“Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag Uwer heirkracht …”—Psalm 110:3
Geprezen zij de God van genade dat het zo is! Hij heeft een volk dat Hij van oudsher heeft uitgekozen als Zijn bijzonder eigendom. Van nature hebben zij een even koppige wil als de andere eigenzinnige zonen van Adam; maar als de dag van Zijn kracht komt en de genade haar almacht laat zien, worden zij bereid om zich te bekeren en in Jezus te geloven. Niemand wordt tegen zijn wil gered, maar de wil wordt op zachte wijze overgehaald om zich over te geven. Wat een wonderlijke kracht is dit, die de wil nooit geweld aandoet en hem toch bestuurt! God breekt het slot niet, maar opent het met een loper die alleen Hij kan hanteren.
Nu zijn wij bereid te zijn, te doen of te lijden wat de Heere wil. Als wij ooit weerspannig worden, hoeft Hij maar met kracht naar ons toe te komen, en meteen lopen we met heel ons hart op de weg van Zijn geboden. Mocht dit voor mij een dag van kracht zijn voor een of andere edele onderneming tot eer van God en tot nut van mijn medemensen! Heere, ik ben bereid; mag ik niet hopen dat dit een dag van Uw kracht is? Ik sta helemaal tot Uw beschikking; bereid, ja, gretig om door U gebruikt te worden voor Uw heilige doeleinden. O Heere, laat mij niet hoeven uit te roepen: “het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet”; maar geef mij kracht zoals U mij de wil geeft.

