“Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen”—Spreuken 18:12
Het is een oud en bekend gezegde dat “komende gebeurtenissen hun schaduwen vooruitwerpen”. De wijze man leert ons dat een hooghartig hart het voorteken van onheil is. Hoogmoed is een even zeker teken van ondergang als een dalende barometer een teken van regen is, en zelfs nog betrouwbaarder. Als mensen op hun hoge paard zaten, werden ze altijd door de ondergang ingehaald. Laat Davids pijnlijke hart zien dat er een verduistering van iemands glorie komt als hij verzot is op zijn eigen grootheid (2 Samuël 24:10). Kijk naar Nebukadnezar, de machtige bouwer van Babel. Hij kroop over de aarde en at gras als de ossen, tot zijn nagels zo lang waren als vogelklauwen en zijn haar als arendsveren (Daniël 4:33). Hoogmoed maakte de opschepper tot een beest, zoals hij eens een engel tot een duivel maakte. God haat hoge ogen en laat het nooit na ze neer te halen. Alle pijlen van God zijn op hoogmoedige harten gericht. O christen, is je hart vanavond hoogmoedig? Want hoogmoed kan in het hart van de christen komen, net als in dat van de zondaar. Ze kan hem laten dromen dat hij “rijk en verrijkt geworden” is en “geens dings gebrek” heeft. Ben je trots op je genadegaven of je talenten? Verbeeld je jezelf iets omdat je heilige stemmingen en gezegende ervaringen hebt gehad? Let op, lezer, ook voor jou komt er een ondergang. Je opzichtige klaprozen van eigendunk zullen met wortel en al worden uitgetrokken. Je paddenstoelgenade zal verdorren in de brandende hitte. Je zelfgenoegzaamheid zal worden als stro voor de mesthoop. Als wij vergeten te leven aan de voet van het kruis, in de diepste nederigheid van geest, zal God niet vergeten ons onder Zijn roede te laten voelen. Er komt een ondergang voor jou, o te hoog verheven gelovige: de ondergang van je vreugde en je troost, hoewel je ziel nooit verloren kan gaan. Daarom: “Die roemt, roeme in den Heere.”

