Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 31

1 Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israels tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Ter zelfder tijdH6256, spreektH5002 de HEEREH3068, zal Ik allenH3605 geslachtenH4940 IsraelsH3478 tot een GodH430 zijn; en zij zullen Mij tot een volkH5971 zijn. Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israels tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.

KJV At the same time,1 saith3 the LORD,4 will I be the God6 of all the families8 of Israel,9 and they shall be my people.

1 בָּעֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 הַהִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֶֽהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 לֵֽאלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 לְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 מִשְׁפְּח֣וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 9 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 וְהֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 יִֽהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לִ֥י 13 לְעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo zegt de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israel, als Ik henenging om hem tot rust te brengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Het volkH5971 der overgeblevenenH8300 van het zwaardH2719 heeft genadeH2580 gevondenH4672 in de woestijnH4057, namelijk IsraelH3478, als Ik henengingH1980 om hem tot rustH7280 te brengen. Zo zegt de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israel, als Ik henenging om hem tot rust te brengen.

KJV Thus saith2 the LORD,3 The people7 which were left8 of the sword9 found4 grace5 in the wilderness;6 even Israel,12 when I went10 to cause him to rest.

1 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 מָצָ֥א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 5 חֵן֙ H2580 genade, aangenaam, gunst favour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured 6 בַּמִּדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 7 עַ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 שְׂרִ֣ידֵי H8300 overigen, overgeblevenen, niemand [idiom] alive, left, remain(-ing), remnant, rest 9 חָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 10 הָל֥וֹךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 11 לְהַרְגִּיע֖וֹ H7280 klieft, ogenblik, gekliefd break, divide, find ease, be a moment, (cause, give, make to) rest, make suddenly 12 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 De HEEREH3068 is mij verschenenH7200 van verreH7350 tijden! Ja, Ik heb u liefgehadH157 met een eeuwigeH5769 liefdeH160; daaromH3651 heb Ik u getrokkenH4900 met goedertierenheidH2617. De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.

KJV The LORD2 hath appeared3 of old1 unto me, saying, Yea, I have loved7 thee with an everlasting6 love:5 therefore with lovingkindness11 have I drawn

1 מֵרָח֕וֹק H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 נִרְאָ֣ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 לִ֑י 5 וְאַהֲבַ֤ת H160 liefde, liefhad, bemint love 6 עוֹלָם֙ H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 7 אֲהַבְתִּ֔יךְ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כֵּ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 10 מְשַׁכְתִּ֥יךְ H4900 getrokken, trekken, trekt draw (along, out), continue, defer, extend, forbear, [idiom] give, handle, make (pro-, sound) long, [idiom] sow, scatter, stretch out 11 חָֽסֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israels! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met den rei der spelenden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Ik zal u weder bouwenH1129, en gij zult gebouwdH1129 worden, o jonkvrouwH1330 IsraelsH3478! gij zult weder versierdH5710 zijn met uw trommelenH8596, en uitgaanH3318 met den reiH4234 der spelendenH7832. Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israels! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met den rei der spelenden.

KJV Again I will build2 thee, and thou shalt be built,3 O virgin4 of Israel:5 thou shalt again be adorned7 with thy tabrets,8 and shalt go forth9 in the dances10 of them that make merry.

1 ע֤וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 אֶבְנֵךְ֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 3 וְֽנִבְנֵ֔ית H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 4 בְּתוּלַ֖ת H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 ע֚וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 7 תַּעְדִּ֣י H5710 versierd, versierdet, Versier adorn, deck (self), pass by, take away 8 תֻפַּ֔יִךְ H8596 trommelen, trommel tabret, timbrel 9 וְיָצָ֖את H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 בִּמְח֥וֹל H4234 rei, fluit dance(-cing) 11 מְשַׂחֲקִֽים H7832 lachen, belacht, spelen deride, have in derision, laugh, make merry, mock(-er), play, rejoice, (laugh to) scorn, be in (make) sport
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Gij zult weder wijngaarden planten op de bergen van Samaria; de planters zullen planten, en de vrucht genieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Gij zult weder wijngaardenH3754 plantenH5193 op de bergenH2022 van SamariaH8111; de plantersH5193 zullen plantenH5193, en de vrucht genietenH2490. Gij zult weder wijngaarden planten op de bergen van Samaria; de planters zullen planten, en de vrucht genieten.

KJV Thou shalt yet plant2 vines3 upon the mountains4 of Samaria:5 the planters6 shall plant,7 and shall eat them as common things.

1 ע֚וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 תִּטְּעִ֣י H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 3 כְרָמִ֔ים H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 4 בְּהָרֵ֖י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 5 שֹֽׁמְר֑וֹן H8111 Samaria Samaria 6 נָטְע֥וּ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 7 נֹטְעִ֖ים H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 8 וְחִלֵּֽלוּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraims gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan naar Sion, tot den HEERE, onzen God!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 WantH3588 er zal een dagH3117 zijn, waarin de hoedersH5341 op EfraimsH669 gebergteH2022 zullen roepenH7121: MaaktH6965 ulieden op, en laat ons opgaanH5927 naar SionH6726, totH413 den HEEREH3068, onzen GodH430! Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraims gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan naar Sion, tot den HEERE, onzen God!

KJV For there shall be2 a day,3 that the watchmen5 upon the mount6 Ephraim7 shall cry,4 Arise8 ye, and let us go up9 to Zion10 unto the LORD12 our God.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יֶשׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 3 י֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 קָרְא֥וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 5 נֹצְרִ֖ים H5341 bewaren, bewaart, behoeden besieged, hidden thing, keep(-er, -ing), monument, observe, preserve(-r), subtil, watcher(-man) 6 בְּהַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 7 אֶפְרָ֑יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 8 ק֚וּמוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 וְנַעֲלֶ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֱלֹהֵֽינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Want zo zegt de HEERE: Roept luide over Jakob met vreugde, en juicht vanwege het hoofd der heidenen; doet het horen, lofzingt, en zegt: O HEERE! behoud Uw volk, het overblijfsel van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Roept luideH7442 over JakobH3290 met vreugdeH8057, en juichtH6670 vanwege het hoofdH7218 der heidenenH1471; doet het horenH8085, lofzingtH1984, en zegtH559: O HEEREH3068! behoudH3467 Uw volkH5971, het overblijfselH7611 van IsraelH3478. Want zo zegt de HEERE: Roept luide over Jakob met vreugde, en juicht vanwege het hoofd der heidenen; doet het horen, lofzingt, en zegt: O HEERE! behoud Uw volk, het overblijfsel van Israel.

KJV For thus saith3 the LORD;4 Sing5 with gladness7 for Jacob,6 and shout8 among the chief9 of the nations:10 publish11 ye, praise12 ye, and say,13 O LORD,15 save14 thy people,17 the remnant19 of Israel.

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 רָנּ֤וּ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 6 לְיַֽעֲקֹב֙ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 7 שִׂמְחָ֔ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 8 וְצַהֲל֖וּ H6670 Juich, Roep luide, blinken bellow, cry aloud (out), lift up, neigh, rejoice, make to shine, shout 9 בְּרֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 10 הַגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 11 הַשְׁמִ֤יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 הַֽלְלוּ֙ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 13 וְאִמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 הוֹשַׁ֤ע H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 15 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 עַמְּךָ֔ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 שְׁאֵרִ֥ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 20 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ziet, Ik zal ze aanbrengen uit het land van het noorden, en zal hen vergaderen van de zijden der aarde; onder hen zullen zijn blinden en lammen, zwangeren en barenden te zamen; met een grote gemeente zullen zij herwaarts wederkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 ZietH2005, Ik zal ze aanbrengenH935 uit het landH776 van het noordenH6828, en zal hen vergaderenH6908 van de zijdenH3411 der aardeH776; onder hen zullen zijn blindenH5787 en lammenH6455, zwangerenH2030 en barendenH3205 te zamenH3162; met een groteH1419 gemeenteH6951 zullen zij herwaartsH2008 wederkomenH7725. Ziet, Ik zal ze aanbrengen uit het land van het noorden, en zal hen vergaderen van de zijden der aarde; onder hen zullen zijn blinden en lammen, zwangeren en barenden te zamen; met een grote gemeente zullen zij herwaarts wederkomen.

KJV Behold, I will bring2 them from the north5 country,4 and gather6 them from the coasts7 of the earth,8 and with them the blind10 and the lame,11 the woman with child12 and her that travaileth with child13 together:14 a great16 company15 shall return

1 הִנְנִי֩ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 מֵבִ֨יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אוֹתָ֜ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 צָפ֗וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 6 וְקִבַּצְתִּים֮ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 7 מִיַּרְכְּתֵי H3411 zijden border, coast, part, quarter, side 8 אָרֶץ֒ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 בָּ֚ם 10 עִוֵּ֣ר H5787 blinden, blind, blinde blind (men, people) 11 וּפִסֵּ֔חַ H6455 kreupel, kreupele, kreupelen lame 12 הָרָ֥ה H2030 zwanger, zwangere, bevrucht (be, woman) with child, conceive, [idiom] great 13 וְיֹלֶ֖דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 14 יַחְדָּ֑ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 15 קָהָ֥ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 16 גָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 17 יָשׁ֥וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 18 הֵֽנָּה H2008 herwaarts, hierheen here, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechten weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Zij zullen komenH935 met geweenH1065, en met smekingenH8469 zal Ik hen voerenH2986; Ik zal hen leidenH3212 aanH413 de waterbekenH5158, in een rechtenH3477 wegH1870, waarin zij zich nietH3808 zullen stotenH3782; wantH3588 Ik ben IsraelH3478 tot een VaderH1, en EfraimH669 isH1961 Mijn eerstgeboreneH1060. Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechten weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene.

KJV They shall come2 with weeping,1 and with supplications3 will I lead4 them: I will cause them to walk5 by the rivers7 of waters8 in a straight10 way,9 wherein they shall not stumble:12 for I am a father17 to Israel,16 and Ephraim18 is my firstborn.

1 בִּבְכִ֣י H1065 geween, wenen, wening overflowing, [idiom] sore, (continual) weeping, wept 2 יָבֹ֗אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 וּֽבְתַחֲנוּנִים֮ H8469 smekingen, gebeden intreaty, supplication 4 אֽוֹבִילֵם֒ H2986 geleid, gebracht, voeren bring (forth), carry, lead (forth) 5 אֽוֹלִיכֵם֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 נַ֣חֲלֵי H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 8 מַ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 9 בְּדֶ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 10 יָשָׁ֔ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִכָּשְׁל֖וּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 13 בָּ֑הּ 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 הָיִ֤יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 לְיִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 לְאָ֔ב H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 18 וְאֶפְרַ֖יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 19 בְּכֹ֥רִי H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 20 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Hoort des HEEREN woord, gij heidenen! en verkondigt in de eilanden, die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israel verstrooid heeft, zal hem weder vergaderen, en hem bewaren als een herder zijn kudde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 HoortH8085 des HEERENH3068 woordH1697, gij heidenenH1471! en verkondigtH5046 in de eilandenH339, die verreH4801 zijn, en zegtH559: Hij, Die IsraelH3478 verstrooidH2219 heeft, zal hem weder vergaderenH6908, en hem bewarenH8104 als een herderH7462 zijn kuddeH5739. Hoort des HEEREN woord, gij heidenen! en verkondigt in de eilanden, die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israel verstrooid heeft, zal hem weder vergaderen, en hem bewaren als een herder zijn kudde.

KJV Hear1 the word2 of the LORD,3 O ye nations,4 and declare5 it in the isles6 afar off,7 and say,8 He that scattered9 Israel10 will gather11 him, and keep12 him, as a shepherd13 doth his flock.

1 שִׁמְע֤וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 גּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 וְהַגִּ֥ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 6 בָאִיִּ֖ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 7 מִמֶּרְחָ֑ק H4801 verre, verren, ver (a-, dwell in, very) far (country, off). See also H1023 (בֵּית הַמֶּרְחָק) 8 וְאִמְר֗וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 מְזָרֵ֤ה H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 10 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 יְקַבְּצֶ֔נּוּ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 12 וּשְׁמָר֖וֹ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 13 כְּרֹעֶ֥ה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 14 עֶדְרֽוֹ H5739 kudde, kudden, schaapskudden drove, flock, herd
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want de HEERE heeft Jakob vrijgekocht, en Hij heeft hem verlost uit de hand desgenen, die sterker was dan hij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantH3588 de HEEREH3068 heeft JakobH3290 vrijgekochtH6299, en Hij heeft hem verlostH1350 uit de handH3027 desgenen, die sterkerH2389 was dan hij. Want de HEERE heeft Jakob vrijgekocht, en Hij heeft hem verlost uit de hand desgenen, die sterker was dan hij.

KJV For the LORD3 hath redeemed2 Jacob,5 and ransomed6 him from the hand7 of him that was stronger

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 פָדָ֥ה H6299 verlost, lossen, verlossen [idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יַעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 6 וּגְאָל֕וֹ H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 7 מִיַּ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 חָזָ֥ק H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er) 9 מִמֶּֽנּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Dies zullen zij komenH935, en opH5921 de hoogteH4791 van SionH6726 juichenH7442, en toevloeienH5102 totH413 des HEERENH3068 goedH2898, tot het korenH1715, en tot den mostH8492, en tot de olieH3323, en tot de jongeH1121 schapenH6629 en runderenH1241; en hun zielH5315 zal zijn als een gewaterdeH7302 hofH1588, en zij zullen voortaanH3254 nietH3808 meerH5750 treurigH1669 zijn. Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.

KJV Therefore they shall come1 and sing2 in the height3 of Zion,4 and shall flow together5 to the goodness7 of the LORD,8 for wheat,10 and for wine,12 and for oil,14 and for the young16 of the flock17 and of the herd:18 and their soul20 shall be as a watered22 garden;21 and they shall not sorrow25 any more

1 וּבָאוּ֮ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 וְרִנְּנ֣וּ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 3 בִמְרוֹם H4791 hoogte, hoogten, omhoog (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward 4 צִיּוֹן֒ H6726 Sion, Sions Zion 5 וְנָהֲר֞וּ H5102 toevloeien, samenvloeien, waterstroom aangelopen flow (together), be lightened 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 ט֣וּב H2898 goed, goede, goedheid fair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with 8 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 דָּגָן֙ H1715 koren, koorn, korens corn (floor), wheat 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 תִּירֹ֣שׁ H8492 most (new, sweet) wine 13 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 יִצְהָ֔ר H3323 olie, olietakken [phrase] anointed oil 15 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 בְּנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 צֹ֖אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 18 וּבָקָ֑ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 19 וְהָיְתָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 20 נַפְשָׁם֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 21 כְּגַ֣ן H1588 hof, hofs, hoven garden 22 רָוֶ֔ה H7302 gewaterde, dronkene drunkenness, watered 23 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 24 יוֹסִ֥יפוּ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 25 לְדַאֲבָ֖ה H1669 treurig, treurige, treurt mourn, sorrow(-ful) 26 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Dan zal zich de jonkvrouw verblijden in den rei, daartoe de jongelingen en ouden te zamen; want Ik zal hunlieder rouw in vrolijkheid veranderen, en zal hen troosten, en zal hen verblijden naar hun droefenis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Dan zal zich de jonkvrouwH1330 verblijdenH8055 in den reiH4234, daartoe de jongelingenH970 en oudenH2205 te zamenH3162; want Ik zal hunlieder rouwH60 in vrolijkheidH8342 veranderenH2015, en zal hen troostenH5162, en zal hen verblijdenH8055 naar hun droefenisH3015. Dan zal zich de jonkvrouw verblijden in den rei, daartoe de jongelingen en ouden te zamen; want Ik zal hunlieder rouw in vrolijkheid veranderen, en zal hen troosten, en zal hen verblijden naar hun droefenis.

KJV Then shall the virgin3 rejoice2 in the dance,4 both young men5 and old6 together:7 for I will turn8 their mourning9 into joy,10 and will comfort11 them, and make them rejoice12 from their sorrow.

1 אָ֣ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 תִּשְׂמַ֤ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 3 בְּתוּלָה֙ H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 4 בְּמָח֔וֹל H4234 rei, fluit dance(-cing) 5 וּבַחֻרִ֥ים H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 6 וּזְקֵנִ֖ים H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 7 יַחְדָּ֑ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 8 וְהָפַכְתִּ֨י H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 9 אֶבְלָ֤ם H60 rouw, treuren, treurigheid mourning 10 לְשָׂשׂוֹן֙ H8342 vreugde, vrolijkheid, blijdschap gladness, joy, mirth, rejoicing 11 וְנִ֣חַמְתִּ֔ים H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 12 וְשִׂמַּחְתִּ֖ים H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 13 מִיגוֹנָֽם H3015 droefenis, jammer, treuring grief, sorrow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Ik zal de ziel der priesteren met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En Ik zal de zielH5315 der priesterenH3548 met vettigheidH1880 dronkenH7301 maken; en Mijn volkH5971 zal met Mijn goedH2898 verzadigdH7646 worden, spreektH5002 de HEEREH3068. En Ik zal de ziel der priesteren met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt de HEERE.

KJV And I will satiate1 the soul2 of the priests3 with fatness,4 and my people5 shall be satisfied8 with my goodness,7 saith9 the LORD.

1 וְרִוֵּיתִ֛י H7301 dronken, bevochtigt, doordronken bathe, make drunk, (take the) fill, satiate, (abundantly) satisfy, soak, water (abundantly) 2 נֶ֥פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 3 הַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 דָּ֑שֶׁן H1880 as, vettigheid ashes, fatness 5 וְעַמִּ֛י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 טוּבִ֥י H2898 goed, goede, goedheid fair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with 8 יִשְׂבָּ֖עוּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 9 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 10 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Er is een stemH6963 gehoordH8085 in RamaH7414, een klageH5092, een zeer bitterH8563 geweenH1065; RachelH7354 weentH1058 overH5921 haar kinderenH1121; zij weigertH3985 zich te laten troostenH5162 overH5921 haar kinderenH1121, omdatH3588 zij nietH369 zijn. Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.

KJV Thus saith2 the LORD;3 A voice4 was heard6 in Ramah,5 lamentation,7 and bitter9 weeping;8 Rahel10 weeping11 for her children13 refused14 to be comforted15 for her children,

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 בְּרָמָ֤ה H7414 Rama, Ramath Ramah 6 נִשְׁמָע֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 נְהִי֙ H5092 weeklage, kermen, klacht lamentation, wailing 8 בְּכִ֣י H1065 geween, wenen, wening overflowing, [idiom] sore, (continual) weeping, wept 9 תַמְרוּרִ֔ים H8563 bitter [idiom] most bitter(-ly) 10 רָחֵ֖ל H7354 Rachel, Rachels Rachel 11 מְבַכָּ֣ה H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 בָּנֶ֑יהָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 מֵאֲנָ֛ה H3985 weigerde, weigert, geweigerd refuse, [idiom] utterly 15 לְהִנָּחֵ֥ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 בָּנֶ֖יהָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 אֵינֶֽנּוּ H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: BedwingH4513 uw stemH6963 van geweenH1065, en uw ogenH5869 van tranenH1832; wantH3588 er is loonH7939 voor uw arbeidH6468, spreektH5002 de HEEREH3068; want zij zullen uit des vijandsH341 landH776 wederkomenH7725. Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen.

KJV Thus saith2 the LORD;3 Refrain4 thy voice5 from weeping,6 and thine eyes7 from tears:8 for thy work12 shall be10 rewarded,11 saith13 the LORD;14 and they shall come again15 from the land16 of the enemy.

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 מִנְעִ֤י H4513 geweerd, onthouden, Bedwing deny, keep (back), refrain, restrain, withhold 5 קוֹלֵךְ֙ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 מִבֶּ֔כִי H1065 geween, wenen, wening overflowing, [idiom] sore, (continual) weeping, wept 7 וְעֵינַ֖יִךְ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 8 מִדִּמְעָ֑ה H1832 tranen tears 9 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 יֵ֨שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 11 שָׂכָ֤ר H7939 loon, beloning, Loon hire, price, reward(-ed), wages, worth 12 לִפְעֻלָּתֵךְ֙ H6468 arbeidsloon, werk, werkloon labour, reward, wages, work 13 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 וְשָׁ֖בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 16 מֵאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 אוֹיֵֽב H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE; want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpale.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En er is verwachtingH8615 voor uw nakomelingenH319, spreektH5002 de HEEREH3068; want uw kinderenH1121 zullen wederkomenH7725 tot hun landpaleH1366. En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE; want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpale.

KJV And there is1 hope2 in thine end,3 saith4 the LORD,5 that thy children7 shall come again6 to their own border.

1 וְיֵשׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 2 תִּקְוָ֥ה H8615 verwachting, hoop, Verwachting expectation(-ted), hope, live, thing that I long for 3 לְאַחֲרִיתֵ֖ךְ H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְשָׁ֥בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 בָנִ֖ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 לִגְבוּלָֽם H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ik heb wel gehoord, dat zich Efraim beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ik heb wel gehoordH8085, dat zich EfraimH669 beklaagtH5110, zeggende: Gij hebt mij getuchtigdH3256, en ik ben getuchtigdH3256 geworden als een ongewendH3808 kalfH5695. BekeerH7725 mij, zo zal ik bekeerdH7725 zijn, wantH3588 GijH859 zijt de HEEREH3068, mijn GodH430! Ik heb wel gehoord, dat zich Efraim beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!

KJV I have surely1 heard2 Ephraim3 bemoaning4 himself thus; Thou hast chastised5 me, and I was chastised,6 as a bullock7 unaccustomed8 to the yoke: turn10 thou me, and I shall be turned;11 for thou art the LORD14 my God.

1 שָׁמ֣וֹעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 שָׁמַ֗עְתִּי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 אֶפְרַ֨יִם֙ H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 4 מִתְנוֹדֵ֔ד H5110 medelijden, beklaagt, dolende bemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering 5 יִסַּרְתַּ֨נִי֙ H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 6 וָֽאִוָּסֵ֔ר H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 7 כְּעֵ֖גֶל H5695 kalf, kalveren, kalfs bullock, calf 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 לֻמָּ֑ד H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 10 הֲשִׁיבֵ֣נִי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 וְאָשׁ֔וּבָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 14 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֱלֹהָֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zekerlijk, nadatH310 ik bekeerdH7725 ben, heb ik berouwH5162 gehad, en nadatH310 ik mijzelven ben bekendH3045 gemaakt, heb ik opH5921 de heupH3409 gekloptH5606, ik ben beschaamdH954, ja, ook schaamroodH3637 geworden, omdatH3588 ik de smaadheidH2781 mijner jeugdH5271 gedragenH5375 heb. Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb.

KJV Surely after2 that I was turned,3 I repented;4 and after5 that I was instructed,6 I smote7 upon my thigh:9 I was ashamed,10 yea, even confounded,12 because I did bear14 the reproach15 of my youth.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אַחֲרֵ֤י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 שׁוּבִי֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 4 נִחַ֔מְתִּי H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 5 וְאַֽחֲרֵי֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 הִוָּ֣דְעִ֔י H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 סָפַ֖קְתִּי H5606 klappen, geklopt, genoeg clap, smite, strike, suffice, wallow 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 יָרֵ֑ךְ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 10 בֹּ֚שְׁתִּי H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 11 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 12 נִכְלַ֔מְתִּי H3637 schande, schaamrood, beschaamd be (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame 13 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 נָשָׂ֖אתִי H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 15 חֶרְפַּ֥ת H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 16 נְעוּרָֽי H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Is niet Efraim Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Is niet EfraimH669 Mij een dierbareH3357 zoonH1121, is hij Mij niet een troetelkindH8191? WantH3588 sindsH1767 Ik tegen hem gesprokenH1696 heb, denkH2142 Ik nogH5750 ernstelijkH2142 aanH5921 hem; daaromH3651 rommeltH1993 Mijn ingewandH4578 over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijkH7355 ontfermenH7355, spreektH5002 de HEEREH3068. Is niet Efraim Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE.

KJV Is Ephraim4 my dear2 son?1 is he a pleasant7 child?6 for since9 I spake10 against him, I do earnestly12 remember13 him still: therefore my bowels18 are troubled17 for him; I will surely20 have mercy21 upon him, saith22 the LORD.

1 הֲבֵן֩ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 יַקִּ֨יר H3357 dierbare dear 3 לִ֜י 4 אֶפְרַ֗יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 5 אִ֚ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 6 יֶ֣לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 7 שַׁעֲשֻׁעִ֔ים H8191 vermakingen, vermaking, troetelkind delight, pleasure 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 מִדֵּ֤י H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 10 דַבְּרִי֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 בּ֔וֹ 12 זָכֹ֥ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 13 אֶזְכְּרֶ֖נּוּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 14 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 כֵּ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 17 הָמ֤וּ H1993 bruisen, getier, onrustig clamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar 18 מֵעַי֙ H4578 ingewand, ingewanden, lijf belly, bowels, [idiom] heart, womb 19 ל֔וֹ 20 רַחֵ֥ם H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 21 אֲֽרַחֲמֶ֖נּוּ H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 22 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 23 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Richt u merktekenen op, stel u spitse pilaren, zet uw hart op de baan, op den weg, dien gij gewandeld hebt; keer weder, o jonkvrouw Israels, keer weder tot deze uw steden!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 RichtH5324 u merktekenenH6725 op, stelH7760 u spitse pilaren, zetH7896 uw hartH3820 op de baanH4546, op den wegH1870, dien gij gewandeldH1980 hebt; keer weder, o jonkvrouwH1330 IsraelsH3478, keer weder totH413 dezeH428 uw stedenH5892! Richt u merktekenen op, stel u spitse pilaren, zet uw hart op de baan, op den weg, dien gij gewandeld hebt; keer weder, o jonkvrouw Israels, keer weder tot deze uw steden!

Ook in dit vers pitse pilarenH8564

KJV Set thee up1 waymarks,3 make4 thee high heaps:6 set7 thine heart8 toward the highway,9 even the way10 which thou wentest:11 turn again,12 O virgin13 of Israel,14 turn again15 to these thy cities.

1 הַצִּ֧יבִי H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 2 לָ֣ךְ 3 צִיֻּנִ֗ים H6725 grafteken, merkteken, merktekenen sign, title, waymark 4 שִׂ֤מִי H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 5 לָךְ֙ 6 תַּמְרוּרִ֔ים H8564 pitse pilaren high heap 7 שִׁ֣תִי H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 8 לִבֵּ֔ךְ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 9 לַֽמְסִלָּ֖ה H4546 hogen weg, baan, straat causeway, course, highway, path, terrace 10 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 הָלָ֑כְתְּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 12 שׁ֚וּבִי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 בְּתוּלַ֣ת H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 14 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 שֻׁ֖בִי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 עָרַ֥יִךְ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 18 אֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkerige dochter? Want de HEERE heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal den man omvangen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Hoe langH4970 zult gij u onttrekkenH2559, gij afkerigeH7728 dochterH1323? WantH3588 de HEEREH3068 heeft wat nieuwsH2319 op de aardeH776 geschapenH1254: de vrouwH5347 zal den manH1397 omvangenH5437. Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkerige dochter? Want de HEERE heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal den man omvangen.

KJV How long wilt thou go about,3 O thou backsliding5 daughter?4 for the LORD8 hath created7 a new thing9 in the earth,10 A woman11 shall compass12 a man.

1 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 2 מָתַי֙ H4970 lang long, when 3 תִּתְחַמָּקִ֔ין H2559 geweken, onttrekken go about, withdraw self 4 הַבַּ֖ת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 הַשּֽׁוֹבֵבָ֑ה H7728 afkerige backsliding 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 בָרָ֨א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 8 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 חֲדָשָׁה֙ H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 10 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 נְקֵבָ֖ה H5347 vrouw, wijfje, meisje female 12 תְּס֥וֹבֵֽב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 13 גָּֽבֶר H1397 man, mans, mannen every one, man, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Dit woord zullen zij nog zeggen in het land van Juda, en in zijn steden, als Ik hun gevangenis wenden zal: De HEERE zegene u, gij woning der gerechtigheid, gij berg der heiligheid!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430 IsraelsH3478: DitH2088 woordH1697 zullen zij nogH5750 zeggenH559 in het landH776 van JudaH3063, en in zijn stedenH5892, als Ik hun gevangenisH7622 wendenH7725 zal: De HEEREH3068 zegeneH1288 u, gij woningH5116 der gerechtigheidH6664, gij bergH2022 der heiligheidH6944! Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Dit woord zullen zij nog zeggen in het land van Juda, en in zijn steden, als Ik hun gevangenis wenden zal: De HEERE zegene u, gij woning der gerechtigheid, gij berg der heiligheid!

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts,4 the God5 of Israel;6 As yet they shall use8 this speech10 in the land12 of Judah13 and in the cities14 thereof, when I shall bring again15 their captivity;17 The LORD19 bless18 thee, O habitation20 of justice,21 and mountain22 of holiness.

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָאוֹת֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 ע֣וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 8 יֹאמְר֞וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 11 הַזֶּ֗ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 בְּאֶ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 14 וּבְעָרָ֔יו H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 15 בְּשׁוּבִ֖י H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 שְׁבוּתָ֑ם H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 18 יְבָרֶכְךָ֧ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 19 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 נְוֵה H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 21 צֶ֖דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 22 הַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 23 הַקֹּֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Juda, mitsgaders al zijn steden, zullen te zamen daarin wonen; de akkerlieden, en die met de kudde reizen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En JudaH3063, mitsgaders alH3605 zijn stedenH5892, zullen te zamenH3162 daarin wonenH3427; de akkerliedenH406, en die met de kuddeH5739 reizenH5265. En Juda, mitsgaders al zijn steden, zullen te zamen daarin wonen; de akkerlieden, en die met de kudde reizen.

KJV And there shall dwell1 in Judah3 itself, and in all the cities5 thereof together,6 husbandmen,7 and they that go forth8 with flocks.

1 וְיָ֥שְׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 בָ֛הּ 3 יְהוּדָ֥ה H3063 Juda Judah 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עָרָ֖יו H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 יַחְדָּ֑ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 7 אִכָּרִ֕ים H406 akkerlieden, akkerman husbandman, ploughman 8 וְנָסְע֖וּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 9 בַּעֵֽדֶר H5739 kudde, kudden, schaapskudden drove, flock, herd
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Want Ik heb de vermoeide ziel dronken gemaakt, en Ik heb alle treurige ziel vervuld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 WantH3588 Ik heb de vermoeideH5889 zielH5315 dronkenH7301 gemaakt, en Ik heb alleH3605 treurigeH1669 zielH5315 vervuldH4390. Want Ik heb de vermoeide ziel dronken gemaakt, en Ik heb alle treurige ziel vervuld.

KJV For I have satiated2 the weary4 soul,3 and I have replenished8 every sorrowful7 soul.

1 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִרְוֵ֖יתִי H7301 dronken, bevochtigt, doordronken bathe, make drunk, (take the) fill, satiate, (abundantly) satisfy, soak, water (abundantly) 3 נֶ֣פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 4 עֲיֵפָ֑ה H5889 moede, vermoeide, dorstig faint, thirsty, weary 5 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 נֶ֥פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 דָּאֲבָ֖ה H1669 treurig, treurige, treurt mourn, sorrow(-ful) 8 מִלֵּֽאתִי H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 (Hierop ontwaakte ik, en zag toe, en mijn slaap was mij zoet.)
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 (Hierop ontwaakteH6974 ik, en zagH7200 toe, en mijn slaapH8142 was mij zoetH6149.) (Hierop ontwaakte ik, en zag toe, en mijn slaap was mij zoet.)

KJV Upon this I awaked,3 and beheld;4 and my sleep5 was sweet

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 זֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 הֱקִיצֹ֣תִי H6974 opwaken, wakker, ontwaakt arise, (be) (a-) wake, watch 4 וָאֶרְאֶ֑ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 וּשְׁנָתִ֖י H8142 slaap, slapens sleep 6 עָ֥רְבָה H6149 zoet, vermengd be pleasant(-ing), take pleasure in, be sweet 7 לִּֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het huis van Israel en het huis van Juda bezaaien zal met zaad van mensen en zaad van beesten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 ZietH2009, de dagenH3117 komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat Ik het huisH1004 van IsraelH3478 en het huisH1004 van JudaH3063 bezaaienH2232 zal met zaadH2233 van mensenH120 en zaadH2233 van beestenH929. Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het huis van Israel en het huis van Juda bezaaien zal met zaad van mensen en zaad van beesten.

KJV Behold, the days2 come,3 saith4 the LORD,5 that I will sow6 the house8 of Israel9 and the house11 of Judah12 with the seed13 of man,14 and with the seed15 of beast.

1 הִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 בָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְזָרַעְתִּ֗י H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 13 זֶ֥רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 14 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 15 וְזֶ֥רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 16 בְּהֵמָֽה H929 beesten, vee, beest beast, cattle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En het zal geschieden, gelijk als Ik over hen gewaakt heb, om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen; alzo zal Ik over hen waken, om te bouwen en te planten, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En het zal geschiedenH1961, gelijk als Ik overH5921 hen gewaaktH8245 heb, om uit te rukkenH5428, en af te brekenH5422, en te verstorenH2040, en te verdervenH6, en kwaadH7489 aan te doen; alzoH3651 zal Ik over hen wakenH8245, om te bouwenH1129 en te plantenH5193, spreektH5002 de HEEREH3068. En het zal geschieden, gelijk als Ik over hen gewaakt heb, om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen; alzo zal Ik over hen waken, om te bouwen en te planten, spreekt de HEERE.

KJV And it shall come to pass, that like as I have watched over3 them, to pluck up,5 and to break down,6 and to throw down,7 and to destroy,8 and to afflict;9 so will I watch over11 them, to build,13 and to plant,14 saith15 the LORD.

1 וְהָיָ֞ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּאֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 שָׁקַ֣דְתִּי H8245 waken, gewaakt, waakt hasten, remain, wake, watch (for) 4 עֲלֵיהֶ֗ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 לִנְת֧וֹשׁ H5428 uitrukken, uitgerukt, rukken destroy, forsake, pluck (out, up, by the roots), pull up, root out (up), [idiom] utterly. s 6 וְלִנְת֛וֹץ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 7 וְלַהֲרֹ֖ס H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 8 וּלְהַאֲבִ֣יד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 9 וּלְהָרֵ֑עַ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 10 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 11 אֶשְׁקֹ֧ד H8245 waken, gewaakt, waakt hasten, remain, wake, watch (for) 12 עֲלֵיהֶ֛ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 לִבְנ֥וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 14 וְלִנְט֖וֹעַ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 15 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en der kinderen tanden zijn stomp geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 In die dagenH3117 zullen zijH1992 nietH3808 meerH5750 zeggenH559: De vadersH1 hebben onrijpe druivenH1155 gegetenH398, en der kinderenH1121 tandenH8127 zijn stompH6949 geworden. In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en der kinderen tanden zijn stomp geworden.

KJV In those days1 they shall say4 no more, The fathers6 have eaten7 a sour grape,8 and the children's10 teeth9 are set on edge.

1 בַּיָּמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הָהֵ֔ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יֹאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 ע֔וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 6 אָב֖וֹת H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 אָ֣כְלוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 בֹ֑סֶר H1155 onrijpe druiven, onrijpe druif sour grape 9 וְשִׁנֵּ֥י H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 10 בָנִ֖ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 תִּקְהֶֽינָה H6949 stomp be set on edge, be blunt
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Maar een iegelijk zal om zijn ongerechtigheid sterven; een ieder mens, die de onrijpe druiven eet, zijn tanden zullen stomp worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 MaarH3588 een iegelijk zal om zijn ongerechtigheidH5771 stervenH4191; een ieder mensH120, die de onrijpe druivenH1155 eetH398, zijn tandenH8127 zullen stompH6949 worden. Maar een iegelijk zal om zijn ongerechtigheid sterven; een ieder mens, die de onrijpe druiven eet, zijn tanden zullen stomp worden.

KJV But every one3 shall die5 for his own iniquity:4 every man7 that eateth8 the sour grape,9 his teeth11 shall be set on edge.

1 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 בַּעֲוֺנ֖וֹ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 5 יָמ֑וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הָֽאָדָ֛ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 הָאֹכֵ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 הַבֹּ֖סֶר H1155 onrijpe druiven, onrijpe druif sour grape 10 תִּקְהֶ֥ינָה H6949 stomp be set on edge, be blunt 11 שִׁנָּֽיו H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 ZietH2009, de dagenH3117 komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat Ik metH854 het huisH1004 van IsraelH3478 en metH854 het huisH1004 van JudaH3063 een nieuwH2319 verbondH1285 zal maken; Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;

KJV Behold, the days2 come,3 saith4 the LORD,5 that I will make6 a new14 covenant13 with the house8 of Israel,9 and with the house11 of Judah:

1 הִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 בָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְכָרַתִּ֗י H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 7 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 8 בֵּ֧ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 13 בְּרִ֥ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 14 חֲדָשָֽׁה H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 NietH3808 naar het verbondH1285, datH834 Ik metH854 hun vaderenH1 gemaakt heb, ten dageH3117 als Ik hun handH3027 aangreepH2388, om hen uit EgyptelandH776 uit te voerenH3318, welkH834 Mijn verbondH1285 zijH1992 vernietigdH6565 hebben, hoewel IkH595 hen getrouwdH1166 had, spreektH5002 de HEEREH3068; Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE;

KJV Not according to the covenant2 that I made4 with their fathers6 in the day7 that I took8 them by the hand9 to bring them out10 of the land11 of Egypt;12 which my covenant17 they brake,15 although I was an husband19 unto them, saith21 the LORD:

1 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 כַבְּרִ֗ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 3 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 כָּרַ֨תִּי֙ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 5 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 אֲבוֹתָ֔ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 בְּיוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 הֶחֱזִיקִ֣י H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 9 בְיָדָ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 לְהוֹצִיאָ֖ם H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 11 מֵאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 הֵ֜מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 15 הֵפֵ֣רוּ H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 בְּרִיתִ֗י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 18 וְאָנֹכִ֛י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 19 בָּעַ֥לְתִּי H1166 getrouwd, getrouwde, Man have dominion (over), be husband, marry(-ried, [idiom] wife) 20 בָ֖ם 21 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 22 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 MaarH3588 ditH2063 is het verbondH1285, dat Ik naH310 die dagenH3117 metH854 het huisH1004 van IsraelH3478 maken zal, spreektH5002 de HEEREH3068: Ik zal Mijn wetH8451 in hun binnensteH7130 gevenH5414, en zal die in hun hartH3820 schrijvenH3789; en Ik zal hun tot een GodH430 zijn, en zij zullen Mij tot een volkH5971 zijn. Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

KJV But this shall be the covenant3 that I will make5 with the house7 of Israel;8 After9 those days,10 saith12 the LORD,13 I will put14 my law16 in their inward parts,17 and write20 it in their hearts;19 and will be their God,23 and they shall be my people.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 זֹ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 הַבְּרִ֡ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 אֶכְרֹת֩ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 6 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 בֵּ֨ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 אַחֲרֵ֨י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 10 הַיָּמִ֤ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 הָהֵם֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 נָתַ֤תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 תּֽוֹרָתִי֙ H8451 wet, wetten, leer law 17 בְּקִרְבָּ֔ם H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 18 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 לִבָּ֖ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 20 אֶכְתֲּבֶ֑נָּה H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 21 וְהָיִ֤יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 22 לָהֶם֙ 23 לֵֽאלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 24 וְהֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 25 יִֽהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 26 לִ֥י 27 לְעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En zij zullen niet meerH5750, een iegelijk zijn naasteH7453, en een iegelijk zijn broederH251, lerenH3925, zeggendeH559: KentH3045 den HEEREH3068! wantH3588 zij zullen Mij allenH3605 kennenH3045, van hun kleinsteH6996 af totH5704 hun grootsteH1419 toe, spreektH5002 de HEEREH3068; wantH3588 Ik zal hun ongerechtigheidH5771 vergevenH5545, en hunner zondenH2403 nietH3808 meerH5750 gedenkenH2142. En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.

KJV And they shall teach2 no more every man4 his neighbour,6 and every man7 his brother,9 saying,10 Know11 the LORD:13 for they shall all know16 me, from the least18 of them unto the greatest20 of them, saith21 the LORD:22 for I will forgive24 their iniquity,25 and I will remember28 their sin

1 וְלֹ֧א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יְלַמְּד֣וּ H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 3 ע֗וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 4 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 רֵעֵ֜הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 7 וְאִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אָחִיו֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 10 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 דְּע֖וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 כוּלָּם֩ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 יֵדְע֨וּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 17 אוֹתִ֜י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 לְמִקְטַנָּ֤ם H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 19 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 20 גְּדוֹלָם֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 21 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 22 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 23 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 24 אֶסְלַח֙ H5545 vergeven, vergeef, vergeve forgive, pardon, spare 25 לַֽעֲוֺנָ֔ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 26 וּלְחַטָּאתָ֖ם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 27 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 28 אֶזְכָּר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 29 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Zo zegt de HEERE, Die de zon ten lichte geeft des daags, de ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der heirscharen is Zijn Naam:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068, Die de zonH8121 ten lichteH216 geeftH5414 des daagsH3119, de ordeningenH2708 der maanH3394 en der sterrenH3556 ten lichteH216 des nachtsH3915, Die de zeeH3220 klieftH7280, dat haar golvenH1530 bruisenH1993, HEEREH3068 der heirscharenH6635 is Zijn NaamH8034: Zo zegt de HEERE, Die de zon ten lichte geeft des daags, de ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der heirscharen is Zijn Naam:

KJV Thus saith2 the LORD,3 which giveth4 the sun5 for a light6 by day,7 and the ordinances8 of the moon9 and of the stars10 for a light11 by night,12 which divideth13 the sea14 when the waves16 thereof roar;15 The LORD17 of hosts18 is his name:

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 נֹתֵ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 שֶׁ֨מֶשׁ֙ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 6 לְא֣וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 7 יוֹמָ֔ם H3119 dag, daags, Dag daily, (by, in the) day(-time) 8 חֻקֹּ֛ת H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 9 יָרֵ֥חַ H3394 maan moon. Yrechow. See H3405 (יְרִיחוֹ) 10 וְכוֹכָבִ֖ים H3556 sterren, ster star(-gazer) 11 לְא֣וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 12 לָ֑יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 13 רֹגַ֤ע H7280 klieft, ogenblik, gekliefd break, divide, find ease, be a moment, (cause, give, make to) rest, make suddenly 14 הַיָּם֙ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 15 וַיֶּהֱמ֣וּ H1993 bruisen, getier, onrustig clamorous, concourse, cry aloud, be disquieted, loud, mourn, be moved, make a noise, rage, roar, sound, be troubled, make in tumult, tumultuous, be in an uproar 16 גַלָּ֔יו H1530 golven, hoop, hopen billow, heap, spring, wave 17 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 19 שְׁמֽוֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Indien deze ordeningen van voor Mijn aangezicht zullen wijken, spreekt de HEERE, zo zal ook het zaad Israels ophouden, dat het geen volk zij voor Mijn aangezicht, al de dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Indien dezeH428 ordeningenH2706 van voor Mijn aangezichtH6440 zullen wijkenH4185, spreektH5002 de HEEREH3068, zo zal ookH1571 het zaadH2233 IsraelsH3478 ophoudenH7673, dat het geen volkH1471 zijH1961 voor Mijn aangezichtH6440, alH3605 de dagenH3117. Indien deze ordeningen van voor Mijn aangezicht zullen wijken, spreekt de HEERE, zo zal ook het zaad Israels ophouden, dat het geen volk zij voor Mijn aangezicht, al de dagen.

KJV If those ordinances3 depart2 from before5 me, saith6 the LORD,7 then the seed9 of Israel10 also shall cease11 from being a nation13 before14 me for ever.

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 יָמֻ֜שׁוּ H4185 wijken, houdt, wijkt cease, depart, go back, remove, take away 3 הַחֻקִּ֥ים H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 4 הָאֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 5 מִלְּפָנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 7 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 גַּם֩ H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 זֶ֨רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 10 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 יִשְׁבְּת֗וּ H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 12 מִֽהְי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 גּ֛וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 לְפָנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הַיָּמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Zo zegt de HEERE: Indien de hemelen daarboven gemeten, en de fondamenten der aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het ganse zaad Israels verwerpen, om alles, wat zij gedaan hebben, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Zo zegtH559 de HEEREH3068: IndienH518 de hemelenH8064 daarboven gemetenH4058, en de fondamentenH4146 der aardeH776 benedenH4295 doorgrondH2713 kunnen worden, zo zal IkH589 ookH1571 het ganseH3605 zaadH2233 IsraelsH3478 verwerpenH3988, om allesH6213, watH834 zij gedaan hebben, spreektH5002 de HEEREH3068. Zo zegt de HEERE: Indien de hemelen daarboven gemeten, en de fondamenten der aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het ganse zaad Israels verwerpen, om alles, wat zij gedaan hebben, spreekt de HEERE.

KJV Thus saith2 the LORD;3 If heaven6 above7 can be measured,5 and the foundations9 of the earth10 searched out8 beneath,11 I will also cast off14 all the seed16 of Israel17 for all that they have done,21 saith22 the LORD.

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 יִמַּ֤דּוּ H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 6 שָׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 מִלְמַ֔עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 8 וְיֵחָקְר֥וּ H2713 onderzocht, doorzoeken, onderzoeken find out, (make) search (out), seek (out), sound, try 9 מֽוֹסְדֵי H4146 fondamenten, gronden, grondvesten foundation 10 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 לְמָ֑טָּה H4295 beneden, nederwaarts, laag beneath, down(-ward), less, very low, under(-neath) 12 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 13 אֲנִ֞י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 14 אֶמְאַ֨ס H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 15 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 זֶ֧רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 17 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 18 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 עָשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 22 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 23 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze stad den HEERE zal herbouwd worden, van den toren Hananeel af tot aan de Hoekpoort.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 ZietH2009, de dagenH3117 komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat deze stadH5892 den HEEREH3068 zal herbouwdH1129 worden, van den torenH4026 HananeelH2606 af tot aan de HoekpoortH8179. Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze stad den HEERE zal herbouwd worden, van den toren Hananeel af tot aan de Hoekpoort.

KJV Behold, the days2 come,3 saith4 the LORD,5 that the city7 shall be built6 to the LORD8 from the tower9 of Hananeel10 unto the gate11 of the corner.

1 הִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 בָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְנִבְנְתָ֤ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 7 הָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 מִמִּגְדַּ֥ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 10 חֲנַנְאֵ֖ל H2606 Hananeel Hananeel 11 שַׁ֥עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 12 הַפִּנָּֽה H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En het meetsnoer zal wijders nevens dezelve uitgaan tot aan den heuvel Gareb, en zich naar Goath omwenden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En het meetsnoerH4060 zal wijders nevens dezelve uitgaanH3318 tot aan den heuvelH1389 GarebH1619, en zich naar GoathH1601 omwendenH5437. En het meetsnoer zal wijders nevens dezelve uitgaan tot aan den heuvel Gareb, en zich naar Goath omwenden.

KJV And the measuring4 line3 shall yet go forth1 over against it upon the hill7 Gareb,8 and shall compass about9 to Goath.

1 וְיָצָ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 ע֜וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 קָ֤ו H6957 regel, richtsnoer, meetsnoer line. Compare H6978 (קַו־קַו)lemma קַו־קַי yod, corrected to קַו־קַו 4 הַמִּדָּה֙ H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 5 נֶגְדּ֔וֹ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 6 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 גִּבְעַ֣ת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 8 גָּרֵ֑ב H1619 Gareb Gareb 9 וְנָסַ֖ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 10 גֹּעָֽתָה H1601 Goath Goath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En het ganse dal der dode lichamen en der as, en al de velden tot aan de beek Kidron, tot aan den hoek van de Paardenpoort tegen het oosten, zal den HEERE een heiligheid zijn; er zal niets weder uitgerukt, noch afgebroken worden in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En het ganseH3605 dalH6010 der dode lichamenH6297 en der asH1880, en alH3605 de veldenH7709 tot aanH5704 de beekH5158 KidronH6939, tot aanH5704 den hoekH6438 van de PaardenpoortH5483 tegen het oostenH4217, zal den HEEREH3068 een heiligheidH6944 zijn; er zal niets weder uitgeruktH5428, nochH3808 afgebrokenH2040 worden in eeuwigheidH5769. En het ganse dal der dode lichamen en der as, en al de velden tot aan de beek Kidron, tot aan den hoek van de Paardenpoort tegen het oosten, zal den HEERE een heiligheid zijn; er zal niets weder uitgerukt, noch afgebroken worden in eeuwigheid.

KJV And the whole valley2 of the dead bodies,3 and of the ashes,4 and all the fields6 unto the brook8 of Kidron,9 unto the corner11 of the horse13 gate12 toward the east,14 shall be holy15 unto the LORD;16 it shall not be plucked up,18 nor thrown down20 any more for ever.

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הָעֵ֣מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 3 הַפְּגָרִ֣ים H6297 dode lichamen, lichamen, aas carcase, corpse, dead body 4 וְהַדֶּ֡שֶׁן H1880 as, vettigheid ashes, fatness 5 וְכָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַשְּׁדֵמוֹת֩ H7709 velden, brandkoren blasted, field 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 נַ֨חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 9 קִדְר֜וֹן H6939 Kidron Kidron 10 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 פִּנַּ֨ת H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower 12 שַׁ֤עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 13 הַסּוּסִים֙ H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 14 מִזְרָ֔חָה H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 15 קֹ֖דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 16 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יִנָּתֵ֧שׁ H5428 uitrukken, uitgerukt, rukken destroy, forsake, pluck (out, up, by the roots), pull up, root out (up), [idiom] utterly. s 19 וְֽלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 יֵהָרֵ֛ס H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 21 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 22 לְעוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 31:1 Jeremia 30:22 Jesaja 41:10 Jeremia 30:24 Zacharia 13:9 Genesis 17:7 Hebreeën 12:16 Jeremia 30:3 Johannes 20:17
Jeremia 31:2 Psalmen 95:11 Deuteronomium 1:33 Numeri 10:33 Psalmen 78:23 Exodus 12:37 Exodus 15:9 Psalmen 78:14 Jesaja 63:7
Jeremia 31:3 Hosea 11:4 Jesaja 54:8 Deuteronomium 33:3 Deuteronomium 7:7 Maleachi 1:2 Efeze 1:3 Psalmen 103:17 Efeze 2:4
Jeremia 31:4 Jeremia 31:13 Jeremia 33:7 Richteren 11:34 Psalmen 149:3 Psalmen 51:18 Psalmen 150:3 Klaagliederen 1:15 Klaagliederen 2:13
Jeremia 31:5 Amos 9:14 Deuteronomium 28:30 Ezechiël 36:8 1 Samuël 21:5 Zacharia 3:10 Obadja 1:19 Leviticus 19:23 Deuteronomium 20:6
Jeremia 31:6 Jeremia 50:4 Ezechiël 33:2 Hosea 1:11 Handelingen 8:5 Jeremia 6:17 Ezra 8:15 Zacharia 8:20 Ezechiël 3:17
Jeremia 31:7 Jesaja 37:31 Psalmen 28:9 Psalmen 14:7 Jeremia 23:3 Jesaja 61:9 Micha 2:12 Sefanja 3:13 Jesaja 11:11
Jeremia 31:8 Ezechiël 34:13 Ezechiël 34:16 Jeremia 23:8 Micha 4:6 Jesaja 42:16 Jesaja 40:11 Jesaja 43:6 Jeremia 3:18
Jeremia 31:9 Jeremia 3:4 Exodus 4:22 Jeremia 50:4 Jesaja 63:13 Jeremia 31:20 Zacharia 12:10 Jesaja 35:6 Jeremia 3:19
Jeremia 31:10 Jesaja 40:11 Jesaja 66:19 Ezechiël 34:12 Deuteronomium 30:4 Zacharia 9:16 Micha 5:4 Ezechiël 20:34 Lukas 12:32
Jeremia 31:11 Jesaja 48:20 Jesaja 44:23 Psalmen 142:6 Jeremia 15:21 Jesaja 49:24 Mattheüs 22:29 Hebreeën 2:14 Titus 2:14
Jeremia 31:12 Jesaja 35:10 Jesaja 58:11 Jesaja 65:19 Ezechiël 17:23 Johannes 16:22 Joël 3:18 Openbaring 21:4 Jesaja 60:20
Jeremia 31:13 Psalmen 30:11 Jesaja 51:11 Jesaja 61:3 Jeremia 31:4 Psalmen 149:3 Jesaja 51:3 Zacharia 8:19 Nehemia 12:43
Jeremia 31:14 Jeremia 31:25 1 Petrus 2:9 Hooglied 5:1 Psalmen 65:4 Efeze 3:19 Jeremia 33:9 Deuteronomium 33:8 2 Kronieken 6:41
Jeremia 31:15 Jeremia 40:1 Jozua 18:25 Genesis 37:35 Genesis 42:13 Jeremia 10:20 Genesis 42:36 Psalmen 77:2 Genesis 35:19
Jeremia 31:16 Jeremia 30:3 Ruth 2:12 Hebreeën 6:10 2 Kronieken 15:7 Jeremia 29:14 Jeremia 30:18 Jeremia 33:7 Hebreeën 11:6
Jeremia 31:17 Klaagliederen 3:26 Psalmen 102:13 Klaagliederen 3:18 Jeremia 29:11 Klaagliederen 3:21 Romeinen 11:23 Hosea 3:5 Jeremia 46:27
Jeremia 31:18 Psalmen 80:3 Jeremia 31:9 Jeremia 3:21 Klaagliederen 5:21 Job 5:17 Handelingen 3:26 Lukas 15:20 Psalmen 80:19
Jeremia 31:19 Jeremia 3:25 Ezechiël 36:31 Ezechiël 21:12 Lukas 18:13 Zacharia 12:10 Deuteronomium 30:2 Ezechiël 23:3 Ezechiël 6:9
Jeremia 31:20 Jesaja 55:7 Jesaja 63:15 Hosea 14:4 Jesaja 16:11 Richteren 10:16 Hooglied 5:4 Filippenzen 1:8 Deuteronomium 32:36
Jeremia 31:21 Jeremia 50:5 Jesaja 48:20 Jeremia 51:50 Jesaja 57:14 Jesaja 62:10 Jeremia 3:14 Psalmen 84:5 Zacharia 2:6
Jeremia 31:22 Jeremia 2:23 Jeremia 3:6 Jeremia 49:4 Jeremia 2:36 Genesis 3:15 Jesaja 7:14 Jeremia 2:18 Jeremia 7:24
Jeremia 31:23 Zacharia 8:3 Jesaja 1:26 Jeremia 50:7 Psalmen 87:1 Psalmen 128:5 Jesaja 60:21 Jeremia 33:15 Ruth 2:4
Jeremia 31:24 Zacharia 8:4 Ezechiël 36:10 Jeremia 33:11 Zacharia 2:4
Jeremia 31:25 Jeremia 31:14 Psalmen 107:9 Johannes 4:14 Mattheüs 5:6 Lukas 1:53 Mattheüs 11:28 2 Korinthe 7:6 Jesaja 50:4
Jeremia 31:26 Psalmen 127:2 Zacharia 4:1
Jeremia 31:27 Hosea 2:23 Ezechiël 36:9 Zacharia 10:9 Ezechiël 36:11 Jeremia 30:19
Jeremia 31:28 Jeremia 24:6 Jeremia 44:27 Jeremia 1:10 Daniël 9:14 Jeremia 45:4 Psalmen 69:35 Handelingen 15:16 Jeremia 18:7
Jeremia 31:29 Klaagliederen 5:7 Ezechiël 18:2 Jeremia 31:30
Jeremia 31:30 Jesaja 3:11 Ezechiël 18:20 Deuteronomium 24:16 Galaten 6:5 Ezechiël 18:4 Ezechiël 33:18 Ezechiël 33:13 Ezechiël 33:8
Jeremia 31:31 Ezechiël 37:26 Hebreeën 10:16 Jeremia 32:40 Lukas 22:20 2 Korinthe 3:6 Jeremia 30:3 Jeremia 23:5 Jeremia 33:14
Jeremia 31:32 Deuteronomium 1:31 Ezechiël 16:8 Deuteronomium 5:3 Exodus 19:5 Exodus 24:6 Jeremia 3:14 Hebreeën 9:18 Jesaja 63:12
Jeremia 31:33 2 Korinthe 3:3 Hebreeën 10:16 Jeremia 24:7 Hebreeën 8:10 Ezechiël 11:19 Jeremia 32:40 Ezechiël 37:27 Openbaring 21:3
Jeremia 31:34 Jesaja 43:25 Jeremia 33:8 Jesaja 54:13 Jeremia 50:20 Johannes 6:45 1 Johannes 2:27 Micha 7:18 Jeremia 24:7
Jeremia 31:35 Jesaja 51:15 Jeremia 10:16 Psalmen 136:7 Genesis 1:14 Psalmen 19:1 Jeremia 32:18 Jeremia 50:34 Deuteronomium 4:19
Jeremia 31:36 Jesaja 54:9 Jeremia 33:20 Psalmen 148:6 Psalmen 89:36 Amos 9:8 Jeremia 46:28 Psalmen 72:17 Psalmen 102:28
Jeremia 31:37 Jeremia 33:24 Jeremia 33:22 Jesaja 40:12 Jeremia 46:28 Jeremia 30:11 Romeinen 11:26 Romeinen 11:1 Job 11:7
Jeremia 31:38 2 Koningen 14:13 Zacharia 14:10 Jeremia 30:18 Jeremia 31:27 2 Kronieken 26:9 Ezechiël 48:30 Jeremia 23:5 Daniël 9:25
Jeremia 31:39 Zacharia 2:1 Ezechiël 40:8
Jeremia 31:40 Joël 3:17 2 Samuël 15:23 2 Koningen 11:16 Johannes 18:1 2 Kronieken 23:15 2 Koningen 23:12 2 Koningen 23:6 Zacharia 14:20
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 31 vers 1

God zijn; Gelijk boven Jer. 30:22 , en onder vs.33, en Jer. 32:38 , enz.

Hertaald: God zijn; Zoals hierboven Jer. 30:22 en hieronder vers 33, en Jer. 32:38, enzovoort.

Jeremia 31 vers 2

der overgeblevenen Dat is, dat niet mede omgebracht was, zo van andere vijandelijke volken, als inzonderheid toen de Levieten door Gods last een grote menigte hunner broeders om de afgoderij, die zij met het gouden kalf hadden bedreven, met het zwaard doden. Zie Ex. 32:27-28 .

Hertaald: der overgeblevenen Dat is: wat niet mee omgebracht was, zowel door andere vijandige volken als in het bijzonder toen de Levieten op Gods bevel een grote menigte van hun broeders met het zwaard doodden vanwege de afgoderij die zij met het gouden kalf bedreven hadden. Zie Ex. 32:27-28.

genade gevonden Om Mozes' voorbede, Ex. 32:30-31 , enz.; alzo [wil God zeggen] zullen nu ook de overgeblevenen van het zwaard der Babyloniërs genade vinden door den Messias, waarvan in het volgende.

Hertaald: genade gevonden Om de voorbede van Mozes, Ex. 32:30-31, enzovoort. Zo, wil God zeggen, zullen nu ook zij die het zwaard van de Babyloniërs ontkomen zijn genade vinden door de Messias, waarover in het vervolg.

hem tot rust te brengen Om Israël in het land Kanaän te geleiden.

Hertaald: hem tot rust te brengen Om Israël naar het land Kanaän te leiden.

Jeremia 31 vers 3

De HEERE is mij verschenen Woorden der zwakgeloviven, die aldus tegenwerpen: Wel is waar dat God mij in voortijden zeer vriendelijk en weldadig geweest is, maar nu [willen zij zeggen] schijnt de liefde verkoud, of verminderd, veranderd te zijn. Hierop antwoordt God met de volgende woorden: Ja Ik heb, enz.

Hertaald: De HEERE is mij verschenen Woorden van de zwakgelovigen, die zo tegenwerpen: het is wel waar dat God mij in vroeger tijden zeer vriendelijk en weldadig geweest is, maar nu, zo willen zij zeggen, lijkt de liefde bekoeld, verminderd of veranderd te zijn. Daarop antwoordt God met de volgende woorden: ja, Ik heb, enzovoort.

verre tijden Dat is, vanouds, in langverleden tijden. Sommigen nemen dit voor woorden der kerk, sprekende van God, en vullen den zin aan met het woord zeggende, aldus: De Heere is mij verschenen van verre tijden, [zeggende], enz.

Hertaald: verre tijden Dat is: van oudsher, in lang vervlogen tijden. Sommigen houden dit voor woorden van de kerk die over God spreekt, en vullen de zin aan met het woord zeggende: de HEERE is mij verschenen van verre tijden, zeggende, enzovoort.

u liefgehad Te weten mijne kerk, Zion. Het woord staat in het vrouwelijk geslacht.

Hertaald: u liefgehad Namelijk: Mijn kerk, Sion. Het woord staat in het vrouwelijk.

eeuwige liefde; Hebreeuws, liefde der eeuwigheid. Vergelijk Joh. 13:1 .

Hertaald: eeuwige liefde; Hebreeuws: liefde van de eeuwigheid. Vergelijk Joh. 13:1.

heb Ik u getrokken Of, de goedertierenheid voortaan over u uitgestrekt, of vervolgd, of daarom vervolgd, of continueer Ik de goedertierenheid aan u, en zal bij u doen, gelijk volgt. Vergelijk Ps. 36:11 , en Ps. 85:8 ; Pred. 2:3 .

Hertaald: heb Ik u getrokken Of: daarom heb Ik de goedertierenheid voortaan over u uitgestrekt, of voortgezet; of: daarom zet Ik de goedertierenheid aan u voort en zal Ik bij u doen zoals volgt. Vergelijk Ps. 36:11 en Ps. 85:8, en Pred. 2:3.

Jeremia 31 vers 4

trommelen, Dat is, vreugde bedrijven, zulks te dien tijde alzo gebruikelijk was. Zie Ps. 68:26 , waardoor hier de geestelijke vreugde der kerk Gods bij den tijd van het Evangelie wordt afgebeeld; alzo in het volgende.

Hertaald: trommelen, Dat is: vreugde bedrijven, wat in die tijd zo gebruikelijk was. Zie Ps. 68:26. Daarmee wordt hier de geestelijke vreugde van de kerk van God in de tijd van het Evangelie afgebeeld; zo ook in het vervolg.

spelenden Zie boven Jer. 30:19 .

Hertaald: spelenden Zie hierboven Jer. 30:19.

Jeremia 31 vers 5

de vrucht genieten Hebreeuws, ontheiligen; dat is, de vruchten vrijelijk gebruiken en eten; zie Deut. 20:6 .

Hertaald: de vrucht genieten Hebreeuws: ontheiligen — dat is: de vruchten vrij gebruiken en eten; zie Deut. 20:6.

Jeremia 31 vers 6

dag zijn, Dat is, een tijd der genade en vreugde.

Hertaald: dag zijn, Dat is: een tijd van genade en vreugde.

hoeders op Efraïms gebergte De herders van Gods kerk, predikers van het Evangelie. Hebreeuws, nozerim, met welk woord sommigen menen dat God gezien heeft op den naam der Nazarenen, die men den Christenen gaf; Hand. 24:5 . Zie ook Num. 6:2 .

Hertaald: hoeders op Efraïms gebergte De herders van Gods kerk, de predikers van het Evangelie. Hebreeuws: nozerim; sommigen menen dat God met dat woord gezien heeft op de naam Nazarenen die men de christenen gaf, Hand. 24:5. Zie ook Num. 6:2.

roepen Hebreeuws, hebben geroepen, of roepen; dat is, alsdan zullen roepen.

Hertaald: roepen Hebreeuws: hebben geroepen, of: roepen — dat is: zullen dan roepen.

laat ons opgaan naar Sion, Vergelijk Jes. 2:2-3 ; Mi. 4:2 , met de aantekening.

Hertaald: laat ons opgaan naar Sion, Vergelijk Jes. 2:2-3 en Micha 4:2 met de aantekening.

Jeremia 31 vers 7

Roept luide over Jakob Of, zingt triomf, juicht.

Hertaald: Roept luide over Jakob Of: zingt triomf, juicht.

juicht Het Hebreeuwse woord wordt eigenlijk gebruikt van het hunkeren, wensen en briesen der paarden, maar ook van mensen, hier en Est. 8:15 ; Jes. 10:30 , en Jes. 24:14 , betekenende een klare, heldere, vrolijke stem van zich te geven.

Hertaald: juicht Het Hebreeuwse woord wordt eigenlijk gebruikt voor het hinniken, verlangen en briesen van paarden, maar ook van mensen, hier en in Esth. 8:15, Jes. 10:30 en Jes. 24:14; het betekent dan: een heldere, klare, vrolijke stem laten horen.

vanwege het hoofd der heidenen; Omdat de Joden onder het hoofd der heidenen, dat is de Babyloniërs, gevangen zijnde, evenwel zekerlijk zouden verlost en van het hoofd der heidenen niet ondergehouden kunnen worden. Anders: onder het hoofd, of onder de voornaamste heidenen, te weten in Babel en overal, waar de Joden onder den koning van Babel [die het hoofd der heidenen was] gevangen waren, gelijk wij allen geestelijk onder den satan, den prins der wereld en vorst der duisternis. Anders: in het voorste, vooraan; [dat is, op de kruiswegen, de ingangen en uitgangen der wegen, of straten, gelijk Spr. 1:20-21 ] , onder de heidenen; dat is, openlijk, in het openbaar, voor degenen, wien het heil des Heeren zal worden geopenbaard.

Hertaald: vanwege het hoofd der heidenen; Omdat de Joden, hoewel gevangen onder het hoofd van de heidenen — dat is: de Babyloniërs — toch zeker verlost zouden worden en door dat hoofd van de heidenen niet onderdrukt gehouden konden worden. Anders: onder het hoofd, of onder de voornaamste heidenen, namelijk in Babel en overal waar de Joden gevangen waren onder de koning van Babel, die het hoofd van de heidenen was — zoals wij allen geestelijk gevangen zijn onder de satan, de vorst van deze wereld en van de duisternis. Anders: vooraan, aan het begin, dat is: op de kruispunten, bij de in- en uitgangen van de wegen of straten, zoals in Spr. 1:20-21, onder de heidenen; dat is: openlijk, in het openbaar, voor hen aan wie het heil van de HEERE geopenbaard zal worden.

behoud Uw volk, Of, verlost, maakt zalig.

Hertaald: behoud Uw volk, Of: verlost, maakt zalig.

overblijfsel van Israël Vergelijk Rom. 9:27 .

Hertaald: overblijfsel van Israël Vergelijk Rom. 9:27.

Jeremia 31 vers 8

noorden, Dat is, Babel. Zie boven Jer. 1:14 , waar Juda gevangen was; afbeeldende de geestelijke gevangenis.

Hertaald: noorden, Dat is: Babel. Zie hierboven Jer. 1:14, waar Juda gevangen was; dat beeldt de geestelijke gevangenschap af.

zijden der aarde; Dat is, de andere landen, waar de tien stammen gevangen waren, als Assyrië, Medië, enz.

Hertaald: zijden der aarde; Dat is: de andere landen waar de tien stammen gevangen waren, zoals Assyrië, Medië, enzovoort.

blinden en lammen, Vergelijk Jes. 35:5-6 .

Hertaald: blinden en lammen, Vergelijk Jes. 35:5-6.

zwangeren en barenden te zamen; Dat is, zelfs van de allerzwaksten zullen er optrekken van Babel lichamelijk, en versta dit wijders geestelijk, beladen met zonden en zeer zwak. Zie Matt. 11:28 .

Hertaald: zwangeren en barenden te zamen; Dat is: zelfs van de allerzwaksten zullen er lichamelijk uit Babel optrekken; en versta dit verder geestelijk: beladen met zonden en zeer zwak. Zie Matth. 11:28.

Jeremia 31 vers 9

geween, Over hunne zonden. Zie Matt. 3:6 ; Hand. 2:37 , enz.

Hertaald: geween, Over hun zonden. Zie Matth. 3:6 en Hand. 2:37, enzovoort.

smekingen Of, biddingen om genade; te weten tot mij, om vergeving.

Hertaald: smekingen Of: smeekbeden om genade, namelijk tot Mij, om vergeving.

waterbeken, Zie Matt. 5:6 ; Joh. 4:14 , enz. en Joh. 7:37 , enz., idem Ps. 23:2 .

Hertaald: waterbeken, Zie Matth. 5:6, Joh. 4:14, enzovoort, en Joh. 7:37, enzovoort, en ook Ps. 23:2.

rechten weg, De zaligmakende leer van het Evangelie.

Hertaald: rechten weg, De zaligmakende leer van het Evangelie.

stoten; Vergelijk Joh. 8:12 , en Joh. 12:35 .

Hertaald: stoten; Vergelijk Joh. 8:12 en Joh. 12:35.

eerstgeborene Zie Ex. 4:22 .

Hertaald: eerstgeborene Zie Ex. 4:22.

Jeremia 31 vers 10

die verre zijn, Hebreeuws, van verre; vergelijk Spr. 7:19 .

Hertaald: die verre zijn, Hebreeuws: van verre; vergelijk Spr. 7:19.

hem weder vergaderen, Israël.

Hertaald: hem weder vergaderen, Israël.

herder zijn kudde Zie Joh. 10:11 .

Hertaald: herder zijn kudde Zie Joh. 10:11.

Jeremia 31 vers 11

heeft Jakob Dat is, Christus zal zijn volk zo zekerlijk verlossen alsof het alreeds geschied ware.

Hertaald: heeft Jakob Dat is: Christus zal Zijn volk even zeker verlossen alsof het al gebeurd was.

vrijgekocht, Of, gerantsoeneerd.

Hertaald: vrijgekocht, Of: vrijgekocht met losgeld.

verlost Of, gelost, gered.

Hertaald: verlost Of: gelost, gered.

sterker was dan hij Te weten hunner vijanden, voornamelijk des duivels. Vergelijk Jes. 40:10 ; Matt. 12:29 ; Joh. 12:31 ; Kol. 2:15 ; Hebr. 2:14 ; 1 Joh. 3:8 .

Hertaald: sterker was dan hij Namelijk: van hun vijanden, en vooral van de duivel. Vergelijk Jes. 40:10, Matth. 12:29, Joh. 12:31, Kol. 2:15, Hebr. 2:14 en 1 Joh. 3:8.

Jeremia 31 vers 12

hoogte van Sion juichen, Te weten in den tempel; dat is, in de Christelijke kerk.

Hertaald: hoogte van Sion juichen, Namelijk: in de tempel — dat is: in de christelijke kerk.

toevloeien Bij menigten, als waterstromen. Vergelijk Ps. 34:6 ; Jes. 2:2 ; Mi. 4:1 .

Hertaald: toevloeien Bij menigten, als waterstromen. Vergelijk Ps. 34:6, Jes. 2:2 en Micha 4:1.

goed, Of, goedheid, alzo onder vs.14; dat is, de weldaden en gaven van den Heere Christus, die hier [gelijk elders dikwijls] door lichamelijke goederen en gaven worden afgebeeld.

Hertaald: goed, Of: goedheid, zo ook hieronder in vers 14 — dat is: de weldaden en gaven van de Heere Christus, die hier, zoals elders vaak, met lichamelijke goederen en gaven afgebeeld worden.

jonge schapen en runderen; Hebreeuws, kinderen der schapen, of geiten, of van klein vee.

Hertaald: jonge schapen en runderen; Hebreeuws: jongen van schapen of geiten, of van kleinvee.

gewaterde hof, Vervuld met geestelijke gaven en vertroostingen van den Heiligen Geest.

Hertaald: gewaterde hof, Vervuld met geestelijke gaven en vertroostingen van de Heilige Geest.

voortaan niet meer treurig zijn Hebreeuws, zullen niet toedoen, of voortvaren meer, of voortgaan treurig te zijn; te weten uit mistroostigheid over hunne zonden.

Hertaald: voortaan niet meer treurig zijn Hebreeuws: zij zullen niet meer toedoen of voortgaan treurig te zijn, namelijk uit mistroostigheid over hun zonden.

Jeremia 31 vers 13

jonkvrouw Dat is, jonkvrouwen zullen, enz.

Hertaald: jonkvrouw Dat is: jonkvrouwen zullen, enzovoort.

den rei, Zie boven vs.4.

Hertaald: den rei, Zie hierboven vers 4.

Jeremia 31 vers 14

priesteren Van de kerkedienaars. Vergelijk Jes. 66:21 .

Hertaald: priesteren Van de dienaars van de kerk. Vergelijk Jes. 66:21.

vettigheid dronken maken; Dat is, geestelijke gaven; gelijk de priesters in het Oude Testament het schoon vet vlees van groot en klein geofferd vee plachten te ontvangen. Vergelijk de manier van spreken met Ps. 36:9 , en de aantekening.

Hertaald: vettigheid dronken maken; Dat is: met geestelijke gaven, zoals de priesters in het Oude Testament het mooie vette vlees van geofferd groot- en kleinvee plachten te ontvangen. Vergelijk deze manier van spreken met Ps. 36:9 en de aantekening.

zal met Mijn Hebreeuws, zullen, enz.

Hertaald: zal met Mijn Hebreeuws: zullen, enzovoort.

goed verzadigd worden, Gelijk boven vs.12.

Hertaald: goed verzadigd worden, Zoals hierboven vers 12.

Jeremia 31 vers 15

Daar is een stem gehoord Zie de voornaamste vervulling dezer profetie Matt. 2:16-18 . God wil zeggen dat de grote geestelijke vreugde over den Messias niet wezen zal zonder kruis, maar dat Hij zulks in vreugde weder zal veranderen, gelijk volgt.

Hertaald: Daar is een stem gehoord Zie de voornaamste vervulling van deze profetie in Matth. 2:16-18. God wil zeggen dat de grote geestelijke vreugde over de Messias niet zonder kruis zal zijn, maar dat Hij dat weer in vreugde zal veranderen, zoals volgt.

Rama, Dat is, in de omstreken tussen Rama en Bethlehem, waar Rachel in barenspijn gestorven en begraven was; Gen. 35:16 , Gen. 35:19-20 ; 1 Sam. 10:2 . Van Rama, zie Joz. 18:21 , Joz. 18:25 ; 1 Sam. 1:1 , 1 Sam. 1:19 , en 1 Sam. 17:17 , en 1 Sam. 8:4 , enz., en 1 Sam. 25:1 , enz.

Hertaald: Rama, Dat is: in de omgeving tussen Rama en Bethlehem, waar Rachel in barensnood gestorven en begraven was; Gen. 35:16 en Gen. 35:19-20, en 1 Sam. 10:2. Over Rama, zie Joz. 18:21 en Joz. 18:25, 1 Sam. 1:1 en 1 Sam. 1:19, 1 Sam. 17:17, 1 Sam. 8:4, enzovoort, en 1 Sam. 25:1, enzovoort.

zeer bitter geween; Hebreeuws, geween der bitterheden.

Hertaald: zeer bitter geween; Hebreeuws: geween van de bitterheden.

Rachel weent Die overlang dood en begraven was, wordt hier figuurlijk ingevoerd als wenende, dat zij gedaan zou hebben indien zij ten tijde van de Babylonische verwoesting en van Herodes' kindermoord geleefd had. Sommigen verstaan door Rachel de moeders daaromtrent wonende, afkomstig van Rachel. Men kan ook wijders Rachel nemen als afbeeldende de kerk.

Hertaald: Rachel weent Zij was al lang dood en begraven, maar wordt hier beeldend sprekend ingevoerd als wenende, wat zij gedaan zou hebben als zij geleefd had in de tijd van de Babylonische verwoesting en van de kindermoord van Herodes. Sommigen verstaan onder Rachel de moeders die daar in de buurt woonden en van Rachel afstamden. Men kan Rachel verder ook opvatten als een afbeelding van de kerk.

haar kinderen; De kinderen van Jozef en Benjamin [hare zonen] en nakomelingen, eerst vermoord, of weggevoerd naar Babel, daarna ten tijde der geboorte van Christus van Herodes tirannelijk omgebracht te Bethlehem en in de omliggende streken.

Hertaald: haar kinderen; De kinderen van Jozef en Benjamin, haar zonen, en hun nakomelingen: eerst vermoord of naar Babel weggevoerd, en daarna in de tijd van de geboorte van Christus door Herodes op tirannieke wijze omgebracht in Bethlehem en de omliggende streken.

zijn Hebreeuws, omdat hij niet [is], dat is, geen van hen behouden is.

Hertaald: zijn Hebreeuws: omdat hij niet is — dat is: omdat geen van hen behouden is.

Jeremia 31 vers 16

arbeid, Uw lijden en bekommernis om kinderen.

Hertaald: arbeid, Uw lijden en uw zorg om kinderen.

vijands land wederkomen Gij zult kinderen genoeg weder bekomen, die lichamelijk uit Babel en geestelijk uit het rijk der duisternis zullen geroepen en u toegebracht worden.

Hertaald: vijands land wederkomen U zult weer kinderen genoeg krijgen, die lichamelijk uit Babel en geestelijk uit het rijk van de duisternis geroepen en aan u toegebracht zullen worden.

Jeremia 31 vers 17

voor uw nakomelingen, Of, in uw einde; dat is, gij hebt nog ten laatste veel goeds te verwachten. Hebreeuws, achterste, laatste, uiterste; zie Ps. 37:37 , en Ps. 109:13 , en boven Jer. 29:11 ; Am. 4:2 .

Hertaald: voor uw nakomelingen, Of: in uw einde — dat is: u hebt ten slotte nog veel goeds te verwachten. Hebreeuws: achterste, laatste, uiterste; zie Ps. 37:37 en Ps. 109:13, en hierboven Jer. 29:11, en Amos 4:2.

kinderen Vergelijk Jes. 29:23 , enz.

Hertaald: kinderen Vergelijk Jes. 29:23, enzovoort.

landpale Kanaän en de Christelijke kerk.

Hertaald: landpale Kanaän en de christelijke kerk.

Jeremia 31 vers 18

wel gehoord, Hebreeuws, horende gehoord.

Hertaald: wel gehoord, Hebreeuws: horend gehoord.

beklaagt, Anders, troost.

Hertaald: beklaagt, Anders: troost.

getuchtigd geworden Dat is, onderwezen, of geleerd van mijn schuldigen plicht.

Hertaald: getuchtigd geworden Dat is: onderwezen, of onderricht over mijn plicht.

ongewend kalf Hebreeuws, ongeleerd; zie boven Jer. 2:24 . Versta, niet gewend tot het juk, maar dartel en weelderig.

Hertaald: ongewend kalf Hebreeuws: ongeleerd; zie hierboven Jer. 2:24. Versta: niet gewend aan het juk, maar dartel en uitgelaten.

Jeremia 31 vers 19

bekend gemaakt, Verlicht zijnde door den Heiligen Geest, tot kennis van mijzelven en Gods genade.

Hertaald: bekend gemaakt, Doordat ik door de Heilige Geest verlicht ben tot kennis van mijzelf en van Gods genade.

heup geklopt, Dat is, getreurd of misbaar bedreven, gelijk degenen doen, die hartzeer en groten weedom gevoelen; alzo Ezech. 21:12 .

Hertaald: heup geklopt, Dat is: getreurd of misbaar gemaakt, zoals mensen doen die hartzeer en grote smart voelen; zo ook Ezech. 21:12.

schaamrood geworden, Of, te schande geworden.

Hertaald: schaamrood geworden, Of: te schande geworden.

mijner jeugd gedragen heb Die ik mij met mijn grove en menigvuldige zonden, in voortijden, als door jeugdelijke domheid, en bijzonderlijk in de woestijn, idem in mijn bloeienden staat, op den hals heb gehaald. Van Israëls jeugd zie boven Jer. 2:2 ; Hos. 2:2 , en Hos. 11:1 , enz.

Hertaald: mijner jeugd gedragen heb Die ik mij met mijn grove en veelvuldige zonden in vroeger tijden op de hals gehaald heb, als door jeugdige onbezonnenheid, en in het bijzonder in de woestijn en ook in mijn bloeitijd. Over de jeugd van Israël, zie hierboven Jer. 2:2, en Hos. 2:2 en Hos. 11:1, enzovoort.

Jeremia 31 vers 20

Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon, Hij is het zekerlijk, wil God zegge; hoewel Ik hem kastijd, want enz.

Hertaald: Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon, Dat is hij zeker, wil God zeggen; hoewel Ik hem kastijd, want, enzovoort.

troetelkind? Hebreeuws, een kind der vermakingen, of vermakelijkheden, pleisieren. Vergelijk Jes. 66:12 .

Hertaald: troetelkind? Hebreeuws: een kind van de vermakingen of van het welbehagen. Vergelijk Jes. 66:12.

tegen hem gesproken heb, Anders: van hem.

Hertaald: tegen hem gesproken heb, Anders: over hem.

ernstelijk aan hem; Hebreeuws, gedenkende zal Ik zijner gedenken.

Hertaald: ernstelijk aan hem; Hebreeuws: gedenkend zal Ik hem gedenken.

rommelt Mijn ingewand over hem; Dat is, Ik ben innerlijk over hem bewogen. Zie Jes. 63:15 .

Hertaald: rommelt Mijn ingewand over hem; Dat is: Ik ben innerlijk over hem bewogen. Zie Jes. 63:15.

zekerlijk ontfermen, Hebreeuws, ontfermende ontfermen.

Hertaald: zekerlijk ontfermen, Hebreeuws: ontfermend Mij ontfermen.

Jeremia 31 vers 21

spitse pilaren, Het Hebreeuwse woord Tamrurim, dat boven [van een anderen oorsprong genomen] vs.15, bitterheden betekende, schijnt hier genomen te zijn van Thamar, dat is een palmboom, [waarbij de afgodische beelden vergeleken worden Jer. 10:5 ] , die zijn spits in de hoogte opsteekt, en alzo wijders te betekenen spits, omhoog opgerichte pilaren, pyramiden, hoge steenhopen [gelijk sommigen] of palmtekenen, om de wegen te kennen. God wil zeggen dat zij den weg wel zullen onthouden, dien zij gegaan zijn naar Babel, omdat zij vandaar zekerlijk zullen wederkeren tot hun land.

Hertaald: spitse pilaren, Het Hebreeuwse woord tamrurim, dat hierboven in vers 15 — van een andere stam — bitterheden betekende, lijkt hier afgeleid van thamar, dat is: een palmboom, waarmee de afgodsbeelden vergeleken worden in Jer. 10:5, omdat die zijn top omhoog steekt. Vandaar dat het verder spitse, omhoog opgerichte pilaren, pyramiden of hoge steenhopen kan betekenen, zoals sommigen menen, of palmtekens om de weg te herkennen. God wil zeggen dat zij de weg die zij naar Babel gegaan zijn goed zullen onthouden, omdat zij vandaar zeker naar hun land zullen terugkeren.

baan, Of, opgehoogden, gebaanden weg, of straat.

Hertaald: baan, Of: opgehoogde, gebaande weg of straat.

o jonkvrouw Israëls, Vergelijk boven Jer. 14:17 , alzo Am. 5:2 .

Hertaald: o jonkvrouw Israëls, Vergelijk hierboven Jer. 14:17; zo ook Amos 5:2.

deze uw steden Uit welke gij gevankelijk zijt weggevoerd.

Hertaald: deze uw steden Waaruit u in gevangenschap weggevoerd bent.

Jeremia 31 vers 22

onttrekken, Of, uitdraaien, omdraaien, omgaan, omwenden; dat gij u niet recht tot mij bekeert, maar loopt overal, heen en weder, van mij af. Vergelijk Hoogl. 5:6 , en Hoogl. 7:1 , waar het Hebreeuwse woord ook gevonden wordt.

Hertaald: onttrekken, Of: uitdraaien, omdraaien, ronddwalen, omkeren — dat u zich niet werkelijk tot Mij bekeert maar overal heen en weer loopt, van Mij vandaan. Vergelijk Hoogl. 5:6 en Hoogl. 7:1, waar het Hebreeuwse woord ook voorkomt.

Want de HEERE Of, dewijl, idem, zekerlijk.

Hertaald: Want de HEERE Of: omdat; en ook: zeker.

heeft wat nieuws op de aarde geschapen Dat is, zal het zekerlijk doen; Hij zal een ongelooflijk en wonderlijk ding werken. Vergelijk Num. 16:30 ; idem Jes. 43:19 .

Hertaald: heeft wat nieuws op de aarde geschapen Dat is: Hij zal dat zeker doen; Hij zal iets ongelooflijks en wonderlijks werken. Vergelijk Num. 16:30 en ook Jes. 43:19.

de vrouw Of, ene vrouw zal een man, enz.

Hertaald: de vrouw Of: een vrouw zal een man, enzovoort.

omvangen Of, omsingelen, omringen; dat is, [gelijk sommigen verstaan] de kerk Gods, die als een zwak vrouwspersoon is, zal hare vijanden, vergeleken bij een sterken man [waarop het Hebreeuwse woord ziet] door de kracht van haren Heere Jezus Christus en het geloof overwinnen; Joh. 16:33 ; 1 Joh. 5:4 . Doch de oude leraars verstaan dit van de moeder des Heeren, Maria [die ook ene vrouw genoemd wordt, Gal. 4:4 ] ; die den rechten sterken held en leeuw uit Juda, den Messias, door de verborgen werking van den Heiligen Geest, zonder mans toedoen, in haar lichaam heeft ontvangen, omvangen, of omgeven, en gedragen, dat wel met recht ene schepping van een nieuw groot wonder mag genoemd worden, en op het voorgaande en volgende mede niet kwalijk past. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen vijandelijk omsingelen en belegeren, maar ook anderszins omvangen, omringen, omgeven; zie 1 Kon. 7:15 , 1 Kon. 7:24 ; Ps. 7:8 , en Ps. 32:10 , enz. Men kan het ook verstaan van de kerk, uit Joden en heidenen bekeerd zijnde, dat zij haren bruidegom Christus met grote liefde zal omhelzen.

Hertaald: omvangen Of: omsingelen, omringen — dat is, zoals sommigen het verstaan: de kerk van God, die als een zwakke vrouw is, zal haar vijanden, die met een sterke man vergeleken worden (waarop het Hebreeuwse woord ziet), overwinnen door de kracht van haar Heere Jezus Christus en door het geloof; Joh. 16:33 en 1 Joh. 5:4. Maar de oude leraars verstaan dit van de moeder van de Heere, Maria, die ook een vrouw genoemd wordt, Gal. 4:4: zij heeft de ware sterke Held en Leeuw uit Juda, de Messias, door de verborgen werking van de Heilige Geest en zonder toedoen van een man in haar lichaam ontvangen, omvangen of omgeven en gedragen — wat met recht de schepping van een nieuw en groot wonder genoemd mag worden en ook goed bij het voorgaande en volgende past. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen vijandig omsingelen en belegeren, maar ook op andere wijze omvatten, omringen en omgeven; zie 1 Kon. 7:15 en 1 Kon. 7:24, en Ps. 7:8 en Ps. 32:10, enzovoort. Men kan het ook verstaan van de kerk, uit Joden en heidenen bekeerd, die haar Bruidegom Christus met grote liefde zal omhelzen.

Jeremia 31 vers 23

woning der gerechtigheid, Gelijk onder Jer. 50:7 . Versta, de kerk van Jezus Christus.

Hertaald: woning der gerechtigheid, Zoals hieronder Jer. 50:7. Versta: de kerk van Jezus Christus.

Jeremia 31 vers 24

steden, Dat is, allen, die tot de steden van Juda behoren, zullen in hare steden weder wonen.

Hertaald: steden, Dat is: allen die tot de steden van Juda behoren, zullen weer in hun steden wonen.

kudde reizen Hetwelk een teken is van rust en vrede in het land.

Hertaald: kudde reizen Wat een teken is van rust en vrede in het land.

Jeremia 31 vers 25

heb de Dat is, Ik zal het doen, gelijk boven vs.22.

Hertaald: heb de Dat is: Ik zal het doen, zoals hierboven vers 22.

vermoeide ziel Dat is, dorstige [gelijk de dorst door arbeid en vermoeidheid veroorzaakt wordt. Zie Ps. 63:2 ] , te weten naar genade, vergeving van zonden en gerechtigheid. Vergelijk Matt. 5:6 en Matt. 11:28-29 .

Hertaald: vermoeide ziel Dat is: de dorstige ziel, want de dorst wordt door arbeid en vermoeidheid veroorzaakt; zie Ps. 63:2. Namelijk dorstig naar genade, vergeving van zonden en gerechtigheid. Vergelijk Matth. 5:6 en Matth. 11:28-29.

dronken gemaakt, Met geestelijke vertroosting en vreugde; vergelijk boven vs.14.

Hertaald: dronken gemaakt, Met geestelijke vertroosting en vreugde; vergelijk hierboven vers 14.

vervuld Met geestelijke spijs en drank verzadigd.

Hertaald: vervuld Met geestelijke spijs en drank verzadigd.

Jeremia 31 vers 26

(Hierop ontwaakte ik, Of, hierom. Dit zijn woorden van Jeremia, die hij hier invoegt om zijn geestelijke vreugde te betuigen over deze heerlijke profetie van den Messias, die God hem in den slaap openbaarde.

Hertaald: (Hierop ontwaakte ik, Of: hierom. Dit zijn woorden van Jeremia, die hij hier invoegt om zijn geestelijke vreugde te betuigen over deze heerlijke profetie over de Messias, die God hem in de slaap openbaarde.

was mij zoet Of, werd.

Hertaald: was mij zoet Of: werd.

Jeremia 31 vers 27

bezaaien zal Wel enigszins na de gevangenschap van Babel, lichamelijk, maar inzonderheid mijne kerk met Joden, die bij mensen, en heidenen, die bij beesten schijnen verstaan te worden; gelijk Matt. 15:25 , Matt. 15:27 , allen wedergeboren door het onvergankelijk zaad van het Evangelie, 1 Petr. 1:23 . Vergelijk Ezech. 36:9-10 , Ezech. 36:37-38 ; Hos. 2:22 , met de aantekening.

Hertaald: bezaaien zal Wel enigszins na de gevangenschap van Babel, lichamelijk, maar vooral Mijn kerk: met Joden, die met mensen lijken te worden aangeduid, en heidenen, die met vee lijken te worden aangeduid, zoals in Matth. 15:25 en Matth. 15:27 — allen wedergeboren door het onvergankelijke zaad van het Evangelie, 1 Petr. 1:23. Vergelijk Ezech. 36:9-10 en Ezech. 36:37-38, en Hos. 2:22 met de aantekening.

mensen Hebreeuws, mens en beest.

Hertaald: mensen Hebreeuws: mens en vee.

Jeremia 31 vers 28

gelijk als Ik Gelijk Ik waarlijk mijne dreigementen door straffen heb volvoerd, alzo zal Ik ook daarentegen doen in het volbrengen mijner genadebeloften.

Hertaald: gelijk als Ik Zoals Ik Mijn dreigementen werkelijk door straffen uitgevoerd heb, zo zal Ik daarentegen ook doen bij het vervullen van Mijn genadebeloften.

gewaakt heb, Of, wakker ben geweest. Vergelijk boven Jer. 1:12 , en onder Jer. 32:42 .

Hertaald: gewaakt heb, Of: wakker geweest ben. Vergelijk hierboven Jer. 1:12 en hieronder Jer. 32:42.

bouwen en te planten, Gelijk boven Jer. 24:6 .

Hertaald: bouwen en te planten, Zoals hierboven Jer. 24:6.

Jeremia 31 vers 29

De vaders hebben Dat is, onze voorouders hebben in de woestijn en daarna gezondigd, en wij moeten daarom lijden. Dit was het spreekwoord der spottende huichelaars en onboetvaardige murmurerende Joden, die God van onrecht beschuldigden in zijne dreigementen en straffen en zichzelven rechtvaardigden. Zie Ezech. 18:2-3 , enz. met de aantekening.

Hertaald: De vaders hebben Dat is: onze voorouders hebben in de woestijn en daarna gezondigd, en wij moeten daarvoor lijden. Dit was het spreekwoord van de spottende huichelaars en de onboetvaardige, morrende Joden, die God van onrecht beschuldigden in Zijn dreigementen en straffen en zichzelf rechtvaardigden. Zie Ezech. 18:2-3, enzovoort, met de aantekening.

druiven gegeten En dienvolgens zure, anders genoemd wrange.

Hertaald: druiven gegeten En dus zure, ook wel wrange genoemd.

zijn stomp geworden Of, worden stomp, eggig. Hebreeuws eigenlijk, zullen, of zouden stomp worden.

Hertaald: zijn stomp geworden Of: worden stomp, gevoelig. Hebreeuws eigenlijk: zullen of zouden stomp worden.

Jeremia 31 vers 31

nieuw verbond Zie Hebr. 8:6 , Hebr. 8:13 .

Hertaald: nieuw verbond Zie Hebr. 8:6 en Hebr. 8:13.

maken; Zie Gen. 15:17-18 .

Hertaald: maken; Zie Gen. 15:17-18.

Jeremia 31 vers 32

Niet naar het verbond, Sommigen verstaan dit van het verbond der wet of der werken, geschreven in stenen tafelen, overmits de volgende tegenstelling, en uit vergelijking met 2 Kor. 3:3 , 2 Kor. 3:6-7 , enz. Anderen verstaan het oude verbond der genade, zoals dat in het Oude Testament vóór de komst van Christus in het vlees is bediend geweest, onder verscheidene schaduwen, met veel mindere klaarheid en sobere gaven van den Heiligen Geest, enz.

Hertaald: Niet naar het verbond, Sommigen verstaan dit van het verbond van de wet of van de werken, geschreven op stenen tafelen, vanwege de tegenstelling die volgt en op grond van een vergelijking met 2 Kor. 3:3 en 2 Kor. 3:6-7, enzovoort. Anderen verstaan het oude genadeverbond zoals dat in het Oude Testament vóór de komst van Christus in het vlees bediend is: onder allerlei schaduwen, met veel minder helderheid en met soberder gaven van de Heilige Geest, enzovoort.

hand aangreep, Om hen door mijne kracht, en zeer vriendelijk, als hand aan hand samengaande, te geleiden.

Hertaald: hand aangreep, Om hen door Mijn kracht en zeer vriendelijk te leiden, als het ware hand in hand.

welk Mijn verbond Of, omdat zij mijn verbond vernietigd, of gebroken hebben.

Hertaald: welk Mijn verbond Of: omdat zij Mijn verbond tenietgedaan of verbroken hebben.

vernietigd hebben, Zie boven Jer. 11:7-8 .

Hertaald: vernietigd hebben, Zie hierboven Jer. 11:7-8.

getrouwd had, Of, hunlieder man, of Heere over hen was, mij als hun man, of Heere, gedragen had, hebbende over hen het mannelijk recht, en hen weldoende als een man zijne vrouw. Vergelijk boven Jer. 3:14 , en Hos. 2:6-7 . Anders: zou Ik hun man, of Heere gebleven zijn? alsof de Heere zeide: Geenszins, maar Ik heb hen veracht, gelijk sommigen verstaan dat de apostel dit verklaard heeft; Hebr. 8:9 .

Hertaald: getrouwd had, Of: hun man of heer was, Mij als hun man of heer gedragen had, terwijl Ik het echtelijk recht over hen had en hun goed deed zoals een man zijn vrouw. Vergelijk hierboven Jer. 3:14 en Hos. 2:6-7. Anders: zou Ik hun man of heer gebleven zijn? Alsof de HEERE zei: volstrekt niet, maar Ik heb hen veracht — zoals sommigen menen dat de apostel het verklaard heeft; Hebr. 8:9.

Jeremia 31 vers 33

zal Mijn wet Hebreeuws, Ik heb gegeven; dat is, Ik zal het zekerlijk doen; gelijk het volgende verklaart.

Hertaald: zal Mijn wet Hebreeuws: Ik heb gegeven — dat is: Ik zal het zeker doen, zoals het vervolg verklaart.

binnenste geven, Dat is, hart, gelijk in het volgende verklaard wordt. Vergelijk onder Jer. 32:40 , met de aantekening.

Hertaald: binnenste geven, Dat is: hart, zoals in het vervolg verklaard wordt. Vergelijk hieronder Jer. 32:40 met de aantekening.

hart schrijven; Vergelijk onder Jer. 32:39-40 ; Ezech. 36:25-27 , en 2 Kor. 3:3 .

Hertaald: hart schrijven; Vergelijk hieronder Jer. 32:39-40, en Ezech. 36:25-27 en 2 Kor. 3:3.

God zijn, Gelijk boven vs.1.

Hertaald: God zijn, Zoals hierboven vers 1.

Jeremia 31 vers 34

niet meer, Hiermede wil God den heiligen kerkedienst en schuldigen plicht van onderling onderwijs en vermaning geenszins uit het Nieuwe Testament wegnemen, waarvan Hij zelf de oorsprong en insteller is, maar te kennen geven dat de klaarheid van het heilige Evangelie en de werking van den Heiligen Geest zodanig zal zijn, dat er geen grote moeite of dwang zal van node zijn om de gelovigen tot hun plicht aan te drijven, dewijl zij van den Heiligen Geest geleerd, daartoe gedreven en vuriglijk genegen zullen zijn. Vergelijk deze manier van spreken met Joh. 16:26-27 , en 1 Joh. 2:27 , en zie Jes. 11:9 ; Joh. 6:45 ; 1 Kor. 1:5 , 1 Kor. 1:7 , en 1 Kor. 2:10 , enz.; 1 Joh. 2:20 .

Hertaald: niet meer, Hiermee wil God de heilige kerkedienst en de plicht van onderling onderwijs en vermaning beslist niet uit het Nieuwe Testament wegnemen, waarvan Hij Zelf de oorsprong en instelling is; maar Hij geeft te kennen dat de helderheid van het heilig Evangelie en de werking van de Heilige Geest zo groot zullen zijn dat er geen grote moeite of dwang nodig zal zijn om de gelovigen tot hun plicht aan te sporen, omdat zij door de Heilige Geest geleerd, gedreven en vurig gewillig zullen zijn. Vergelijk deze manier van spreken met Joh. 16:26-27 en 1 Joh. 2:27, en zie Jes. 11:9, Joh. 6:45, 1 Kor. 1:5 en 1 Kor. 1:7 en 1 Kor. 2:10, enzovoort, en 1 Joh. 2:20.

gedenken Zie Ps. 79:8 ; Ezech. 18:22 ; Mi. 7:18 , met de aantekening.

Hertaald: gedenken Zie Ps. 79:8, Ezech. 18:22 en Micha 7:18 met de aantekening.

Jeremia 31 vers 35

ordeningen der maan en der sterren Of, gezette perken; dat is, haar verordineerden loop.

Hertaald: ordeningen der maan en der sterren Of: vastgestelde perken — dat is: hun verordende loop.

heirscharen Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen Zie 1 Kon. 18:15.

Jeremia 31 vers 36

ordeningen In vs.35 vermeld.

Hertaald: ordeningen Die in vers 35 genoemd zijn.

wijken, Dat is, ophouden van hare richting, voor mij.

Hertaald: wijken, Dat is: ophouden met hun vaste loop, voor Mijn aangezicht.

zaad Israëls ophouden, Dat is, de kerk.

Hertaald: zaad Israëls ophouden, Dat is: de kerk.

geen volk zij Dat is, gelijk de voorschreven zaken zullen blijven en bestaan, alzo zal er altijd op aarde ene kerk zijn, die mijn volk is. Vergelijk Ps. 72:5 , Ps. 72:17 , en Ps. 89:37-38 , en Ps. 102:29 .

Hertaald: geen volk zij Dat is: zoals de genoemde dingen zullen blijven en bestaan, zo zal er altijd op aarde een kerk zijn die Mijn volk is. Vergelijk Ps. 72:5 en Ps. 72:17, Ps. 89:37-38 en Ps. 102:29.

al de dagen Vergelijk Matt. 28:20 .

Hertaald: al de dagen Vergelijk Matth. 28:20.

Jeremia 31 vers 37

om alles, Dat is, om hunner zonden wil, dewijl die omdes Messias' wil vergeven en vergeten zullen zijn, boven vs.34. De Heere wil zeggen dat Hij hen geenszins daarom zal verwerpen.

Hertaald: om alles, Dat is: vanwege hun zonden — die toch omwille van de Messias vergeven en vergeten zullen zijn, hierboven vers 34. De HEERE wil zeggen dat Hij hen daarom volstrekt niet zal verwerpen.

Jeremia 31 vers 38

Hanáneël af Zie Neh. 3:1 , en vergelijk Zach. 2:1-4 , en Zach. 14:10, enz.

Hertaald: Hanáneël af Zie Neh. 3:1, en vergelijk Zach. 2:1-4 en Zach. 14:10, enzovoort.

Hoekpoort Zie 2 Kon. 14:13 .

Hertaald: Hoekpoort Zie 2 Kon. 14:13.

Jeremia 31 vers 39

het meetsnoer Anders: haar meetsnoer; te weten der stad.

Hertaald: het meetsnoer Anders: haar meetsnoer, namelijk van de stad.

dezelve uitgaan Hoekpoort.

Hertaald: dezelve uitgaan De Hoekpoort.

Gareb, Dat is, des grindigen, of schurften, alzo [naar sommiger gevoelen] genoemd, omdat aldaar de grindige en andere onreine mensen moesten wonen, buiten de stad bij de gerechtplaats; zodat de stad veel wijder en groter zou gebouwd worden dan tevoren.

Hertaald: Gareb, Dat is: van de schurftige of melaatse. Zo genoemd, naar de mening van sommigen, omdat daar de schurftige en andere onreine mensen moesten wonen, buiten de stad bij de gerechtsplaats — zodat de stad veel wijder en groter gebouwd zou worden dan tevoren.

Goath omwenden Dit houden sommigen voor een hogen berg in het uiterste deel der stad Davids, tegen het westen en het zuiden.

Hertaald: Goath omwenden Sommigen houden dit voor een hoge berg in het uiterste deel van de stad van David, naar het westen en het zuiden toe.

Jeremia 31 vers 40

dode lichamen Hierdoor kan men verstaan het dal Hinnoms, waar de kinderen tot as verbrand werden [zie boven Jer. 7:31 ] ; of ene plaats voor de dode lichamen der misdadigers; idem, de velden buiten de Mistpoort. De zin is dat de kerk Gods zal zijn ter plaatse, waar tevoren allerlei heidense gruwelen en onreinigheden gepleegd zijn.

Hertaald: dode lichamen Hieronder kan men het dal van Hinnom verstaan, waar de kinderen tot as verbrand werden; zie hierboven Jer. 7:31. Of een plaats voor de dode lichamen van de misdadigers; en ook de velden buiten de Mestpoort. De betekenis is dat de kerk van God zal zijn op de plaats waar tevoren allerlei heidense gruwelen en onreinheden bedreven zijn.

Kidron, Zie 2 Sam. 15:23 .

Hertaald: Kidron, Zie 2 Sam. 15:23.

Paardenpoort Zie Neh. 3:28 .

Hertaald: Paardenpoort Zie Neh. 3:28.

heiligheid zijn; Dat is, zeer heilig.

Hertaald: heiligheid zijn; Dat is: zeer heilig.

niets weder uitgerukt, Hieruit blijkt dat deze profetie niet gaat op het herbouwde aardse Jeruzalem [dat van de Romeinen is verwoest] maar op het geestelijke, te weten Gods kerk. Vergelijk Ezech. 48:35 .

Hertaald: niets weder uitgerukt, Hieruit blijkt dat deze profetie niet gaat over het herbouwde aardse Jeruzalem, dat door de Romeinen verwoest is, maar over het geestelijke Jeruzalem, namelijk Gods kerk. Vergelijk Ezech. 48:35.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Een eeuwige liefde  — de grond die God noemt voor het terughalen van Zijn volk (Jer. 31:3)

"De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid" (Jer. 31:3). Het vers staat aan het begin van een hoofdstuk vol beloften over terugkeer, herbouw en vreugde, en het geeft daar de grond van aan.

Bijbelse betekenis: Merk op hoe de twee helften van het vers samenhangen. Eerst de liefde, dan het trekken; het trekken komt niet op als iets nieuws maar volgt uit iets dat er altijd al was. Let vervolgens op het woord eeuwige. Deze liefde begint niet bij de bekering van het volk en ook niet bij zijn bruikbaarheid; zij gaat aan alles vooraf. Let ten slotte op het werkwoord trekken. Er staat niet dat God wachtte tot zij kwamen, en ook niet dat Hij hen dwong; Hij trok hen, en de tekst zegt erbij waarmee: met goedertierenheid. Dat is de zachtste kracht die er is en tegelijk de sterkste.

Typologie: De Heere Jezus gebruikt hetzelfde werkwoord: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke" (Joh. 6:44). En Johannes noemt de volgorde die ook hier staat: "Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft" (1 Joh. 4:19).

Jer. 31:3; Joh. 6:44; 1 Joh. 4:19

De stem in Rama  — een moeder die weigert getroost te worden, en het antwoord dat zij krijgt (Jer. 31:15-17)

"Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn" (Jer. 31:15). Rachel, de moeder van Jozef en Benjamin, wordt hier sprekend ingevoerd voor het weggevoerde volk. Wat volgt is geen terechtwijzing maar een belofte: "Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen" (Jer. 31:16). En dan: "er is verwachting voor uw nakomelingen" (Jer. 31:17).

Bijbelse betekenis: Merk op dat de weigering blijft staan. Er staat dat zij zich niet laat troosten, en dat wordt haar niet verweten; het rouwen wordt niet afgekapt. Wat er tegenover gesteld wordt is geen argument maar een toezegging: de kinderen komen terug. Let vervolgens op het woord loon in Jer. 31:16. Haar tranen worden arbeid genoemd, en aan arbeid hangt loon; dat is een opmerkelijke waardering van verdriet dat vruchteloos leek. Let ten slotte op de volgorde. Eerst wordt de klacht in haar volle bitterheid weergegeven, en pas daarna komt de troost. Dat is in de Schrift telkens zo, en het register houdt die volgorde aan.

Typologie: Mattheüs haalt dit vers aan bij de kindermoord te Bethlehem: toen werd vervuld wat gesproken is door Jeremia, "Rachel beweende haar kinderen, en wilde niet vertroost wezen, omdat zij niet zijn" (Matt. 2:18). De aanhaling staat daar zonder verklaring van het waarom, en het register voegt daar niets aan toe.

Jer. 31:15-17; Matt. 2:18

Efraïm, de dierbare zoon  — een gebed om bekering en het antwoord van een Vader die het niet kan laten (Jer. 31:18-20)

God hoort meeluisteren: "Ik heb wel gehoord, dat zich Efraim beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf" (Jer. 31:18). Wat Efraïm dan bidt, is het kortste bekeringsgebed van de Schrift: "Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!" En hij zegt hoe het ging: "nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad" (Jer. 31:19). Dan volgt het antwoord: "Is niet Efraim Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen" (Jer. 31:20).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er in het gebed gevraagd wordt. Niet om hulp bij de bekering maar om de bekering zelf: bekeer mij, dán zal ik bekeerd zijn. De mens vraagt hier wat hij niet kan opbrengen, en dat sluit aan bij wat eerder in dit boek over de onmacht gezegd is (reeds behandeld bij Jer. 13:23). Let vervolgens op de volgorde in Jer. 31:19. Eerst het bekeerd worden, dan het berouw en de schaamte; het verdriet over de zonde volgt op de omkeer en gaat er niet aan vooraf. Let ten slotte op de uitdrukking in Jer. 31:20 dat Gods ingewand over hem rommelt. Dat is de sterkste uitdrukking die de Schrift voor ontferming heeft; zij tekent iets dat van binnen omdraait. Wat de Vader hier doet, is niet een besluit maar een bewogenheid.

Typologie: Dezelfde bewogenheid staat in de gelijkenis van de verloren zoon: de vader zag hem toen hij nog ver weg was en werd met innerlijke ontferming bewogen (reeds behandeld bij Luk. 15:20). En Paulus zegt waar zulk bidden vandaan komt: het is God Die in ons werkt beide het willen en het werken (Fil. 2:13).

Jer. 31:18-20; Jer. 13:23; Luk. 15:20; Fil. 2:13

De onrijpe druiven  — een spreekwoord over overgeërfde schuld dat wordt afgeschaft (Jer. 31:29-30)

"In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en der kinderen tanden zijn stomp geworden" (Jer. 31:29). Wat ervoor in de plaats komt staat er meteen bij: "Maar een iegelijk zal om zijn ongerechtigheid sterven; een ieder mens, die de onrijpe druiven eet, zijn tanden zullen stomp worden" (Jer. 31:30). Ezechiël bestrijdt hetzelfde spreekwoord in een heel hoofdstuk (Ezech. 18:2-4).

Bijbelse betekenis: Merk op wat het spreekwoord deed. Het schoof de schuld door naar de vorige geslachten: wij zitten met de gevolgen van wat zij deden. Er zat waarheid in — gevolgen dragen inderdaad door — maar het werd gebruikt om onder de eigen verantwoordelijkheid uit te komen. Let vervolgens op wat ervoor in de plaats komt. Niet dat gevolgen niet meer overgaan, maar dat ieder om zijn eigen ongerechtigheid sterft. Wie zich achter zijn ouders verschuilt, verliest daarmee zijn excuus. Let ten slotte op de plaats van deze verzen. Zij staan vlak vóór de belofte van het nieuwe verbond, waarin God zegt de zonde niet meer te gedenken. Eerst wordt de schuld persoonlijk gemaakt, en pas daarna wordt de vergeving beloofd.

Typologie: Paulus zegt hetzelfde over het oordeel: "een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven" (Rom. 14:12). En de Heere Jezus wijst de gedachte af dat wie getroffen wordt daarom schuldiger is dan anderen (Luk. 13:2-3).

Jer. 31:29-30; Ezech. 18:2-4; Rom. 14:12; Luk. 13:2-3

Het nieuwe verbond  — de belofte waar het hele boek naartoe werkt: een verbond dat anders is dan het eerste (Jer. 31:31-33)

"Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken" (Jer. 31:31). Er staat bij waarin het van het oude verschilt: "Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had" (Jer. 31:32). En dan volgt de inhoud: "Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn" (Jer. 31:33).

Bijbelse betekenis: Merk eerst op wat er níet nieuw is. Niet de wet, want die wordt niet vervangen maar verplaatst; niet de verhouding, want de woorden Ik zal hun tot een God zijn stonden al bij de uittocht (reeds behandeld bij Jer. 7:23). Wat nieuw is, is de plaats waar de wet komt te staan. Let vervolgens op waar het oude verbond op stukliep. Er staat niet dat het gebrekkig was maar dat zij het vernietigd hebben; de fout lag niet in de wet maar in het hart dat haar moest houden. Juist daarom moest de vernieuwing dáár beginnen. Let ten slotte op wie er handelt. Vier keer staat er Ik zal: Ik zal maken, Ik zal geven, Ik zal schrijven, Ik zal hun tot een God zijn. In heel dit gedeelte wordt van de mens niets geëist en aan hem alles gegeven. Dat is het antwoord op alles wat dit boek eerder heeft blootgelegd: de gebroken bakken, het arglistige hart, de Moorman die zijn huid niet veranderen kan.

Typologie: De Hebreeënbrief haalt dit gedeelte in zijn geheel aan — het langste aanhaalde stuk uit het Oude Testament in het hele Nieuwe — en trekt er één zin uit: "Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt" (Hebr. 8:13). En de Heere Jezus noemt bij de instelling van het avondmaal de drinkbeker "het nieuwe testament in Mijn bloed" (Luk. 22:20). Daarmee is gezegd waardoor dit verbond tot stand komt.

Jer. 31:31-33; Jer. 7:23; Hebr. 8:13; Luk. 22:20

Zij zullen Mij allen kennen  — de twee beloften waarmee het nieuwe verbond besloten wordt (Jer. 31:34)

"En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE" (Jer. 31:34). En daarop volgt de grond van dat alles: "want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken."

Bijbelse betekenis: Merk op wat er over het kennen gezegd wordt. Het onderwijs verdwijnt niet omdat kennis overbodig wordt, maar omdat niemand meer buiten die kennis staat: van de kleinste tot de grootste. Onder het oude verbond hoorde men bij het volk door geboorte; hier hoort men erbij door God te kennen. Let vervolgens op het woordje want waarmee het vers eindigt. De vergeving is niet het laatste dat erbij komt maar de grond waarop het hele verbond rust. Wet in het hart, God tot een God, allen kennende — het staat er alles op. Let ten slotte op de uitdrukking dat God de zonden niet meer gedenkt. Dat is geen vergeetachtigheid maar een besluit: Hij haalt ze niet meer op. Dat is de sterkste vorm waarin de Schrift over vergeving spreekt.

Typologie: De Hebreeënbrief haalt juist deze regel twee keer aan en gebruikt hem om te zeggen dat er geen offer meer nodig is: "waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde" (Hebr. 10:18). En de Heere Jezus zegt dat allen die tot Hem komen van God geleerd zijn (reeds behandeld bij Joh. 6:45).

Jer. 31:34; Hebr. 10:18; Joh. 6:45

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het verbond niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Een nieuw verbond — 31:31-34

Jeruzalem staat op vallen en Jeremia weet het. Hij heeft veertig jaar gewaarschuwd zonder gehoor. Midden in het boek dat de ondergang aankondigt, staan enkele hoofdstukken vol troost — en dit is het hart daarvan.

God kondigt een verbond aan dat anders is dan het vorige, omdat Hij deze keer de wet niet op steen maar in het hart schrijft.

Het begint met de vaststelling waarom het oude niet hield: niet naar het verbond dat Ik met hun vaderen maakte ten dage dat Ik hun hand aangreep om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben.

Daar zit het probleem. Het verbond op de Sinaï was goed, maar het stond buiten de mens: geschreven op tafelen, voorgelezen, beloofd — en gebroken voordat Mozes de berg af was.

En dan komt wat God anders doen zal. Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven. De kanttekening merkt op dat er in het Hebreeuws staat: Ik heb gegeven — dat is, Ik zal het zeker doen. Zij verwijst naar Ezechiël 36, waar hetzelfde beloofd wordt, en naar Paulus' woord over een brief geschreven niet met inkt maar met den Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen maar in vlezen tafelen des harten.

Drie beloften volgen elkaar op. Ik zal hun tot een God zijn — het oude verbondswoord blijft. Zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe. En dan de grond waarop het rust: want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.

De Hebreeënbrief citeert dit gedeelte tweemaal, in zijn geheel — het langste oudtestamentische citaat van het hele Nieuwe Testament — en trekt daaruit de gevolgtrekking dat het eerste verbond daarmee oud verklaard is.

En in de nacht vóór Zijn lijden neemt Christus de drinkbeker en zegt: deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed. Daar wordt het verbond van Jeremia 31 bezegeld, en de prijs ervan genoemd.

  1. Exodus 24:8 — Het eerste verbond, met bloed besprengd — en al snel gebroken.
  2. Jeremia 31:32 — Welk Mijn verbond zij vernietigd hebben.
  3. Jeremia 31:33 — Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en in hun hart schrijven.
  4. Jeremia 31:34 — Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hunner zonden niet meer gedenken.
  5. Lukas 22:20 — Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed.
  6. Hebreeën 8:8-13 — De brief citeert dit hele gedeelte en noemt het eerste daarmee oud.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 8:8-13; Hebreeën 10:16-17; Lukas 22:20; 2 Korinthe 3:3

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 31

Jeremia 31:1.KruisverwijzingenJeremia 30:22Jesaja 41:10Jeremia 30:24Zacharia 13:9Genesis 17:7Hebreeën 12:16Jeremia 30:3Johannes 20:17
— Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israels tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Tijdens de ballingschap van Israël in Babel lag Gods verbond met hen als het ware stil. Maar in deze belofte van hun terugkeer haalt Hij het weer naar voren, en Hij geeft er een bijzonder genadige wending aan: “zal Ik allen geslachten Israels tot een God zijn”. Wat een barmhartigheid is het een God voor het gezin te hebben, en heel ons gezin in Christus te weten! Broeders, u hebt een huisbijbel, en u hebt, naar ik hoop, een huisaltaar. Mocht heel uw gezin God toebehoren!

Hoe goddelijk spreekt Hij hier — zoals alleen God spreken kan. Deze mensen hadden Hem verworpen, en toch zegt Hij: “zij zullen Mij tot een volk zijn”. Niet sommigen van hen, maar allen. Zie hier de wonderlijke kracht van de goddelijke genade in het hart van weerspannige zondaars. Er is hier geen “als” en geen “maar”. Er staat: Ik zál, en zij zúllen. God weet Zijn eigen voornemens van liefde en barmhartigheid uit te werken.

Jeremia 31:2.KruisverwijzingenPsalmen 95:11Deuteronomium 1:33Numeri 10:33Psalmen 78:23Exodus 12:37Exodus 15:9Psalmen 78:14Jesaja 63:7
— Zo zegt de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israel, als Ik henenging om hem tot rust te brengen.
Farao heeft geprobeerd Israël te doden. Toen hij zijn zwaard trok, leek het of het hele volk verslagen zou worden. Maar God bracht hen van Farao weg de woestijn in, en daar bracht Hij hen tot rust. God heeft nog altijd een volk dat Hij zeker behouden zal, en de tegenstander zal het niet kunnen verdelgen.

Komen wij ooit tot ware rust van de ziel, dan moet Gód ons tot rust brengen. David zei het zo: “Hij doet mij nederliggen in grazige weiden.” De rust van het hart is een wonder van goddelijke kracht.

Jeremia 31:3.KruisverwijzingenHosea 11:4Jesaja 54:8Deuteronomium 33:3Deuteronomium 7:7Maleachi 1:2Efeze 1:3Psalmen 103:17Efeze 2:4
— De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.
Is er ooit een zoeter woord uit de hemel gekomen dan dit? Een eeuwige liefde, bewezen door het trekken van de goddelijke genade. Ik weet dat uw hart vol muziek zal zijn als de Geest van God zo’n boodschap ooit thuis in uw ziel gesproken heeft. Laten wij het nog eens lezen: “De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.”

Daar ligt de bron van alles wat goed en genadig is: een eeuwige liefde. Heeft God die liefde eenmaal op Zijn volk gezet, dan kan daar alles uit voortkomen wat hun ten goede is. Alle tijdelijke goed en alle eeuwige zegeningen komen uit die eeuwige liefde voort. Och, dat ieder van ons genade mocht krijgen om deze gezegende woorden op zichzelf toe te passen! Zij zijn aan het oude Israël gegeven, maar het geestelijke Israël bezit alle voorrechten van het natuurlijke Israël, en nog veel meer.

Jeremia 31:4.KruisverwijzingenJeremia 31:13Jeremia 33:7Richteren 11:34Psalmen 149:3Psalmen 51:18Psalmen 150:3Klaagliederen 1:15Klaagliederen 2:13
— Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israels! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met den rei der spelenden.
Jeruzalem lag geheel in puin. Haar huizen stonden leeg en haar paleizen waren vervallen. Maar Gods belofte aan haar was: “Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden”. Probeert een prediker hen te herbouwen die geestelijk zijn ingestort, dan kan zijn werk mislukken. Maar doet Gód het, dan is het werkelijk gedaan. Wat God doet, doet Hij grondig; in Zijn werk is nooit een mislukking.

God kan de droefheid van Zijn volk wegnemen en hen met een jubelende blijdschap vervullen. Zij hadden geweend en getreurd, maar zij zouden dansen. Zij waren bedroefd en troosteloos geweest, maar zij zouden hun harpen weer van de wilgen halen en hun trommelen terugkrijgen. Hun snelle voeten zullen de snelle muziek volgen, en zij zullen uitermate blij zijn. Mocht de HEERE Zijn volk nu al blij maken in Zijn huis van gebed!

God heeft goede voornemens van liefde met Zijn oude volk, en Hij zal Israël nog eens in haar eigen land terugbrengen. En geestelijk heeft Hij zulke voornemens van liefde met al Zijn uitverkorenen; zij zullen zich verheugen en juichen met een onuitsprekelijke vreugde. Wat doet het ertoe dat u een tijdlang onvruchtbaar bent? God zal nog tot u komen, en u zult vruchtbaar zijn.

Jeremia 31:5.KruisverwijzingenAmos 9:14Deuteronomium 28:30Ezechiël 36:81 Samuël 21:5Zacharia 3:10Obadja 1:19Leviticus 19:23Deuteronomium 20:6
— Gij zult weder wijngaarden planten op de bergen van Samaria; de planters zullen planten, en de vrucht genieten.
Gods volk zal weer aan het werk gaan. En zij zullen de vrucht van hun arbeid genieten en zich voor God verblijden, omdat zij niet tevergeefs werken en hun kracht niet voor niets besteden.

God maakt de weelde van de genade tot dagelijkse kost voor Zijn volk. Wat eens zo zeldzaam leek dat men het alleen op hoogtijdagen genoot, wordt alledaagse spijze zodra hun Heere Zich aan hen openbaart.

Jeremia 31:6.KruisverwijzingenJeremia 50:4Ezechiël 33:2Hosea 1:11Handelingen 8:5Jeremia 6:17Ezra 8:15Zacharia 8:20Ezechiël 3:17
— Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraims gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan naar Sion, tot den HEERE, onzen God!
De mannen van Efraïm gingen niet op naar Sion om te aanbidden; zij verlieten het ene altaar te Jeruzalem. Maar de dag komt dat zij zich weer tot de HEERE keren zullen. Wachters moeten uitkijken naar vijanden. Toch komt de dag dat zelfs zij hun wachttorens kunnen verlaten en tot elkaar kunnen zeggen: “laat ons opgaan naar Sion, tot den HEERE, onzen God!” Staat iemand van u op dit ogenblik op wacht met angstige ogen? Hebt u de hele nacht doorgewaakt? U hebt niet veel gezien, en uw ogen doen pijn van het uitzien naar onheil. Laat dan het waken varen en zeg tot elkaar: laat ons opgaan naar Sion, tot de HEERE, onze God.

Jarenlang was Israël naar Bethel gegaan om de kalveren te aanbidden, of thuisgebleven om het beeld van Astoreth te vereren. Nu zouden zij naar Sion gaan om de HEERE te dienen. Zie wat de genade van God zelfs voor afgodendienaars doen kan. Heeft iemand van ons zich voor zijn afgoden gebogen, laat hij zich vandaag tot de levende God keren. Mocht de kracht van Zijn genade ons ertoe brengen van harte en eensgezind de HEERE, onze God, te aanbidden.

Jeremia 31:7-8.KruisverwijzingenEzechiël 34:13Ezechiël 34:16Jeremia 23:8Micha 4:6Jesaja 42:16Jesaja 37:31Psalmen 28:9Psalmen 14:7
— Want zo zegt de HEERE: Roept luide over Jakob met vreugde, en juicht vanwege het hoofd der heidenen; doet het horen, lofzingt, en zegt: O HEERE! behoud Uw volk, het overblijfsel van Israel. Ziet, Ik zal ze aanbrengen uit het land van het noorden, en zal hen vergaderen van de zijden der aarde; onder hen zullen zijn blinden en lammen, zwangeren en barenden te zamen; met een grote gemeente zullen zij herwaarts wederkomen.
Vergeet de eerste betekenis van dit gedeelte niet, die op Israël ziet. Maar zuig ook de troost eruit op die het geeft aan allen die in Christus geloven. De HEERE zal al Zijn uitverkorenen zeker tot Zich brengen. Hoe blind zij ook zijn en hoe ver zij ook gedwaald hebben, zij zullen tot Hem terugkeren. Zij zullen terugkomen met tranen van berouw en met verkwikkingen van barmhartigheid, “aan de waterbeken”. Zij keren terug tot hun God, Die zegt: “Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene”.

Let op het gebed en op het antwoord. Het gebed wordt ons in de mond gelegd, en nog voordat wij het goed en wel hebben uitgesproken, komt het antwoord al: “O HEERE! behoud Uw volk, het overblijfsel van Israel. Ziet, Ik zal ze aanbrengen”.

Wat God doet, doet Hij grondig. Wanneer Hij Zijn oude volk herstelt, laat Hij de zwakken niet achter. En genieten wij vandaag Zijn tegenwoordigheid, dan zullen ook de meest bedroefden en de meest gebrekkigen onder ons weten wat de blijdschap van de HEERE is. Dat de HEERE het geve, en wij zullen Zijn heilige naam prijzen.

Jeremia 31:8.KruisverwijzingenEzechiël 34:13Ezechiël 34:16Jeremia 23:8Micha 4:6Jesaja 42:16Jesaja 40:11Jesaja 43:6Jeremia 3:18
— Ziet, Ik zal ze aanbrengen uit het land van het noorden, en zal hen vergaderen van de zijden der aarde; onder hen zullen zijn blinden en lammen, zwangeren en barenden te zamen; met een grote gemeente zullen zij herwaarts wederkomen.
“onder hen zullen zijn blinden en lammen”. Hoe kunnen die komen? Zullen zij elkaar helpen? God Zelf zal ogen zijn voor de blinden en voeten voor de lammen.

Zij waren niet geschikt om te reizen. Toch kan God in Zijn grote barmhartigheid de zwaksten van Zijn volk sterk maken. En wil Hij hen tot Zich brengen, dan zullen zij komen, ook al lijkt het of zij niet komen kónden.

Jeremia 31:9.KruisverwijzingenJeremia 3:4Exodus 4:22Jeremia 50:4Jesaja 63:13Jeremia 31:20Zacharia 12:10Jesaja 35:6Jeremia 3:19
— Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechten weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene.
Bekommer u niet om het wenen, als zij maar komen. En bedenk: er is geen waar geloof zonder de traan van berouw in het oog. “Zij zullen komen met geween.”

Wenen en bidden gaan goed samen. Er is geen gebed als een nat gebed, doortrokken van de tranen van het berouw. De weg van het gebed is de weg naar huis, naar God.

Hoort dit, u die treurt. God zal in uw nood voorzien met waterbeken, en Hij zal u in een rechte weg doen gaan. Soms zijn wij in verwarring omdat de weg heen en weer kronkelt als een doolhof. Maar God kan ons langs een rechte weg leiden: “Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechten weg”. Gelukkig is het volk dat zulke kostbare beloften heeft. De weg zal recht zijn, en hun voeten zullen er zo vast in staan dat zij zich “niet zullen stoten”.

Zij waren hun verhouding tot de HEERE vergeten. Maar Hij bleef gedenken dat zij Zijn kinderen waren.

Jeremia 31:10-11.KruisverwijzingenJesaja 40:11Jesaja 48:20Jesaja 44:23Jesaja 66:19Ezechiël 34:12Psalmen 142:6Deuteronomium 30:4Jeremia 15:21
— Hoort des HEEREN woord, gij heidenen! en verkondigt in de eilanden, die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israel verstrooid heeft, zal hem weder vergaderen, en hem bewaren als een herder zijn kudde. Want de HEERE heeft Jakob vrijgekocht, en Hij heeft hem verlost uit de hand desgenen, die sterker was dan hij.
Zij waren het uitverkoren volk van de HEERE, ook toen zij in Babel gevangenzaten. Hij had hen om hun zonde verstrooid, maar Hij zou hen in Zijn barmhartigheid weer vergaderen.

Het geheim van elke andere zegen is de verlossing. Heeft God vrijgekocht, dan zal Hij ook behouden; reken daarop. Het dierbare bloed van Jezus zal nooit tevergeefs gestort zijn. De verlossing ligt aan de bodem van elke gunst die wij van God ontvangen. Hij zegent ons omdat Hij ons vrijgekocht heeft. Hij heeft ons met zo’n grote prijs gekocht dat wij Hem te dierbaar zijn om ons ooit te verliezen. En omdat Hij Zijn kudde gekocht heeft, zal Hij haar uit de hand van de vijand weghalen.

Jeremia 31:11-12.KruisverwijzingenJesaja 35:10Jesaja 48:20Jesaja 44:23Jesaja 58:11Psalmen 142:6Jesaja 65:19Ezechiël 17:23Johannes 16:22
— Want de HEERE heeft Jakob vrijgekocht, en Hij heeft hem verlost uit de hand desgenen, die sterker was dan hij. Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.
Zijn zij vrijgekocht, dan zullen zij ook komen. Christus is niet tevergeefs gestorven; de verlossing die Hij verworven heeft, móét krachtdadig zijn. “Dies zullen zij komen.”

Jeremia 31:12.KruisverwijzingenJesaja 35:10Jesaja 58:11Jesaja 65:19Ezechiël 17:23Johannes 16:22Joël 3:18Openbaring 21:4Jesaja 60:20
— Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.
Dit zijn alle tijdelijke weldaden, en het is een grote zegen Gods goedheid daarin te zien. Zegent God de gewone weldaden, dan zijn het werkelijk zegeningen. Maar zonder Zijn zegen kunnen zij afgoden worden, en dan worden zij vloeken.

Wat een heerlijke vergelijking! Het baat het lichaam weinig gevoed te worden als de ziel niet ook goed gevoed wordt: “hun ziel zal zijn als een gewaterde hof”.

Jeremia 31:13-14.KruisverwijzingenPsalmen 30:11Jesaja 51:11Jesaja 61:3Jeremia 31:4Jeremia 31:25Psalmen 149:3Jesaja 51:3Zacharia 8:19
— Dan zal zich de jonkvrouw verblijden in den rei, daartoe de jongelingen en ouden te zamen; want Ik zal hunlieder rouw in vrolijkheid veranderen, en zal hen troosten, en zal hen verblijden naar hun droefenis. En Ik zal de ziel der priesteren met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt de HEERE.
Wat een gezegende verandering was dit voor hen die eens bedroefd geroepen hadden: “Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?” En wij verheugen ons in een nog grotere verandering, wanneer de HEERE ons in de geestelijke vrijheid brengt.

God zal de geestelijke leidslieden van Zijn volk genoeg geven, en meer dan genoeg — meer dan zij bevatten kunnen. Hij zal hen met vettigheid verzadigen. Deze woorden zelf zijn al vol merg en vettigheid! De belofte is onuitsprekelijk zoet; wat moet de vervulling ervan dan wel niet zijn? Och, dat wij geloof hadden om haar aan te grijpen! Wat een heerlijke belofte is dit. Luister ernaar en draag haar mee naar huis, u allen die waarlijk het volk van de HEERE bent. En toch klinkt er een toon van droefheid door het luiden van de vreugdeklokken.

Jeremia 31:15.KruisverwijzingenJeremia 40:1Jozua 18:25Genesis 37:35Genesis 42:13Jeremia 10:20Genesis 42:36Psalmen 77:2Genesis 35:19
— Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.
Hier ligt een profetische toespeling op de kindermoord van Herodes bij de geboorte van onze Heere (Matthéüs 2:17-18). Het was werkelijk een tijd van droefheid.

Een moeder rouwt zeer diep en zeer lang om haar verloren kinderen. Maar is zij een christin, dan zal zij hen in het land van de zaligen weer ontmoeten, en zij zal nooit meer van hen gescheiden worden. Uw verloren kinderen zullen leven; hun lichamen, die in de aarde vergaan, zullen weer opstaan. Wees niet bovenmate bedroefd of verontrust, “want zij zullen uit des vijands land wederkomen”.

Jeremia 31:16-17.KruisverwijzingenJeremia 30:3Ruth 2:12Hebreeën 6:102 Kronieken 15:7Jeremia 29:14Jeremia 30:18Jeremia 33:7Hebreeën 11:6
— Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen. En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE; want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpale.
Zoals Rachel wordt voorgesteld als wenend over haar kinderen, zo wordt zij ook voorgesteld als treurend over de stammen die in ballingschap werden weggevoerd. En toch wordt zij getroost met de genadige verzekering van de HEERE: “zij zullen uit des vijands land wederkomen”. Zo is het ook gegaan, en er ligt nog een heerlijke toekomst voor het volk van God uit het oude geslacht van Abraham.

Er is nog een andere droefheid, een diepere dan het verdriet om kinderen: de droefheid over de zonde.

Jeremia 31:18.KruisverwijzingenPsalmen 80:3Jeremia 31:9Jeremia 3:21Klaagliederen 5:21Job 5:17Handelingen 3:26Lukas 15:20Psalmen 80:19
— Ik heb wel gehoord, dat zich Efraim beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!
God is het Die hier spreekt. Er is nooit een zucht, een snik, een kreet of een klacht van een boetvaardige zondaar die God niet hoort. Denk niet dat er ooit één boetvaardige roep ongehoord opstijgt uit een verbroken hart. Dat kan niet; God heeft een vlug oor voor het roepen van zondaars. En wat een wonderlijk sprekend woord is dat woord “beklaagt”!

“Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden.” Daarmee was het afgelopen. Ik heb de tuchtiging gedragen, maar er geen baat bij gevonden. Ik heb geen berouw gehad over mijn zonde, ik heb mij niet tot U bekeerd. Nu Uw kastijdingen mij zo weinig geholpen hebben, leg dan Uw hand op mij.

“Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn.” Neemt de HEERE het op Zich ons te bekeren, dan worden wij waarlijk bekeerd. Nooit heeft een hart zo gesproken zonder dat de genade er in het verborgen aan gewerkt had. Durven wij Hem onze God te noemen? Verlangen wij ernaar het voorwerp van Zijn bekerende genade te zijn? Reken er dan op dat God dat gewerkt heeft, omdat Hij in Zijn wonderlijke liefde op ons heeft neergezien. Verlangt u ernaar tot God bekeerd te worden, dan bent u al voor een deel tot Hem gekeerd. Het verlangen om te voelen is zelf een soort gevoel; het verlangen om te geloven draagt al iets van geloof in zich. Laat die gedachte u troosten. Maar wees niet tevreden met de plaats waar u nu staat. Ga door totdat u heel de zegen hebt die de HEERE u wachtend en gewillig schenken wil. Gelukkig is de mens die op dit ogenblik tot God zegt: “Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!”

Jeremia 31:19.KruisverwijzingenJeremia 3:25Ezechiël 36:31Ezechiël 21:12Lukas 18:13Zacharia 12:10Deuteronomium 30:2Ezechiël 23:3Ezechiël 6:9
— Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb.
Bekering is een keren van de zonde tot de HEERE. Is hier iemand die met schrik aan het verleden terugdenkt en voor God klaagt over zijn zonden? Luister dan naar wat God zegt.

“heb ik op de heup geklopt” — in echte harteleed, alsof ik mijzelf niet genoeg kon slaan omdat ik gezondigd had. Heeft iemand het wilde pad van zijn jeugd bewandeld? Helpt God hem in Zijn barmhartigheid van dat vreselijke veld terug te keren? Dan denkt hij aan wat hij geweest is, en hij schaamt zich over zichzelf. Soms schaamt hij zich half om zich onder Gods volk te begeven, want hij is bang dat zij niets te maken willen hebben met zo’n ellendeling als hij geweest is. Maar het meest schaamt hij zich om tot zijn God te naderen, om de smaadheid van zijn jeugd. En als een mens zo spreekt, hoe spreekt God dan? Luister naar de genadige woorden van de HEERE over hem.

Jeremia 31:20.KruisverwijzingenJesaja 55:7Jesaja 63:15Hosea 14:4Jesaja 16:11Richteren 10:16Hooglied 5:4Filippenzen 1:8Deuteronomium 32:36
— Is niet Efraim Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE.
“Is niet Efraim Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind?” U zou verwachten dat het antwoord luidt: nee, hij heeft de rechten van het kindschap verspeeld; hij is God onaangenaam geweest en heeft Hem getergd. Maar God geeft op Zijn eigen vraag zo’n antwoord niet. Wij mogen het ook zo lezen: is dít Efraïm, Mijn dierbare zoon? Is dít Mijn troetelkind? Dat is hij nu, nu hij zijn zonde begint te haten.

De HEERE had hem gedreigd en profeten gezonden om hem om zijn zonde onheil aan te zeggen. En toch zegt Hij: “denk Ik nog ernstelijk aan hem”. Niet alleen gedenkt Hij hem; Hij denkt nog érnstelijk aan hem. Wat een wonderlijke taal voor God om te spreken! Zelfs de oneindig gezegende God stelt Zich voor als bewogen over boetvaardige zondaars, hen in ontferming gedenkend en verlangend hun barmhartigheid te bewijzen. “daarom rommelt Mijn ingewand over hem” — Ik kan zijn ellende niet aanzien. Och, wat een zaligheid ligt er in deze genadige belofte! Denk hieraan, u die uw God vergeet, u afkerigen, u die van het huis van uw Vader weggedwaald bent.

Hier kijken wij als het ware in het hart van God zelf. Hij wordt ons voorgesteld alsof er strijdende bewegingen in Hem waren. De ene dag spreekt Hij toornig, de volgende dag gedenkt Hij ernstig de barmhartigheid. God verandert niet, en toch moet Zijn handelen met mensen veranderen, omdat hun toestand zo wisselt. Hij spreekt soms in grote toorn zolang zij aan hun zonde vasthouden, maar zelfs op de bodem van die toorn ligt liefde. En straks verandert Hij van toon, spreekt Hij vertroostend en doet Hij de zonde van de zondaar weg. Dat gebeurt zodra Hij ziet dat Zijn toorn het beoogde gevolg gehad heeft en de zondaar zijn zonde verlaat om tot zijn God te komen. Sommigen van u begrijpen deze behandeling, want u hebt haar ondervonden. Maar de volheid van de barmhartigheid en de liefde die in het hart van God is voor de zondaar die zich bekeert, kunt u niet bevatten.

Jeremia 31:21.KruisverwijzingenJeremia 50:5Jesaja 48:20Jeremia 51:50Jesaja 57:14Jesaja 62:10Jeremia 3:14Psalmen 84:5Zacharia 2:6
— Richt u merktekenen op, stel u spitse pilaren, zet uw hart op de baan, op den weg, dien gij gewandeld hebt; keer weder, o jonkvrouw Israels, keer weder tot deze uw steden!
Wie de woestijn doortrekt, werpt kleine steenhopen op om zich bij een volgende reis over die weglozezee van zand te laten wijzen. Zo gebiedt God hun merktekenen op te richten en spitse pilaren te stellen, zodat zij weten hoe zij tot Hem kunnen terugkeren. Werp langs de weg op verschillende punten zulke tekenen op, om andere reizigers de weg te wijzen die zij gaan moeten.

Jeremia 31:22.KruisverwijzingenJeremia 2:23Jeremia 3:6Jeremia 49:4Jeremia 2:36Genesis 3:15Jesaja 7:14Jeremia 2:18Jeremia 7:24
— Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkerige dochter? Want de HEERE heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal den man omvangen.
“Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkerige dochter?” Hoe lang zult u troost zoeken waar u die niet vinden kunt, en genot waar niets dan ellende komen kan? God vraagt het nog altijd in ontferming: hoe lang zult u hier en daar naar troost zoeken? U zult die nooit vinden voordat u tot uw God terugkeert. Op alles staat leegte geschreven, totdat het hart bij zijn Zaligmaker en Heere komt.

De vijand had Jeruzalem rondom belegerd. Nu zou Jeruzalem zelf de belegeraar worden, haar vijanden omsingelen en verslaan. Sommige uitleggers menen dat hier gedoeld wordt op de geboorte van de Zaligmaker, dat “nieuws op de aarde”: de menswording van de Zoon van God. Hier ligt een profetie van de geboorte van Immanuël, God met ons, geboren uit een vrouw door de bovennatuurlijke kracht van de Heilige Geest. Maria was werkelijk gezegend onder de vrouwen, en wij verheugen ons in die Mens Die zo wonderlijk geboren werd om de Zaligmaker te zijn, Christus de Heere.

Jeremia 31:23.KruisverwijzingenZacharia 8:3Jesaja 1:26Jeremia 50:7Psalmen 87:1Psalmen 128:5Jesaja 60:21Jeremia 33:15Ruth 2:4
— Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Dit woord zullen zij nog zeggen in het land van Juda, en in zijn steden, als Ik hun gevangenis wenden zal: De HEERE zegene u, gij woning der gerechtigheid, gij berg der heiligheid!
Jeruzalem was om de zonde vervloekt. Maar God verklaarde dat Hij het in Zijn grote barmhartigheid tot een plaats van zegen maken zou, en dat men van haar spreken zou als de “woning der gerechtigheid” en de “berg der heiligheid”. Er liggen goede tijden in het verschiet voor Israël.

Jeremia 31:25.KruisverwijzingenJeremia 31:14Psalmen 107:9Johannes 4:14Mattheüs 5:6Lukas 1:53Mattheüs 11:282 Korinthe 7:6Jesaja 50:4
— Want Ik heb de vermoeide ziel dronken gemaakt, en Ik heb alle treurige ziel vervuld.
Deze profetie zal vervuld worden in de terugkeer van Israël naar zijn land. Zolang dat niet gebeurd is, draagt de belofte een geestelijke betekenis voor alle kinderen van God. O vermoeide ziel, u zult verzadigd worden — en dat is meer dan tevredengesteld. U zult zoveel heiligheid en blijdschap ontvangen als u dragen kunt. Pleit nu op Zijn belofte, o bedroefde ziel, en dat God haar aan u vervulle!

Jeremia 31:26.KruisverwijzingenPsalmen 127:2Zacharia 4:1
— (Hierop ontwaakte ik, en zag toe, en mijn slaap was mij zoet.)
“mijn slaap was mij zoet”. Dat zou ik denken. Kon een mens zo dromen, dan zou hij wel weer willen gaan slapen. Dromen van eeuwige liefde, van genadig trekken en van hemels herstel! Dromen van vergeven zonde, weggenomen droefheid en vervuld verlangen! Dan mag de profeet wel zeggen dat zijn slaap hem zoet was. Mochten wij wakend leren wat de profeet in zijn slaap gehoord heeft!

De arme Jeremia weende zo vaak over de rampen van Israël. Juist hij moest wel verkwikt worden toen hij van God hoorde dat Hij Zijn volk in barmhartigheid bezoeken en naar hun eigen land terugbrengen zou. Gelukkig is de dromer die zo’n gezegende droom droomt, een droom die te zijner tijd werkelijkheid werd. Jeremia werd wakker met de aangename indruk van zijn gezicht nog op zich, en dat mocht ook wel. Mocht God ons geven, of wij slapen of waken, altijd bij Hem te zijn! Dan zal onze tijd ons werkelijk zoet zijn.

Jeremia 31:27-28.KruisverwijzingenHosea 2:23Jeremia 24:6Jeremia 44:27Jeremia 1:10Ezechiël 36:9Zacharia 10:9Ezechiël 36:11Daniël 9:14
— Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het huis van Israel en het huis van Juda bezaaien zal met zaad van mensen en zaad van beesten. En het zal geschieden, gelijk als Ik over hen gewaakt heb, om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen; alzo zal Ik over hen waken, om te bouwen en te planten, spreekt de HEERE.
Wat een zwarte lijst van woorden staat hier eerst! Gods manier van handelen met Zijn volk, wanneer het van Hem afdwaalt, is zeer streng. Zij móéten worden teruggebracht, maar het gaat over een zeer ruwe weg. De HEERE zegt dat Hij over hen gewaakt heeft “om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen”. En in dezelfde mate verklaart Hij nu dat Hij over hen waken zal om hun goed te doen. Zoals onze verdrukkingen overvloedig zijn, zo zullen ook onze vertroostingen overvloedig zijn door Christus Jezus. Bent u bitter overtuigd van zonde, dan zult u zoet overtuigd worden van vergeving. Hoe dieper God de fundering graaft, hoe hoger Hij het huis bedoelt te bouwen. Wie in grote verdrukking tot Hem gebracht worden, kennen naderhand vaak meer van Christus en meer van de liefde van God dan alle anderen.

Heel het vernuft van de hemel lijkt te worden ingespannen om gelovigen te zegenen. Zoals de mens vele vonden heeft uitgedacht ten kwade, zo zoekt God in Zijn oneindige liefde en barmhartigheid vele vonden uit tot welzijn van Zijn volk.

Jeremia 31:29-30.KruisverwijzingenKlaagliederen 5:7Jesaja 3:11Ezechiël 18:20Ezechiël 18:2Deuteronomium 24:16Galaten 6:5Ezechiël 18:4Jeremia 31:30
— In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en der kinderen tanden zijn stomp geworden. Maar een iegelijk zal om zijn ongerechtigheid sterven; een ieder mens, die de onrijpe druiven eet, zijn tanden zullen stomp worden.
Wij leven onder een persoonlijke bedeling. Er bestaat niet zoiets als erfelijke godsvrucht of zaligheid bij plaatsvervanging. Ieder mens moet voor zichzelf berouw hebben en voor zichzelf geloven. IJdel en dwaas is de gedachte dat wij christenen zijn omdat wij christelijke ouders gehad hebben. God zou met de Israëlieten stuk voor stuk en persoonlijk handelen; en zo zal Hij ook met ons handelen.

Jeremia 31:31.KruisverwijzingenEzechiël 37:26Hebreeën 10:16Jeremia 32:40Lukas 22:202 Korinthe 3:6Jeremia 30:3Jeremia 23:5Jeremia 33:14
— Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
Hier staat iets dat het aanzien waard is; lees deze grote belofte met tranen in de ogen. Wat een zaligheid is het van dit nieuwe verbond te weten! Laten wij letten op de inhoud ervan.

Jeremia 31:32-33.Kruisverwijzingen2 Korinthe 3:3Hebreeën 10:16Jeremia 24:7Hebreeën 8:10Ezechiël 11:19Jeremia 32:40Ezechiël 37:27Openbaring 21:3
— Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE; Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Het is alles “Ik zal” en “zij zullen”; het is alles verbondsleven. Niet langer de wet gegraveerd op stenen tafelen, maar de wet geschreven in het hart. Niet langer het gebod van de HEERE zonder de kracht en de wil van de mens om het te gehoorzamen. God vernieuwt onze natuur en verandert onze gezindheid, zodat wij liefhebben wat wij eens verafschuwden en verafschuwen wat wij eens liefhadden. Wat een wonderlijke schat van weldaden ligt er in het genadeverbond besloten!

Het oude verbond stond op stenen tafelen geschreven. Maar van het nieuwe verbond zegt de HEERE: “Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven”. De oude wet werd aan het oog onttrokken toen zij voor de tweede maal geschreven en in de ark van het verbond gelegd werd. Van Zijn nieuwe wet zegt God: “zal die in hun hart schrijven”. Zij waren altijd tegen God in opstand en dwaalden bij Hem vandaan. Maar in dit nieuwe, genadige verbond zegt Hij: “Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”.

Jeremia 31:33.Kruisverwijzingen2 Korinthe 3:3Hebreeën 10:16Jeremia 24:7Hebreeën 8:10Ezechiël 11:19Jeremia 32:40Ezechiël 37:27Openbaring 21:3
— Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Niet op stenen tafelen, niet op de muren van de kerk, maar Hij “zal die in hun hart schrijven”. U hebt misschien horen zeggen dat Christus Zijn volk niet verlaten zal, maar dat Zijn volk Hém wel verlaten kan. In deze belofte is echter ook in dat tweede voorzien, en niet alleen in het eerste.

Jeremia 31:34.KruisverwijzingenJesaja 43:25Jeremia 33:8Jesaja 54:13Jeremia 50:20Johannes 6:451 Johannes 2:27Micha 7:18Jeremia 24:7
— En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.
Wat een God van oneindige barmhartigheid is Hij! Dit is de kernwaarheid van heel de Schrift; het is de grondslag van heel de Schrift. Wanneer Paulus het genadeverbond wil uiteenzetten, beroept hij zich op dit gedeelte (2 Korinthe 3:6). Tweemaal bouwt de brief aan de Hebreeën er een bewijs op (Hebreeën 9:15 en 12:24), en na het aangehaald te hebben voegt hij eraan toe: “En de Heilige Geest getuigt het ons ook”. Broeders en zusters in Christus, onder het eerste verbond zijn wij verloren; er is voor ons geen zaligheid dan onder dit nieuwe verbond. Laten wij dus tot onze blijdschap en vertroosting lezen wat de beloften en de bepalingen van dat nieuwe verbond zijn.

“En al uw kinderen zullen van den HEERE geleerd zijn.” Alle gelovigen kennen hun Heere, wat zij verder ook niet weten: “zij zullen Mij allen kennen”. God geeft aan heel Zijn volk kennis van Zichzelf. Wat zij verder ook weten of niet weten, zegt de HEERE, zij zullen Mij allen kennen. Zij verschillen wel in hun wasdom in de genade, en toch: “zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE”.

Zowel de vergeving van de zonde als de verandering van de natuur ligt besloten in dat schrijven van de wet op het hart. Och, wat een voorrecht is het tot dit verbondsvolk te behoren! Hoe weten wij of wij erbij horen? Het zegel van het verbond is het geloof in Christus — en dan bedoel ik het persoonlijke zegel op hart en geweten. Gelooft u in Jezus Christus als uw Zaligmaker, en vertrouwt u alleen op Zijn verzoenend offer, dan is God met u in het verbond. Jezus is immers de Middelaar van het nieuwe verbond, en wie Christus heeft, heeft de Borg van het verbond. Hij zal te zijner tijd elke zegen ontvangen die dat verbond waarborgt.

Heeft God uw zonden vergeven, dan zult u Hem stellig kennen; daarover bestaat geen twijfel. Mensen deinzen terug en verbergen zich voor een toornig God Die de zonde straft, want zij begeren Hem niet te kennen. Maar wanneer Hij tevoorschijn treedt, gekleed in het zijden gewaad van de liefde, om vrije vergeving te schenken aan de grootste van de zondaars, dan kennen zij Hem. Laat ik het nog eens lezen, en mochten arme afgedwaalde kinderen van God de belofte horen en blij zijn dat zij ook hun geldt: “want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken”. God geve dat wij allen deze gezegende kennis mogen bezitten!

Jeremia 31:35-37.KruisverwijzingenJesaja 51:15Jeremia 10:16Jesaja 54:9Jeremia 33:20Psalmen 136:7Psalmen 148:6Psalmen 89:36Jeremia 33:24
— Zo zegt de HEERE, Die de zon ten lichte geeft des daags, de ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der heirscharen is Zijn Naam: Indien deze ordeningen van voor Mijn aangezicht zullen wijken, spreekt de HEERE, zo zal ook het zaad Israels ophouden, dat het geen volk zij voor Mijn aangezicht, al de dagen. Zo zegt de HEERE: Indien de hemelen daarboven gemeten, en de fondamenten der aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het ganse zaad Israels verwerpen, om alles, wat zij gedaan hebben, spreekt de HEERE.
Israël staat nog altijd als een volk afgezonderd van alle andere, en voor het letterlijke zaad van Israël ligt nog een grote en heerlijke toekomst. Maar dan het geestelijke Israël, dat God in de Geest aanbidt en geen vertrouwen stelt op het vlees. God zou eerder de zon en de maan uitblussen dan Zijn volk verwerpen, of ook maar één van hen. Zij zullen allen Zijn volk zijn en Hij zal hun God zijn. Hij zal hen bewaren, en Hij zal Zijn verbond met hen houden tot in alle eeuwigheid. Geloofd zij Zijn heilige naam, de naam van de HEERE, de God van het verbond dat niet verbroken kan worden!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Wat God doet, doet Hij grondig.

Hij heeft ons met zo’n grote prijs gekocht dat wij Hem te dierbaar zijn om ons ooit te verliezen.

Bent u bitter overtuigd van zonde, dan zult u zoet overtuigd worden van vergeving.

Verdiepende artikelen

Efraïm beklaagt zichzelf

Preken

Een preek uitgesproken op zondagmorgen 31 maart 1867, door C.H. Spurgeon in The Agricultural Hall, Islington. Metropolitan Tabernakel Pulpit preek nr. 743 Ik heb zeker gehoord dat Efraïm…

God is mijn

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Ik zal hun tot een God zijn. Jeremia 31:33 Voel je je niet helemaal vervuld wanneer God werkelijk jouw God is? Wat zou je ooit méér kunnen verlangen…

Gods liefde; ons verlangen

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad. Jeremia 31:3 Als je weet dat God van je houdt, word je vanzelf dankbaar. Twijfel dooft die dankbaarheid, maar elk sprankje…

Onmetelijke liefde

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad. Jeremia 31:3 Soms vertelt de Heere Jezus Zijn kerk over Zijn liefdevolle gedachten. De Heilige Geest is vaak geneigd om op…

Eeuwige liefde

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad. Jeremia 31:3 Soms laat de Heere Jezus aan Zijn gemeente iets van Zijn gedachten…

Hij is uw God

Aan De Voeten Van De Meester

En Ik zal hun tot een God zijn. Jeremia 31:33 Mag ik erop aandringen dat u God gebruikt in het gebed? Ga vaak naar Hem toe, want Hij is…

Geen gedachten ten kwade

Nabij De Zon

En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE; want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpale. Jeremia 31:17 Als we door beproevingen diep terneergeslagen zijn en…

Getrokken met goedertierenheid

Nabij De Zon

De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Jeremia 31:3 De belangrijkste…

Hemelse liefde

Aan De Voeten Van De Meester

De Heere is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. JEREMIA 31:3 Tussen dat grote hart in…

Getrokken met goedertierenheid

Korte Overdenkingen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" …Ik heb u . Jeremia 31 vers 3 De donder van de wet en de verschrikkingen van het oordeel hebben als…

Ik zal hun tot een God zijn

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Ik zal hun tot een God zijn. Jeremia 31 vers 33 Dit is alles waarnaar je kunt verlangen. Je hebt behoefte…

Gehoorzaamheid komt van God

Preken

En Ik zal hun tot een God zijn. Jeremia 31:33 Wat een heerlijk verbond is het tweede verbond! Het wordt terecht genoemd “een heerlijker verbond, dat betere beloften inhoudt”…

Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt de HEERE

Bank Des Geloofs

Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt de HEERE. Jer. 31:14 Let op dat "mijn”, dat tweemaal voorkomt: "Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden”. Het…

Voldoende Verfrissing

Bank Des Geloofs

En hun ziel zal zijn als een gewaterde hof. Jeremia 31:12 Oh, wat heerlijk dat je ziel onder de hemelse verzorging staat. Niet langer een wildernis, maar een…

Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken

Bank Des Geloofs

Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. Jer. 31:34 Wanneer wij de HEERE kennen, ontvangen wij vergeving van zonden. Wij kennen Hem als…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content