“En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen”—Romeinen 8:30
In de tweede brief aan Timotheüs, hoofdstuk 1, vers 9, staan deze woorden: “Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping.” Hier hebben wij een toetssteen waarmee wij onze roeping kunnen toetsen. Het is “een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade”. Deze roeping verbiedt ons te vertrouwen op wat wij zelf doen. Ze brengt ons voor onze redding alleen naar Christus. Maar daarna reinigt ze ons van dode werken, om de levende en waarachtige God te dienen. Zoals Hij Die jou geroepen heeft, heilig is, zo moet ook jij heilig zijn. Als je in zonde leeft, ben je niet geroepen. Maar als je werkelijk van Christus bent, kun je zeggen: “Niets doet mij zoveel pijn als de zonde. Ik wil er vanaf. Heere, help mij heilig te zijn.” Is dit het hijgen van je hart? Is dit de koers van je leven ten opzichte van God en Zijn wil? Verder lezen we in Filippenzen 3:13 en 14 over “den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus”. Is jouw roeping dan een hoge roeping? Heeft ze je hart edeler gemaakt en gericht op hemelse dingen? Heeft ze je hoop, je smaak, je verlangens verheven? Heeft ze de vaste richting van je leven omhooggetild, zodat je het doorbrengt met God en voor God? Een andere toets vinden we in Hebreeën 3:1 — “der hemelse roeping deelachtig”. Hemelse roeping betekent een roeping uit de hemel. Als alleen mensen je roepen, ben je niet geroepen. Komt jouw roeping van God? Is het een roeping naar de hemel én uit de hemel? Tenzij je hier een vreemdeling bent en de hemel je thuis, ben je niet met een hemelse roeping geroepen. Want wie zo geroepen zijn, verklaren dat zij uitzien naar “de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is”, en dat zijzelf “gasten en vreemdelingen op de aarde” zijn. Is jouw roeping zo heilig, hoog en hemels? Dan, geliefde, ben je door God geroepen, want zo is de roeping waarmee God Zijn volk roept.

