Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Voor Iedere Avond

21 december — Avond

2 min. lezen

“Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.”—Ezechiël 16:10

Zie met wat een weergaloze vrijgevigheid de Heere Zijn volk van kleding voorziet. Ze zijn zo getooid dat Gods vakmanschap zichtbaar wordt in een ongeëvenaard borduurwerk. Daarin heeft elke eigenschap van God haar deel en wordt elke goddelijke schoonheid onthuld. Geen kunst is te vergelijken met de kunst die in onze redding te zien is. Geen vakwerk evenaart wat we zien in de gerechtigheid van de heiligen. De rechtvaardiging heeft in alle eeuwen van de gemeente de pennen van geleerden beziggehouden en zal in de eeuwigheid het onderwerp van bewondering zijn. God heeft haar inderdaad “als een borduursel gewrocht”. Bij al dit fijne werk horen ook nut en duurzaamheid, zoals blijkt uit het geschoeid zijn met dassenvellen. Welk dier hier precies bedoeld wordt, weet niemand, maar de huid ervan bedekte de tabernakel en was een van de fijnste en sterkste soorten leer die men kent. De gerechtigheid die uit God is door het geloof, houdt eeuwig stand. Wie met deze goddelijke toerusting is geschoeid, zal veilig door de woestijn gaan en mag zelfs zijn voet zetten op leeuw en adder. De reinheid en de waardigheid van ons heilige kleed komen naar voren in het fijne linnen. Als de Heere Zijn volk heiligt, zijn ze als priesters in zuiver wit gekleed. Zelfs sneeuw overtreft hen niet. Ze zijn voor mensen en engelen mooi om te zien, en ook in de ogen van de Heere zijn ze zonder vlek. Daarbij is het koninklijke gewaad zo fijn en kostbaar als zijde. Er wordt niets bespaard, geen schoonheid achtergehouden, geen sierlijkheid geweigerd.

Wat dan? Volgt hier niets uit? Zeker, hier moeten we dankbaar voor zijn en onze vreugde laten horen. Kom, mijn hart, weiger je avondhalleluja niet! Stem je fluiten! Roer je snaren!

“Wonderlijk, mijn ziel, ben jij getooid
door de grote, heilige Drie!
Laat al je krachten samenklinken
in de schoonste harmonie van lofzang.”