“Daarom zond Absalom tot Joab … maar hij wilde niet tot hem komen. … Zo zeide hij tot zijn knechten: Ziet, het stuk akkers van Joab is aan de zijde van het mijne, en hij heeft gerst daarop; gaat heen, en steekt het aan met vuur … Toen maakte zich Joab op en kwam tot Absalom in het huis, en zeide tot hem: Waarom hebben uw knechten het stuk akkers, dat mijn is, met vuur aangestoken?”—2 Samuël 14:29-31
Lees verder: Romeinen 5:1-5.
Onder het kruis ontvangt u veel bijzondere troost. Er zijn drankjes die God alleen aan de zieke heiligen geeft en niet aan de gezonde. Een donkere grot houdt de mijnwerkers niet tegen als ze weten dat er diamanten te vinden zijn. U hoeft niet bang te zijn voor lijden als u weet dat het uw ziel rijkdom oplevert. Zonder de nacht kunt u de nachtegaal niet horen, en er zijn beloften die alleen in de nood voor ons zingen. In de kelder van de ellende ligt de goede oude wijn van het koninkrijk opgeslagen. U zult het gezicht van Christus nooit zo helder zien als wanneer iedereen zijn hoofd voor u wegdraait. Als u in zo’n verwarring bent gebracht dat de menselijke wijsheid met haar mond vol tanden staat, zult u Gods wijsheid duidelijker geopenbaard zien. O, wat zijn de liefdesbezoeken heerlijk die Christus Zijn volk brengt als zij in de gevangenis van hun nood zitten! Dan legt Hij Zijn hart voor hen open en troost Hij hen zoals een moeder haar kind troost. Wie slaapt in een bed dat Christus heeft opgemaakt, slaapt goed. Lijdende heiligen zijn meestal de meest bloeiende heiligen; het zal goed met hen gaan, want Christus verzorgt hen bijzonder. Als u iemand zoekt met lippen vol parels, zoek dan iemand die in diep water is geweest. We leren niet vaak, maar als we iets leren op de school van Christus, dan is dat ons ingeslagen door de liniaal van juffrouw Ongemak. Gods wijnstokken hebben meer te danken aan het snoeimes dan aan welk ander tuingereedschap ook. Overbodige scheuten zijn schadelijke plunderaars van de wijnstokken. En hoewel we het kruis dragen, brengt het ons troost. Het is een lief en kostbaar kruis, vol rozen en zoete, vloeiende mirre.
Ter overdenking
De troost die uit onze beproevingen als gelovigen voortvloeit, is voor ons eigen welzijn (Psalm 119:50,52), maar hij moet ook overstromen tot zegen voor anderen (2 Korinthe 1:4; 7:5-7).
Preek 563, 3 april 1864

