Lessen uit de doop van Christus

Een preek uitgesproken op zondagavond 4 maart 1866, door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington

Copyright © Het Spurgeon Archief | Portret C.H. Spurgeon

En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen. En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb! Matt. 3:16-17

Ik wil vanavond twee lessen behandelen. De eerste is van groot belang voor degenen die nog niet bekeerd zijn, de tweede is meer geschikt voor gelovigen in de Heere Jezus Christus.
I. Laten we zonder verder oponthoud meteen beginnen met de eerste les uit de tekst, die gaat over DE SAMENWERKING VAN DE DRIE-EENHEID IN HET WERK VAN ONZE VERLOSSING. Sommige mensen lijken ervan uit te gaan dat Jezus Christus de enige is die bij het heilswerk betrokken is, waarbij zij God de Vader en de Heilige Geest volledig buiten beschouwing laten, maar dit is een zeer onjuiste opvatting. Het is waar dat wij gered zijn door het kostbare bloed van Christus, maar het is evenzeer waar dat God de Vader en God de Heilige Geest hun deel hebben gehad in het grote werk van onze verlossing.

Om te voorkomen dat we in dezelfde dwaling vervallen als sommigen, gaf God ons aan het begin van Jezus’ openbare bediening een duidelijke aanwijzing. Jezus kwam niet alleen. Hij verrichtte het werk van onze redding samen met de andere Personen van de eeuwig gezegende Drie-eenheid. Probeer u het tafereel voor te stellen dat in onze tekst wordt beschreven. Daar staat Jezus Christus, die zojuist door Johannes in de Jordaan is gedoopt. Johannes getuigt dat Hij de Zoon van God is, omdat het teken uit de hemel, waarnaar hij moest uitkijken, is gegeven. Terwijl Jezus uit het water komt, daalt de Geest van God in zichtbare gedaante, in de vorm van een duif, op Hem neer en blijft op Hem rusten. Johannes zegt: ‘en Hij bleef op Hem’, wat betekent dat de Geest vanaf dat moment voortdurend bij Hem zou blijven.

Op hetzelfde moment dat de duif neerdaalde en op Christus neerstreek, klonk er een stem uit de hemel die zei: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!” Dat was de stem van God de Vader. Hij openbaarde Zich niet in een lichamelijke gedaante, maar sprak wonderlijke woorden die nog nooit door sterfelijke oren waren gehoord. De Vader maakte Zich niet zichtbaar voor het oog, zoals de Geest deed, maar hoorbaar voor het oor, en de woorden die Hij sprak, getuigden ondubbelzinnig dat Hij het Zelf was die getuigde van Zijn geliefde Zoon. De aanvang van Christus’ openbare bediening op aarde vormde dan ook de gelegenheid om de innige eenheid tussen God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest aan het volk te openbaren. En nu, zondaar, denk vanaf deze dag — als u dat nog nooit eerder hebt gedaan — met nederigheid, eerbied en liefde aan alle drie de Personen van de allerheiligste Drie-eenheid in hun goddelijke Eenheid.

Prijs de Zoon van God omdat Hij Mens werd om ons van het verderf te verlossen. Hij verliet Zijn heerlijkheid in de hemel en werd gelijk aan de mensen, opdat Hij in onze plaats zou lijden als het Lam van Gods Pascha. Op deze manier kunnen we onze toevlucht zoeken in Zijn vergoten bloed en ontsnappen aan het zwaard van Gods rechtvaardige toorn.

Bedenk dat Christus, toen Hij gedoopt werd, als het ware een beeld gaf van Zijn grote verlossingswerk. Hij zei tegen Johannes: “Op deze wijze past het ons alle gerechtigheid te vervullen.” Daarmee bedoelde Hij niet dat Zijn doop op zichzelf de gehele gerechtigheid volbracht, maar dat deze diende als beeld of symbool van haar vervulling. Wat gebeurde er met Christus toen Hij werd gedoopt? Ten eerste werd Hij beschouwd als Iemand die was gestorven, en om die reden werd Hij ondergedompeld in het water van de Jordaan. Met dit veelzeggende gebaar gaf Hij te kennen dat Hij was gekomen om gehoorzaam te zijn tot in de dood – ja, tot in de dood aan het kruis – en dat Hij te zijner tijd inderdaad zou sterven en werkelijk begraven zou worden, net zoals Hij nu onder de opkomende golven werd ondergedompeld in een symbolische begrafenis.

Echter, de doop bestaat niet alleen uit het onderdompelen van de persoon in het water; hij moet er ook weer uit worden opgeheven, anders zou hij verdrinken in plaats van gedoopt worden. Toen de Heiland uit het water opstond, gaf Hij daarmee uitdrukking aan Zijn eigen opstanding. Door Zijn doop sprak Hij in beeldende taal: “Ik zal sterven voor de zondaars, Ik zal opstaan voor de zondaars, en Ik zal terugkeren naar de hemel om voor de zondaars te pleiten. Mijn dood zal hun overtredingen uitwissen, en mijn opstanding zal hun rechtvaardiging vervullen.”

Kom dan, u die naar verlossing verlangt, en kijk in geloof naar de Verlosser die sterft aan het kruis van Golgotha. Zie Hem, neergelegd in het graf van Jozef; zie Hem, op de derde dag uit de dood opstaand, en na veertig dagen opstijgen ten hemel, waar Hij de gevangenschap gevangen neemt. Zijn dood, Zijn begrafenis, Zijn opstanding en Zijn hemelvaart – samen vormen zij de vervulling van alle gerechtigheid, en alleen door deze heilige daden kunt u worden gered. Het is niet uw eigen doop die redding schenkt, maar de doop van Christus voor u — de doop van bloed, toen Hij Zijn ziel uitstortte tot in de dood, opdat u voor eeuwig zoudt leven. Het is niet uw lijden, maar Zijn lijden dat verlossing brengt; niet uw wezen of doen is de bron van zegen, maar Zijn wezen en Zijn werk, waarop u geheel moet vertrouwen. Stel uw vertrouwen op Jezus Christus, en u zult de zaligheid in Hem vinden.

Richt nu uw ogen met nederige dankbaarheid op God de Heilige Geest. U herinnert zich hoe Jezus in de synagoge van Nazareth de woorden uit de Schrift op Zichzelf toepaste: “De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen wie gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.” Het was de Geest van God die kracht en vruchtbaarheid gaf aan het werk van Jezus Christus.

En als u, beste vriend, gered wilt worden, is het alléén de Heilige Geest die uw hart van steen kan wegnemen en u een vlesen hart kan geven. Denk met heilige eerbied aan dat machtige, mysterieuze Wezen dat werkt in het binnenste van de mens en zijn hart vormt naar Gods wil. Van nature bent u geestelijk dood — alleen de Geest van God kan u levend maken. Van nature bent u geestelijk blind — alleen de Geest van God kan u het ware zicht schenken. Zelfs het heilswerk van Christus aan het kruis heeft geen nut voor u, totdat de Heilige Geest de dingen van Christus neemt en ze aan uw hart openbaart. U moet naar Christus opzien, anders zal Hij u niet redden; u moet op Hem vertrouwen, anders wordt Zijn kostbaar bloed niet op u toegepast. Maar weet dit: u zult nooit naar Hem zien of op Hem vertrouwen, tenzij de Vader, die Hem gezonden heeft, u daartoe trekt door Zijn Geest, die krachtig en genadig in u werkt.

Als we over de Heilige Geest spreken en daarover nadenken, moeten we niet vergeten onze schoenen uit te doen, want de grond waarop we staan is heilige grond. U herinnert zich hoe ernstig Christus ons waarschuwde voor de gevolgen van zelfs maar één woord tegen de Heilige Geest: “En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, niet in deze eeuw, en ook niet in de komende.”

Wanneer wij de Naam van de Heilige Geest noemen, laten wij dat dan doen met eerbied en diep ontzag, en ons herinneren dat het de Geest is die levend maakt, de Geest die onderwijst, de Geest die heiligt, de Geest die bewaart, en de Geest die ons geschikt maakt om deel te krijgen aan de erfenis van de heiligen in het licht. Daarom zij aan de eeuwig gezegende Geest van God, en aan de geliefde Zoon van God, eer en glorie, lof en macht, tot in alle eeuwigheid.

Laten wij met dezelfde eerbied ook aan God de Vader denken. Wat zegt de Vader hier over Christus? Ten eerste noemt Hij Hem Zijn Zoon. Er is veel discussie geweest over hoe Christus tegelijk gelijk aan de Vader kan zijn, even eeuwig, en toch de Zoon van de Vader genoemd wordt. Dit is een groot mysterie waar wij, geliefde vrienden, beter niet te diep op ingaan. Gewoonlijk spreken wij over Christus als de Zoon van de Vader op grond van wat ‘eeuwige voortbrenging’ wordt genoemd. Daarin ligt een geheim dat het menselijk verstand niet kan omvatten of verklaren. Maar omdat de Vader Hem Zijn Zoon noemt, geloof ik zonder aarzeling dat Hij werkelijk is wat de Schrift Hem onafgebroken noemt: de Zoon van God.

In onze tekst zien we dat de Vader Christus niet alleen Zijn Zoon noemt, maar ook zegt: “Dit is Mijn geliefde Zoon.” Wat een ondoorgrondelijke liefde moet er bestaan in het hart van elke Persoon binnen de heilige Drie-eenheid voor de andere! Hoe volmaakt gezegend moeten zij elkaar aanschouwen in goddelijke welwillendheid en volmaakte tevredenheid! Er kan nooit enige verdeeldheid in hun belangen bestaan, want zij zijn één van hart, één in doel, één in wezen — zoals Jezus Zelf zei: “Ik en de Vader zijn één.”

Nu, zondaar, het punt waarop ik uw gedachten in het bijzonder wil richten, is dit: God noemt Christus niet alleen Zijn Zoon, niet slechts Zijn geliefde Zoon, maar zegt bovendien dat Hij welbehagen in Hem heeft. En dit raakt u, omdat — als u met Christus verenigd bent, één met Hem in geloof — God ook welbehagen in u heeft, omwille van Zijn geliefde Zoon. Maar kan een zondaar ooit God behagen? Niet door zichzelf, niet los van Christus. Toch geldt: allen die in Christus zijn, zijn “aanvaard in de Geliefde.” De Vader is zo volkomen tevreden met Hem, dat allen die Hij vertegenwoordigt, Hem eveneens behagen omwille van Hem.

“Maar,” vraagt iemand, “hoe kan ik in Christus zijn?” Beste vriend, als u tot de uitverkorenen van de Heere behoort, bent u in Christus naar Gods eeuwig plan. Toch moet u ook tot Christus komen door middel van een daadwerkelijke ervaring – en dat gebeurt door oprecht geloof in Hem. Vertrouwen op Jezus betekent in Jezus zijn. Vertrouwen op het verzoenende offer van Christus betekent één zijn met Christus, want geloof is de heilige band die de gelovige verbindt aan de Verlosser in wie hij gelooft. Wie werkelijk op Christus vertrouwt, wordt door God beschouwd als deel van het mystieke lichaam van Christus, en ontvangt genade omwille van Hem.

Zo ziet u: de Zoon lijdt voor u, de Geest past de verdienste van Zijn offer op u toe, en de Vader is u genadig omdat u vertrouwt op Zijn geliefde Zoon. Of, om dezelfde waarheid beeldend te zeggen: de Vader bereidt het grote evangeliefeest, de Zoon ís het feest zelf, en de Heilige Geest brengt niet alleen de uitnodigingen, maar verzamelt ook de gasten rond de tafel. Of, in een andere metafoor: God de Vader is de bron van genade, God de Zoon is het kanaal waardoor die genade stroomt, en God de Heilige Geest is de beker waaruit wij drinken van die levende beek.

O, dat ik u werkelijk Jezus Christus kon tonen, staande aan de oever van de Jordaan, op het moment dat Hij uit het water opstond nadat Hij door Johannes was gedoopt — en dat u de Geest van God zou zien neerdalen en op Hem rusten, en de stem van de Vader zou horen die spreekt: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in wie Ik Mijn welbehagen heb.” Als ik dat kon, hoefde ik slechts de woorden van Johannes toe te voegen: “Zie, het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt.” Want er is eeuwig leven voor allen die in oprecht geloof naar Hem opzien.

“Er is leven voor wie naar de gekruisigde ziet,
Er is leven op dit moment voor u;
Kijk dan, zondaar, kijk naar Hem en word gered,
Zie op Hem die aan het kruis genageld werd.”

II. Aan het begin van mijn preek heb ik u gezegd dat de tweede les, die ik vanavond met u wil overdenken, in het bijzonder bedoeld is voor hen die geloven in de Heere Jezus Christus. Toch zal ook deze leer nuttig blijken voor hen die Hem nog niet kennen, zoals ik eveneens hoop dat de eerste les tot zegen is geweest voor het volk van God, hoewel die in het bijzonder gericht was tot hen die zich nog niet openlijk aan de zijde van de Heere hebben geschaard.

Deze tweede les, waarover ik nu wil spreken, betreft DE NEERDALING VAN DE GEEST OP GELOVIGEN. Maar ik zou het niet hebben aangedurfd deze tekst te behandelen, zonder eerst uw aandacht te hebben gevestigd op de eerste les waarover ik zojuist heb gesproken.

Ik wil dat u helder begrijpt dat, zoals de Heilige Geest op Christus rustte, Hij ook rust op allen die in Christus zijn. Sterker nog: toen de Geest op Christus neerdaalde, rustte Hij tegelijk op de gehele Kerk die in Christus werd vertegenwoordigd. U herinnert zich wellicht de woorden van David, dat de eenheid van broeders “is als de kostelijke olie op het hoofd, die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron, die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed.” Zo is ook de zalving die Christus van de Heilige Geest ontving, neergedaald tot de allerlaagsten, de geringsten en de laatsten onder de leden van de Kerk, waarvan Hij het Hoofd is.

Toen de Heilige Geest als een duif uit de hemel neerdaalde en op Christus rustte, was deze neerdaling bedoeld om ons meerdere lessen te leren — lessen die wij nu samen zullen overdenken. Beschouw allereerst de snelheid van die neerdaling. De hemelen werden geopend; er was geen enkele aarzeling, geen vertraging, maar snel als een bliksemflits daalde de Geest neer en rustte op Christus.

Geliefde broeders en zusters in Christus, voelt u zich vanavond terneergeslagen of bedrukt van hart? Weet dan: er is geen enkele reden waarom uw ziel niet in een ogenblik in een hemelse gemoedstoestand zou kunnen zijn, want de Geest van God kan in één moment als een duif op u neerdalen, en u zult onmiddellijk uit uw somberheid en ontmoediging worden opgeheven. De Geest behoeft geen tijd om te werken. De bewegingen van het stoffelijke zijn traag; materie kan zich slechts met beperkte snelheid voortbewegen en wordt voortdurend door obstakels tegengehouden. Maar de beweging van de geest is van een geheel andere orde — zij is onvoorstelbaar snel. Uw gedachten kunnen in een ogenblik naar Amerika vliegen en terugkeren, sneller dan woorden kunnen volgen. In een enkele flits kan uw geest opstijgen tot de sterren, miljoenen en miljoenen kilometers ver, en weer terugkeren zonder het minste oponthoud.

Het wezen van de Heilige Geest is van de hoogste orde, want Hij is goddelijk; daarom zijn Zijn bewegingen sneller dan het licht — ja, onvergelijkbaar sneller. Hij daalde neer als een duif om juist de snelheid van Zijn vlucht te tonen. U herinnert zich wellicht die uitdrukking uit het Hooglied: “Eer ik het wist maakte mij mijn ziel gelijk de wagenen van Amminadib.” Zo is het ook wanneer de Geest tot ons komt: de ziel wordt als het ware voortgestuwd in een snel rijdende wagen, opgeheven door een kracht die haar eigen macht ver te boven gaat.

De Heilige Geest heeft geen uren of dagen nodig om een ziel te bekeren. De levensvonk die een dode ziel doet herleven, wordt in één enkel ogenblik ontstoken. Onmiddellijke bekering is niet de uitzondering, maar de regel. Geen enkele bekering kan plaatsvinden die niet op een bepaald moment onmiddellijk is. De groei daarna — het ontvouwen van het werk van de genade in hart en leven — verloopt wel geleidelijk, maar er is een exact moment waarop de ziel overgaat van dood naar leven, van slavernij naar vrijheid, van zonde naar gerechtigheid.

En, geliefde broeders en zusters, zoals ik u al eerder heb gezegd: in een enkel ogenblik kan uw hart, dat misschien nu traag en mat is, worden opgetild naar een toestand van heilige vrede en vreugde. Laat dan dit gebed uit uw ziel opstijgen:

“Kom, Heilige Geest, hemelse Duif,
met al Uw levendmakende krachten;
kom, verspreid de liefde van de Verlosser,
opdat zij ook in ons ontvlamme.”

Er is geen enkele reden waarom Hij uw gebed niet zou verhoren, zelfs nog voordat u uw smeekbede hebt uitgesproken. De figuur van de duif drukt niet alleen snelheid uit, maar ook zachtmoedigheid. Meestal gaat snelheid gepaard met geluid; haast roept het beeld op van rumoer en beweging. Maar dat is niet zo bij de Geest van God. Hij daalde neer met stille vleugels en rustte op Christus toen Hij opsteeg uit het water van de Jordaan.

Als er had gestaan dat de Geest neerdaalde als een arend, dan zouden wij hebben gedacht aan het ruisen van machtige vleugels in de lucht. Maar de vlucht van een duif is stil en teder. Zo daalt ook de Geest van God neer — stil, onopgemerkt, zacht maar krachtig. Geliefden, de Geest van God kan op ditzelfde moment neerdalen op sommigen van ons die hier samen zijn, zonder dat iemand het merkt, behalve hij of zij op wie Hij rust, zoals Hij die dag rustte op Christus.

Uw buurman zal wellicht niet beseffen wat er in u gebeurt. Er hoeft geen geschreeuw te zijn, geen opwinding of theatrale beweging, zoals bij bepaalde opwekkingen waarvan men soms hoort. Nee, de gezegende Geest werkt vaak onzichtbaar, net zoals de wind waait waarheen hij wil. Soms waait Hij zo zacht dat we nauwelijks het geruis van de bries op onze wangen voelen. Moge het zo zijn dat velen van u, in deze plechtige stilte van de ziel, de neerdaling van de Heilige Geest mogen ervaren als die van een duif — even snel als zacht, even teder als krachtig.

Bovendien handelt de Geest, waar Hij komt, altijd in overeenstemming met Zijn eigen heilige natuur. Hij komt als een duif, en Hij werkt op duifachtige wijze. En wanneer Hij genadig in u werkt, zult ook u eigenschappen ontvangen die met die heilige symboliek overeenstemmen. Wat zijn dat? Allereerst denken wij bij een duif aan zuiverheid. U herinnert zich dat de bruid in het Hooglied over haar Geliefde zegt: “ Zijn ogen zijn als duiven bij waterstromen.” En de Bruidegom zegt tot Zijn bruid: “Zie, u bent mooi, Mijn vriendin, zie, u bent mooi. Uw ogen zijn als duiven” — dat wil zeggen: ogen van zuiverheid, heldere, stralende ogen die niet rusten op wat onrein is.

De duif is geen aaseter. U herinnert zich ongetwijfeld dat zij de enige vogel was die onder het oude verbond aan God als offer gebracht mocht worden. Misschien zegt iemand: “Maar er stond in de wet geschreven: een paar tortelduiven of twee jonge duiven!” Dat is waar, maar bedenk dat de duif slechts één lid is van de grote duivenfamilie. Alleen onder deze vogels, van alle gevleugelde schepselen, werd één gevonden die rein genoeg was om aan God geofferd te worden. De keuze van een duif als symbool van de Heilige Geest is dus uiterst veelzeggend, want waar Hij komt, brengt Hij reinheid voort. Als iemand leeft in onreinheid, haat en slechtheid, en toch beweert dat de Heilige Geest in hem woont, spreekt hij leugen, want de Geest maakt ons allereerst zuiver, en vervolgens vredelievend. Beste toehoorder, tenzij u de liefde voor het kwade hebt afgelegd en met Gods hulp oprecht verlangt om te wandelen zoals het evangelie van Christus voorschrijft, kunt u niet zeggen dat u de duifachtige invloed van de Heilige Geest hebt ervaren.

In mijn jonge jaren op het platteland hoorde ik eens iets dat mij diep schokte. Een flink aangeschoten man klom op een tafel in een herberg en riep: “Ik kan iets zeggen wat niemand van jullie kan zeggen — ik ben een van Gods uitverkorenen!” Iedereen die hem kende, huiverde bij die godslasterlijke woorden. Want als de genade van God een mens niet heilig maakt, wat is zij dan waard? Beste vriend, als u vastbesloten bent verloren te gaan, laat de religie dan liever geheel aan u voorbijgaan — maar veins niet dat u een kind van God bent terwijl u in zonde leeft. Zich een erfgenaam van de hemel noemen en tegelijk leven als een erfgenaam van de hel, is een gruwelijke huichelarij. God geve dat niemand van u in zo’n staat vervalt. Waar de Geest van God woont, daar is ongetwijfeld zuiverheid.

En waar zuiverheid is, daar volgt vrede. De duif met het olijftakje in haar bek was het teken van vrede voor Noach en allen die met hem in de ark waren, en sindsdien is de duif het oude, blijvende symbool van vrede gebleven. Als de Geest van God, als een duif, in u woont, mijn vriend, zult u vrede hebben — vrede in uw geweten, vrede met uw medemensen, en vooral vrede met God. Zoals Paulus schrijft aan de Filippenzen: “De vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.”

Weet dit: die onrustige gedachten, die knagende zorgen en innerlijke angsten komen niet van de Heilige Geest. Waar de Geest van God woont, daar heerst vrede. Als de duif van de hemel zich in het hart van een gelovige nestelt, vervult Hij die oude belofte: “U zult hem in volmaakte vrede bewaren, wiens gedachten op U zijn gericht, omdat hij op U vertrouwt” Jes. 26:3. (Eng. vert. KJV)” Moge u, door de komst van de Heilige Geest, deze volmaakte vrede ervaren en genieten!

De duif staat vervolgens symbool voor zachtmoedigheid. Niemand verwacht dat duiven vechten zoals gieren of raven dat doen. Het kan zijn dat duiven elkaar soms even in de weg zitten, maar over het algemeen is hun karakter zacht, vriendelijk en vredelievend — en juist dat maakt hen onschadelijk en beminnelijk.

Zo zouden ook christenen de meest zachtaardige mensen op aarde moeten zijn. We moeten bereid zijn, als iemand ons op de ene wang slaat, om hem ook de andere toe te keren. Toch zijn er, helaas, belijdende christenen die in woede ontsteken zodra iemand iets onaangenaams tegen hen zegt. Maar dat komt niet voort uit hun christendom. En het is een zwak excuus wanneer men zegt: “Dat is mijn zwakheid.” Het kan dan uw zwakheid zijn, maar het is niet de zwakheid van Christus. “O,” zegt iemand, “als je op een worm trapt, zal hij zich omdraaien.” Ja, dat arme kleine dier draait zich om in zijn pijn, maar is een worm werkelijk het voorbeeld dat u wilt volgen? Zou het niet beter zijn om de Heilige Geest te vragen u de genade te schenken om de Here Jezus Christus tot uw voorbeeld te nemen?

U hebt ongetwijfeld gehoord van de christen die zijn onvriendelijke buurman met vriendelijkheid doodde. Toen zijn ossen per ongeluk in het veld van zijn buurman terechtkwamen, sloot de boze man ze op en zei dat hij ze de volgende keer op dezelfde manier zou behandelen. Enige tijd later drongen de ossen van diezelfde buurman op hun beurt het veld van de christen binnen. Wat deed hij? Hij gaf hen te eten, liet weten dat ze welkom waren, en voegde eraan toe dat hij ze altijd zo zou behandelen. Zo, geliefden, moeten ook wij proberen te handelen tegenover wie ons kwaad doet. Door “vurige kolen op hun hoofd te hopen” — door liefde te tonen waar men ons haat — kunnen we misschien ooit hun hart tot tederheid bewegen.

Toch vrees ik dat niet alle belijdende christenen zo zachtmoedig zijn als zij zouden moeten zijn, hoewel zachtmoedigheid toch een van de duidelijkste kenmerken is van ware christelijkheid. Ik ben geen quaker, maar ik moet zeggen dat de Society of Friends op dit punt de kerk een goed voorbeeld heeft nagelaten. Hoe wenselijk zou het zijn als de geest van zachtmoedigheid en geweldloosheid onder christenen algemener werd dan nu vaak het geval is. Deze gezindheid is geheel in overeenstemming met de leer en het voorbeeld van onze Heere Jezus Christus, “Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt.” Die woorden van de apostel Petrus volgen onmiddellijk op zijn getuigenis dat “Omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen.”

Waar de duifachtige Geest woont, daar zal ook zachtmoedigheid wonen — een geest die in harmonie is met Zijn eigen aard. En hoe verblijdend is het om die verandering te zien bij bekeerlingen die zich bij de gemeente aansluiten. Wanneer ik hoor van een man die vóór zijn bekering woedend en driftig was, een verschrikking voor zijn gezin, maar die nu, zelfs onder zware belediging, zwijgt en zich terugtrekt in kalmte — dan weet ik: de genade van God leeft in zijn hart.

Als wat u “genade” noemt uw humeur en trots niet heeft veranderd, dan is het geen ware genade. De echte genade van God verandert een mens — en een van de zekerste bewijzen dat de Geest van God in iemand woont, is dat Hij hem zachtmoedig maakt, “vriendelijk jegens allen.”

Een duif is ook een van de meest vredelievende schepselen van God, en zo behoort ook een christen te zijn: iemand die nooit opzettelijk pijn doet of schade berokkent. Onze Heere Jezus Christus was gewillig om Zelf te lijden, maar Hij liet anderen niet lijden, en Hij wil niet dat Zijn volgelingen de waarheid van het evangelie verkondigen met een bittere geest. Wanneer u te maken hebt met een ongelovige, laat hem dan zien dat, hoezeer u zijn overtuigingen ook afkeurt, uw verlangen is om hem te winnen — niet door hardheid, maar door liefde. Het is hoogst twijfelachtig of iemand ooit door dreiging of intimidatie tot het geloof is gebracht. Zeker is dit: er worden meer vliegen gevangen met honing dan met azijn, en er worden meer zondaars voor Christus gewonnen door vriendelijkheid dan door onvriendelijkheid.

Laat niemand ooit met recht over u kunnen zeggen: “Daar gaat een volgeling van Jezus Christus die mij kwaad heeft gedaan.” Laat men eerder zeggen: “Daar is iemand die ik onrecht heb aangedaan, maar hij heeft het geduldig verdragen en niets tegen mij gezegd — omdat hij een christen is.” U weet ook dat de duif in de Schrift een symbool van liefde is. Wie de tortelduif ooit haar partner heeft zien verliezen, weet hoe zij treurig neerzit, klagend en rouwend, totdat zij weer gezelschap vindt. “De stem der tortelduif wordt gehoord in ons land,” zo zegt de Schrift — het teken van de lente, het seizoen van liefde en vreugde. Zo zal het ook zijn wanneer de duifachtige Geest in uw hart woont: uw ziel zal vervuld zijn van liefde tot Jezus. Maar als u Zijn aanwezigheid mist, zult u treuren als de rouwende duif en met verdrietige ziel zingen:

“ Ik kan Uw afwezigheid niet verdragen, Heer;
 zonder Uw glimlach kan ik niet leven.”

Als ik mij niet kan verheugen in Christus, dan rest mij niets beters dan te wenen over het gemis van de zoete gemeenschap met Hem.  En als ik mijn rust niet in Christus kan vinden, dan is het goed dat ik ook nergens anders rust kan vinden. Ach, ziel! Wanneer de Geest van God in u woont, zult u smachten, zuchten en wenen, totdat Christus u weer nabij en dierbaar is. Maar wanneer Hij eenmaal dichtbij is — wanneer Hij uw hart met Zijn liefde vult — dan wordt uw ziel als een vat dat tot de rand gevuld is, maar toch onder de stromende beek blijft staan: u zult overstromen van liefde en dankbaarheid voor uw dierbare Heere, die zulke grote dingen voor u heeft gedaan.

De tijd vliegt, dus laat mij besluiten met nog één overdenking. U herinnert zich dat er bij de schepping van de wereld geschreven staat: “De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.” Alles verkeerde toen in chaos en verwarring; er was geen leven, geen schoonheid en geen orde. Maar toen de Geest van God Zijn machtige vleugels over de diepte uitspreidde, als een vogel die broedt op zijn nest, duurde het niet lang of de stem van God werd gehoord — en de wanorde week voor orde, de duisternis maakte plaats voor licht, en de dood voor leven.

Diezelfde Heilige Geest komt ook in ons hart om een gelijke verandering te bewerken. Hij vindt onze ziel in een staat van chaos: vormloos, leeg en donker. Maar wanneer Hij Zijn duifachtige vleugels vol genade over ons uitspreidt, beginnen er spoedig leven, licht en orde te ontstaan. Dan zien wij wat wij nooit eerder zagen: wij plaatsen God op Zijn juiste plaats — en erkennen hoe groot Hij is; wij plaatsen onszelf op onze juiste plaats — en beseffen hoe klein wij werkelijk zijn. Wij zien de wet in haar volle kracht — en voelen de strengheid ervan; wij zien de zonde in haar ware gedaante — en huiveren voor haar verschrikkelijke macht.

Wanneer de Geest van God op ons neerdaalt, is een van de eerste tekenen van het nieuwe leven dat in onze ziel verschijnt de berouwvolle kreet: “God, wees mij, zondaar, genadig.” De ogen die zich met tranen vullen, de zuchten van een gebroken hart — dat alles is het werk van de Heilige Geest, die broedt over de verwarde wateren van onze gevallen natuur. En wanneer u uiteindelijk met oprechte vrede kunt zeggen:

“Ik leg mijn ziel ten ruste bij Jezus,
mijn vermoeide ziel;
Dan omhelst mij Zijn rechterhand,
Terwijl ik op Zijn boezem leun.”

Dit is eveneens het gevolg van het rusten van de Geest op u. Hij heeft u levend gemaakt, Hij heeft u nieuw leven gegeven, want alleen een levende ziel kan waarachtig zeggen: “Ik geloof in Jezus.” Dat is het zekere teken van een nieuwe schepping — het onmiskenbare kenmerk dat Christus in u woont en door de krachtige werking van Zijn eeuwig gezegende Geest alle dingen nieuw heeft gemaakt. Aan allen die zich hier bevinden en zich nog nooit bewust zijn geweest van de duifachtige, levenwekkende kracht van de Heilige Geest, beveel ik het gebed aan dat Charles Wesley schreef:

“Spreid Uw vleugels, o hemelse Duif,
zweef over de nacht van onze gevallen natuur;
beweeg U over onze vertwijfelde geesten,
opdat het licht moge schijnen in ons hart.”

En luister dan ook naar de woorden van dr. Isaac Watts — een gebed waarin alle ware gelovigen van harte kunnen instemmen:

“Daal neder uit den hemel, onsterfelijke Duif,
Buig U neder en neem ons op Uw vleugelen;
Stijg op en voer ons ver omhoog,
Hooger dan ’t bereik van aardse dingen!

Voorbij, voorbij deze lagere hemel,
Opwaarts, waar eeuwige tijden verglijden;
Waar vaste vreugden nooit vergaan,
En onsterfelijke vruchten de ziel voeden.

O, één blik, één zalig aanschijn,
Op den troon van onzen almachtigen Vader!
Daar zit onze Verlosser, gekroond met licht,
Bekleed met een lichaam als het onze.

Wanneer, o Heer, zal die dag komen,
Dat ik mij aldaar zal mogen bevinden?
Om U te aanschouwen, U te loven en te beminnen,
In eeuwige aanbidding aan Uw troon?”

Moge de Heere u allen rijkelijk zegenen — omwille van Jezus Christus, onze Heere en Verlosser. Amen.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content