Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Zie, gij zijt schoonH3303, Mijn vriendinH7474! zieH2005, gij zijt schoonH3303; uw ogenH5869 zijn duivenH3123 ogen tussen uw vlechtenH6777; uw haar is als een kuddeH5739 geitenH5795, die het gras van den bergH2022 GileadsH1568 afscherenH1570.
Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren.
KJV
Behold, thou art fair,2
my love;3
behold, thou art fair;5
thou hast doves'7
eyes6
within8
thy locks:9
thy hair10
is as a flock11
of goats,12
that appear13
from mount14
Gilead.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Uw tandenH8127 zijn als een kuddeH5739 schapen, die geschorenH7094 zijn, die uitH4480 de wasstedeH7367 opkomenH5927; die al te zamenH3605 tweelingenH8382 voortbrengen, en geenH369 onder hen is jongeloosH7909.
Uw tanden zijn als een kudde schapen, die geschoren zijn, die uit de wasstede opkomen; die al te zamen tweelingen voortbrengen, en geen onder hen is jongeloos.
KJV
Thy teeth1
are like a flock2
of sheep that are even shorn,3
which came up4
from the washing;6
whereof every one bear twins,8
and none is barren
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Uw lippenH8193 zijn als een scharlakenH8144 snoerH2339, en uw spraakH4057 is liefelijkH5000; de slaapH7541 uws hoofds is als een stukH6400 van een granaatappelH7416 tussen uw vlechtenH6777.
Uw lippen zijn als een scharlaken snoer, en uw spraak is liefelijk; de slaap uws hoofds is als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.
KJV
Thy lips3
are like a thread1
of scarlet,2
and thy speech4
is comely:5
thy temples8
are like a piece6
of a pomegranate7
within9
thy locks.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Uw halsH6677 is als DavidsH1732 torenH4026, die gebouwdH1129 is tot ophanging van wapentuig, waar duizendH505 rondassenH4043 aanH5921 hangenH8518, altemaal zijnde schildenH7982 der heldenH1368.
Uw hals is als Davids toren, die gebouwd is tot ophanging van wapentuig, waar duizend rondassen aan hangen, altemaal zijnde schilden der helden.
Ook in dit vers
ophanging wapentuigH8530
KJV
Thy neck3
is like the tower1
of David2
builded4
for an armoury,5
whereon there hang8
a thousand6
bucklers,7
all shields11
of mighty men.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Uw tweeH8147 borstenH7699 zijn gelijk tweeH8147 welpenH6082, tweelingenH8380 van een reeH6646, die onder de lelienH7799 weidenH7462.
Uw twee borsten zijn gelijk twee welpen, tweelingen van een ree, die onder de lelien weiden.
KJV
Thy two1
breasts2
are like two3
young4
roes6
that are twins,5
which feed7
among the lilies.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
TotdatH5704 de dagH3117 aankomtH6315, en de schaduwenH6752 vliedenH5127, zal Ik gaanH3212 tot den mirrebergH2022, en tot den wierookheuvelH1389.
Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden, zal Ik gaan tot den mirreberg, en tot den wierookheuvel.
KJV
Until the day3
break,2
and the shadows5
flee away,4
I will get6
me to the mountain9
of myrrh,10
and to the hill12
of frankincense.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
GeheelH3605 zijt gij schoonH3303, Mijn vriendinH7474, en er is geenH369 gebrekH3971 aan u.
Geheel zijt gij schoon, Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u.
KJV
Thou art all fair,2
my love;3
there is no spot
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Bij Mij van den LibanonH3844 af, o bruidH3618! komH935 bij Mij van den LibanonH3844 af; zieH7789 van den topH7218 van AmanaH549, van den topH7218 van SenirH8149 en van HermonH2768, van de woningenH4585 der leeuwinnenH738, van de bergenH2042 der luipaardenH5246.
Bij Mij van den Libanon af, o bruid! kom bij Mij van den Libanon af; zie van den top van Amana, van den top van Senir en van Hermon, van de woningen der leeuwinnen, van de bergen der luipaarden.
KJV
Come6
with me from Lebanon,2
my spouse,3
with me from Lebanon:5
look7
from the top8
of Amana,9
from the top10
of Shenir11
and Hermon,12
from the lions'14
dens,13
from the mountains15
of the leopards.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Gij hebt Mij het hartH3823 genomen, Mijn zusterH269, o bruidH3618! gij hebt Mij het hartH3823 genomen, met eenH259 van uw ogenH5869, met eenH259 ketenH6060 van uw halsH6677.
Gij hebt Mij het hart genomen, Mijn zuster, o bruid! gij hebt Mij het hart genomen, met een van uw ogen, met een keten van uw hals.
KJV
Thou hast ravished my heart,1
my sister,2
my spouse;3
thou hast ravished my heart4
with one5
of thine eyes,6
with one7
chain8
of thy neck.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
HoeH4100 schoonH3302 is uw uitnemende liefdeH1730, Mijn zusterH269, o bruidH3618! hoeveel beterH2895 is uw uitnemende liefdeH1730 dan wijnH3196, en de reukH7381 uwer olienH8081 dan alleH3605 specerijenH1314!
Hoe schoon is uw uitnemende liefde, Mijn zuster, o bruid! hoeveel beter is uw uitnemende liefde dan wijn, en de reuk uwer olien dan alle specerijen!
KJV
How fair2
is thy love,3
my sister,4
my spouse!5
how much better7
is thy love8
than wine!9
and the smell10
of thine ointments11
than all spices!
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Uw lippenH8193, o bruidH3618! druppenH5197 van honigzeemH5317; honigH1706 en melkH2461 is onderH8478 uw tongH3956, en de reukH7381 uwer klederenH8008 is als de reukH7381 van LibanonH3844.
Uw lippen, o bruid! druppen van honigzeem; honig en melk is onder uw tong, en de reuk uwer klederen is als de reuk van Libanon.
KJV
Thy lips,3
O my spouse,4
drop2
as the honeycomb:1
honey5
and milk6
are under thy tongue;8
and the smell9
of thy garments10
is like the smell11
of Lebanon.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Mijn zusterH269, o bruidH3618! gij zijt een beslotenH5274 hofH1588, een beslotenH5274 wel, een verzegeldeH2856 fonteinH4599.
Mijn zuster, o bruid! gij zijt een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein.
KJV
A garden1
inclosed2
is my sister,3
my spouse;4
a spring5
shut up,6
a fountain7
sealed.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Uw scheutenH7973 zijn een paradijsH6508 van granaatappelenH7416, metH5973 edeleH4022 vruchtenH6529, cyprusH3724 metH5973 nardusH5373;
Uw scheuten zijn een paradijs van granaatappelen, met edele vruchten, cyprus met nardus;
KJV
Thy plants1
are an orchard2
of pomegranates,3
with pleasant6
fruits;5
camphire,7
with spikenard,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
NardusH5373 en saffraanH3750, kalmusH7070 en kaneelH7076, metH5973 allerleiH3605 bomenH6086 van wierookH3828, mirreH4753 en aloeH174, mitsgaders alleH3605 voornaamsteH7218 specerijenH1314.
Nardus en saffraan, kalmus en kaneel, met allerlei bomen van wierook, mirre en aloe, mitsgaders alle voornaamste specerijen.
KJV
Spikenard1
and saffron;2
calamus3
and cinnamon,4
with all trees7
of frankincense;8
myrrh9
and aloes,10
with all the chief13
spices:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
O fonteinH4599 der hovenH1588, putH875 der levendeH2416 waterenH4325, die uitH4480 LibanonH3844 vloeienH5140!
O fontein der hoven, put der levende wateren, die uit Libanon vloeien!
KJV
A fountain1
of gardens,2
a well3
of living5
waters,4
and streams6
from Lebanon.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
OntwaakH5782, noordenwindH6828! en komH935, Gij zuidenwindH8486! doorwaaiH6315 mijn hofH1588, dat zijn specerijenH1314 uitvloeienH5140. O, dat mijn LiefsteH1730 tot Zijn hofH1588 kwameH935, en ateH398 zijn edeleH4022 vruchtenH6529!
Ontwaak, noordenwind! en kom, Gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten!
KJV
Awake,1
O north wind;2
and come,3
thou south;4
blow5
upon my garden,6
that the spices8
thereof may flow out.7
Let my beloved10
come9
into his garden,11
and eat12
his pleasant14
fruits.
gij zijt schoon,
De Bruid van Christus wordt schoon genoemd, niet alleen ten aanzien dat zij in Christus wordt aangemerkt, maar ook omdat zij naar het beeld van Christus veranderd wordt van klaarheid tot klaarheid, als van des Heeren Geest; 2 Kor. 3:18 . Zie boven, Hoogl. 1:15 .
Hertaald:
gij zijt schoon,
De Bruid van Christus wordt schoon genoemd, niet alleen omdat zij in Christus aangemerkt wordt, maar ook omdat zij naar het beeld van Christus veranderd wordt van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Geest van de Heere; 2 Kor. 3:18. Zie hierboven Hoogl. 1:15.
gij zijt schoon;
Zie boven, Hoogl. 1:15 .
Hertaald:
gij zijt schoon;
Zie hierboven Hoogl. 1:15.
duivenogen
Zie de aantekening Hoogl. 1:15 .
Hertaald:
duivenogen
Zie de aantekening bij Hoogl. 1:15.
tussen
Of, tussen uwe tuigen; gelijk onder vs.3. Anders: uwe haarbindselen.
Hertaald:
tussen
Of: tussen uw hoofdtooi, zoals hieronder in vers 3. Anders: uw haarbanden.
is als een kudde
Dat is, het is schoon, glad en teder, als het haar der geiten, die op den berg van Gilead weiden, of ergens in een goede vette landouw gaan, en daarvan vet worden en teder zacht haar krijgen; dat is, gij zijt versierd met goede werken.
Hertaald:
is als een kudde
Dat is: het is schoon, glad en zacht als het haar van de geiten die op de berg van Gilead weiden, of die ergens in een goede, vette weide lopen, daarvan vet worden en zacht, teer haar krijgen — dat is: u bent versierd met goede werken.
berg Gileads
Deze landstreek was zeer bekwaam om het vee te weiden, vanwege hare vettigheid, gelijk blijkt uit Gen. 31:21 ; Num. 32:1 ; Jer. 22:6 .
Hertaald:
berg Gileads
Deze landstreek was zeer geschikt om vee te weiden vanwege haar vruchtbaarheid, zoals blijkt uit Gen. 31:21, Num. 32:1 en Jer. 22:6.
afscheren
Het Hebreeuwse woord vindt men alleen hier en onder, Hoogl. 6:5 ; het betekent afscheren, of kaal maken; dat is afeten. Anders: die glinsteren van den berg van Gilead.
Hertaald:
afscheren
Het Hebreeuwse woord komt alleen hier en hieronder in Hoogl. 6:5 voor; het betekent afscheren of kaal maken, dat is: afeten. Anders: die glinsteren van de berg van Gilead.
Uw tanden
Te weten, uw geestelijke tanden, met welke gij de spijs der ziel moet herkauwen, hebben al het sieraad, dat men in de tanden zou mogen vereisen, en zijn dienvolgens bekwaam om de geestelijke spijs te kauwen en herkauwen.
Hertaald:
Uw tanden
Namelijk: uw geestelijke tanden, waarmee u het voedsel van de ziel moet herkauwen, hebben alle sieraad dat men aan tanden zou kunnen wensen, en zijn daarom geschikt om de geestelijke spijs te kauwen en te herkauwen.
geschoren
Of, afgesneden zijn; of die elkander gelijk gemaakt zijn, alzo dat de een niet groter is dan de ander, anderszins zou het kwalijk staan en hinderlijk zijn in het kauwen der geestelijke spijs.
Hertaald:
geschoren
Of: afgesneden zijn; of: die aan elkaar gelijk gemaakt zijn, zo dat de een niet groter is dan de ander, want anders zou het er slecht uitzien en hinderlijk zijn bij het kauwen van de geestelijke spijs.
die uit de wasstede
Of, die opkomen van het wassen, en derhalve schoon en wit zijn.
Hertaald:
die uit de wasstede
Of: die van het wassen opkomen en daarom schoon en wit zijn.
zonder jongen
Dat is, onvruchtbaar.
Hertaald:
zonder jongen
Dat is: onvruchtbaar.
Uw lippen
De lippen zijn de instrumenten om de woorden voort te brengen; en hier betekenen zij de leraars van het Woord en derzelver lieflijke leringen, hetwelk met de naastvolgende woorden [en uwe spraak is lieflijk] breder wordt te kennen gegeven.
Hertaald:
Uw lippen
De lippen zijn de werktuigen om de woorden voort te brengen; hier betekenen zij de leraars van het Woord en hun lieflijke onderwijzing, wat met de eerstvolgende woorden — en uw spraak is lieflijk — uitvoeriger te kennen gegeven wordt.
als een scharlaken
Dat is, rood, hetwelk in de lippen geprezen wordt. Het betekent dat hare leer den ledematen der gemeente aangenaam is.
Hertaald:
als een scharlaken
Dat is: rood, wat aan lippen geprezen wordt. Het betekent dat haar leer de leden van de gemeente aangenaam is.
een stuk
Daar men rode korrels of granen in ziet. Onder den slaap moet men mede verstaan de rode blozende wangen, zijnde een deel van de schoonheid van het aangezicht. Doch hier betekent het schaamte, en eerbaarheid in de ledematen der Kerk, zich nauw wachtende van iets te doen of te spreken, waar zij schaamrood van worden.
Hertaald:
een stuk
Waarin men rode korrels of pitten ziet. Onder de slaap moet men ook de rode, blozende wangen verstaan, die een deel van de schoonheid van het gezicht zijn. Maar hier betekent het schaamte en eerbaarheid bij de leden van de kerk, die zich er zorgvuldig voor hoeden iets te doen of te zeggen waarvan zij schaamrood zouden worden.
tussen
Gelijk boven, vs.1.
Hertaald:
tussen
Zoals hierboven in vers 1.
Uw hals
Dat is, uw hals is rechtop hoog en sterk, en met sieraad omhangen, gelijk die schone toren, dien David gebouwd heeft. Zie Neh. 3:19 , Neh. 3:25 , en Mi. 4:8 . Doch anderen verstaan dit van den burg Davids, 2 Sam. 5:7 , 2 Sam. 5:9 . Dit betekent den moed, kloekmoedigheid en zekere hoop der kerk van Christus, die met Christus haar Hoofd verenigd zijnde, haar nek niet meer buigt om den duivel te dienen of de zonde, Rom. 6:17-18 ; of de mensen, 1 Kor. 7:23 . Maar door de wapenen van haren krijg [die niet vleselijk zijn, maar machtig door God, om de sterken neder te werpen, 2 Kor. 10:4 ] , staat zij vast in den bozen dag, gewapend gelijk er geschreven staat Ef. 6:11 , enz.
Hertaald:
Uw hals
Dat is: uw hals is rechtop, hoog en sterk, en met sieraad behangen, zoals die schone toren die David gebouwd heeft. Zie Neh. 3:19, Neh. 3:25 en Micha 4:8. Anderen verstaan dit echter van de burcht van David, 2 Sam. 5:7 en 2 Sam. 5:9. Dit betekent de moed, de kloekheid en de vaste hoop van de kerk van Christus, die, verenigd met Christus haar Hoofd, haar nek niet meer buigt om de duivel of de zonde te dienen, Rom. 6:17-18, of de mensen, 1 Kor. 7:23. Maar door de wapens van haar strijd — die niet vleselijk zijn, maar krachtig door God om de sterken neer te werpen, 2 Kor. 10:4 — staat zij vast op de boze dag, gewapend zoals er geschreven staat in Ef. 6:11, enzovoort.
tot ophanging
Of, tot ene wapenkamer, of magazijn van allerlei wapentuig. Het Hebreeuwse woord wordt alleen hier gevonden; en het schijnt dat hier zulke wapenen worden te verstaan gegeven, die tot kwetsing of bezering des vijands dienen, gelijk door de rondassen en schilden zodanige wapenen, waarmede men zijn lichaam beschermt en de slagen afweert.
Hertaald:
tot ophanging
Of: tot een wapenkamer of magazijn van allerlei wapentuig. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier voor; het lijkt dat hier zulke wapens bedoeld worden die dienen om de vijand te verwonden, terwijl met de rondassen en schilden die wapens bedoeld worden waarmee men zijn lichaam beschermt en de slagen afweert.
duizend rondassen
Het getal van duizend staat hier en elders voor een groot getal.
Hertaald:
duizend rondassen
Het getal duizend staat hier en elders voor een groot aantal.
der helden
Van de helden Davids en hun kloeke daden zie 2 Sam. 23:8 , en 1 Kron. 11:10 tot 1 Kron. 11:47 , wier schilden ter eeuwiger gedachtenis in Davids toren opgehangen zijnde, hier betekenen al diegenen, die door het schild des geloofs, vele grote en treffelijke dingen hebben uitgericht, van welke de apostel enigen verhaalt Heb 11 .
Hertaald:
der helden
Over de helden van David en hun dappere daden, zie 2 Sam. 23:8 en 1 Kron. 11:10 tot 1 Kron. 11:47. Hun schilden zijn tot eeuwige gedachtenis in de toren van David opgehangen, en betekenen hier allen die door het schild van het geloof veel grote en voortreffelijke dingen tot stand hebben gebracht; de apostel noemt er enkele van in Hebr. 11.
twee borsten
Versta hier bij de twee grote borsten die leringen en vertroostingen, die in het Oude en Nieuwe Testament te vinden zijn, waarmede de gelovigen gespijsd en gelaafd worden. Zie Jes. 66:11 , en 1 Petr. 2:2 . Anderen verstaan door de twee borsten der Bruid de bediening des Woord Gods en der heilige sacramenten, waarmede de schapen en lammeren van Christus als op een goede vette weide gevoed worden.
Hertaald:
twee borsten
Versta onder de twee grote borsten de leringen en vertroostingen die in het Oude en Nieuwe Testament te vinden zijn, waarmee de gelovigen gevoed en gelaafd worden. Zie Jes. 66:11 en 1 Petr. 2:2. Anderen verstaan onder de twee borsten van de Bruid de bediening van Gods Woord en van de heilige sacramenten, waarmee de schapen en lammeren van Christus als op een goede, vette weide gevoed worden.
zijn gelijk
Dat is, zij zijn beide schoon, vol, vast en elkander gelijkvormig. Alzo zijn in alle manieren het Oude en Nieuwe Testament elkander gelijk, het een met het andere in alles accorderende en overeenkomende.
Hertaald:
zijn gelijk
Dat is: zij zijn beide schoon, vol, vast en aan elkaar gelijk. Zo zijn het Oude en het Nieuwe Testament in alle opzichten aan elkaar gelijk, waarbij het ene met het andere in alles overeenstemt.
die onder
Te weten, in vette en gezonde weiden, betekenende de goede en gezonde leer der kerk. Zie Hoogl. 5:13 .
Hertaald:
die onder
Namelijk: in vette en gezonde weiden, die de goede en gezonde leer van de kerk betekenen. Zie Hoogl. 5:13.
Totdat
De Bruidegom beantwoordt hier de zwarigheid, die zijne Bruid mocht voorwerpen, zeggende: Heere Jezus Christus, ben ik zo schoon in uwe ogen, waarom wacht Gij zolang met het houden van onze bruiloft? Hierop antwoordt de Bruidegom: Gij moet verwachten den tijd, die hiertoe van eeuwigheid bestemd en besloten is; te weten den tijd van de oprichting aller dingen; Hand. 3:21 . Dat is, totdat der wereld avond of einde komt, dan zal Ik u tot mij opnemen, middelerwijl zal Ik tot den mirreberg gaan; dat is ten hemel opvaren, waarheen de gelovigen dagelijks hunne gebeden [die als een welriekende mirre en wierook zijn; Hoogl. 5:13 ] opofferen en heenzenden; Ik aldaar zijnde en blijvende uw Voorspreker bij mijn hemelsen Vader.
Hertaald:
Totdat
De Bruidegom beantwoordt hier het bezwaar dat Zijn Bruid zou kunnen inbrengen, wanneer zij zegt: Heere Jezus Christus, ben ik zo schoon in Uw ogen, waarom wacht U dan zo lang met het houden van onze bruiloft? Daarop antwoordt de Bruidegom: u moet de tijd afwachten die daarvoor van eeuwigheid bestemd en besloten is, namelijk de tijd van de wederoprichting van alle dingen, Hand. 3:21. Dat is: totdat de avond of het einde van de wereld komt; dan zal Ik u tot Mij nemen. Ondertussen zal Ik naar de mirreberg gaan — dat is: ten hemel opvaren, waarheen de gelovigen dagelijks hun gebeden opzenden en offeren, die als een welriekende mirre en wierook zijn, Hoogl. 5:13 — en daar zal Ik zijn en blijven als uw Voorspraak bij Mijn hemelse Vader.
Geheel
Boven, vs.1, en Hoogl. 1:15 , wordt de Bruid schoon genoemd; hier wordt zij geheel schoon genoemd, dewijl zij in Christus geheel schoon en volmaakt is, Ef. 5:25-27 ; Kol. 1:22 ; en Kol. 2:10 ; Openb. 14:5 .
Hertaald:
Geheel
Hierboven in vers 1 en in Hoogl. 1:15 wordt de Bruid schoon genoemd; hier wordt zij geheel schoon genoemd, omdat zij in Christus geheel schoon en volmaakt is, Ef. 5:25-27, Kol. 1:22, Kol. 2:10 en Openb. 14:5.
gebrek
Zie van dit woord Spr. 9:7 .
Hertaald:
gebrek
Over dit woord, zie Spr. 9:7.
Bij Mij
Dit spreekt Christus tot zijne Bruid, die Hij straks gezegd heeft heel schoon te zijn. De zin is: Kom tot mij in den hemel, dien gij nu door het geloof aanschouwt, als gij het beloofde land Kanaän zaagt van boven de omliggende bergen, die hier genoemd worden, zijnde nog onder de tirannen gezeten, die men hier moet verstaan door de leeuwen en luipaarden. Zie Ps. 57:4 . Eenigen verstaan hier door deze bergen aan verscheidene hoeken van het Joodse land liggende, niet alleen de beroeping der Joden, maar ook der heidenen in die vier hoeken der wereld verstrooid.
Hertaald:
Bij Mij
Dit spreekt Christus tot Zijn Bruid, van wie Hij zojuist gezegd heeft dat zij geheel schoon is. De betekenis is: kom tot Mij in de hemel, die u nu door het geloof aanschouwt, zoals u het beloofde land Kanaän zag vanaf de omliggende bergen die hier genoemd worden, terwijl u nog woonde onder de tirannen, die men hier onder de leeuwen en luipaarden moet verstaan. Zie Ps. 57:4. Sommigen verstaan onder deze bergen, die in verschillende hoeken van het Joodse land liggen, niet alleen de roeping van de Joden, maar ook die van de heidenen, verstrooid in de vier hoeken van de wereld.
o bruid
Aldus wordt de kerk hier en in het volgende genoemd, ten aanzien van het geestelijke huwelijk met haren Bruidegom Christus, hetwelk in den dag der bruiloft in den hemel zal voltrokken worden. Zie Joh. 3:29 ; 2 Kor. 11:2 , en Ef. 5:25 ; Openb. 19:7 , en Openb. 21:2 , Openb. 21:9 .
Hertaald:
o bruid
Zo wordt de kerk hier en in het vervolg genoemd, met het oog op het geestelijke huwelijk met haar Bruidegom Christus, dat op de dag van de bruiloft in de hemel voltrokken zal worden. Zie Joh. 3:29, 2 Kor. 11:2, Ef. 5:25, Openb. 19:7, Openb. 21:2 en Openb. 21:9.
Libanon af;
Libanon, of Libanus, is wel een zeer lustige plaats geweest, Deut. 3:25 , maar bij andere vruchtbare plaatsen vergeleken zijnde, was het ene wildernis, Jes. 29:17 , en als een wildbaan, of jachtplaats, 2 Kon. 14:9 , waarop hier gezien wordt. Doch op andere plaatsen der Heilige Schrift betekent Libanus voortreffelijke en lieflijke dingen, ten aanzien van de menigte der schone bomen, die daarop wiessen; gelijk Hoogl. 3:9 , en Hoogl. 5:15 .
Hertaald:
Libanon af;
Libanon, of Libanus, is wel een zeer aangename plaats geweest, Deut. 3:25, maar vergeleken met andere vruchtbare streken was het een wildernis, Jes. 29:17, en als een wildbaan of jachtgebied, 2 Kon. 14:9, waarop hier gedoeld wordt. Op andere plaatsen in de Heilige Schrift betekent Libanus echter voortreffelijke en lieflijke dingen, vanwege de menigte schone bomen die daar groeiden, zoals in Hoogl. 3:9 en Hoogl. 5:15.
top
Of, spits. Hebreeuws, het hoofd.
Hertaald:
top
Of: spits. Hebreeuws: het hoofd.
Amána,
Dit is ene berg in Syrië, waar een vallei en rivier was, die denzelfden naam hadden, anders genoemd Abana, 2 Kon. 5:12 . Strabo zegt, lib.14, dat deze berg is bezeten geweest van verscheidene tirannen.
Hertaald:
Amána,
Dit is een berg in Syrië, waar een dal en een rivier lagen die dezelfde naam droegen; die rivier heet elders Abana, 2 Kon. 5:12. Strabo zegt in boek 14 dat deze berg door verschillende tirannen bezet is geweest.
Senir
Van de bergen Senir en Hermon zie Deut. 3:9 . Senir is hier te nemen voor een deel van den berg Hermon. Hermon, Hermon is een vermaarde berg, van welken te lezen is Ps. 42:7 , en Ps. 89:13 . Hij wordt anders Sion genoemd, met ene S.; Deut. 4:48 .
Hertaald:
Senir
Over de bergen Senir en Hermon, zie Deut. 3:9. Senir moet hier genomen worden voor een deel van de berg Hermon. Hermon is een beroemde berg, waarover te lezen is in Ps. 42:7 en Ps. 89:13. Hij wordt ook Sion genoemd, met een S; Deut. 4:48.
der leeuwinnen,
Of, der leeuwen.
Hertaald:
der leeuwinnen,
Of: van de leeuwen.
van de bergen der luipaarden
Hierbij verstaan enigen: verlost en bevrijd zijnde, zult gij zien het gevaar waarin gij geweest zijt. En aan de andere zijde zult gij zien den gelukkigen staat, waar gij toe gebracht zijt; of iets dergelijks; zie 1 Kor. 6:9-11 .
Hertaald:
van de bergen der luipaarden
Sommigen vullen hierbij aan: wanneer u verlost en bevrijd bent, zult u zien in welk gevaar u verkeerd hebt; en aan de andere kant zult u zien tot welke gelukkige staat u gebracht bent, of iets dergelijks. Zie 1 Kor. 6:9-11.
Mij het hart
Of, mijn hart hebt gij genomen.
Hertaald:
Mij het hart
Of: u hebt Mijn hart genomen.
genomen,
Of, beroofd, of gewond; te weten door liefde. Zie Jes. 62:5 . Het Hebreeuwse woord betekent: Gij hebt mij gehard, of onthart. De zin is: Gij hebt mijne gunst en liefde verworven, niettegenstaande uw veelvoudige gebreken.
Hertaald:
genomen,
Of: beroofd, of gewond, namelijk door liefde. Zie Jes. 62:5. Het Hebreeuwse woord betekent: u hebt Mij het hart ontnomen. De betekenis is: u hebt Mijn gunst en liefde gewonnen, ondanks uw vele gebreken.
Mijn zuster,
Aldus wordt de kerk genoemd ten aanzien dat Christus onzer aller broeder is, hebbende ons vlees en bloed aangenomen en ons door het geloof tot Gods kinderen en zijne broeders en medeërfgenamen gemaakt. Zie Matt. 12:50 ; Joh. 1:13 ; Rom. 8:16-17 ; Hebr. 2:11 .
Hertaald:
Mijn zuster,
Zo wordt de kerk genoemd omdat Christus de Broeder van ons allen is: Hij heeft ons vlees en bloed aangenomen en ons door het geloof tot kinderen van God en tot Zijn broeders en mede-erfgenamen gemaakt. Zie Matth. 12:50, Joh. 1:13, Rom. 8:16-17 en Hebr. 2:11.
gij hebt mij
En derhalve moogt gij wel gerust en verzekerd zijn dat Ik u voor altoos niet verlaten zal.
Hertaald:
gij hebt mij
En daarom mag u er gerust en zeker van zijn dat Ik u nooit zal verlaten.
met een van uw ogen,
Dat is, door het ware geloof, waarmede gij mij aanschouwt en omhelst als uw lieven Bruidegom, wint gij mij het hart af. Zonder geloof kunnen wij God niet behagen; Hebr. 11:6 .
Hertaald:
met een van uw ogen,
Dat is: door het ware geloof, waarmee u Mij aanschouwt en omhelst als uw lieve Bruidegom, wint u Mijn hart. Zonder geloof kunnen wij God niet behagen; Hebr. 11:6.
keten
Dat is met het sieraad uwer goede werken, uit een waar geloof spruitende; zie Spr. 1:9 . Deze keten hebben wij van onszelven niet, maar door de genade Gods, gelijk te zien is Hoogl. 1:11 . God kroont in ons zijn eigen gaven.
Hertaald:
keten
Dat is: met het sieraad van uw goede werken, die uit een waar geloof voortkomen; zie Spr. 1:9. Deze keten hebben wij niet uit onszelf, maar door de genade van God, zoals te zien is in Hoogl. 1:11. God kroont in ons Zijn eigen gaven.
van uw hals
Te weten, hangende.
Hertaald:
van uw hals
Namelijk: die daaraan hangt.
Hoe schoon
Dat is, hoe vermakelijk en hoe aangenaam is het mij, dat Ik uwe liefde te mijwaarts bespeur. Zie boven, Hoogl. 1:2 . Deze liefde is gelegen in het onderhouden der geboden van Christus; 1 Joh. 2:3-5 .
Hertaald:
Hoe schoon
Dat is: hoe verkwikkend en aangenaam is het voor Mij dat Ik uw liefde jegens Mij bemerk. Zie hierboven Hoogl. 1:2. Deze liefde bestaat in het onderhouden van de geboden van Christus; 1 Joh. 2:3-5.
wijn,
Zie de aantekening boven, Hoogl. 1:2 , Hoogl. 1:4 .
Hertaald:
wijn,
Zie de aantekening hierboven bij Hoogl. 1:2 en Hoogl. 1:4.
uwer oliën
Versta door de oliën of zalven de gaven van den Heiligen Geest, welke de kerk ontvangen heeft. Zie Fil. 4:18 ; 1 Joh. 2:20 , 1 Joh. 2:27 . Hoogl. 1:3 roemt de Bruid den reuik der oliën of zalven. Zie de aantekening aldaar. Alzo roemt hier de Bruidegom de oliën der Bruid. Zie Jes. 62:4-5 .
Hertaald:
uwer oliën
Versta onder de oliën of zalven de gaven van de Heilige Geest die de kerk ontvangen heeft. Zie Filipp. 4:18, 1 Joh. 2:20 en 1 Joh. 2:27. In Hoogl. 1:3 roemt de Bruid de geur van de oliën of zalven; zie de aantekening daarbij. Zo roemt hier de Bruidegom de oliën van de Bruid. Zie Jes. 62:4-5.
specerijen
Dat is, welriekende kruiden, gelijk die waren, waar de heilige zalf of olie van gemaakt was, Ex. 30:23 . Zie ook 2 Kron. 9:1 , 2 Kron. 9:8 , en 2 Kron. 16:14 ; Est. 2:12 .
Hertaald:
specerijen
Dat is: welriekende kruiden, zoals die waarvan de heilige zalf of olie gemaakt was, Ex. 30:23. Zie ook 2 Kron. 9:1, 2 Kron. 9:8, 2 Kron. 16:14 en Esth. 2:12.
Uw lippen,
Met welke gij God aanroept, zijn Woord predikt, zijnen naam looft en prijst en uwen naaste sticht.
Hertaald:
Uw lippen,
Waarmee u God aanroept, Zijn Woord predikt, Zijn Naam looft en prijst en uw naaste sticht.
druppen
Dat is, uwe redenen zijn mij zo lieflijk en aangenaam als den mensen het honigzeem. Zie deze gelijkenis ook Ps. 19:11 , en Ps. 119:103 .
Hertaald:
druppen
Dat is: uw woorden zijn Mij zo lieflijk en aangenaam als honingzeem voor de mensen is. Zie deze vergelijking ook in Ps. 19:11 en Ps. 119:103.
honig en melk
Dit betekent hetzelfde dat straks gezegd is. Zie 1 Petr. 2:2 .
Hertaald:
honig en melk
Dit betekent hetzelfde als wat zojuist gezegd is. Zie 1 Petr. 2:2.
de reuk uwer
Dat is, uwe goede werken.
Hertaald:
de reuk uwer
Dat is: uw goede werken.
de reuk van Libanon
Op den berg Libanon wiessen vele welriekende bomen en kruiden, inzonderheid wierookbomen, waar de berg Libanon zijnen naam van heeft, want Lebona betekent wierook. Hos. 14:6-8 , belooft God Israël dat zijn reuk zou zijn als de Libanon, door den dauw zijner genade. Zie 2 Kor. 2:14-15 .
Hertaald:
de reuk van Libanon
Op de berg Libanon groeiden veel welriekende bomen en kruiden, in het bijzonder wierookbomen, waaraan de berg Libanon zijn naam ontleent, want Lebona betekent wierook. In Hos. 14:6-8 belooft God aan Israël dat zijn geur als die van de Libanon zal zijn, door de dauw van Zijn genade. Zie 2 Kor. 2:14-15.
besloten hof,
Of, gegrendelde, toegesloten, in slot gedane hof. Hiermede wordt de onbevlekte, geestelijke reinheid en kuisheid der kerk beduid, die den vreemden vrijers of verleiders geen toegang geeft. Doch anderen verstaan dit van de bescherming Gods, die zijne kerk bewaart voor de wilde dieren; dat is voor de wrede tirannen. Isa 5 vergelijkt God zijne kerk bij een besloten wijnstok; en Zach. 2:5 belooft Hij rondom Jeruzalem te zullen zijn een vurige muur.
Hertaald:
besloten hof,
Of: een gegrendelde, gesloten, op slot gedane hof. Hiermee wordt de onbevlekte, geestelijke reinheid en kuisheid van de kerk aangeduid, die aan vreemde vrijers of verleiders geen toegang geeft. Anderen verstaan dit echter van de bescherming van God, Die Zijn kerk bewaart voor de wilde dieren, dat is: voor de wrede tirannen. In Jes. 5 vergelijkt God Zijn kerk met een omheinde wijngaard, en in Zach. 2:5 belooft Hij rondom Jeruzalem een vurige muur te zullen zijn.
een besloten wel,
Uit welke het klare water van het heilig Evangelie is spruitende, waarmede de bedroefde harten en gemoederen verkwikt en gelaafd worden, Ps. 23:2 ; achtervolgens de belofte, die God zijne kerk doet, Jes. 58:11 . En daarom wordt deze wel of springader gezegd besloten te zijn, omdat dit water der genade alleen den ledematen der kerk toekomt. Niemand komt daartoe dan door Christus.
Hertaald:
een besloten wel,
Waaruit het heldere water van het heilig Evangelie opwelt, waarmee de bedroefde harten en gemoederen verkwikt en gelaafd worden, Ps. 23:2, overeenkomstig de belofte die God aan Zijn kerk doet, Jes. 58:11. Daarom wordt van deze bron of ader gezegd dat zij gesloten is, omdat dit water van de genade alleen aan de leden van de kerk toekomt. Niemand komt daartoe dan door Christus.
een verzegelde
Versta hierdoor de verzekering of bevestiging der genade, die Christus zijne gemeente bewijst, zie 2 Kor. 1:22 ; Ef. 1:13 ; ja zijne gemeente alleen, want dat men verzegelt, dat maakt men anderen niet deelachtig. Zie Jes. 8:16 .
Hertaald:
een verzegelde
Versta hieronder de verzekering of bevestiging van de genade die Christus aan Zijn gemeente bewijst, zie 2 Kor. 1:22 en Ef. 1:13 — en wel aan Zijn gemeente alleen, want wat men verzegelt, deelt men niet aan anderen mee. Zie Jes. 8:16.
Uw scheuten
Of, uwe planten, of ranken, of plantsoenen; dat is, de gelovigen en ledematen der kerk zijn overvloediglijk met goede werken versierd en vervuld, gelijk een granaatappel vol korrels is. Zij zijn als vruchtbare bomen geplant bij een vers water, Ps. 1:3 , en Ps. 92:13 .
Hertaald:
Uw scheuten
Of: uw planten, of ranken, of gewassen — dat is: de gelovigen en de leden van de kerk zijn overvloedig met goede werken versierd en vervuld, zoals een granaatappel vol pitten is. Zij zijn als vruchtbare bomen, geplant aan vers water, Ps. 1:3 en Ps. 92:13.
een paradijs
Of, lusthof, schone boomgaard. Het betekent eigenlijk ene plaats met bomen beplant, gelijk blijkt uit Pred. 2:5 ; het wordt ook somtijds genomen voor een bos of woud, Neh. 2:8 .
Hertaald:
een paradijs
Of: lusthof, schone boomgaard. Het betekent eigenlijk een met bomen beplante plaats, zoals blijkt uit Pred. 2:5; soms wordt het ook genomen voor een bos of woud, Neh. 2:8.
edele vruchten,
Of, uitnemende, voortreffelijke vruchten. Versta hierdoor de goede werken der gelovigen, die God aangenaam zijn, gelijk granaatappelen en andere lieflijke vruchten den mensen zijn.
Hertaald:
edele vruchten,
Of: uitnemende, voortreffelijke vruchten. Versta hieronder de goede werken van de gelovigen, die God aangenaam zijn zoals granaatappels en andere lieflijke vruchten dat voor de mensen zijn.
cyprus
Zie boven, Hoogl. 1:14 . Hebreeuws, cyprussen met nardussen, of veel cyprus met veel nardus. Daarom wordt het woord nardus hier gesteld in het getal van velen, en vs.14; in het getal van een, omdat er verscheidene soorten van nardus zijn; of versta hier de bladeren van cyprus en nardus, die ook wel rieken.
Hertaald:
cyprus
Zie hierboven Hoogl. 1:14. Hebreeuws: cyprussen met nardussen, of veel cyprus met veel nardus. Daarom staat het woord nardus hier in het meervoud en in vers 14 in het enkelvoud, omdat er verschillende soorten nardus zijn. Of versta hier de bladeren van cyprus en nardus, die ook geuren.
kalmus
Anders, zoet riet, kalmus en kaneel werden gebruikt in de heilige olie, Ex. 30:23 , gelijk de mirre in de olie der zalving; Ex. 30:23 tot Ex. 30:34 .
Hertaald:
kalmus
Anders: zoet riet. Kalmus en kaneel werden gebruikt in de heilige olie, Ex. 30:23, evenals de mirre in de zalfolie; Ex. 30:23 tot Ex. 30:34.
bomen
Dat is, van zulke bomen, die wierook geven.
Hertaald:
bomen
Dat is: van zulke bomen die wierook geven.
aloë,
Of, sandelboom. Zie Num. 24:6 ; Spr. 7:17 , en Ps. 45:9 .
Hertaald:
aloë,
Of: sandelboom. Zie Num. 24:6, Spr. 7:17 en Ps. 45:9.
alle
Hebreeuws, alle hoofdspecerijen; dat is allerlei voornaamste specerijen. Zie Ex. 30:23 .
Hertaald:
alle
Hebreeuws: alle hoofdspecerijen — dat is: allerlei voornaamste specerijen. Zie Ex. 30:23.
voornaamste specerijen
Versta hierbij, uit vs.13, zijn uwe scheuten, of ranken. En door deze lieflijke, welriekende kruiden of specerijen worden te kennen gegeven de velerlei gaven des Heiligen Geestes, waarmede de godzaligen begenadigd zijn; zie 1 Kor. 12:5-6 , enz.; Gal. 5:22-23 ; 1 Petr. 4:10 .
Hertaald:
voornaamste specerijen
Vul hierbij aan uit vers 13: zijn uw scheuten of ranken. En met deze lieflijke, welriekende kruiden of specerijen worden de velerlei gaven van de Heilige Geest te kennen gegeven waarmee de godzaligen begenadigd zijn; zie 1 Kor. 12:5-6, enzovoort, Gal. 5:22-23 en 1 Petr. 4:10.
O fontein
Met deze woorden roemt de Bruid haren Bruidegom, die haar begiftigt met overvloed van wateren, dat is, met vele voortreffelijke geestelijke gaven, waarmede al de hoven, dat is al de gemeenten bewaterd en bevochtigd worden om overvloedige vruchten te dragen. Zie Jes. 58:11 .
Hertaald:
O fontein
Met deze woorden roemt de Bruid haar Bruidegom, Die haar begiftigt met een overvloed van water, dat is: met veel voortreffelijke geestelijke gaven, waarmee alle hoven — dat is: alle gemeenten — bewaterd en bevochtigd worden om overvloedige vruchten te dragen. Zie Jes. 58:11.
der levende
Dat is, der gedurige wateren, altijd lopende, nimmermeer verdrogende of vervuilende, maar de mensen met hunne lieflijkheid verversende. Zie Gen. 26:19 . Dusdanig water geeft Christus den zijnen. Zie Joh. 4:10 , Joh. 4:14 , en Joh. 7:38-39 , en Jes. 12:3 .
Hertaald:
der levende
Dat is: van blijvend water dat altijd stroomt en nooit opdroogt of bederft, maar de mensen met zijn frisheid verkwikt. Zie Gen. 26:19. Zulk water geeft Christus aan de Zijnen. Zie Joh. 4:10, Joh. 4:14, Joh. 7:38-39 en Jes. 12:3.
die uit Libanon
Het schijnt dat hier gezien wordt op de rivier de Jordaan, die haar oorsprong neemt aan den voet van den Libanon, en zij liep langs door het beloofde land, hetzelve bevochtigende. Daar staat Openb. 22:1 , dat er uit den troon Gods en des Lams [hetwelk Christus is] een zuivere stroom van het levende water voortkwam.
Hertaald:
die uit Libanon
Het lijkt dat hier gedoeld wordt op de rivier de Jordaan, die aan de voet van de Libanon ontspringt en dwars door het beloofde land liep en dat bevochtigde. In Openb. 22:1 staat dat er uit de troon van God en van het Lam — dat Christus is — een zuivere stroom van levend water voortkwam.
Ontwaak,
Of, rijs op, sta op. Dit is ook een zegen, dien God over zijn hof, dat is over zijne kerk zendt. Te weten, dat de winden daarop waaien, om dien te verversen en de lucht te zuiveren, en alzo denzelven vruchtbaarder te maken. Versta hier door den wind den Heiligen Geest, gelijk Joh. 3:8 , en Hand. 2:2 . En ofschoon de zuider en noordenwind van verscheiden kwaliteiten en werkingen zijn, de een zijnde koud, de andere warm, de een vochtig, de ander droog, zo zijn zij nochtans beide dezen hof of der kerk Gods bevorderlijk, die somtijds scherpe bestraffingen, somtijds ook kalmte en zoete vertroosting van node heeft.
Hertaald:
Ontwaak,
Of: rijs op, sta op. Ook dit is een zegen die God over Zijn hof, dat is: over Zijn kerk, zendt: dat de winden daarover waaien om die te verfrissen, de lucht te zuiveren en de hof zo vruchtbaarder te maken. Versta hier onder de wind de Heilige Geest, zoals in Joh. 3:8 en Hand. 2:2. En hoewel de zuidenwind en de noordenwind van verschillende aard en werking zijn — de een koud, de ander warm, de een vochtig, de ander droog — zijn zij toch beide bevorderlijk voor deze hof, de kerk van God, die nu eens scherpe bestraffingen en dan weer kalmte en zoete vertroosting nodig heeft.
doorwaai
Het is God, die de winden voortbrengt uit zijne schatkamers; Ps. 135:7 .
Hertaald:
doorwaai
Het is God Die de winden voortbrengt uit Zijn schatkamers; Ps. 135:7.
mijn hof,
Merk dat de kerk dezen hof noemt haren hof, ook zijnen: te weten Christus' hof, ten verscheiden opzien. Christus is de eigenaar en erfgenaam van dezen hof; maar de opzieners der kerk zijn Gods akkerlieden en medewerkers in dezen hof, dat is gemeente, waaraan iegelijk lidmaat de geestelijke gemeenschap mede heeft; 1 Kor. 3:9 .
Hertaald:
mijn hof,
Merk op dat de kerk deze hof haar hof noemt en ook de Zijne, namelijk de hof van Christus, elk in een ander opzicht. Christus is de eigenaar en erfgenaam van deze hof; maar de opzieners van de kerk zijn Gods akkerlieden en medewerkers in deze hof, dat is: in de gemeente, waaraan ieder lid geestelijk deel heeft; 1 Kor. 3:9.
dat zijn specerijen
Dat is, opdat de reuk verspreid worde.
Hertaald:
dat zijn specerijen
Dat is: opdat de geur verspreid wordt.
ate
Dat is, dat Hij de vruchten geniete, die wij door Hem, door de werking en kracht zijns Geestes, voortbrengen, waardoor wij schuldig zijn Hem te eren; Rom. 6:22 .
Hertaald:
ate
Dat is: dat Hij de vruchten geniet die wij door Hem, door de werking en de kracht van Zijn Geest, voortbrengen, waarvoor wij Hem eer verschuldigd zijn; Rom. 6:22.
edele vruchten
Zie boven, vs.13.
Hertaald:
edele vruchten
Zie hierboven vers 13. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon" (Hoogl. 4:1). Wat volgt is een lofzang in de vorm die in het oude Oosten gebruikelijk was: de bruidegom noemt haar van boven naar beneden en vergelijkt elk deel met iets uit het landschap dat hij kent. Haar ogen zijn duivenogen en haar lokken zijn als een kudde geiten op de berg Gilead (Hoogl. 4:1). Haar tanden zijn als geschoren schapen die uit de wasplaats opkomen (Hoogl. 4:2), haar lippen als een scharlaken snoer (Hoogl. 4:3) en haar hals als de toren van David (Hoogl. 4:4). De beelden zijn niet bedoeld om een gezicht te tekenen dat men zou kunnen natekenen; zij zeggen telkens iets over waarde, kracht of gaafheid. En de hele reeks loopt uit op één zin: "Geheel zijt gij schoon, Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u" (Hoogl. 4:7). Bijbelse betekenis: Het slotvers draagt het gedeelte. Er wordt niet gezegd dat zij grotendeels goed is of dat haar gebreken meevallen, maar dat er geen gebrek aan haar is. Dat is een woord van een ander gewicht dan de beelden ervoor. Merk op wie dat zegt en over wie. Zij heeft in het eerste hoofdstuk zelf verteld dat de zon haar verbrand heeft en dat zij haar eigen wijngaard niet gehoed heeft (Hoogl. 1:6); hier zegt Hij dat er niets aan haar ontbreekt. Wie in dit boek de lijn naar Christus volgt, herkent daarin de toegerekende gerechtigheid: de gemeente is schoon in het oordeel van haar Bruidegom, niet in dat van zichzelf. Let ten slotte op de toon. Er wordt niet gekeurd maar geprezen, en dat is in dit boek de manier waarop de liefde spreekt. Typologie: Paulus gebruikt bijna dezelfde woorden over de gemeente die Christus Zichzelf voorstelt: "een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk" (Ef. 5:27). Hoogl. 4:1-7; Hoogl. 1:6; Ef. 5:27 "Mijn zuster, o bruid! gij zijt een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein" (Hoogl. 4:12). Drie beelden staan naast elkaar, en zij zeggen alle drie hetzelfde: deze hof heeft een muur, deze bron is afgedekt, deze fontein is verzegeld. Wat er binnen groeit, wordt daarna opgesomd: granaatappelen en edele vruchten, nardus en saffraan, kalmus en kaneel, wierook, mirre en aloë (Hoogl. 4:13-14). En er is water: "O fontein der hoven, put der levende wateren, die uit Libanon vloeien!" (Hoogl. 4:15). Het hoofdstuk eindigt met haar eigen woord, en daarin gaat de gesloten hof open: "Ontwaak, noordenwind! en kom, Gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien" (Hoogl. 4:16). Daarop volgt de uitnodiging die zij aan Hem alleen richt: "O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten!" (Hoogl. 4:16). Bijbelse betekenis: Het gesloten zijn is hier geen kilheid maar trouw. Een hof met een muur eromheen is niet voor iedereen, en juist daarom is hij van één. Merk op wat er in het laatste vers gebeurt. Zij noemt hem eerst mijn hof en meteen daarna Zijn hof; wat van haar is, geeft zij weg zonder er iets van te houden. Let ook op de wind. Zij vraagt om de noordenwind en de zuidenwind, dus om koude en warmte, opdat de specerijen zouden geuren. Zij vraagt niet om aangename omstandigheden maar om wat de vrucht naar buiten brengt, en dat is in dit boek een van de rijpste woorden van de bruid. Typologie: Paulus gebruikt hetzelfde beeld van afzondering voor één: "ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus" (2 Kor. 11:2). Hoogl. 4:12-16; 2 Kor. 11:2 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Waarover heeft de gelovige te spreken dan over het scharlaken van het bloed van de Zaligmaker — dat onvergelijkelijke bad waarin wij witter dan sneeuw gewassen worden? Leerstukken in het hoofd, zonder heiligheid in het leven, zijn van geen dienst. Al zijn wij in onszelf bevlekt, toch zijn wij in de ogen van Jezus, aangezien als bedekt met Zijn gerechtigheid, volkomen schoon. De oneindige barmhartigheid heeft de gemeente van God tot een besloten hof gemaakt, waarin geen indringer het waagt te komen. Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Er is geen enkel gebrek aan u. Hooglied 4 vers 7 Nadat onze Heere verklaard heeft dat alles aan Zijn gemeente… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Alles aan u is mooi, Mijn vriendin, er is geen enkel gebrek aan u. Hooglied 4 vers 7 De bewondering van… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Een gesloten bron, een verzegelde fontein. Hooglied 4 vers 12 In dit beeld, dat verband houdt met het inwendige leven van… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Ontwaak, noordenwind, en kom, zuidenwind! Waai door mijn tuin, zodat de geur van zijn specerijen zich verspreidt. Hooglied 4 vers 16… Hoe schoon is uw uitnemende liefde, mijn zuster, o bruid! hoeveel beter is uw uitnemende liefde dan wijn, en de reuk van uw oliën dan alle specerijen! Uw lippen, o bruid!… Ontwaak, noordenwind, en kom, gij zuidenwind; doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot zijn hof kwam en at zijn edele vruchten! Hooglied 4:16 Hoe groot is… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Mijn zuster, o bruid! Hooglied 4:12 Let op de zoete namen, waarmee de hemelse Salomo met grote genegenheid van liefde tot… Toen ik een weinigje van hen weggegaan was, vond ik Hem, die mijn ziel liefheeft: ik hield Hem vast en liet Hem niet gaan, totdat ik Hem in mijn moeders… Mijn zuster, o bruid, ge zijt een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein. Hooglied 4:12 Het Hooglied is voor ons het heilige lied van de gemeenschap tussen… Mijn zuster, o bruid, ge zijt een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein. O fontein van de hoven, put van de levende wateren, die uit Libanon vloeien! Hooglied 4:12,15.… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Hooglied 4
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Spurgeon Citaten
Verdiepende artikelen
Geen enkel gebrek aan u
Alles aan u is mooi Mijn vriendin
Wat God ooit eens in je begon kun je niet meer verliezen
Ontwaak noordenwind
Hoe Christus over Zijn volk oordeelt
Mijn gaarde, Zijn gaarde
Mijn zuster, o bruid!
De tegenwoordigheid van Christus, onmisbaar voor het leven van Zijn Kerk
Wat de Kerk voor Jezus is
Een geheim en toch geen geheim


Hooglied 4
Hooglied 4:1.KruisverwijzingenHooglied 1:15→Hooglied 6:5→Hooglied 6:7→Hooglied 7:5→Micha 7:14→Hooglied 4:9→Hooglied 5:11→Numeri 32:40→
— Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren.
Dit is een hoofdstuk dat misschien meer geschikt is voor de binnenkamer dan om in het openbaar gelezen te worden. En toch is het een liefdeslied: het lied van de liefde van Jezus.
Terwijl Hij de schoonheden en de bekoorlijkheden van Zijn gemeente uiteenzet, mogen diezelfde schoonheden in ieder van ons gevonden worden door de genade die Hij ons door Zijn Geest meedeelt. Mogen wij, als delen van Zijn verborgen lichaam, schoon en liefelijk zijn in Zijn achting, omdat Hij ons zoveel van Zijn eigen liefelijkheid geschonken heeft. Laten wij zo zorgvuldig met God wandelen dat er niets is wat ook maar een vlek op onze klederen legt.
In dit vers stelt Jezus de liefde van Zijn volk op prijs die uit hun ogen opflitst wanneer zij op Hem zien. En hun goede werken zijn, als de vlechten die de schoonheid en de eer van de vrouwelijke gestalte zijn, de schoonheid van de gemeente — maar alleen wanneer er veel van Christus in is.
Hooglied 4:3.KruisverwijzingenHooglied 6:7→Hooglied 5:16→Jozua 2:18→Mattheüs 12:35→Spreuken 16:21→Genesis 32:10→Kolossenzen 4:6→Spreuken 31:26→
— Uw lippen zijn als een scharlaken snoer, en uw spraak is liefelijk; de slaap uws hoofds is als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.
Zijn de slapen bedekt met de vlechten van de gerechtigheid, dan zijn zij als een stuk van een granaatappel, aangenaam voor God zowel als voor mensen.
Hooglied 4:6.KruisverwijzingenHooglied 2:17→Hooglied 4:14→Lukas 1:78→1 Johannes 2:8→Jesaja 2:2→Psalmen 66:15→2 Petrus 1:19→Maleachi 1:11→
— Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden, zal Ik gaan tot den mirreberg, en tot den wierookheuvel.
Onze Liefste is van ons weggegaan tot de dag van Zijn verschijning — tot de nacht van de bekommering van Zijn gemeente voorbij is en “zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen”.
Jezus is van de aarde heengegaan; maar waar is Hij? Hij is heengegaan om voor ons te bidden voor de troon van Zijn Vader. Hij is heengegaan naar de plaats waar de bergen van mirre zijn: dat zoete reukwerk dat altijd opstijgt van Zijn ene grote offerande voor de zonde.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1KruisverwijzingenHooglied 1:15→Hooglied 6:5→Hooglied 6:7→Hooglied 7:5→Micha 7:14→Hooglied 4:9→Hooglied 5:11→Numeri 32:40→
— Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren.
-Hoofdstuk 5: 1. In dit tweede tafereel van de derde akte bevinden wij ons in de bruiloftzaal van het koninklijk paleis op Zion. De bruiloftsgasten, die verwaardigd worden aan de vreugde van dezen dag deel te nemen, moeten wij ons denken enigszins ter zijde van het bruidspaar aanzittende. Maar zij zijn slechts bijzaak en dienen alleen, om de bruiloft op te luisteren, en getuigen te zijn van Sulamiths verheffing tot koningin en gemalin des konings, getuigen van zijne innige liefde voor Sulamith. De hoofdzaak vormt het vertrouwelijk gesprek tussen het bruidspaar, waarvan de enige inhoud is, de grootte en innigheid hunner liefde, vooral van die des konings tot Sulamith. Uit het gehele en uitgestrekte gebied zijner heerschappij neemt hij vergelijkingen, om haren eenvoud en nederigheid, hare schoonheid en kuisheid naar waarde te prijzen. En wanneer de ootmoedige bruid de lofuitingen van zijn liefdegloed zoekt te ontwijken, terwijl zij den wens uit om eenzame plekjes van het koninklijke park te bezoeken, en daar tot den avond in stilte te toeven, dan begint hij met nog warmere woorden hare beminnelijkheid te verkondigen. Maar op al zijne lofspraken antwoordt zij met nederigheid slechts dat ééne, dat zij zich zijne hartelijke liefde nog niet waardig keurt. Dan sluit Salomo, door liefde overweldigd, haar in zijne armen en verklaart haar zijne eeuwige onverbreekbare gehechtheid. -Of ene godsdienstige huwelijksplechtigheid bij de Israëlieten de eigenlijke bruiloft voorafging, en dus ook hier tussen het eerste en het tweede tafereel gedacht moet worden in te vallen, is twijfelachtig, omdat de Heilige Schrift ons daarvan niets duidelijk zegt.
Salomo vertrouwelijk tot Sulamith: Zie, gij zat schoon 1), mijne vriendin! zie, gij zijt schoon: uwe ogen a) zijn duivenogen tussen uwe vlechten; 2) uw haar is zo blinkend zwart, zo weelderig en als zijde zacht en teder als ene zwarte, keurige kudde geiten, die het gras van den berg Gileads 3) afscheren.
(Hoogl. 4: 3; 6: 7. b) Hoogl. 6: 5.
Zie, gij zijt schoon, enz. Wij mogen hier zowel enkele gelovigen als de gemeente in haar geheel beschouwen als door Christus toegesproken. Al is het ons niet wel mogelijk de verschillende toespelingen op bevredigende wijze te verklaren, nochtans is dit duidelijk, dat de Heere Christus hier verschijnt om aan te tonen, dat de gemeente en de gelovigen alle soort van geestelijke uitnemendheid deelachtig zijn. Die Christus eren, zal Hij eren. 1 Samuel 2: 30. Hij vleit den gelovige niet, noch heeft hij de bedoeling, de gemeente op zich zelf trots te maken, maar het is om haar onder de bedruktheden van het tegenwoordige te bemoedigen. Wat anderen ook van haar mochten denken, in Zijne ogen was zij beminnelijk. Ook spreekt Hij, aldus om anderen uit te nodigen, 3 om ook wèl van haar denken en zich bij de Kerk te voegen.
Nog in onzen tijd behoort door het gehele Oosten heen de sluier tot de degelijkste en onontbeerlijkste stukken der vrouwelijke kleding, en gene vrouw van stand en eergevoel vertoont zich zonder dezen ooit aan vreemden, noch in het openbaar, noch in haar eigen huis. Slechts slavinnen, publieke danseressen (tegelijk boeleersters) en soms vrouwen uit de laagste volksklasse maken op dezen regel ene uitzondering. Over ‘t algemeen schijnen bij de Israëlieten dezelfde grondstellingen gegolden te hebben, al moeten wij ons ook de ingetogenheid en afscheiding der vrouwen minder groot denken, dan in het tegenwoordige beschaafde Oosten: en voornamelijk in den aartsvaderlijken tijd bestond betreffende den sluier ene ruimere etiquette. Meisjes en zelfs vrouwen schijnen, vooral bij huiselijke bezigheden, zonder twijfel ongesluierd geweest te zijn. Evenwel bedekt zich de verloofde voor haren bruidegom (Genesis 24: 65). Van den sluier kende men drie soorten: ten eerste de nu nog gebruikelijke, die van de slapen des hoofds afhing en daardoor bij het gaan zweefde, welke op de hoogte der ogen zo werd gevouwen, dat men er doorheen kon zien. Jes. 3: 19, Dan het sluierkleed, dat nog tegenwoordig de Oosterse vrouwen over de gehele kleding werpen, en eerder een mantel kan genoemd worden. Jes. 4: 1,3; 5: 7; 6: 7. Jer. 5: 23. Een derde sluier, welke men in Syrië en Egypte nog draagt, bedekte borst, hals en kin tot aan den neus; de ogen bleven vrij.
In het Hebr. Ktmul debm (Meba’ad létsammatheek). Beter: achter uwen sluier. Zoals ook reeds boven is aangegeven, droeg ook de bruid een sluier. De haarvlechten voor de ogen laten hangen deed niet een zedige jonkvrouw, maar een lichte vrouw. De Bruidegom begint met den uitroep: Gij zijt schoon en bewijst dit door de schoonheid van het geheel in de enkele delen aan te wijzen en te prijzen. De Gemeente van Christus is volmaakt in Hem, die haar Hoofd is.
Het gebergte Gilead aan de Oostzijde van den Jordaan wordt hier vermeld als bijzonder rijk aan kudden. (Num 32: 1), gelijk ook latere reizigers het met kudden bezaaid vonden. Salomo zegt dus: “gelijk de geitenkudden verstrooid op den bergtop Gilead hem een keurig uitgezocht aanzien geven, terwijl hij vroeger als ene dorre en kale rots verscheen, zo wordt door uwe haren uw hoofd met edele kleur en volheid versierd.” Het haar of de wol der schapen in Palestina was wit, maar dat der geiten zwart, en het is daarom, dat de glans van het haar der bruid wordt vergeleken met den glans van het haar der geiten van Gileadsgebergte.
Uwe tanden daarentegen zijn zo verblindend wit als ene kudde schapen wier wol wit is, die geschoren zijn, geheel glad, diezo even uit de wasstede 1) opkomen en daardoor sneeuwwit; die al te zamen tweelingen voortbrengen, en gene onder haar is jongeloos, zo ook staan in uw mond de tanden in beide rijen als tweelingen paarsgewijze zonder leemte op elkaar.
In de oudheid, gelijk nog in warme luchtstreken, was het ene algemene gewoonte, de geschoren schapen dadelijk te laten baden.
Met geschorene schapen worden de tanden vergeleken met betrekking op haar gladheid, met gewassen schapen in betrekking op haar witheid-het Palestijnse schaap is in den regel wit, -ten opzichte van het volle getal der tanden aan tweelingen gelijk.
Uwe lippen over dit elpenbeenwit uwer tanden zijnzo helder rood en fijn besneden als een dicht scharlaken snoer, en uwe spraak, (beter: uwe mond a)) is lieflijk, vol vriendelijke, hartverkwikkende woorden; de slaap uws hoofds, uwe zachte rode wangen, welke zich aan de helder witte slapen aansluiten, is zo schoon, zo zuiver gewelfd als een stuk van een granaatappel 2) aan zijne buitenzijde, waar fris rood uit geel en wit te voorschijn komt; zo vertonen zij zich lieflijk tussen uwe vlechten (juister: van achter uwen sluier vs. 1).
Psalm 147: 1. Col. 4: 6.
Daar achtereenvolgens uitwendig zichtbare lichaamsdelen van Sulamith worden geschilderd, zo zal ook hier zulk een bedoeld worden, omdat de mond, de eenheid der vooraf genoemde lippen en tanden, als spraakorgaan een wezenlijken trek in het beeld van de schoonheid der bruid uitmaakt.
Slechts bij ene helft, een gedeelte van den granaatappel worden de wangen vergeleken, om hare zachte welving. De granaatappel, de vrucht van den in het Oosten inheemsen granaatboom, had een gelijkmatig ronden vorm, uitwendig rood, van binnen geel, en werd voor zó schoon gehouden, dat men dien architectonisch bij den tempelbouw aanwendde. (Exodus 28: 33 ).
a) Uw hals is zo bevallig slank en recht, daarbij zo statig getooid met allerlei sierlijk kettingwerk en andere glinsterende edelgesteenten, als Davids wapentoren 1), hier aan den kant van het Zions paleis, die door mijn vader gebouwd is tot ophanging van wapentuig, 2) waar buitenzijds duizend rondassen aan hangen, allemaal zijnde schilden der helden.
Hoogl. 7: 4.
Wij moeten onder dezen toren ene soort van versterkt tuighuis verstaan, binnen welks ruimte een wapenvoorraad van elken aard voor oorlogstijd werd bewaard, waarin zich evenwel te gelijk ene voortdurende wacht van bijzonder trouwe mannen ophield, die hun schilden en andere wapenen aan de buitenzijde van den toren plachten op te hangen, waardoor deze alzo blinkend versierd was. Zijne ligging is twijfelachtig, maar toch moet die in de nabijheid van het paleis geweest zijn, zodat Sulamith dien of zien kon of ten minste er mede bekend was. Het in Nehemia 3: 14 genoemde “huis der helden”, dat aan de oostzijde van den koningsburg gelegen was, zou ‘t meest passen. -Was de toren wellicht uit witten zandsteen opgetrokken, dan doelt de vergelijking tevens op het wit van den hals.
Hoogstwaarschijnlij k is de schaapstoren bedoeld, waarvan in Micha 4: 8 sprake is, een gebouw op den berg Zion, hetwelk diende tot gerechtshof.
Delitzsch vertaalt, gebouwd in terrassen, en laat dit, in verband met het volgende, slaan op de sieraden en ketenen, waarmee de hals omwonden was. In elk geval ziet het volgende in dit vers zeker op de halssieraden, waarmee de bruid versierd was.
a) Uwe twee borsten zijn van zulk ene tedere, bevallige schoonheid, gelijk twee welpen, tweelingen van ene ree of gazel, die onder de lelies (Hoofdstuk 2: 2 ) weidenen zich aldaar legeren.
Hoogl. 7: 3. Wanneer reeds de gazel, als volgroeid dier, op zich zelf een voortreffelijk, geliefkoosd en sprekend beeld van vrouwelijke bevalligheid en bekoorlijkheid is (Spreuk. 5: 19), zo verschijnt een tweelingspaar harer jongen, uitgestrekt op een door lelies overspreid leger, te eigenaardiger, om het tedere en sierlijke van kuisen, maagdelijken boezem, achter een welriekend kleed verholen, aan te duiden. “Behalve de tederheid der gazellen-geitjes, behalve hare gelijkheid als tweelingen, behalve hare lieflijkheid en vreedzaamheid, hebben zij in hare lustigheid en vrolijkheid toch ene soort van moedwilligheid en van dartelheid, waardoor zij de ogen der beschouwers onweerstaanbaar boeien en hem lokken naderbij te komen en ze te betasten.” De gelovigen hebben, zowel als een uitwendigen een inwendigen mens, die, als het ware, ook bijzondere lichaamsdelen en ledenmaten heeft, welke in zekeren zin werken in overeenkomst met die van het natuurlijke lichaam. Deze zijn de onderscheidene genadegaven van geloof, liefde, enz. welke delen zijn van die nieuwe natuur. En ofschoon de nieuwsgierigheid niet in iedere bijzonderheid kan bevredigd worden, is er toch in ieder deel ene bijzondere betekenis. Hier zijn noch onnutte woorden, noch ijdele herhalingen. Wij moeten ons derhalve wachten om dit alles voor onnodig aan te zien, aangezien God het best weet wat nodig is.
De Heilige Schrift heeft misschien meer te lijden gehad door de hardnekkigheid van uitleggers om alle moeilijkheden, die er in voorkomen, te verklaren dan door enige andere oorzaak.
Wanneer men lippen en mond als één lichaamsdeel beschouwt, wat ook zo is, zo vindt men hier zeven lofprijzingen, zoals Hengstenberg juist optekent (ogen, haar, tanden, mond, slapen, hals en borst), en Hahn spreekt met recht van ene zevenvoudige schoonheid.
Ziet daar bij delen ene volmaakte prent van schoonheid. Nergens anders toe geschikt, als om ons ene gemene waarheid te vertonen, en wel geen andere, als waartoe de Bruidegom het zelf te zamen trekt: Geheel zijt gij schoon, mijne vriendin, en er is geen gebrek aan U.
Sulamith, die de van liefde gloeiende lofspraken van Salomo zoekt te ontwijken: Totdat de dag aankomt, of koel wordt, en de schaduwen vlieden, zal ik het park ingaan tot den mirreberg, en tot den wierookheuvel 1) en daar op een eenzaam lommerrijk plekje in stille overpeinzing toeven, ver van het ruisende feestgejubel in de bruiloftszaal.
De mirreberg en wierookheuvel zijn zeker welbekende, bijzonder lieve plekjes in het park geweest, waar wellicht opgehoogde, heuvelachtige bedden met allerzeldzaamste welriekende planten zich bevonden.
Door vele uitleggers wordt gemeend, dat Salomo ook deze woorden gesproken heeft. En vandaar dat men ze zeer moeilijk heeft weten te pas te brengen. Het zijn echter geen woorden van Salomo, maar van Sulamith. Waar de koning hare schoonheid prijst en breed uitmeet, daar gevoelt zij zich die onwaardig, en spreekt er van, om zich in de eenzaamheid terug te trekken, totdat de dag is voorbijgegaan. Dit geldt ook in geestelijken zin van de Bruid van Christus. Waar de Heere, naar Matth. 25, haar prijst en zalig spreekt, daar spreekt zij het op haar beurt uit, dat zij zich van al die dingen niets bewust is. Genade maakt klein, maakt ootmoedig. Hoe meer genade de Heere God aan ene ziele bewijst, des te meer zal zij in zich zelf niets worden, om alleen en enkel schoonheid te zien in Hem, die haar heeft lief gehad.
Salomo, door dezen kinderlijk ootmoedigen zin van Sulamith getroffen en in verrukking: Geheel, niet alleen, wat uwe lichamelijke gedaante maar ook wat uwe ziel betreft, zijt gij volkomen schoon, mijne vriendin! en er is geen gebrek aan u (Efeze. 5: 27). Het volmaakt schoon der Bruid, hier geprezen, is op geen enkel lid der Kerk toe te passen, maar op de wonderbare schone samenstelling, liefde en eendracht van haar gehele lichaam, waaraan dus geen gebrek te vinden was, wijl zij zonder vlek en rimpel eens aan haren man, als een betamelijk versierde, schone bruid, zou voorgesteld en bij Hem in volmaakte heerlijkheid zou worden opgenomen.
Hiermede wordt de Kerk toegesproken, zoals zij in Christus, haar Koning, kan en mag gerekend worden. In Christus heeft zij haar volkomen rechtvaardigheid bij God, maar ook in beginsel heeft zij in Hem hare heiligmaking. Waar zij door Christus is gekocht en verlost, daar is Hij haar geworden tot wijsheid en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing. Dit is dan ook hare roem en hare troost. Haar roem tegenover de uitwendige en inwendige vijanden, haar troost bij het erkennen en inzien van zoveel gebrek en tekortkomingen.
Maar niet in de eenzaamheid der stille natuur, niet naar den wierookheuvel en den mirreberg zult gij weer vluchten! neen: Kom bij (beter met) mij van den wilden Libanon af, o bruid! mijne koningin,kom bij, (beter: met) mij van den Libanon af in mijn koninklijk paleis, en geniet als heerseres er de heerlijkheden van, zie (beter: kom) van den top van Amana, den top van den Anti-Libanon, waar de Amana-rivier of Chrysorrhoas ontspringt (2 Koningen 5:
(2 Samuel 8: 6), van den top van Senir en van Hermon, de twee andere hoofdtoppen van den Anti-Libanon of het Hermongebergte (1 Kronieken 6: 23), kom met mij mede van de woningen der leeuwinnen, van de bergen der luipaarden
(beter: panters).
Luipaarden zijn er in Palestina niet, maar alleen in Afrika, terwijl leeuwen en panters, die hier in den grondtekst bedoeld worden, in geheel Palestina, bijzonder in Bazan en op den Libanon talrijk voorkwamen en er nog gevonden worden. -Salomo vergelijkt hier de bergen rondom Sunem, de woonplaats van Sulamith, van welke zij nu zal afkomen, om altijd bij hem te blijven, met de hoogste spitsen van het Libanongebergte, om het verschil van voorheen en thans des te sterker te doen uitkomen.
Met den Libanon en de andere gebergten zinspeelt Salomo op de vroegere omgeving der bruid, en geestelijk opgevat, kan er niet anders onder verstaan worden, dan wat de Apostel noemt, “uit deze tegenwoordige boze wereld.” Christus Jezus heeft Zijn Kerk opgezocht en lokt haar uit de wereld, trekt haar met koorden der liefde, voert haar van de verderflijke gemeenschap der wereld tot de zalige gemeenschap met Hem.
Gij hebt mij het hart genomen, hebt mij bekoord, zodat ik nu geheel en al u toebehoor, en niet meer mijn eigendom ben, gij mijne zuster 1) mijne mij nu volkomen in afkomst gelijke koningin, gij mijne enige rechtmatige gemalin, o bruid! gij hebt mij het hart genomen, met een van uwe ogen, met een enkelen blik uwer ogen, met ene 2) keten van uwen hals, met het kleinste deel uwer lieflijk versierde gedaante.
Als de thans rechtmatige gemalin van Salomo staat nu, na gevolgd huwelijk, Sulamith tot hem als ene zuster tot haren broeder. Zij is geen bijwijf (Hoofdstuk 6: 8), maar zusterlijke genoot van zijn koninklijken rang en naam; zij is koningin, gelijk hij koning is, ja “prinsen-dochter” (Hoofdstuk 7: 1), gelijk hij prinsen-zoon is.
Wat den koning betoverd heeft, was natuurlijk niet ene sierlijkheid of het kunstmatige werk van dit tooisel op zichzelf, maar de verrukkelijkheid, waarmee Sulamith’s hals daarin uitkwam. Zo heeft ook Christus, die de meerdere is dan Salomo, die een Koning is aller koningen en een Heere aller heren, Zijne gemeente met ellende en nederigheid tot deelgenoot Zijner goddelijke heerlijkheid verheven, heeft de verachte en verlatene tot Zijne zuster-bruid, tot mede-erfgenaam Zijner eeuwige hemelglorie gemaakt. Hij heeft haar opgenomen in Zijn rijk, in het huis des hemelsen Vaders, en haar ene plaats bereid, die zij nimmer met haar voormalig oponthoud in het verre vreemde land, in de woestijn van het zondige, aardse leven zou willen verwisselen.
Er is wel op te letten, dat Sulamith hier eerst zuster en dan bruid genoemd wordt. Dat is een zeer duidelijke voorstelling van de verhouding tussen Christus en Zijne Kerk. Om haar als Zijn verloste Bruid op den dag der Hemelvaart in de armen met zich mede in den hemel te zetten, moest Hij eerst in Bethlehems kribbe neergelegd worden, d.i. moest Hij eerst het vlees en bloed des mensen aannemen en den broeders in alles gelijk worden. En Hij is des vleses en des bloeds deelachtig geworden en daarom kan Hij ook straks als de allesbetalende Borg optreden, die volkomen de schuld heeft betaald, van straf heeft gevrijwaard en het recht tot het eeuwige leven heeft gegeven.
Hoe schoon, hoe verkwikkend is uwe uitnemende liefde, mijne zuster, o bruid! Hoe veel beter, zoeter, hartversterkender is uwe uitnemende liefde dan wijn, en de reuk uwer oliën, waarin mij al de rijke volheid der reinheid, schoonheid en lieflijkheid van uw wezen voelbaar wordt, (Hoofdstuk 3: 6) dan alle specerijen. Juist datzelfde had Sulamith van Salomo, nog als bruid en terwijl hij afwezig was, gezegd; nu geeft Salomo hier de aan hem reeds verloofde en aanwezige dezelfde woorden, maar nog versterkt terug. Hiermede is dus gezegd, dat Salomo nu als gemaal de bruidsliefde van Sulamith nog veel inniger wil beantwoorden.
Het is de liefde van de ziele tot Jezus onbepaaldelijk, waarop hier wordt gedoeld. Niet ongepast meervoudig, als liefden, uitgedrukt. Om de aanhoudendheid der gedurig geoefende liefdedaden der gelovigen, omtrent den Heere Jezus, daardoor aan te tonen, maar ook bijzonder om de veelheid en verscheidenheden van gestalten, blijken en oefeningen der liefde uit te drukken, die in de liefde van des Heeren volk, omtrent Jezus samenlopen.
Uitnemende liefde in den zin van, vele en velerlei liefdebetoningen, als openbaring van een hart, waarin nog geheel het vuur der eerste liefde brandt. Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk, zo heeft de Bruid Hem leren kennen, maar zo openbaart zij zich ook in hare volle liefdebetoning.
Uwe lippen, 1) o bruid! druppen met hare hartelijke, weldadige redenen van honingzeem, als het zoetste van den honing, wanneer hij van zelf uit de cellen der graten uitdrupt (1 (Samuel 14: 27); alzo is ieder woord uwer lippen reine waarheid, wijsheid, zoetheid; honing en melk, de zinnebeelden van het beste, wat de liefde des Heeren Zijn uitverkoren volk op aarde gegeven heeft, is onder uwe tong, wanneer zij mij woorden van innige, trouwe liefde toefluistert, en de reuk uwer klederen, waarin mij geheel uw eigen wezen verkwikkend tegenademt, is als de frisse lavende reuk van Libanon met zijne balsem-geurige cederbossen (Psalm 45: 9. Genesis 27: 27).
Uwe lippen staat hier in plaats van, uw mond, als werktuig van het spreken. En waar nu gezegd wordt, dat zij druppen van honingzeem, en dat honing en melk is onder hare tong, daar wordt daarmee uitgedrukt, dat de Bruid niet om de woorden van liefde en hoogachting behoeft te zoeken, maar dat zij als het ware vlug van hare lippen vloeien. Waar de drang der liefde tot spreken dringt, daar heeft de gelovige ziele er behoefte aan, om de genade op velerlei wijze groot te maken, daar vloeien uit het hart over de lippen er vele woorden, om den naam des Heeren en Zijne onnaspeurlijke liefde te verheerlijken.
Mijne zuster, o bruid! gij zijt zo wel verzekerd als een besloten hof 1), waarin niemand toegang heeft, dan alleen zijn heer en bezitter (vs. 16), ene beslotene voor alle onreinheden beschutte wel, ene verzegelde en wel bewaarde fontein. 2)
In deze uitdrukkingen ligt ene grote betekenis. De Kerk wordt hier eerst een besloten hof genoemd, besloten, afgezonderd door de eeuwige verkiezing Gods, door het werk des Geestes en beschermd door de macht van haar Koning. Gelijk een hof dikwijls lag omringd door een woestijn, maar afgezonderd er van door een omheining of door een stenen muur, alzo zijn de gelovigen, alzo is de Kerk ook wel beschermd en veilig. Daarna wordt zij genoemd: een besloten wel. De putten in de lusthoven waren bedekt met een steen om het water te beschermen tegen het stof en het zand der woestijn. Daarom, ook de Kerk is besloten en door haar Heere en Koning wordt zij wel bewaard voor veel, wat haar tot eeuwige schade zou zijn. Eindelijk een verzegelde fontein. Het woord in den grondtekst duidt een fontein van levend water aan, en dit kan hier niet anders betekenen dan het levend water van altijd nieuwe genade en nieuwe genadewerkingen Gods in de ziele. Met deze woorden tekent de H. Geest de zekerheid, den vasten staat der Kerk, maar ook haar opwassen in de genade, haar steeds op nieuw besproeid worden met de wateren der genade.
Onder het water, waarvan de Kerk een wel en fontein is, kan men ook begrijpen alle die gezegende genadeweldaden, zegeningen genadegoederen, waarmee de Heere niemand bedeelt en vervult dan Zijn bruidsvolk, en die door hare reinigende, vruchtbaarmakende en verkwikkende kracht recht de hoedanigheid van water hebben. Dat water der vernieuwing, het bad der wedergeboorte. Dat zegenende water van Jezus bloed ter zaligmaking, vloeiende uit de geopende fontein tegen de zonde en de onreinheid. Dit water der heiligmaking tot uitzuivering van zonden. Dit verkwikkelijke water van vertroostende genade, door vervrolijkende werkingen van den Heiligen Geest, welke de ziel vervullen met blijdschap, vrede en vrolijke verkwikking.
Uwe scheuten zijn een paradijs van granaatappelen (vs. 3 ), met edele vruchten, cyprus, cyprusbloemen (Hoofdstuk 1: 14), die te zamen geplant zijn met nardusplanten, waaruit men ene zo fijne zalfolie bereidt (Hoofdstuk 1: 12).
Nardusplanten en saffraanbloemen, 1) kalmus uit Gelukkig Arabië, en kaneel, met allerlei bomen, welker geurige hars tot bereiding van den edelsten wierook dient, mirre (Hoofdstuk 1:
en aloë (Numeri 24: 6),mitsgaders alle voornaamste specerijen, 2) alle overige planten, die tot balsem worden aangewend, (zo als b.v. (Exodus 30: 23 enz. Psalm 45: 9).
De echte saffraan, crocus sativus, is ene plant, die in het Oosten en in de Levant in ‘t wild groeit, en tegenwoordig ook in Zuid-Europa op akkers gebouwd wordt. Het is een bolgewas met rechtopstaande, grassoortige bladeren, dat in den herfst onmiddellijk uit den wortel ene bleek violetkleurige bloem van den vorm ener lelie en de grootte ener kleine tulp doet opschieten. De in ‘t midden van deze bloem aanwezige stengel eindigt in drie vezelige zaadjes van roodgele kleur en sterken geur, die gedroogd de bekende saffraan geven. De ouden maakten een zeer groot gebruik van dit product; voornamelijk bereidde men daaruit een zeer geliefkoosd reukwater, waarmee men zalen en schouwtonelen besprengde, spijzen, in ‘t bijzonder koeken en confituren begoot, en waarvan men zelfs gehele kleine fonteinen maakte. Ook zalf maakte men uit crocus, en bij de spijzen mocht deze specerij niet ontbreken. De kalmus calamus odoratus, die zich door zijnen welriekenden naar specerij smakenden wortel onderscheidt, wast ook wel in Europa; meer getrokken evenwel is de Aziatische, en bovenal wordt de Indische en Arabische op hogen prijs gesteld. Men bereidde uit den wortel, gelijk tegenwoordig nog, zalf, olie en reukwerk.
Onder uwe scheuten is niet anders te verstaan, dan wat in den hof zooeven genoemd uitspruit. En als nu hier geestelijk verstaan de Kerk wordt bedoeld, dan kunnen onder scheuten niet anders begrepen worden dan de gelovigen, de geestelijke scheuten der genade. Een hof zooeven genoemd, wel afgezonderd, wel voorzien met water, brengt vruchten voort en die vrucht wordt aanschouwd in de planten, die er in groeien en bloeien. Planten, allen onderscheiden opgesomd, van onderscheidene waarde, maar daarom ook zinnebeelden van de enkele leden der Kerk.
Salomo noemt hier de voortreffelijkste, edelste planten van het binnen- en buitenland op, die zijne uitgebreide kennis van het plantenrijk hem aangeeft, en die tot bereiding van edele, welriekende oliën en wateren, goede zalven en wierook worden aangewend, om voor te stellen, dat in Sulamiths heerlijke eigenschappen het heerlijkste, wat Gods schepping voortbrengt, zijne gelijkenis en evenbeeld windt. Wellicht had Salomo ook al deze buitenlandse planten in zijne tuinen te Etham zuidelijk van Bethlehem (1 Samuel 9: 5) aangekweekt, en kende Sulamith ze van daar.
O, ja waarlijk, gij zijt ene fontein der hoven, die alles verkwikt en op nieuw laat ontspruiten, wat in zijne nabijheid staat, een alom gewaardeerde put der levende, uit de aarde opborrelende bronwateren, als beken van frisse, lieflijk verkwikkende wateren, die van de sneeuw uit Libanon rijkelijk vloeien! (Spreuken 5: 15).
Het derde der vergelijking was in vs. 12 het verzamelen en afgesloten zijn, hier het innerlijke leven en zijne werkzaamheid naar buiten.
De Bruid draagt den naam van fontein der hoven, omdat èn de Heilige Geest, door Zijne genadewerkingen, haar meer dan bewateren en verfrissen, èn omdat zij zelf als een bron is toegesteld, ten einde ook anderen te stichten en vruchtbaar te maken in goede werken, waarvan zij zelf als vol geest en leven is.
Sulamith de lofspraak van haar gemaal, dat zij een paradijstuin met de veelvuldigste, edelste gewassen is, in ootmoed aannemende: Zie, ik heb mij aan u, daar gij mij met zulk ene liefde overlaadt, met alles, wat ik heb en ben, als eigendom gegeven: mocht ik u maar wezenlijk waardig zijn! daarom ontwaak noordewind! en kom, gij zuidewind! 1) bereidt mijn tuin tot een verrukkelijk genot voor hem, dien hij waarlijk toebehoort; doorwaaizachtkens mijnen hof, maak zijnen geur levendig, dat al zijnebalsemende specerijen rijkelijk uitvloeien, dat al de zoetigheden, die mijn koning in dezen tuin vindt, zich aan hem in al hare macht en lieflijkheid voordoen en door hem genoten kunnen worden. O, dat mijn liefste tot zijnen hof kwam, en ate 2) naar lust zijne edele vruchten!
Juist deze beide winden roept Sulamith in hare dichterlijke opgewekte stemming op, om haren tuin te doorwaaien, wijl noch de oostewind met zijne verdrogende kracht, noch de regenachtige westewind op gepaste wijze konden genoemd worden. Tegelijk echter moest de wind van twee tegenovergestelde zijden komen, opdat er geen verwaaien of wegwaaien zou plaats hebben, maar een verspreiden en rondwaaien van de welriekende geuren. Hiermede erkent de Bruid, dat zij van zich zelf onbekwaam is, om in waarheid een paradijs te zijn, waarin zulke heerlijke plantingen en specerijen uitbotten. Zij roept daarom den Noordewind en den Zuidewind in, de werkingen des H. Geestes, opdat door deze werking worde tot stand gebracht, wat zij wezen moet en zal in de ogen van haar Bruidegom.
In zulke ootmoedige, tedere, kinderlijke, kuise uitdrukkingen-niet direkt in den 2den persoon, maar in blode terughoudendheid in den 3den persoon, hem aansprekende, -nodigt de bruid haren gemaal tot algehele, eeuwige vereniging met haar uit.
Haar liefste had haar zo even genoemd en afgemaald als een allersierlijkste en zeer vruchtbare hof. Zij had zich daarop toegekeerd tot den Heere Jezus, als uit wien zij alles was dat zij was, ziende op Hem als de fontein der hoven. Zij had zich ook toegewend tot den Geest van Jezus als door wien zij alles blijven moest, dat zij was en nog meer wenste te worden. Maar zij toont nu ook te begrijpen, voor wien en tot wien dit alles zijn moet. Voor niemand anders als voor haar Liefste. Al de vrucht, die uit en door Hem in haar groeide, die brengt zij ook nu tot hem. Zij nodigt hem op het Zijne en zij wenst niets anders, dan dat er Jezus het genot van hebben mag.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel