Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Bank Des Geloofs

13 februari — Gezegend op het veld

1 min. lezen

“gezegend zult gij zijn in het veld”—Deuteronomium 28:3

Zo was Izak gezegend toen hij tegen de avond op het veld ging wandelen om na te denken. Hoe vaak heeft de Heere ons ontmoet toen wij alleen waren! De heggen en de bomen kunnen getuigen van onze vreugde. Wij hopen zo’n gezegende tijd opnieuw te beleven.

Zo was Boaz gezegend toen hij zijn oogst binnenhaalde en zijn knechten hem met zegenwensen tegemoet kwamen. Moge de Heere voorspoed geven aan allen die de ploeg drijven! Elke boer kan zich bij God op deze belofte beroepen, als hij tenminste naar de stem van de Heere, zijn God, luistert.

Wij gaan naar het veld om te werken, zoals vader Adam deed. En omdat de vloek door de zonde van de eerste Adam op de aarde is gevallen, is het een grote troost dat we een zegen vinden door de tweede Adam. Wij gaan naar het veld voor lichaamsbeweging, en wij zijn blij in het geloof dat de Heere die beweging zal zegenen en ons gezondheid zal geven, die wij tot Zijn eer zullen gebruiken.

Wij gaan naar het veld om de natuur te bestuderen, en er is niets in de kennis van de zichtbare schepping dat niet door Gods zegen geheiligd kan worden tot het hoogste doel.

Uiteindelijk moeten wij naar het veld om onze doden te begraven; ja, anderen zullen ons op hun beurt naar Gods akker in het veld brengen. Maar wij zijn gezegend, of wij nu wenen bij het graf of erin slapen.