“En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?”—Johannes 11:26
Ja, Heere, wij geloven het; wij zullen nooit sterven. Onze ziel kan van ons lichaam gescheiden worden, en dat is een soort dood; maar onze ziel zal nooit van God gescheiden worden, en dat is de ware dood, de dood waarmee de zonde werd bedreigd, de doodstraf, het ergste wat kan gebeuren. Daar zijn wij heel zeker van, want niets, ook geen ander schepsel, “ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere”. Wij zijn leden van het Lichaam van Christus; zal Christus delen van Zijn Lichaam verliezen? Wij zijn met Jezus getrouwd; zal Hij Zijn bruid kwijtraken en weduwnaar worden? Dat kan niet. Er is een leven in ons dat niet van God kan worden gescheiden. Bovendien woont de Heilige Geest in ons; hoe kunnen wij dan sterven? Jezus Zelf is ons leven, en daarom is er voor ons geen sterven, want Hij kan niet opnieuw sterven. In Hem zijn wij eenmaal voor de zonde gestorven, en het doodvonnis kan geen tweede keer worden voltrokken. Nu leven wij, en wij leven voor altijd. Het loon van de gerechtigheid is het eeuwige leven. Wij hebben niets minder dan de gerechtigheid van God, en daarom mogen wij de allerhoogste beloning opeisen.
Terwijl wij leven en geloven, geloven wij dat wij zullen leven en genieten. Daarom gaan wij vol zekerheid vooruit, want ons leven is veilig in ons levende Hoofd.

