 δοκει G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 11 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En Hij zeideG2036 tot hen: De koningenG935 der volkenG1484 heersenG2961 over henG846; en die machtG1850 over henG846 hebben, worden weldadigeG2110 heren genaamdG2564. En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd.

KJV And2 he said unto them,4 The kings6 of the Gentiles8 exercise lordship over9 them;10 and11 they that exercise authority upon13 them14 are called16 benefactors.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 βασιλεις G935 koning, Koning, koningen king 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εθνων G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 κυριευουσιν G2961 heersen, heerst, heerschappij voeren have dominion over, lord, be lord of, exercise lordship over 10 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 εξουσιαζοντες G1850 macht, brengen exercise authority upon, bring under the (have) power of 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ευεργεται G2110 weldadige benefactor 16 καλουνται G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called))

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Doch gij nietG3756 alzoG3779; maar de meesteG3187 onderG1722 u, die zij gelijk de minsteG3501, en die voorgangerG2233 is, alsG5613 een die dientG1247. Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient.

KJV But2 ye shall not3 be so:4 but5 he that is greatest among8 you, let him be10 as11 the younger;13 and14 he that is chief,16 as17 he that doth serve.

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 5 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 γενεσθω G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 νεωτερος G3501 nieuwen, jonge, jongen new, young 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ηγουμενος G2233 acht, geacht, achten account, (be) chief, count, esteem, governor, judge, have the rule over, suppose, think 17 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 διακονων G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 WantG1063 wieG5101 is meerderG3187, die aanzitG345, ofG2228 die dientG1247? Is het niet die aanzitG345? MaarG1161 IkG1473 benG1510 inG1722 het middenG3319 van uG4771, alsG5613 een die dientG1247. Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient.

KJV For2 whether1 is greater, he that sitteth at meat,5 or6 he that serveth?8 is not9 he that sitteth at meat?11 but13 I12 am14 among15 you as18 he that serveth.

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανακειμενος G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table 6 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 διακονων G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon 9 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανακειμενος G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table 12 εγω G1473 mij, ik I, me 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 17 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 διακονων G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG1161 gijG4771 zijt degenen, die met MijG1473 steeds gebleven zijtG1510 inG1722 Mijn verzoekingenG3986. En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.

KJV Ye are they which have continued5 with6 me in8 my temptations.

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 διαμεμενηκοτες G1265 altijd, bleef, verblijven continue, remain 6 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 εμου G1473 mij, ik I, me 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πειρασμοις G3986 verzoeking, verzoekingen temptation, X try 11 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En IkG1473 verordineerG1303 uG4771 het KoninkrijkG932, gelijkerwijsG2531 Mijn VaderG3962 dat MijG1473 verordineerdG1303 heeft; En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft;

KJV And I1 appoint2 unto you a kingdom,10 as4 my Father8 hath appointed5 unto me;

1 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 2 διατιθεμαι G1303 opgericht, testamentmaker, testamentmakers appoint, make, testator 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 5 διεθετο G1303 opgericht, testamentmaker, testamentmakers appoint, make, testator 6 μοι G1473 mij, ik I, me 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 OpdatG2443 gij eetG2068 enG2532 drinktG4095 aanG1909 Mijn tafelG5132 inG1722 Mijn KoninkrijkG932, enG2532 zitG2523 op tronenG2362, oordelendeG2919 de twaalfG1427 geslachtenG5443 IsraelsG2474. Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.

KJV That1 ye may eat2 and3 drink4 at5 my table7 in9 my kingdom,11 and13 sit14 on15 thrones16 judging17 the twelve19 tribes20 of Israel.

1 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 2 εσθιητε G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 πινητε G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 τραπεζης G5132 tafel, tafelen, bank bank, meat, table 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 καθισησθε G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 θρονων G2362 troon, tronen, troons seat, throne 17 κρινοντες G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 18 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 20 φυλας G5443 geslacht, geslachten, stam kindred, tribe 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG1161 de HeereG2962 zeideG2036: SimonG4613, SimonG4613, zietG3708, de satanG4567 heeft ulieden zeer begeerdG1809 om te ziftenG4617 alsG5613 de tarweG4621; En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe;

KJV And2 the Lord4 said, Simon,5 Simon,6 behold, Satan9 hath desired10 to have you, that he may sift13 you as14 wheat:

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 6 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 7 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σατανας G4567 satan, satanas, satans Satan 10 εξητησατο G1809 begeerd desire 11 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 σινιασαι G4617 ziften sift 14 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 σιτον G4621 tarwe, koren corn, wheat

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 MaarG1161 IkG1473 heb voor u gebedenG1189, datG2443 uw geloofG4102 nietG3361 ophoudeG1587; en gij, als gij eens zult bekeerdG1994 zijn, zo versterkG4741 uw broedersG80. Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.

KJV But2 I1 have prayed3 for4 thee, that thy faith10 fail8 not: and12 when14 thou5 art converted,15 strengthen16 thy brethren.

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εδεηθην G1189 bid, biddende, gebeden beseech, pray (to), make request 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 εκλειπη G1587 ontbreken, ophoude, ophouden fail 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 14 ποτε G4218 eertijds, tijd, ooit afore-(any, some-)time(-s), at length (the last), (+ n- )ever, in the old time, in time past, once, when 15 επιστρεψας G1994 bekeren, bekeerd, keerde come (go) again, convert, (re-)turn (about, again) 16 στηριξον G4741 versterkt, versterk, versterke fix, (e-)stablish, stedfastly set, strengthen 17 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αδελφους G80 broeders, broeder, broederen brother 19 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En hij zeideG2036 tot HemG846: HeereG2962, ik benG1510 bereidG2092, metG3326 UG4771 ookG2532 inG1519 de gevangenisG5438 en inG1519 den doodG2288 te gaan. En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan.

KJV And2 he said unto him,4 Lord,5 I am9 ready8 to go16 with6 thee, both10 into11 prison,12 and13 to14 death.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ετοιμος G2092 bereid, gereed prepared, (made) ready(-iness, to our hand) 9 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 φυλακην G5438 gevangenis, gevangenissen, wake cage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 θανατον G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 16 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Maar Hij zeide: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult verloochend hebben, dat gij Mij kent.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 MaarG1161 Hij zeideG2036: Ik zegG3004 uG4771, PetrusG4074, de haanG220 zal hedenG4594 niet kraaienG5455, eerG4250 gij driemaalG5151 zult verloochendG533 hebben, dat gij MijG1473 kentG1492. Maar Hij zeide: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult verloochend hebben, dat gij Mij kent.

KJV And2 he said, I tell3 thee, Peter,6 the cock11 shall9 not crow this day,10 before that12 thou shalt13 thrice14 deny15 that thou8 knowest17 me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 6 πετρε G4074 Petrus Peter, rock 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 φωνησει G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 10 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 11 αλεκτωρ G220 haan cock 12 πριν G4250 eer, Eer before (that), ere 13 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 14 τρις G5151 driemaal, Driemaal, drie maal three times, thrice 15 απαρνηση G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 ειδεναι G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 18 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En Hij zeideG2036 tot hen: Als Ik uG4771 uitzondG649, zonder buidelG905, en maleG4082, en schoenenG5266, heeft u ookG2532 ietsG5100 ontbrokenG5302? En zij zeidenG2036: NietsG3762. En Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets.

KJV And1 he said unto them,3 When4 I sent5 you without7 purse,8 and9 scrip,10 and11 shoes,12 lacked ye15 any thing?14 And17 they said, Nothing.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 5 απεστειλα G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 6 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ατερ G817 in the absence of, without 8 βαλαντιου G905 buidel, buidels bag, purse 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 πηρας G4082 male scrip 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 υποδηματων G5266 schoenen, schoenriem shoe 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 15 υστερησατε G5302 gebrek, ontbreekt, gebrek lijden come behind (short), be destitute, fail, lack, suffer need, (be in) want, be the worse 16 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 ουδενος G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Hij zeide dan tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Hij zeideG2036 dan tot hen: MaarG235 nu, wie een buidelG905 heeftG2192, die nemeG142 hem, desgelijks ookG2532 een maleG4082; enG2532 die geenG3361 heeftG2192, die verkopeG4453 zijn kleedG2440, enG2532 kopeG59 een zwaardG3162. Hij zeide dan tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard.

KJV Then2 said he unto them,3 But4 now,5 he that hath7 a purse,8 let him take9 it, and11 likewise10 his scrip:12 and13 he that hath16 no15 sword,23 let him sell17 his20 garment,19 and21 buy

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 5 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 βαλαντιον G905 buidel, buidels bag, purse 9 αρατω G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 10 ομοιως G3668 insgelijks, evenzo likewise, so 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πηραν G4082 male scrip 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 πωλησατω G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ιματιον G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 αγορασατω G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 23 μαχαιραν G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigen gerekend. Want ook die dingen, die van Mij geschreven zijn, hebben een einde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Want Ik zegG3004 uG4771, dat nog ditG3778, hetwelk geschrevenG1125 is, inG1722 Mij moetG1163 volbrachtG5055 worden, namelijk: EnG2532 Hij is met de misdadigenG459 gerekendG3049. Want ookG2532 die dingen, die vanG4012 MijG1473 geschreven zijn, hebben een eindeG5056. Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigen gerekend. Want ook die dingen, die van Mij geschreven zijn, hebben een einde.

Ook in dit vers [geschreven]G2192

KJV For2 I say1 unto you, that4 this that is written8 must9 yet5 be accomplished10 in11 me, And14 he was reckoned17 among15 the transgressors:16 for18 the things concerning21 me have24 an end.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 6 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γεγραμμενον G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 9 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 10 τελεσθηναι G5055 geeindigd, volbracht, volbrengt accomplish, make an end, expire, fill up, finish, go over, pay, perform 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 εμοι G1473 mij, ik I, me 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 16 ανομων G459 wet, ongerechtige, onrechtvaardigen without law, lawless, transgressor, unlawful, wicked 17 ελογισθη G3049 gerekend, toegerekend, acht conclude, (ac-)count (of), + despise, esteem, impute, lay, number, reason, reckon, suppose, think (on) 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 22 εμου G1473 mij, ik I, me 23 τελος G5056 einde, Einde, tol + continual, custom, end(-ing), finally, uttermost 24 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En zij zeiden: Heere! zie hier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En zij zeidenG2036: HeereG2962! zieG2400 hier tweeG1417 zwaardenG3162. EnG1161 Hij zeideG2036 tot henG846: Het isG1510 genoegG2425. En zij zeiden: Heere! zie hier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg.

KJV And2 they said, Lord,4 behold, here7 are two8 swords.6 And10 he said unto them,12 It is enough.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 μαχαιραι G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 7 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 8 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ικανον G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En uitgaandeG1831, vertrokG4198 Hij, gelijk Hij gewoonG1485 was, naar den OlijfbergG3735; en HemG846 volgdenG190 ookG2532 Zijn discipelenG3101. En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.

KJV And1 he came out,2 and went,3 as4 he was wont,6 to7 the mount9 of Olives;11 and13 his14 disciples17 also15 followed12 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 επορευθη G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 4 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εθος G1485 gewoonte, gewoonten, wijze custom, manner, be wont 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ελαιων G1636 Olijf, Olijfberg, olijfbomen olive (berry, tree) 12 ηκολουθησαν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 EnG1161 als Hij aan die plaatsG5117 gekomen wasG1096, zeideG2036 HijG846 tot hen: BidtG4336, dat gij nietG3361 inG1519 verzoekingG3986 komtG1525. En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.

KJV And2 when he was1 at3 the place,5 he said unto them,7 Pray8 that ye enter10 not9 into11 temptation.

1 γενομενος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τοπου G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 προσευχεσθε G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 πειρασμον G3986 verzoeking, verzoekingen temptation, X try

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 EnG2532 Hij scheiddeG645 Zich vanG575 henG846 af, omtrent een steenworpG3037; enG2532 knielde nederG5087 en badG4336, En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,

KJV And1 he2 was withdrawn3 from4 them5 about6 a stone's7 cast,8 and9 kneeled down,10 and prayed,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 απεσπασθη G645 gescheiden, scheidde, trekken (with-)draw (away), after we were gotten from 4 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 7 λιθου G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 8 βολην G1000 cast 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 θεις G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γονατα G1119 knieen, knie, nederknielende knee(X -l) 13 προσηυχετο G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 ZeggendeG3004: VaderG3962, ofG1487 Gij wildetG1014 dezenG5124 drinkbekerG4221 vanG575 MijG1473 wegnemenG3911, doch nietG3361 Mijn wilG2307, maarG235 de Uwe geschiedeG1096. Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.

KJV Saying,1 Father,2 if3 thou be willing,4 remove6 this cup11 from13 me: nevertheless15 not16 my will,18 but20 thine,22 be done.

1 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 πατερ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 3 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 4 βουλει G1014 wil, willende, wilde be disposed, minded, intend, list, (be, of own) will (-ing) 6 παρενεγκειν G3911 neem, weg, wegnemen remove, take away 8 παρενεγκε G3911 neem, weg, wegnemen remove, take away 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 12 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 εμου G1473 mij, ik I, me 15 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 19 μου G1473 mij, ik I, me 20 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 21 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 σον G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 23 γενεσθω G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG1161 van Hem werd gezienG3708 een engelG32 uitG575 den hemelG3772, die HemG846 versterkteG1765. En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte.

KJV And2 there appeared an angel4 unto him3 from5 heaven,6 strengthening7 him.

1 ωφθη G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 αγγελος G32 engel, engelen, engels angel, messenger 5 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 7 ενισχυων G1765 versterkt, versterkte strengthen 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En inG1722 zwaren strijdG74 zijndeG1096, badG4336 HijG846 te ernstigerG1617. En zijn zweetG2402 werdG1096 gelijk grote droppelenG2361 bloedsG129, die op de aardeG1093 afliepenG2597. En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.

KJV And1 being2 in3 an agony4 he prayed6 more earnestly:5 and8 his11 sweat10 was7 as it were12 great drops13 of blood14 falling down15 to16 the ground.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γενομενος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 αγωνια G74 zwaren strijd agony 5 εκτενεστερον G1617 ernstiger more earnestly 6 προσηυχετο G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 7 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιδρως G2402 zweet sweat 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 13 θρομβοι G2361 droppelen great drop 14 αιματος G129 bloed, bloeds, bloede blood 15 καταβαινοντες G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 16 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 En als Hij vanG575 het gebedG4335 opgestaanG450 was, kwamG2064 Hij totG4314 Zijn discipelenG3101, en vondG2147 henG846 slapendeG2837 vanG575 droefheidG3077. En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.

KJV And1 when he rose up2 from3 prayer,5 and was come6 to7 his12 disciples,9 he found14 them15 sleeping16 for17 sorrow,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 3 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 προσευχης G4335 gebeden, gebed, bidden X pray earnestly, prayer 6 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 15 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 κοιμωμενους G2837 ontslapen, slaapt, ontsliep (be a-, fall a-, fall on) sleep, be dead 17 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 λυπης G3077 droefheid, zwarigheid grief, grievous, + grudgingly, heaviness, sorrow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 En Hij zeideG2036 tot hen: WatG5101 slaaptG2518 gij? StaatG450 op en bidtG4336, opdatG2443 gij nietG3361 inG1519 verzoekingG3986 komtG1525. En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.

KJV And1 said unto them,3 Why4 sleep ye?5 rise6 and pray,7 lest ye enter10 into11 temptation.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 καθευδετε G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 6 ανασταντες G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 7 προσευχεσθε G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 8 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 εισελθητε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 πειρασμον G3986 verzoeking, verzoekingen temptation, X try

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 En als HijG846 nog sprakG2980, zietG3708 daar een schareG3793; en een van de twaalvenG1427, die genaamdG3004 was JudasG2455, ging hunG846 voor, en kwam bij JezusG2424, om HemG846 te kussenG5368. En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen.

KJV And2 while he3 yet1 spake,4 behold a multitude,6 and7 he that was called9 Judas,10 one11 of the twelve,13 went before14 them,15 and16 drew near17 unto Jesus19 to kiss20 him.

1 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λαλουντος G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 5 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λεγομενος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 11 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 14 προηρχετο G4281 gingen, voortgegaan, eerst go before (farther, forward), outgo, pass on 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ηγγισεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 20 φιλησαι G5368 lief, liefheeft, liefheb kiss, love 21 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 EnG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot hemG846: JudasG2455, verraadtG3860 gij den ZoonG5207 des mensenG444 met een kusG5370? En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?

KJV But2 Jesus3 said unto him,5 Judas,6 betrayest thou12 the Son9 of man11 with a kiss?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ιουδα G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 7 φιληματι G5370 kus kiss 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 12 παραδιδως G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 En die bij Hem waren, ziende, wat er geschieden zou, zeiden tot Hem: Heere, zullen wij met het zwaard slaan?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 EnG1161 die bij HemG846 warenG1510, ziendeG1492, wat er geschiedenG2071 zou, zeidenG2036 tot HemG846: HeereG2962, zullen wij metG1722 het zwaardG3162 slaanG3960? En die bij Hem waren, ziende, wat er geschieden zou, zeiden tot Hem: Heere, zullen wij met het zwaard slaan?

KJV When2 they which were about4 him5 saw what would follow, they said unto him,9 Lord,10 shall we smite12 with13 the sword?

1 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εσομενον G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 11 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 12 παταξομεν G3960 slaan, slaande, sloeg smite, strike 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 μαχαιρα G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 En eenG1520 uitG1537 henG846 sloegG3960 den dienstknechtG1401 des hogepriestersG749, enG2532 hieuwG851 hemG846 zijn rechteroorG1188 af. En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af.

KJV And1 one3 of5 them6 smote2 the servant8 of the high priest,10 and11 cut off12 his13 right17 ear.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επαταξεν G3960 slaan, slaande, sloeg smite, strike 3 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 αφειλεν G851 hieuw, afdoen, afdoet cut (smite) off, take away 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ους G3775 oren, oor ear 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δεξιον G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 En JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036: Laat henG846 tot hiertoe geworden; en raakteG680 zijn oorG5621 aan, en heeldeG2390 hemG846. En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem.

KJV And2 Jesus4 answered1 and said, Suffer ye6 thus far.7 And9 he touched10 his13 ear,12 and healed14 him.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 εατε G1439 laten, liet, lieten commit, leave, let (alone), suffer 7 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 8 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 αψαμενος G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ωτιου G5621 oor ear 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ιασατο G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 En JezusG2424 zeideG2036 totG4314 de overpriestersG749, en de hoofdmannenG4755 des tempelsG2411, en ouderlingenG4245, die tegen HemG846 gekomen waren: Zijt gij uitgegaanG1831 metG3326 zwaardenG3162 en stokkenG3586 alsG5613 tegen een moordenaarG3027? En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar?

KJV Then2 Jesus4 said unto5 the chief priests,10 and11 captains12 of the temple,14 and15 the elders,16 which were come7 to8 him,9 Be ye come out,20 as17 against18 a thief,19 with21 swords22 and23 staves?

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παραγενομενους G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 8 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 στρατηγους G4755 hoofdmannen, hoofdman captain, magistrate 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιερου G2411 tempel, tempels, heilige temple 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 πρεσβυτερους G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 17 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 18 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 19 ληστην G3027 moordenaars, moordenaar, moordenaren robber, thief 20 εξεληλυθατε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 21 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 22 μαχαιρων G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ξυλων G3586 hout, stokken, boom staff, stocks, tree, wood

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 Als IkG1473 dagelijksG2250 met uG4771 wasG1510 inG1722 den tempelG2411, zo hebt gijG4771 de handenG5495 tegen MijG1473 nietG3756 uitgestokenG1614; maarG235 ditG3778 isG1510 uw ureG5610, enG2532 de machtG1849 der duisternisG4655. Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.

KJV When I was daily2 with5 you in7 the temple,9 ye stretched forth11 no10 hands13 against14 me: but16 this17 is your hour,21 and22 the power24 of darkness.

1 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 2 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 3 οντος G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 μου G1473 mij, ik I, me 5 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 εξετεινατε G1614 strekte, Strek, uitstrekkende cast, put forth, stretch forth (out) 12 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χειρας G5495 handen, hand hand 14 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 εμε G1473 mij, ik I, me 16 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 17 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 18 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 25 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 σκοτους G4655 duisternis darkness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 En zij grepen Hem en leidden Hem weg, en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 En zij grepenG4815 Hem en leiddenG71 Hem weg, en brachtenG1521 HemG846 inG1519 het huisG3624 des hogepriestersG749. En PetrusG4074 volgdeG190 van verreG3113. En zij grepen Hem en leidden Hem weg, en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre.

KJV Then2 took they1 him,3 and led4 him, and5 brought6 him7 into8 the high priest's12 house.10 And14 Peter15 followed16 afar off.

1 συλλαβοντες G4815 bevrucht, vangen, gegrepen catch, conceive, help, take 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ηγαγον G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εισηγαγον G1521 gebracht, brachten, bracht bring in(-to), (+ was to) lead into 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 16 ηκολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 17 μακροθεν G3113 verre afar off, from far
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
55 En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

55 En als zij vuurG4442 ontstokenG681 hadden inG1722 het middenG3319 van de zaalG833, en zij te zamen nederzatenG4776, zat PetrusG4074 inG1722 het middenG3319 van henG846. En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen.

KJV And2 when they10 had kindled1 a fire3 in4 the midst5 of the hall,7 and8 were set down together,9 Peter13 sat down11 among15 them.

1 αψαντων G681 ontsteekt, ontstoken kindle, light 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αυλης G833 zaal, stal, voorhof court, (sheep-)fold, hall, palace 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 συγκαθισαντων G4776 mede gezet, nederzaten (make) sit (down) together 10 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εκαθητο G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 16 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
56 En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

56 En een zekereG5100 dienstmaagdG3814, ziendeG1492 hem bijG4314 het vuurG5457 zittenG2521, en haar ogenG816 op hem houdendeG816, zeideG2036: OokG2532 dezeG3778 wasG1510 met Hem. En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem.

KJV But2 a certain5 maid4 beheld him3 as he sat6 by7 the fire,9 and10 earnestly looked11 upon him,12 and said, This man15 was also14 with16 him.

1 ιδουσα G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 παιδισκη G3814 dienstmaagd, dienstmaagden bondmaid(-woman), damsel, maid(-en) 5 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 καθημενον G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ατενισασα G816 ogen, houdende, sterk behold earnestly (stedfastly), fasten (eyes), look (earnestly, stedfastly, up stedfastly), set eyes 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 συν G4862 met, samen met beside, with 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
57 Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

57 MaarG1161 hij verloochendeG720 HemG846, zeggendeG3004: VrouwG1135, ik kenG1492 HemG846 nietG3756. Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet.

KJV And2 he denied3 him,4 saying,5 Woman,6 I know8 him9 not.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηρνησατο G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 γυναι G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
58 En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

58 En kortG1024 daarna een anderG2087, hemG846 ziendeG1492, zeide: OokG2532 gijG4771 zijtG1510 vanG1537 die. MaarG1161 PetrusG4074 zeideG3004: MensG444, ik benG1510 nietG3756. En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet.

Ook in dit vers zeideG5346

KJV And1 after2 a little while3 another4 saw him,6 and said,7 Thou9 art also8 of10 them.11 And14 Peter15 said, Man,17 I am12 not.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 3 βραχυ G1024 weinig, kort few words, little (space, while) 4 ετερος G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 5 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 16 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 ανθρωπε G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
59 En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde dat een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

59 En als het omtrent een uurG5610 geledenG1339 was, bevestigdeG1340 dat een anderG243, zeggendeG3004: In der waarheidG225, ookG2532 dezeG3778 was metG3326 HemG846; wantG1063 hij is ookG2532 een GalileerG1057. En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde dat een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer.

KJV And1 about3 the space2 of one hour4 after another6 confidently affirmed,8 saying,9 Of10 a truth11 this13 fellow also12 was with14 him:15 for18 he is a Galilaean.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διαστασης G1339 geleden, scheidde, voortgevaren go further, be parted, after the space of 3 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 4 ωρας G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 5 μιας G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 6 αλλος G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 7 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 8 διισχυριζετο G1340 bevestigde, sterk confidently (constantly) affirm 9 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 αληθειας G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 19 γαλιλαιος G1057 Galileer, Galileers, Galilese Galilean, of Galilee 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
60 Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

60 MaarG1161 PetrusG4074 zeideG2036: MensG444, ik weetG1492 nietG3756, watG3739 gij zegtG3004. En terstondG3916, als hijG846 nog sprakG2980, kraaideG5455 de haanG220. Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan.

KJV And2 Peter4 said, Man,5 I know7 not6 what8 thou sayest.1 And10 immediately,11 while he14 yet12 spake,13 the cock17 crew.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 ανθρωπε G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 παραχρημα G3916 terstond, stonde forthwith, immediately, presently, straightway, soon 12 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 13 λαλουντος G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εφωνησεν G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αλεκτωρ G220 haan cock

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
61 En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

61 En de HeereG2962, Zich omkerendeG4762, zagG1689 PetrusG4074 aan; enG2532 PetrusG4074 werd indachtigG5279 het woordG3056 des HeerenG2962, hoeG5613 Hij hem gezegdG2036 had: EerG4250 de haanG220 zal gekraaidG5455 hebben, zult gij MijG1473 driemaalG5151 verloochenenG533. En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.

KJV And1 the Lord4 turned,2 and looked upon5 Peter.7 And8 Peter11 remembered9 the word13 of the Lord,15 how16 he had said unto him,18 Before19 the cock21 crow,22 thou shalt deny23 me thrice.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 στραφεις G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 ενεβλεψεν G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 υπεμνησθη G5279 indachtig, gedachtenis, Breng put in mind, remember, bring to (put in) remembrance 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 λογου G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 16 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 17 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 20 πριν G4250 eer, Eer before (that), ere 21 αλεκτορα G220 haan cock 22 φωνησαι G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 23 απαρνηση G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 24 με G1473 mij, ik I, me 25 τρις G5151 driemaal, Driemaal, drie maal three times, thrice

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
62 En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

62 EnG2532 PetrusG4074, naar buitenG1854 gaandeG1831, weendeG2799 bitterlijkG4090. En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk.

KJV And1 Peter5 went2 out,3 and wept6 bitterly.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 6 εκλαυσεν G2799 weent, wenende, weende bewail, weep 7 πικρως G4090 bitterlijk bitterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
63 En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

63 EnG2532 de mannenG435, die JezusG2424 hieldenG4912, bespottenG1702 HemG846, en sloegenG1194 Hem. En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem.

KJV And1 the men3 that held5 Jesus7 mocked8 him,9 and smote

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 συνεχοντες G4912 bevangen, gedrongen, benauwen constrain, hold, keep in, press, lie sick of, stop, be in a strait, straiten, be taken with, throng 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 ενεπαιζον G1702 bespotten, bespot, bedrogen mock 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 δεροντες G1194 geslagen, sloegen, slaat beat, smite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
64 En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

64 En als zij Hem overdektG4028 hadden, sloegenG5180 zij HemG846 op het aangezichtG4383, enG2532 vraagdenG1905 HemG846, zeggendeG3004: ProfeteerG4395, wieG5101 het isG1510, die UG4771 geslagenG3817 heeft? En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft?

KJV And1 when they had blindfolded2 him,3 they struck4 him5 on the face,7 and8 asked9 him,10 saying,11 Prophesy,12 who13 is it that smote16 thee?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 περικαλυψαντες G4028 overdekt, bedekken blindfold, cover, overlay 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ετυπτον G5180 slaan, sloegen, kwetsende beat, smite, strike, wound 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 επηρωτων G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 προφητευσον G4395 profeteren, geprofeteerd, profeteert prophesy 13 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 παισας G3817 geslagen, sloeg, gestoken smite, strike 17 σε G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
65 En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

65 EnG2532 veleG4183 andere dingen zeidenG3004 zij tegen Hem, lasterendeG987. En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.

KJV And1 many3 other things2 blasphemously4 spake they5 against6 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ετερα G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 3 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 4 βλασφημουντες G987 gelasterd, lasteren, lasterden (speak) blaspheme(-er, -mously, -my), defame, rail on, revile, speak evil 5 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
66 En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

66 EnG2532 alsG5613 het dagG2250 geworden was, vergaderdenG4863 de ouderlingenG4244 des volksG2992, en de overpriestersG749 enG2532 SchriftgeleerdenG1122, enG2532 brachtenG321 HemG846 inG1519 hun raadG4892, En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad,

KJV And1 as soon as2 it was3 day,4 the elders7 of the people9 and11 the chief priests10 and12 the scribes13 came together,5 and14 led15 him16 into17 their20 council,19 saying,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 3 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 συνηχθη G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πρεσβυτεριον G4244 ouderlingen, ouderlingschaps, raad ouderlingen (estate of) elder(-s), presbytery 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λαου G2992 volk, volks, volke people 10 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 11 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ανηγαγον G321 afgevaren, voeren, brachten bring (again, forth, up again), depart, launch (forth), lead (up), loose, offer, sail, set forth, take up 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 συνεδριον G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 20 εαυτων G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 21 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
67 Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

67 ZeggendeG3004: ZijtG1510 GijG4771 de ChristusG5547, zegG2036 het ons. EnG1161 HijG846 zeideG2036 tot hen: Indien IkG1473 het u zegG2036, gij zult het niet gelovenG4100; Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven;

KJV Art thou2 the Christ?5 tell us. And9 he said unto them,10 If11 I tell you, ye will16 not believe:

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 3 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 6 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 ημιν G1473 mij, ik I, me 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ειπω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 πιστευσητε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
68 En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

68 En indienG1437 Ik ookG2532 vraagG2065, gij zult Mij niet antwoordenG611, ofG2228 loslatenG630; En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten;

KJV And2 if1 I also3 ask4 you, ye will7 not answer me, nor9 let me go.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ερωτησω G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 αποκριθητε G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 8 μοι G1473 mij, ik I, me 9 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 10 απολυσητε G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
69 Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter hand der kracht Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

69 VanG575 nu aan zal de ZoonG5207 des mensenG444 gezetenG2521 zijnG1510 aan de rechterG1188 hand der krachtG1411 GodsG2316. Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter hand der kracht Gods.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV Hereafter3 shall the Son6 of man8 sit9 on10 the right hand11 of the power13 of God.

1 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 2 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 4 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 καθημενος G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δυναμεως G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
70 En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

70 EnG1161 zij zeidenG5346 allenG3956: ZijtG1510 GijG4771 dan de ZoonG5207 GodsG2316? EnG1161 Hij zeideG2036 totG4314 hen: Gij zegtG3004, datG3754 IkG1473 het ben. En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben.

KJV Then2 said15 they all,3 Art thou4 then5 the Son8 of God?10 And12 he said unto13 them,14 Ye say1 that18 I19 am.

1 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 6 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 16 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 17 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 19 εγω G1473 mij, ik I, me 20 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
71 En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

71 EnG1161 zij zeidenG2036: WatG5101 hebben wij nog getuigenisG3141 van nodeG5532? WantG1063 wij zelvenG846 hebben het uitG575 Zijn mondG4750 gehoordG191. En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.

KJV And2 they said, What4 need7 we6 any further5 witness?8 for10 we ourselves9 have heard11 of12 his own15 mouth.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 6 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 7 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 μαρτυριας G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 9 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 ηκουσαμεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 12 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 22:1 Exodus 12:6 Markus 14:1 Johannes 11:55 Markus 14:12 Leviticus 23:5 1 Korinthe 5:7 Mattheüs 26:2
Lukas 22:2 Johannes 11:47 Lukas 19:47 Mattheüs 21:45 Mattheüs 26:3 Lukas 20:19 Johannes 11:57 Mattheüs 21:38 Psalmen 2:1
Lukas 22:3 Markus 14:10 Johannes 13:2 Handelingen 5:3 Johannes 13:18 Johannes 13:26 Lukas 6:16 Mattheüs 26:14 Johannes 6:70
Lukas 22:4 Handelingen 5:24 Handelingen 4:1 Lukas 22:52 Handelingen 5:26 Mattheüs 26:14 Markus 14:10
Lukas 22:5 Zacharia 11:12 1 Timotheüs 6:9 Handelingen 1:18 2 Petrus 2:15 2 Petrus 2:3 Mattheüs 27:3 Mattheüs 26:15 Judas 1:11
Lukas 22:6 Mattheüs 26:5 Markus 14:2
Lukas 22:7 Exodus 12:18 1 Korinthe 5:7 Markus 14:12 Exodus 12:6 Lukas 22:1 Mattheüs 26:17
Lukas 22:8 Lukas 1:6 Handelingen 8:14 Mattheüs 3:15 Galaten 4:4 Handelingen 4:13 Markus 14:13 Handelingen 3:11 Handelingen 3:1
Lukas 22:10 Lukas 19:29 Mattheüs 26:18 Handelingen 8:26 Johannes 16:4 1 Samuël 10:2
Lukas 22:11 Johannes 11:28 Lukas 19:31 Lukas 19:5 Mattheüs 21:3 Lukas 19:34 Openbaring 3:20
Lukas 22:12 Handelingen 1:13 Handelingen 16:14 Handelingen 20:8 Johannes 2:25 Johannes 21:17
Lukas 22:13 Hebreeën 11:8 Johannes 2:5 Lukas 21:33 Johannes 11:40 Lukas 19:32
Lukas 22:14 Mattheüs 26:20 Markus 14:17 Deuteronomium 16:6 Markus 6:30
Lukas 22:15 Johannes 13:1 Lukas 12:50 Johannes 17:1 Johannes 4:34
Lukas 22:16 Openbaring 19:9 Lukas 14:15 Lukas 22:30 Johannes 6:50 Johannes 6:27 1 Korinthe 5:7 Lukas 12:37 Handelingen 10:41
Lukas 22:17 Jeremia 16:7 1 Samuël 9:13 Deuteronomium 8:10 Romeinen 14:6 Lukas 22:19 Psalmen 116:13 1 Timotheüs 4:4 Lukas 9:16
Lukas 22:18 Mattheüs 26:29 Lukas 22:16 Markus 14:25 Richteren 9:13 Zacharia 9:15 Daniël 2:44 Hooglied 5:1 Markus 9:1
Lukas 22:19 1 Korinthe 11:23 Lukas 22:20 1 Korinthe 10:16 Johannes 6:51 Mattheüs 26:26 Markus 14:22 1 Thessalonicenzen 5:18 Lukas 22:17
Lukas 22:20 1 Korinthe 11:25 Zacharia 9:11 2 Korinthe 3:6 Mattheüs 26:28 Exodus 24:8 Hebreeën 13:20 Hebreeën 12:24 Hebreeën 9:17
Lukas 22:21 Psalmen 41:9 Johannes 13:26 Markus 14:18 Johannes 13:18 Micha 7:5 Mattheüs 26:21 Johannes 13:21 Job 19:19
Lukas 22:22 Handelingen 2:23 Lukas 24:25 Daniël 9:24 Handelingen 4:25 1 Korinthe 15:3 Psalmen 22:1 Handelingen 1:16 Johannes 17:12
Lukas 22:23 Johannes 13:22 Markus 14:19 Mattheüs 26:22
Lukas 22:24 Lukas 9:46 Markus 9:34 1 Korinthe 13:4 Mattheüs 20:20 1 Petrus 5:5 Jakobus 4:5 Markus 10:37 Filippenzen 2:3
Lukas 22:25 Mattheüs 20:25 Markus 10:41
Lukas 22:26 Lukas 9:48 1 Petrus 5:3 3 Johannes 1:9 1 Petrus 5:5 Romeinen 12:2 Mattheüs 18:3 Markus 9:35 Mattheüs 23:8
Lukas 22:27 Mattheüs 20:28 Lukas 12:37 Lukas 17:7 Filippenzen 2:7 2 Korinthe 8:9 Johannes 13:5
Lukas 22:28 Hebreeën 4:15 Hebreeën 2:18 Mattheüs 19:28 Handelingen 1:25 Mattheüs 24:13 Johannes 8:31 Johannes 6:67
Lukas 22:29 2 Timotheüs 2:12 Mattheüs 25:34 1 Korinthe 9:25 Openbaring 21:14 1 Petrus 5:4 Mattheüs 28:18 Lukas 12:32 Mattheüs 24:47
Lukas 22:30 Mattheüs 19:28 Lukas 14:15 Lukas 22:16 1 Korinthe 6:2 Openbaring 2:26 Mattheüs 8:11 2 Samuël 9:9 Openbaring 3:21
Lukas 22:31 1 Petrus 5:8 Zacharia 3:1 Amos 9:9 Job 1:6 Job 2:1 Openbaring 12:10 Lukas 10:41 Handelingen 9:4
Lukas 22:32 Johannes 21:15 Romeinen 8:34 2 Timotheüs 2:18 1 Timotheüs 1:13 Lukas 22:61 Romeinen 5:9 Mattheüs 18:3 Lukas 8:13
Lukas 22:33 Markus 14:29 Mattheüs 26:33 Markus 14:31 Johannes 13:36 Markus 14:37 Mattheüs 26:40 Handelingen 20:23 Handelingen 21:13
Lukas 22:34 Mattheüs 26:34 Markus 14:30 Johannes 13:38 Mattheüs 26:74 Johannes 18:27 Markus 14:71
Lukas 22:35 Lukas 10:4 Lukas 9:3 Mattheüs 10:9 Psalmen 37:3 Mattheüs 6:31 Markus 6:8 Deuteronomium 8:16 Genesis 48:15
Lukas 22:37 Jesaja 53:12 Handelingen 13:27 Johannes 17:4 2 Korinthe 5:21 Johannes 10:35 Galaten 3:13 Johannes 19:28 Mattheüs 26:54
Lukas 22:38 1 Petrus 5:9 Lukas 22:49 Efeze 6:10 1 Thessalonicenzen 5:8 2 Korinthe 10:3 Johannes 18:36 Mattheüs 26:52
Lukas 22:39 Lukas 21:37 Mattheüs 21:1 Johannes 18:1 Markus 14:32 Mattheüs 26:30 Markus 14:26 Mattheüs 26:36 Markus 11:11
Lukas 22:40 Mattheüs 6:13 Lukas 22:46 Efeze 6:18 1 Petrus 4:7 Psalmen 119:133 Markus 14:32 Mattheüs 26:36 Spreuken 30:8
Lukas 22:41 Markus 14:35 Mattheüs 26:39 Lukas 18:11
Lukas 22:42 Mattheüs 20:22 Johannes 12:27 Johannes 6:38 Mattheüs 26:42 Markus 14:36 Mattheüs 26:39 Johannes 5:30 Johannes 18:11
Lukas 22:43 Mattheüs 4:11 Hebreeën 1:14 Mattheüs 26:53 Hebreeën 1:6 Psalmen 91:11 Lukas 22:32 Lukas 4:10 Mattheüs 4:6
Lukas 22:44 Klaagliederen 1:12 Psalmen 22:12 Hebreeën 5:7 Romeinen 8:32 Jona 2:2 Psalmen 143:6 Johannes 12:27 Klaagliederen 3:53
Lukas 22:45 Mattheüs 26:40 Markus 14:40 Markus 14:37 Mattheüs 26:43
Lukas 22:46 Lukas 22:40 Lukas 21:34 Spreuken 6:4 Jona 1:6
Lukas 22:47 Markus 14:41 Mattheüs 26:14 Mattheüs 26:45 Lukas 22:3 Markus 14:10 Johannes 18:2 Handelingen 1:16
Lukas 22:48 2 Samuël 20:9 Psalmen 55:21 Spreuken 27:6 Markus 14:44 Mattheüs 26:48
Lukas 22:49 Lukas 22:38
Lukas 22:50 Johannes 18:10 Mattheüs 26:51 Markus 14:47 2 Korinthe 10:4 Romeinen 12:19
Lukas 22:51 Romeinen 12:21 1 Petrus 2:21 Johannes 17:12 2 Korinthe 10:1 Johannes 18:8
Lukas 22:52 Lukas 22:4 Handelingen 5:26 Markus 14:48 Mattheüs 26:55 Johannes 17:12 2 Koningen 11:15
Lukas 22:53 Johannes 12:27 Efeze 6:12 Handelingen 26:18 Mattheüs 21:23 Johannes 7:25 Johannes 16:20 2 Korinthe 4:3 Johannes 7:45
Lukas 22:54 Mattheüs 26:57 Markus 14:53 Johannes 18:24 Johannes 18:12 Lukas 22:33 2 Kronieken 32:31
Lukas 22:55 Lukas 22:44 Psalmen 28:3 Psalmen 1:1 Spreuken 13:20 Mattheüs 26:3 Psalmen 26:4 Johannes 18:16 Markus 14:66
Lukas 22:56 Markus 14:17 Mattheüs 26:69 Markus 14:66 Johannes 18:17 Markus 14:6
Lukas 22:57 Lukas 22:33 Mattheüs 10:33 Mattheüs 26:70 Lukas 12:9 Johannes 18:27 1 Johannes 1:9 Handelingen 3:19 Johannes 18:25
Lukas 22:58 Johannes 18:25 Markus 14:69 Mattheüs 26:71
Lukas 22:59 Markus 14:69 Mattheüs 26:73 Johannes 18:26
Lukas 22:60 Lukas 22:34 Markus 14:71 Mattheüs 26:74 Johannes 18:27
Lukas 22:61 Lukas 22:34 Mattheüs 26:34 Lukas 10:41 Markus 5:30 Job 33:27 Mattheüs 26:75 Jesaja 57:15 Ezechiël 16:63
Lukas 22:62 Mattheüs 26:75 Ezechiël 7:16 1 Korinthe 10:12 Psalmen 126:5 Psalmen 130:1 Mattheüs 5:4 2 Korinthe 7:9 Jeremia 31:18
Lukas 22:63 Johannes 18:22 Mattheüs 27:39 Markus 14:55 Jesaja 53:3 Mattheüs 27:28 Psalmen 69:7 Hebreeën 12:2 Psalmen 35:15
Lukas 22:64 Richteren 16:21 Richteren 16:25
Lukas 22:65 1 Timotheüs 1:13 Handelingen 26:11 Mattheüs 27:39 Lukas 12:10 Mattheüs 12:31
Lukas 22:66 Mattheüs 27:1 Markus 15:1 Handelingen 22:5 Mattheüs 5:22 Handelingen 4:25 Johannes 18:28 Psalmen 2:1
Lukas 22:67 Johannes 10:24 Johannes 8:43 Johannes 12:37 Johannes 9:27 Johannes 5:39 Mattheüs 11:3 Lukas 16:31 Markus 14:61
Lukas 22:68 Lukas 20:3 Lukas 20:41
Lukas 22:69 Markus 16:19 Psalmen 110:1 Mattheüs 26:64 Markus 14:62 Daniël 7:13 Mattheüs 22:44 Efeze 1:20 Hebreeën 1:3
Lukas 22:70 Lukas 23:3 Mattheüs 26:64 Markus 15:2 Mattheüs 27:11 Johannes 18:37 Lukas 4:41 Mattheüs 4:3 Johannes 10:36
Lukas 22:71 Markus 14:63 Mattheüs 26:65
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 22 vers 1

feest der ongehevelde broden, Van dit feest zie Ex. 12:14 , enz., en Ex. 23:14 , enz.

Hertaald: feest der ongehevelde broden, Zie over dit feest Ex. 12:14, enzovoort, en Ex. 23:14, enzovoort.

nabij Namelijk na twee dagen, Matt. 26:2 .

Hertaald: nabij Namelijk over twee dagen, Matth. 26:2.

Lukas 22 vers 3

voer in Judas, Niet lichamelijk, maar door zijn sterker ingeven en aansporen. Zie Joh. 13:2 , Joh. 13:27 .

Hertaald: voer in Judas, Niet lichamelijk, maar doordat hij hem sterker ingaf en aanspoorde. Zie Joh. 13:2, Joh. 13:27.

Lukas 22 vers 4

de hoofdmannen, Dat is, de overste des krijgsvolks, dat den tempel van buiten bewaarde. Zie vs.52; Hand. 4:1 , en Hand. 5:24 , Hand. 5:26 .

Hertaald: de hoofdmannen, Dat is: de oversten van het krijgsvolk dat de tempel van buiten bewaakte. Zie vers 52; Hand. 4:1 en Hand. 5:24, Hand. 5:26.

Lukas 22 vers 5

geld geven zouden Namelijk dertig zilverlingen, Matt. 26:15 . Versta, als hij Hem hun zou overgeleverd hebben.

Hertaald: geld geven zouden Namelijk dertig zilverlingen, Matth. 26:15. Versta: wanneer hij Hem aan hen overgeleverd zou hebben.

Lukas 22 vers 6

gelegenheid, Of, bekwamen tijd.

Hertaald: gelegenheid, Of: een geschikt moment.

zonder oproer Of, zonder schare; dat is in het afwezen van de schare, die Hem gemeenlijk volgde.

Hertaald: zonder oproer Of: zonder schare; dat is: in afwezigheid van de schare die Hem gewoonlijk volgde.

Lukas 22 vers 7

moest geslacht worden Namelijk naar de wet, op den veertienden dag van de eerste maand, Ex. 12:6 , Ex. 12:18 , welken dag Christus onderhouden heeft, maar de Joden hebben het uitgesteld tot op den volgenden dag, om de reden aangetekend Matt. 26:20 .

Hertaald: moest geslacht worden Namelijk volgens de wet, op de veertiende dag van de eerste maand, Ex. 12:6, Ex. 12:18. Christus heeft die dag gehouden, maar de Joden hebben het uitgesteld tot de volgende dag, om de reden die aangetekend staat bij Matth. 26:20.

Lukas 22 vers 10

stad zult gekomen zijn, Namelijk Jeruzalem, waar het pascha alleen moest geslacht en gegeten worden. Zie Deut. 16:5-7 .

Hertaald: stad zult gekomen zijn, Namelijk Jeruzalem, waar het pascha alleen geslacht en gegeten mocht worden. Zie Deut. 16:5-7.

een kruik waters; Of, een aarden vat.

Hertaald: een kruik waters; Of: een aarden vat.

Lukas 22 vers 11

huisvader van dat huis Grieks heer des huizes.

Hertaald: huisvader van dat huis Grieks: heer van het huis.

zegt u Dat is, laat u zeggen.

Hertaald: zegt u Dat is: laat u zeggen.

eetzaal, Grieks uitspanning.

Hertaald: eetzaal, Grieks: uitspanning.

Lukas 22 vers 12

toegeruste opperzaal wijzen, Of, gespreid; dat is, met tafels toebereid, en met beddekens, waarop zij eertijds plachten liggende te eten.

Hertaald: toegeruste opperzaal wijzen, Of: gespreid; dat is: met tafels klaargemaakt en met rustbanken, waarop zij vroeger liggend plachten te eten.

Lukas 22 vers 14

ure gekomen was, Namelijk op welken het paaslam gegeten moest worden, op den veertienden dag der eerste maand, na zonsondergang. Zie Ex. 12:6 ; Deut. 16:6 .

Hertaald: ure gekomen was, Namelijk het uur waarop het paaslam gegeten moest worden, op de veertiende dag van de eerste maand, na zonsondergang. Zie Ex. 12:6; Deut. 16:6.

Lukas 22 vers 15

grotelijks begeerd, Grieks met begeerte begeerd. Een Hebreeuwse manier van spreken.

Hertaald: grotelijks begeerd, Grieks: met begeerte begeerd. Een Hebreeuwse manier van spreken.

Lukas 22 vers 16

het vervuld zal zijn Namelijk hetgeen door het pascha was afgebeeld, na welken tijd wij met Christus het geestelijke pascha houden; 1 Kor. 5:7 .

Hertaald: het vervuld zal zijn Namelijk wat door het pascha afgebeeld werd. Na die tijd houden wij met Christus het geestelijke pascha; 1 Kor. 5:7.

Lukas 22 vers 17

een drinkbeker genomen had, Deze eerste drinkbeker schijnt van Christus gegeven te zijn tot een besluit van het pascha, naar der Joden gewoonte, waarop de instelling des Avondmaals terstond is gevolgd, in welke na het uitdelen des broods ook de beker uitgedeeld is. Zie vs.19,20, en 1 Kor. 11:25 .

Hertaald: een drinkbeker genomen had, Deze eerste drinkbeker lijkt door Christus gegeven te zijn als afsluiting van het pascha, naar de gewoonte van de Joden. Daarop is meteen de instelling van het Avondmaal gevolgd, waarbij na het uitdelen van het brood ook de beker uitgedeeld is. Zie vers 19 en 20, en 1 Kor. 11:25.

Lukas 22 vers 19

Dat is Mijn lichaam, De verklaring hiervan zie Matt. 26:26 .

Hertaald: Dat is Mijn lichaam, Zie de verklaring hiervan bij Matth. 26:26.

gegeven wordt; Of, overgegeven; namelijk in den dood.

Hertaald: gegeven wordt; Of: overgegeven, namelijk in de dood.

Lukas 22 vers 20

avondmaal, Of, avondeten.

Hertaald: avondmaal, Of: avondeten.

Deze drinkbeker Dat is, deze wijn in den drinkbeker.

Hertaald: Deze drinkbeker Dat is: deze wijn in de drinkbeker.

is het nieuwe Alzo voegt Paulus dit woordje is daarbij; 1 Kor. 11:25 .

Hertaald: is het nieuwe Zo voegt Paulus dit woordje is eraan toe; 1 Kor. 11:25.

testament in Mijn bloed, Dat is, een teken en zegel des Nieuwen Testaments of Verbonds, hetwelk bevestigd is door het bloedvergieten van Jezus Christus; Hebr. 9:15-17 .

Hertaald: testament in Mijn bloed, Dat is: een teken en zegel van het Nieuwe Testament of verbond, dat bevestigd is door het bloedvergieten van Jezus Christus; Hebr. 9:15-17.

wordt Dat is zal worden; namelijk aan het kruis.

Hertaald: wordt Dat is: zal worden, namelijk aan het kruis.

Lukas 22 vers 22

besloten is; Grieks bepaald; namelijk door den raad en de voorzienigheid Gods; Hand. 2:23 , en Hand. 4:28 .

Hertaald: besloten is; Grieks: bepaald; namelijk door de raad en de voorzienigheid van God; Hand. 2:23 en Hand. 4:28.

verraden wordt Of overgeleverd.

Hertaald: verraden wordt Of: overgeleverd.

Lukas 22 vers 24

twisting onder hen, Of strijd; welke schijnt ontstaan te zijn overmits Christus, vs.18, had gesproken van het oprichten Zijns koninkrijks.

Hertaald: twisting onder hen, Of: strijd. Die lijkt ontstaan te zijn doordat Christus in vers 18 gesproken had over het oprichten van Zijn Koninkrijk.

scheen de meeste Of, geacht zou worden te zijn.

Hertaald: scheen de meeste Of: geacht zou worden te zijn.

Lukas 22 vers 25

der volken Of der heidenen.

Hertaald: der volken Of: van de heidenen.

heersen over hen; Dat is, hebben en gebruiken wereldse macht, welke hier den kerkdienaars verboden wordt; 1 Petr. 5:3 .

Hertaald: heersen over hen; Dat is: zij hebben en gebruiken wereldse macht, wat hier aan de dienaars van de kerk verboden wordt; 1 Petr. 5:3.

weldadige heren genaamd Of, gelijk men nu spreekt, genadige heren; dat is, hun worden grote titels toegeschreven.

Hertaald: weldadige heren genaamd Of: zoals men nu zegt, genadige heren; dat is: hun worden grote titels toegekend.

Lukas 22 vers 26

de meeste onder u, Dat is, die onder u meest wil geacht zijn. Zie Matt. 20:26 .

Hertaald: de meeste onder u, Dat is: wie onder u het hoogst geacht wil worden. Zie Matth. 20:26.

minste, Grieks de jonger; dat is de jongste, of laatste, of minst geachte. Want de jonge lieden hebben, vanwege hunne jonkheid, gemeenlijk minder aanzien dan de ouden.

Hertaald: minste, Grieks: de jongere; dat is: de jongste of laatste, of de minst geachte. Want jonge mensen hebben vanwege hun jeugd gewoonlijk minder aanzien dan de ouderen.

voorganger is, Dat is heer, of meester.

Hertaald: voorganger is, Dat is: heer of meester.

Lukas 22 vers 27

aanzit, Namelijk ter tafel.

Hertaald: aanzit, Namelijk aan tafel.

Lukas 22 vers 29

verordineer u het Koninkrijk, Dat is, bestel, bezet, of bespreek gelijk als bij testament; Hebr. 9:17 .

Hertaald: verordineer u het Koninkrijk, Dat is: beschik, wijs toe of vermaak, zoals bij testament; Hebr. 9:17.

Lukas 22 vers 30

eet en drinkt Dat is, gemeenschap hebt aan mijne vreugde en heerlijkheid, gelijk gij hier hebt aan mijn lijden en verachting; Rom. 8:17 ; 2 Tim. 2:11-12 .

Hertaald: eet en drinkt Dat is: deel hebt aan Mijn vreugde en heerlijkheid, zoals u hier deel hebt aan Mijn lijden en verachting; Rom. 8:17; 2 Tim. 2:11-12.

oordelende Zie hiervan Matt. 19:28 .

Hertaald: oordelende Zie hierover Matth. 19:28.

Lukas 22 vers 31

zeer begeerd Of, geëist, of zeer gezocht.

Hertaald: zeer begeerd Of: geëist, of dringend gezocht.

ziften als de tarwe; Dat is, herwaarts en derwaarts werpen of schudden, gelijk het koren als het gewand of gezift wordt, zonder u enige rust te laten met de ene verzoeking op de andere; 1 Petr. 5:8 .

Hertaald: ziften als de tarwe; Dat is: heen en weer werpen of schudden, zoals het koren wanneer het gewand of gezeefd wordt, zonder u enige rust te laten, met de ene verzoeking na de andere; 1 Petr. 5:8.

Lukas 22 vers 32

ophoude; Of, aflate; dat is, ten enenmale verga, of uitgeblust worde, door de verzoeking des Satans, die u zal bejegenen. Alzo bidt Hij ook voor alle gelovigen; Joh. 17:20 ; Rom. 8:34 .

Hertaald: ophoude; Of: ophoudt; dat is: helemaal vergaat of uitgeblust wordt door de verzoeking van de satan die u zal treffen. Zo bidt Hij ook voor alle gelovigen; Joh. 17:20; Rom. 8:34.

Lukas 22 vers 34

de haan zal heden niet kraaien, Zie hiervan Marc. 14:30 .

Hertaald: de haan zal heden niet kraaien, Zie hierover Mark. 14:30.

Lukas 22 vers 36

Maar nu, Dat is, van nu af en hierna, als ik u andermaal zal uitzenden, zullen u zulke zwarigheden bejegenen, dat gij u moet bereiden om veel gebrek te lijden, en vele gevaren uit te staan, in het bedienen van uw ambt.

Hertaald: Maar nu, Dat is: van nu af aan en hierna, wanneer Ik u opnieuw zal uitzenden, zult u zulke zwarigheden ontmoeten dat u zich moet voorbereiden om veel gebrek te lijden en veel gevaren te doorstaan bij het bedienen van uw ambt.

geen heeft, Namelijk zwaard. Of, die geen buidel, of male heeft, die verkope, enz. Met welke gelijkenis Christus de apostelen vermaant, gelijk in een geweldigen overval en nood van vijanden een iegelijk bezig is om zich met zwaarden en andere wapens te voorzien, om den vijand tegen te staan; dat zij ook alzo in deze zware aanstaande tijden van vervolging zich moeten voorzien met geestelijke wapenen, om daardoor sterken wederstand te doen. Zie 2 Kor. 10:4 ; Ef. 6:12 ; 1 Tim. 1:18 . Hetwelk de apostelen toen niet verstonden dan van de uiterlijke wapenen, gelijk blijkt uit vs.37.

Hertaald: geen heeft, Namelijk geen zwaard. Of: wie geen buidel of reistas heeft, die verkope, enzovoort. Met deze vergelijking vermaant Christus de apostelen dat zij zich, zoals ieder bij een geweldige overval en nood van vijanden bezig is zich met zwaarden en andere wapens te voorzien om de vijand te weerstaan, in deze zware aanstaande tijden van vervolging moeten voorzien van geestelijke wapens om daarmee krachtig weerstand te bieden. Zie 2 Kor. 10:4; Ef. 6:12; 1 Tim. 1:18. De apostelen begrepen dat toen alleen van uiterlijke wapens, zoals blijkt uit vers 38.

Lukas 22 vers 37

de misdadigen gerekend Grieks de ongerechtigen.

Hertaald: de misdadigen gerekend Grieks: de ongerechtigen.

hebben een einde Dat is, gaan naar het einde om haast vervuld te worden.

Hertaald: hebben een einde Dat is: gaan naar hun einde toe om spoedig vervuld te worden.

Lukas 22 vers 38

Het is genoeg Namelijk hiervan gezegd; de zaak zelve zal het haast tonen van welke zwaarden Ik spreek; Joh. 18:36 .

Hertaald: Het is genoeg Namelijk: er is hierover genoeg gezegd; de zaak zelf zal spoedig laten zien over welke zwaarden Ik spreek; Joh. 18:36.

Lukas 22 vers 39

gelijk Hij gewoon was, Grieks naar gewoonheid.

Hertaald: gelijk Hij gewoon was, Grieks: naar gewoonte.

Lukas 22 vers 41

Hij scheidde Zich van hen af, Grieks Hij werd van hen afgerukt.

Hertaald: Hij scheidde Zich van hen af, Grieks: Hij werd van hen losgerukt.

Lukas 22 vers 42

of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, Anders, zo Gij wilt, neem dezen drinkbeker van mij weg. Van dit gebed van Christus zie Matt. 26:39 .

Hertaald: of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, Anders: als U het wilt, neem deze drinkbeker van Mij weg. Zie over dit gebed van Christus Matth. 26:39.

Lukas 22 vers 44

zwaren strijd zijnde, Of, groten angst, benauwdheid; en wordt eigenlijk gezegd van de bangheid, die iemand heeft eer de strijd aangaat, welke hier in Christus geweest is, niet zozeer vanwege den aanstaanden lichamelijken dood, maar vanwege den last des toorns Gods tegen de zonden der mensen, die Hij droeg, Gal. 3:13 ; Hebr. 5:7-9 .

Hertaald: zwaren strijd zijnde, Of: grote angst, benauwdheid. Het wordt eigenlijk gezegd van de beklemming die iemand heeft voordat de strijd begint. Die is hier bij Christus geweest, niet zozeer vanwege de aanstaande lichamelijke dood, maar vanwege de last van Gods toorn tegen de zonden van de mensen, die Hij droeg, Gal. 3:13; Hebr. 5:7-9.

grote droppelen bloeds, Het Griekse woord betekent eigenlijk droppelen van geronnen bloed; maar wordt ook genomen voor grote dikke droppelen.

Hertaald: grote droppelen bloeds, Het Griekse woord betekent eigenlijk druppels geronnen bloed, maar het wordt ook gebruikt voor grote, dikke druppels.

Lukas 22 vers 47

om Hem te kussen Namelijk volgens het teken, dat Hij hun tevoren gegeven had, Matt. 26:48 .

Hertaald: om Hem te kussen Namelijk volgens het teken dat hij hun tevoren gegeven had, Matth. 26:48.

Lukas 22 vers 50

een uit hen sloeg Namelijk Petrus.

Hertaald: een uit hen sloeg Namelijk Petrus.

den dienstknecht des hogepriesters, Genaamd Malchus, Joh. 18:10 .

Hertaald: den dienstknecht des hogepriesters, Die Malchus heette, Joh. 18:10.

Lukas 22 vers 52

tot de overpriesters, Namelijk tot enigen uit dezelve, van de anderen gezonden om dit werk te beleiden, Matt. 26:47 .

Hertaald: tot de overpriesters, Namelijk tot enkelen van hen, die door de anderen gestuurd waren om deze zaak te leiden, Matth. 26:47.

stokken Grieks houten.

Hertaald: stokken Grieks: houten.

moordenaar? Of, straatschender.

Hertaald: moordenaar? Of: struikrover.

Lukas 22 vers 53

de macht der duisternis Dat is de macht, die den duivel, die een vorst der duisternis genaamd wordt, Ef. 6:12 , en zijnen werktuigen van God over mij gegeven is, Kol. 1:13 .

Hertaald: de macht der duisternis Dat is: de macht die door God over Mij gegeven is aan de duivel — die een vorst van de duisternis genoemd wordt, Ef. 6:12 — en aan zijn werktuigen, Kol. 1:13.

Lukas 22 vers 54

het huis des hogepriesters Namelijk eerst tot Annas, en daarna tot Kajafas, Joh. 18:13 , Joh. 18:24 .

Hertaald: het huis des hogepriesters Namelijk eerst naar Annas en daarna naar Kajafas, Joh. 18:13, Joh. 18:24.

Lukas 22 vers 56

het vuur zitten, Grieks licht; dat is vuur. Zie vs.55, en Marc. 14:54 .

Hertaald: het vuur zitten, Grieks: licht; dat is: vuur. Zie vers 55 en Mark. 14:54.

Lukas 22 vers 58

die Namelijk discipelen van Jezus.

Hertaald: die Namelijk de discipelen van Jezus.

Lukas 22 vers 59

een Galileër Alzo het blijkt uit zijne spraak, Matt. 26:73 .

Hertaald: een Galileër Zoals uit zijn spraak blijkt, Matth. 26:73.

Lukas 22 vers 60

kraaide de haan Namelijk voor de tweede reis, tegen den dageraad. Zie Marc. 14:72 .

Hertaald: kraaide de haan Namelijk voor de tweede keer, tegen de dageraad. Zie Mark. 14:72.

Lukas 22 vers 61

zal gekraaid hebben, Dat is, zal zijn kraaien geëindigd hebben.

Hertaald: zal gekraaid hebben, Dat is: zijn kraaien geëindigd zal hebben.

Lukas 22 vers 65

zeiden zij tegen Hem, Dat is, lasterlijk van Hem en tot Hem sprekende.

Hertaald: zeiden zij tegen Hem, Dat is: terwijl zij lasterlijk over Hem en tot Hem spraken.

Lukas 22 vers 66

vergaderden Namelijk voor de tweede reis, om Hem nader te ondervragen en aan Pilatus over te leveren. Van de eerste vergadering zie Matt. 26:57 .

Hertaald: vergaderden Namelijk voor de tweede keer, om Hem nader te ondervragen en aan Pilatus over te leveren. Zie over de eerste vergadering Matth. 26:57.

de ouderlingen des volks, Grieks het ouderlingschap.

Hertaald: de ouderlingen des volks, Grieks: het ouderlingschap.

raad, Grieks Synedrion, waarvan zie Matt. 5:22 .

Hertaald: raad, Grieks: synedrion; zie daarover Matth. 5:22.

Lukas 22 vers 67

Zijt Gij de Christus, Of, zo gij de Christus zijt, zeg het ons.

Hertaald: Zijt Gij de Christus, Of: als U de Christus bent, zeg het ons.

Lukas 22 vers 69

Van nu aan Namelijk nadat Hij, gedood zijnde, wederom zal opstaan van de doden en ten hemel varen.

Hertaald: Van nu aan Namelijk nadat Hij, gedood zijnde, weer zal opstaan uit de doden en ten hemel zal varen.

Lukas 22 vers 70

Gij zegt, dat Ik het ben Of, gijlieden zegt het, want Ik ben het. Zie van deze manier van spreken Matt. 26:25 .

Hertaald: Gij zegt, dat Ik het ben Of: u zegt het, want Ik ben het. Zie over deze manier van spreken Matth. 26:25.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De strijd in Gethsémané  — Het gebed van de Heere Jezus vóór Zijn lijden, waarin Hij de drinkbeker aanvaardt (Luk. 22:41-44)

Hij scheidt Zich ongeveer een steenworp van de discipelen af, knielt neer en bidt (Luk. 22:41). Het gebed zelf bestaat uit twee delen die niet van elkaar losgemaakt mogen worden: "Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede" (Luk. 22:42). Er komt geen wegneming, maar wel versterking: er werd een engel uit de hemel gezien die Hem versterkte (Luk. 22:43). Daarna staat er iets wat alleen Lukas vermeldt: "En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen" (Luk. 22:44). Bij het opstaan vindt Hij de discipelen slapende van droefheid, en Hij wekt hen met dezelfde opdracht waarmee Hij begon: bidt, opdat gij niet in verzoeking komt (Luk. 22:45-46).

Bijbelse betekenis: Drie dingen zijn hier van belang. Het eerste is dat het lijden begint vóór het kruis, en dat de zwaarte ervan hier al zichtbaar wordt. Het tweede is de vorm van het gebed. Hij vraagt werkelijk of de drinkbeker weggenomen mag worden — dat is geen schijnvraag — en Hij onderwerpt zich in dezelfde adem aan de wil van de Vader. Beide horen bij een gebed dat de Schrift ons voorhoudt. Het derde is het antwoord. De beker gaat niet voorbij, maar er komt versterking; het gebed wordt dus verhoord zonder dat het verzoek wordt ingewilligd. Dat de discipelen slapen van droefheid, wordt niet vergoelijkt en ook niet met minachting verteld; het staat er als een nuchtere vaststelling.

Typologie: De Hebreeënbrief ziet in deze uren de kern van Zijn hogepriesterschap. Hij heeft in de dagen van Zijn vlees gebeden en smekingen geofferd, met sterke roeping en tranen, tot Dengene Die Hem uit de dood kon verlossen; en Hij is verhoord uit de vreze (Hebr. 5:7). Het vers erna trekt de lijn door: hoewel Hij de Zoon was, heeft Hij toch gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij geleden heeft (Hebr. 5:8).

Luk. 22:41-46; Hebr. 5:7-8

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Ik heb voor u gebeden — 22:31-46

Aan tafel is er onenigheid over wie de meeste zou zijn. Dan spreekt Christus Petrus aan, en Hij doet dat met zijn oude naam, twee keer achtereen: Simon, Simon.

Voordat Petrus valt, is er al voor hem gebeden — en enkele uren later bidt Christus in Gethsémané voor Zichzelf.

De satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe. De kanttekening geeft aan het eerste woord de betekenis: geëist, of dringend gezocht. En zij legt het ziften uit als heen en weer werpen of schudden, zoals koren wanneer het gewand wordt, zonder u enige rust te laten, met de ene verzoeking na de andere.

De val van Petrus wordt dus niet voorkomen. Wat er staat is iets anders: maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude.

Daar zit de troost, en zij is nuchter. Er wordt niet gebeden dat hij niet struikelt — hij zal die nacht driemaal verloochenen. Er wordt gebeden dat het geloof niet ophoudt. En de opdracht die erop volgt gaat er al van uit dat hij terugkomt: en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.

Petrus antwoordt dat hij bereid is met Hem in de gevangenis en in den dood te gaan. Hij meent het, en het houdt geen stand.

Enkele uren later is Christus zelf in de hof. Hij knielt neer en bidt: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen; doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.

Dan staat er dat Hij in zwaren strijd was en te ernstiger bad, en dat Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds. De kanttekening zegt waar die benauwdheid vandaan kwam, en dat is beslissend: niet zozeer vanwege de aanstaande lichamelijke dood, maar vanwege de last van Gods toorn tegen de zonden van de mensen, die Hij droeg.

Zo staan twee gebeden naast elkaar in één hoofdstuk. Christus bidt voor Petrus, en Christus bidt voor Zichzelf. Het eerste wordt verhoord doordat het tweede niet wordt weggenomen.

  1. Lukas 22:31 — De satan heeft begeerd u te ziften als de tarwe.
  2. Lukas 22:32 — Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude.
  3. Lukas 22:62 — Petrus valt toch, en weent bitterlijk.
  4. Lukas 22:42 — Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
  5. Johannes 21:15-17 — Na de opstanding: weid Mijn schapen.
  6. Hebreeën 7:25 — Hij leeft altijd om voor hen te bidden.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:25; Johannes 17:9-15; Romeinen 8:34; 1 Johannes 2:1

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Lukas 22

Lukas 22:1-6.KruisverwijzingenMarkus 14:10Johannes 13:2Handelingen 5:3Exodus 12:6Markus 14:1Johannes 11:47Johannes 13:18Johannes 13:26
— En het feest der ongehevelde broden, genaamd pascha, was nabij. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem ombrengen zouden; want zij vreesden het volk. En de satan voer in Judas, die toegenaamd was Iskariot, zijnde uit het getal der twaalven. En hij ging heen en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij Hem hun zou overleveren. En zij waren verblijd, en zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden. En hij beloofde het, en zocht gelegenheid, om Hem hun over te leveren, zonder oproer.
“En het feest der ongehevelde broden, genaamd pascha, was nabij. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem ombrengen zouden; want zij vreesden het volk. En de satan voer in Judas, die toegenaamd was Iskariot, zijnde uit het getal der twaalven. En hij ging heen en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij Hem hun zou overleveren. En zij waren verblijd, en zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden. En hij beloofde het, en zocht gelegenheid, om Hem hun over te leveren, zonder oproer.”

Laffe vrees drijft mensen vaak tot de grootste misdaden. Wie niet moedig genoeg is meester van zijn eigen geest te zijn, en de stem van zijn eigen geweten te volgen, kan voor hij het weet dingen doen die hij zich nooit had voorgesteld. Uit vrees voor het volk werden de overpriesters en schriftgeleerden gedreven de dood van Christus met list te bewerken. Zij brachten Hem ter dood door het wrede verraad van Judas, een van Zijn eigen apostelen.

Was het niet droevig dat de verrader van Christus juist een van de twaalf moest zijn? Toch is er, hoe diep beproevend dit voor het hart van Christus geweest moet zijn, ook iets nuttigs in die verschrikkelijke gebeurtenis. Zij zegt tegen heel de belijdende Kerk, en tegen ons die beweren volgelingen van Christus te zijn: denk niet dat u veilig bent omdat u in de zichtbare kerk bent. Denk niet dat zelfs het hoogste ambt in de kerk u kan behoeden voor de laagste misdaad. Hier is immers een van de twaalf apostelen, en toch verraadt hij zijn Meester.

Soms is dit verraad juist een bron van troost geweest. Zelf heb ik bij het aannemen van leden in de gemeente steeds geprobeerd zo mogelijk alleen goede en oprechte mensen aan te nemen. Toch zullen, hoe streng herders en ouderlingen ook waken, sommigen van de slechtste mensen zich weten binnen te dringen. Is dat het geval, dan mogen wij zeggen: ons is niets nieuws overkomen, want zulk een zondaar heeft de gemeente al van het begin af ontsierd. Hier is Judas, terwijl Christus Zelf de Herder is en de twaalf apostelen het hoofdbestanddeel van de gemeente vormen. Hier is Judas, een van de twaalf, gereed zijn Meester te verraden voor de armzalige omkoopsom van dertig zilverlingen, precies de prijs van een slaaf.

Lukas 22:7-13.KruisverwijzingenExodus 12:18Johannes 11:28Handelingen 1:131 Korinthe 5:7Markus 14:12Exodus 12:6Lukas 22:1Mattheüs 26:17
— En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden. En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen. En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden? En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat. En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar. En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
“En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden. En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen. En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden? En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat. En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar. En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.”

Let erop hoe zorgvuldig onze Heere de inzettingen van die bedeling eerbiedigde zolang zij duurde. Het pascha was een wezenlijk onderdeel van de Joodse godsdienst, en onze Heere onderhield het dan ook getrouw. Leer hieruit, geliefde broeders, de inzettingen van Gods huis hoog te achten; laat de doop en het avondmaal hun rechte plaats behouden. U doet hun ernstig onrecht als u ze uit hun plaats tilt en er zaligmakende sacramenten van maakt. Maar val, om die dwaling te vermijden, niet in de tegenovergestelde fout van ze te verwaarlozen. Wat Christus heeft ingesteld, is aan Zijn volk om zorgvuldig te onderhouden totdat Hij wederkomt. En heeft Hij het pascha nog gehouden toen het in Hemzelf al op het punt stond vervuld te worden, laten wíj dan de inzettingen onderhouden die Hij ons heeft opgelegd.

Merk in dit gedeelte een bijzondere vermenging op van het menselijke en het Goddelijke; nergens wordt daarover als leerstuk gesproken, maar terloops worden Christus’ Godheid en mensheid ten volle geleerd. Hier is Christus zo arm dat Hij geen eigen kamer heeft om het noodzakelijkste feest van Zijn godsdienst te vieren. Hij heeft Zichzelf van geen naam gemaakt, en heeft geen kamer die Hij de Zijne kan noemen — en toch, zie de Godheid in Hem! Hij zendt Zijn boden naar een bepaald huis en laat hun zeggen tot de heer van dat huis: waar is de eetzaal? En het gebeurt precies zoals Hij gezegd heeft, en Hij wordt in de beste kamer van die man verwelkomd, met alles wat daarbij hoort. Zo sprak ook Zijn Vader eertijds tot Israël: al het gedierte van het woud is Mijn, en het vee op duizend bergen. Alle eetzalen van Jeruzalem stonden werkelijk ter beschikking van Christus; Hij hoefde er slechts om te vragen, en zij waren voor Hem gereed. Hier zien wij de majesteit van Zijn Godheid; maar omdat Hij geen kamer had die Hij de Zijne kon noemen, zien wij ook de nederigheid van Zijn mensheid.

Lukas 22:14-18.KruisverwijzingenMattheüs 26:29Mattheüs 26:20Openbaring 19:9Lukas 14:15Markus 14:17Lukas 22:30Johannes 13:1Lukas 12:50
— En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem. En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde; Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods. En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden. Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.
“En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem. En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde; Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods. En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden. Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.”

Dit zou Zijn laatste maaltijd met Zijn discipelen zijn voordat Hij stierf, en Hij had ernaar uitgezien met een groot verlangen. Het was een hoogst plechtige gelegenheid, en toch voor Hem een hoogst begeerde. Moge iets van het verlangen van de Meester ook in uw hart overvloeien, geliefden, telkens wanneer u het heilige avondmaal viert dat Hij die nacht heeft ingesteld! Dit was tevens de laatste gelegenheid waarop onze Heere en Zijn discipelen op zulk een wijze zouden samenkomen — en het is vervuld, want Christus Zelf is het Lam van ons Pascha. Zijn bloed is gestort en gesprenkeld; Zijn volk is uit hun Egyptische slavernij opgevoerd; en door het geloof voeden zij zich met Hem, en verblijden zich.

Hoe zoet vloeide het pascha over in het avondmaal! Hoe genadig leerde onze Zaligmaker ons daarmee dat Hij als regel geen gewelddadige veranderingen brengt in het geestelijke leven van Zijn volk. Hij leidt hen geleidelijk van de ene fase naar de andere. Er kunnen soms zeer plotselinge verheffingen zijn; maar als algemene regel gaan wij van kracht tot kracht, stap voor stap, en wordt de waarheid ons beetje bij beetje geopenbaard.

Lukas 22:19-21.Kruisverwijzingen1 Korinthe 11:23Lukas 22:201 Korinthe 10:161 Korinthe 11:25Zacharia 9:11Psalmen 41:9Johannes 6:512 Korinthe 3:6
— En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt. Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.
“En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt. Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.”

Het was volstrekt onmogelijk dat Hij bedoelde dat dit brood letterlijk Zijn lichaam was, want Zijn lichaam zat daar zelf aan tafel. De misvatting, of liever de verkeerde voorstelling, van de Roomse Kerk is dan ook zonder enig excuus. Onze Zaligmaker bedoelde eenvoudig te zeggen: dit brood stelt Mijn lichaam voor, het is een zinnebeeld, een symbool van Mijn lichaam. Was dit gezegd nadat Christus al gestorven en heengegaan was, dan zou er misschien enige grond voor de leer van de Roomsen geweest zijn. Maar zulk een grond kan er niet zijn, omdat Hij deze woorden uitsprak terwijl Hij nog met Zijn apostelen aan tafel zat. Laten wij ervoor waken de ware betekenis van Christus’ woorden niet te verliezen, terwijl wij de valse uitleg die eraan gegeven is bestrijden.

Hij kon evenmin letterlijk bedoeld hebben dat die beker het nieuwe verbond wás; ik heb nooit gehoord dat iemand dat gedacht heeft. Waarom dan het ene deel van de instelling wel letterlijk nemen, en het andere niet? Onze Heere bedoelde dat de inhoud van die beker het bloed voorstelde, dat het eeuwige verbond bezegelt en bekrachtigt waarop onze hoop gebouwd is.

Wat een schaduw moet deze onthulling over dat plechtige feest geworpen hebben — over het hart van de Zaligmaker, en over het gemoed van al Zijn gehechte discipelen! Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen welke smarten Zijn liefhebbende geest doorboorden. Hij had, met nog dieper nadruk dan David, de woorden van de psalmist kunnen aanhalen: “Het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben. Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende!” De hand desgenen die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.

Lukas 22:22-24.KruisverwijzingenHandelingen 2:23Lukas 9:46Markus 9:34Lukas 24:25Daniël 9:24Handelingen 4:251 Korinthe 15:3Psalmen 22:1
— En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt! En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou. En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn.
“En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt! En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou. En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn.”

Het raadsbesluit van God vermindert de verantwoordelijkheid van de mens voor zijn daad niet. Al was het van God voorbeschikt, toch deed de mens het uit eigen vrije wil, en op hem valt de volle schuld ervan. Leer, geliefden, vast te geloven in de Goddelijke voorbeschikking zonder aan de menselijke verantwoordelijkheid te twijfelen. Al kunt u niet aantonen hoe deze twee zaken samengaan, wees daarover niet bezorgd; wees tevreden te geloven wat u niet begrijpen kunt. Beide zijn waar, en beide staan in dit ene vers.

Wat een verbazing wekt het, geliefde vrienden, dat er, terwijl nog de bange vraag “Heere, ben ik het?” rondging, zo snel een andere vraag op volgde: wie van ons zal de hoogste zijn in het Koninkrijk? O, de vreselijke opdringerigheid van hoogmoed en eerzucht! Hoe weet zij binnen te dringen, en zelfs het heilige der heiligen te bezoedelen! De laatste vraag die een christen zich ooit mag stellen, is: hoe kan ik eer winnen onder de mensen? De ene vraag voor een gelovige moet zijn: hoe kan ik mijn Meester verheerlijken? En heel dikwijls gebeurt dat het best door de allerlaagste plaats in Zijn gemeente in te nemen.

Lukas 22:25-30.KruisverwijzingenMattheüs 20:282 Timotheüs 2:12Lukas 12:37Mattheüs 25:34Mattheüs 20:25Lukas 9:48Hebreeën 4:15Hebreeën 2:18
— En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd. Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient. Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient. En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen. En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft; Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.
“En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd. Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient. Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient. En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen. En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft; Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.”

Laat alle respect gegeven worden aan wie ouder is, en laat zij die God eert, ook onder ons geëerd worden; maar laat niemand zichzelf eren, of eer voor zichzelf zoeken. Immers, in het Koninkrijk van Christus is de weg omhoog de weg omlaag. Handelde de Meester Zelf niet zo? Hij daalde neer, opdat Hij zou kunnen opstijgen en alle dingen vervullen; en zo moeten ook Zijn discipelen doen. Kleiner, en kleiner, en kleiner moeten wij worden; en zo zullen wij, in Zijn ogen, werkelijk groter, en groter, en groter worden.

U weet, broeders, dat het altijd zo zal zijn. Probeert iemand groot te zijn in de gemeente, dan denken zijn broeders op de een of andere manier meestal maar weinig van hem. Maar wie bereid is te dienen — wiens enige eerzucht het is zich in te zetten voor de eer van zijn Meester en voor het algemeen welzijn — geniet doorgaans veel meer eer dan hij ooit verwacht had. De weg om groot te zijn in de gemeente is anderen tot dienst te zijn, zachtmoedig en nederig te zijn, bereid anderen te bedienen. Wij hebben goede reden om de dienstknechten van onze broeders te zijn, wanneer wij bedenken welk een nederige plaats onze Heere Zelf op Zich genomen heeft.

Lukas 22:31-34.KruisverwijzingenJohannes 21:151 Petrus 5:8Zacharia 3:1Amos 9:9Job 1:6Romeinen 8:34Job 2:1Openbaring 12:10
— En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders. En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan. Maar Hij zeide: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult verloochend hebben, dat gij Mij kent.
“En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders. En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan. Maar Hij zeide: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult verloochend hebben, dat gij Mij kent.”

De satan koestert een dodelijke haat tegen al Gods volk, en zij mogen ervan verzekerd zijn dat hij hun ergens op hun weg naar de hemelse stad zal tegemoet treden. John Bunyan plaatst hem in zijn onsterfelijke allegorie op één bepaalde plek, en beschrijft hem als Apollyon, schrijlings op de weg, die zweert dat de pelgrim geen stap verder zal gaan. Maar de ontmoeting met Apollyon valt niet bij elke pelgrim op dezelfde plaats. God staat de satan toe Zijn volk zo te beproeven, omdat Hij weet hoe Hij dit tot Zijn eigen eer en tot hun bestwil zal doen uitwerken. Bepaalde genadegaven worden bij christenen nooit in hoge mate voortgebracht dan door zware verzoeking.

Maar wat is de grote bescherming van ons geloof? De voorbede van onze Zaligmaker! Gebed is altijd goed, altijd een gezegende zaak — maar let op dat kleine woordje in de tekst: Ik heb voor u gebeden. Het is de voorbede van Christus die ons geloof staande houdt.

Zo sprak Hij ook tegen Petrus, die vol vuur beloofde met Hem in de gevangenis en de dood te gaan. Het gevaar zal juist zijn, zei Hij, dat Petrus na zijn struikelen zijn geloof zal zien bezwijken; dáár had Hij in het bijzonder voor gebeden. Waar uw grootste gevaar ligt, daar heb Ik Mijn geschut van gebed geplaatst.

Lukas 22:35-40.KruisverwijzingenJesaja 53:12Lukas 21:37Mattheüs 6:13Lukas 10:4Lukas 9:3Lukas 22:46Mattheüs 10:9Handelingen 13:27
— En Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets. Hij zeide dan tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard. Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigen gerekend. Want ook die dingen, die van Mij geschreven zijn, hebben een einde. En zij zeiden: Heere! zie hier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg. En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen. En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.
“En Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets. Hij zeide dan tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard. Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigen gerekend. Want ook die dingen, die van Mij geschreven zijn, hebben een einde. En zij zeiden: Heere! zie hier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg.”

Aanvankelijk genoot onze Zaligmaker grote gunst bij het volk. Onder de dekking daarvan werden Zijn discipelen met eerbied en vriendelijkheid ontvangen, zodat zij, hoewel zij zonder buidel of male uitgingen, aan niets gebrek hadden. Maar nu waarschuwt Christus hun dat de zaken heel anders zullen komen te staan. Jezus staat op het punt te sterven, en de mensen zullen niet bereid zijn hen te herbergen; zij zullen nu hun eigen buidel en male nodig hebben. Voortdurend zullen zij in levensgevaar verkeren, en zij zullen nu het zwaard en de reiszak nodig hebben. Dat is alles wat de Zaligmaker bedoelde.

Een glimlach moet over het gelaat van de Zaligmaker gegleden zijn toen Hij zag hoe deerlijk zij Hem verkeerd begrepen. Hij bedoelde niet dat zij letterlijk zwaarden zouden dragen, maar dat zij voortaan door een vijandige wereld zouden moeten gaan, zonder vrienden of helpers te ontmoeten. Hij bedoelde stellig niet dat zij Hem met het zwaard zouden verdedigen, want twee van die wapenen zouden niet “genoeg” geweest zijn tegen de Romeinse soldaten die Hem kwamen grijpen. Hoe geneigd waren zij toch om letterlijk op te vatten wat Hij gewoon was in beeldspraak te zeggen. Net zo houden sommigen tot op de dag van vandaag vol dat het brood op de avondmaalstafel het lichaam van Christus is en het druivensap Zijn bloed.

Lukas 22:39-40.KruisverwijzingenLukas 21:37Mattheüs 6:13Lukas 22:46Mattheüs 21:1Johannes 18:1Efeze 6:181 Petrus 4:7Markus 14:32
— En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen. En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.
“En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen. En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.”

De hof van Gethsemé was dikwijls de plaats van het persoonlijk gebed van onze Heere geweest, en was daarom wel gekozen als toneel van Zijn hevige strijd met de vijand. Juist waar wij in het verborgene kracht van God ontvangen, kan het gebeuren dat wij daar ook onze zwaarste strijd te doorstaan hebben.

Lukas 22:41-44.KruisverwijzingenMattheüs 20:22Johannes 12:27Mattheüs 4:11Johannes 6:38Mattheüs 26:42Markus 14:36Johannes 5:30Johannes 18:11
— En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad, Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede. En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte. En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
“En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad, Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede. En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte. En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.”

Werd Hij verhoord? Ach, mijn broeders, Hij werd zeker verhoord. Juist in dat deel van Zijn gebed waar Hij Zijn eigen wil aan die van de Vader onderwierp lag het meest wezenlijke deel van Zijn gebed. Want hoezeer Hij ook terugdeinsde voor die bittere beker, nog meer deinsde Hij terug voor de gedachte in te gaan tegen de wil van Zijn Vader. Dat behoort het hart van al onze gebeden te zijn; wat wij ook vragen, dit moet boven alles onze roep zijn: niet zoals ik wil, maar zoals U wilt.

Wij kunnen deze woorden nu rustig en stil lezen; maar zij werden door onze Heere geuit met een hevigheid van angst die wij ons nauwelijks voor de geest kunnen halen. Zo verschrikkelijk was die worsteling, dat onze Zaligmaker geheel verzwakt en uitgeput raakte door de heftigheid van Zijn smeken.

Dit is zo’n duidelijk bewijs van Christus’ vernedering als mens, dat het sommigen overweldigd heeft; zij konden nauwelijks begrijpen hoe dit waar kon zijn. Vandaar dat dit drieënveertigste vers in sommige bijbelvertalingen is weggelaten. Maar in deze vernedering van onze Heere zien wij hoezeer Hij werkelijk been van ons been en vlees van ons vlees was. Ongetwijfeld ontvangen ook wij veel versterking van engelen: “Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?” En waarom zou Christus, Die in alle dingen aan Zijn broeders gelijk geworden is, niet ook door een engel versterkt worden?

Lukas was arts van beroep, weet u, en dus de meest aangewezene om dit verschijnsel op te tekenen. Het is, zo is ons verteld, wel eens gebeurd bij anderen in hevige angst of doodsstrijd dat hun zweet met bloed doortrokken raakte. Maar wij herinneren ons niet ooit van iemand anders dan onze Heere gelezen of gehoord te hebben dat van Hem gezegd kon worden: “Zijn zweet werd als grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.” Het Grieks draagt de gedachte van het uitrekken van de zenuwen; Christus bad tot het uiterste van de spanning van Zijn zenuwen. Zoals mensen worstelen om hun leven, zo spande Christus in het gebed elke kracht van geest en lichaam in om te overwinnen.

Lukas 22:45-46.KruisverwijzingenLukas 22:40Lukas 21:34Mattheüs 26:40Markus 14:40Markus 14:37Mattheüs 26:43Spreuken 6:4Jona 1:6
— En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid. En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.
“En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid. En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.”

Grote droefheid kan bij verschillende mensen geheel tegengestelde uitwerkingen hebben. In het geval van de Zaligmaker wekte zij Hem op tot een vreselijke ernst in het gebed; in het geval van de discipelen deed zij hen in slaap vallen. Het was al laat in de nacht, en zij waren slaperig en vermoeid; toch is geen tijd ongeschikt voor het gebed. Het gebed is nooit uit de tijd, en nooit overbodig. Wij weten nooit wanneer de verzoeking nabij is, laten wij dus zonder ophouden bidden tot Hem Die machtig is ons voor verzoeking te bewaren, of ons eruit te verlossen.

Lukas 22:47-53.KruisverwijzingenLukas 22:4Lukas 22:38Johannes 12:27Efeze 6:12Johannes 18:10Romeinen 12:21Handelingen 5:26Markus 14:48
— En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen. En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus? En die bij Hem waren, ziende, wat er geschieden zou, zeiden tot Hem: Heere, zullen wij met het zwaard slaan? En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af. En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem. En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar? Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.
“En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen. En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus? En die bij Hem waren, ziende, wat er geschieden zou, zeiden tot Hem: Heere, zullen wij met het zwaard slaan? En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af. En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem. En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar? Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.”

Het is opmerkelijk dat wij nergens in de Schrift lezen dat een van de andere apostelen van onze Heere — zelfs Johannes niet — Hem ooit gekust heeft. Het lijkt wel of de meest onbeschaamde vertrouwelijkheid het naast verwant is aan de laagste trouweloosheid. De elf zouden het een grote eer geacht hebben zelfs de voeten van Christus te mogen kussen. Maar Judas, die alle eerbied voor zijn Meester had verloren, hoefde niet veel verder te dalen om Hem eerst te verkopen, en Hem daarna met een kus te verraden. Merk op, broeders: onze Heere Jezus Christus wordt meestal op deze manier verraden. Hoe beginnen mensen bijvoorbeeld doorgaans hun boeken, wanneer zij het gezag van de Schrift willen ondermijnen? Juist met de verklaring dat zij de waarheid van Christus willen bevorderen! Daar is de Judaskus, en het verraad volgt spoedig daarna.

Er is altijd die neiging, zelfs onder christenen, om de hand aan het gevest van het zwaard te slaan, en de hand van een goed mens is nooit meer misplaatst dan daar. Heeft hij zijn handen gevouwen in het gebed, of gelegd op de beloften van God, dan is het wel. Maar een christen met zijn hand op zijn zwaard lijkt op een engel die zijn hand uitsteekt naar de ongerechtigheid.

Er lag geen blijvend nadeel in dit voorval; integendeel, het gaf opnieuw een blijk van de Goddelijke macht van Christus. Geen ander wonder van deze soort wordt elders in de Schrift genoemd: de genezing van een verwonding door geweld toegebracht, het herstel van een lidmaat dat afgehouwen was. Lukas is de enige evangelist die het vermeldt. Men heeft gemeend dat hij dit optekende omdat hij arts was, met een scherp oog voor genezingen — Christus raakte het oor van Malchus aan en genas hem.

Lukas 22:54-59.KruisverwijzingenMattheüs 26:57Markus 14:53Johannes 18:24Johannes 18:12Lukas 22:332 Kronieken 32:31Lukas 22:44Psalmen 28:3
— En zij grepen Hem en leidden Hem weg, en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde dat een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer.
“En zij grepen Hem en leidden Hem weg, en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde dat een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer. Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt.”

Ik acht hem wel te verontschuldigen voor dit volgen op een afstand; ik zie niet goed in hoe hij veel dichterbij had kunnen komen, want hij was al een opvallend man geworden. Die zwaardslag op het oor van Malchus had hem bijzonder onder de apostelen doen uitkomen, ook al was hij niet al te goed bekend geweest. Hij mengde zich onder de menigte, en volgde zijn Meester op zulk een afstand als hem veilig leek.

Toch mogen u en ik ervan verzekerd zijn, geliefde vrienden: volgen wij Christus van verre, dan zal het niet lang duren of wij verloochenen Hem. Discipelen die zich schamen voor hun Meester, die nooit openlijk uitkomen voor hun geloof in Hem, dragen de kiem van verraad al in zich. O broeders en zusters, wees moedig, en houd u dicht bij Christus, want dat is de weg om veilig te wandelen!

Lukas 22:60-62.KruisverwijzingenLukas 22:34Markus 14:71Mattheüs 26:74Johannes 18:27Mattheüs 26:34Lukas 10:41Markus 5:30Job 33:27
— Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk.
“En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk.”

God heeft alle dingen in Zijn hand, Hij heeft overal Zijn dienaren, en de haan zal kraaien door de verborgen beschikking van Zijn voorzienigheid, juist wanneer God wil. Er zit misschien evenveel Goddelijke beschikking in het kraaien van een haan als in de troonsbestijging van een keizer. Dingen zijn slechts klein of groot naar hun betekenis; en God rekende het kraaien van deze vogel geen kleine zaak, want het zou een dwalende terugbrengen tot zijn Zaligmaker. Juist toen de haan kraaide, keerde de Heere Zich om, en zag Petrus aan. Dat was een andere blik dan die het meisje hem had toegeworpen, maar deze blik brak zijn hart.

Hoevelen zijn er, die zondigen met Petrus, maar nooit wenen met Petrus! O, hebben wij ooit gezondigd zoals hij deed, laten wij dan nooit ophouden te wenen! Er bestaat een overlevering dat Petrus zijn leven lang geen haan meer hoorde kraaien zonder erover te wenen. Al is dat maar een overlevering, ik kan mij goed voorstellen dat het zo geweest is, want juist zo zou het een waarachtig boetvaardige vergaan.

Lukas 22:63-71.KruisverwijzingenMattheüs 27:1Markus 15:1Markus 16:19Lukas 23:3Johannes 18:22Handelingen 22:5Psalmen 110:1Mattheüs 5:22
— En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem. En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft? En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende. En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad, Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven; En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten; Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter hand der kracht Gods. En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben. En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.
“En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem. En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft? En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende. En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad, Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven; En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten; Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter hand der kracht Gods. En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben. En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.”

Terwijl deze bewakers Christus in hun macht hadden, hadden zij Hem op zijn minst met rust kunnen laten. Volgens de regels van elk beschaafd volk behoort een gevangene die in bewaring gehouden wordt, beschermd te worden tegen belediging en mishandeling zolang hij nog niet veroordeeld is. Wat zijn uiteindelijke straf ook mag zijn nadat hij berecht en schuldig bevonden is: zolang hij nog niet veroordeeld is, staat hij onder de bescherming van de staat die hem gevangen genomen heeft. Hij behoort niet aan belediging of geweld onderworpen te worden. Maar hier, alsof zij niets dan wilden waren, gaven de rechters van onze Heere Hem prijs aan de verworpelingen die zij voor hun vuile werk gebruikten. Die ellendige mensen behandelden Hem met een mengeling van wreedheid en spot.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Een barmhartige voorbede

Het Kruis

En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. Lukas 23:34 De voorbede van onze Heere Jezus is buitengewoon barmhartig. Degenen voor wie Hij bad verdienden Zijn…

Christus' gebed voor Petrus

Preken

Charles Haddon Spurgeon 22 januari 1882 Schrifttekst: Lucas 22:32 Uit: Metropolitan Tabernacle Pulpit Deel 45 Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Lukas 22:32a…

Satan en de heiligen

Voor Iedere Dag

De HEERE zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen op Mijn dienaar Job? (Job 1:8) Lees verder Lukas 22:31—34. Het valt me op dat Satan een…

Toch zal ik op Hem vertrouwen

Met Spurgeon Het Jaar Door

... maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Lukas 22:32 Tegen u die, jammer genoeg, in zonde gevallen bent nadat u uw geloof hebt…

Klem je vast aan je geloof

Met Spurgeon Het Jaar Door

... maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Lukas 22:32 Het is volstrekt zeker dat de tussenkomst van Christus er een is van een…

De tussenkomst van Christus

Met Spurgeon Het Jaar Door

... maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Lukas 22:32 Wat is de machtige bescherming van ons geloof? De tussenkomst van onze Heiland. Het…

Niet helemaal uit

Met Spurgeon Het Jaar Door

... maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Lukas 22:32 Arme Petrus! Hij heeft zijn Meester verloochend - en toch was het met zijn…

Vergoeding

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 Toen begon Hij ook in…

Het geloof

Met Spurgeon Het Jaar Door

... maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Lukas 22:32 Ik denk dat de satan het geloof ook aanvalt omdat het van al onze…

Let op uw geloof

Met Spurgeon Het Jaar Door

En de Heere zeide: Simon, Simon, zie, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof…

Verraadt u de Zoon des mensen met een kus?

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Verraadt u de Zoon des mensen met een kus? Lukas 22 vers 48 Een kus van een vijand is verraderlijk. Laat…

Ontzettend

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 O!, als wij de afschuwelijkheid…

Zijn zweet werd als grote druppels bloed

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" En Zijn zweet werd als grote druppels bloed, die op de aarde neervielen. Lukas 22 vers 44 De enorme druk die…

Conclusies

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 Ik zal besluiten met uit…

Afschuw 

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 Nu werd ook de…

Geestelijk slapen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Wat slaapt gij, staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. Lukas 22:46 Wanneer is de Christen het meest geneigd om…

Een beker

Korte Overdenkingen

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 Wat is het dan,…

Bemoediging

Korte Overdenkingen

En de Heere, zeide: Simon, Simon, zie, de satan heeft ulieden zeer begeerd te ziften als de tarwe; maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet…

Geïnspireerd

Korte Overdenkingen

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijkgrote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 Men moet zelf geïnspireerd zijn,…

Moedig

Korte Overdenkingen

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 Was het dan verwonderlijk,…

Maar Ik heb voor u gebeden

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Maar Ik heb voor u gebeden. Lucas 22:32 Hoe bemoedigend is de gedachte dat de Heiland nooit ophoudt voor ons te…

De worsteling in Gethsemané

Preken

En in zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote druppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 Nadat onze Heere met zijn…

Vreselijk

Korte Overdenkingen

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 Zo zijn we dan…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content