Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden. Jeremia 33:3
We mogen er zeker op vertrouwen dat God onze gebeden verhoort, maar alleen wanneer het goed is dat ze verhoord worden. Want soms vragen zelfs gelovigen om dingen die niet tot Gods eer zijn en die ons uiteindelijk geen enkel goed zouden doen. Stel je eens voor: je zegt tegen je kind dat je hem alles zult geven waar hij om vraagt. Bedoel je daar ook de meest vreemde of zelfs gevaarlijke dingen mee? Natuurlijk niet! Als hij om gif zou vragen, of je zou smeken hem pijn te doen, zou je je belofte dan letterlijk nakomen? Nee toch! Je zou tegen hem zeggen: “Mijn kind, ik houd veel te veel van je om naar zulke onzinnige of gevaarlijke verzoeken te luisteren. Ik wil alleen het allerbeste voor je, en daarom kan ik dat niet doen.” Op precies dezelfde manier zegt God tegen ons: “Mijn kind, Ik houd te veel van je om je zomaar alles te geven waar je om vraagt, als het niet goed voor je is. Roep tot Mij, en Ik zal je zeker antwoorden — maar misschien niet op de manier die jij in gedachten hebt. Vraag je iets dat je zou kunnen schaden, dan geef Ik je iets beters. Misschien niet precies wat jij wilde, maar wel iets dat oneindig veel beter voor je is.” God verhoort je dus altijd — maar met het oog op jouw eeuwige welzijn, niet slechts op je onmiddellijke verlangen.

