“…die wil, neme het water des levens om niet.”—Openbaring 22:17
Lees verder: 2 Timotheüs 2:8-19.
Sommige broeders vergeten bepaalde waarheden, terwijl ze met andere waarheden juist veel te ver gaan. We hebben allemaal één blind oog. We doen vaak zoals Nelson in de strijd: we houden onze telescoop voor dat blinde oog en beweren dan dat we niets zien. Ik hoorde van een man die de Bijbel vierendertig keer had doorgelezen, maar er geen woord over de verkiezing in kon vinden — hij hield de telescoop voor zijn blinde oog. Velen van ons doen dat. We willen de waarheid niet zien en zeggen daarom dat we haar niet kunnen zien. Aan de andere kant zijn er mensen die te ver gaan met een waarheid. “Dit is goed, dit is kostbaar,” zeggen ze, en dan denken ze dat het overal goed voor is, alsof het de enige waarheid in de wereld is. Dingen worden vaak bedorven door te veel lof. Een goed medicijn dat een grote zegen was bij een bepaalde ziekte, wordt door een arts volkomen verworpen omdat een kwakzalver het als wondermiddel heeft aangeprezen. Zo raakt een overdreven leer snel in diskrediet. De waarheid lijdt dus aan alle kanten. Aan de ene kant zien sommige broeders niet de hele waarheid, en aan de andere kant maken ze wat ze wel zien groter dan het is. U kent die bolle spiegels wel, die men soms in een tuin ophangt. U loopt erlangs en ziet uw hoofd tien keer groter dan uw lichaam. Of als u anders gaat staan, worden uw voeten monsterlijk groot terwijl de rest van uw lichaam klein is. Dit is leuk speelgoed, maar het spijt me te moeten zeggen dat veel mensen zo met Gods waarheid omgaan. Ze vergroten een prachtige waarheid tot ze monsterlijk groot is, terwijl ze een andere waarheid verkleinen en er zo weinig over spreken dat ze uiteindelijk helemaal verdwenen is.
Ter overdenking
Zijn er bijbelse waarheden die u voortrekt? Zijn er waarheden die u graag haat? De balans in de waarheid hangt af van ons geloof in “Al de Schrift” (2 Timotheüs 3:16) en van het aanvaarden van “al den raad Gods” (Handelingen 20:27), zonder er alleen de waarheden uit te kiezen die we leuk vinden.
Preek 442, 30 maart 1862

