“Daarom zegt de HEERE alzo: Zo gij zult wederkeren, zo zal Ik u doen wederkeren; gij zult voor Mijn aangezicht staan; en zo gij het kostelijke van het snode uittrekt, zult gij als Mijn mond zijn…”—Jeremia 15:19
Arme Jeremia! Maar waarom noemen wij hem zo? De wenende profeet was een van de uitgelezen dienaren van God en door Hem meer geëerd dan velen. Hij werd gehaat omdat hij de waarheid sprak. Het woord dat hem zo dierbaar was, was bitter voor zijn hoorders. Toch werd hij door zijn Heere aangenomen.
Hij kreeg de opdracht trouw te blijven, en dan zou de Heere door hem blijven spreken. Hij moest vrijmoedig en eerlijk met mensen omgaan en het werk van de Heere doen: onder de belijders van zijn tijd het kaf van het koren scheiden. En toen gaf de Heere hem dit woord: “zult gij als Mijn mond zijn.”
Wat een eer! Moet niet elke prediker, ja, elke gelovige daarnaar verlangen? Dat God door ons spreekt, wat een wonder! Wij zullen zekere, zuivere waarheid spreken, en wij zullen haar met kracht spreken. Ons woord zal niet ledig terugkeren. Het zal een zegen zijn voor wie het aanneemt, en wie het afwijst, doet dat op eigen risico. Onze lippen zullen velen voeden. Wij zullen slapenden wakker maken en doden tot leven roepen.
O beste lezer, bid dat het zo mag zijn met alle uitgezonden dienaren van onze Heere.

