“…want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen”—Numeri 12:1
Mozes maakte een vreemde keuze, maar hoeveel vreemder is de keuze van Hem Die een profeet is zoals Mozes, en groter dan hij! Onze Heere, Die schoon is als de lelie, is een huwelijksband aangegaan met iemand die zelf belijdt dat ze zwart is, omdat de zon op haar geschenen heeft. De engelen verbazen zich erover dat de liefde van Jezus gericht is op arme, verloren, schuldige mensen. Elke gelovige die zich door Jezus’ liefde vervuld voelt, moet ook overweldigd zijn van verbazing dat zulke liefde wordt uitgestort over iemand die haar zo volkomen onwaardig is. Wij kennen onze verborgen schuld, ontrouw en zwartheid van hart. Daarom smelten wij weg van dankbare bewondering voor de onvergelijkelijke vrijheid en soevereiniteit van de genade. Jezus moet de reden voor Zijn liefde in Zijn eigen hart hebben gevonden. In ons kon Hij die niet vinden, want die is er niet. Zelfs sinds onze bekering zijn wij zwart geweest, ook al heeft de genade ons liefelijk gemaakt. De godvruchtige Rutherford zei van zichzelf wat wij allemaal kunnen onderschrijven: “Zijn verhouding tot mij is dat ik ziek ben en Hij de Heelmeester is die ik nodig heb. Ach, hoe vaak speel ik vals spel met Christus! Hij bindt, ik maak los. Hij bouwt, ik breek af. Ik maak ruzie met Christus, en Hij sluit twintig keer per dag vrede met mij!” Teerste en trouwste Echtgenoot van onze zielen, zet Uw genadige werk voort om ons aan Uw beeld gelijk te maken. Doe dat totdat U zelfs ons, arme Cuschieten, aan Uzelf voorstelt als “een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks”. Mozes kreeg tegenstand vanwege zijn huwelijk, en zowel hijzelf als zijn vrouw werden met een boos oog bekeken. Is het vreemd dat deze ijdele wereld Jezus en Zijn bruid tegenwerkt, vooral als grote zondaars zich bekeren? Want dat is altijd het bezwaar van de farizeeën: “Deze ontvangt de zondaars.” De oude aanleiding voor ruzie duikt nog steeds op: “want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen.”

