“En hij zal zijn hand op het hoofd des brandoffers leggen, opdat het voor hem aangenaam zij, om hem te verzoenen.”—Leviticus 1:4
Dat onze Heere “zonde voor ons gemaakt” is, wordt hier uitgebeeld door de veelbetekenende overdracht van de zonde op de stier, die door de oudsten van het volk werd verricht. Het leggen van de hand was geen gewone aanraking. Op sommige andere plaatsen in de Schrift heeft het oorspronkelijke woord de betekenis van zwaar leunen, zoals in de uitdrukking: “Uw grimmigheid ligt op mij” (Psalm 88:8). Dit is zeker het wezen van het geloof. Het brengt ons niet alleen in aanraking met de grote Plaatsvervanger, maar leert ons ook op Hem te leunen met heel de last van onze schuld. Jehova liet alle overtredingen van Zijn verbondsvolk samenkomen op het hoofd van de Plaatsvervanger. Maar elk van de uitverkorenen wordt persoonlijk gebracht om deze plechtige verbondsdaad te bevestigen. Dat gebeurt wanneer hij door genade in staat wordt gesteld om door het geloof zijn hand te leggen op het hoofd van het “Lam, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld”. Gelovige, herinner je je die verrukkelijke dag, toen je voor het eerst vergeving ontving door Jezus, de Zondedrager? Kun je niet blij getuigen en samen met de schrijver zeggen: “Mijn ziel denkt met vreugde terug aan haar dag van bevrijding. Beladen met schuld en vol angst zag ik mijn Zaligmaker als mijn Plaatsvervanger, en ik legde mijn hand op Hem. O, hoe schuchter eerst! Maar de moed groeide en het vertrouwen werd vaster, tot ik mijn ziel volledig op Hem liet leunen. Nu is het mijn onophoudelijke vreugde dat ik weet dat mijn zonden mij niet langer worden toegerekend, maar op Hem zijn gelegd. En zoals met de schulden van de gewonde reiziger, heeft Jezus, als de barmhartige Samaritaan, over al mijn toekomstige zondigheid gezegd: ‘Reken dat Mij toe.’” Gezegende ontdekking! Eeuwige troost voor een dankbaar hart!
“Mijn talloze zonden, op Hem overgedragen,
zullen nooit meer gevonden worden,
verloren in de verzoenende stroom van Zijn bloed,
waar elke misdaad wordt verdronken!”

