“Want zo deze dingen bij u zijn, en in u overvloedig zijn, zij zullen u niet ledig noch onvruchtbaar laten in de kennis van onzen Heere Jezus Christus.”—2 Petrus 1:8
Als wij onze Heere willen eren door vruchtbaar te zijn, moeten wij bepaalde dingen in ons hebben. Want er kan niets uit ons komen wat er niet eerst in zit. Wij moeten beginnen met het geloof, dat de grondslag is van alle deugden. Daaraan moeten wij ijverig deugd toevoegen, en kennis, matigheid en volharding. Daarbij moeten wij godsvrucht en broederlijke liefde hebben.
Al deze dingen samen zullen er zeker voor zorgen dat wij als vrucht van ons leven volle trossen van nuttig werk voortbrengen. Dan zijn wij geen werkeloze kenners, maar echte daders van het Woord. Deze heilige dingen moeten niet alleen in ons zijn, maar ook overvloedig zijn, anders blijven wij onvruchtbaar. Vrucht is het overvloeien van leven, en wij moeten vol zijn voordat wij kunnen overvloeien.
Wij hebben mensen gezien met grote gaven en kansen, die er nooit in zijn geslaagd echt iets goeds te doen voor de bekering van zielen. Toen wij hen nauwkeurig gadesloegen, concludeerden wij dat zij bepaalde genadegaven misten die onmisbaar zijn om vrucht te dragen. Om werkelijk nuttig te zijn, zijn genadegaven beter dan talenten. Zoals de mens is, zo is zijn werk. Als wij beter willen werken, moeten wij beter worden. Laat deze tekst een vriendelijke wenk zijn voor onvruchtbare belijders en ook voor mijzelf.

