“Als de wolken vol geworden zijn, zo storten zij plasregen uit op de aarde…”—Prediker 11:3
Waarom zijn wij dan bang voor de wolken die nu onze hemel verduisteren? Het is waar: een tijdlang verbergen zij de zon, maar de zon is niet gedoofd. Binnenkort schijnt zij weer. Intussen zitten die zwarte wolken vol regen. En hoe zwarter ze zijn, hoe waarschijnlijker het is dat ze rijke buien geven. Hoe kunnen wij regen hebben zonder wolken?
Onze moeilijkheden hebben ons altijd zegen gebracht, en dat zullen ze altijd blijven doen. Het zijn de zwarte wagens van stralende genade. Deze wolken zullen zich weldra uitregenen, en elk teer kruid zal er blijer door zijn. Onze God mag ons met verdriet overgieten, maar Hij zal ons niet in Zijn toorn laten verdrinken. Nee, Hij zal ons verkwikken met barmhartigheid. De liefdesbrieven van onze Heere komen vaak bij ons aan in enveloppen met een zwarte rouwrand.
Zijn wagens rommelen, maar ze zijn beladen met weldaden. Zijn roede bloeit met geurige bloemen en voedzame vruchten. Laten wij ons geen zorgen maken over de wolken, maar zingen, want door de wolken en buien van april komen de bloemen van mei naar ons toe.
O Heere, de wolken zijn het stof van Uw voeten! Wat bent U dichtbij op een bewolkte, donkere dag! De liefde ziet U en is blij. Het geloof ziet de wolken zich uitregenen, zodat de heuveltjes zich aan alle kanten verheugen.

