“En in dit alles maken wij een vast verbond”—Nehemia 9:38
In onze ervaring zijn er veel momenten waarop we ons verbond met God terecht en met zegen kunnen vernieuwen. Na het herstel van een ziekte, wanneer ons, net als Hizkia, weer een aantal jaren aan ons leven is toegevoegd, is het gepast om dat te doen. Na elke redding uit nood, wanneer onze vreugde opnieuw opbloeit, laten we dan weer naar de voet van het kruis gaan en onszelf opnieuw aan God toewijden. Laten we dit vooral doen na elke zonde die de Heilige Geest bedroefd heeft of de zaak van God oneer heeft aangedaan. Laten we dan kijken naar dat bloed dat ons witter kan maken dan sneeuw, en onszelf opnieuw aan de Heere aanbieden. Niet alleen onze moeilijkheden moeten onze toewijding aan God bevestigen, ook onze voorspoed moet dat doen. Als we iets meemaken dat “kronende weldaden” genoemd mag worden, dan moeten we, als Hij ons gekroond heeft, ook onze God kronen. Laten we opnieuw alle juwelen van de goddelijke kroonsieraden tevoorschijn halen die in de juwelenkist van ons hart bewaard zijn. Laat onze God op de troon van onze liefde zitten, getooid met koninklijke kleding. Als we zouden leren om van onze voorspoed te profiteren, hadden we niet zoveel tegenspoed nodig. Als we uit een kus alles zouden halen wat die ons aan goeds kan schenken, zouden we de roede niet zo vaak hoeven te voelen. Hebben we onlangs een zegen ontvangen die we niet verwachtten? Heeft de Heere onze voeten op een ruime plaats gezet? Kunnen we zingen over vermenigvuldigde barmhartigheid? Dan is dit de dag om onze hand op de hoornen van het altaar te leggen en te zeggen: “Bind mij hier vast, mijn God. Bind mij hier vast met koorden, voor altijd.” Omdat we de vervulling van nieuwe beloften van God nodig hebben, laten we vernieuwde gebeden aanbieden, zodat onze oude geloften niet onteerd worden. Laten we vanmorgen met Hem een vast verbond sluiten, vanwege het lijden van Jezus, dat we de afgelopen maand dankbaar hebben overdacht.

