Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
WeeH1945 u, gij verwoesterH7703, die nietH3808 verwoestH7703 zijt, en gij, die trouwelooslijkH898 handelt, waar men nietH3808 trouwelooslijkH898 tegen u gehandeld heeft! Als gij het verwoestenH7703 zult volbrachtH8552 hebben, zult gij verwoestH7703 worden; als gij het trouweloosH898 handelen zult voleindH5239 hebben, zal men trouwelooslijkH898 tegen u handelen.
Wee u, gij verwoester, die niet verwoest zijt, en gij, die trouwelooslijk handelt, waar men niet trouwelooslijk tegen u gehandeld heeft! Als gij het verwoesten zult volbracht hebben, zult gij verwoest worden; als gij het trouweloos handelen zult voleind hebben, zal men trouwelooslijk tegen u handelen.
KJV
Woe1
to thee that spoilest,2
and thou wast not spoiled;5
and dealest treacherously,6
and they dealt not treacherously8
with thee! when thou shalt cease10
to spoil,11
thou shalt be spoiled;12
and when thou shalt make an end13
to deal treacherously,14
they shall deal treacherously
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
HEEREH3068, wees ons genadigH2603, wij hebben op U gewachtH6960; weesH1961 hun armH2220 allen morgenH1242, daartoe onze behoudenisH3444 ten tijdeH6256 der benauwdheidH6869.
HEERE, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm allen morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde der benauwdheid.
KJV
O LORD,1
be gracious2
unto us; we have waited4
for thee: be thou their arm6
every morning,7
our salvation9
also in the time10
of trouble.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Van het geluidH6963 des rumoersH1995 zullen de volkenH5971 wegvliedenH5074; van Uw verhogingH7427 zullen de heidenenH1471 verstrooidH5310 worden.
Van het geluid des rumoers zullen de volken wegvlieden; van Uw verhoging zullen de heidenen verstrooid worden.
KJV
At the noise1
of the tumult2
the people4
fled;3
at the lifting up5
of thyself the nations7
were scattered.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Dan zal ulieder buitH7998 verzameld worden, gelijk de keversH2625 verzameld worden; men zal daarin ginds en weder huppelen, gelijk de sprinkhanenH1357 ginds en weder huppelen.
Dan zal ulieder buit verzameld worden, gelijk de kevers verzameld worden; men zal daarin ginds en weder huppelen, gelijk de sprinkhanen ginds en weder huppelen.
Ook in dit vers
verzameldH622
verzameldH625
huppelenH4944
huppelenH8264
KJV
And your spoil2
shall be gathered1
like the gathering3
of the caterpiller:4
as the running to and fro5
of locusts6
shall he run
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
De HEEREH3068 is verhevenH7682, wantH3588 Hij woontH7931 in de hoogteH4791; Hij heeft SionH6726 vervuldH4390 met gerichtH4941 en gerechtigheidH6666.
De HEERE is verheven, want Hij woont in de hoogte; Hij heeft Sion vervuld met gericht en gerechtigheid.
KJV
The LORD2
is exalted;1
for he dwelleth4
on high:5
he hath filled6
Zion7
with judgment8
and righteousness.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En het zal geschiedenH1961, dat de vastigheidH530 uwer tijdenH6256, de sterkteH2633 van uw behoudenissenH3444 zal zijn wijsheidH2451 en kennisH1847; de vrezeH3374 des HEERENH3068 zal zijn schatH214 zijn.
En het zal geschieden, dat de vastigheid uwer tijden, de sterkte van uw behoudenissen zal zijn wijsheid en kennis; de vreze des HEEREN zal zijn schat zijn.
KJV
And wisdom6
and knowledge7
shall be the stability2
of thy times,3
and strength4
of salvation:5
the fear8
of the LORD9
is his treasure.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
ZietH2005, hun allersterkstenH691 roepenH6817 daar buitenH2351; de bodenH4397 des vredesH7965 wenenH1058 bitterlijkH4751.
Ziet, hun allersterksten roepen daar buiten; de boden des vredes wenen bitterlijk.
KJV
Behold, their valiant ones2
shall cry3
without:4
the ambassadors5
of peace6
shall weep8
bitterly.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De gebaande wegenH4546 zijn verwoestH8074, die door de padenH734 gaat, houdtH7673 op; hij vernietigtH6565 het verbondH1285, hij verachtH3988 de stedenH5892, hij achtH2803 geenH3808 mensH582.
De gebaande wegen zijn verwoest, die door de paden gaat, houdt op; hij vernietigt het verbond, hij veracht de steden, hij acht geen mens.
KJV
The highways2
lie waste,1
the wayfaring man4
ceaseth:3
he hath broken6
the covenant,7
he hath despised8
the cities,9
he regardeth11
no man.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Het landH776 treurtH56, het kweeltH535; de LibanonH3844 schaamtH2659 zich, hij verwelktH7060; SaronH8289 isH1961 geworden als een woestijnH6160; zo BasanH1316 als KarmelH3760 zijn geschudH5287.
Het land treurt, het kweelt; de Libanon schaamt zich, hij verwelkt; Saron is geworden als een woestijn; zo Basan als Karmel zijn geschud.
KJV
The earth3
mourneth1
and languisheth:2
Lebanon5
is ashamed4
and hewn down:6
Sharon8
is like a wilderness;9
and Bashan11
and Carmel12
shake off
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Nu zal Ik opstaanH6965, zegtH559 de HEEREH3068, nuH6258 zal Ik verhoogdH7426 worden, nuH6258 zal Ik verhevenH5375 worden.
Nu zal Ik opstaan, zegt de HEERE, nu zal Ik verhoogd worden, nu zal Ik verheven worden.
KJV
Now will I rise,2
saith3
the LORD;4
now will I be exalted;
now will I lift up
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Gijlieden gaat met stroH2842 zwangerH2029, gij zult stoppelenH7179 barenH3205; uw geestH7307 zal u als vuurH784 verslindenH398.
Gijlieden gaat met stro zwanger, gij zult stoppelen baren; uw geest zal u als vuur verslinden.
KJV
Ye shall conceive1
chaff,2
ye shall bring forth3
stubble:4
your breath,5
as fire,6
shall devour
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En de volkenH5971 zullen zijnH1961 als de verbrandingenH4955 des kalksH7875; als afgehouwenH3683 doornenH6975 zullen zij met het vuurH784 verbrandH3341 worden.
En de volken zullen zijn als de verbrandingen des kalks; als afgehouwen doornen zullen zij met het vuur verbrand worden.
KJV
And the people2
shall be as the burnings3
of lime:4
as thorns5
cut up6
shall they be burned8
in the fire.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
HoortH8085 gijlieden, die verreH7350 zijt, wat Ik gedaanH6213 heb; en gijlieden, die nabijH7138 zijt, bekentH3045 Mijn machtH1369!
Hoort gijlieden, die verre zijt, wat Ik gedaan heb; en gijlieden, die nabij zijt, bekent Mijn macht!
KJV
Hear,1
ye that are far off,2
what I have done;4
and, ye that are near,6
acknowledge5
my might.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
De zondarenH2400 te SionH6726 zijn verschriktH6342; bevingH7461 heeft de huichelarenH2611 aangegrepenH270; zij zeggen: WieH4310 is er onder ons, die bij een verterendH398 vuurH784 wonenH1481 kan? WieH4310 is er onder ons, die bij een eeuwigenH5769 gloedH4168 wonen kanH1481?
De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; zij zeggen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan?
KJV
The sinners3
in Zion2
are afraid;1
fearfulness5
hath surprised4
the hypocrites.6
Who among us shall dwell8
with the devouring11
fire?10
who among us shall dwell13
with everlasting16
burnings?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Die in gerechtighedenH6666 wandeltH1980, en die billijkhedenH4339 spreektH1696; die het gewinH1215 der onderdrukkingenH4642 verwerptH3988; die zijn handenH3709 uitschudtH5287, dat zij geen geschenkenH7810 behoudenH8551; die zijn oorH241 stoptH331, dat hij geen bloedschuldenH1818 horeH8085, en zijn ogenH5869 toesluitH6105; dat hij het kwadeH7451 niet aanzieH7200;
Die in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; die zijn handen uitschudt, dat zij geen geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat hij geen bloedschulden hore, en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet aanzie;
KJV
He that walketh1
righteously,2
and speaketh3
uprightly;4
he that despiseth5
the gain6
of oppressions,7
that shaketh8
his hands9
from holding10
of bribes,11
that stoppeth12
his ears13
from hearing14
of blood,15
and shutteth16
his eyes17
from seeing18
evil;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
DieH1931 zal in de hoogtenH4791 wonenH7931, de sterktenH4869 der steenrotsenH5553 zullen zijn hoog vertrekH4679 zijn; zijn broodH3899 wordt hem gegevenH5414, zijn waterenH4325 zijn gewisH539.
Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis.
KJV
He shall dwell3
on high:2
his place of defence6
shall be the munitions4
of rocks:5
bread7
shall be given8
him; his waters9
shall be sure.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Uw ogenH5869 zullen den KoningH4428 zien in Zijn schoonheidH3308; zij zullen een verH4801 gelegen landH776 zien.
Uw ogen zullen den Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.
Ook in dit vers
zienH2372
zienH7200
KJV
Thine eyes4
shall see3
the king1
in his beauty:2
they shall behold5
the land6
that is very far off.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Uw hartH3820 zal de verschrikkingH367 overdenkenH1897, zeggende: Waar is de schrijverH5608? Waar is de betaalsheerH8254? Waar is hij, die de torensH4026 teltH5608?
Uw hart zal de verschrikking overdenken, zeggende: Waar is de schrijver? Waar is de betaalsheer? Waar is hij, die de torens telt?
KJV
Thine heart1
shall meditate2
terror.3
Where is the scribe?5
where is the receiver?7
where is he that counted9
the towers?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Gij zult niet meer dat stuurseH3267 volkH5971 zienH7200, het volkH5971, dat zo diepH6012 van spraakH8193 is, dat men het niet horenH8085 kan, van belachelijkeH3932 tongH3956, hetwelk men niet verstaan kanH998.
Gij zult niet meer dat stuurse volk zien, het volk, dat zo diep van spraak is, dat men het niet horen kan, van belachelijke tong, hetwelk men niet verstaan kan.
KJV
Thou shalt not see5
a fierce3
people,2
a people6
of a deeper7
speech8
than thou canst perceive;9
of a stammering10
tongue,11
that thou canst not understand.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
SchouwtH2372 SionH6726 aan, de stadH7151 onzer bijeenkomstenH4150; uw ogenH5869 zullen JeruzalemH3389 zienH7200, een gerusteH7600 woonplaatsH5116, een tentH168, die niet ter neder geworpenH6813 zal worden, welker pinnenH3489 in der eeuwigheidH5331 niet zullen uitgetogenH5265 worden, en van welker zelenH2256 geen verscheurdH5423 worden.
Schouwt Sion aan, de stad onzer bijeenkomsten; uw ogen zullen Jeruzalem zien, een geruste woonplaats, een tent, die niet ter neder geworpen zal worden, welker pinnen in der eeuwigheid niet zullen uitgetogen worden, en van welker zelen geen verscheurd worden.
KJV
Look1
upon Zion,2
the city3
of our solemnities:4
thine eyes5
shall see6
Jerusalem7
a quiet9
habitation,8
a tabernacle10
that shall not be taken down;12
not one of the stakes15
thereof shall ever16
be removed,14
neither shall any of the cords18
thereof be broken.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
MaarH3588 de HEEREH3068 zal aldaarH8033 bij ons heerlijkH117 zijn, het zal zijn een plaatsH4725 van rivierenH5104, van wijdeH7342 stromenH2975; geen roeischuitH590 zal daar doorvarenH3212, en geen treffelijkH117 schipH6716 zal daar overvarenH5674.
Maar de HEERE zal aldaar bij ons heerlijk zijn, het zal zijn een plaats van rivieren, van wijde stromen; geen roeischuit zal daar doorvaren, en geen treffelijk schip zal daar overvaren.
KJV
But there the glorious4
LORD5
will be unto us a place7
of broad10
rivers8
and streams;9
wherein shall go13
no12
galley15
with oars,16
neither shall gallant18
ship17
pass
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
WantH3588 de HEEREH3068 is onze RechterH8199, de HEEREH3068 is onze WetgeverH2710, de HEEREH3068 is onze KoningH4428. HijH1931 zal ons behoudenH3467.
Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning. Hij zal ons behouden.
KJV
For the LORD2
is our judge,3
the LORD4
is our lawgiver,5
the LORD6
is our king;7
he will save
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Uw touwenH2256 zijn slapH5203 geworden, zij zullen hun mastboomH8650 niet kunnen rechtH3653 stijf houdenH2388, zij zullen het zeilH5251 niet uitspannenH6566; dan zal de roof van een overvloedigenH4766 buitH7998 uitgedeeldH2505 worden, zelfs zullen de lammenH6455 den roof rovenH962.
Uw touwen zijn slap geworden, zij zullen hun mastboom niet kunnen recht stijf houden, zij zullen het zeil niet uitspannen; dan zal de roof van een overvloedigen buit uitgedeeld worden, zelfs zullen de lammen den roof roven.
Ook in dit vers
roofH957
roofH5706
KJV
Thy tacklings2
are loosed;1
they could not well5
strengthen4
their mast,6
they could not spread8
the sail:9
then is the prey12
of a great14
spoil13
divided;11
the lame15
take16
the prey.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
En geen inwonerH7934 zal zeggenH559: Ik ben ziekH2470, want het volkH5971, dat daarin woontH3427, zal vergevingH5375 van ongerechtigheidH5771 hebben.
En geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek, want het volk, dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben.
KJV
And the inhabitant3
shall not say,2
I am sick:4
the people5
that dwell6
therein shall be forgiven8
their iniquity.
gij verwoester,
Te weten gij Sanherib, koning van Assyrië. Doch het wordt ook gesproken tot alle vervolgers van de kerk Gods.
Hertaald:
gij verwoester,
Namelijk: u, Sanherib, koning van Assyrië. Maar het wordt ook gezegd tot alle vervolgers van Gods kerk.
Als gij
Als gij aan het einde, hetwelk u God gesteld heeft, zult gekomen zijn, dat is als gij uw maat zult vervuld hebben, als de straffen, met welke God zijn volk zal bezoeken, een einde nemen zullen.
Hertaald:
Als gij
Wanneer u aan het einde gekomen zult zijn dat God u gesteld heeft, dat is: wanneer u uw maat vol gemaakt zult hebben en de straffen waarmee God Zijn volk zal bezoeken een einde zullen nemen.
zult gij verwoest
Te weten vooreerst uw leger door den engel; daarna bijzelf door uwe zonen, zie 2 Kon. 19:35 , enz., eindelijk uwe stad Nineve door de Chaldeën.
Hertaald:
zult gij verwoest
Namelijk: eerst uw leger door de engel, daarna uzelf door uw zonen — zie 2 Kon. 19:35, enzovoort — en ten slotte uw stad Ninevé door de Chaldeeën.
zal men trouwelooslijk
Het schijnt dat dit te duiden is op de zonen van Sanherib, die hem in zijn afgodischen tempel hebben vermoord; 2 Kon. 19:37 .
Hertaald:
zal men trouwelooslijk
Het lijkt dat dit betrokken moet worden op de zonen van Sanherib, die hem in zijn afgodentempel vermoord hebben; 2 Kon. 19:37.
ons genadig,
Te weten uw heilige kerk, of [ ons ], die uw volk zijn.
Hertaald:
ons genadig,
Namelijk: Uw heilige kerk; of: ons, die Uw volk zijn.
wij hebben
Te weten, dat Gij ons zoudt helpen en verlossen.
Hertaald:
wij hebben
Namelijk: dat U ons zou helpen en verlossen.
hun arm
Te weten der vrome Joden arm. De zin is: wees een voorvechter en beschermer van uw volk, tegen de Assyriërs.
Hertaald:
hun arm
Namelijk: de arm van de vrome Joden. De betekenis is: wees een voorvechter en beschermer van Uw volk tegen de Assyriërs.
allen morgen,
Hebreeuws, in de morgenstonden; dat is allen morgen, steeds, altoos, gelijk Ps. 90:14 ; zie de aantekening Ps. 73:14 ; of, als zij U ten tijde van het morgenoffer aanroepen.
Hertaald:
allen morgen,
Hebreeuws: in de morgenstonden — dat is: elke morgen, voortdurend, altijd, zoals in Ps. 90:14; zie de aantekening bij Ps. 73:14. Of: wanneer zij U aanroepen op de tijd van het morgenoffer.
Van het geluid
Te weten als de engel hen zal overvallen. Zie 2 Kon. 19:35 .
Hertaald:
Van het geluid
Namelijk: wanneer de engel hen zal overvallen. Zie 2 Kon. 19:35.
de volken
Te weten het krijgsvolk in het heir van den koning van Assyrië, bestaande uit verscheidene volken en natiën.
Hertaald:
de volken
Namelijk: het krijgsvolk in het leger van de koning van Assyrië, dat uit verschillende volken en naties bestond.
van Uw verhoging
Als Gij, o Heere, U als op uw rechterstoel zetten en gericht oefenen zult over de vijanden uws volks.
Hertaald:
van Uw verhoging
Wanneer U, o HEERE, Zich als op Uw rechterstoel zet en gericht houdt over de vijanden van Uw volk.
Dan zal
Eene aanspraak tot de Assyriërs. De zin is: Gij, Assyriërs, zult van den engel des Heeren verslagen en dan van de Joden beroofd worden.
Hertaald:
Dan zal
Een aanspraak tot de Assyriërs. De betekenis is: u, Assyriërs, zult door de engel van de HEERE verslagen en daarna door de Joden beroofd worden.
ulieder buit
Dat is, de buit, dien gij, Assyriërs, van andere volken geroofd hebt, zal van ulieden wedergenomen worden.
Hertaald:
ulieder buit
Dat is: de buit die u, Assyriërs, van andere volken geroofd hebt, zal u weer afgenomen worden.
gelijk
Hebreeuws, met ene verzameling des kevers.
Hertaald:
gelijk
Hebreeuws: met een verzameling van de kever.
daarin
Te weten in uwen roof; dat is, in den roof, dien men u zal afnemen. Daarin zal men onder en over, door en weer door huppelen en springen, met vreugde, met blijdschap en gejuich.
Hertaald:
daarin
Namelijk: in uw roof, dat is: in de buit die men u zal afnemen. Daarin zal men heen en weer huppelen en springen, met vreugde, blijdschap en gejuich.
in de hoogte;
Dat is, in den hemel.
Hertaald:
in de hoogte;
Dat is: in de hemel.
Hij heeft Sion
Of, Hij zal Zion vervullen, enz., te weten na de verdelging der Assyriërs ten tijde aan Hizkia.
Hertaald:
Hij heeft Sion
Of: Hij zal Sion vervullen, enzovoort, namelijk na de verdelging van de Assyriërs in de tijd van Hizkia.
de vastigheid
Hier wendt de profeet zijne rede tot den koning Hizkia. Anderen verstaan dat het ene aanspraak is aan de kerk Gods; alsof de profeet zeide: Wat de kerk zal doen vaststaan, zal zijn de kennis van de goedertierenheid en gunst des Heeren.
Hertaald:
de vastigheid
Hier richt de profeet zijn woorden tot koning Hizkia. Anderen menen dat het een aanspraak tot de kerk van God is, alsof de profeet zei: wat de kerk vast zal doen staan, is de kennis van de goedertierenheid en de gunst van de HEERE.
uwer tijden,
Dat is, uwer regering, o Hizkia, of, o gemeente Gods.
Hertaald:
uwer tijden,
Dat is: van uw regering, o Hizkia; of: o gemeente van God.
de sterkte
Of, [uw] heilzame sterkte, of de sterkte des veelvoudigen heils.
Hertaald:
de sterkte
Of: uw heilzame sterkte, of de sterkte van het veelvoudige heil.
zal zijn
[Zal zijn] of, is.
Hertaald:
zal zijn
Zal zijn, of: is.
zijn schat
Te weten van den koning Hizkia. Alsof hij zeide: Omdat hij den Heere vreest, zo zal Hij hem zegenen met rijkdom. Zie 2 Kon. 20:13 , en 2 Kron. 32:27-29 . Anders, zijnen, of haren; te weten der kerk Gods. Indien men deze woorden op den koning Hizkia duidt, zo wijzen zij tegelijk aan, welke en hoedanig de wijsheid van den koning Hizkia geweest is, waarvan te lezen is 2 Kon. 19:1 , 2 Kon. 19:14 , en 2 Kon. 18:4-6 .
Hertaald:
zijn schat
Namelijk: van koning Hizkia. Alsof hij zei: omdat hij de HEERE vreest, zal Hij hem met rijkdom zegenen. Zie 2 Kon. 20:13 en 2 Kron. 32:27-29. Anders: zijn of haar schat, namelijk van de kerk van God. Wanneer men deze woorden op koning Hizkia betrekt, wijzen zij tegelijk aan hoe en hoedanig de wijsheid van koning Hizkia geweest is, waarover te lezen is in 2 Kon. 19:1, 2 Kon. 19:14 en 2 Kon. 18:4-6.
hun
Te weten van Sanherib en zijne vorsten. Zie onder Jes. 36:13 , enz. en Jes. 37:10 , enz.
Hertaald:
hun
Namelijk: van Sanherib en zijn vorsten. Zie hieronder Jes. 36:13, enzovoort, en Jes. 37:10, enzovoort.
allersterksten
Of, ambassadeurs, gezanten; te weten die, welken Sanherib aan den koning Hizkia en de inwoners van Jeruzalem gezonden heeft; 2 Kon. 18:17-18 .
Hertaald:
allersterksten
Of: ambassadeurs, gezanten, namelijk die Sanherib naar koning Hizkia en de inwoners van Jeruzalem gezonden heeft; 2 Kon. 18:17-18.
daar buiten;
Te weten buiten de stad Jeruzalem, gelijk te lezen is 2 Kon. 18:17-18 , enz.
Hertaald:
daar buiten;
Namelijk: buiten de stad Jeruzalem, zoals te lezen is in 2 Kon. 18:17-18, enzovoort.
de boden
Te weten die mannen, die Hizkia had gezonden aan Sanherib om hem den vrede af te bidden, 2 Kon. 18:14 .
Hertaald:
de boden
Namelijk: die mannen die Hizkia naar Sanherib gezonden had om hem om vrede te smeken, 2 Kon. 18:14.
De gebaande wegen
Te weten in het land Juda. De zin is: Niemand durft zich in het land Juda op de gewone herenstraten laten vinden, of reizen, vanwege den inval der Assyriërs. Vergelijk Richt. 5:6 , en de aantekening aldaar.
Hertaald:
De gebaande wegen
Namelijk: in het land Juda. De betekenis is: niemand durft zich in het land Juda op de gewone heerbanen te vertonen of te reizen, vanwege de inval van de Assyriërs. Vergelijk Richt. 5:6 en de aantekening daarbij.
zijn verwoest,
Te weten van de Assyriërs.
Hertaald:
zijn verwoest,
Namelijk: door de Assyriërs.
hij vernietigt
Te weten Sanherib.
Hertaald:
hij vernietigt
Namelijk: Sanherib.
het verbond,
Te weten hetwelk hij gemaakt had, belovende af te trekken, als Hizkia hem de som geld, die hij hem opgelegd had, zou betaald hebben. Zie 2 Kon. 18:14 , enz.
Hertaald:
het verbond,
Namelijk: het verbond dat hij gesloten had, waarbij hij beloofde af te trekken zodra Hizkia hem de geldsom betaald zou hebben die hij hem opgelegd had. Zie 2 Kon. 18:14, enzovoort.
de steden,
Te weten de steden in Juda.
Hertaald:
de steden,
Namelijk: de steden in Juda.
Het land
Te weten het Joodse land, hetwelk van de Assyriërs verwoest is.
Hertaald:
Het land
Namelijk: het Joodse land, dat door de Assyriërs verwoest is.
de Libanon
De naam van een berg, en door dezen, als andere hier genaamde plaatsen, liggende aan de grenzen des lands, wordt te kennen gegeven, dat het ganse land verwoest was.
Hertaald:
de Libanon
De naam van een berg. Door deze berg en door de andere hier genoemde plaatsen, die aan de grenzen van het land liggen, wordt te kennen gegeven dat het hele land verwoest was.
schaamt zich,
Te weten omdat hij van zijn schone hoge cederbomen ontbloot is, die door de Assyriërs zijn afgehouwen, waarmede hij tevoren versierd en als opgepronkt was.
Hertaald:
schaamt zich,
Namelijk: omdat hij beroofd is van zijn schone, hoge cederbomen, die door de Assyriërs omgehakt zijn en waarmee hij tevoren versierd en als het ware getooid was.
hij verwelkt;
Of, hij is nedergehouwen.
Hertaald:
hij verwelkt;
Of: hij is omgehakt.
Saron
Een land, waar goede tarwe pleegt te wassen. Zie 1 Kron. 27:29 , maar het was jammerlijk verwoest als de profeet dit schreEf.
Hertaald:
Saron
Een landstreek waar goede tarwe placht te groeien. Zie 1 Kron. 27:29; maar zij was jammerlijk verwoest toen de profeet dit schreef.
Basan
In Basan was goede weide. Zie Deut. 32:14 ; Ps. 22:13 . Dit gebergte lag niet in den stam van Juda, maar in den halven stam van Manasse; Joz. 13:30 .
Hertaald:
Basan
In Basan was goede weidegrond. Zie Deut. 32:14 en Ps. 22:13. Dit gebergte lag niet in de stam van Juda, maar in de halve stam van Manasse; Joz. 13:30.
Karmel
Hier was ook goed weideland. Zie 1 Sam. 25:2 .
Hertaald:
Karmel
Ook hier was goed weideland. Zie 1 Sam. 25:2.
zijn geschud
Of, werpen af; te weten hunne vruchten. Anders: ruchelt; dat roept als een ezel, dat is, schreit verschrikkelijk, namelijk omdat de beesten, die daar plachten te weiden, nu verdreven en geroofd waren.
Hertaald:
zijn geschud
Of: werpen af, namelijk hun vruchten. Anders: balkt — dat is: roept als een ezel, dus: schreeuwt vreselijk, namelijk omdat de dieren die daar plachten te weiden nu verdreven en geroofd waren.
opstaan,
Of, mij opmaken; te weten tegen de Assyriërs.
Hertaald:
opstaan,
Of: Mij opmaken, namelijk tegen de Assyriërs.
verhoogd worden,
Te weten door het ombrengen der Assyriërs.
Hertaald:
verhoogd worden,
Namelijk: door het ombrengen van de Assyriërs.
Gijlieden
Dit spreekt de Heere tot de Assyriërs; alsof Hij zeide: Gij hebt wel wat groots voor, te weten Jeruzalem in te nemen en te verdelgen; maar het zal u niet gelukken, gij zult zelf te schande en ten verderve komen.
Hertaald:
Gijlieden
Dit spreekt de HEERE tot de Assyriërs, alsof Hij zei: u hebt wel iets groots voor, namelijk Jeruzalem in te nemen en te verdelgen, maar het zal u niet lukken; u zult zelf te schande en in het verderf komen.
gij zult
Uwe aanslagen zullen zo weinig vermogen, alsof zij van stro en stoppels waren.
Hertaald:
gij zult
Uw plannen zullen zo weinig vermogen alsof zij van stro en stoppels waren.
uw geest
Dat is, uwe hoogheid zal mij bewegen ulieden te verderven, te weten door mijn slaanden engel; zie 2 Kon. 18:19 , enz., en 2 Kon. 19:9 , enz.
Hertaald:
uw geest
Dat is: uw hoogmoed zal Mij ertoe brengen u te verderven, namelijk door Mijn slaande engel; zie 2 Kon. 18:19, enzovoort, en 2 Kon. 19:9, enzovoort.
de volken
Te weten het krijgsvolk in het leger van de Assyriërs zal verdelgd worden gelijk de kalk in den kalkoven gebrand word; zie 2 Kon. 19:35 . Anders: zullen in kalkovens gelegd worden, namelijk om tot kalk verbrand te worden.
Hertaald:
de volken
Namelijk: het krijgsvolk in het leger van de Assyriërs zal verdelgd worden zoals de kalk in de kalkoven verbrand wordt; zie 2 Kon. 19:35. Anders: zullen in kalkovens gelegd worden, namelijk om tot kalk verbrand te worden.
Hoort
Dit is ene voorrede op hetgeen hier volgt, namelijk ene vermaning aan de vreemde natiën, dat zij den waren God zouden eren vanwege het vernielen der Assyriërs.
Hertaald:
Hoort
Dit is een inleiding op wat hier volgt, namelijk een vermaning aan de vreemde volken om de ware God te eren vanwege de vernietiging van de Assyriërs.
wat Ik
Te weten hoe wonderbaar Ik de Assyriërs door een engel verdelgd heb.
Hertaald:
wat Ik
Namelijk: hoe wonderlijk Ik de Assyriërs door een engel verdelgd heb.
bekent
Dat is, merkt en roemt mijn grote macht.
Hertaald:
bekent
Dat is: merkt Mijn grote macht op en roemt die.
De zondaren
Dat is, de goddelozen onder de Joden, die alle vermaningen veracht hebben.
Hertaald:
De zondaren
Dat is: de goddelozen onder de Joden, die alle vermaningen veracht hebben.
te Sion
Dat is, te Jeruzalem.
Hertaald:
te Sion
Dat is: in Jeruzalem.
zijn verschrikt;
Te weten als Ik hen door de Assyriërs bezocht heb, die zich niet verschrikten als Ik hen door den profeet Jesaja gedreigd heb; zie 2 Kon. 18:37 ; en 2 Kon. 19:14 .
Hertaald:
zijn verschrikt;
Namelijk: toen Ik hen door de Assyriërs bezocht heb — zij die niet schrokken toen Ik hen door de profeet Jesaja dreigde; zie 2 Kon. 18:37 en 2 Kon. 19:14.
bij een verterend
Dat is, bij God, als Hij vertoornd is. Zie Deut. 4:24 , en Deut. 9:3 ; Hebr. 12:29 . Sommigen nemen deze woorden als gesproken zijnde door den profeet. Vergelijk Ps. 15:1 .
Hertaald:
bij een verterend
Dat is: bij God, wanneer Hij vertoornd is. Zie Deut. 4:24, Deut. 9:3 en Hebr. 12:29. Sommigen vatten deze woorden op als gesproken door de profeet. Vergelijk Ps. 15:1.
Die in
Hier antwoordt de profeet, of God door den profeet, op de voorgaande vraag der goddeloze Joden; en Hij wijst aan dat zij geen oorzaak hebben om over Gods gestrengheid te klagen, maar wel over hun goddeloos leven, waarmede zij God tot straffen veroorzaken.
Hertaald:
Die in
Hier antwoordt de profeet, of God door de profeet, op de voorgaande vraag van de goddeloze Joden, en Hij wijst aan dat zij geen reden hebben om over Gods gestrengheid te klagen, maar wel over hun goddeloze leven, waarmee zij God tot straffen aanleiding geven.
het gewin
Dat is het onrechtvaardig gewin, hetwelk men neemt om zijnen naaste te helpen onderdrukken.
Hertaald:
het gewin
Dat is: het onrechtvaardige gewin dat men aanneemt om zijn naaste te helpen onderdrukken.
geen geschenken
Te weten die hem, als rechter, gegeven worden om een goede zaak kwaad te maken.
Hertaald:
geen geschenken
Namelijk: geschenken die hem als rechter gegeven worden om een goede zaak slecht te maken.
dat hij geen
Dat is, dat hij de raadslagen van onschuldig bloedvergieten niet bijwone; zie Ps. 51:16 .
Hertaald:
dat hij geen
Dat is: dat hij niet aanwezig is bij de beraadslagingen over het vergieten van onschuldig bloed; zie Ps. 51:16.
niet aanzie;
Te weten met lust en met behagen. Zie Ps. 22:18 .
Hertaald:
niet aanzie;
Namelijk: met lust en behagen. Zie Ps. 22:18.
in de hoogten
Dat is, zeker en vast, buiten gevaar, onder de beschutting des Allerhoogsten. Vergelijk Ps. 91:1 .
Hertaald:
in de hoogten
Dat is: veilig en vast, buiten gevaar, onder de bescherming van de Allerhoogste. Vergelijk Ps. 91:1.
zijn brood
Dat is, het brood, hetwelk hij behoeft, of wenst te hebben. De zin is: hem zal niets ontbreken.
Hertaald:
zijn brood
Dat is: het brood dat hij nodig heeft of wenst te hebben. De betekenis is: hem zal niets ontbreken.
zijn gewis
Dat is, de Heere zal hem gewisselijk van drank verzorgen.
Hertaald:
zijn gewis
Dat is: de HEERE zal hem zeker van drinken voorzien.
Uw ogen
Hier spreekt de profeet hen aan, die hij vs.15 beschreven heeft, te weten de godzaligen onder de Joden.
Hertaald:
Uw ogen
Hier spreekt de profeet hen aan die hij in vers 15 beschreven heeft, namelijk de godzaligen onder de Joden.
den Koning
Eenigen verstaan hier den koning Hizkia, anderen den Heere Christus.
Hertaald:
den Koning
Sommigen verstaan hier koning Hizkia, anderen de Heere Christus.
zien
Of, aanschouwen, met blijdschap, te weten na de heerlijke victorie over de Assyriërs, want tevoren, toen hem de Assyriërs in het land gevallen waren, was hij in een treurigen en bedroefden staat; zie 2 Kron. 32:23 , 2 Kron. 32:27 .
Hertaald:
zien
Of: aanschouwen, met blijdschap, namelijk na de heerlijke overwinning op de Assyriërs; want tevoren, toen de Assyriërs zijn land binnengevallen waren, verkeerde hij in een treurige en bedroefde toestand; zie 2 Kron. 32:23 en 2 Kron. 32:27.
zij zullen
Hebreeuws, het land der verheden. De zin is: Zij, te weten de burgers van Jeruzalem, zullen niet meer zo verschrikkelijk binnen hunne stad moeten besloten en als gevangen blijven, maar zij zullen mogen reizen en trekken waar het hun belieft door het ganse land.
Hertaald:
zij zullen
Hebreeuws: het land van de verten. De betekenis is: zij, namelijk de burgers van Jeruzalem, zullen niet langer zo angstig binnen hun stad opgesloten en als gevangen hoeven blijven, maar zij zullen door het hele land mogen reizen en trekken waarheen zij willen.
Uw hart
Hier spreekt de profeet alle godzalige Joden in het bijzonder aan.
Hertaald:
Uw hart
Hier spreekt de profeet alle godzalige Joden in het bijzonder aan.
zal de verschrikking
Of, het zal dichten van die verschrikking; te weten van die verschrikkingen, waarmede gij zijt bevangen geweest vanwege de Assyriërs, en van welke gij wonderbaarlijk, door Gods kracht en genade, zult verlost worden.
Hertaald:
zal de verschrikking
Of: het zal peinzen over die verschrikking, namelijk over de verschrikkingen waardoor u bevangen geweest bent vanwege de Assyriërs en waarvan u wonderlijk verlost zult worden door Gods kracht en genade.
Waar
Dit zijn de woorden der Joden, de Assyriërs trotserende na verkregen victorie; alsof zij zeiden: Waar zijn nu al die grote meesters en officieren van den koning Sanherib? Zij zijn nu allen vernield en verdelgd, wij passen nu niet langer op hen, zij kunnen ons niet hinderen noch schaden. Sommigen nemen dit als woorden van de Joden, alsof zij in de aankomst der Assyriërs uit verbaasdheid en radeloosheid vraagden: Waar zijn nu de officieren, die op onze bescherming moesten letten en op alles orde stellen?
Hertaald:
Waar
Dit zijn de woorden van de Joden, die na de behaalde overwinning de Assyriërs trotseren, alsof zij zeiden: waar zijn nu al die grote meesters en officieren van koning Sanherib? Zij zijn nu allemaal vernietigd en verdelgd; wij letten niet langer op hen, zij kunnen ons niet hinderen of schaden. Sommigen vatten dit op als woorden van de Joden bij de komst van de Assyriërs, alsof zij in ontsteltenis en radeloosheid vroegen: waar zijn nu de officieren die op onze bescherming moesten letten en alles moesten regelen?
is de schrijver?
Te weten monsterschrijver, of krijgssecretaris, te weten van den koning Sanherib.
Hertaald:
is de schrijver?
Namelijk: de monsterschrijver of krijgssecretaris, namelijk van koning Sanherib.
de betaalsheer?
Of, de penningmeester, thesaurier, betaalmeester. Hebreeuws, de weger, of die daar weegt; te weten het geld; dat is, die den soldaten hunne soldij betaalt. Aangaande het wegen, zie Gen. 23:16 .
Hertaald:
de betaalsheer?
Of: de penningmeester, thesaurier, betaalmeester. Hebreeuws: de weger, of hij die weegt, namelijk het geld — dat is: hij die de soldaten hun soldij betaalt. Over het wegen, zie Gen. 23:16.
die de torens
Dat is, de bouwmeester of ingenieur, wiens ambt het is te tellen en te ordineren hoeveel torens, sterkten, schansen of bolwerken men moet maken tot verdediging ener belegerde stad, of om ene stad te belegeren en te besluiten.
Hertaald:
die de torens
Dat is: de bouwmeester of ingenieur, wiens taak het is te tellen en te bepalen hoeveel torens, versterkingen, schansen of bolwerken men moet maken om een belegerde stad te verdedigen, of om een stad te belegeren en in te sluiten.
niet meer
Want de engel des Heeren zal hen ten dele verslaan, ten dele op de vlucht jagen; zie 2 Kon. 19:35-36 .
Hertaald:
niet meer
Want de engel van de HEERE zal hen deels verslaan en deels op de vlucht jagen; zie 2 Kon. 19:35-36.
dat stuurse
Of, wreed volk, of barbaars volk. Hebreeuws, gesterkt, verhard volk. Zie Deut. 28:50 ; Richt. 14:4 , en Ps. 114:1 .
Hertaald:
dat stuurse
Of: wreed volk, of barbaars volk. Hebreeuws: gehard, verhard volk. Zie Deut. 28:50, Richt. 14:4 en Ps. 114:1.
van spraak
Hebreeuws, van lip, gelijK Gen. 11:1 ; dat is, een volk, dat een onbekende spraak heeft.
Hertaald:
van spraak
Hebreeuws: van lip, zoals in Gen. 11:1 — dat is: een volk dat een onbekende taal heeft.
horen kan,
Dat is, verstaan kan; zie Gen. 11:7 .
Hertaald:
horen kan,
Dat is: verstaan kan; zie Gen. 11:7.
belachelijke tong,
Zie Jes. 28:11 . Anders, van stamelende tong.
Hertaald:
belachelijke tong,
Zie Jes. 28:11. Anders: van stamelende tong.
Schouwt
Hier spreekt de profeet nog de godzalige Joden aan.
Hertaald:
Schouwt
Hier spreekt de profeet nog steeds de godzalige Joden aan.
de stad
Te weten Jeruzalem, waar het volk Gods gewoon was, inzonderheid op de hoge feestdagen, samen te komen.
Hertaald:
de stad
Namelijk: Jeruzalem, waar het volk van God gewoon was samen te komen, in het bijzonder op de hoge feestdagen.
een tent,
Versta hier, de Christelijke kerk, die steeds vast blijft staande, ofschoon zij hard wordt bestreden van hare vijanden. Het aardse Jeruzalem is van de Romeinen verwoest.
Hertaald:
een tent,
Versta hier de christelijke kerk, die voortdurend vast blijft staan, ook al wordt zij hard bestreden door haar vijanden. Het aardse Jeruzalem is door de Romeinen verwoest.
in der eeuwigheid
Dat is, nimmermeer.
Hertaald:
in der eeuwigheid
Dat is: nooit meer.
zullen uitgetogen
Hebreeuws, niet zullen verreizen.
Hertaald:
zullen uitgetogen
Hebreeuws: niet zullen wegreizen.
heerlijk zijn,
Zie van het woord heerlijk, Ps. 8:2 .
Hertaald:
heerlijk zijn,
Over het woord heerlijk, zie Ps. 8:2.
het zal zijn
Te weten Jeruzalem; wel verstaande het geestelijke Jeruzalem; dat is, de gemeente der uitverkorenen.
Hertaald:
het zal zijn
Namelijk: Jeruzalem — en dan het geestelijke Jeruzalem, dat is: de gemeente van de uitverkorenen.
wijde stromen;
Of, brede. Hebreeuws, wijd van handen; dat is, wijd van ruimte, gelijk Gen. 34:21 ; Richt. 18:10 ; Ps. 104:25 ; zie de aantekening aldaar.
Hertaald:
wijde stromen;
Of: brede. Hebreeuws: wijd van handen — dat is: wijd van ruimte, zoals in Gen. 34:21, Richt. 18:10 en Ps. 104:25; zie de aantekening daarbij.
schip
Of, galei.
Hertaald:
schip
Of: galei.
zal daar
Of, daarover komen. De zin van dit vs. is: De kerk zal zijn als een stad, rondom welke wijde grachten gaan, alzo dat de vijanden tegen haar niet zullen vermogen, maar alle uitverkorenen zullen in haar zeker en gewis zijn.
Hertaald:
zal daar
Of: daaroverheen komen. De betekenis van dit vers is: de kerk zal zijn als een stad met brede grachten eromheen, zodat de vijanden niets tegen haar vermogen, maar alle uitverkorenen zullen in haar veilig en zeker zijn.
behouden
Of, verlossen, of zalig maken.
Hertaald:
behouden
Of: verlossen, of zalig maken.
Uw touwen
De profeet spreekt hier de Assyriërs aan, alsof zij altegaar in een schip waren, hetwelk in groot gevaar is; alsof hij zeide: O gij Assyriërs, al uw macht en voornemen tegen Gods kerk zal ijdel en tevergeefs zijn, gelijk men niet zeilen kan noch voortkomen, als de touwen en zeilen, bij gebrek van wind, niet stijf kunnen uitstaan of door storm gebroken worden.
Hertaald:
Uw touwen
De profeet spreekt hier de Assyriërs aan alsof zij allen in een schip zaten dat in groot gevaar verkeert. Alsof hij zei: o Assyriërs, al uw macht en al uw plannen tegen Gods kerk zullen ijdel en tevergeefs zijn, zoals men niet kan zeilen of vooruitkomen wanneer de touwen en zeilen bij gebrek aan wind niet strak kunnen staan of door de storm gebroken worden.
zijn slap
Of, los geworden, geslaakt.
Hertaald:
zijn slap
Of: los geworden, geslakt.
zij zullen hun mastboom
Te weten de vijanden, of de touwen.
Hertaald:
zij zullen hun mastboom
Namelijk: de vijanden, of de touwen.
recht
Of, recht overeind houden.
Hertaald:
recht
Of: recht overeind houden.
zij zullen het zeil
Of de vlag, of vaan uitbreiden.
Hertaald:
zij zullen het zeil
Of: de vlag of vaan uitspreiden.
dan
Te weten als de vijanden, die Gods kerk wilden verstoren, van den Heere zullen verslagen en te schande gemaakt worden.
Hertaald:
dan
Namelijk: wanneer de vijanden die Gods kerk wilden verstoren door de HEERE verslagen en te schande gemaakt zullen worden.
zal de roof
Anders: dan zal er uitgedeeld worden tot een groten roof toe. De zin is: De burgers der Christelijke kerk [te weten de gelovigen] zullen zich grotelijks verheugen. Vergelijk dit met Jes. 9:2 .
Hertaald:
zal de roof
Anders: dan zal er uitgedeeld worden tot een grote buit toe. De betekenis is: de burgers van de christelijke kerk, namelijk de gelovigen, zullen zich zeer verheugen. Vergelijk dit met Jes. 9:2.
zelfs
De zin is: Het zal met de vijanden der kerk Gods alzo gesteld zijn, dat zelfs de allerzwaksten machtig genoeg zullen zijn om hen te beroven. Zie Ps. 68:13 .
Hertaald:
zelfs
De betekenis is: het zal met de vijanden van Gods kerk zo gesteld zijn dat zelfs de allerzwaksten sterk genoeg zullen zijn om hen te beroven. Zie Ps. 68:13.
geen inwoner
Te weten van de stad Jeruzalem; dat is van de Christelijke kerk.
Hertaald:
geen inwoner
Namelijk: van de stad Jeruzalem, dat is: van de christelijke kerk.
ziek,
Of, zwak, of krank, want de Heere heelt al onze gebreken en Hij vergeeft ons onze misdaden.
Hertaald:
ziek,
Of: zwak, of ziek; want de HEERE geneest al onze gebreken en Hij vergeeft ons onze misdaden.
zal vergeving
Hebreeuws, zal ontlast zijn van ongerechtigheid; God zal hen ontlasten; dat is, God zal hun hunne zonden vergeven en derhalve maakt Hij hen sterk en wakker. Zie de aantekening Ps. 32:1 .
Hertaald:
zal vergeving
Hebreeuws: zal ontlast zijn van ongerechtigheid; God zal hen ontlasten — dat is: God zal hun de zonden vergeven en daardoor maakt Hij hen sterk en monter. Zie de aantekening bij Ps. 32:1. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen" (Jes. 33:14). Hun vraag staat er woordelijk bij: "Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan?" Het antwoord komt onmiddellijk en het is opvallend concreet: het gaat over iemand "die in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; die zijn handen uitschudt, dat zij geen geschenken behouden" (Jes. 33:15). Ook de oren en de ogen worden genoemd: hij luistert niet naar plannen die bloed kosten en kijkt niet naar het kwade. En dan volgt wat hem beloofd wordt: "Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis" (Jes. 33:16). Bijbelse betekenis: Merk op wie deze vraag stelt. Niet de heidenen buiten maar de zondaars en huichelaars binnen Sion; het vuur waar zij bang voor zijn, is dat van hun eigen God. Wonen bij een verterend vuur is de zaak waar het in dit hoofdstuk om draait. Let vervolgens op het antwoord. Er wordt geen leerstelling gegeven maar een levenswandel beschreven, en die is nadrukkelijk maatschappelijk: geen winst uit onderdrukking, geen geschenken die de rechter buigen, geen oor voor bloedplannen. De vraag hoe men bij God kan wonen wordt hier dus beantwoord met hoe men met de naaste omgaat. Let ten slotte op wat er beloofd wordt (Jes. 33:16). Geen rijkdom, maar een hoge woonplaats en brood en water die zeker zijn. Dat is genoeg gezegd voor wie in een belegerde stad zit. Typologie: De Hebreeënbrief neemt hetzelfde beeld op, maar dan van de andere kant: "onze God is een verterend vuur" (Hebr. 12:29). Wat de zondaars in Sion vreesden, staat daar als reden om Hem te dienen met eerbied en godvruchtigheid. En de vraag zelf klinkt als een psalm: wie zal verkeren in Gods tent, en wie zal wonen op de berg Zijner heiligheid (Ps. 15:1)? Jes. 33:14-16; Hebr. 12:29; Ps. 15:1 "Uw ogen zullen den Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien" (Jes. 33:17). Wat daarop volgt is een terugblik op de angst van de belegering, in drie vragen: waar is de schrijver, waar de betaalsheer, waar hij die de torens telt (Jes. 33:18)? Die functionarissen hoorden bij de bezetting en bij de schatting, en zij zijn er niet meer. Dan wordt Sion getekend als een tent waarvan de pinnen niet uitgetrokken worden (Jes. 33:20). En het hoofdstuk komt tot zijn kern: "Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning. Hij zal ons behouden" (Jes. 33:22). Het slotvers noemt wat er dan niet meer is: "En geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek, want het volk, dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben" (Jes. 33:24). Bijbelse betekenis: Merk op wat er in Jes. 33:17 beloofd wordt. Niet een betere koning en niet vrede in het algemeen, maar dat het oog de Koning zelf zal zien. Dat is meer dan verlichting van de omstandigheden; het is de omkering van een tijd waarin men alleen belastinginners en muren zag. Let vervolgens op de drie namen in Jes. 33:22. Rechter, Wetgever en Koning zijn drie ambten die bij mensen bijna nooit in één hand liggen, en met reden. Wanneer zij toch in Eén samenkomen, is dat alleen goed als Hij volmaakt rechtvaardig is; en juist daarom staat er meteen achter: Hij zal ons behouden. Let ten slotte op de volgorde in het slotvers. Eerst wordt gezegd dat niemand meer ziek zal zijn, en dan komt de reden: het volk heeft vergeving van ongerechtigheid. De diepste oorzaak van de ellende wordt dus als eerste weggenomen. Typologie: Jakobus zegt hetzelfde van de Wetgever, en trekt er een gevolg uit voor het onderlinge oordelen: "Er is een enig Wetgever, Die behouden kan en verderven. Doch wie zijt gij, die een anderen oordeelt?" (Jak. 4:12). En wat Jesaja aan het oog belooft, belooft de Heere Jezus aan de reinen van hart: zij zullen God zien (Matt. 5:8). Jes. 33:17-24; Jak. 4:12; Matt. 5:8 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt Assyrië ligt voor de poorten en de boodschappers van de vrede wenen bitterlijk. Jesaja beschrijft de angst in de stad, en dan opeens wordt de blik opgetild van de muren naar iets dat verder weg ligt. Na een hoofdstuk vol dreiging krijgt het volk te horen dat het de Koning in zijn schoonheid zien zal — en dat drie ambten in één Persoon samenkomen. De omslag komt met een belofte die niets praktisch belooft: “Uw ogen zullen den Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.” Wat aangeboden wordt is niet dat de vijand verdwijnt maar dat men zien zal. De verzen ervoor maakten duidelijk wie dat mag. Er wordt gevraagd wie er wonen kan bij een verterend vuur, en het antwoord is een korte reeks: wie in gerechtigheden wandelt, wie de winst der onderdrukkingen verwerpt, wie zijn oren stopt om geen bloed te horen. Zien begint bij een leven dat het verdragen kan. Wat er dan beschreven wordt, is een stad die nooit meer opgebroken wordt: een tent waarvan de pinnen in eeuwigheid niet uitgetrokken worden en waarvan geen enkel touw scheurt. Dat is een merkwaardig beeld voor een stad, maar het past bij een volk dat veertig jaar in tenten geleefd had. Nu wordt hun een tent beloofd die blijft staan. En dan komt het vers waar dit hoofdstuk in dit register om staat: “Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning. Hij zal ons behouden.” Drie ambten in één zin, en driemaal dezelfde Naam. Een rechter spreekt recht over wat gebeurd is. Een wetgever bepaalt wat gelden zal. Een koning bestuurt en beschermt. In elk volk zijn dat drie machten die elkaar in evenwicht houden, juist omdat men aan één mens niet alle drie durft toe te vertrouwen. Hier worden zij alle drie aan Eén gegeven, en de zin sluit met de reden waarom dat geen schrikbeeld is: Hij zal ons behouden. Zo staan de ambten in heel het Oude Testament uit elkaar. Mozes gaf de wet en was geen koning; David was koning en mocht niet offeren; de priester sprak recht maar regeerde niet. Elk van die mannen droeg één deel, en geen van hen droeg het lang goed. Het Nieuwe Testament legt die drie bij Eén neer, en het doet dat zonder ophef. Van Hem staat er dat de Vader al het oordeel aan de Zoon gegeven heeft. Van Hem staat er dat er één Wetgever is Die behouden kan en verderven. En van Hem staat er dat Hij Koning der koningen is. Wat Jesaja in één vers naast elkaar zette, staat daar in drie brieven verdeeld — en het gaat over dezelfde Persoon. Het hoofdstuk eindigt bij de zwakste in de stad: de inwoner zal niet zeggen ik ben ziek, want het volk dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben. In het Nieuwe Testament: Johannes 5:22; Jakobus 4:12; Openbaring 19:16; Jesaja 9:5-6; Mattheüs 9:2-6 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jesaja 33 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op vers 22, waar drie ambten aan dezelfde Naam worden toegekend. Daarnaast op de plaatsen waar het Nieuwe Testament die drie afzonderlijk aan Christus toeschrijft. Dat die plaatsen bewust naar dit vers verwijzen, staat er niet; de verbinding komt van de zaak zelf.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Jesaja 33:17 belooft de gelovige dat hij de Koning, Christus, in Zijn schoonheid zal aanschouwen, en dat dit vooruitzicht ook een ver land – de Hemel – nabij… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Want de HEERE zal daar in Zijn macht bij ons zijn. Het zal een plaats van rivieren, van brede stromen zijn.… Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis. Jesaja 33:16 Het is een… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" De sterkten van de steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis. Jesaja 33:16 Twijfelt u,… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid. Jesaja. 33:17 Hoe meer u van Christus wilt leren kennen, hoe minder genoegen… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" De sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis. Jesaja 33:16 Twijfelt u… Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis. Jes. 33:16 De man,… Maar de Heere zal aldaar bij ons heerlijk zijn, het zal zijn een plaats van rivieren, van wijde stromen; geen roeischuit zal daar doorvaren, en geen treffelijk schip… Nu zal Ik opstaan, zegt de HEERE, nu zal Ik verhoogd worden, nu zal Ik verheven worden. Jesaja 33:10 Toen de plunderaars het land verwoest hadden zodat het… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 33
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Rechter, Wetgever en Koning — 33:17-24
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Een Visioen van de Koning
Wat een versterking is God voor Zijn gemeente
Op de hoogten der bergen
Vertrouwen dat God zal helpen
Hoe u Jezus in Zijn ware gelijkenis kunt zien
Vertrouwen op uw Vader
Die zal in de hoogten wonen
Brede rivieren zonder schepen
God Zelf zal werken


Jesaja 33
Jesaja 33:17.KruisverwijzingenJesaja 6:5→Johannes 17:24→2 Kronieken 32:23→Jesaja 37:1→Hooglied 5:10→Jesaja 26:15→Jesaja 32:1→Hebreeën 11:13→
— Uw ogen zullen den Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.
“Uw ogen zullen den Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.” Deze woorden hadden oorspronkelijk een letterlijke betekenis voor de mensen van Jeruzalem, en wel op hun eigen tijd. Toen Sanherib de stad Jeruzalem belegerde, zagen de inwoners koning Hizkia in rouwgewaad; hij scheurde zijn klederen van verdriet.
Maar de dag zou komen, naar het woord van de HEERE door Jesaja, dat Sanherib moest vallen. Wie de hulpmiddelen telden en de sterkte of de zwakte van de stad schatten, zouden ver weg zijn, en dan zou er een tijd van vrijheid aanbreken. Het volk zou tot aan de uiterste einden van het beloofde land kunnen reizen, en zo zouden zij het land zien dat ver gelegen is. Koning Hizkia zelf zou bij een vreugdevolle gelegenheid uitkomen in zijn klederen van voortreffelijkheid en majesteit om de HEERE te prijzen; en zo zouden de ogen van het volk de koning zien in zijn schoonheid.
Het gedeelte is echter vaak in een andere zin gebruikt, en dat mag ook wel, mits men goed begrijpt dat wij het dan bij wijze van toepassing nemen. Hebben wij door het geloof onze Koning niet in Zijn rouwgewaad gezien? Hebben wij Jezus niet gezien in de treurige klederen van verdrukking en vernedering, toen Hij hier beneden was? Ons geloof heeft Hem aanschouwd in de gescheurde klederen van Zijn lijden. Wij hebben Hem gezien in Zijn zielsangst en Zijn bloedig zweet, in Zijn kruisiging en Zijn dood.
Maar nu wacht ons een ander en helderder gezicht. Onze ogen zullen de Koning eenmaal in een heerlijker dracht zien. Wij zullen Hem aanschouwen zoals Johannes Hem op Patmos zag. Wij zullen de Koning zien in Zijn schoonheid, en dan zullen wij het land binnengaan en genieten dat nu nog ver gelegen is.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
DE ASSYRIëRS ZULLEN VERJAAGD, JERUZALEM EN DE KERK BESCHERMD WORDEN.
VI. Vs. 1-24.KruisverwijzingenJesaja 21:2→Mattheüs 7:2→Jesaja 25:9→Psalmen 12:5→Mattheüs 6:33→Richteren 5:6→Jesaja 35:2→Jesaja 24:16→
— Wee u, gij verwoester, die niet verwoest zijt, en gij, die trouwelooslijk handelt, waar men niet trouwelooslijk tegen u gehandeld heeft! Als gij het verwoesten zult volbracht hebben, zult gij verwoest worden; als gij het trouweloos handelen zult voleind hebben, zal men trouwelooslijk tegen u handelen. HEERE, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm allen morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde der benauwdheid. Van het geluid des rumoers zullen de volken wegvlieden; van Uw verhoging zullen de heidenen verstrooid worden. Dan zal ulieder buit verzameld worden, gelijk de kevers verzameld worden; men zal daarin ginds en weder huppelen, gelijk de sprinkhanen ginds en weder huppelen. De HEERE is verheven, want Hij woont in de hoogte; Hij heeft Sion vervuld met gericht en gerechtigheid. En het zal geschieden, dat de vastigheid uwer tijden, de sterkte van uw behoudenissen zal zijn wijsheid en kennis; de vreze des HEEREN zal zijn schat zijn. Ziet, hun allersterksten roepen daar buiten; de boden des vredes wenen bitterlijk. De gebaande wegen zijn verwoest, die door de paden gaat, houdt op; hij vernietigt het verbond, hij veracht de steden, hij acht geen mens. Het land treurt, het kweelt; de Libanon schaamt zich, hij verwelkt; Saron is geworden als een woestijn; zo Basan als Karmel zijn geschud. Nu zal Ik opstaan, zegt de HEERE, nu zal Ik verhoogd worden, nu zal Ik verheven worden.
Hoofdst. 22 zag op den tijd, toen men in Jeruzalem meende het gevaar ener belegering door het leger der Assyriërs, dat verwoestende in Juda was ingevallen, door het betalen ener hoge schatting te hebben afgewend. Het voor ons liggende Hoofdstuk (vgl vs. 7 en 8) handelt over den onmiddellijk daarop volgenden tijd van ontnuchtering, daar Sanherib op trouweloze wijze het verdrag verbrak en niet alleen de belegering van Lachis niet ophief, maar zelfs drie van zijne voornaamste beambten naar Jeruzalem zond om de stad op te eisen (2 Kon. 18:27 vv.). Nu roept de profeet, daar hij zich met de wapenen van profetie en gebed tussen Assur en zijn volk plaatst, den verwoester en verachter zijn “wee” toe (vs. 1). Hij verandert spoedig het profetische machtwoord, dat dezen zijne eigene verwoesting en verachting aankondigt. In een gelovig gebed voor het bedreigde Juda en is er zeker van, dat de hulp niet zal ontbreken en een rijke buit van de vluchtende vijanden het einde van den tegenwoordigen nood zal zijn (vs. 2-4). Vervolgens richt zich zijn oog tot ene verdere toekomst, wanneer de nood van den tijd zijne volle vrucht heeft gedragen, en Jehova’s overwinning over alle vijandige machten aan het volk zijner keuze den toegedachten toestand van eer en heerlijkheid zal geschonken hebben (vs. 5 en 6). Van daar weer in den tegenwoordigen druk inziende, ontgaat het hem niet, welk een jammervolle toestand in Jeruzalem, in het land rondom, ja in ‘t gehele land wijd en zijd bestaat (vs. 7-9). Intussen is het juist daardoor voor den Heere ook tijd en uur, om als Rechter tussen beiden te treden en met de macht van Zijnen toorn de vijanden te verbranden (vs. 10-12). Voor den Rechtvaardige en Almachtige, wanneer Hij Assur Zijne macht ter verderving heeft laten gevoelen, kunnen dan ook de goddelozen niet meer blijen; zij moeten òf zich bekeren, òf zij kunnen het in Zijne nabijheid niet langer uithouden (vs. 13-16). Ene geheel anders gezinde gemeente dan de tegenwoordige zal eens te Zion wonen, en dat zal enen wonder-heerlijken koning hebben in plaats van den thans diep verootmoedigden, en een ruim en vrij land bezitten, in plaats van het nu onderworpene en tot een klein overblijfsel ineengekrompen land (vs. 17-19). De hoofdstad Jeruzalem echter zal dan ene heilige woning van blijvenden aard en ene welbeschermde en onaantastbare vesting zijn; het zal ene heilige plaats zijn, dit nieuwe Jeruzalem, alle zieken zullen daarin zijn genezen, alle zondaars daarin zijn begenadigd. (vs. 20-24).
In tegenoverstelling van het gelukkig lot dergenen, van welke vroeger (Hoofdst. 32:20) sprake was, roep ik: Wee u, gij verwoester van mijn volk (Hoofdst. 16:4), gij Assur, die niet verwoest zijt, maar verwoest zult worden! en gij, dis trouwelooslijk handelt, die in verdrukken en beroven alle perken te buiten gaat, waar men niet trouwelooslijk tegen u gehandeld heeft! Als gij het verwoesten zult volbracht hebben, zover de Heere het in Zijnen raad wil toelaten, zult gij verwoest worden; als gij het trouweloos handelen zult voleind hebben, het van God u bestemde werk zult hebben gedaan, zal men trouwelooslijk tegen u handelen (Deut. 32:32 vv.). Wee u monarchie van Assur, die de wereld met verwoestingen vervuldet, terwijl gij zelf boven alle macht en wraak verheven waart, die alle andere natiën met trouweloosheid behandelde, terwijl u niemand met gelijke munt kon of durfde betalen; haast zal uwer verwoestingen en trouweloosheden een einde gemaakt worden, en dan zal de beurt aan u zijn, om ook eens tot slachtoffer des verraads en der overmacht uwer naburen te worden.
HEERE! zo roepen wij, die tot het volk Gods behoren, te dezer tijd, nu de verwoester nog verwoesten en de verachter nog verachten kan, in vast vertrouwen op verhoring (Hoofdstuk 30:19): wees ons genadig, wij hebben op U gewacht (Hoofdstuk 26:8); wees hun, der Uwen arm, die hen beschermt en verdedigt, allen morgen, daar dagelijks nieuwe gevaren verschijnen, daartoe onze behoudenis, onze volkomen verlossing (Hoofdstuk 25:9), ten tijds der benauwdheid, die haar toppunt nu spoedig zal bereiken. Terwijl door dit vers de gedachten van den hoorder zo opmerkelijk op den Heere worden gevestigd, is daardoor de richting, van waar de hulp komt, aangewezen, en terwijl dit op zo aanmerkelijke wijze, zo ex abrupto geschiedt, is daardoor aangewezen, hoe de hulp plotseling, onverwacht, onvoorbereid in een den natuurlijken loop afbrekend ingrijpen geschiedt.
Van het geluid des rumoers, waarmee Gij hen verschrikt, zullen de volken des verwoesters weg vlieden (Hoofdstuk 30:30 vv.); van Uwe verhoging op de in Hoofdstuk 30:27 vv. beschrevene wijze zullen de Heidenen verstrooid worden.
Dan, als dit vluchten der volkeren, deze verstrooiing der Heidenen geschiedt, zal ulieder buit, de buit der Assyrische legers, voor zover zij als lijken in de legerplaats zijn achtergebleven (2 Kon. 19:35 vv.) verzameld worden, gelijk de kevers verzameld worden; men zal daarin ginds en weer huppelen, gelijk de sprinkhanen (Exod. 10:12) ginds en weer huppelen. Dit kan men verstaan: of: met zo veel gemak en in zo groten getale, als men kevers of sprinkhanen, (want het grondwoord betekent beide) de vruchten der aarde verslinden, hetwelk in die landen ene gewone plaag was. Voor deze gelijkenissen stelt de profeet voor de gemakkelijke overwinning, welke de Joden zouden behalen op hun vijanden. Zij zouden ze plunderen op hun gemak, zonder vreze voor den overval van andere vijanden; zij zouden, zegt Sanctius, over de dode lijken huppelen en die uitschudden met zoveel gemak als landlieden de schadelijke sprinkhanen verderven, of ginds en weer lopen tussen de lijken der verslagenen, en hier dit en daar dat opzamelen, gelijk de sprinkhanen van het ene groene kruid naar het andere zwerven.
De HEERE is verheven, zo roep ik, de profeet uit, terwijl ik dit toneel reeds in den geest aanschouw; want Hij woont in de hoogte des hemels, onbereikbaar voor elke aanval der mensen, gelijk dan ook de ASSYRIËRS werkelijk zullen beproeven Hem aan te vallen (Hoofdstuk 36:18 vv. 37:10 vv.); Hij heeft door de gevolgen, die zich aan Zijne wonderbare hulp verbinden, Zion vervuld met gericht en gerechtigheid, zodat nu een geheel nieuwe tijd onder het volk Gods zal beginnen, zo als die in Hoofdstuk 28:17 voorspeld is.
En het zal alsdan geschieden, dat er de vastigheid uwer tijden zal zijn, de sterkte van uwe behoudenis of rijkdom van volheid van heil, zal zijn van wijsheid en kennis; de vreze des HEREN zal voor Gods volk te Zion zijn schat zijn, in plaats van dat men, gelijk nu, zijn heil in ‘t zichtbare en vergankelijke zoekt.
De Profeet voorspelt hier, dat tengevolge van den val van Assur, Zion vervuld zal worden met recht en gerechtigheid. De Heere zal Zijn recht en Zijne gerechtigheid oefenen aan de verdrukkers van Zijn volk en dientengevolge zou het geschieden, dat de tijden vast zullen wezen en vervolgens, dat er een rijkdom zal wezen van heil en wijsheid en kennis. En als dan zal het ervaren worden, dat de vreze des Heren, welke in Jeruzalem zal gevestigd zijn, zal bloeien en groeien, de schat van het volk zal zijn. Het zal zien, dat niet Egypte, maar de Heere en Hij alleen waarlijk redt en behoudt.
Daarom echter, omdat men zo zijne hoop en zijne verwachting op de dingen der wereld stelt, is het tegenwoordige tijdstip een uur van den grootsten nood en de sterkste verlegenheid (vgl. (2 Kon. 18:17). Ziet, hun allersterksten 1) hun helden roepen daarbuiten, de boden des vredes, afgezonden om den vrede te verwerven en van wie men verwachtte, dat zij met vredetijding zouden wederkeren, wenen bitterlijk over de ontrouw en de trotse eisen van Sanherib;
In het Hebr. Er’alaam Dit woord betekent ongetwijfeld, hun allersterksten, d. i. hun helden. Maar op wie ziet dit? Onze Staten-Overzetters zijn van gevoelen, dat hiermede de legerhoofden van Assyriër worden genoemd, maar ook kan het zien en o. i. beter, op de helden van Juda zelf, die bij de aanrukkende en de belegerende macht van Assur ontmoedigd, als kinderen huilen, en schreeuwen van wege het gevaar dat dreigt. Vandaar dat er onmiddellijk volgt, dat de vredeboden bitterlijk wenen. Alles, zowel daar buiten als daar binnen, gelijk het volgende vers aangeeft, geeft een ontredderden en bij den mens hopelozen toestand aan.
De gebaande wegen zijn verwoest, die door de paden gaat, houdt op, de gewone wandelaar blijft van de wegen af (Richt 6:6), die onveilig zijn geworden door de plunderzucht der vijanden; hij, de Assyrische koning Sanherib, vernietigt het verbond, hij veracht de steden, daar hij voortgaat ze te belegeren en te benauwen; hij acht geen mens, zo hij zijn doel slechts bereikt, telt hij niet de vele offers van mensenlevens.
Het land wijd en zijd, tot in het hoogste Noorden en in de streek aan gene zijde van den Jordaan, treurt, het kweelt, het kwijnt, daar de krijgsscharen de zaadvelden hebben vertreden en de vruchten verwoest; de Libanon met zijne machtige cederbomen (Num. 24:6) schaamt zich, hij verwelkt ten gevolge van Sanheribs afhouwen; Saron, de lieflijke, vruchtbare vlakte aan de kust der Middellandse zee (Jes. 9:2), is geworden als ene woestijn; zo Basan, met zijne grootse eikenbossen (Num. 21:30) als Karmel, het aan een vruchtenveld gelijkende voorgebergte (1 (Kon. 18:20) zijn geschud 1) zijn kaal en woest.
Geen reiziger durfde zich meer op den weg vertrouwen, alle handel en koopmanschap hield op, en de gemeenschap met Jeruzalem was voor den godsdienstigen bidder, zowel als voor den winstgevenden koopman afgesneden. De velden lagen alom woest, vertrapt en vertreden, en niemand kon enige vrucht uit zijn akker trekken. De veldvruchten waren al door den vijand vernield of voor hen zelven ingezameld. Alles zag er dus akelig, naar, dodelijk uit, en het onlangs nog lachende veld en de bloeiende weiden waren in treurige woestijnen en dorre plaatsen veranderd. Zo onzeker is alle wereldse grootheid, vreugde en voorspoed. Deze verwoestingen waren algemeen en uitgestrekt, en niet alleen de valleien maar de hoge bergen van Basan en Libanon hadden daarbij zeer veel geleden, en waren van hun vruchten, lang vóór den bekwamen tijd, beroofd geworden. Nadat vs. 7 een blik in de stad, vs. 8 daarentegen op het land rondom heeft laten werpen, verruimt zich in vs. 9 het toneel tot het gehele heilige land, ja tot al den grond in ‘t algemeen, waarop Israël woont. Het herfstachtig aanzien, dat de Libanon met zijn verwelkt Basan en Karmel met hun afvallend loof hadden, scheen als het ware ene schaamte en treurigheid over het ongeluk des lands te zijn.
Nu de bezoeking over Juda deze voorzegde hoogte bereikt en de Assyriër de maat van overmoed heeft gevuld, zal Ik opstaan, zegt de HEERE, van Mijnen troon, om tussen beiden te treden; nu zal Ik verhoogd worden, nu zal Ik verheven worden 1) al Mijne hoogheid doen gevoelen (Ps. 12:6).
Hiermede zegt de Heere, dat Hij in al Zijn grootheid zal openbaar worden, en als de Heere in al Zijn grootheid zal openbaar worden, dan moet ook de machtigste vijand het afleggen tegen Hem en de hardste verdrukkers moeten vergaan. Gevolg zal dan ook zijn, dat Assur zal vernietigd worden en zijn volk gered en verlost.
Gijlieden, gij Assyriërs, die zulke misdadige plannen tegen Jeruzalem en de gemeente des Heeren hebt gevormd, gaat met stro zwanger, gij zult stoppelen baren; uw eigen geest zal u als vuur verslinden; uwe eigene ontwerpen zullen u ten verderve worden.
En de volken, die Sanherib tegen de heilige stad heeft aangevoerd, zullen zijn, als de verbrandingen des kalks, gelijk enige stoffen tot kalk verbrand werden, zij zullen geheel en al worden te niet gedaan, tot as worden; als afgehouwene doornen zullen zij met het vuur verbrand worden (Exod. 22:6), daar de vlam snel opstijgt en in korten tijd haar verwoestend werk volbracht heeft (Hoofdst. 5:24).
Hoort, nadat geschied is wet straks (vs. 11) is geprofeteerd, gijlieden, die verre zijt, die tot de Heidenen toehoort, wat Ik gedaan heb, en gijlieden, die nabij zijt, gij burgers van Jeruzalem! bekent Mijne macht, erkent, wat Ik doen kan, want daarvan kunt gij u met een enkelen blik overtuigen (2 Kon. 19:35)! Wanneer alle overig vertrouwen den gelovigen ontvalt, en wanneer de vijanden der kerk denken, dat hun overwinning zeker is, zal de Heere Zich verheffen en de listen der goddelozen verwarren, hen verterende met het vuur van Zijne verontwaardiging, opdat allen Zijne macht erkennen en voor Hem vrezen. .
De zondaren te Zion, daar zij ook werkelijk zien, wat in de onmiddellijke nabijheid der stad is voorgevallen, zijn verschrikt 1) bij deze vreselijke zichtbare proef, zowel van den rechterlijken ernst, als van de verdervende macht des Heeren, Wiens woord zij tot hiertoe zo snood hebben veracht; beving heeft, daar zij nu gevoelen, hoe snel het gericht Gods over hen komen zal, de huichelaren, die uitwendig vroom zien, maar in hun hart verre zijn van den Heere, en die zelfs meenden hun plannen voor Hem te kunnen verbergen (Hoofdst. 29:15) aangegrepen. Zij zeggen nu in den angst van hun geweten, waarbij het hun onhoudbaar wordt te Jeruzalem, in de onmiddellijke nabijheid van dezen machtigen en heiligen God te zijn: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur, gelijk de Heere is (Deut. 4:24; 9:3), wonen kan! Wie is er onder ons, die bij enen eeuwigen gloed, bij God den Heere, Wiens toorn als een nooit te blussen vuurgloed geworden is, wonen kan? Niemand van ons, burgers van Jeruzalem, kan het verder op deze plaats, waar de Heere Zijn vuur en Zijne haardstede heeft (Hoofdst. 31:9), uithouden.
Wat de Heere God tegen Assur doen zal, is hier een waarschuwing en een leerles voor de zondaren te Zion en te Jeruzalem. Verschrikt door de ontzettende nederlaag van de macht van Sanherib’s leger, door de machtige werking van Gods toorn, zullen ook zij beven en gans verschrikt worden, zodat zij zullen uitroepen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan?
En toch, gij zondaars en huichelaars! kan menigeen het uithouden, ja, in plaats van in vreze en angst, daar met blijdschap en zaligheid wonen, namelijk hij, die het tegendeel is van hen, die gij tot hiertoe geweest ziet (Hoofdst. 1:11 vv. 5:7 vv.), en datgene is, wat gij ook bij hartelijke bekering en levendig geloof nog kunt worden, die, gelijk het reeds in Ps. 15 en 24 is gezegd, in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt, die zijne handen uitschudt, dat zij gene geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat hij gene bloedschulden hore, gene woorden, waarvoor men hem tot bloedschuld wil verleiden, en zijne ogen toesluit, dat hij het kwade niet aanzie;
Die zal, ontoegankelijk voor alle aanvechtingen en gevaren in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; achter onbedwingbare muren zal hij veilig en gerust zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zodat hij geen honger lijdt; zijne wateren zijn gewis, 1) zodat hij nooit behoeft te dorsten.
Wij zien hier ook, waarin de troost des vromen is gelegen, dat Hij hem behouden zal zelfs in de gevaarlijkste tijden. Hij zal niet alleen veilig zijn in den eeuwigen gloed en het verlerend vuur ontkomen, maar zelfs gemeenschap hebben met dien God, die verschrikkelijk is voor de bozen, maar een vervrolijkend licht en een verkwikkelijke luister voor hem. Hij zal in het tegenwoordige leven in de hoogte wonen, buiten het bereik der rampen en buiten het gedruis der wapenen. Hij zal er niet wezenlijk door benadeeld noch grotelijks door verschrikt worden. De grote waterstromen zullen hem niet naderen, of zo ze al opkomen tot aan zijn woning, zal hij in deze, door natuur en kunst versterkte rots, zich genoegzaam beveiligd vinden. De Goddelijke kracht zal hem bewaren en zijn geloof en vertrouwen op Hem zal hem gerust stellen, want de allerhoogste, die de Rotssteen der eeuwen zelf is, zal zijn hoog vertrek zijn.
Uwe ogen, o Godsvolk te Jeruzalem; zullen, wanneer gij tot zulk ene gerechtigheid bekeerd en uwe harten vernieuwd zullen zijn, den koning
van uw land, die thans zo nedergedrukt is, zien in zijne schoonheid, in den vollen, door niets verduisterden glans zijner majesteit; zij zullen een vergelegen land zien; het land, dat thans door bezetting des vijands zozeer is beperkt en tot een overschot van enige weinige nog vrije steden gekomen is (2 Kon. 18:13), zullen zij weer aanschouwen als een land, dat even uitgestrekt is, als het te voren ooit is geweest.
Men zou hier ook den Heere zelven kunnen verstaan. Dezen zouden de ogen der Joden zien in Zijne schoonheid, zo als Hij Zich zou verheerlijkt hebben in het verdelgen der Assyriërs. Vanwege den nood der tijden had Hizkia een treurgewaad aangedaan in plaats van zijn koninklijk kleed, maar straks, als de nood voorbij was en Jeruzalem en Juda verlost, dan zou de koning weer in het huis des Heeren met zijn koninklijk kleed ingaan. Heerlijk beeld van hetgeen eens het verloste Zion, het geestelijk Israël zou te beurt vallen, als het eenmaal verlost en geheiligd, den Koning der Koningen in zijn volle schoonheid zou zien in den Hemel der hemelen.
Uw hart zal de verschrikking overdenken, die gij in dezen tijd van druk moet gevoelen, zeggende: Waar is de schrijver, die de controle hield bij de heffing van de schatting? waar is de betaalheer, de weger, die het gewicht van het ingeleverd goud en zilver moest onderzoeken? waar is hij, die de torens telt, die er voor zorgde, dat Jeruzalem niet meer torens en vestingwerken had, dan het den verdrukker behaagde?
Al die dwang en druk van den tegenwoordigen tijd zal u slechts als een droom voorkomen. Gij zult niet meer dat stuurse, dat wrede, woeste volk zien, omdat het voor altijd verdwenen is, dat volk, dat zich jegens u zo onbeschaamd gedroeg en in zijne eisen niet te bevredigen was; het volk, dat zo diep van spraak is 1), dat men het niet horen kan, van belachelijke tong, hetwelk men niet verstaan kan.
Wanneer de Assyriërs Semietisch spraken, waren zij toch van ene gehele andere nationaliteit en van geheel andere zeden, zodat hun taal enen Jood nog vreemder moest klinken, dan voor enen Duitser het Hollands, of voor enen uit het midden van Duitsland het Nedersaksisch.
Schouwt Zion aan, gemeente des Heeren! de stad onzer bijeenkomsten, Jeruzalem, de stad der samenkomst van God met Zijn volk (Exod. 35:21), in welk ene gedaante zij thans verschijnt. Onbedwongen en ongeschonden staat zij daar, alles in haar is ingericht op bestendigen duur: Uwe ogen zullen Jeruzalem zien als ene geruste woonplaats (Hoofdst. 32:18), ene tent, die niet ter nedergeworpen 1) zal worden door storm of onweder, welker pinnen in der eeuwigheid niet zullen uitgetogen worden, en van welker zelen, door welke zij aan de pinnen is vastgemaakt (Exod. 26:14), gene zullen verscheurd worden (Jer. 10:20).
Dit woord komt nergens in de Schrift voor dan hier. Men leidt het af van een Ethiopisch woord, dat dragen betekent, gelijk een beest zijn last of een mens draagt (Matth. 21:7. Mark. 11:2, 7). Jeruzalem wordt vergeleken bij ene tent of een tabernakel (Hoofdst. 54:2), doch niet gelijk de tabernakel, door Mozes opgericht in de woestijn, die bij het voortreizen telkens werd opgenomen en vervoerd (Num. 4:5; 10:17), maar als de tempel van Salomo, die vast en bestendig bleef staan (Ps. 78:69), en dus diende ter voorstelling van de veiligheid en bestendigheid van de gemeente des Heeren (Ps. 46:6; 48:8; 125:1. Matth. 16:18). Van het tweede gedeelte van het vers is de bedoeling, dat geen toren of paleis of enig ander gedeelte van Jeruzalem de minste beschadiging zou ondergaan (Ps. 48:13, 14). De profeet zinspeelt op de zelen, waarmee de behangsels ener tent of van een paviljoen, welke met het midden op een dikken staak rusten, worden vastgemaakt aan pinnen, rondom in den grond geslagen, om ze recht en uitgespannen te houden (Hoofdst. 54:2). De mening van den profeet is: gij kunt Zion beschouwen in volkomen vrede en vrij van alle vijandelijke invallen. God heeft het verkozen tot de plaats van Zijne plechtige aanbidding en tot den tempel Zijner woning. Geen gedeelte der muren of huizen zal enige schade ontvangen van den vijand (Hoofdst. 37:33; 54:2) . Dit is slechts duister en onvolkomen vervuld in het aardse Zion, maar zeer duidelijk en volkomen in het verborgen Zion, Gods gemeente onder den dag van het Evangelie, welke volgens des Heilands verzekering (Matth. 16:18) door de poorten der hel niet zal overweldigd worden.
Maar de HEERE zal aldaar bij ons heerlijk zijn in tekenen en wonderen, door welke Hij Zijne vijanden verschrikt en Zijnen naam verheerlijkt; het zal, om de stad voor vijandelijke overvallen te beschermen, zijn ene plaats van rivieren, van wijde stromen; gene roeischuit zal daar doorvaren en geen treffelijk schip zal daar overvaren, zo machtig is de stroom, zo geweldig de slag der golven. Geen vijandelijk schip, ten oorlog toegerust, hetzij het door roeiers, hetzij het door den wind wordt voortgedreven, zal daarover varen, m. a. w. : Jeruzalem zal door de Goddelijke beveiliging voor gene vijandelijke aanvallen, hoe ook genaamd, te vrezen hebben.
Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever 1), de HEERE is onze Koning, Hij zal ons behouden; Hij waakt als Rechter voor ons recht en voor onze eer, als Wetgever, als Meester voert Hij bij ons den staf des bestuurs, en als Koning heeft Hij onder ons Zijnen troon, en heeft Hij voor elk dreigend gevaar reeds vooruit de veiligste bescherming gereed.
Eigenlijk betekent het woord in den grondtekst: Hij die den commandostaf voert. Het het eerste woord Rechter wordt de Heere aangeduid, als degene, die vóór in de gelederen van zijn volk staat, om het tot overwinning te voeren, en met het tweede als Hij, die zijn volk regeert in rechtvaardigheid. Met andere woorden: dat Zijn volk geen gevaar en geen ellende heeft te wachten, onder de veilige hoede en bescherming van hun Heere en Koning.
Uwe touwen, o Assyriërs! zijn slap geworden, zij zullen hunnen mastboom niet kunnen recht stijf houden, zij zullen het zeil niet uitspannen; uwe touwen gingen los, zij konden den mast niet stevig houden, noch ook de zeilen uitspannen; dan, als de gehele onderneming zal hebben schipbreuk geleden, wat in een ogenblik en zonder enig menselijk toedoen zal geschieden, zal de roof van enen overvloedigen buit, die zich in ‘t schip bevond, uitgedeeld worden, zelfs zullen de lammen onder ons, indien er zulken waren (vs. 24), den roof roven. De profeet heeft de macht der Assyriërs beschreven onder het zinnebeeld van een voortreffelijk schip; hier toont hij hunnen geteisterden en geknakten toestand onder de gelijkenis van een schip, op ene onstuimige zee geslingerd, welks kabels verbroken zijn en waarvan het want los en buiten orde is, zodat het geen gebruik kon maken van mast of zeilen, waardoor het spoedig in stukken geslagen of door de zee ingezwolgen werd.
En geen inwoner zal in dat toekomstige Jeruzalem zeggen: Ik ben ziek, ik heb enigen lichamelijken of geestelijken nood, want het volk, dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben, en waar vergeving van zonde is, daar is ook leven en zaligheid. Vs. 10-24. Langer kan de Heere de beschimping van Zijn land en volk niet aanzien. En met welk plotseling geweld van vuur verteert de Allerhoogste, die Rechter is ook over de heidenen, die Hij in hun nietige verwachtingen als vrouwen hoont, welke van hooi zwanger gaan en stoppelen baren, de opgeblazen wereldmacht. In den toorngloed van hun eigen haat zullen de vijanden verbranden, als in vreselijke kalkhitte zullen zij opvliegen, met de snelheid, als dorre doornen, in as verstuiven. Deze geweldige daad van Gods hand zullen zowel die ver als die nabij zijn, tot hun heil ondervinden. De zondaren te Zion worden van siddering en beving bij dezen ontzettenden brand aangegrepen, die in de stad zijn schijnsel werpt. Maar hoe onverstandig is toch hun taal: “wie kan wonen bij een verterend vuur? wie kan wonen bij de eeuwige gloeden?” Hebben zij niets vernomen van de openbaring des ijverigen Gods aan den profeet Elia in ‘t suizen van de zachte stilte der liefde, welke den berouwvollen zondaar zijne schuld ontneemt en ze van hem doet zover het oosten is van het westen (Ps. 103:12), die Zich ontfermt over degenen, die Hem vrezen, gelijk een Vader over Zijne kinderen (Ps. 103:13)? En heeft hun niet de profeet Jesaja gepredikt van het heilige Licht Israëls, dat slechts den boze tot een vuur wordt en doornen en distelen verteert (Hoofdst. 10:17)? Dezelfde zegt hun ook nu, wie rustig en ongedeerd bij dezen onverdelgbaren gloed der Goddelijke gerechtigheid wonen kan, als op rotsburchten onbereikbaar, wel verzadigd en verkwikt voor altijd. Wie op Gods wegen wandelt, zo verzacht dan ook onze profeet, door eindelijken troost te schilderen, de gloeiende kleuren des Goddelijken toorns op zijn indrukwekkend, groot beeld en overgiet het met het zachte licht Israëls. Van boven straalt in Zijne schoonheid de Koning der gerechtigheid, die te voorschijn treedt. De ogen zien is een wijd, een vergelegen land, van den stouten voet der vijanden niet meer betreden, en door hun macht niet meer beperkt, overal een blijmoedig volk, dat, in ‘t behagelijkst gevoel van ongestoorde veiligheid, de ruwe, onverstaanbare klanken der taal van vreemde en verwaande geweldhebbers niet meer verneemt en van den tijd der verschrikking en angst als van een verleden spreekt. Rustig ligt Jeruzalem daar, het heilig Zion, de verhevene plaats der zamenkomst Gods met Zijn volk als ene onbewegelijke tent des vredes, door Jehova’s heerlijkheid schitterend overdekt. Brede stromen omgeven de stad des eeuwigen Konings en wee de schepen en hun bestuurders, die het zouden willen wagen over te steken. ‘t Is ene heilige plaats, dat nieuwe Jeruzalem; alle kranken zijn daarin genezen, alle zondaren hebben daar vergiffenis ontvangen. De volmaakte theokratie is gesticht, Jehova is in waarheid Wetgever, Rechter en Koning (vs.
; in Zijne kracht en Zijn naam en geleid door Zijn Geest richten de rechters en strijden de krijgers (Hoofdst. 28:6), en het volk, dat zich nu volkomen aan Zijne leiding vertrouwt, heeft Hij nu geheel onder Zijne hoede genomen, uitwendige verdedigingsmiddelen zijn geheel overbodig, want beter zelfs dan door brede rivieren, die aan schepen en bootjes toch nog altoos den toegang verlenen, wordt Israël door Jehova beschut en beveiligd (vs. 21 De zonde is de ziekte der zondaars, en als God die vergeeft, dan geneest Hij de ziekte, en de zondeziekten dus door genadige vergeving zijnde weggenomen, wordt de prikkel van lichamelijke ziekten ook uitgetrokken en de oorzaken der smarten weggenomen, zodat geen Jeruzalemmer meer ziek zou zijn of zeggen: Ik ben ziek. En als onze ongerechtigheden dan weggenomen zijn, dan hebben we weinig reden om over uitwendige droefenissen of smarten te klagen en kunnen ons den troost des Heilands toeëigenen, dien Hij gaf aan de genezenen door Zijne genade: Wees goedsmoeds, want uwe zonden zijn U vergeven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel