10 januari — Avond

“… zal ik uit mijn vlees God aanschouwen.”—Job 19:26

Let op waar Jobs vrome verwachting op gericht is: “God aanschouwen.” Hij heeft het niet over het zien van de heiligen, hoewel dat ongetwijfeld onuitsprekelijk geluk zal zijn, maar over “God aanschouwen”. Hij zegt niet dat hij de paarlen poorten zal zien, de muren van jaspis zal aanschouwen en de gouden kronen zal bekijken, maar: “God aanschouwen.” Dit is de kern en de inhoud van de hemel. Dit is de blijde hoop van alle gelovigen. Nu al is het hun vreugde om Hem door het geloof te zien in de middelen van genade. Zij zien Hem graag in de gemeenschap met Hem en in het gebed. Maar daar in de hemel krijgen zij een open en onbewolkt zicht. Zo zullen zij Hem zien, “gelijk Hij is”, en helemaal aan Hem gelijk worden. Aan God gelijk zijn: wat kunnen we nog meer wensen? En God zien: wat kunnen we beters verlangen? Sommigen lezen de tekst zo: toch zal ik God in mijn vlees zien. Zij vinden hier een verwijzing naar Christus, van Wie staat: “het Woord is vlees geworden”, en naar dat heerlijke aanschouwen van Hem dat de luister van de laatste dagen zal zijn. Of dat zo is of niet, het staat vast dat Christus het middelpunt zal zijn van ons eeuwige zien. En wij zullen nooit een andere vreugde nodig hebben dan die van Hem te zien. Denk niet dat dit een te kleine wereld is voor onze geest om in te wonen. Het is maar één bron van vreugde, maar die bron is oneindig. Al Zijn eigenschappen zullen ons stof geven om over na te denken. En omdat Hij in elk opzicht oneindig is, hoeven we niet te vrezen dat het opraakt. Zijn werken, Zijn gaven, Zijn liefde voor ons en Zijn heerlijkheid in al Zijn plannen en in al Zijn daden: dit zal een onderwerp vormen dat steeds nieuw blijft. De aartsvader verheugde zich erop God persoonlijk te zien. “Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde.” Stel je de vreugde van de hemel levendig voor. Denk eens na wat het voor jou zal zijn. “Uw ogen zullen den Koning zien in Zijn schoonheid.” Alle aardse glans vervaagt en verdonkert als we ernaar kijken. Maar hier is een glans die nooit dof kan worden, een heerlijkheid die nooit kan verbleken: “God aanschouwen.”

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content