“En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.”—Ezechiël 34:25
Het is het toppunt van genade dat Jehovah een verbond sluit met de mens, een zwak, zondig en stervend schepsel. Toch heeft de Heere plechtig een trouw verbond met ons gesloten, en daar zal Hij nooit van afwijken. Door dit verbond zijn we veilig. Zoals herders leeuwen en wolven wegjagen, zo zullen alle schadelijke invloeden verdreven worden. De Heere zal ons rust geven voor wie ons storen en vernietigen; het boos gedierte zal uit het land ophouden. O Heere, maak deze belofte van U nu al waar!
Het volk van de Heere zal veilig zijn op plaatsen waar het het meest blootstaat: woestijn en wouden zullen weiden en schaapskooien zijn voor de kudde van Christus. Als de Heere de plaats niet ten goede verandert, dan maakt Hij ons beter in die plaats. De woestijn is geen plek om te wonen, maar de Heere kan haar dat laten worden. In de wouden voelt men zich verplicht te waken in plaats van te slapen, en toch geeft de Heere Zijn beminden daar zelfs de slaap. Niets van buiten of van binnen hoeft het kind van God bang te maken. Door het geloof kan de woestijn de voorstad van de hemel worden en het woud het voorportaal van de heerlijkheid.

