“Ook zullen zij de een den ander niet dringen; zij zullen daarhenen trekken elk in zijn baan”—Joël 2:8
Sprinkhanen houden altijd hun rij. Hun aantal is enorm, maar ze dringen niet tegen elkaar op, zodat hun gelederen niet in de war raken. Dit opmerkelijke feit uit de natuur laat zien hoe diep de Heere de geest van orde in Zijn heelal heeft gelegd. Zelfs de kleinste levende wezens worden erdoor geleid, net als de draaiende hemellichamen en de engelen die Hij uitzendt. Het zou wijs zijn als gelovigen in heel hun geestelijk leven door dezelfde invloed werden geleid. Bij de christelijke deugden mag geen enkele deugd de plaats van een andere innemen. Geen enkele deugd mag de levenskracht van de andere uitzuigen om zichzelf in leven te houden. Genegenheid mag eerlijkheid niet smoren. Moed mag de zwakheid niet van het veld duwen. Bescheidenheid mag energie niet wegdringen. Geduld mag vastberadenheid niet doden. Zo is het ook met onze plichten. De ene mag de andere niet in de weg staan. Openbare dienstbaarheid mag de persoonlijke godsvrucht niet schaden. Werk voor de gemeente mag de huisgodsdienst niet in een hoek duwen. Het is verkeerd om God een plicht aan te bieden die bevlekt is met het bloed van een andere. Elk ding is mooi op zijn tijd, maar niet op een andere tijd. Tegen de Farizeeën zei Jezus: “Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten.” Dezelfde regel geldt voor onze eigen plaats. We moeten oppassen dat we onze plaats kennen, die innemen en erbij blijven. We moeten dienen zoals de Geest ons de kracht geeft. We mogen niet in het werkgebied van onze medeknecht binnendringen. Onze Heere Jezus leerde ons niet te streven naar de hoge plaatsen, maar bereid te zijn de geringste onder de broeders te zijn. Laat een jaloers en eerzuchtig hart ver van ons zijn. Laten we de kracht voelen van het gebod van de Meester en doen wat Hij ons zegt. Zo houden we onze plaats in de rij met de rest van het leger. Laten we vanavond onderzoeken of we de eenheid van de Geest bewaren in de band van de vrede. Laat ons gebed zijn dat in alle gemeenten van de Heere Jezus vrede en orde mogen heersen.

