“En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien…”—Jesaja 40:5
Wij verwachten de gelukkige dag waarop de hele wereld tot Christus bekeerd zal zijn. Dan worden de goden van de heidenen aan de mollen en de vleermuizen gegeven. Dan is het rooms-katholicisme weerlegd en neemt de halve maan van Mohammed af, om nooit meer haar verderfelijke stralen over de volken te werpen. Dan buigen koningen zich voor de Vredevorst en noemen alle volken hun Verlosser gezegend. Sommigen wanhopen hieraan. Ze zien de wereld als een schip dat uit elkaar valt en stukgaat, om nooit meer te drijven. Wij weten dat de wereld en alles wat erin is, eens zal verbranden, en daarna verwachten we nieuwe hemelen en een nieuwe aarde. Maar we kunnen onze Bijbel niet lezen zonder de overtuiging dat:
“Jezus zal heersen waar de zon
haar opeenvolgende tochten aflegt.”
Wij laten ons niet ontmoedigen door de lengte van Zijn uitstel. We raken niet moedeloos door de lange tijd die Hij de gemeente geeft om te strijden met weinig succes en veel nederlagen. Wij geloven dat God nooit zal toelaten dat deze wereld, waarop eens Christus’ bloed is vergoten, altijd het bolwerk van de duivel zal zijn. Christus kwam hierheen om deze wereld te bevrijden van de verfoeilijke heerschappij van de machten van de duisternis. Wat een juichkreet zal dat zijn wanneer mensen en engelen samen roepen: “Halleluja!” en nog eens: “Halleluja, want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst”! Wat een voldoening zal het die dag zijn om aan de strijd te hebben meegedaan, te hebben geholpen de pijlen van de boog te breken en mee te hebben gewerkt aan de overwinning voor onze Heere! Gelukkig zijn zij die zich toevertrouwen aan deze overwinnende Heere, zij aan zij met Hem strijden en hun kleine deel doen in Zijn Naam en door Zijn kracht! Wat zijn zij ongelukkig die aan de kant van het kwaad staan! Het is de verliezende kant, en dit is een zaak waarin verliezen betekent: verloren zijn, en voor eeuwig verloren gaan. Aan wiens kant sta jij?

