“Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, om Zijns groten Naams wil, dewijl het den HEERE beliefd heeft, ulieden Zich tot een volk te maken.”—1 Samuël 12:22
Gods keuze van Zijn volk is de reden dat Hij bij hen blijft en hen niet verlaat. Hij koos hen uit liefde, en Hij blijft hen liefhebben vanwege Zijn keuze. Zijn eigen welbehagen is de bron van hun uitverkiezing, en Zijn uitverkiezing is de reden dat Hij blijvend behagen in hen heeft. Het zou Zijn grote Naam onteren als Hij hen verliet, want dan zou blijken dat Hij een fout had gemaakt in Zijn keuze, of dat Hij wispelturig was in Zijn liefde. Gods liefde heeft deze heerlijkheid, dat ze nooit verandert, en die heerlijkheid zal Hij nooit bezoedelen.
Op grond van alle herinneringen aan de vroegere goedheid van de Heere mogen we er zeker van zijn dat Hij ons niet zal verlaten. Hij Die zo ver is gegaan dat Hij ons tot Zijn volk heeft gemaakt, zal de schepping van Zijn genade niet ongedaan maken. Hij heeft niet zulke wonderen voor ons gedaan om ons uiteindelijk toch te verlaten. Zijn Zoon Jezus is voor ons gestorven, en we mogen zeker weten dat Hij niet tevergeefs is gestorven. Kan Hij hen verlaten voor wie Hij Zijn bloed heeft vergoten? Omdat Hij er tot nu toe vreugde in had ons uit te kiezen en te redden, zal het nog steeds Zijn vreugde zijn ons te zegenen. Onze Heere Jezus is geen wispelturige minnaar. Hij heeft de Zijnen liefgehad en heeft hen lief tot het einde.

