“En ziet, in het midden van den troon … een Lam, staande als geslacht”—Openbaring 5:6
Waarom verschijnt onze verheerlijkte Heere in de heerlijkheid met Zijn wonden? De wonden van Jezus zijn Zijn eer, Zijn juwelen, Zijn heilige sieraden. In de ogen van de gelovige is Jezus overschoon, omdat Hij “blank en rood” is: blank door Zijn onschuld en rood door Zijn eigen bloed. We zien Hem als de lelie van onvergelijkelijke reinheid en als de roos die rood gekleurd is door Zijn eigen bloed. Christus is liefelijk op de Olijfberg en op de Tabor en bij het meer. Maar och, nooit was er zo’n onvergelijkelijke Christus als Hij Die aan het kruis hing. Daar zagen we al Zijn schoonheid in volmaaktheid, al Zijn eigenschappen ontvouwd, al Zijn liefde ten volle getoond en heel Zijn karakter uitgedrukt. Geliefden, de wonden van Jezus zijn in onze ogen veel mooier dan alle pracht en praal van koningen. De doornenkroon is meer dan een keizerlijke kroon. Het is waar dat Hij nu niet meer de rieten scepter draagt. Maar daar zat een heerlijkheid in die nooit straalde van een gouden scepter. Jezus draagt het uiterlijk van een geslacht Lam als Zijn hofkleed, waarmee Hij onze zielen won en ze verloste door Zijn volkomen verzoening. Het zijn niet alleen de sieraden van Christus. Het zijn ook de zegeprijzen van Zijn liefde en van Zijn overwinning. Hij heeft de buit gedeeld met de sterken. Hij heeft voor Zichzelf een grote schare verlost die niemand tellen kan, en deze littekens zijn de gedenktekens van de strijd. Ach, als Christus zo graag de gedachte aan Zijn lijden voor Zijn volk bewaart, wat moeten Zijn wonden dan kostbaar voor ons zijn!
“Zie hoe elke wond van Hem
een kostbare balsem druppelt,
die de littekens heelt die de zonde achterliet
en alle dodelijke kwalen geneest.
Die wonden zijn monden die Zijn genade prediken,
de vaandels van Zijn liefde,
de zegels van onze verwachte gelukzaligheid
in het paradijs hierboven.”

