“En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld.”—Mattheüs 11:12
Lees verder: Genesis 32:22-32.
Regelmatig zijn er mensen die klagen of hun verbazing uiten omdat ze nooit hebben gemerkt dat er een zegen rustte op iets wat ze in de dienst van God probeerden te doen. “Ik ben jarenlang zondagsschoolleraar geweest,” zegt iemand, “en ik heb nooit gezien dat één van mijn jongens of meisjes tot bekering kwam.” Nee, en de reden is waarschijnlijk dat u nooit geweld hebt gebruikt. U bent nooit zo door de Heilige Geest meegesleept dat u dacht: “Ze moeten en zullen bekeerd worden, en ik laat geen steen op de andere totdat ze het zijn.” U bent nooit door de Geest tot zo’n hartstocht gebracht dat u zei: “Ik kan niet leven tenzij God mij zegent. Ik kan niet bestaan zonder dat enkelen van deze kinderen gered worden.” En als u dan op uw knieën was gevallen en in het gebed had geworsteld, en als u vervolgens met dezelfde intensiteit uw vertrouwen op de hemel had gericht, dan zou u nooit teleurgesteld zijn geweest, want “de geweldigers nemen hetzelve met geweld”. En ook u, mijn broeder in het evangelie, hebt zich verbaasd en afgevraagd waarom u geen zielen wedergeboren hebt zien worden. Verwachtte u dit ooit? Wel, u preekt als iemand die niet gelooft wat hij zegt. Mensen die in Christus geloven, zeggen misschien welwillend: “Onze predikant is een heel goed man,” maar de zorgeloze jonge mensen die uw bediening bijwonen zeggen: “Denkt die man dat hij mij laat geloven wat hij alleen maar als een droog verhaal brengt, en dat hij mij kan overtuigen als ik zie dat hij de dienst zo saai en eentonig leidt, alsof het dode routine is?” O broeders, wat we vandaag in de kerken nodig hebben, is geweld. Geen geweld tegen elkaar, maar geweld tegen de dood en de hel, tegen de hardheid van het hart van andere mensen en tegen de slaperigheid van ons eigen hart.
Ter overdenking
Bent u werkelijk ernstig voor God, of bent u alleen maar plichtmatig bezig? Het kan zoveel verschil uitmaken (2 Koningen 4:31; Markus 9:28-29).
Preek 252

