“Mijn zuster, o bruid!…”—Hooglied 4:12
Let op de lieve namen waarmee de hemelse Salomo Zijn bruid, de gemeente, vol innige liefde aanspreekt. “Mijn zuster: je staat dicht bij Mij door de banden van de natuur, je deelt dezelfde gevoelens. Mijn bruid: de naaste en dierbaarste, met Mij verbonden door de teerste banden van liefde, Mijn lieve metgezel, een deel van Mijzelf. Mijn zuster, door Mijn menswording, waardoor Ik been van jouw been en vlees van jouw vlees ben. Mijn bruid, door de hemelse verloving, waarin Ik je met Mij heb verloofd in gerechtigheid. Mijn zuster, die Ik van oudsher kende en over wie Ik waakte vanaf haar eerste kindertijd. Mijn bruid, uit de dochters genomen, omarmd door armen van liefde en voor altijd aan Mij verloofd.” Zie hoe waar het is dat onze koninklijke Verwant Zich niet voor ons schaamt. Hij blijft met onmiskenbare vreugde stilstaan bij deze dubbele band. In de Engelse vertaling staat het woord “mijn” twee keer, alsof Christus met verrukking stilstaat bij het feit dat de gemeente Zijn eigendom is. Hij zegt: “Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen”, omdat die mensenkinderen Zijn eigen uitverkorenen waren. Hij, de Herder, zocht de schapen, omdat het Zijn schapen waren. Hij is gekomen “te zoeken en zalig te maken, dat verloren was”, omdat wat verloren was al lang van Hem was, voordat het verloren was voor zichzelf of voor Hem. De gemeente is het uitsluitende bezit van haar Heere. Niemand anders mag aanspraak maken op een aandeel of voorwenden haar liefde te delen. Jezus, Uw gemeente vindt het heerlijk dat het zo is! Laat elke gelovige ziel troost putten uit deze bronnen. Ziel! Christus is dichtbij je door familiebanden. Christus is je dierbaar door de banden van het huwelijk, en jij bent Hem dierbaar. Kijk, Hij pakt je beide handen met Zijn beide handen vast en zegt: “Mijn zuster, o bruid!” Let op de twee heilige grepen waarmee je Heere je dubbel vasthoudt, zodat Hij je niet kan en niet wil loslaten. Aarzel niet, geliefde, de heilige vlam van Zijn liefde te beantwoorden.

