“En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE.”—Jeremia 31:34
Wat we verder ook niet weten, de Heere kennen we wel. Vandaag is deze belofte waar in onze ervaring, en het is geen kleine belofte. De geringste gelovige onder ons kent God in Christus Jezus. Niet zo volledig als we zouden willen, maar toch echt en waarachtig kennen we de Heere. We kennen niet alleen leerstellingen over Hem, maar we kennen Hem zelf. Hij is onze Vader en onze Vriend. We kennen Hem persoonlijk. We kunnen zeggen: “Mijn Heere en mijn God!” We staan op voet van nauwe gemeenschap met God, en menig gelukkig uur brengen we door in Zijn heilige nabijheid. We zijn geen vreemden meer voor onze God, maar “de verborgenheid des HEEREN” is bij ons.
Dit is meer dan de natuur ons had kunnen leren. Vlees en bloed heeft God niet aan ons geopenbaard. Christus Jezus heeft de Vader aan ons hart bekendgemaakt. Als de Heere ons dan Zichzelf heeft laten kennen, is dit dan niet de bron van alle zaligmakende kennis? God kennen is het eeuwige leven. Zodra we God leren kennen, hebben we het bewijs dat we levend zijn gemaakt tot een nieuw leven. O mijn ziel, verheug je in deze kennis en prijs je God de hele dag!

