“Den nederigen geeft Hij genade.”—Jakobus 4:6
Nederige harten zoeken genade, en daarom krijgen ze die. Nederige harten staan open voor de weldadige werking van de genade, en daarom wordt die steeds ruimer aan hen gegeven. Nederige harten liggen in de dalen waar stromen van genade vloeien, en daarom drinken ze daarvan. Nederige harten zijn dankbaar voor genade en geven de Heere de eer ervan, en daarom past het bij Zijn eer die genade aan hen te geven.
Kom, beste lezer, neem een lage plaats in. Wees klein in je eigen ogen, zodat de Heere veel van je kan maken. Misschien slaak je de zucht: “Ik ben bang dat ik niet nederig ben.” Het kan zijn dat dit juist de taal van echte nederigheid is. Sommigen zijn trots op hun nederigheid, en dat is een van de allerergste vormen van trots. Wij zijn behoeftige, hulpeloze, onwaardige schepselen die de hel verdiend hebben, en als we niet nederig zijn, zouden we dat wel moeten zijn. Laten we onszelf verootmoedigen vanwege onze zonden tegen de nederigheid, dan zal de Heere ons Zijn gunst laten proeven. Het is genade die ons nederig maakt, en genade die in deze nederigheid een gelegenheid vindt om nog meer genade in te gieten. Laten we naar beneden gaan om omhoog te kunnen komen. Laten we arm van geest zijn, zodat God ons rijk kan maken. Laten we nederig zijn, zodat we niet vernederd hoeven te worden, maar door Gods genade verhoogd mogen worden.

