“Alzo zal Ik ulieden de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten…”—Joël 2:25
Ja, die verspilde jaren waarover wij zuchten, zullen ons teruggegeven worden. God kan ons zoveel genade geven dat wij in de rest van onze dagen genoeg dienst kunnen bewijzen om de jaren van onbekeerdheid enigszins te vergoeden. Over die jaren treuren wij in nederig berouw. De sprinkhanen van terugval, wereldsgezindheid en lauwheid zien wij nu als een vreselijke plaag. O, waren ze maar nooit in onze buurt gekomen!
De Heere heeft ze in Zijn barmhartigheid nu weggenomen, en wij zijn vol ijver om Hem te dienen. Gezegend zij Zijn Naam, wij kunnen zulke oogsten van geestelijke vruchten voortbrengen dat onze vroegere onvruchtbaarheid erdoor verdwijnt. Door rijke genade kunnen wij onze bittere ervaring ten goede gebruiken en er anderen mee waarschuwen. Door onze vroegere tekortkomingen kunnen wij dieper wortelen in nederigheid, kinderlijk vertrouwen en een boetvaardige, geestelijke gezindheid. Als wij daardoor waakzamer, ijveriger en teerder worden, hebben wij winst gehaald uit onze droevige verliezen.
De verspilde jaren kunnen door een wonder van liefde hersteld worden. Lijkt dat te mooi om waar te zijn? Laten wij het geloven en ervoor leven, dan kunnen wij het nog beleven, zoals ook Petrus een nuttiger mens werd nadat zijn eigendunk was genezen doordat hij zijn zwakheid had ontdekt. Heere, help ons door Uw genade.

