“Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.”—Genesis 1:5
Was het zelfs in het begin al zo? Verdeelden licht en duisternis al op de eerste dag het rijk van de tijd? Dan is het geen wonder dat ook mijn omstandigheden veranderen, van de zonneschijn van voorspoed naar de middernacht van tegenspoed. Het zal ook in mijn ziel niet altijd volle middag zijn. Ik moet verwachten dat ik soms de afwezigheid van mijn vroegere vreugde zal betreuren en mijn Beminde zal zoeken in de nacht. Ik sta hierin ook niet alleen, want alle geliefden van de Heere hebben het gemengde lied moeten zingen van oordeel en barmhartigheid, van beproeving en verlossing, van rouw en vreugde. Het is een van de regelingen van de goddelijke voorzienigheid dat dag en nacht niet ophouden, zowel in de geestelijke als in de natuurlijke schepping, totdat wij het land bereiken waarvan geschreven staat: “aldaar zal geen nacht zijn.” Wat onze hemelse Vader beschikt, is wijs en goed.
Wat is er dan voor jou het beste om te doen, mijn ziel? Leer eerst om tevreden te zijn met deze goddelijke orde, en wees bereid om, net als Job, het kwade uit de hand van de Heere te ontvangen, evengoed als het goede. Leg je er daarna op toe de uitgangen van de morgen en van de avond te laten juichen. Prijs de Heere voor de zon van de vreugde als die opkomt, en voor de somberheid van de avond als die valt. Er is schoonheid in zowel zonsopgang als zonsondergang; zing erover en verheerlijk de Heere. Laat, als de nachtegaal, je tonen op alle uren klinken. Geloof dat de nacht even nuttig is als de dag. De dauw van de genade valt zwaar in de nacht van het verdriet. De sterren van de belofte stralen heerlijk in het donker van de smart. Ga door met je dienst, wat er ook verandert. Als je wachtwoord overdag arbeid is, ruil het ’s nachts in voor waken. Elk uur heeft zijn plicht; blijf in je roeping als dienaar van de Heere totdat Hij plotseling verschijnt in Zijn heerlijkheid. Mijn ziel, de avond van je ouderdom en dood nadert; wees er niet bang voor, want hij hoort bij de dag; en de Heere heeft gezegd: “Hij zal hem den gansen dag overdekken.”

