“Gij hebt immers gezegd: Ik zal gewisselijk bij u weldoen…”—Genesis 32:12
Dit is de zekere manier om in het gebed bij de Heere door te dringen. Wij mogen Hem nederig herinneren aan wat Hij gezegd heeft. Onze getrouwe God zal nooit op Zijn woord terugkomen en het ook niet onvervuld laten. Toch wil Hij graag door Zijn volk worden gevraagd en aan Zijn belofte herinnerd. Dat verfrist hun geheugen, geeft hun geloof nieuw leven en vernieuwt hun hoop. Gods Woord is gegeven, niet voor Hemzelf, maar voor ons.
Zijn plannen staan vast, en niets hoeft Hem te binden aan Zijn voornemen om Zijn volk goed te doen. Maar Hij geeft de belofte tot onze versterking en troost. Daarom wil Hij dat wij haar aan Hem voorhouden en zeggen: “U hebt gezegd.”
“Ik zal gewisselijk bij u weldoen” is juist de kern van alle genadige woorden van de Heere. Leg bijzondere nadruk op het woord gewisselijk. Hij zal ons goed doen, echt goed, goed dat wij kunnen proeven, louter goed, alle goed. Hij zal ons goed maken, en dat is ons goed doen in de allerhoogste mate. Hij zal ons behandelen zoals Hij Zijn heiligen behandelt zolang wij hier zijn, en dat is goed. Hij zal ons weldra opnemen om bij Jezus en al Zijn uitverkorenen te zijn, en dat is het allerhoogste goed. Met deze belofte in ons hart hoeven wij niet bang te zijn voor een boze Ezau of voor wie dan ook. Als de Heere ons goed wil doen, wie kan ons dan kwaad doen?

