“Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan.”—Jesaja 45:2
Dit was voor Cyrus bestemd, maar het is voor altijd het erfdeel van alle geestelijke dienaren van de Heere. Laten wij maar door het geloof vooruitgaan. Onze weg wordt voor ons vrijgemaakt. Bochten en kronkels van menselijke list en satanische sluwheid worden voor ons recht gemaakt. Wij hoeven hun bochtige wegen niet na te speuren. De koperen deuren zullen worden verbroken, en de ijzeren grendels die ze dichthielden, zullen in stukken worden geslagen.
Wij hebben geen stormram of breekijzer nodig. De Heere Zelf zal het onmogelijke voor ons doen, en het onverwachte zal werkelijkheid worden.
Laten wij niet bevreesd en laf gaan zitten. Laten wij vooruitgaan op het pad van onze plicht, want de Heere heeft het gezegd: “Ik zal voor uw aangezicht gaan.” Het is niet aan ons om te redeneren, maar om te durven en voorwaarts te stormen. Het is het werk van de Heere, en Hij zal ons in staat stellen het te doen. Alle hindernissen moeten voor Hem wijken. Heeft Hij niet gezegd: “De koperen deuren zal Ik verbreken”? Wat kan Zijn plan tegenhouden of Zijn besluiten verijdelen? Wie God dient, heeft onbegrensde middelen.
De weg ligt open voor het geloof, ook al is hij versperd voor menselijke kracht. Als Jehova zegt: “Ik zal”, zoals Hij in deze belofte tweemaal doet, dan durven wij niet te twijfelen.

