“Want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden, noch de verwachting der ellendigen in eeuwigheid verloren zijn.”—Psalm 9:19
Armoede is een zwaar erfdeel; maar zij die op de Heere vertrouwen, worden door het geloof rijk gemaakt. Zij weten dat God hen niet vergeten is, en al lijkt het alsof zij over het hoofd worden gezien als Hij Zijn goede gaven verdeelt, zij zien uit naar een tijd waarin dit alles rechtgezet wordt. Lazarus zal niet altijd tussen de honden bij de poort van de rijke man liggen, maar zal zijn vergoeding ontvangen in de schoot van Abraham. Zelfs nu denkt de Heere aan Zijn arme maar kostbare kinderen. “Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de HEERE denkt aan mij”, zei iemand van lang geleden, en zo is het ook. De godvrezende armen hebben grote verwachtingen. Ze verwachten dat de Heere hun alles geeft wat ze nodig hebben voor dit leven en voor het leven met God; ze verwachten te zien dat alles hun ten goede meewerkt; ze verwachten des te nauwere gemeenschap met hun Heere, Die niets had waar Hij Zijn hoofd kon neerleggen; ze verwachten Zijn wederkomst en de heerlijkheid daarvan te delen. Deze verwachting kan niet verloren gaan, want ze ligt weggelegd in Christus Jezus, Die leeft in eeuwigheid, en omdat Hij leeft, zal zij ook leven. De arme heilige zingt menig lied dat de rijke zondaar niet kan begrijpen. Laten we daarom, als we hier beneden weinig te eten hebben, denken aan de koninklijke tafel boven.

