“Ja, het zal geschieden, dat alle levende ziel, die er wemelt, overal, waarhenen een der twee beken zal komen, leven zal …”—Ezechiël 47:9
De levende wateren in het visioen van de profeet stroomden de Dode Zee in en brachten leven mee, zelfs in dat stilstaande meer. Waar de genade komt, is geestelijk leven het onmiddellijke en blijvende gevolg. De genade gaat soeverein haar weg naar de wil van God, zoals een rivier in al haar bochten haar eigen koers volgt; en waar ze komt, wacht ze niet tot het leven naar haar toe komt, maar schept ze leven door haar eigen levendmakende stroom. Och, dat ze door onze straten zou stromen en onze achterbuurten zou overspoelen! Och, dat ze nu in mijn huis zou komen en zou stijgen totdat elke kamer ervan overstroomde! Heere, laat het levende water naar mijn gezin en mijn vrienden stromen, en laat het mij niet voorbijgaan. Ik hoop dat ik er al van gedronken heb; maar ik verlang ernaar erin te baden, ja, erin te zwemmen. O mijn Zaligmaker, ik heb overvloediger leven nodig. Kom tot mij, bid ik U, totdat elk deel van mijn wezen vol levenskracht en intens werkzaam is. Levende God, ik bid U, vervul mij met Uw eigen leven.
Ik ben een arme, droge stok; kom en doe mij zo leven dat ik, als de staf van Aäron, knoppen en bloesems krijg en vrucht draag tot Uw eer. Maak mij levend, omwille van mijn Heere Jezus. Amen.

