“En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”—Johannes 10:28
Wij geloven in de eeuwige zekerheid van de heiligen. Ten eerste omdat ze van Christus zijn. Hij zal de schapen die Hij met Zijn bloed heeft gekocht en van Zijn Vader heeft ontvangen, nooit verliezen.
Ten tweede omdat Hij hun eeuwig leven geeft. Als het eeuwig is, dan is het eeuwig, en er kan evenmin een einde aan komen als aan de hel, de hemel en God. Als het geestelijke leven kan uitdoven, is het duidelijk geen eeuwig leven. Eeuwig leven sluit de mogelijkheid van een einde voorgoed uit.
Merk verder op dat de Heere uitdrukkelijk zegt: “Zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid.” Zolang woorden een betekenis hebben, zijn gelovigen hiermee veilig voor het verloren gaan. Het hardnekkigste ongeloof kan deze betekenis niet uit deze zin persen.
En om het helemaal af te maken, verklaart Hij dat Zijn volk in Zijn hand is, en Hij daagt al hun vijanden uit om hen eruit te rukken. Dat is zeker onmogelijk, zelfs voor de duivel uit de hel. We moeten veilig zijn in de greep van een almachtige Zaligmaker. Laten wij vleselijke angst en vleselijk zelfvertrouwen opzijzetten en vredig rusten in de holte van de hand van de Verlosser.

