“…de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis.”—Jesaja 33:16
Twijfel je, o christen, twijfel je eraan of God Zijn belofte zal vervullen? Zullen de sterkten der steenrotsen met geweld worden ingenomen? O, zullen de voorraadkamers van de hemel leeg raken? Denk je dat je hemelse Vader je zal vergeten, terwijl Hij weet dat je eten en kleding nodig hebt? Nu er geen mus op de grond valt zonder je Vader, en zelfs alle haren op je hoofd geteld zijn, zul je Hem dan wantrouwen en aan Hem twijfelen? Misschien blijft je ellende op je drukken tot je durft te vertrouwen op je God, en dan zal ze eindigen. Er zijn velen die zo beproefd en gekweld zijn dat ze uiteindelijk uit pure wanhoop gaan geloven in God, en het moment van hun geloof was het moment van hun bevrijding. Zij hebben gezien of God Zijn belofte zou houden of niet. O, ik smeek je, twijfel niet langer aan Hem! Doe de satan geen plezier en kwel jezelf niet meer met die harde gedachten over God. Denk niet dat het een kleinigheid is om aan Jehova te twijfelen. Bedenk dat het zonde is, en niet een kleine zonde, maar een zeer ernstige. De engelen hebben nooit aan Hem getwijfeld, en de duivels ook niet. Alleen wij, van alle wezens die God heeft gemaakt, onteren Hem door ongeloof en bezoedelen Zijn eer door wantrouwen. Schande over ons! Onze God verdient het niet dat we Hem zo laag verdenken. In ons leven tot nu toe hebben we ervaren dat Hij betrouwbaar is en trouw aan Zijn woord. Met zoveel bewijzen van Zijn liefde en goedheid als we hebben gekregen en elke dag nog van Hem krijgen, is het laag en onverontschuldigbaar dat we twijfel in ons hart laten wonen. Laten wij voortaan onophoudelijk strijd voeren tegen de twijfel aan onze God, die vijand van onze vrede en van Zijn eer. En laten wij met een onwankelbaar geloof geloven dat Hij zal doen wat Hij beloofd heeft. “Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.”

