Een preek van C. H. Spurgeon, uitgesproken in de Metropolitan Tabernacle te Newington.

Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen. 1 Samuël 15:22
Saul had de opdracht gekregen om alle Amalekieten en hun vee volledig te verdelgen. In plaats daarvan spaarde hij de koning en liet hij zijn volk het beste van de runderen en van de schapen nemen. Toen hij daarover ter verantwoording werd geroepen, verklaarde hij dat hij het had gedaan om God een offer te brengen. Maar Samuël weerlegde hem meteen met de verzekering dat zulke offers geen excuus waren voor een daad van regelrechte opstand. Daarbij sprak hij de zin uit die het verdient om in gouden letters te worden gedrukt en voor de ogen van de huidige generatie te worden opgehangen: “Gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.”
Ik denk dat er in dit vers, en daar wil ik vooral bij stilstaan, allereerst een stem klinkt tot belijdende christenen en daarna tot onbekeerden.
I. Eerst wil ik mij richten tot u, mijn broeders en zusters in Christus Jezus, die een belijdenis van uw geloof in Hem hebt afgelegd. Laat het altijd in uw herinnering blijven dat gehoorzamen, dat wil zeggen strikt op het pad van de geboden van uw Heiland blijven, beter is dan welke uiterlijke vorm van godsdienst ook. Het is beter om met een opmerkzaam oor naar Zijn voorschriften te luisteren dan het vet van rammen te brengen, of wat u ook maar op Zijn altaar zou willen leggen.
Waarschijnlijk zijn er vanavond sommigen van u die een plicht verwaarlozen die zij heel goed kennen. Het is niets nieuws dat christenen hun plicht kennen, dat hun geweten erover verlicht is, en dat zij die toch verwaarlozen. Als u ook maar het minste van Christus’ geboden aan Zijn discipelen nalaat, dan bid ik u, broeders, wees niet langer ongehoorzaam. Ik weet bijvoorbeeld dat sommigen van u inzien dat het als gelovigen uw plicht is om gedoopt te worden. Als u niet zou denken dat het uw plicht is, zou ik deze tekst niet op u toepassen. Maar als u voelt dat het juist is en u doet het niet, dan zeg ik u dat alles wat u aanvoert om uw aanhankelijkheid aan uw Meester te tonen, en alle andere goede werken die u doet, niets zijn vergeleken met het verwaarlozen hiervan. “Gehoorzamen”, ook in het geringste en kleinste, “is beter dan slachtoffer.” En nauwlettend luisteren naar de geboden van de Heere is beter dan het vette der rammen.
Misschien zijn er sommigen van u die, hoewel zij belijdende christenen zijn, hun geld verdienen met een kwalijk beroep. Uw geweten heeft al vaak gezegd: “Houd daarmee op.” U bevindt zich niet in de positie waarin een christen behoort te zijn. Maar u hoopt dat u er nog wat geld mee kunt verdienen, en dan stopt u ermee en doet u er heel veel goeds mee. Helaas, God geeft niets om dat rammenvet van u! Hij vraagt helemaal niet om de offers die u van plan bent te brengen. “Gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.”
Misschien behoort u tot een christelijke gemeente waarin u veel ziet wat verkeerd is, en weet u dat u dat niet zou mogen dulden. Toch doet u dat. U zegt: “Ik heb hier een nuttige plaats, en als ik wegga, zal ik niet zo nuttig zijn als nu.” Mijn broeder, uw nuttigheid is niet meer dan het vette der rammen, en gehoorzamen is beter dan dat alles. De juiste weg voor een christen is te doen wat zijn Meester hem gebiedt en alle gevolgen aan de Almachtige over te laten. Met uw eigen nuttigheid hebt u verder niets te maken; u moet alleen de geboden van uw Meester bewaren, ondanks alle gevaren en risico’s. Ik raad u aan de geboden van de Koning te bewaren, en: “Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat.”
Ga met Maria aan Zijn voeten zitten en leer van Hem! En als u weer opstaat uit die eerbiedige houding, laat het dan zijn met het gebed:
Help mij te lopen op de weg van Uw geboden,
want het is een heerlijke weg.
Laat mijn hoofd, mijn hart en mijn handen
nooit zondigen tegen mijn God.
Vrij vertaald; om de betekenis te bewaren is het rijm losgelaten.
Het kan ook zijn, beste broeder, dat u zich toestaat een slechte gewoonte te houden, en dat u die goedpraat met de gedachte: “Ik ben toch altijd bij het gebedsuur, ik ben steeds aan het avondmaal, en ik geef zoveel van mijn bezit aan het werk van de Heere.” Ik ben blij dat u dat doet, maar o, ik bid u, geef die zonde op! Ik bid u, sla haar in stukken en werp haar weg, want als u dat niet doet, zal al uw vertoon van offervaardigheid niets dan een gruwel zijn! Het eerste wat God van u als Zijn geliefde vraagt, is gehoorzaamheid. Al zou u spreken met de tongen van mensen en van engelen, al zou u uw lichaam overgeven om verbrand te worden en al uw goederen uitdelen aan de armen, als u niet naar uw Heere luistert en Zijn wil niet gehoorzaamt, zal al het andere u niets baten.
Het is gezegend om leerzaam te zijn als een klein kind en gewillig om door God onderwezen te worden. Maar het is nog veel gezegender als iemand die onderwezen is, meteen gaat doen wat de Meester hem in het oor heeft gefluisterd. Hoeveel uitstekende christenen zijn er niet die een mooie kudde schapen offeren om het altaar van onze God te voorzien, maar die toch tekortschieten omdat zij het Woord van de Heere niet gehoorzamen? Kijk eens naar de lijst van de gevers van ons zendingsgenootschap en vraag uzelf af: Helpen al deze mensen het Evangelie te verbreiden door gehoorzaam te zijn aan het voorschrift: “Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen”? In de gift van geld ziet u het offer, maar veel beter is het om gehoorzaam te zijn. Beide moeten samengaan. Maar van die twee is de daad van gehoorzaamheid beter dan het geven. Noachs offer verspreidde een liefelijke reuk voor God, maar in Gods ogen was de gehoorzaamheid waarmee hij de ark bouwde en er met zijn gezin binnenging veel kostbaarder.
Daarom staat zijn naam ook geschreven tussen de helden van het geloof en is hij tot ons gekomen als een naam van eer en roem.
Bovendien, broeders, is gehoorzamen beter dan offeren als het gaat om de zorg voor zieken en behoeftigen uit alle klassen. Wij zijn blij met de vele ziekenhuizen die onze steden sieren. Het zijn vorstelijke gedenktekens van de kracht van onze heilige godsdienst. Wij wijzen er met vreugde op als rijpe vruchten van het christendom, dat er is tot genezing van de volken. Dat geldt vooral voor de geestelijke kant, maar ook voor de lichamelijke kant van de zieke en ellendige toestand van de mens. Er zijn in onze taal geen edeler woorden dan die op zoveel muren staan: “Onderhouden door vrijwillige bijdragen.” Daar zijn wij trots op! De monumenten van Rome, de trofeeën van Griekenland, de machtige graftombes van Egypte en de enorme zuilen van Assyrië verschrompelen tot armzalige uitingen van menselijke trots en ijdelheid tegenover de verheven majesteit van deze uitingen van een door God gegeven liefde voor onze medemens! Toch worden al deze huizen van barmhartigheid en genezing, hoewel ze een zegen zijn voor wie in nood is, een kwaad voor onszelf als we alleen van ons vermogen bijdragen aan hun onderhoud, maar nalaten om persoonlijk de wezen en weduwen in hun verdrukking te bezoeken, de hongerigen te voeden en de zieken te verzorgen, en niet zoals de Meester rondgaan om goed te doen.
Geef, zoals God u gegeven heeft, maar bedenk dat God niet alleen geeft, maar ook handelt. “Ga heen, en doe gij desgelijks.” Offer, maar wees ook gehoorzaam! Een beker koud water, gegeven aan een discipel in de naam van een discipel en in gehoorzaamheid aan de Heere, is een gouden daad, die door onze hemelse Meester boven alle prijs wordt gewaardeerd. In Zijn ogen is die kostbaarder dan zilver, ja, dan veel fijn goud.
Ik leg dit met grote ernst voor aan de leden van deze gemeente, en eigenlijk aan u allen die hoopt dat u volgelingen van Christus bent. Is er iets wat u verwaarloost? Is er een zonde die u zichzelf toestaat? Is er een stem van het geweten waarvoor u uw oren hebt gesloten? Is er een Schriftplaats die u niet onder ogen durft te komen, omdat u leeft in het verwaarlozen ervan? Laat dan de stem van Samuël tot u komen en u aansporen om meer genade te zoeken, want “gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.”
II. Maar vanavond gaat het mij vooral om de onbekeerden. Moge de Meester ons genade geven om liefdevol, getrouw en ernstig met hen om te gaan!
Mijn toehoorder, allereerst heeft God u in de bedeling van het Evangelie een gebod gegeven. Het is een gebod waarin, als u het gehoorzaamt, het eeuwige leven ligt, en waarvan het verwaarlozen uw eeuwige ondergang zal en moet zijn. Dat gebod luidt: “Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.” Het Evangelie komt niet tot u zoals de wet, die zegt: “Doe dat, en gij zult leven.” Het spreekt in de taal van de profeet Jesaja en zegt: “Hoort aandachtiglijk naar Mij”; “hoort, en uw ziel zal leven.” Het zegt u dat een ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, uit God geboren is. En het beveelt de herauten van het kruis uit te gaan en te roepen: “Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.” Om het met de beeldende woorden van de geliefde apostel Johannes te zeggen: “Dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus.” Geloven is vertrouwen, vertrouwen met uw hele hart. Wie met zijn hele hart op de Heere Jezus Christus vertrouwt, heeft de belofte van het eeuwige leven. Ja, als die daad oprecht is, is zij de vrucht van het eeuwige leven dat al geschonken is!
God, de Rechtvaardige, moet de zonde straffen. Daarom moet Hij u straffen. Maar Jezus Christus is mens geworden en heeft in de plaats van de zondaar gestaan en geleden, opdat ieder die op Hem vertrouwt, niet hoeft te lijden. Want God heeft Christus gestraft in de plaats van ieder mens die tot Christus komt en op Hem rust. Op Jezus vertrouwen is daarom Gods eerste en grote gebod tot zaligheid. Luister nu, zondaar! God gebiedt u dit te doen, en Hij heeft daar zeker het recht toe. Als Hij wil redden, heeft Hij het soevereine recht om Zelf de weg te kiezen waarop Hij redt. Als iemand aan de armen geeft, mag hij dat doen zoals hij wil, of hij nu aan deze deur geeft of aan die, of door het raam. Zo heeft het God behaagd de deur van het eenvoudige geloof te gebruiken als de enige deur waardoor Hij de mensenkinderen barmhartigheid bewijst.
God heeft niet alleen het recht om deze weg te kiezen, het is ook de enige weg die bij u past. Als God had besloten alleen hen te redden die Zijn wet hielden, wat zou er dan van u worden? Als Hij alleen genade gaf aan wie heilig en goed is, waar zou u dan blijven? Maar de weg van het geloof past juist, en past zonder moeite, bij iemand die Gods geboden heeft overtreden. Al is een zondaar stervende, al hangt hij aan het kruis zoals de stervende moordenaar, toch is er zelfs in het allerlaatste ogenblik hoop voor hem dat hij nog kan zien en leven, want de weg van de zaligheid is niets anders dan het zien op Christus. Waarom zou u zich verzetten tegen Gods weg, nu die het best bij u past, nu geen weg geschikter en geen weg eenvoudiger kan zijn? God heeft hem gekozen omdat het een weg is die Zijn geliefde Zoon eert. Uw vertrouwen op Jezus geeft Jezus de eer, en daarom verheugt God Zich in uw geloof. Bovendien brengt het een zegen voor uw eigen ziel. Op Christus vertrouwen is op zichzelf al een zegen. Het vernedert, maar het troost. Het maakt u leeg, maar het vult u. Het ontkleedt u, maar het bekleedt u. Het geloof werkt naar twee kanten, als een tweesnijdend zwaard. Het doodt de hoogmoed, maar tegelijk geneest het de wond die het toebracht, doordat het de zondaar vertrouwen op Jezus geeft.
Op Jezus vertrouwen is de beste weg die ik mij kan voorstellen waarlangs een zondaar met God verzoend kan worden door het bloed van de grote Verlosser. Ik bid u daarom: wees niet boos omdat God genadig is. Verzet u niet als de stille, zachte stem zegt: “Zie, zondaar, zie op Hem Die aan het kruishout stierf, en door dat zien zult u leven.”
Nu dit eerste punt duidelijk is, namelijk dat God een gebod heeft gegeven, is mijn tweede opmerking dat de meeste mensen God niet willen gehoorzamen, maar Hem offers willen brengen. Zij denken dat hun eigen weg van zaligheid veel beter is dan welke weg de Almachtige ook bedacht kan hebben, en daarom offeren zij hun vette rammen. Dat neemt verschillende vormen aan, maar het beginsel is steeds hetzelfde. De een zegt: “Goed dan, ik zal mijn vermaak opgeven. U zult mij niet meer in de danszaal zien. U zult mij niet meer in de schouwburg aantreffen. Ik zal de music hall laten voor wat die is. U zult mij niet meer in slecht gezelschap vinden. Ik zal alles opgeven wat mijn hart goed noemt. Zal dat mij niet redden?”
Nee, dat zal het niet. Als u al die offers hebt gebracht, is alles wat ik ervan zal en kan zeggen: “Gehoorzamen is beter dan slachtoffer.” “Goed, maar stel dat ik naar een kerk ga? Stel dat ik heel trouw ga, zo vaak als de deuren openstaan? Stel dat ik naar de vroege morgendienst ga en naar de avondzang? Stel dat ik elke dag van de week naar een kerk ga waar de klok altijd luidt? Stel dat ik aan het sacrament deelneem en mij laat dopen? Stel dat ik er helemaal voor ga en mij volledig overgeef aan alle uiterlijke gebruiken, zal dat alles mij dan niet redden?” Nee, het zal u zelfs niet helpen om gered te worden! Deze dingen zullen u evenmin redden als schillen uw hongerige maag kunnen vullen. U hebt niet de schillen nodig, maar de kern. Zo hebt u ook, arme ziel, geen uiterlijke ceremonies nodig; u hebt de innerlijke werkelijkheid nodig, en die krijgt u nooit dan door op Jezus Christus te vertrouwen! Er was een tijd dat de leer veel hoger werd gewaardeerd dan nu bij sommige christenen het geval is. U komt vaak mensen tegen die anderen meer lijken te waarderen om hun bijdragen aan de kerkelijke kas dan om de zuiverheid van hun geloof. Maar als ik mensen al moet beoordelen, dan acht ik de man die naar Gods stem luistert veel hoger dan hem die het “vette der rammen” naar het altaar van Gods huis kan brengen. Een rijke ketter zou ik afwijzen en van mij wegzenden, maar de arme, gehoorzame en godvrezende discipel zou ik van harte welkom heten. Een oor dat altijd open is om naar Gods stem te luisteren en een hart dat altijd week is om de indruk van Gods onderwijs te ontvangen, zijn veel kostbaarder dan een handvol zilver en goud en een mond die grote dingen belooft. Want opmerken is beter dan het vette der rammen.
Al de kostbare gaven die in de schatkist worden geworpen, hebben vooral waarde als uiting van een innerlijke geest van toewijding en zelfovergave. Ze kunnen bestaan als uiterlijke daden zonder de levende geest die ze waarde geeft in Gods ogen. Daarom moeten wij onze ziel verzorgen en erop toezien dat dezelfde heilige geest van toegewijde onderwerping in ons woont die in Hem woonde. Hij heeft Zichzelf niet alleen aan het kruis geofferd, gehoorzaam geworden tot de dood, maar leefde ook altijd in die gesteldheid van het hart die tot uitdrukking kwam in Zijn gebed: “Doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.”
Worden de bewoners van een huis schoon als de ramen worden gewassen? Worden de bewoners van een herenhuis gezonder of heiliger als de buitenkant wordt geschilderd en versierd? Wij lezen van duivels die een huis binnengaan dat met bezems geveegd en versierd is, en het laatste van die mens werd erger dan het eerste! Al die uiterlijke reiniging is niets anders dan het vergulden van de tralies van een kooi vol onreine vogels, het witten van graven vol verrotting en doodsbeenderen. Als u de buitenkant van een kist wast, blijven alle kleren erin even vuil als ooit. Bedenk daarom dat alles wat u op het gebied van uiterlijke godsdienst kunt doen, niets anders is dan het offeren van het vette der rammen, en “gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.”
“Ja, maar”, zegt een ander, “stel dat ik mijzelf flink straf voor alles wat ik gedaan heb? Ik zal mij hiervan onthouden, ik zal mij dat ontzeggen, ik zal deze hartstocht in mij doden, ik zal dat kwaad opgeven.” Vriend, als u iets kwaads doet, geef het dan op. Maar als u dat gedaan hebt, vertrouw daar dan niet op, want dit had u moeten doen, zonder het andere na te laten! Gods gebod is: “Geloof.” Al zou u uw begeerten offeren tot ze bloeden als een hecatombe van stieren op het altaar, toch moet ik u zeggen wat Samuël streng tegen Saul zei: Gehoorzamen is beter dan offeren, en luisteren naar de boodschap van het Evangelie is beter dan al dit vette der rammen.
Sommigen denken dat zij toch zeker gered zullen worden als zij aan dit alles nog een flinke mate van vrijgevigheid toevoegen. “Stel dat ik geld geef aan de armen, een rij armenhuizen bouw en help een kerk te bouwen? Stel dat ik zelfs boven mijn vermogen vrijgevig ben, zal mij dat niet helpen?” Zondaar, waarom stelt u zo’n vraag? God heeft u een deur voorgezet, een open deur, en daarboven staat geschreven: “Geloof en leef!” En toch zwerft u rond om een andere deur te vinden! Wat is al uw goud waard, mens? De hemel is ermee geplaveid! Al het goud dat u bezit, zou nog geen enkele tegel van die eeuwige bestrating kunnen kopen, en denkt u daar binnen te komen door uw armzalige giften?
Als God honger had, zou Hij het u niet zeggen, want van Hem zijn de beesten op duizend bergen, en van Hem zijn de zilvermijnen en het schitterende gouderts. De diamant, de topaas en de chrysoliet zijn allemaal van Hem, en Zijn ogen zien ze, verborgen in hun geheime aders en lagen! Denkt u de Eeuwige om te kopen met uw armzalige beurs? O, begrijpt u wel dat “gehoorzamen beter is dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen”?
“Ja, maar”, zegt de zondaar, “als ik aan dit alles nu eens een groot vertrouwen kon toevoegen in die goede mannen die door de wereld als priesters worden erkend? Stel dat ik mij aan hen onderwerp? Ik zou niet naar de rooms-katholieken gaan, want daar houd ik niet zo van. Maar stel dat ik naar de episcopalen ga? Zij hebben ook priesters, besprenkelen kinderen met wijwater en begraven zelfs de verworpen doden ‘in zekere en vaste hoop op een heerlijke opstanding tot het eeuwige leven’. Kunnen zij niet iets voor mij doen? Of stel dat ik naar een predikant van de vrije kerken ga en mij onder zijn zorg stel, kan hij mij niet helpen?”
Nee, mijn heer, er is niets in ons wat u ook maar een greintje kan helpen. Wij verafschuwen zelfs de gedachte priesters te zijn! Ik zou nog liever een duivel zijn dan een priester, behalve in de zin waarin alle christenen priesters zijn voor God. Laat mij die krachtige uitspraak rechtvaardigen: van alle aanmatigingen op aarde is er geen zo verfoeilijk als de schijn dat men mensen Gods genade kan schenken en tussen hun ziel en God kan staan! Geliefden, wij zijn uw dienaren om Christus’ wil, maar elke priesterlijke macht om u genade te geven, schudden wij van ons af zoals Paulus de adder van zijn hand in het vuur schudde.
Wij spreken tot mensen van ons eigen vlees en bloed, wij spreken tot u vanuit een warm en bewogen hart, maar wij kunnen alleen tegen u zeggen: “Vertrouw niet op ons, want dan bent u dwaas. Vertrouw op geen enkel mens. U zou daarmee wel uw verstand opofferen, maar bedenk dat ‘gehoorzamen beter is dan slachtoffer’.” God vraagt van u geen onderwerping aan uw medemensen, wie zij ook zijn. Hij vraagt u niet te luisteren naar het bruisen van orgels of prachtige ceremoniën bij te wonen, waar de rook van wierook opstijgt in opzichtige paleizen die aan Zijn dienst gewijd zijn. Wat Hij van u vraagt, is dit: dat u gelooft in de Heere Jezus Christus, en dan zegt Hij u dat u zult leven. Vertrouw op de Heiland en u zult niet verloren gaan, en niemand zal u uit Zijn hand rukken! Maar als u deze weg van zaligheid weigert, wordt u geen andere aangeboden en moet u in uw zonden omkomen. “Gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.”
Nu moet ik laten zien dat het werkelijk zo is. Mensen zetten altijd hun eigen wegen van zaligheid op, en zij gaan nog liever overal heen dan dat zij tot Christus komen en doen wat God hun zegt! Laat mij laten zien hoe gehoorzamen beter is dan slachtoffer en opmerken beter dan het vette der rammen. Het is op zichzelf beter. Het laat zien dat u nederiger bent. Er zijn mensen in de wereld die zeggen dat het niet nederig is om op Christus te vertrouwen dat Hij ons van de zonde redt. Maar is het niet altijd nederigheid van een kind om precies te doen wat zijn vader of moeder zegt, zonder vragen te stellen? Ik denk van wel. Sommige arme rooms-katholieken gaan op hun knieën en likken zelfs het stof om boete te doen, en zij denken dat dat nederigheid is! Stel nu dat een van uw kinderen u beledigd heeft en u zegt tegen hem: “Kom, lieverd, ik vergeef het je van harte. Kom, geef me een kus, dan is alles voorbij.” Hij schudt zijn hoofd en zegt: “Nee, vader, ik kan u geen kus geven.” Hij rent de trap op en sluit zichzelf op. U klopt op de deur en zegt: “Kom, mijn kind, kom en geef me een kus, dan is alles vergeven.” Maar hij schudt zijn hoofd en zegt: “Nee, nooit!” Hij zit daar helemaal alleen opgesloten en denkt dat hij zo meer doet om uw toorn weg te nemen dan door uw bevel te gehoorzamen! Dan zegt u ernstig tegen hem: “Mijn kind, ik zal je opnieuw straffen voor je ongehoorzaamheid als je niet komt om de vergeving te aanvaarden die ik je aanbied, als je mij maar een kus geeft.” Het kind zegt koppig: “Nee, vader, ik zal iets anders doen wat meer vernederend is.” Dan voelt u in uw hart dat dit een kind is dat niet vernederd is, want anders zou het meteen doen wat zijn vader zei, zonder erover na te denken of het vernederend zou zijn of niet! Het zou juist vernederend zijn, omdat zijn vader het hem opdroeg. Als het een kind met de juiste gezindheid was, zou het dat doen uit gehoorzaamheid.
U denkt misschien dat het heel nederig van u is dat u eerst veel overtuiging van zonde moet voelen, veel tranen moet vergieten en veel gebeden moet bidden. Maar het nederigste wat u kunt doen, is uitvoeren wat de Meester u zegt. “Vertrouw op Mij”, zegt Hij, “ga niet daarheen om te wenen. Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
Blijf niet bij de varkenstrog staan en zeg niet: “Ik wil niet opstaan en naar mijn vader gaan, want ik ben het niet waard om te gaan voordat ik nog veel meer geleden heb.” Luister naar de stem die u laat zeggen: “Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en wat ik te zeggen heb, zal ik tot hem zeggen. En als ik moet huilen, zal ik huilen met mijn hoofd aan zijn borst, terwijl ik de kussen van zijn liefde ontvang.” Kom, arme zondaar, stel uw trotse nederigheid niet tegenover God. Nu Hij u gebiedt te zien en te leven, o, geef dan uw gebeden, en zelfs uw tranen, uw berouw en uw overtuigingen op als grond van uw vertrouwen. Houd daar helemaal mee op en zie op Jezus Christus, en op Jezus Christus alleen!
Vervolgens is het werkelijk heiliger. Er zijn hier vanavond enkele soldaten. Stel nu dat een van hen van de bevelvoerende officier de opdracht krijgt om bij een bepaalde deur de wacht te houden. Plotseling denkt hij bij zichzelf: “Ik ben erg gesteld op onze commandant, ik zou graag iets voor hem doen.” Hij zet zijn geweer tegen de muur en gaat op zoek naar een winkel waar hij een bos bloemen kan kopen. Al die tijd is hij natuurlijk weg van zijn post, en als hij terugkomt, ontdekt men dat hij zijn plicht heeft verlaten. Hij zegt: “Hier is de bos bloemen die ik ben gaan halen.” Maar ik hoor zijn officier al zeggen: “Gehoorzamen is beter dan dat. Wij kunnen je niet toestaan (de militaire tucht laat dat niet toe) om bij elke gril en elk verlangen weg te lopen en je plicht te verzaken, want wie weet wat voor onheil daarvan zou kunnen komen?” Hoezeer u ook zou bewonderen wat de man deed, hij zou door de krijgswet zeker moeten leren dat “gehoorzamen beter is dan slachtoffer”. Het is heiliger en beter om zijn plicht te doen dan om zelf plichten te bedenken en die dan te gaan doen.
Lijkt het nu niet heel mooi als een man een prachtig gewaad aantrekt met een geel kruis op zijn rug en nog iets in roze, en ik weet niet wat voor kleuren meer, en zijn dienst verricht in een gebouw dat met bloemen versierd is? En waar er zulke lieflijke zaken zijn als wierook die uit zilveren wierookvaten opstijgt en koorzangers die allemaal in het wit gekleed zijn, dient die man dan niet God? Als hij preekt, zegt hij niet tegen het volk: “Geloof en leef”, maar begint hij te spreken over “het gezegende sacrament van het altaar” of over andere van zulke onzin. Dient hij God niet als hij dit doet? Ik beroep mij op dit oude Boek. Waar staat er tussen deze bladzijden en kaften een woord over het branden van die rokende wierook? Wanneer heeft Christus daar ooit iets over gezegd? Waar staat er iets over die versierde doopvont of over die preekstoel die er zo prachtig uitziet? Die man heeft voor zichzelf een geestelijk toneelstuk in elkaar gezet en daarbij de ziel van de zaak helemaal weggelaten. Hij heeft Christus weggelaten! Daarom heeft hij zijn werk NIET gedaan! Hij heeft twintig andere dingen gedaan, ik durf te zeggen heel oprecht en met een heel zuiver verlangen, maar toch moet hij nog leren wat dit woord betekent: “Gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.”
Als hij voor de rokende wierook, de bloemen, de vergulde kruisen, de kazuifels, de albes, de dalmatieken en alles wat men maar bij elkaar zou kunnen brengen, Gods Woord had, dan zou het goed zijn. Maar zonder Gods Woord is het niets dan een menselijke uitvinding, waar God geen acht op kan slaan. Het is heiliger om te doen wat God u gebiedt dan om te doen wat u zelf bedenkt. Als ik klaar ben met wat ik heb bedacht, hoe mooi het ook is en hoe eerbiedwaardig het ook lijkt, wat levert het dan op? Stel dat ik God aanbid in een van die prachtige gewaden, is mijn aanbidding dan ook maar iets beter? Stel dat ik vanavond naar huis ging en de nacht op mijn knieën doorbracht in de gedachte dat ik God daarmee tevreden zou stellen. Wat zou ik dan anders hebben gedaan dan mijn knieën pijn laten doen?
Stel dat ik deze zaal met wierook had gevuld, wat zou ik dan anders hebben gedaan dan u waarschijnlijk aan het hoesten maken? Stel dat ik mijzelf en deze plaats had versierd. Sommigen van u zouden dat misschien mooi hebben gevonden, maar welk verband kan er in vredesnaam zijn tussen bloemen en heiligheid, of tussen vergulde versiering en opsmuk en het verheerlijken van God? Als onze God was zoals sommige verzonnen goden van Griekenland en Rome, zou Hij misschien behagen scheppen in die mooie dingen. Maar onze God is in de hemel, en wanneer Hij Zijn luister toont, strooit Hij met beide handen sterren uit over de hemel. Wat betekent al uw opsmuk dan voor Hem? Wat zijn uw aanzwellende muziek en al uw mooie zaken voor Hem Die de hemel gebouwd heeft en de aarde heeft opgetast met al haar ruige pracht van wouden, bergen en beken? “Gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.”
Maar terwijl ik hierover spreek, wil ik ook zeggen dat gehoorzamen aan het gebod “Geloof en leef” voor de zaligheid van de ziel zeker veel meer uitwerkt dan alle offers en al het vette der rammen dat u kunt brengen. Laat mij u een voorbeeld geven ter illustratie. Naäman was melaats. Hij verlangde genezing. De profeet zei tegen hem: “Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en uw vlees zal u wederkomen, en gij zult rein zijn.” Nu dacht Naäman bij zichzelf: “Wassen, ja, ja! Denkt hij dat ik een of andere vieze stakker ben die gewassen moet worden? Hij zegt dat ik mij zevenmaal moet wassen! Denkt hij werkelijk dat ik mij al zo lang niet gewassen heb dat ik zeven wasbeurten nodig heb om schoon te worden? Hij zegt dat ik mij moet wassen! Wat eenvoudig! Ik heb mij elke dag gewassen, en het heeft mij niets geholpen. Hij zegt dat ik mij in de Jordaan moet wassen! Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van de Jordaan? Waarom zou ik mij daarin niet kunnen wassen en rein worden?” Precies zo spreken sommigen van u over het geloven. U zegt: “Ja, maar de sacramenten, daar moet toch iets in zitten! Geloven in Christus, dat is zo eenvoudig! Ik ben zo’n fatsoenlijk mens. Dit is een heel goede godsdienst om aan dieven en dergelijke te preken, maar u vergeet toch zeker dat ik zelf heel wat goede werken heb? Mag ik daar niet aan denken? U zegt dat ik op Christus moet vertrouwen, alsof u niets van mijn goede werken vindt.”
Nu, daar zit u dicht bij de waarheid, mijn heer. Ik vind er inderdaad niets van! Ik zou geen cent geven voor een hele wagenvracht ervan! Ze zijn allemaal precies wat Paulus ervan zegt: vuilnis. Hij zegt: “Ik acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen, en in Hem gevonden worde.” Al uw beste werken zijn niets dan afval dat weggereden moet worden, en als u erop vertrouwt, zullen zij uw ondergang zijn! Alles wat wij u zeggen, is: “GELOOF EN LEEF.”
Nu was Naäman woedend, en hij ging weg. Maar zijn knechten zeiden tegen hem: “Mijn vader, zo die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, naardien hij tot u gezegd heeft: Was u, en gij zult rein zijn?” Als mijn Meester vanavond tegen u zou zeggen: “Loop op blote voeten naar de stad York, en u zult zalig worden”, dan zouden de meesten van u, als u het geloofde, vanavond nog vertrekken! Maar nu de boodschap luidt: “Geloof en leef”, o, dan is dat te eenvoudig! Wat? Alleen op Christus vertrouwen en ter plekke gered worden? Dat kan toch niet, denkt u! Als wij u een grote zaak opdroegen, zou u die doen, maar u weigert zoiets eenvoudigs als geloven.
Maar als Naäman naar de Abana en de Farpar was gegaan, zou hij niet genezen zijn. En als hij alle geneesheren in Syrië had opgezocht en al zijn geld had uitgegeven, zou hij nog even wit van melaatsheid zijn geweest. Niets anders dan het wassen in de Jordaan kon hem genezen. Zo is het ook met u, zondaar. U kunt vijftigduizend dingen gaan doen, maar u zult nooit vergeving van uw zonden krijgen! En u zult nooit, nooit hoop op de hemel hebben, tenzij u dit ene gebod gehoorzaamt: “Geloof in den Heere Jezus Christus.” Maar als u dat doet, zult u ontdekken dat “gehoorzamen” werkelijk “beter is dan slachtoffer”, en “opmerken” beter dan al “het vette der rammen”.
Maar nu moeten we besluiten met een opmerking die we in deze preek al telkens hebben gemaakt, namelijk dat u, zondaar, als u het Evangelie niet gehoorzaamt en er niet naar luistert, moet omkomen. Ik weet dat sommigen het nogal hard vinden dat er voor hen niets anders dan de ondergang is als zij niet in Jezus Christus willen geloven. Maar als u er even over nadenkt, zult u zien dat het rechtvaardig en redelijk is. Ik neem aan dat een mens zijn kracht op geen andere manier op peil kan houden dan door te eten. Als u zou zeggen: “Ik zal nooit meer eten, ik neem geen voedsel tot mij”, dan zou u naar Madeira kunnen gaan of naar alle klimaten kunnen reizen (als u tenminste lang genoeg leefde!). Maar u zou zeker merken dat geen enkel klimaat en geen enkele lichaamsbeweging u in leven kan houden als u weigert te eten! Zou u dan zeggen: “Het is toch hard dat ik moet sterven omdat ik weigerde te eten”? Het is niet onrechtvaardig dat u moet sterven als u zo dwaas bent om niet te eten. Precies zo is het met geloven. “Geloof, en u bent behouden.” Als u niet wilt geloven, is het niet hard dat u verdoemd wordt! Het zou harder zijn als dat niet zo was!
Daar is een man die dorst heeft, en voor hem staat een fontein. “Nee”, zegt hij, “ik zal zolang ik leef geen druppel vocht aanraken. Kan ik mijn dorst niet op een andere manier lessen?” Wij zeggen hem dat dat niet kan.
Hij moet drinken of sterven. Hij zegt: “Ik zal nooit drinken, maar het is toch hard dat ik daarom moet sterven, heel hard.” Nee, dat is het niet, arme dwaas! Het is niets anders dan een onvermijdelijke natuurwet. U moet drinken of sterven. Waarom zou u voor zo’n prijs de dwaas uithangen? Drink, man, drink!
Zo is het ook met Christus. Daar is de weg van de zaligheid, en u moet op Christus vertrouwen of omkomen. Er is niets hards in dat u omkomt als u dat niet doet.
Hier is een man op zee. Hij heeft een zeekaart, en als hij die goed bestudeert, zal die hem met behulp van het kompas naar het einde van zijn reis leiden. De poolster schittert tussen de wolken door, en ook die zal hem helpen. “Nee”, zegt hij, “ik wil niets met uw sterren te maken hebben. Ik geloof niet in de noordpool. Ik let niet op dat kleine ding in dat doosje. De ene naald is net zo goed als de andere. Ik geloof niet in uw onzin en wil er niets mee te maken hebben. Het is alleen maar een hoop onzin die mensen expres hebben bedacht om geld te verdienen, en ik wil er niets mee te maken hebben.” Die man komt nergens aan land. Hij drijft wat rond, maar bereikt nooit een haven, en hij zegt dat het heel hard is, heel hard. Ik denk het niet. Zo zeggen sommigen van u: “Ik ga uw Bijbel niet lezen. Ik ga niet luisteren naar uw praatjes over Jezus Christus. Ik geloof niet in zulke dingen.” Dan zult u verdoemd worden, mijn heer! “Dat is heel hard”, zegt u. Nee, dat is het niet! Het is niet harder dan het feit dat u het einde van uw reis niet bereikt als u het kompas en de poolster verwerpt. Daar is niets aan te doen, het moet zo zijn. U zegt dat u niets met deze zaken te maken wilt hebben, en u haalt er uw schouders over op. Maar u zult merken dat het heel moeilijk is om deze zaken weg te lachen als u gaat sterven, als het koude, klamme zweet van uw voorhoofd moet worden geveegd en uw hart tegen uw ribben bonst alsof het eruit wil om weg te gaan naar God. O ziel, dan zult u merken dat deze zondagen, deze diensten, deze prediking en dit oude Boek iets meer en iets beters zijn dan u dacht! Dan zult u zich verbazen dat u zo dwaas was om ze te verwaarlozen, terwijl zij de enige gidsen naar de zaligheid waren. En bovenal dat u Christus verwaarloosde, die Poolster Die alleen daarboven schijnt om de zeeman naar de haven van de vrede te leiden.
Waar woont u eigenlijk? Misschien woont u aan de andere kant van London Bridge en moet u daar vanavond naartoe als u naar huis gaat. Maar terwijl u hier zat, hebt u het in uw hoofd gekregen dat u niet in bruggen gelooft, dat u niet in boten gelooft en dat u niet in water gelooft. U zegt: “Ik ga niet over een van uw bruggen! Zeg mij maar niets, ik stap in geen van uw boten. Als er een rivier is, ga ik daar niet over. Ik geloof niet in het oversteken van rivieren.” U loopt verder en u komt bij de brug, maar u wilt die niet oversteken. Daar ligt een boot, maar u wilt er niet in stappen. Daar is de rivier, en u zegt dat u die in elk geval niet zult oversteken, en toch vindt u het heel hard dat u niet thuis kunt komen. Ik denk dat u iets hebt opgelopen wat uw verstand uit balans heeft gebracht, want u zou het niet zo hard vinden als u bij uw zinnen was. Als iemand niet wil doen wat nodig is om een bepaald doel te bereiken, zie ik niet in hoe hij kan verwachten dat hij dat doel bereikt.
U hebt vergif ingenomen, en de dokter brengt een tegengif en zegt: “Neem het snel in, anders sterft u. Maar als u het snel inneemt, sta ik ervoor in dat het gif onschadelijk wordt gemaakt.” Maar u zegt: “Nee, dokter, ik geloof het niet. Laat alles maar zijn gang gaan, ieder moet zijn eigen boontjes doppen. Ik wil niets met u te maken hebben, dokter.” “Nu, mijn heer, dan zult u sterven, en wanneer de lijkschouwer uw lichaam onderzoekt, zal het oordeel luiden: ‘Eigen schuld!’” Zo zal het ook met u gaan als u het Evangelie van Jezus Christus gehoord hebt en zegt: “Ach, onzin! Ik ben een veel te nuchter mens om daar iets mee te maken te hebben, en ik zal er geen aandacht aan schenken.” Als u dan omkomt, zal uw geweten, dat ten slotte zitting zal hebben in het onderzoek van de Koning, als oordeel uitspreken: “Felo de se”, “hij heeft zichzelf verwoest.” Zo zegt het oude Boek: “Het heeft u bedorven, o Israël!”
Maar als ik die tekst aanhaal, mag ik daar niet stoppen, want het vervolg luidt: “Want in Mij is uw hulp.” O, mijn beste toehoorder, wat een genade is het dat er hulp is in God! Er is hulp in God voor u! Er is hulp in God voor de slechtste onder u! Ik weet niet wie er hier vanavond allemaal zijn. Er kunnen er zijn die heel zwaar gezondigd hebben, maar er is hulp besteld bij Eén Die machtig is te verlossen. Waar bent u, grote zondaar? Hier is een grote Heiland, Die al uw zonden kan wegdoen! Bent u grijs geworden in de goddeloosheid? Ach, mijn Meester kan zeventig jaar zonde wegdoen door Zijn dierbaar bloed één ogenblik toe te passen! Ziet u Hem bloeden aan het kruis, in zulke grote smarten dat de engelen wel hadden kunnen wenen bij het zien van Hem?
Zie, van Zijn hoofd, Zijn handen, Zijn voeten
vloeien smart en liefde samen neer!
Ontmoetten zulke liefde en smart elkaar ooit,
of vormden doornen ooit zo’n rijke kroon?
Vrij vertaald; om de betekenis te bewaren is het rijm losgelaten.
In zulke machtige smarten moet verdienste liggen! Als u zich toevertrouwt aan de verdiensten van dat kostbare bloed, zult u op een dag met Hem in het paradijs zijn. God geve u genade om op Jezus te vertrouwen, om nu op Jezus te vertrouwen. Dan zullen wij elkaar weer ontmoeten waar men zingt: “Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, … zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.”
Zie het Lam van God!
Zie, geloof en leef!
Zie Zijn alverzoenend bloed,
en ontvang het leven.
Zie van uzelf weg naar Hem,
zie Hem aan het kruishout!
Al is het oog van het geloof nog zwak,
Hij ziet u aan.
Dat zachtmoedige, dat vermoeide oog
wendt zich van Zichzelf af,
nodigt de bevende zondaar naderbij
en vraagt hem te blijven.
Blijf bij Hem, dicht bij het kruis.
Blijf bij Hem, dicht bij het graf.
Blijf tot u de opgestane Heere ziet.
Blijf tot Hij komt.
Vrij vertaald; om de betekenis te bewaren is het rijm losgelaten.
Preek nr. 686 · Gehouden te Newington, Londen; exacte datum onbekend, Metropolitan Tabernacle Pulpit deel 12. Oorspronkelijke titel: “Obedience Better Than Sacrifice”. Bron: Spurgeon’s Sermons, spurgeon.org.

