Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 40

1 Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 TroostH5162, troostH5162 Mijn volkH5971, zal ulieder GodH430 zeggenH559. Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen.

KJV Comfort1 ye, comfort2 ye my people,3 saith4 your God.

1 נַחֲמ֥וּ H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 2 נַחֲמ֖וּ H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 3 עַמִּ֑י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 יֹאמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 אֱלֹהֵיכֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 SpreektH1696 naarH413 het hartH3820 van JeruzalemH3389, en roeptH7121 haar toe, datH3588 haar strijdH6635 vervuldH4390 is, datH3588 haar ongerechtigheidH5771 verzoendH7521 is, datH3588 zij van de handH3027 des HEERENH3068 dubbelH3718 ontvangenH3947 heeft voor alH3605 haar zondenH2403. Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.

KJV Speak1 ye comfortably3 to Jerusalem,4 and cry5 unto her, that her warfare9 is accomplished,8 that her iniquity12 is pardoned:11 for she hath received14 of the LORD'S16 hand15 double17 for all her sins.

1 דַּבְּר֞וּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 לֵ֤ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 יְרֽוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 וְקִרְא֣וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 אֵלֶ֔יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 מָֽלְאָה֙ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 9 צְבָאָ֔הּ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 נִרְצָ֖ה H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 12 עֲוֺנָ֑הּ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 13 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 לָקְחָה֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 15 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 כִּפְלַ֖יִם H3718 dubbel, dubbelen double 18 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 חַטֹּאתֶֽיהָ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Een stemH6963 des roependenH7121 in de woestijnH4057: BereidtH6437 den wegH1870 des HEERENH3068, maakt rechtH3474 in de wildernisH6160 een baanH4546 voor onzen GodH430! Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God!

KJV The voice1 of him that crieth2 in the wilderness,3 Prepare4 ye the way5 of the LORD,6 make straight7 in the desert8 a highway9 for our God.

1 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 קוֹרֵ֔א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 3 בַּמִּדְבָּ֕ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 4 פַּנּ֖וּ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 5 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 יַשְּׁרוּ֙ H3474 recht, bevallig, beviel direct, fit, seem good (meet), [phrase] please (will), be (esteem, go) right (on), bring (look, make, take the) straight (way), be upright(-ly) 8 בָּעֲרָבָ֔ה H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה) 9 מְסִלָּ֖ה H4546 hogen weg, baan, straat causeway, course, highway, path, terrace 10 לֵאלֹהֵֽינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 AlleH3605 dalenH1516 zullen verhoogdH5375 worden, en alleH3605 bergenH2022 en heuvelenH1389 zullen vernederdH8213 worden; en wat kromH6121 isH1961, dat zal rechtH4334, en wat hobbelachtigH7406 is, dat zal tot een valleiH1237 gemaakt worden. Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden.

KJV Every valley2 shall be exalted,3 and every mountain5 and hill6 shall be made low:7 and the crooked9 shall be made straight,10 and the rough places11 plain:

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 גֶּיא֙ H1516 dal, dalen, vallei valley 3 יִנָּשֵׂ֔א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 6 וְגִבְעָ֖ה H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 7 יִשְׁפָּ֑לוּ H8213 vernederd, vernedert, vernederen abase, bring (cast, put) down, debase, humble (self), be (bring, lay, make, put) low(-er) 8 וְהָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 הֶֽעָקֹב֙ H6121 Arglistig, betreden, krom crooked, deceitful, polluted 10 לְמִישׁ֔וֹר H4334 rechtmatigheid, effen veld, vlakke land equity, even place, plain, right(-eously), (made) straight, uprightness 11 וְהָרְכָסִ֖ים H7406 hobbelachtig rough place 12 לְבִקְעָֽה H1237 vallei, dal, dalen plain, valley
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat het de mond des HEEREN gesproken heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 zal geopenbaardH1540 worden; en alleH3605 vleesH1320 te gelijk zal zienH7200, datH3588 het de mondH6310 des HEERENH3068 gesprokenH1696 heeft. En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat het de mond des HEEREN gesproken heeft.

KJV And the glory2 of the LORD3 shall be revealed,1 and all flesh6 shall see4 it together:7 for the mouth9 of the LORD10 hath spoken

1 וְנִגְלָ֖ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 2 כְּב֣וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 3 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 וְרָא֤וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 בָּשָׂר֙ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 7 יַחְדָּ֔ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 8 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 פִּ֥י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 10 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 דִּבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Een stemH6963 zegtH559: RoeptH7121! En hij zegtH559: WatH4100 zal ik roepenH7121? AlleH3605 vleesH1320 is grasH2682, en alH3605 zijn goedertierenheidH2617 als een bloemH6731 des veldsH7704. Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds.

KJV The voice1 said,2 Cry.3 And he said,4 What shall I cry?6 All flesh8 is grass,9 and all the goodliness11 thereof is as the flower12 of the field:

1 ק֚וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 אֹמֵ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 קְרָ֔א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 וְאָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 מָ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 אֶקְרָ֑א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הַבָּשָׂ֣ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 9 חָצִ֔יר H2682 gras, hooi, look grass, hay, herb, leek 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 חַסְדּ֖וֹ H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 12 כְּצִ֥יץ H6731 bloem, bloemen, plaat blossom, flower, plate, wing 13 הַשָּׂדֶֽה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Het grasH2682 verdortH3001, de bloemH6731 valtH5034 af, alsH3588 de GeestH7307 des HEERENH3068 daarin blaastH5380; voorwaarH403, het volkH5971 is grasH2682. Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.

KJV The grass2 withereth,1 the flower4 fadeth:3 because the spirit6 of the LORD7 bloweth8 upon it: surely10 the people12 is grass.

1 יָבֵ֤שׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 2 חָצִיר֙ H2682 gras, hooi, look grass, hay, herb, leek 3 נָ֣בֵֽל H5034 afvallen, afvalt, vervallen disgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither 4 צִ֔יץ H6731 bloem, bloemen, plaat blossom, flower, plate, wing 5 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 ר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 נָ֣שְׁבָה H5380 blaast, joeg, waaien (cause to) blow, drive away 9 בּ֑וֹ 10 אָכֵ֥ן H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 11 חָצִ֖יר H2682 gras, hooi, look grass, hay, herb, leek 12 הָעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Het grasH2682 verdortH3001, de bloemH6731 valtH5034 af; maar het WoordH1697 onzes GodsH430 bestaatH6965 in der eeuwigheidH5769. Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.

KJV The grass2 withereth,1 the flower4 fadeth:3 but the word5 of our God6 shall stand7 for ever.

1 יָבֵ֥שׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 2 חָצִ֖יר H2682 gras, hooi, look grass, hay, herb, leek 3 נָ֣בֵֽל H5034 afvallen, afvalt, vervallen disgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither 4 צִ֑יץ H6731 bloem, bloemen, plaat blossom, flower, plate, wing 5 וּדְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 אֱלֹהֵ֖ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 יָק֥וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 8 לְעוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg; o Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, hef uw stem op met macht, hef ze op, vrees niet, zeg den steden van Juda: Zie hier is uw God!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 O SionH6726, gij verkondigster van goede boodschapH1319, klimH5927 opH5921 een hogenH1364 bergH2022; o JeruzalemH3389, gij verkondigster van goede boodschapH1319, hefH7311 uw stemH6963 op met machtH3581, hefH7311 ze op, vreesH3372 nietH408, zegH559 den stedenH5892 van JudaH3063: ZieH2009 hier is uw GodH430! O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg; o Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, hef uw stem op met macht, hef ze op, vrees niet, zeg den steden van Juda: Zie hier is uw God!

KJV O Zion,7 that bringest good tidings,6 get thee up4 into the high3 mountain;2 O Jerusalem,12 that bringest good tidings,11 lift up8 thy voice10 with strength;9 lift it up,13 be not afraid;15 say16 unto the cities17 of Judah,18 Behold your God!

1 עַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 הַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 גָּבֹ֤הַ H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly 4 עֲלִי H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 לָךְ֙ 6 מְבַשֶּׂ֣רֶת H1319 boodschap, boodschappen, boodschapt messenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings 7 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 8 הָרִ֤ימִי H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 9 בַכֹּ֨חַ֙ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 10 קוֹלֵ֔ךְ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 11 מְבַשֶּׂ֖רֶת H1319 boodschap, boodschappen, boodschapt messenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings 12 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 הָרִ֨ימִי֙ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 14 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 15 תִּירָ֔אִי H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 16 אִמְרִי֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 לְעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 18 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 19 הִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 20 אֱלֹהֵיכֶֽם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 ZietH2009, de HeereH136 HEEREH3069 zal komenH935 tegen den sterkeH2389, en Zijn armH2220 zal heersenH4910; zietH2009, Zijn loonH7939 is bijH854 Hem, en Zijn arbeidsloonH6468 is voor Zijn aangezichtH6440. Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.

KJV Behold, the Lord2 GOD3 will come5 with strong4 hand, and his arm6 shall rule7 for him: behold, his reward10 is with him, and his work12 before

1 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 אֲדֹנָ֤י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 יְהוִה֙ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 4 בְּחָזָ֣ק H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er) 5 יָב֔וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 וּזְרֹע֖וֹ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 7 מֹ֣שְׁלָה H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 8 ל֑וֹ 9 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 10 שְׂכָרוֹ֙ H7939 loon, beloning, Loon hire, price, reward(-ed), wages, worth 11 אִתּ֔וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 12 וּפְעֻלָּת֖וֹ H6468 arbeidsloon, werk, werkloon labour, reward, wages, work 13 לְפָנָֽיו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Hij zal Zijn kuddeH5739 weidenH7462 gelijk een herderH7462; Hij zal de lammerenH2922 in Zijn armenH2220 vergaderenH6908, en in Zijn schootH2436 dragenH5375; de zogendenH5763 zal Hij zachtjes leidenH5095. Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

KJV He shall feed1 his flock2 like a shepherd:3 he shall gather5 the lambs6 with his arm,4 and carry8 them in his bosom,7 and shall gently lead10 those that are with young.

1 כְּרֹעֶה֙ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 2 עֶדְר֣וֹ H5739 kudde, kudden, schaapskudden drove, flock, herd 3 יִרְעֶ֔ה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 4 בִּזְרֹעוֹ֙ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 5 יְקַבֵּ֣ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 6 טְלָאִ֔ים H2922 lammeren lamb 7 וּבְחֵיק֖וֹ H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within 8 יִשָּׂ֑א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 9 עָל֖וֹת H5763 zogende, zogenden milch, (ewe great) with young 10 יְנַהֵֽל H5095 zachtjes leiden, geleidde, leidsman carry, feed, guide, lead (gently, on)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Wie heeft de wateren met Zijn vuist gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen, en heeft met een drieling het stof der aarde begrepen, en de bergen gewogen in een waag, en de heuvelen in een weegschaal?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 WieH4310 heeft de waterenH4325 met Zijn vuistH8168 gemetenH4058, en van de hemelenH8064 met de spanH2239 de maat genomenH8505, en heeft met een drielingH7991 het stofH6083 der aardeH776 begrepenH3557, en de bergenH2022 gewogenH8254 in een waagH6425, en de heuvelenH1389 in een weegschaalH3976? Wie heeft de wateren met Zijn vuist gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen, en heeft met een drieling het stof der aarde begrepen, en de bergen gewogen in een waag, en de heuvelen in een weegschaal?

KJV Who hath measured2 the waters4 in the hollow of his hand,3 and meted out7 heaven5 with the span,6 and comprehended8 the dust10 of the earth11 in a measure,9 and weighed12 the mountains14 in scales,13 and the hills15 in a balance?

1 מִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 מָדַ֨ד H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 3 בְּשָׁעֳל֜וֹ H8168 handvollen, vuist handful, hollow of the hand 4 מַ֗יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 וְשָׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 בַּזֶּ֣רֶת H2239 span span 7 תִּכֵּ֔ן H8505 recht, weegt, onrecht bear up, direct, be (un-)equal, mete, ponder, tell, weigh 8 וְכָ֥ל H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals) 9 בַּשָּׁלִ֖שׁ H7991 hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannen captain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin) 10 עֲפַ֣ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 11 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 וְשָׁקַ֤ל H8254 gewogen, woog, wegen pay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh 13 בַּפֶּ֨לֶס֙ H6425 waag scales, weight 14 הָרִ֔ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 15 וּגְבָע֖וֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 16 בְּמֹאזְנָֽיִם H3976 weegschaal, waag, wage balances
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Wie heeft den GeestH7307 des HEERENH3068 bestierdH8505, en wieH4310 heeft Hem als Zijn raadsmanH376 onderwezenH3045? Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?

KJV Who hath directed2 the Spirit4 of the LORD,5 or being his counsellor6 hath taught

1 מִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 תִכֵּ֥ן H8505 recht, weegt, onrecht bear up, direct, be (un-)equal, mete, ponder, tell, weigh 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 ר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 עֲצָת֖וֹ H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 8 יוֹדִיעֶֽנּוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Met wien heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen verstands?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 MetH854 wienH4310 heeft Hij raadH3289 gehouden, die Hem verstandH995 zou geven, en Hem zou lerenH3925 van het padH734 des rechtsH4941, en Hem wetenschapH1847 zou lerenH3925, en Hem zou bekendH3045 maken den wegH1870 des veelvoudigen verstandsH8394? Met wien heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen verstands?

KJV With whom took he counsel,3 and who instructed4 him, and taught5 him in the path6 of judgment,7 and taught8 him knowledge,9 and shewed12 to him the way10 of understanding?

1 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 2 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 3 נוֹעָץ֙ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 4 וַיְבִינֵ֔הוּ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 5 וַֽיְלַמְּדֵ֖הוּ H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 6 בְּאֹ֣רַח H734 paden, pad, weg manner, path, race, rank, traveller, troop, (by-, high-) way 7 מִשְׁפָּ֑ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 8 וַיְלַמְּדֵ֣הוּ H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 9 דַ֔עַת H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 10 וְדֶ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 תְּבוּנ֖וֹת H8394 verstand, verstandigheid, verstands discretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom 12 יוֹדִיעֶֽנּוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ziet, de volken zijn geacht als een druppel van een emmer, en als een stofje van de weegschaal; ziet, Hij werpt de eilanden henen als dun stof!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 ZietH2005, de volkenH1471 zijn geachtH2803 als een druppelH4752 van een emmerH1805, en als een stofjeH7834 van de weegschaalH3976; zietH2005, Hij werptH5190 de eilandenH339 henen als dun stofH1851! Ziet, de volken zijn geacht als een druppel van een emmer, en als een stofje van de weegschaal; ziet, Hij werpt de eilanden henen als dun stof!

KJV Behold, the nations2 are as a drop3 of a bucket,4 and are counted7 as the small dust5 of the balance:6 behold, he taketh up11 the isles9 as a very little thing.

1 הֵ֤ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 גּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 כְּמַ֣ר H4752 druppel drop 4 מִדְּלִ֔י H1805 emmer, emmeren bucket 5 וּכְשַׁ֥חַק H7834 wolken, hemel, hemels cloud, small dust, heaven, sky 6 מֹאזְנַ֖יִם H3976 weegschaal, waag, wage balances 7 נֶחְשָׁ֑בוּ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 8 הֵ֥ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 9 אִיִּ֖ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 10 כַּדַּ֥ק H1851 dun, dunne, klein dwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin 11 יִטּֽוֹל H5190 draag, nam, opgelegd bear, offer, take up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de Libanon is niet genoegzaam om te branden, en zijn gedierte is niet genoegzaam ten brandoffer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de LibanonH3844 is nietH369 genoegzaamH1767 om te brandenH1197, en zijn gedierteH2416 is nietH369 genoegzaamH1767 ten brandofferH5930. En de Libanon is niet genoegzaam om te branden, en zijn gedierte is niet genoegzaam ten brandoffer.

KJV And Lebanon1 is not2 sufficient3 to burn,4 nor the beasts5 thereof sufficient7 for a burnt offering.

1 וּלְבָנ֕וֹן H3844 Libanon Lebanon 2 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 3 דֵּ֖י H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 4 בָּעֵ֑ר H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 5 וְחַיָּת֔וֹ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 6 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 דֵּ֖י H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 8 עוֹלָֽה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Alle volken zijn als niets voor Hem; en zij worden bij Hem geacht minder dan niet, en ijdelheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 AlleH3605 volkenH1471 zijn als nietsH369 voor Hem; en zij worden bij Hem geachtH2803 minderH657 dan niet, en ijdelheidH8414. Alle volken zijn als niets voor Hem; en zij worden bij Hem geacht minder dan niet, en ijdelheid.

KJV All nations2 before him are as nothing; and they are counted7 to him less than nothing,5 and vanity.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 כְּאַ֣יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 נֶגְדּ֑וֹ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 5 מֵאֶ֥פֶס H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 6 וָתֹ֖הוּ H8414 woeste, ijdelheid, ijdelheden confusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness 7 נֶחְשְׁבוּ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 8 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Bij wienH4310 dan zult gij GodH410 vergelijkenH1819, of watH4100 gelijkenisH1823 zult gij op Hem toepassenH6186? Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?

KJV To whom then will ye liken3 God?4 or what likeness6 will ye compare

1 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 מִ֖י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 3 תְּדַמְּי֣וּן H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 4 אֵ֑ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 5 וּמַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 דְּמ֖וּת H1823 gelijkenis, gelijkheid fashion, like (-ness, as), manner, similitude 7 תַּ֥עַרְכוּ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 8 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 De werkmeester giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud, en giet er zilveren ketenen toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 De werkmeesterH2796 giet een beeldH6459, en de goudsmidH6884 overtrektH7554 het met goudH2091, en giet er zilverenH3701 ketenenH7577 toe. De werkmeester giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud, en giet er zilveren ketenen toe.

Ook in dit vers gietH5258 gietH6884

KJV The workman3 melteth2 a graven image,1 and the goldsmith4 spreadeth6 it over with gold,5 and casteth9 silver8 chains.

1 הַפֶּ֨סֶל֙ H6459 gesneden beeld, gesneden beelden, beeld carved (graven) image 2 נָסַ֣ךְ H5258 offeren, goot, geofferd cover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up) 3 חָרָ֔שׁ H2796 werkmeesters, timmerlieden, werkmeester artificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought 4 וְצֹרֵ֖ף H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 5 בַּזָּהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 6 יְרַקְּעֶ֑נּוּ H7554 uitgespannen, rekten, Uitgerekt beat, make broad, spread abroad (forth, over, out, into plates), stamp, stretch 7 וּרְתֻק֥וֹת H7577 ketenen chain 8 כֶּ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 9 צוֹרֵֽף H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Die verarmd is, dat hij niet te offeren heeft, die kiest een hout uit, dat niet verrotte; hij zoekt zich een wijzen werkmeester, om een beeld te bereiden, dat niet wankele.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Die verarmdH5533 is, dat hij niet te offerenH8641 heeft, die kiestH977 een houtH6086 uit, dat nietH3808 verrotteH7537; hij zoektH1245 zich een wijzenH2450 werkmeesterH2796, om een beeldH6459 te bereidenH3559, dat nietH3808 wankeleH4131. Die verarmd is, dat hij niet te offeren heeft, die kiest een hout uit, dat niet verrotte; hij zoekt zich een wijzen werkmeester, om een beeld te bereiden, dat niet wankele.

KJV He that is so impoverished1 that he hath no oblation2 chooseth6 a tree3 that will not rot;5 he seeketh9 unto him a cunning8 workman7 to prepare11 a graven image,12 that shall not be moved.

1 הַֽמְסֻכָּ֣ן H5533 gevaar, verarmd endanger, impoverish 2 תְּרוּמָ֔ה H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 3 עֵ֥ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 4 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יִרְקַ֖ב H7537 verrotte, verrotten rot 6 יִבְחָ֑ר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 7 חָרָ֤שׁ H2796 werkmeesters, timmerlieden, werkmeester artificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought 8 חָכָם֙ H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 9 יְבַקֶּשׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 10 ל֔וֹ 11 לְהָכִ֥ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 12 פֶּ֖סֶל H6459 gesneden beeld, gesneden beelden, beeld carved (graven) image 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יִמּֽוֹט H4131 wankelen, bewogen, wankele be carried, cast, be out of course, be fallen in decay, [idiom] exceedingly, fall(-ing down), be (re-) moved, be ready, shake, slide, slip
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Weet gijlieden niet? Hoort gij niet? Is het u van den beginne aan niet bekend gemaakt! Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 WeetH3045 gijlieden niet? HoortH8085 gij niet? Is het u van den beginneH7218 aan niet bekendH5046 gemaakt! Hebt gij op de grondvestenH4146 der aardeH776 niet geletH995? Weet gijlieden niet? Hoort gij niet? Is het u van den beginne aan niet bekend gemaakt! Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet?

KJV Have ye not known?2 have ye not heard?4 hath it not been told6 you from the beginning?7 have ye not understood10 from the foundations11 of the earth?

1 הֲל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 תֵֽדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תִשְׁמָ֔עוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 הֲל֛וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 הֻגַּ֥ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 7 מֵרֹ֖אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 לָכֶ֑ם 9 הֲלוֹא֙ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 הֲבִ֣ינֹתֶ֔ם H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 11 מוֹסְד֖וֹת H4146 fondamenten, gronden, grondvesten foundation 12 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Hij is het, Die daar zitH3427 bovenH5921 den klootH2329 der aardeH776, en derzelver inwonersH3427 zijn als sprinkhanenH2284; Hij is het, Die de hemelenH8064 uitspantH5186 als een dunnen doekH1852, en breidtH4969 ze uit als een tentH168, om te bewonenH3427; Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;

KJV It is he that sitteth1 upon the circle3 of the earth,4 and the inhabitants5 thereof are as grasshoppers;6 that stretcheth out7 the heavens9 as a curtain,8 and spreadeth them out10 as a tent11 to dwell in:

1 הַיֹּשֵׁב֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 ח֣וּג H2329 cirkel, kloot, omgang circle, circuit, compass 4 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְיֹשְׁבֶ֖יהָ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 כַּחֲגָבִ֑ים H2284 sprinkhaan, sprinkhanen, hagab locust 7 הַנּוֹטֶ֤ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 8 כַדֹּק֙ H1852 doek curtain 9 שָׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 10 וַיִּמְתָּחֵ֥ם H4969 breidt spread out 11 כָּאֹ֖הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 12 לָשָֽׁבֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Die de vorstenH7336 te nietH369 maakt; de richtersH8199 der aardeH776 maakt Hij tot ijdelheidH8414. Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid.

Ook in dit vers maaktH5414 maaktH6213

KJV That bringeth1 the princes2 to nothing; he maketh7 the judges4 of the earth5 as vanity.

1 הַנּוֹתֵ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 רוֹזְנִ֖ים H7336 vorsten, prinsen prince, ruler 3 לְאָ֑יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 שֹׁ֥פְטֵי H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 5 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 כַּתֹּ֥הוּ H8414 woeste, ijdelheid, ijdelheden confusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness 7 עָשָֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Ja, zij worden niet geplant, ja, zij worden niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stam wortelt niet in de aarde; ook als Hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren, en een stormwind zal hen als een stoppel wegnemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Ja, zij worden niet geplantH5193, ja, zij worden niet gezaaidH2232, ja, hun afgehouwen stamH1503 worteltH8327 niet in de aardeH776; ookH1571 als Hij op hen blazenH5398 zal, zo zullen zij verdorrenH3001, en een stormwindH5591 zal hen als een stoppelH7179 wegnemenH5375. Ja, zij worden niet geplant, ja, zij worden niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stam wortelt niet in de aarde; ook als Hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren, en een stormwind zal hen als een stoppel wegnemen.

KJV Yea, they shall not be planted;3 yea, they shall not be sown:6 yea, their stock11 shall not take root9 in the earth:10 and he shall also blow13 upon them, and they shall wither,15 and the whirlwind16 shall take18 them away as stubble.

1 אַ֣ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 2 בַּל H1077 niet, geenszins lest, neither, no, none (that...), not (any), nothing 3 נִטָּ֗עוּ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 4 אַ֚ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 5 בַּל H1077 niet, geenszins lest, neither, no, none (that...), not (any), nothing 6 זֹרָ֔עוּ H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 7 אַ֛ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 8 בַּל H1077 niet, geenszins lest, neither, no, none (that...), not (any), nothing 9 שֹׁרֵ֥שׁ H8327 uitgeworteld, ingeworteld, inwortelen (take, cause to take) root (out) 10 בָּאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 גִּזְעָ֑ם H1503 ronk, stam, tam stem, stock 12 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 13 נָשַׁ֤ף H5398 blazen, geblazen blow 14 בָּהֶם֙ 15 וַיִּבָ֔שׁוּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 16 וּסְעָרָ֖ה H5591 onweder, storm, stormwind storm(-y), tempest, whirlwind 17 כַּקַּ֥שׁ H7179 stoppel, stoppelen stubble 18 תִּשָּׂאֵֽם H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Bij wienH4310 dan zult gijlieden Mij vergelijkenH1819, dien Ik gelijk zij? zegtH559 de HeiligeH6918. Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige.

KJV To whom then will ye liken3 me, or shall I be equal?4 saith5 the Holy One.

1 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 3 תְדַמְּי֖וּנִי H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 4 וְאֶשְׁוֶ֑ה H7737 maakt, baat, besteld avail, behave, bring forth, compare, countervail, (be, make) equal, lay, be (make, a-) like, make plain, profit, reckon 5 יֹאמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 קָדֽוֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 HeftH5375 uw ogenH5869 op omhoogH4791, en zietH7200, WieH4310 deze dingen geschapenH1254 heeft; DieH428 in getalH4557 hun heirH6635 voortbrengtH3318; Die ze alleH3605 bij nameH8034 roeptH7121, vanwege de grootheidH7230 Zijner krachtenH202, en omdat Hij sterkH533 van vermogenH3581 is; er wordt er nietH3808 een gemistH5737. Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist.

KJV Lift up1 your eyes3 on high,2 and behold4 who hath created6 these things, that bringeth out8 their host10 by number:9 he calleth13 them all by names12 by the greatness14 of his might,15 for that he is strong16 in power;17 not one18 faileth.

1 שְׂאוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 מָר֨וֹם H4791 hoogte, hoogten, omhoog (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward 3 עֵינֵיכֶ֤ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 וּרְאוּ֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 מִי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 6 בָרָ֣א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 7 אֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 8 הַמּוֹצִ֥יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 בְמִסְפָּ֖ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 10 צְבָאָ֑ם H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 11 לְכֻלָּם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 בְּשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 יִקְרָ֔א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 14 מֵרֹ֤ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 15 אוֹנִים֙ H202 krachten, macht, kracht force, goods, might, strength, substance 16 וְאַמִּ֣יץ H533 sterk, kloekhartigste, machtige courageous, mighty, strong (one) 17 כֹּ֔חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 18 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 19 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 נֶעְדָּֽר H5737 gemist, ontbreekt, feilen dig, fail, keep (rank), lack
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israel! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 WaaromH4100 zegtH559 gij dan, o JakobH3290! en spreektH1696, o IsraelH3478! mijn wegH1870 is voor den HEEREH3068 verborgenH5641, en mijn rechtH4941 gaat van mijn GodH430 voorbijH5674? Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israel! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij?

KJV Why sayest2 thou, O Jacob,3 and speakest,4 O Israel,5 My way7 is hid6 from the LORD,8 and my judgment10 is passed over11 from my God?

1 לָ֤מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 תֹאמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יַֽעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 4 וּתְדַבֵּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 נִסְתְּרָ֤ה H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 7 דַרְכִּי֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 8 מֵֽיְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וּמֵאֱלֹהַ֖י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 מִשְׁפָּטִ֥י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 11 יַעֲבֽוֹר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 WeetH3045 gij het niet? Hebt gij niet gehoordH8085, dat de eeuwigeH5769 GodH430, de HEEREH3068, de SchepperH1254 van de eindenH7098 der aardeH776, nochH3808 moedeH3286 nochH3808 matH3021 wordt? Er is geen doorgrondingH2714 van Zijn verstandH8394. Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand.

KJV Hast thou not known?2 hast thou not heard,5 that the everlasting7 God,6 the LORD,8 the Creator9 of the ends10 of the earth,11 fainteth13 not, neither is weary?15 there is no searching17 of his understanding.

1 הֲל֨וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יָדַ֜עְתָּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 שָׁמַ֗עְתָּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 אֱלֹהֵ֨י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 עוֹלָ֤ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 בּוֹרֵא֙ H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 10 קְצ֣וֹת H7098 einden, einde, geringsten coast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle 11 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יִיעַ֖ף H3286 mat, moede, amechtig faint, cause to fly, (be) weary (self) 14 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יִיגָ֑ע H3021 gearbeid, moede, vermoeid faint, (make to) labour, (be) weary 16 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 17 חֵ֖קֶר H2714 onderzoeking, doorzoeken, doorgronding finding out, number, (un-) search(-able, -ed, out, -ing) 18 לִתְבוּנָתֽוֹ H8394 verstand, verstandigheid, verstands discretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Hij geeftH5414 den moedenH3287 krachtH3581, en Hij vermenigvuldigtH7235 de sterkteH6109 dien, die geenH369 krachtenH202 heeft. Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.

KJV He giveth1 power3 to the faint;2 and to them that have no might5 he increaseth7 strength.

1 נֹתֵ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לַיָּעֵ֖ף H3287 moede, moeden faint, weary 3 כֹּ֑חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 4 וּלְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 5 אוֹנִ֖ים H202 krachten, macht, kracht force, goods, might, strength, substance 6 עָצְמָ֥ה H6109 macht, sterkte abundance, strength 7 יַרְבֶּֽה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 De jongenH5288 zullen moedeH3286 en matH3021 worden, en de jongelingenH970 zullen gewisselijkH3782 vallenH3782; De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen;

KJV Even the youths2 shall faint1 and be weary,3 and the young men4 shall utterly5 fall:

1 וְיִֽעֲפ֥וּ H3286 mat, moede, amechtig faint, cause to fly, (be) weary (self) 2 נְעָרִ֖ים H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 3 וְיִגָ֑עוּ H3021 gearbeid, moede, vermoeid faint, (make to) labour, (be) weary 4 וּבַחוּרִ֖ים H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 5 כָּשׁ֥וֹל H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 6 יִכָּשֵֽׁלוּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Maar dien den HEEREH3068 verwachtenH6960, zullen de krachtH3581 vernieuwenH2498; zij zullen opvarenH5927 met vleugelenH83, gelijk de arendenH5404; zij zullen lopenH7323, en nietH3808 moedeH3021 worden; zij zullen wandelenH3212, en nietH3808 matH3286 worden. Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.

KJV But they that wait1 upon the LORD2 shall renew3 their strength;4 they shall mount up5 with wings6 as eagles;7 they shall run,8 and not be weary;10 and they shall walk,11 and not faint.

1 וְקוֹיֵ֤ H6960 verwacht, verwachten, wacht gather (together), look, patiently, tarry, wait (for, on, upon) 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 יַחֲלִ֣יפוּ H2498 veranderen, veranderd, veranderde abolish, alter, change, cut off, go on forward, grow up, be over, pass (away, on, through), renew, sprout, strike through 4 כֹ֔חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 5 יַעֲל֥וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 אֵ֖בֶר H83 vleugelen, vlerken (long-) wing(-ed) 7 כַּנְּשָׁרִ֑ים H5404 arend, arenden, arends eagle 8 יָר֨וּצוּ֙ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 9 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יִיגָ֔עוּ H3021 gearbeid, moede, vermoeid faint, (make to) labour, (be) weary 11 יֵלְכ֖וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יִיעָֽפוּ H3286 mat, moede, amechtig faint, cause to fly, (be) weary (self)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 40:1 Jesaja 51:12 Sefanja 3:14 2 Korinthe 1:4 Jeremia 31:10 Jesaja 49:13 Jesaja 51:3 Zacharia 9:9 1 Thessalonicenzen 4:18
Jesaja 40:2 Zacharia 9:12 Jesaja 61:7 Hosea 2:14 Jeremia 16:18 Habakuk 2:3 Jesaja 43:25 Openbaring 18:6 Jeremia 33:8
Jesaja 40:3 Markus 1:2 Johannes 1:23 Maleachi 3:1 Lukas 1:16 Mattheüs 3:1 Maleachi 4:5 Jesaja 57:14 Lukas 1:76
Jesaja 40:4 Lukas 3:5 Ezechiël 21:26 Jesaja 45:2 Jesaja 2:12 Job 40:11 Lukas 18:14 Jesaja 42:15 Psalmen 113:7
Jesaja 40:5 Habakuk 2:14 Lukas 3:6 Jesaja 52:10 2 Korinthe 4:6 Jesaja 6:3 Jesaja 1:20 Jesaja 58:14 Openbaring 21:23
Jesaja 40:6 Job 14:2 Psalmen 102:11 Psalmen 103:15 Jakobus 1:10 1 Petrus 1:24 Jesaja 58:1 Psalmen 90:5 Psalmen 92:7
Jesaja 40:7 Job 41:21
Jesaja 40:8 1 Petrus 1:25 Markus 13:31 Mattheüs 24:35 Mattheüs 5:18 Jesaja 55:10 Romeinen 3:1 Johannes 10:35 Psalmen 119:89
Jesaja 40:9 Jesaja 12:2 Jesaja 25:9 Jesaja 52:7 Efeze 6:19 Jesaja 61:1 Jesaja 58:4 1 Samuël 26:13 Handelingen 5:41
Jesaja 40:10 Openbaring 22:12 Jesaja 62:11 Jesaja 9:6 Psalmen 110:6 Jesaja 49:4 Jesaja 59:15 Openbaring 17:14 Zacharia 2:8
Jesaja 40:11 Micha 5:4 Ezechiël 34:23 Ezechiël 34:12 Psalmen 23:1 Ezechiël 34:31 Genesis 33:13 Openbaring 7:17 1 Petrus 2:25
Jesaja 40:12 Spreuken 30:4 Hebreeën 1:10 Psalmen 102:25 Jesaja 48:13 Psalmen 104:2 Job 38:4 Spreuken 8:26 Openbaring 20:11
Jesaja 40:13 1 Korinthe 2:16 Romeinen 11:34 Job 21:22 Johannes 1:13 Efeze 1:11 Job 36:22 Lukas 10:22
Jesaja 40:14 Job 21:22 Kolossenzen 2:3 1 Korinthe 12:4 Jakobus 1:17
Jesaja 40:15 Jeremia 10:10 Jesaja 40:22 Jesaja 59:18 Jesaja 41:5 Jesaja 11:11 Jesaja 66:19 Daniël 11:18 Sefanja 2:11
Jesaja 40:16 Micha 6:6 Psalmen 40:6 Hebreeën 10:5 Psalmen 50:9
Jesaja 40:17 Psalmen 62:9 Daniël 4:34 Job 25:6 Jesaja 29:7 2 Korinthe 12:11
Jesaja 40:18 Jesaja 46:5 Handelingen 17:29 1 Samuël 2:2 Jesaja 40:25 Exodus 8:10 Exodus 9:14 Exodus 15:11 Exodus 20:4
Jesaja 40:19 Habakuk 2:18 Jeremia 10:9 Psalmen 115:4 Jesaja 37:18 Jesaja 2:20 Jeremia 10:3 Exodus 32:2 Hosea 8:6
Jesaja 40:20 Jeremia 10:3 Jesaja 46:7 1 Samuël 5:3 Jesaja 41:7 Jesaja 2:8 Daniël 5:23 Jesaja 44:13
Jesaja 40:21 Handelingen 14:17 Jesaja 51:13 Romeinen 1:28 Psalmen 19:1 Psalmen 115:8 Romeinen 1:19 Jesaja 48:13 Jesaja 46:8
Jesaja 40:22 Numeri 13:33 Psalmen 104:2 Job 9:8 Jesaja 42:5 Jesaja 40:17 Psalmen 102:25 Psalmen 29:10 Psalmen 68:33
Jesaja 40:23 Psalmen 107:40 Job 12:21 Jeremia 25:18 Jesaja 34:12 Job 34:19 Jesaja 23:9 Lukas 1:51 Openbaring 19:18
Jesaja 40:24 Jesaja 41:16 Jesaja 17:13 Job 18:16 Jeremia 22:30 Nahum 1:14 1 Koningen 21:21 Jesaja 40:7 Jesaja 14:21
Jesaja 40:25 Jesaja 40:18 Deuteronomium 4:33 Deuteronomium 4:15 Deuteronomium 5:8
Jesaja 40:26 Jesaja 51:6 Jesaja 48:13 Psalmen 89:11 Jeremia 32:17 Kolossenzen 1:16 Deuteronomium 4:19 Psalmen 102:25 Psalmen 8:3
Jesaja 40:27 Lukas 18:7 Jesaja 49:4 Job 27:2 Jesaja 49:14
Jesaja 40:28 Psalmen 147:5 Romeinen 11:33 Handelingen 13:47 Johannes 5:17 1 Korinthe 6:3 Psalmen 138:8 Genesis 21:33 Jeremia 4:22
Jesaja 40:29 Jesaja 41:10 Filippenzen 4:13 2 Korinthe 12:9 Psalmen 29:11 Jeremia 31:25 Zacharia 10:12 Kolossenzen 1:11 Jesaja 50:4
Jesaja 40:30 Psalmen 33:16 Jesaja 13:18 Amos 2:14 Jesaja 9:17 Prediker 9:11 Jeremia 6:11 Psalmen 34:10 Psalmen 39:5
Jesaja 40:31 2 Korinthe 4:16 Psalmen 103:5 Klaagliederen 3:25 2 Korinthe 12:9 Psalmen 27:13 Hebreeën 12:1 Galaten 6:9 2 Korinthe 4:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 40 vers 1

ulieder Te weten Christus, waarachtig God in het vlees geopenbaard.

Hertaald: ulieder Namelijk: Christus, waarachtig God, geopenbaard in het vlees.

zeggen Te weten tot de apostelen en al degenen, die Hij zal uitzenden om het Evangelie te prediken.

Hertaald: zeggen Namelijk: tot de apostelen en allen die Hij zal uitzenden om het Evangelie te prediken.

Jesaja 40 vers 2

Spreekt Te weten ten tijde der verschijning van Christus in het vlees.

Hertaald: Spreekt Namelijk: in de tijd van de verschijning van Christus in het vlees.

naar het hart Dat is, vriendelijk en troostelijk. Zie Gen. 34:3 .

Hertaald: naar het hart Dat is: vriendelijk en troostrijk. Zie Gen. 34:3.

van Jeruzalem, Dat is, van de burgers te Jeruzalem en de kerk Gods in het algemeen.

Hertaald: van Jeruzalem, Dat is: van de burgers van Jeruzalem en van de kerk van God in het algemeen.

roept haar toe, Of, predikt haar.

Hertaald: roept haar toe, Of: predikt haar.

haar strijd Aldus noemt hij allerlei ellende en zwarigheid, waarmede zij te strijden hadden gehad, toen God hem met dezelve bezocht had; in het bijzonder kan men hieronder verstaan de zware oorlogen, waarmede het Joodse volk vóór de tijden van Christus is bezocht geweest; en versta wijders inzonderheid de vijandschap tussen God en ons, die door Christus den Middelaar is weggenomen. Anders: hun gezetten tijd. Zie de aantekening Job 7:1 .

Hertaald: haar strijd Zo noemt hij allerlei ellende en moeite waarmee zij te strijden gehad hadden toen God hen daarmee bezocht had. In het bijzonder kan men daaronder de zware oorlogen verstaan waarmee het Joodse volk vóór de tijd van Christus bezocht is; en versta er verder vooral de vijandschap tussen God en ons onder, die door Christus de Middelaar weggenomen is. Anders: hun vastgestelde tijd. Zie de aantekening bij Job 7:1.

ongerechtigheid Dat is, al hunne zonden.

Hertaald: ongerechtigheid Dat is: al hun zonden.

verzoend is, Hebreeuws, aangenaam, of welgevallig is geworden; namelijk God den Heere; dat is de boetvaardige zondaars zijn in genade ontvangen door de voldoening van onzen Heere Christus en de vergeving hunner zonden. Vergelijk boven Jes. 27:9 .

Hertaald: verzoend is, Hebreeuws: aangenaam of welgevallig geworden is, namelijk aan God de HEERE — dat is: de boetvaardige zondaars zijn in genade aangenomen door de voldoening van onze Heere Christus en door de vergeving van hun zonden. Vergelijk hierboven Jes. 27:9.

dat zij van de hand Of, want zij heeft van, enz. Als God zijn volk kastijdt, en dat dan hetzelve zich onder zijn slaande hand verootmoedigt, zo worden terstond de ingewanden zijner barmhartigheid [gelijk de Schriftuur menselijk van God spreekt] over hetzelve beroerd, en het berouwt Hem dat Hij hen hard geslagen heeft; zie Jer. 16:18 .

Hertaald: dat zij van de hand Of: want zij heeft van, enzovoort. Wanneer God Zijn volk kastijdt en het zich dan onder Zijn slaande hand verootmoedigt, worden de ingewanden van Zijn barmhartigheid — zoals de Schrift op menselijke wijze over God spreekt — meteen over hen bewogen, en berouwt het Hem dat Hij hen hard geslagen heeft; zie Jer. 16:18.

dubbel Dat is, overvloedig genoeg; vergelijk Jer. 16:18 , en Jer. 17:18 , ook onder Jes. 61:7 .

Hertaald: dubbel Dat is: ruimschoots genoeg; vergelijk Jer. 16:18 en Jer. 17:18, en ook hieronder Jes. 61:7.

Jesaja 40 vers 3

Een stem Te weten ten tijde der komst van Christus.

Hertaald: Een stem Namelijk: in de tijd van de komst van Christus.

des roependen Of, van den prediker; te weten van Johannes den Doper. Zie Mal. 3:1 ; Matt. 3:3 ; Marc. 1:3 ; Luc. 3:4 ; Joh. 1:23 .

Hertaald: des roependen Of: van de prediker, namelijk van Johannes de Doper. Zie Mal. 3:1, Matth. 3:3, Mark. 1:3, Luk. 3:4 en Joh. 1:23.

Bereidt den weg Dat is, weert uit uwe harten alle boosheid en verdorvenheid, en zoekt bij Christus vergeving derzelve, opdat Hij tot u inkere en in uwe harten wone.

Hertaald: Bereidt den weg Dat is: weert uit uw hart alle boosheid en verdorvenheid en zoekt bij Christus de vergeving daarvan, opdat Hij bij u binnenkomt en in uw hart woont.

in de wildernis Aldus noemt Hij de zondige wereld, of de boosheid der mensen in dezelve. Of, deze woorden kunnen zien op de plaats, waar Johannes de Doper gepredikt heeft.

Hertaald: in de wildernis Zo noemt Hij de zondige wereld, of de boosheid van de mensen daarin. Of deze woorden kunnen zien op de plaats waar Johannes de Doper gepredikt heeft.

baan Of, gehoogden weg, straat.

Hertaald: baan Of: verhoogde weg, straat.

Jesaja 40 vers 4

Alle dalen Dat is, hij zal alles richtig en effen maken, de harten der uitverkorenen zullen tot God bekeerd worden, te weten door de predikatie van Johannes den Doper. Zie Luc. 1:16-17 .

Hertaald: Alle dalen Dat is: Hij zal alles recht en effen maken; de harten van de uitverkorenen zullen tot God bekeerd worden, namelijk door de prediking van Johannes de Doper. Zie Luk. 1:16-17.

alle bergen Dat is, de hovaardigen en schijnheiligen zullen gedeemoedigd en tot kennis hunner zonden gebracht worden.

Hertaald: alle bergen Dat is: de hoogmoedigen en schijnheiligen zullen vernederd en tot kennis van hun zonden gebracht worden.

wat krom is, Dat is, de schalksheid en boosheid zal veranderd worden in eenvoudigheid en oprechtheid.

Hertaald: wat krom is, Dat is: de sluwheid en boosheid zal veranderd worden in eenvoud en oprechtheid.

hobbelachtig is, Of, hoekig.

Hertaald: hobbelachtig is, Of: hoekig.

een vallei Dat is, tot een effen land.

Hertaald: een vallei Dat is: tot een effen land.

Jesaja 40 vers 5

de heerlijkheid Dat is, de grote genade en goedertierenheid des Heeren over zijn volk en de eer zijner waarheid, doende hetgeen Hij tevoren beloofd had.

Hertaald: de heerlijkheid Dat is: de grote genade en goedertierenheid van de HEERE over Zijn volk en de eer van Zijn waarheid, doordat Hij doet wat Hij tevoren beloofd had.

zal geopenbaard Te weten in den persoon van den Messias, door zijne menschwording en goddelijke wonderen; Joh. 1:14 ; 1 Tim. 3:16 .

Hertaald: zal geopenbaard Namelijk: in de persoon van de Messias, door Zijn menswording en Zijn goddelijke wonderen; Joh. 1:14 en 1 Tim. 3:16.

vlees Dat is, alle uitverkorenen, van wat staat zij zijn, gelijk onder Jes. 66:23 .

Hertaald: vlees Dat is: alle uitverkorenen, van welke stand ook, zoals hieronder in Jes. 66:23.

zien, Dat is, geloven en belijden.

Hertaald: zien, Dat is: geloven en belijden.

dat het Dat is, dat de Heere waarachtig is in al zijne beloften. Of aldus: Alle vlees tegelijk zal het zien, want de mond des Heeren heeft het gesproken. Of, alle vlees tegelijk zal zien dat de mond des Heeren [te weten Christus ] spreekt, te weten lerende in het Joodse land. Zie vs.9.

Hertaald: dat het Dat is: dat de HEERE waarachtig is in al Zijn beloften. Of zo: alle vlees tegelijk zal het zien, want de mond van de HEERE heeft het gesproken. Of: alle vlees tegelijk zal zien dat de mond van de HEERE — namelijk Christus — spreekt, namelijk terwijl Hij onderwijst in het Joodse land. Zie vers 9.

Jesaja 40 vers 6

Een stem zegt Te weten de stem Gods, die de profeten, apostelen, evangelisten en alle getrouwe leraars onderwijst in de leer der waarheid, die zij den mensen moeten voordragen.

Hertaald: Een stem zegt Namelijk: de stem van God, Die de profeten, apostelen, evangelisten en alle getrouwe leraars onderwijst in de leer van de waarheid, die zij de mensen moeten voorhouden.

Roept Of, predikt. Alzo straks wedeRom.

Hertaald: Roept Of: predikt. Zo ook meteen daarna.

hij zegt Te weten, elkeen der dienaren Gods.

Hertaald: hij zegt Namelijk: ieder van de dienaren van God.

Alle vlees Dat is, alle mensen, zodanig als zij van nature zijn; Ps. 102:12 , en Ps. 103:15 . Zie ook Ps. 56:5 , en Jak. 1:10 ; 1 Petr. 1:24 .

Hertaald: Alle vlees Dat is: alle mensen, zoals zij van nature zijn; Ps. 102:12 en Ps. 103:15. Zie ook Ps. 56:5, Jak. 1:10 en 1 Petr. 1:24.

gras, Dat is, zo vergankelijk als gras en gans van gene waarde, zodat zij buiten zichzelven hunne zaligheid zoeken moeten.

Hertaald: gras, Dat is: even vergankelijk als gras en volstrekt zonder waarde, zodat zij hun zaligheid buiten zichzelf moeten zoeken.

al zijn goedertierenheid Dat is, alles wat het goede vermag, aangaande het tijdelijke leven en het beleid van dien; zie 1 Petr. 1:24 .

Hertaald: al zijn goedertierenheid Dat is: alles wat het aan goeds vermag met betrekking tot het tijdelijke leven en de inrichting daarvan; zie 1 Petr. 1:24.

Jesaja 40 vers 7

het volk is gras Niet alleen de algemene hoop van het zondige volk, maar ook zelfs het volk Gods.

Hertaald: het volk is gras Niet alleen de grote massa van het zondige volk, maar zelfs het volk van God.

Jesaja 40 vers 8

bestaat Want het is een onvergankelijk zaad, door hetwelk wij wedergeboren worden ten eeuwigen leven; 1 Petr. 1:23 , 1 Petr. 1:25 .

Hertaald: bestaat Want het is een onvergankelijk zaad, waardoor wij wedergeboren worden tot het eeuwige leven; 1 Petr. 1:23 en 1 Petr. 1:25.

Jesaja 40 vers 9

O Sion Alwaar de apostelen met de kracht uit de hoogte zouden aangedaan worden, en vanwaar het Evangelie zou uitgaan om door de ganse wereld uitgebreid te worden; zie Jes. 2:3 ; Mi. 4:2 ; Hand. 2:8 .

Hertaald: O Sion Waar de apostelen met de kracht uit de hoogte bekleed zouden worden, en vanwaar het Evangelie zou uitgaan om over de hele wereld verbreid te worden; zie Jes. 2:3, Micha 4:2 en Hand. 2:8.

verkondigster Anderen vertalen dit vs. aldus: O gij [ziel], die een goede boodschap brengt aan Zion. Of, O gij predikster, of verkondigster van goede boodschap aan Zion. En zo in het volgende lid.

Hertaald: verkondigster Anderen vertalen dit vers zo: o u die een goede boodschap aan Sion brengt. Of: o u, predikster of verkondigster van goede boodschap aan Sion. En zo ook in het volgende zinsdeel.

goede boodschap, Versta hier door de goede boodschap de zaligheid door Christus.

Hertaald: goede boodschap, Versta onder de goede boodschap hier de zaligheid door Christus.

uw God Te weten Jezus Christus, zie Hand. 2, 3, 4, 5.

Hertaald: uw God Namelijk: Jezus Christus; zie Hand. 2, 3, 4 en 5.

Jesaja 40 vers 10

de Heere HEERE Te weten Christus. Dit zijn nu de woorden van den profeet.

Hertaald: de Heere HEERE Namelijk: Christus. Dit zijn nu de woorden van de profeet.

tegen den sterke, Te weten den duivel van de hel, Matt. 12:29 ; Joh. 12:31 ; Kol. 2:15 ; Hebr. 2:14 ; 1 Joh. 3:8 . Anders: met een sterke [hand].

Hertaald: tegen den sterke, Namelijk: de duivel van de hel, Matth. 12:29, Joh. 12:31, Kol. 2:15, Hebr. 2:14 en 1 Joh. 3:8. Anders: met een sterke hand.

zal heersen; Anders, zal over hem [te weten den Satan] heersen; dat is, Christus zal den duivel overwinnen. [Alzo wordt heersen voor overwinnen genomen, onder Jes. 41:2 ] . Hij zal hem zijne wapenen uittrekken en zijne macht benemen. Vergelijk Luc. 11:21 ; Joh. 12:31 ; Kol. 2:15 ; Hebr. 2:14 .

Hertaald: zal heersen; Anders: zal over hem — namelijk over de satan — heersen, dat is: Christus zal de duivel overwinnen. Zo wordt heersen voor overwinnen genomen in Jes. 41:2. Hij zal hem zijn wapens ontnemen en zijn macht wegnemen. Vergelijk Luk. 11:21, Joh. 12:31, Kol. 2:15 en Hebr. 2:14.

Zijn loon Dat is, de straf, die Hij dien sterke en deszelfs aanhangers geven zal, te weten den Satan en den goddelozen mensen, dien zal Hij de eeuwige verdoemenis geven en de genadige beloning aan zijne uitverkorenen. Vergelijk Rom. 2:6 ; Openb. 22:12 .

Hertaald: Zijn loon Dat is: de straf die Hij die sterke en zijn aanhang zal geven, namelijk de satan en de goddeloze mensen: hun zal Hij de eeuwige verdoemenis geven, en aan Zijn uitverkorenen de genadige beloning. Vergelijk Rom. 2:6 en Openb. 22:12.

bij Hem, Te weten bij den Heere; gelijk Jes. 62:11 .

Hertaald: bij Hem, Namelijk: bij de HEERE, zoals in Jes. 62:11.

Zijn arbeidsloon Hebreeuws, zijn werk; dat is, werkloon, of vergelding, die Hij den mensen naar hun werk geven zal; vergelijk Jer. 22:13 , met de aantekening.

Hertaald: Zijn arbeidsloon Hebreeuws: Zijn werk — dat is: werkloon, of de vergelding die Hij de mensen naar hun werk zal geven; vergelijk Jer. 22:13 met de aantekening.

Jesaja 40 vers 11

Zijn kudde Dat is, zijne schapen, de gelovigen. Zie Ezech. 34:23-24 , en Job 10:11 .

Hertaald: Zijn kudde Dat is: Zijn schapen, de gelovigen. Zie Ezech. 34:23-24 en Job 10:11.

weiden Dat is, onderrichten en onderwijzen door de predikatie van zijn Woord.

Hertaald: weiden Dat is: onderrichten en onderwijzen door de prediking van Zijn Woord.

de lammeren Dat is, de nederigen en verslagenen van gemoed zal Hij vriendelijk aannemen en troosten; Matt. 11:28 .

Hertaald: de lammeren Dat is: de nederigen en verslagenen van gemoed zal Hij vriendelijk aannemen en troosten; Matth. 11:28.

zogenden Of, dragende.

Hertaald: zogenden Of: dragende.

Jesaja 40 vers 12

Wie heeft Alsof hij zeide: Heeft het niet Jezus Christus, als een almachtig God, gedaan? wiens macht, wijsheid en majesteit oneindelijk en onbegrijpelijk zijn.

Hertaald: Wie heeft Alsof hij zei: heeft Jezus Christus dat niet gedaan, als almachtig God, Wiens macht, wijsheid en majesteit oneindig en onbegrijpelijk zijn?

met Zijn vuist Of, met zijn holle hand.

Hertaald: met Zijn vuist Of: met Zijn holle hand.

een drieling Zie de aantekening Ps. 80:6 .

Hertaald: een drieling Zie de aantekening bij Ps. 80:6.

Jesaja 40 vers 13

den Geest Vergelijk Rom. 11:34 , en 1 Kor. 2:16 .

Hertaald: den Geest Vergelijk Rom. 11:34 en 1 Kor. 2:16.

bestierd, Of, afgemeten, of afgewogen; dat is volkomenlijk gekend.

Hertaald: bestierd, Of: afgemeten, of afgewogen — dat is: volkomen gekend.

onderwezen? Of, geleerd. Hebreeuws, kennis gegeven, of wetende gemaakt.

Hertaald: onderwezen? Of: geleerd. Hebreeuws: kennis gegeven, of wetend gemaakt.

Jesaja 40 vers 14

Met wien Alsof hij zeide: Wie durft zich beroemen dat hij den Heere heeft gewezen den weg, dien Hij ingaan en houden moet om zijne schepselen wijs en rechtvaardig te regeren?

Hertaald: Met wien Alsof hij zei: wie durft zich erop te beroemen dat hij de HEERE de weg gewezen heeft die Hij moet inslaan en houden om Zijn schepselen wijs en rechtvaardig te regeren?

die Hem verstand Of, die hem verstandig zou maken.

Hertaald: die Hem verstand Of: die Hem verstandig zou maken.

veelvoudigen Hebreeuws, der verstandigheden.

Hertaald: veelvoudigen Hebreeuws: van de verstandigheden.

Jesaja 40 vers 15

zijn geacht Te weten van den Heere, en bij Hem vergeleken zijnde.

Hertaald: zijn geacht Namelijk: door de HEERE, en dan met Hem vergeleken.

als een druppel Te weten als een druppel, die aan een emmer vol water blijft hangen, of als een dropje water, dat in een emmer blijft nadat er het water uitgegoten is.

Hertaald: als een druppel Namelijk: als een druppel die aan een volle emmer water blijft hangen, of als een druppeltje water dat in een emmer achterblijft nadat het water eruit gegoten is.

van de weegschaal; Dat is, dat in de weegschaal blijft, te weten als men poeder of gestoten kruid of iets dergelijks daarin gewogen heeft.

Hertaald: van de weegschaal; Dat is: wat in de weegschaal achterblijft, namelijk wanneer men er poeder of gestampt kruid of iets dergelijks in gewogen heeft.

werpt Of, Hij ligt, of heft op; te weten om weg te werpen.

Hertaald: werpt Of: Hij tilt op, of heft op, namelijk om weg te werpen.

Jesaja 40 vers 16

de Libanon Dat is, de bomen van den Libanon.

Hertaald: de Libanon Dat is: de bomen van de Libanon.

is niet genoegzaam Dat is, zou niet genoeg hout kunnen leveren, te weten als men den Heere naar zijne waardigheid en hoogheid zou vereren met genoegzame menigte van brandoffers.

Hertaald: is niet genoegzaam Dat is: zou niet genoeg hout kunnen leveren, namelijk wanneer men de HEERE naar Zijn waardigheid en hoogheid zou willen eren met een toereikende hoeveelheid brandoffers.

om te branden, Anders: om [het brandoffer] te verbranden.

Hertaald: om te branden, Anders: om het brandoffer te verbranden.

zijn gedierte Te weten van den Libanon, dat is, de dieren, die op den berg Libanon weiden.

Hertaald: zijn gedierte Namelijk: van de Libanon, dat is: de dieren die op de berg Libanon weiden.

Jesaja 40 vers 17

zijn als niets Te weten vergeleken zijnde bij den groten en almogenden God; Dan. 4:35 .

Hertaald: zijn als niets Namelijk: wanneer zij vergeleken worden met de grote en almachtige God; Dan. 4:35.

ijdelheid Of, woest; zie de aantekening Gen. 1:2 .

Hertaald: ijdelheid Of: woest; zie de aantekening bij Gen. 1:2.

Jesaja 40 vers 18

dan zult gij Te weten, dewijl Hij zulk een groot en machtig God is, en zo vol van majesteit.

Hertaald: dan zult gij Namelijk: omdat Hij zo'n groot en machtig God is en zo vol majesteit.

Jesaja 40 vers 19

De werkmeester Het Hebreeuwse woord betekent een handwerksman in het koper, of in het ijzer, of in het hout; hier betekent het een kopergieter; want daar volgt straks dat het de goudsmid verguldt; vs.20 betekent het een timmerman of beeldsnijder.

Hertaald: De werkmeester Het Hebreeuwse woord betekent een handwerksman in koper, ijzer of hout; hier betekent het een kopergieter, want er volgt meteen dat de goudsmid het verguldt. In vers 20 betekent het een timmerman of beeldsnijder.

een beeld, Het Hebreeuwse woord betekent wel eigenlijk een gesneden of gegraveerd beeld, maar hier wordt het genomen voor een gegoten beeld.

Hertaald: een beeld, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een gesneden of gegraveerd beeld, maar hier wordt het genomen voor een gegoten beeld.

de goudsmid Eigenlijk betekent het Hebreeuwse woord een getier of smelter.

Hertaald: de goudsmid Eigenlijk betekent het Hebreeuwse woord een gieter of smelter.

overtrekt Hebreeuws, rekt, of spant het uit. Gen. 1:6 is hetzelfde Hebreeuwse woord. De zin is hier: De goudsmid spreidt het goud eerst uit, te weten als hij het in dunne platen of bladen slaat; daarna overtrekt hij het beeld daarmede.

Hertaald: overtrekt Hebreeuws: rekt of spant het uit. In Gen. 1:6 staat hetzelfde Hebreeuwse woord. De betekenis is hier: de goudsmid spreidt het goud eerst uit, namelijk wanneer hij het tot dunne platen of bladen slaat, en daarna overtrekt hij het beeld ermee.

giet Hebreeuws, hij giet, of smelt zilveren ketenen; te weten om het beeld daaraan vast te maken, dat het niet afvalle; of om hetzelve daarmede te versieren.

Hertaald: giet Hebreeuws: hij giet of smelt zilveren ketenen, namelijk om het beeld daaraan vast te maken zodat het niet omvalt, of om het ermee te versieren.

Jesaja 40 vers 20

dat hij niet Dat is, dat hij geen koper heeft, hetwelk hij den kopergieter brenge, noch goud, noch zilver, dat hij den goudsmid brenge. De zin is: die zo arm is, dat hij niet veel missen kan om een kostelijk beeld te laten maken. Anderen: die arm is, die kiest ter offerande een hout uit, dat niet verrot. Anderen: is in een gevaar; een offerande, te weten belooft hij, hoe betaalt hij die? Hij kiest een hout uit, dat niet verrot, en dat offert hij in de plaats van goud of zilver.

Hertaald: dat hij niet Dat is: dat hij geen koper heeft om naar de kopergieter te brengen, en geen goud of zilver om naar de goudsmid te brengen. De betekenis is: iemand die zo arm is dat hij niet veel kan missen om een kostbaar beeld te laten maken. Anderen: wie arm is, kiest tot offerande een hout uit dat niet verrot. Anderen: hij verkeert in gevaar; een offerande belooft hij, maar hoe betaalt hij die? Hij kiest een hout uit dat niet verrot, en dat offert hij in plaats van goud of zilver.

dat niet wankele Of, dat zich niet kan bewegen, of dat niet bewogen wordt.

Hertaald: dat niet wankele Of: dat zich niet kan bewegen, of dat niet bewogen wordt.

Jesaja 40 vers 21

Weet gijlieden niet? Alsof hij zeide: Gij volk van Israël, aan wien zich God van den beginne heeft geopenbaard en zijne wet gegeven heeft, zoudt gijlieden niet weten of verstaan dat de beelden niet dan ijdelheid zijn, en dat God niet kan en mag afgebeeld worden, en dat er geen andere God is dan de enige, eeuwige, ware God, die alles geschapen heeft en nog onderhoudt, bestuurt en door zijne wijsheid regeert?

Hertaald: Weet gijlieden niet? Alsof hij zei: u, volk van Israël, aan wie God Zich vanaf het begin geopenbaard en Zijn wet gegeven heeft — zou u niet weten of begrijpen dat de beelden niets dan ijdelheid zijn, dat God niet afgebeeld kan en mag worden, en dat er geen andere God is dan de enige, eeuwige, ware God, Die alles geschapen heeft en het nog onderhoudt, bestuurt en door Zijn wijsheid regeert?

van den beginne Hebreeuws, van het hoofd; dat is, van dien tijd af, dat het fondament der aarde gelegd was. Sommigen nemen ook het volgende aldus: En hebt gij het van de grondvesten der aarde af niet verstaan?

Hertaald: van den beginne Hebreeuws: van het hoofd — dat is: vanaf de tijd dat het fundament van de aarde gelegd werd. Sommigen vatten het vervolg ook zo op: en hebt u het niet begrepen vanaf de grondvesting van de aarde?

Jesaja 40 vers 22

Hij is het, Te weten God.

Hertaald: Hij is het, Namelijk: God.

als sprinkhanen; Te weten met God vergeleken zijnde. Zie deze gelijkenis ook Num. 13:33 .

Hertaald: als sprinkhanen; Namelijk: wanneer zij met God vergeleken worden. Zie deze vergelijking ook in Num. 13:33.

breidt Te weten de hemelen. Zie Ps. 104:2 .

Hertaald: breidt Namelijk: de hemelen. Zie Ps. 104:2.

Jesaja 40 vers 23

maakt; Hebreeuws, geeft; vergelijk Ps. 2:9 .

Hertaald: maakt; Hebreeuws: geeft; vergelijk Ps. 2:9.

maakt Hij Dat is, Hij maakt dat zij als niets voor Hem zijn; of dat zij haast vergaan en teniet komen.

Hertaald: maakt Hij Dat is: Hij maakt dat zij voor Hem als niets zijn, of dat zij spoedig vergaan en tenietgaan.

Jesaja 40 vers 24

zij Te weten die heersers en rechters der aarde.

Hertaald: zij Namelijk: die heersers en rechters van de aarde.

worden niet geplant, Kunnen of zullen niet zijn of bestaan, indien het God gelieven zal zijne macht aan hen te betonen.

Hertaald: worden niet geplant, Zij kunnen of zullen niet bestaan wanneer het God behaagt Zijn macht aan hen te tonen.

als een stoppel Dat is, alsof zij stoppelen waren.

Hertaald: als een stoppel Dat is: alsof zij stoppels waren.

Jesaja 40 vers 25

de Heilige Te weten God.

Hertaald: de Heilige Namelijk: God.

Jesaja 40 vers 26

deze dingen Te weten die dingen, die in de hoogte zijn, als de hemel en al wat daarin en daaraan is.

Hertaald: deze dingen Namelijk: de dingen die in de hoogte zijn, zoals de hemel en alles wat daarin en daaraan is.

hun heir Dat is, de sterren, die Hij elk in haar orde gesteld heeft en als een heirleger elk op hare beurt doet tevoorschijn komen, en zij allen zijn Hem gehoorzaam; zie Ps. 147:4 .

Hertaald: hun heir Dat is: de sterren, die Hij elk in hun eigen orde gesteld heeft en die Hij als een leger elk op hun beurt tevoorschijn laat komen; en zij zijn Hem allen gehoorzaam; zie Ps. 147:4.

voortbrengt; Of, uitvoert.

Hertaald: voortbrengt; Of: uitvoert.

niet een gemist Te weten van al die soldaten in zijn heir; dat is, van al de sterren.

Hertaald: niet een gemist Namelijk: van al die soldaten in Zijn leger, dat is: van alle sterren.

Jesaja 40 vers 27

o Jakob O mijn volk, mijne kerk.

Hertaald: o Jakob O Mijn volk, Mijn kerk.

mijn weg Dat is, mijne gelegenheid, namelijk in welk ongeluk ik ben. Alsof hij zeide: De Heere weet niet hoe het mij gaat, dewijl Hij mij uit mijne ellende niet verlost.

Hertaald: mijn weg Dat is: mijn toestand, namelijk in welk ongeluk ik verkeer. Alsof hij zei: de HEERE weet niet hoe het mij vergaat, omdat Hij mij niet uit mijn ellende verlost.

mijn recht Dat is, God doet mij geen recht over mijne vijanden, die mij onrechtvaardig vervolgen.

Hertaald: mijn recht Dat is: God doet mij geen recht tegenover mijn vijanden, die mij onrechtvaardig vervolgen.

Jesaja 40 vers 28

noch moede noch mat Te weten in het regeren der wereld en zijner kerk in dezelve.

Hertaald: noch moede noch mat Namelijk: in het regeren van de wereld en van Zijn kerk daarin.

Jesaja 40 vers 30

De jongen Dat is, de jonge en rappe lieden, die zich op hunne jonkheid verlaten.

Hertaald: De jongen Dat is: de jonge en vlugge mensen, die op hun jeugd vertrouwen.

Jesaja 40 vers 31

vernieuwen; Hebreeuws, verwisselen, of veranderen; te weten door de werking van den Heiligen Geest, die in hen woont, alzo Jes. 41:1 .

Hertaald: vernieuwen; Hebreeuws: verwisselen of veranderen, namelijk door de werking van de Heilige Geest, Die in hen woont; zo ook in Jes. 41:1.

de arenden; Deze vogel verheft zich hoger in de lucht dat enige andere vogel. Zie Job 39:30 ; Ps. 103:5 ; Jer. 49:16 ; Ob. 1:4 .

Hertaald: de arenden; Deze vogel verheft zich hoger in de lucht dan enige andere vogel. Zie Job 39:30, Ps. 103:5, Jer. 49:16 en Obadja 1:4.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Troost, troost Mijn volk  — het tweede deel van het boek begint niet met een aanklacht maar met een opdracht om te troosten (Jes. 40:1-2)

"Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen" (Jes. 40:1). Het woord staat er twee keer, en het is een opdracht aan meer dan één: er wordt in het meervoud gesproken. Wat gezegd moet worden staat er ook bij: "Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden" (Jes. 40:2). Drie dingen worden dus aangezegd: de diensttijd is voorbij, de schuld is verzoend, en de tuchtiging is ruimschoots gedragen. Het vorige hoofdstuk eindigde bij de aankondiging dat alles naar Babel weggevoerd zou worden (reeds behandeld bij Jes. 39:6).

Bijbelse betekenis: Merk op waar deze woorden staan. Zij volgen op de aankondiging van de ballingschap, dus de troost wordt uitgesproken voordat de nood begonnen is. Wie later in Babel zit, kan teruglezen dat het einde ervan al vaststond toen het nog moest beginnen. Let vervolgens op de uitdrukking naar het hart spreken. Dat is de taal van iemand die een bedroefde toespreekt, niet van een boodschapper die een besluit voorleest. Let ten slotte op de volgorde in Jes. 40:2. De strijd is vervuld en de ongerechtigheid is verzoend; het tweede is de grond van het eerste. Zonder verzoening zou het einde van de ballingschap alleen uitstel zijn.

Typologie: Paulus noemt God met dezelfde naam: Hij is "de Vader der barmhartigheden, en de God aller vertroosting", en Hij troost opdat wij anderen zouden kunnen troosten (2 Kor. 1:3-4). De opdracht van Jes. 40:1 is in het Nieuwe Testament dus niet vervallen maar doorgegeven.

Jes. 40:1-2; Jes. 39:6; 2 Kor. 1:3-4

Een stem des roependen in de woestijn  — er wordt een weg gebaand, en het landschap zelf moet ervoor wijken (Jes. 40:3-5)

"Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God!" (Jes. 40:3). Het beeld komt uit de gewoonte om een weg klaar te maken voor een koning die op komst is. Wat daarvoor moet gebeuren is ingrijpend: "Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht" (Jes. 40:4). En er staat bij waar het op uitloopt: "En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat het de mond des HEEREN gesproken heeft" (Jes. 40:5).

Bijbelse betekenis: Merk op wie de weg maakt en wie hem gaat. De hoorders krijgen een opdracht, maar wat er gebeurt gaat hun kracht te boven: bergen worden geslecht en dalen opgehoogd. Het is dus geen zelfwerkzaamheid maar het klaarmaken van ruimte voor Iemand die komt. Let vervolgens op het woord woestijn. De weg loopt niet langs de bewoonde route maar dwars door het lege land, precies waar men geen doortocht verwacht. Let ten slotte op Jes. 40:5. Wat zichtbaar wordt is niet de weg en niet de bouwers, maar de heerlijkheid van de HEERE; en het is niet voor een kleine kring, want alle vlees zal het zien.

Typologie: Alle vier de evangelisten passen dit woord toe op Johannes de Doper. Mattheüs schrijft: "De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht!" (Matt. 3:3). Lukas haalt het vers verder aan tot en met de zin die de volken erbij betrekt: "alle vlees zal de zaligheid Gods zien" (Luk. 3:6).

Jes. 40:3-5; Matt. 3:3; Luk. 3:6

Alle vlees is gras  — de prediker vraagt wat hij roepen moet, en krijgt een antwoord dat bij een gras begint en bij het Woord eindigt (Jes. 40:6-8)

"Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen?" (Jes. 40:6). Op die vraag komt geen opsomming van onderwerpen, maar dit: "Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds." De reden volgt in het volgende vers: "Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras" (Jes. 40:7). En dan komt de tegenstelling waar het gedeelte om draait: "Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid" (Jes. 40:8).

Bijbelse betekenis: Merk op dat dit gezegd wordt tot mensen in ballingschap. Zij zagen de macht van Babel dagelijks voor ogen, en juist die macht wordt hier gras genoemd. Wat groot lijkt heeft geen wortel in zichzelf. Let vervolgens op wat er verdort. Niet alleen de kracht van de mens maar ook zijn goedertierenheid; ook het beste dat hij opbrengt houdt geen stand. Dat is geen minachting van de mens maar een nuchtere maat. Let ten slotte op de tegenstelling van Jes. 40:8. Er wordt niet gezegd dat God eeuwig is — dat wisten zij — maar dat Zijn Woord blijft staan. Voor wie op een belofte moet leven, is dat het enige dat telt.

Typologie: Petrus haalt dit gedeelte aan om te zeggen waaruit de gelovigen wedergeboren zijn: "alle vlees is als gras", maar "het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is" (1 Petr. 1:24-25). Hij past de belofte dus rechtstreeks toe op de prediking van het Evangelie.

Jes. 40:6-8; 1 Petr. 1:24-25

Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder  — de boodschapper moet het luid roepen, en wat hij te melden heeft is een Herder (Jes. 40:9-11)

"O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg" (Jes. 40:9). Er wordt bij gezegd hoe: met macht, zonder vrees, en de inhoud is kort: "Zie hier is uw God!" Wat volgt tekent Hem eerst als de Sterke: "de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen" (Jes. 40:10). En dan komt onmiddellijk een ander beeld: "Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden" (Jes. 40:11).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe dicht de twee beelden bij elkaar staan. In het ene vers heerst Zijn arm, in het volgende draagt diezelfde arm de lammeren. Kracht en tederheid staan hier niet tegenover elkaar; het is dezelfde arm. Let vervolgens op wie er met name genoemd worden. Niet de sterke dieren van de kudde maar de lammeren en de zogende ooien, dus juist die het tempo niet kunnen bijhouden. Het tempo van de kudde wordt bepaald door de zwakste. Let ten slotte op de inhoud van de boodschap in Jes. 40:9. Zij bestaat uit drie woorden: zie hier is uw God. De boodschapper wijst niet naar zichzelf en niet naar wat er gaat gebeuren, maar naar Hem.

Typologie: De Heere Jezus neemt dit beeld op Zichzelf en voegt er iets aan toe wat hier nog niet staat: "Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen" (Joh. 10:11).

Jes. 40:9-11; Joh. 10:11

Bij wien dan zult gij God vergelijken  — een reeks vragen die de verhoudingen rechtzet, gesteld aan mensen die onder een wereldmacht leven (Jes. 40:12-26)

Het gedeelte bestaat vrijwel geheel uit vragen. "Wie heeft de wateren met Zijn vuist gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen?" (Jes. 40:12). En verder: "Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?" (Jes. 40:13). Dan worden de volken gewogen: "Ziet, de volken zijn geacht als een druppel van een emmer, en als een stofje van de weegschaal" (Jes. 40:15). Daarop volgt de vraag die het gedeelte zijn naam geeft: "Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?" (Jes. 40:18). Het antwoord van de wereld wordt er spottend naast gezet: een werkmeester giet een beeld en de goudsmid overtrekt het met goud (Jes. 40:19). En het gedeelte eindigt bij de sterren: "Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft" (Jes. 40:26). Van die sterren wordt gezegd dat Hij ze alle bij name roept, en dat er niet een gemist wordt.

Bijbelse betekenis: Merk op tot wie dit gezegd wordt. Niet tot hoogmoedigen die kleiner gemaakt moeten worden, maar tot ballingen die dachten dat hun God het had afgelegd tegen de goden van Babel. De vragen zijn dus geen vernedering maar een rechtzetting van de maat. Let vervolgens op het gewicht van de volken (Jes. 40:15). Een druppel aan de emmer en een stofje op de weegschaal tellen niet mee bij het wegen; dat is niet gezegd om mensen te minachten, maar om de angst voor wereldrijken op maat te brengen. Let ten slotte op het slot van Jes. 40:26. God kent de sterren bij name en er ontbreekt er niet één. Wie dat leest en zich zelf verloren waant in de menigte, hoort daar meteen het antwoord op.

Typologie: Paulus haalt Jes. 40:13 aan bij het slot van zijn betoog over Gods wegen met Israël: "wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?" (Rom. 11:34). Ook daar staat de vraag niet om te vernederen maar om te aanbidden.

Jes. 40:12-26; Rom. 11:34

Dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen  — een klacht van het volk wordt aangehaald en beantwoord, en het antwoord gaat over vermoeidheid (Jes. 40:27-31)

De klacht wordt woordelijk aangehaald: "Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israel! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij?" (Jes. 40:27). Het antwoord begint bij Wie God is: "de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt" (Jes. 40:28). Dan wordt dat toegepast: "Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft" (Jes. 40:29). Zelfs de sterksten houden het niet vol: "De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen" (Jes. 40:30). En dan komt het slotvers: "Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden" (Jes. 40:31).

Bijbelse betekenis: Merk op wat het volk eigenlijk zegt. Niet dat God niet bestaat, maar dat Hij hun zaak niet ziet en dat hun recht Hem voorbijgaat. Dat is de klacht van mensen die lang gewacht hebben, en zij wordt niet bestraft maar beantwoord. Let vervolgens op wie de kracht krijgt. Niet wie zich inspant maar wie verwacht; en juist de jongelingen, die het van kracht moesten hebben, vallen. Let ten slotte op de volgorde in het slotvers. Eerst opvaren, dan lopen, dan wandelen — van het buitengewone naar het gewone. Dat lijkt een anticlimax en is het niet: het volhouden van de dagelijkse gang vraagt vaak meer dan een enkele hoge vlucht.

Typologie: Dezelfde uitnodiging klinkt uit de mond van de Heere Jezus, en ook daar aan wie het niet meer opbrengt: "Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt" (reeds behandeld bij Matt. 11:28). En Paulus zegt hoe dat in de praktijk gaat: "als ik zwak ben, dan ben ik machtig" (2 Kor. 12:10).

Jes. 40:27-31; Matt. 11:28; 2 Kor. 12:10

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Bereidt den weg des HEEREN — 40:1-11

Na negenendertig hoofdstukken van aanzegging en oordeel verandert de toon van het boek volkomen. Het nieuwe deel begint niet met een eis maar met een opdracht aan wie het aan mag zeggen.

Er wordt een weg gebaand voor Iemand Die komt, en alle vier de evangelisten wijzen aan wie de roepende stem was.

Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen. Het woord staat er twee keer, en het is de eerste keer in dit boek dat God zo begint.

Wat er getroost moet worden, staat er meteen bij: spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is.

Dan klinkt de stem: bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God. Dat is de taal van een koningsbezoek — voor een vorst die op reis ging werden de wegen geëffend.

De evangelisten laten er geen misverstand over bestaan wie die stem is. Alle vier passen zij dit vers toe op Johannes de Doper. En het gevolg is niet gering: de weg die geëffend wordt, is de weg *des HEEREN* — en Die komt, blijkt Christus te zijn.

Daarna komt de tegenstelling die het hoofdstuk draagt. Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds; het gras verdort, de bloem valt af. En dan: doch het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid. Petrus haalt dat aan en voegt eraan toe dat dit het Woord is dat onder u verkondigd is.

Het slot brengt twee beelden bijeen die men niet naast elkaar verwacht. Eerst: de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen. En dan, in hetzelfde adem: Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen en in Zijn schoot dragen.

De sterke arm en de schoot waarin lammeren gedragen worden, zijn van Dezelfde.

  1. Jesaja 40:1 — Troost, troost Mijn volk — haar ongerechtigheid is verzoend.
  2. Jesaja 40:3 — Bereidt den weg des HEEREN in de wildernis.
  3. Markus 1:2-3 — De evangelisten passen dat toe op Johannes de Doper.
  4. Jesaja 40:8 — Het gras verdort, maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.
  5. 1 Petrus 1:24-25 — Petrus: en dit is het Woord dat onder u verkondigd is.
  6. Jesaja 40:11 — Hij zal Zijn kudde weiden en de lammeren in Zijn schoot dragen.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 3:3; Markus 1:2-3; Lukas 3:4-6; Johannes 1:23; 1 Petrus 1:24-25

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jesaja 40

Jesaja 40:1-2.KruisverwijzingenJesaja 51:12Sefanja 3:142 Korinthe 1:4Jeremia 31:10Jesaja 49:13Jesaja 51:3Zacharia 9:9Zacharia 9:12
— Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen. Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.
God wil dat Zijn volk gelukkig is. Hij weet dat wij niet in een sterke, krachtige staat verkeren, en wij eren Zijn Naam niet wanneer het ons aan heilige blijdschap ontbreekt. Laten de zondaars maar onrustig zijn; laten zij zijn als de onstuimige zee die niet rusten kan. Maar wat Gods volk betreft: het is Zijn grote vreugde dat zij gelukkig zijn. Hij gebiedt Zijn dienaren telkens opnieuw hen te troosten. Het is alsof Hij zegt: zij hebben het nodig, en zij zullen het hebben; let er wel op, Mijn dienaren, dat u het hun geeft.

Soms zijn wij in een toestand van strijd en liggen wij onder de roede van de tucht; maar nu verschijnt de HEERE genadig aan Zijn dienaren en zegt: uw strijd is voorbij, uw kastijding is ten einde. Nu keert de HEERE in barmhartigheid terug en geeft Hij een besef van vergeven zonde.

De eerste betekenis van deze woorden was, dat Jeruzalem — na een tijd van grote verdrukking doorgemaakt te hebben — een tijd van rust zou krijgen. Maar de grote evangeliebetekenis voor u en voor mij is, dat onze Heere Jezus onze strijd gestreden en de overwinning voor ons gewonnen heeft. Hij heeft onze schuld betaald en aan de goddelijke gerechtigheid het dubbele voor al onze zonden gegeven. Daarom is onze ongerechtigheid verzoend. Dit is genoeg om iemand gelukkig te maken, zou men denken. Het is het beste wat zelfs Jesaja zeggen kon, of wat God Zelf door de mond van Jesaja zeggen kon, toen Zijn doel was het beproefde volk van de HEERE te vertroosten.

Jesaja 40:3.KruisverwijzingenMarkus 1:2Johannes 1:23Maleachi 3:1Lukas 1:16Mattheüs 3:1Maleachi 4:5Jesaja 57:14Lukas 1:76
— Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God!
U weet dat dit Johannes de Doper was, die kwam om de Zaligmaker aan te kondigen. Dát was de beste troost die Gods volk kon hebben: de komst van de HEERE. En zo is het nu. De vreugde van de gemeente is de komst van de HEERE, en voor ieder van ons is de grootste bron van vreugde dat onze Heere ons nadert. Verschijnt Hij aan ons, dan is onze winter voorbij en is de zon van onze zomer opgegaan. Is Christus met ons, dan is de tijd van het zingen van de vogels gekomen, en ons hart is blij.

Jesaja 40:4-5.KruisverwijzingenLukas 3:5Habakuk 2:14Lukas 3:6Ezechiël 21:26Jesaja 52:102 Korinthe 4:6Jesaja 6:3Jesaja 1:20
— Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden. En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat het de mond des HEEREN gesproken heeft.
Waar Christus ook komt, daar is het zo. Bij Zijn verschijnen wordt alles recht; en laat de HEERE Zich vanavond aan ons openbaren, aan ieder van ons, dan zullen wij bevinden dat het kromme recht gemaakt is. Wij zullen de bergen van moeilijkheid geslecht zien, en al de diepe laagten opgevuld, en er zal een heerbaan zijn waarlangs de HEERE in triomf rijden zal om de grootheid van Zijn macht te tonen. Wanneer God tot mensen wil komen, kan niets Hem stuiten of Zijn weg versperren. Hij zal bergen slechten en valleien vullen, maar Hij zal op de een of andere wijze tot Zijn volk komen. En komt Hij tot hen en vindt Hij veel kromme dingen aan hen, dan zal Hij het kromme recht maken en het hobbelachtige tot een vlakte.

En omdat Hij het gesproken heeft, moet het geschieden. Zou Hij het gezegd hebben en het niet doen? Bij Hem is iets zeggen hetzelfde als de volbrenging ervan willen.

Jesaja 40:6-8.KruisverwijzingenJob 14:2Psalmen 102:11Psalmen 103:15Jakobus 1:101 Petrus 1:25Markus 13:31Mattheüs 24:351 Petrus 1:24
— Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras. Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.
Dat is nu een roep die wij allen moeten horen: de doodskreet van alle vertrouwen op het schepsel. Want de mens op zijn allerbest is niet meer dan gras in de bloei. Het zal te zijner tijd afgemaaid worden; en al komt de zeis er niet bij, dan nog zal het in zijn seizoen verwelken, want het is een voorbijgaand ding. Elke hoop en elk vertrouwen dat gebouwd is op wat gezien wordt, moet tijdelijk zijn en moet vergaan.

Al de vreugde die u vanavond hebt, al de hoop en al het vertrouwen dat op een aardse zaak gebouwd is, moet trapsgewijs verdwijnen. Niets is eeuwig dan wat uit het Eeuwige voortkomt. Is onze hoop niet in de HEERE alleen, dan zal die hoop ons vroeg of laat begeven. En dit is een roep die wij nodig hebben, want zolang wij het schepsel niet moe zijn, keren wij ons niet tot de Schepper. Voordat wij met de valse vertrouwens hebben afgerekend, maken wij God niet tot ons vertrouwen.

Toch mag u nog altijd tot uw Heere zeggen, in de woorden van ons lied: hoe zou ik van alles beroofd kunnen zijn, daar ik van U niet scheiden kan? De maaier met de scherpe zeis maait het gras af, maar hij kan de verborgen bron van onze hoop en blijdschap en van ons vertrouwen op God niet aanraken; en bovenal kan hij de God niet aanraken op wie wij ons verlaten.

Jesaja 40:9.KruisverwijzingenJesaja 12:2Jesaja 25:9Jesaja 52:7Efeze 6:19Jesaja 61:1Jesaja 58:41 Samuël 26:13Handelingen 5:41
— O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg; o Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, hef uw stem op met macht, hef ze op, vrees niet, zeg den steden van Juda: Zie hier is uw God!
Zie weg van deze verwelkende dingen en aanschouw uw God. Zie weg van de helderste vreugde die u hebt, al is die als de weide, met veelkleurige bloemen bezaaid, en zie op uw God, en op uw God alleen. Zie hier is uw God — uw God in Christus; uw God die door de wildernis gekomen is en Zich een heerbaan gebaand heeft om tot u te komen. Verheug u in Christus, uw Zaligmaker, en u zult een vreugde hebben die u nooit ontnomen zal worden.

Heeft de voornaamste, de beste, de heiligste stad haar God gevonden, is Jeruzalem zo begunstigd, laat zij dan de blijde tijding over de heuveltoppen heen zingen tot de verste steden van het land en tot hen zeggen: zie hier is uw God. Hebt u uw Heere gezien, geliefden, verkondig dan het goede nieuws aan wie bijna vergeten zijn dat er een God is, en zeg tot hen: zie hier is uw God. Hij is nog altijd te zien, door het oog van het geloof, genadig werkende te midden van de aarde.

Jesaja 40:10-11.KruisverwijzingenOpenbaring 22:12Micha 5:4Ezechiël 34:23Jesaja 62:11Ezechiël 34:12Jesaja 9:6Psalmen 110:6Psalmen 23:1
— Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.
Behoort u vanavond tot de kudde? Laat dit u dan troosten. Bekommer u niet over de verwelkende bloemen: “Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder.” Hij heeft u vanavond in de weide gebracht. Vertrouw erop dat Hij u niet langs een verkeerde weg geleid heeft. En al is uw ziel nu hongerig en dorstig, u zult geen gebrek hebben.

De zwaksten eerst. De meeste zorg voor wie de meeste zorg nodig hebben: “Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen.” Hij kent hun zwakheid, hun matheid, hun pijn, en hoe onbekwaam zij zijn tot snel en lang reizen; Hij is heel teder en meedogend, en Hij zal hen zachtjes leiden.

Uw droefheid moet nog komen; zij is alleen aan uzelf bekend. Niemand kan met u meevoelen. Híj zal u zachtjes leiden. Bij Christus wordt niets opgejaagd. Soms drijven Zijn dienaren, om Gods volk in het ene opzicht recht te zetten, hen in het andere opzicht te hard; en het is mogelijk dat men, terwijl men de huichelaar bestraft, de oprechte gelovige bedroeft. Maar onze Heere is een beter Herder dan de onderherders op hun allerbest zijn. Wat een gezegende Helper hebben wij! Laten wij in Hem rusten.

Dit ambt van Christus verblijdt het hart van wie het te prediken hebben. Onze stem op te heffen en aan anderen de goede tijding te verkondigen is aangename dienst. Het is de vreugde van de gemeente dat Jezus, de Heere God almachtig, sterk is tot de verdediging van Zijn volk en tegelijk teder is jegens hun zwakheden. Laten wij ons verheugen en blij zijn in Hem.

Jesaja 40:12-14.Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:16Romeinen 11:34Spreuken 30:4Hebreeën 1:10Psalmen 102:25Kolossenzen 2:3Jesaja 48:13Psalmen 104:2
— Wie heeft de wateren met Zijn vuist gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen, en heeft met een drieling het stof der aarde begrepen, en de bergen gewogen in een waag, en de heuvelen in een weegschaal? Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen? Met wien heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen verstands?
Wie zou zo’n God als deze niet vertrouwen — deze enige God? Hoe goed mogen wij tevreden zijn ons van de verwelkende schepselen af te keren tot deze eeuwige Heere en ons vertrouwen op Hem te stellen! Het verwonderlijke is werkelijk dat wij het schepsel wél vertrouwen, en nog verwonderlijker dat wij de machtige Schepper niet vertrouwen. Het geloof, dat zo moeilijk lijkt, is tenslotte niets anders dan geheiligd gezond verstand. Het is het meest verstandige wat er in de wereld bestaat: te vertrouwen op almacht, op oneindige, onveranderlijke liefde, op onfeilbare waarheid. Ergens anders op vertrouwen vraagt heel wat rechtvaardiging, maar op God vertrouwen behoeft geen verontschuldiging. Hij verdient het ten volle. O mijn ziel, vertrouw op Hem.

En toch handelen wij soms alsof wíj Gods leermeesters waren, alsof wij Hem moesten onderwijzen wat Hij moet doen. Omdat wij onze weg niet zien, dromen wij bijna dat Híj hem ook niet ziet; en omdat wij in verlegenheid zijn, menen wij dat de oneindige wijsheid geen uitweg meer weet. Maar het is niet zo. Hij was vol wijsheid toen er niemand was met wie Hij raad kon houden, en Hij is nog altijd wijs in de hoogste graad.

Jesaja 40:15.KruisverwijzingenJeremia 10:10Jesaja 40:22Jesaja 59:18Jesaja 41:5Jesaja 11:11Jesaja 66:19Daniël 11:18Sefanja 2:11
— Ziet, de volken zijn geacht als een druppel van een emmer, en als een stofje van de weegschaal; ziet, Hij werpt de eilanden henen als dun stof!
Niet een volle emmer, maar juist het ene druppeltje dat in de emmer achterblijft nadat u meende dat hij volkomen leeggegoten was. Bedenk dat dit gezegd wordt van de vólken. China, India, Europa, Afrika, met al hun wemelende menigten, zijn niet meer dan het stofje van de weegschaal, dat door de lichtste windstoot weggeblazen wordt.

Jesaja 40:16.KruisverwijzingenMicha 6:6Psalmen 40:6Hebreeën 10:5Psalmen 50:9
— En de Libanon is niet genoegzaam om te branden, en zijn gedierte is niet genoegzaam ten brandoffer.
Met al zijn cederwouden. Denk aan al de cederen van Libanon als in lichterlaaie, zoals een grote bosbrand, en toch niet voldoende om het hout voor Gods altaren te leveren. En of het de wilde of de tamme dieren zijn die op dat gebergte wonen: zij zijn niet genoegzaam tot een brandoffer voor de Allerhoogste.

Jesaja 40:17.KruisverwijzingenPsalmen 62:9Daniël 4:34Job 25:6Jesaja 29:72 Korinthe 12:11
— Alle volken zijn als niets voor Hem; en zij worden bij Hem geacht minder dan niet, en ijdelheid.
Alsof zij niets dan de schaduw van iets waren, en niet meer invloed op Hem hadden dan wanneer zij niet bestonden.

Jesaja 40:18.KruisverwijzingenJesaja 46:5Handelingen 17:291 Samuël 2:2Jesaja 40:25Exodus 8:10Exodus 9:14Exodus 15:11Exodus 20:4
— Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?
Dit is een sterk bewijs tegen de afgodendienst, tegen het aanbidden van God onder welke zichtbare gestalte ook. De heidenen maakten die vermeende gelijkenissen van God wel. Hier volgt een beschrijving van de wijze waarop zij hun afgoden vervaardigden.

Jesaja 40:19.KruisverwijzingenHabakuk 2:18Jeremia 10:9Psalmen 115:4Jesaja 37:18Jesaja 2:20Jeremia 10:3Exodus 32:2Hosea 8:6
— De werkmeester giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud, en giet er zilveren ketenen toe.
Het ruwe metaal wordt in een zekere vorm gegoten, en dan legt de goudsmid er zijn dunne plaatjes goud op, en de zilveren ketenen dienen om het te versieren.

Jesaja 40:20.KruisverwijzingenJeremia 10:3Jesaja 46:71 Samuël 5:3Jesaja 41:7Jesaja 2:8Daniël 5:23Jesaja 44:13
— Die verarmd is, dat hij niet te offeren heeft, die kiest een hout uit, dat niet verrotte; hij zoekt zich een wijzen werkmeester, om een beeld te bereiden, dat niet wankele.
De arme man, die niet in staat is een god van goud te maken, kiest een goed stuk kernhout van eik of duurzame olm. Dan wordt het stevig vastgezet en de post diep in de aarde gedreven, zodat het een onbeweeglijke god is.

Jesaja 40:21-26.KruisverwijzingenNumeri 13:33Psalmen 104:2Psalmen 107:40Job 12:21Jesaja 40:18Jesaja 51:6Handelingen 14:17Job 9:8
— Weet gijlieden niet? Hoort gij niet? Is het u van den beginne aan niet bekend gemaakt! Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet? Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen; Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid. Ja, zij worden niet geplant, ja, zij worden niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stam wortelt niet in de aarde; ook als Hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren, en een stormwind zal hen als een stoppel wegnemen. Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige. Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist.
Stel dat het nacht is: hef uw ogen op omhoog en zie. Deze wonderbare werelden, deze sterren die het uitspansel bezaaien! Want God kent het aantal van hen alle, en de naam van elke afzonderlijke wereld die zich in de onmetelijke ruimte beweegt. Zij worden niet door pilaren gestut, en zij hangen ook niet aan machtige koorden, en toch blijven zij de banen bezetten die God hun aangewezen heeft. Hij hangt de wereld aan niets en houdt haar op haar plaats door het onophoudelijke uitgaan van Zijn macht.

Er is geen andere macht die die lampen van de hemel op hun plaats hangt en ze altijd doet branden, dan de macht van Zijn Woord. Heel deze ronde aarde van ons hangt aan niets dan aan het bevel van de Allerhoogste. Ik herinner mij hoe Luther zich in moeilijke tijden troostte door te zeggen: kijk naar dat blauwe gewelf daarboven; er is geen pilaar die het opheft, en toch, wie heeft ooit de hemel zien vallen? Niets dan de macht van God houdt hem omhoog. Mijn ziel, als alle werelden door Zijn Woord gemaakt zijn, kunt u dan niet aan dat Woord hangen? Als alle dingen enkel bestaan door de wil en het woord van uw Vader, kan Hij u dan niet ondersteunen, en kunt u Hem dan niet vertrouwen? Och, dit vertrouwen op het onzienlijke en eeuwige zou ons als kinderen van God vanzelf moeten zijn. Maar ach, hier ligt onze grote zonde: dat wij vaak op een arm van vlees vertrouwen en onze God vergeten.

Jesaja 40:27.KruisverwijzingenLukas 18:7Jesaja 49:4Job 27:2Jesaja 49:14
— Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israel! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij?
Hoe kan dat! Terwijl Hij niet één van al die machtige heirscharen van sterren vergeten is, en er valt geen spreeuw ter aarde zonder dat Hij het merkt. Hoe kunt u dan dromen dat Hij u vergeten heeft, of dat uw weg voor Hem verborgen is? Hij vergeet geen ster onder de tienduizenden, geen schepsel onder de menigten. Hij heeft in Zijn boek de baan opgetekend van elk deeltje lucht, van elk stofje en van elke druppel schuim — en hoe zou u dan vergeten kunnen worden?

Jesaja 40:28-29.KruisverwijzingenPsalmen 147:5Jesaja 41:10Romeinen 11:33Filippenzen 4:13Handelingen 13:47Johannes 5:172 Korinthe 12:91 Korinthe 6:3
— Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand. Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
Hij schept er behagen in Zich in ledige vaten uit te gieten. Hij geeft Zijn kracht niet aan de sterken, maar Hij geeft de moeden kracht; en hoe matter u bent, des te meer ruimte is er voor Zijn sterkte. Vertrouw op Hem. Bent u zo belast dat u niet staande kunt blijven, leun dan op Hem. Hoe meer u leunt, des te meer zal Hij u liefhebben. Hij schept er behagen in Zijn volk te helpen.

Jesaja 40:30.KruisverwijzingenPsalmen 33:16Jesaja 13:18Amos 2:14Jesaja 9:17Prediker 9:11Jeremia 6:11Psalmen 34:10Psalmen 39:5
— De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen;
Wij wensen soms dat wij zo jong waren als sommigen, en dat wij al hun overvloeiende geestdrift hadden, al het opbruisen van hun jeugdige vuur. Ach, wij hoeven het niet te wensen; want louter sterfelijke kracht zal verslappen en sterven, en aardse veerkracht zal ophouden, terwijl wie de HEERE vertrouwen hun kracht vermeerderd zullen vinden.

Jesaja 40:31.Kruisverwijzingen2 Korinthe 4:16Psalmen 103:5Klaagliederen 3:252 Korinthe 12:9Psalmen 27:13Hebreeën 12:1Galaten 6:92 Korinthe 4:8
— Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.
Opvaren met vleugels is er veel bij als zij beginnen. Zij willen enkel vliegen, en God geeft hun een heerlijke vlucht, en zij zijn zo blij en zo verrukt. Maar zij zullen het nog beter doen dan dat. Is lopen beter dan vliegen? Ja, dat is het — een betere gang om vol te houden; en God stelt Zijn knechten tenslotte in staat de weg van hun plicht bij te houden en daarin te lopen. Maar er is een nog betere gang dan die.

Wandelen is een goede, gestadige gang. Het is de gang die Enoch hield toen hij met God wandelde. Soms is het gemakkelijker een spurt in te zetten dan dag aan dag te blijven wandelen, wandelen, wandelen, in de bezonnenheid van de christelijke omgang. Velen kunnen onder opwinding een wedloop lopen, maar het beste van alles is bestendig te kunnen doorwandelen, wandelende met God de Heere. De HEERE brenge ons tot die gang: “zij zullen wandelen, en niet mat worden”.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

De goede Herder

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden. Jesaja 40:11 Onze goede Herder heeft in Zijn kudde schapen van allerlei aard — sommigen zijn sterk in de Heere,…

De goede Herder

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Hij zal de lammeren in zijn armen nemen en ze in Zijn boezem dragen. Jesaja 40:11 Eng. vert. KJV Wie is Hij, van wie zulke genadige woorden worden…

De heerlijkheid van onze Heere

Hij Verkwikt Mijn Ziel

De heerlijkheid van de HEERE zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien. Jesaja 40:5 Kijk jij ook zo uit naar die prachtige dag waarop de…

Dichter bij God

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Klim op een hoge berg. Jesaja 40:9 Elke gelovige zou moeten dorsten naar God, de levende God, en verlangen de berg van de Heere te beklimmen om Hem…

1 Sam. 17:47 - De krijg is van de Heere

Preekaantekeningen

En deze ganze vergadering zal weten, dat de Heere niet door het zwaard, noch door de spies verlost want de krijg is van de Heere. Die zal u…

Klim op een hoge berg

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Klim op een hoge berg. Jesaja 40:9 Onze kennis van Christus lijkt op het beklimmen van een van de bergen in…

Hij vergadert de lammeren

Nabij De Zon

Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. Jesaja…

Hij weidt Zijn kudde

Nabij De Zon

Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. Jesaja…

Het meest verheven Boek

Nabij De Zon

Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid. Jesaja 40:8 Er kan tussen Gods openbaring in Zijn Woord en in…

Geef nooit op

Aan De Voeten Van De Meester

Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen? LUKAS 18:7 Zolang er een plaats van…

De blijde dag tegemoet

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" En de heerlijkheid des Heeren zal geopenbaard worden; en alle vlees tegelijk zal zien. Jesaja 40:5 Wij zien de blijde dag tegemoet, wanneer…

Verlang naar meer

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Klim op een hoge berg. Jesaja 40:9 Iedere gelovige zou naar God moeten dorsten, naar de levende God, en ernaar moeten…

Als lammeren in Zijn armen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Hij zal de lammeren in zijn armen vergaderen. Jesaja 40:11 Onze goede Herder heeft in Zijn kudde allerlei verschillende schapen. Sommige zijn…

Zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden

Korte Overdenkingen

Zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden. Jesaja 40:3 Als een pijl uit de boog schiet de arend, de koning van de vogels, omhoog. Daar ademt hij…

Hij zal de lammeren in zijn armen vergaderen en in zijn schoot dragen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Hij zal de lammeren in zijn armen vergaderen en in zijn schoot dragen. Jesaja 40:11 Wie is Hij, van Wie zulke vriendelijke woorden gezegd…

Vernieuwing van kracht

Preken

Maar die de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen. Jesaja 40:31 Menselijke kracht, van hoe verschillende aard ook, wordt in een bepaalde tijd uitgeput. God kan aan mensen onmetelijke…

Zij gaan van kracht tot kracht

Korte Overdenkingen

Welgelukzalig is de mens, wiens sterkte in U is, in welker hart de gebaande wegen zijn. Als zij door het dal der moerbezienbomen doorgaan, stellen zij Hem tot een…

Hoe zorgvuldig

Korte Overdenkingen

Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen. Jesaja 40: 1 Hoe zorgvuldig is God voor de Zijnen, hoe zorgdragend omtrent hen, niet alleen wat hun leven, ook…

Lijden en troost 

Korte Overdenkingen

Troost, troost mijn volk, zal ulieder God zeggen. Jesaja 40:1 Beproeving oefent onze genade, en de oefening In genade maakt dat we ons behaaglijker en vrijer gevoelen. Waar…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content